Vaillant ecoTEC plus VCC 656-4-5 Handleiding

Vaillant Verwarmingsketel ecoTEC plus VCC 656-4-5

Bekijk gratis de handleiding van Vaillant ecoTEC plus VCC 656-4-5 (20 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Vaillant ecoTEC plus VCC 656-4-5 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/20
Gebruiksaanwijzing
Voor de gebruiker
BEnl
Gebruiksaanwijzing
ecoTEC plus
HR-gaswandketel

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Vaillant
Categorie: Verwarmingsketel
Model: ecoTEC plus VCC 656-4-5

Handleiding Vaillant ecoTEC plus VCC 656-4-5 – volledige tekst

114. 4. 3 Warm water tappen. 114. 5 Instellingen voor de CV-functie. 124. 5. 1 Aanvoertemperatuur instellen (geen thermostaat aangesloten). 124. 5. 2 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een thermostaat). 124. 5. 3 CV-functie uitschakelen (zomermodus). 124. 5. 4 Kamerthermostaat of weersafhankelijke thermostaat instellen. 134. 6 Statusaanduidingen (voor onderhouds- en servicewerkzaamheden door de installateur). 134. 7 Verhelpen van storingen. 144. 7. 1 Storingen wegens watergebrek. 144. 7. 2 Storingen bij het ontsteken. 144. 7. 3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgastraject. 144. 7. 4 Toestel/CV-installatie vullen. 154. 8 Buitenbedrijfstelling. 154. 9 Vorstbeveiliging. 164. 9. 1 Vorstbeveiligingsfunctie. 164. 9. 2 Vorstbeveiliging door leegmaken. 164. 10 Onderhoud en Serviceteam. 16.

3Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00ToesteleigenschappenDe Vaillant ecoTEC-toestellen zijn compacte HR-gas-wandketels. 1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing zijn nog an-dere documenten van toepassing. Voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze gebruiksaanwijzingen, kan Vaillant niet aanspra-kelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documenten in acht nemenNeem absoluut alle bedienings- en installatiehandleidin-gen die bij de componenten van de installatie worden meegeleverd in acht. 1. 1 Documenten bewarenU dient deze gebruiksaanwijzing en alle andere van toe-passing zijnde documenten zodanig te bewaren dat ze direct ter beschikking staan. Overhandig de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar. 1.

2 Gebruikte symbolenNeem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaan-wijzingen in deze gebruiksaanwijzing in acht. d Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. H Gevaar. Gevaar voor verbranding of brandwonden. a Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en/of milieu. h Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor een vereiste handeling1. 3 Geldigheid van de gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing geldt uitsluitend voor toestellen met de volgende artikelnummers:– 0010017827– 0010017828Het artikelnummer van uw toestel kunt u vinden op het typeplaatje. 1. 4 CE-markering Met de CE-markering wordt aangegeven dat de producten volgens het typeplaatje voldoen aan de fundamentele vereisten van de gelden-de richtlijnen. De conformiteitsverklaring kan bij de fabrikant geraad-pleegd worden. 1.

Gedrag bij gaslucht in gebouwen• Zet ramen en deuren helemaal open, zorg voor venti-latie, mijd vertrekken met gaslucht. • Vermijd open vuur, rook niet, gebruik geen aansteker. • Gebruik geen elektrische schakelaars, geen stekkers, geen deurbellen, geen telefoons en andere communi-catiesystemen in huis. • Sluit gasteller-afsluitvoorziening of hoofdkraan. • Sluit de gaskraan (1, afb. 2. 1) op het toestel. • Waarschuw andere huisbewoners, gebruik hierbij niet de deurbel. • Verlaat het gebouw. • Licht de storingsdienst van het energiebedrijf in vanaf een telefoonaansluiting buiten het huis. • Verlaat bij hoorbaar uitstromen onmiddellijk het ge-bouw, versper derden de toegang tot het gebouw, waarschuw politie en brandweer van buiten het ge-bouw. ToesteleigenschappenAanwijzingen bij de documentatie 1Veiligheid 2.

Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_0041Afb. 2. 1 Gaskraan sluiten VeiligheidsaanwijzingenNeem altijd goed nota van de volgende veiligheidsaan-wijzingen en voorschriften. d Gevaar. Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht-mengsels. Zorg ervoor dat explosieve of licht ontvlambare stoffen (b. v. benzine, verf, enz. ) niet in de plaat-singsruimte van het toestel worden gebruikt of opgeslagen. Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Stel geen beveiligingen buiten werking. Er mogen ook geen handelingen op deze inrichtin-gen uitgevoerd worden waardoor de goede wer-king ervan in gevaar kan komen.

U dient daarom geen veranderingen uit te voeren:– aan het toestel– in de omgeving van het toestel– aan de toevoerleidingen voor gas, verbrandingslucht, water en stroom– en aan de afvoerleidingen voor rookgasHet verbod op veranderingen geldt ook voor bouwcon-structies in de omgeving van het toestel, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de gebruiksveiligheid van het toestel. Voorbeelden hiervoor zijn:– Een kastachtige mantel van het toestel moet voldoen aan de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag uw installateur om informatie, als u een dergelijke mantel wenst. Voor veranderingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in ieder geval contact opnemen met een erkend installateur, aangezien deze hiertoe bevoegd is. a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen.

Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhou-dende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgasafvoersysteem – leiden. Plaatsing en instellingHet toestel mag alleen door een erkend installateur wor-den geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor een correcte installatie en inbedrijfstelling alsmede voor het naleven van de bestaande voorschriften, regels en richt-lijnen. Ook is hij bevoegd om inspectie-/onderhoudswerkzaam-heden en reparaties aan het toestel uit te voeren en het ingestelde gasvolume te wijzigen. a Attentie. Het toestel mag uitsluitend met een naar beho-ren gesloten toestelmantel permanent worden gebruikt. Anders kan - onder ongunstige ge-bruiksomstandigheden - materiële schade of zelfs gevaar voor lijf en leven ontstaan.

Waterdruk van de CV-installatieControleer regelmatig de waterdruk van de CV-installatie (zie hoofdstuk 4. 2. 2). NoodstroomaggregaatUw installateur heeft de gaswandketel bij installatie aan-gesloten op het elektriciteitsnet. Als u het toestel bij elektriciteitsuitval met een nood-stroomaggregaat in gebruik wilt houden, moet deze voor wat betreft de technische waarden (frequentie, span-ning, aarding) met die van het elektriciteitsnet overeen-komen en ten minste geschikt zijn voor het opgenomen vermogen van uw toestel. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur. 2 Veiligheid.

5Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00VorstbeveiligingVerzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode af-wezig bent, de CV-installatie in werking blijft en de ka-mers voldoende op temperatuur worden gehouden. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Bij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in af-zonderlijke vertrekken kan niet worden uitgeslo-ten dat gedeelten van de CV-installatie door vorst beschadigd worden. Houd u beslist aan de aanwijzingen voor vorst-beveiliging in hoofdstuk 4. 11. 3 Aanwijzingen voor het gebruik3. 1 Fabrieksgarantie De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op de aankoop-factuur die u heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaar-den:1.

Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vak-man geplaatst worden die er, onder zijn volledige ver-antwoordelijkheid, op zal letten dat de normen en in-stallatievoorschriften nageleefd worden. 2. Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waar-borg van toepassing zou blijven. De originele onderde-len moeten in het Vaillant toestel gemonteerd zijn, zo-niet wordt de waarborg geannuleerd. 3. Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en ge-frankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie.

De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte re-geling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toe-stel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onder-delen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld vol-gens de algemene voorwaarden van de naverkoop dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv.

huurder, eigenaar, syndic, enz. ) die deze factuur uit-drukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal contant betaald moeten worden aan de fabriekstechni-cus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of ver-vangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toeken-ning van garantie sluit elke betaling van schadevergoe-ding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk geschil, zijn enkel de Tribuna-len van het district waar de hoofdzetel van de vennoot-schap gevestigd is, bevoegd. Om alle functies van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en om de toe-gelaten toestand niet te veranderen, mogen bij onder-houd en herstellingen enkel nog originele Vaillant onder-delen gebruikt worden. 3.

schade aan het toestel en an-dere voorwerpen. Dit toestel is er niet voor bestemd te worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met beperkte fysie-ke, sensorische of geestelijke vermogens of zonder erva-ring en/of zonder kennis, tenzij deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke per-soon of van deze instructies kregen hoe het toestel moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht staan, om ervoor te zorgen dat zij niet met het toestel spelen. De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater-CV-installaties en voor de centrale warmwaterbereiding. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leveran-cier niet aansprakelijk worden gesteld. Uitsluitend de ge-bruiker is hiervoor verantwoordelijk.

Tot het gebruik volgens de voorschriften horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing, de installatie-handleiding en alle andere geldende documenten, alsme-de het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor-schriften. a Attentie. Elk oneigenlijk gebruik is verboden. 3. 3 Eisen aan de standplaatsDe Vaillant gaswandketel ecoTEC moet zodanig aan de wand hangend worden geïnstalleerd, dat de afvoer van het condenswater en de verbrandingsluchttoevoer/rook-gasafvoer mogelijk zijn. Ze kunnen b. v. worden geïnstalleerd in kelderruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerdere doelein-den. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden. Veiligheid 2Aanwijzingen voor het gebruik 3.

Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_006h Aanwijzing. Een afstand van het toestel tot componenten uit brandbaar materiaal resp. tot brandbare be-standdelen is niet vereist, omdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane tempera-tuur van 85 °C. 3. 4 OnderhoudReinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. h Aanwijzing. Gevaar voor beschadiging. Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen die de mantel of de koppelstukken van kunststof zouden kunnen beschadigen. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen of chloorhoudende reini-gingsmiddelen. 3. 5 Recycling en afvoerDe Vaillant gaswandketel ecoTEC en de bijbehorende transportverpakking bestaan voor het grootste deel uit recyclebaar materiaal. 3. 5.

1 ToestelDe Vaillant gaswandketel ecoTEC en de toebehoren be-horen niet tot het huishoudelijk afval. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventuele toebehoren op een ver-antwoorde manier afgevoerd worden. 3. 5. 2 VerpakkingHet afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de installateur die het toestel geïnstal-leerd heeft. h Aanwijzing. U dient de van toepassing zijnde nationale wet-telijke voorschriften in acht te nemen. 3. 6 Tips voor energiebesparingInbouw van een weersafhankelijke CV-regelingWeersafhankelijke CV-regelingen regelen de CV-aanvoer-temperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er wordt niet meer warmte opgewekt dan nodig. Hiervoor moet op de weersafhankelijke thermostaat de CV-aan-voertemperatuur worden ingesteld die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is.

Deze instelling mag niet hoger zijn dan noodzakelijk is voor de configuratie van de CV-installatie. Normaal voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma's worden de gewens-te verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. 's nachts) auto-matisch in- en uitgeschakeld.

Weersafhankelijke CV-regelingen vormen in combinatie met (thermostatische) radiatorkranen de meest comfor-tabele vorm van CV-regeling. Afkoeling van de CV-installatieVerlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent. Dit kunt u gemakkelijk en betrouw-baar realiseren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma's. Stel de kamertemperatuur tijdens de minimale-tempera-tuurtijden ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale tem-peratuurtijden. Met een afkoeling van meer dan 5 °C be-spaart u niet meer energie, aangezien dan voor de vol-gende maximale temperatuurperiode een hogere ver-warmingscapaciteit nodig is. Alleen bij langere afwezig-heid, zoals b. v. vakantie, loont het zich de temperaturen verder te verlagen. Let er echter wel op, dat er in de winter voldoende vorstbeveiliging is gegarandeerd.

KamertemperatuurStel de kamertemperatuur niet hoger in dan net vol-doende is om u comfortabel te voelen. Iedere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van on-geveer 6 %. Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook re-kening met het gebruik van de kamer. Zo is het bijvoor-beeld in het normale geval niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen. Instellen van de bedrijfsfunctieIn het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zo-mermodus te zetten. De CV-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installatie blijft voor de warmwa-terfunctie in bedrijf. Gelijkmatig verwarmenVaak wordt in een woning met centrale verwarming slechts één kamer verwarmd.

Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, pla-fond en vloer worden onverwarmde aangrenzende ka-mers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbe-doeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de ra-diator in deze ene verwarmde kamer is voor een dergelijk gebruik natuurlijk niet meer voldoende.

Het gevolg is dat de kamer niet meer voldoende wordt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overigens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en niet of beperkt verwarmde kamers). Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm. Een groter verwarmingscomfort en een meer efficiënt gebruik wordt bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden ver-warmd. Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed als delen van het pand niet of onvoldoende worden verwarmd. 3 Aanwijzingen voor het gebruik.

7Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00Thermostaatkranen en kamerthermostatenHet zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren (thermostatische) radiatorkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemperatuur exact wordt aangehouden. Met be-hulp van (thermostatische) radiatorkranen in combinatie met een kamerthermostaat (of weersafhankelijke ther-mostaat) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent u zeker van een effici-ent gebruik van uw CV-installatie. Laat in de kamer waarin zich de kamerthermostaat be-vindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aan-gezien de beide regelingen elkaar anders over en weer beïnvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt.

Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden gecon-stateerd: als het in de kamer te warm wordt, worden de (thermostatische) radiatorkranen dichtgedraaid (of de kamerthermostaat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een poosje dan weer te koud wordt, dan wordt de (thermostatische) radiatorkraan weer openge-draaid. Dit is niet nodig, aangezien de temperatuurrege-ling door de (thermostatische) radiatorkraan zelf wordt uitgevoerd: Als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop ingestelde waarde stijgt, sluit de (thermostati-sche) radiatorkraan automatisch en bij het dalen onder de ingestelde waarde opent deze weer. Regelapparatuur niet afdekkenZorg ervoor dat uw regelapparatuur niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De cir-culerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetecteerd.

Afgedekte (thermostatische) radiatorkra-nen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoor werken. Gepaste warmwatertemperatuurHet warme water dient slechts zover opgewarmd te wor-den als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere op-warming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwater-temperaturen van meer dan 60 °C veroorzaken boven-dien in versterkte mate kalkaanslag.

Bewust omgaan met waterDoor bewust om te gaan met water kunnen de verbruiks-kosten duidelijk dalen. Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende mengkraan uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoe-veelheid nodig. Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar eurocent. Circulatiepompen alleen indien nodig laten draaienCirculatiepompen zorgen voor een voortdurende circula-tie van warmwater in het leidingsysteem, zodat ook bij veraf gelegen tappunten meteen warm water ter be-schikking staat. Deze verhogen ongetwijfeld het comfort bij de warmwaterbereiding. Maar ze verbruiken ook stroom.

En circulerend warmwater dat niet wordt ge-bruikt, koelt op zijn weg door de pijpleidingen af en moet dan weer bijverwarmd worden. Circulatiepompen moe-ten daarom alleen dan gebruikt worden, wanneer daad-werkelijk warmwater algemeen in het huishouden nodig is. Met behulp van schakelklokken waarmee de meeste circulatiepompen uitgerust resp. uitgebreid kunnen wor-den, kunnen individuele tijdprogramma's ingesteld wor-den. Vaak bieden ook weersafhankelijke thermostaten via extra functies de mogelijkheid circulatiepompen tij-dafhankelijk te regelen. Vraag uw installateur. Een ande-re mogelijkheid is om via een toets of schakelaar in de buurt van een vaak gebruikt tappunt de circulatie alleen bij concrete behoefte gedurende een bepaalde tijd in te schakelen. Op de Vaillant ecoTEC kan een dergelijke toets worden aangesloten op de toestelelektronica.

Ventileren van de woningOpen tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ven-tileren en niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier openstaand raam.

Daarom adviseren wij de ramen gedu-rende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ven-tileren alle (thermostatische) radiatorkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamerthermostaat op de minimale temperatuur. Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegarandeerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (b. v. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren). Aanwijzingen voor het gebruik 3.

4. 2 Display ecoTEC plusDe ecoTEC plus toestellen zijn uitgerust met een digitaal informatie- en analysesysteem. Dit systeem geeft infor-matie over de bedrijfstoestand van het toestel en helpt u bij het verhelpen van storingen. Bij normaal bedrijf van het toestel wordt in het display (1) van het DIA-systeem de actuele CV-aanvoertempera-tuur aangeduid (in het voorbeeld 45 °C). In het geval van een storing wordt de weergave van de temperatuur ver-vangen door de betreffende storingscode.

Bovendien geven de weergegeven symbolen de volgende informatie:1Weergave van de waterdruk van de CV-installatie, van de actuele CV-aanvoertemperatuur of weerga-ve van een status- of storingscodeStoring in het verbrandingslucht-/rookgastrajectStoring in het verbrandingslucht-/rookgastraject4 Bediening.

9Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00Alleen in combinatie met vrnetDIALOG: Zolang het symbool op het display verschijnt, wordt door het toebehoren vrnetDIALOG de CV-aanvoertemperatuur en warmwater-uitstroom-temperatuur ingesteld, dat betekent dat het toe-stel werkt met andere temperaturen dan die met de draaiknoppen (9) en (10) zijn ingesteldDeze bedrijfsfunctie kan alleen beëindigd worden:– door vrnetDIALOG of– door veranderen van de temperatuurinstelling met de draaiknoppen (9) of (10) met meer dan 5 K.Deze bedrijfsfunctie kan niet beëindigd worden:– door op de toets (8) " Reset " te drukkenof– door uit- of inschakelen van het toestel.CV-functie actiefpermanent aan bedrijfsmodus CV-functieknippert: branderwachttijd actiefpermanent aan: bedrijfsfunctie boilerlading (VC-toestel) is operationeelknippert: warmwaterboiler wordt ver-warmd, brander aanInterne CV-pomp is in werkingIntern gasventiel wordt aangestuurdVlam met kruis:Storing tijdens de branderfunctie;toestel is uitgeschakeldVlam zonder kruis:Correcte branderfunctie4.2 Maatregelen voor inbedrijfstelling4.2.1 Afsluitvoorzieningen openenh Aanwijzing!De afsluitvoorzieningen worden niet meegele-verd met uw toestel.

Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om infor-matie over positie en bediening van deze onder-delen.13 4Afb. 4.3 Afsluitvoorzieningen openen (onderhoudskranen bij wijze van voorbeeld)• Open de gaskraan (1) tot de vaste aanslag.• Controleer of de onderhoudskranen in de aanvoer (3) en retour (4) van de CV-installatie zijn geopend.• Open de koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie (2).Ter controle kunt u bij een warmwaterkraan bij een tappunt proberen of daar water uitkomt.Bediening 4

Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00104. 2. 2 Systeemdruk controlerenh Aanwijzing. Om het gebruik van de installatie met een te kleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, be-schikt uw toestel over een druksensor. Deze sig-naleert bij onderschrijding van 0,6 bar het druk-tekort als op de display de drukwaarde knippe-rend wordt weergegeven. Bij onderschrijding van een druk van 0,3 bar wordt uw toestel uitgeschakeld. Op het display verschijnt de storingsmelding F. 22. Om het toe-stel weer in bedrijf te nemen, moet de installa-tie eerst met water worden gevuld. bar bar 1 2 Afb. 4. 4 Waterdruk van de CV-installatie controleren • Controleer bij de inbedrijfstelling de waterdruk van de installatie op de manometer (1).

Voor een correct be-drijf van de CV-installatie moet bij koude installatie de wijzer op de manometer in het donkergrijze gebied staan. Dit komt overeen met een waterdruk tussen 1,0 en 2,0 bar. Staat de wijzer in het lichtgrijze bereik (< 0,8 bar), dan moet vóór de inbedrijfstelling water bij-gevuld worden (zie hoofdstuk 4. 7. 4). h Aanwijzing. Het ecoTEC toestel beschikt over een manome-ter en over een digitale drukaanduiding. De manometer stelt u in staat om ook bij uitge-schakeld toestel snel te zien of de waterdruk zich in het gewenste bereik bevindt of niet. Wanneer het toestel in bedrijf is, kunt u de nauwkeurige drukwaarde op het display laten zien. Activeer de drukaanduiding door het in-drukken van de toets "-" (2). Na 5 sec. wordt op het display weer de CV-aanvoertemperatuur weergegeven. Aanwijzing.

U kunt ook permanent omschakelen tussen temperatuur- of drukaanduiding in het display door de "-" -toets ca. 5 seconden ingedrukt te houden. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur. 4. 3 Inbedrijfstellingbar12Afb. 4.

5 Toestel inschakelen (voorbeeld: ecoTEC plus)• Met de aan/uit-schakelaar (1) kunt u het toestel in- en uitschakelen. I: "AAN"0: "UIT"Als u het toestel inschakelt, verschijnt op het display (2) de actuele CV-aanvoertemperatuur. Voor het instellen van het toestel volgens uw wensen leest u hoofdstuk 4. 5 en 4. 6, waarin de instelmogelijkhe-den voor de warmwaterbereiding en de CV-functie zijn beschreven. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden. Om ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw gaswandketel via de thermostaat in- en uit-schakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing). Hoe u uw gaswandketel helemaal buiten bedrijf kunt stellen, leest u in hoofdstuk 4.

11Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_004. 4 Warmwaterbereiding Voor de warmwaterbereiding met de toesteluitvoering VC moet een warmwaterboiler van het type VIH op het CV-toestel zijn aangesloten. 4. 4. 1 Instelling van de warmwatertemperatuurbar 2 3 Afb. 4. 6 Instelling van de warmwatertemperatuur• Schakel het toestel in volgens de beschrijving in hoofd-stuk 4. 4. • Stel de draaiknop (3) voor het instellen van de boiler-temperatuur in op de gewenste temperatuur. Daarbij betekent:- linker aanslag vorstbeveiliging ca. 15 °C- rechter aanslag max. 70 °CBij het instellen van de gewenste temperatuur wordt de daarbij behorende gewenste waarde weergegeven op het display (2). Na ca. drie seconden verdwijnt deze weergave en in het display verschijnt weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur of optioneel waterdruk in de in-stallatie). a Attentie. Verkalkingsgevaar.

Bij een waterhardheid van meer dan 3,57 mol/m3 (20 °dH) moet u de draaiknop (3) maximaal op de middenstand instellen. d Gevaar. Gezondheidsrisico door legionellavorming. Als het toestel wordt gebruikt voor naverwar-ming in een solair ondersteunde drinkwaterver-warmingsinstallatie, moet de warmwateruit-stroomtemperatuur met de draaiknop (3) op minstens 60 °C worden ingesteld. h Aanwijzing. Als uw thermostaat via een twee-aderige eBus-leiding is aangesloten, zet u de draaiknop voor instellen van de warmwatertemperatuur op maximaal mogelijke temperatuur. De gewenste temperatuur voor uw boiler stelt u op uw ther-mostaat in. 4. 4. 2 Boilerfunctie uitschakelen (alleen VC-toestellen met externe warmwaterboiler)Bij VC-toestellen met aangesloten warmwaterboiler kunt u de warmwaterbereiding of boilerlading uitschakelen, maar de CV-functie verder laten functioneren.

3 Warm water tappenBij het openen van een warmwaterkraan (1) bij een tap-punt (wasbak, douche, bad, enz. ) wordt warm water uit de aangesloten boiler getapt. Komt de boilertemperatuur beneden de ingestelde waar-de, dan treedt het VC toestel automatisch in bedrijf en warmt de boiler bij. Bij bereiken van de gewenste boiler-temperatuur schakelt het VC toestel automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na. 1Afb. 4. 7 Warm water tappenBediening 4.

Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00124.5 Instellingen voor de CV-functie4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (geen thermo-staat aangesloten)bar 2 1 Afb. 4.8 Aanvoertemperatuur instellen zonder thermostaatAls geen externe thermostaat aanwezig is, dan stelt u de aanvoertemperatuur met de draaiknop (1) in overeen-komstig de buitentemperatuur. Daarbij adviseren wij de volgende instellingen:– stand links (echter niet tot aan de aanslag) in de over-gangstijd: buitentemperatuur ca. 10 tot 20 °C– stand midden bij matige kou:buitentemperatuur ca. 0 tot 10 °C– stand rechts bij sterke kou:buitentemperatuur ca. 0 tot –15 °CBij het instellen van de temperatuur wordt de ingestelde temperatuur weergegeven op het display (2). Na ca.

drie seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur).Normaal kan de draaiknop (1) traploos worden ingesteld tot een aanvoertemperatuur van 75 °C. Als u echter ho-gere waarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw CV-installatie ook met hogere aanvoertemperaturen kan werken.4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een thermostaat)bar 1 Afb.

4.9 Aanvoertemperatuur instellen bij gebruik van een ther-mostaatAls uw CV-toestel met een weersafhankelijke regeling of een kamerthermostaat is uitgerust, moet u het volgende instellen:• Zet de draaiknop (1) voor het instellen van de CV-aan-voertemperatuur op de rechter aanslag.De aanvoertemperatuur wordt automatisch ingesteld door de thermostaat (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).4.5.3 CV-functie uitschakelen (zomermodus)bar 1 Afb. 4.10 CV-functie uitschakelen (zomermodus)In de zomer kunt u de CV-functie uitschakelen, maar de warmwaterbereiding verder in bedrijf laten.• Draai hiervoor de draaiknop (1) voor het instellen van de CV-aanvoertemperatuur helemaal naar links.4 Bediening

13Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_004.5.4 Kamerthermostaat of weersafhankelijke ther-mostaat instellen21Afb. 4.11 Kamerthermostaat/weersafhankelijke thermostaat instellen• Stel de kamerthermostaat (1), de weersafhankelijke thermostaat en de (thermostatische) radiatorkranen (2) volgens de betreffende gebruiksaanwijzingen van deze toebehoren in.4.6 Statusaanduidingen (voor onderhouds- en ser-vicewerkzaamheden door de installateur)bar 1 2Afb. 4.12 StatusweergavenDe statusweergaven geven informatie over de operatio-nele toestand van het toestel.• Activeer de statusweergaven door toets "i" (1) in te drukken.Op de display (2) verschijnt nu een weergave van de be-treffende statuscodes, b.v. "S. 4" voor branderfunctie. De betekenis van de belangrijkste statuscodes vindt u in de onderstaande tabel.Tijdens omschakelfases, b.v.

Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00144. 7 Verhelpen van storingenAls tijdens de werking van de gaswandketel problemen optre-den kunt u de volgende punten zelf controleren. Geen warm water, verwarming blijft koud; Toestel treedt niet in werking:– Zijn de gaskraan van het gebouw in de aanvoerleiding en de gaskraan op het toestel geopend (zie deel 4. 2. 1). – Is de voedingsspanning van het gebouw ingeschakeld. – Is de aan/uit-schakelaar op de gaswandketel ingescha-keld (zie hoofdstuk 4. 3). – Is de draaiknop voor de aanvoertemperatuurinstelling op de gaswandketel niet helemaal naar links gedraaid, dus op vorstbeveiliging gezet (zie hoofdstuk 4. 5). – Is de waterdruk van de CV-installatie voldoende (zie hoofdstuk 4. 2. 2). – Zit er lucht in de CV-installatie. – Is er sprake van een storing bij het ontsteken (zie hoofdstuk 4. 7. 2).

Warmwaterfunctie storingsvrij; CV gaat niet in wer-king:- Is er eigenlijk sprake van een warmtevraag door de ex-terne thermostaat (b. v. door thermostaat calorMATIC) (zie hoofdstuk 4. 5. 4). a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen. Als uw gaswandketel na de con-trole van bovengenoemde punten niet foutloos functioneert, moet u een erkend installateur voor de controle om advies vragen. 4. 7. 1 Storingen wegens watergebrekHet toestel schakelt op "Storing", wanneer de waterdruk in de CV-installatie te laag is. Deze storing wordt aange-geven door de foutcodes "F. 22" (droogkoken) resp. "F. 23" of "F. 24" (watergebrek). Het toestel kan pas weer in bedrijf worden genomen, als de CV-installatie voldoende met water is gevuld. Als de druk vaker daalt, moet de oorzaak voor het verlies van CV-water worden vastgesteld en verholpen.

Contacteer hiervoor een erkende installateur. 4. 7. 2 Storingen bij het ontstekenbar 21Afb. 4. 13 ResetAls na vijf ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel niet in en schakelt naar "Storing".

Dit wordt aangegeven door weergave van de storingscodes "F. 28" of "F. 29 " op het display. Bovendien verschijnt bij ecoTEC plus-toestellen in het display het vlamsymbool met kruis (1)Een nieuwe automatische ontsteking vindt pas na een handmatige reset plaats. • Druk voor de reset op de resetknop (2) en houd deze ca. een seconde ingedrukt. a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen. Als uw gaswandketel na de derde resetpoging nog altijd niet in bedrijf gaat, moet u een erkend installateur voor de controle om advies vragen. 4. 7. 3 Storingen in het verbrandingslucht-/rook-gastrajectDe toestellen zijn uitgerust met een ventilator. Als de ventilator niet goed werkt schakelt het toestel de venti-lator uit. Op de display verschijnen dan de symbolen en alsmede de foutmelding "F. 32 ". a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen.

15Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_004. 7. 4 Toestel/CV-installatie vullenVoor een goede werking van de CV-installatie moet de waterdruk bij een koude installatie tussen 1,0 en 2,0 bar liggen (zie hoofdstuk 4. 2. 2). Als deze lager is dan 0,75 bar, moet u water bijvullen. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur. a Attentie. Beschadigingsgevaar voor de gaswandketel. Gebruik voor het vullen van de CV-installatie uitsluitend schoon leidingwater. Toevoeging van chemische middelen als bijv. an-tivries- en roestmiddelen (inhibitoren) is niet toegestaan. Daardoor kunnen beschadigingen aan afdichtin-gen en membranen, alsmede geluiden tijdens de CV-functie ontstaan. Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kan Vaillant niet aansprakelijk worden gesteld.

Voor het vullen en bijvullen van de CV-installatie kunt u normaal leidingwater gebruiken. In uitzonderingsgeval-len bestaan er waterkwaliteiten, die onder omstandighe-den niet geschikt zijn voor het vullen van de CV-installa-tie (water met veel ijzer of kalk). Neem in een dergelijk geval contact op met een erkend installateur. • Open alle (thermostatische) radiatorkranen van de in-stallatie. • Verbind de vul-/aftapkraan van de installatie met be-hulp van een slang met een koudwaterkraan (uw in-stallateur moet de vulkranen aan u hebben getoond en het bijvullen of leegmaken van de installatie hebben uitgelegd). • Draai de vul-/aftapkraan langzaam open. • Draai de waterkraan langzaam open en vul zolang water bij tot bij de manometer resp. op het display de vereiste systeemdruk is bereikt. • Sluit de waterkraan. • Ontlucht alle radiatoren.

14 Toestel uitschakelen• Om uw gaswandketel volledig buiten bedrijf te stellen, moet u de aan/uit-schakelaar (1) op stand "0" zetten. a Attentie. Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden. Om ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw gaswandketel tijdens normale werking met de thermostaat in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing). h Aanwijzing. Bij langere buitenbedrijfstelling (bijv. vakantie) moet u bovendien de gaskraan en de koudwater-stopkraan sluiten. Let in dit verband ook op de instructies voor vorstbeveiliging in deel 4. 11. Aanwijzing. De afsluitvoorzieningen worden niet meegele-verd met uw toestel. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd.

Gebruiksaanwijzing ecoTEC 0020214506_00164. 9 VorstbeveiligingDe CV-installatie en de waterleidingen zijn voldoende tegen vorst beschermd, als de CV-installatie tijdens een vorstperiode ook in bedrijf blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven. a Attentie. Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden. Het CV-water mag niet worden verrijkt met anti-vriesmiddelen. Daardoor kunnen veranderingen aan afdichtingen en membranen, alsmede gelui-den in CV-functie ontstaan. Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kan Vaillant niet aan-sprakelijk worden gesteld. 4. 9.

1 VorstbeveiligingsfunctieDe gaswandketel is uitgerust met een vorstbeveiligings-functie:Als de CV-aanvoertemperatuur bij een ingeschakelde aan/uit-schakelaar onder 5 °C zakt, gaat het toestel in bedrijf en verwarmt het CV-circuit van het toestel tot ca. 30 °C. a Attentie. Gevaar voor bevriezing van delen van de hele installatie. De doorstroming van de hele CV-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie niet worden ge-waarborgd. 4. 9. 2 Vorstbeveiliging door leegmakenEen andere mogelijkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel leeg te maken. Daarbij moet u er zeker van zijn, dat de installatie en het toestel volle-dig zijn leeggemaakt. Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en in het toestel moeten ook worden leeggemaakt. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur. 4.

10 Onderhoud en ServiceteamInspectie/onderhoudVoorwaarde voor de continue inzetbaarheid en gebruiks-veiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door een installateur. d Gevaar. Gevaar voor materiële schade en persoonlijk let-sel door ondeskundig onderhoud. Probeer nooit zelf onderhoudswerkzaamheden of reparaties bij uw gaswandketel uit te voeren.

Laat dit doen door een erkend installateur. We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Te weinig onderhoud kan de gebruiksveiligheid van het toestel nadelig beïnvloeden en materiële schade en lichamelijk letsel veroorzaken. Regelmatig onderhoud zorgt voor een optimaal rende-ment en dus voor een efficiënte werking van uw gas-wandketel. ServiceteamN. V. Vaillant S. A. Golden Hopestraat 15B-1620 DrogenbosBelgien, Belgique, BelgiëKlantendienst: 2 334 93 524 Bediening.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Vaillant ecoTEC plus VCC 656-4-5 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden