Vaillant atmoVIT VKE 564 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant atmoVIT VKE 564 (19 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Vaillant atmoVIT VKE 564 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | atmoVIT VKE 564 |
Handleiding Vaillant atmoVIT VKE 564 – volledige tekst
2InhoudsopgaveGebruiksaanwijzing ecoVIT1 Algemeen. 31. 1 Aanwijzingen bij de documentatie. 31. 2 Gebruik conform de voorschriften. 31. 3 Typeplaatje. 31. 4 CE-markering. 31. 5 Fabrieksgarantie. 32 Veiligheidsaanwijzingen. 42. 1 Gaslucht. 42. 2 Wijzigingen in de omgeving van het CV-toestel. 42. 3 Explosieve en licht ontvlambare stoffen. 42. 4 Corrosiebescherming. 42. 5 Kastachtige mantel. 42. 6 Waterpeil controleren. 42. 7 Noodstroomaggregaat. 52. 8 Lekkages. 53 Bediening. 53. 1 Overzicht van het bedieningspaneel. 53. 2 Controles vóór inbedrijfstelling. 63. 2. 1 Afsluitinrichtingen openen. 63. 2. 2 Installatiedruk controleren. 63. 3 Toestel in- en uitschakelen. 63. 4 Digitaal Informatie- en Analyse-Systeem (DIA-systeem). 73. 5 Instellingen voor de warmwaterbereiding. 73. 5. 1 Warmwater tappen. 83. 5. 2 Warmwaterbereiding uitschakelen. 83. 6 Instellingen voor de CV-functie. 83. 6.
1 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een regeltoestel). 83. 6. 2 Aanvoertemperatuur instellen (geen regeltoestel aangesloten). 83. 6. 3 CV-functie uitschakelen (zomerfunctie). 93. 7 Kamer(klok)thermostaat of weersafhankelijke regeling instellen. 93. 8 Statusweergaven. 93. 9 Service-aanwijzingen. 104 Verhelpen van storingen. 114. 1 Storingen bij de ontsteking. 114. 2 Watergebrek. 114. 3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgastraject. 114. 4 Anode controleren. 115 Onderhoud. 125. 1 Onderhoud. 125. 2 Inspectie/onderhoud. 125. 3 Installatiedruk controleren. 125. 4 Toestel/CV-installatie vullen. 125. 5 Vorstbeveiliging. 125. 6 Installateur-meting (alleen voor meet- en controlewerkzaamheden door de installateur). 136 Energiespaartips. 136. 1 Inbouw van een weersafhankelijke CV-regeling. 136. 2 Afkoeling van de CV-installatie. 136. 3 Kamertemperatuur. 136.
10 Circulatiepompen alleen indien nodig laten lopen. 146. 11 Ventileren van de woning. 156. 12 Onderhoud. 15Met de HR-gasketel ecoVIT bent u in het bezit gekomen van een kwaliteitsproduct van de firma Vaillant. Naast het hoge normrendement van uw ketel maakt het Aqua-Condens-systeem het mogelijk om de verbran-dingswaarde te gebruiken bij de verwarming van een warmwaterboiler. Voor informatie, diagnose en verhelpen van storingen is het toestel uitgerust met een diagnose-systeem (DIA-systeem plus). In het verlichte display van het DIA-systeem plus ver-schijnen gecodeerde status-, fout- en diagnosemeldin-gen, die bovendien worden toegelicht door een tekstmel-ding. In de bedieningsunit van de ecoVIT kan een weersafhan-kelijke regeling uit de Vaillant toebehoren geïntegreerd worden.
3Gebruiksaanwijzing ecoVIT BEFLGebruiksaanwijzing ecoVIT1 Algemeen1. 1 Aanwijzingen bij de documentatieNeem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaan-wijzingen in deze handleiding in acht. Hieronder worden de in de tekst gebruikte symbolen verklaard: Gevaarlijk. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu. Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor een noodzakelijke handelingVoor schade die door het niet naleven van deze hand-leiding ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documenten:Garantiekaart nr. 804558_06Installatiehandleiding: nr. 00200292711. 2 Gebruik conform de voorschriftenDe Vaillant HR-gasketel ecoVIT is gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheids-technische voorschriften.
Toch kunnen er bij ondeskun-dig gebruik of gebruik dat niet conform de voorschriften is (levens)gevaarlijke situaties ontstaan voor de gebrui-ker, zijn goederen of derden, alsmede beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen. Het toestel is voorzien als warmteopwekker voor geslo-ten warmwater- en CV-installaties in woningen. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet conform de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld wor-den. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoorde-lijk. Tot het gebruik conform de voorschriften behoren ook het in acht nemen van de bedienings- en installatiehand-leiding en het naleven van de inspectie- en onderhouds-voorschriften. Algemeen 11. 3 TypeplaatjeHet typeplaatje is aangebracht op de achterkant van de schakelkast. Vaillant GmbH, Remscheid GermanySerial-Nr.
4 CE-markeringMet de CE-markering wordt aangegeven dat de toestel-len aan de fundamentele vereisten van de richtlijn gas-toestellen (richtlijn 90/396/EEG van de Europese Raad) en de richtlijn betreffende de elektromagnetische com-patibiliteit (richtlijn 89/336/EEG van de Europese Raad) voldoen. De toestellen voldoen aan de fundamentele vereisten van de richtlijn rendementseisen CV-ketels (richtlijn 92/42/EEG van de Europese Raad). 1. 5 FabrieksgarantieDe producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op het aankoopf-actuur dat u heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaar-den : 1.
Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vakman geplaatst worden, onder zijn volledige ver-antwoordelijkheid, en zal erop letten dat de normen en installatie-voorschriften nageleefd worden. 2. Het toestel moet voorzien worden van een geldig bewijs van goedkeuring door de officiele Belgische instanties. 3. Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waar-borg van toepassing zou blijven.
44. Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie. De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechtere-geling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatie-ävoorschriften, het type van lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bev-riezing, elke normale slijtage of elke handeling van over-macht. In dit geval zullen onze prestaties en de gelever-de onderdelen aangerekend worden.
Bij facturatie, opge-steld volgens de algemene voorwaarden van de naverko-op-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behou-dens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz. ) die deze fac-tuur uitdrukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbe-drag zal contant betaald moeten worden aan de fab-rieks-technicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke betaling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk verschil, zijn enkel de Tribunalen van het dis-trict waar de hoofdzetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd.
2 VeiligheidsaanwijzingenDenk er a. u. b. voor uw eigen veiligheid aan, dat de plaa-tsing, instelling en het onderhoud van uw toestel alleen door een erkend installateur uitgevoerd mag worden. Deze installateur is eveneens verantwoordelijk voor inspectie/onderhoud en reparatie van het toestel en voor evt. wijzigingen van het ingestelde gasvolume. 2.
1 GasluchtAls u gas ruikt handel dan a. u. b. als volgt:• Schakel geen licht in/uit of bedien geen andere elektri-sche schakelaars; gebruik geen telefoon in de gevaren-zone; geen open vuur (b. v. aansteker, lucifer), niet roken• Draai de gaskraan dicht en sluit de hoofdkraan in de gasleiding (uw installateur heeft u laten zien waar deze afsluitvoorzieningen zich bevinden)• Open ramen en deuren• Waarschuw uw medebewoners en verlaat het pand• Waarschuw het energiebedrijf of uw installateur2. 2 Wijzigingen in de omgeving van het CV-toestelAan de volgende inrichtingen mogen geen wijzigingen worden uitgevoerd:- aan het CV-toestel- aan de leidingen voor gas, verbrandingslucht, water en elektriciteit- aan de rookgasleiding- aan de veiligheidsklep en aan de afvoerleiding voor het verwarmingswater- aan bouwconstructies die de gebruiksveiligheid van het toestel kunnen beïnvloeden2.
3 Explosieve en licht ontvlambare stoffenGebruik of bewaar geen explosieve of licht ontvlambare stoffen (b. v. benzine, papier, verf) in de plaatsingsruimte van het toestel. 2. 4 CorrosiebeschermingGebruik geen sprays, chloorhoudende reinigingsmidde-len, oplosmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie - ook in het rookgasafvoer-systeem - leiden. 2. 5 Kastachtige mantelEen kastachtige mantel van het toestel valt onder de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag uw installa-teur om informatie, als u een dergelijke mantel wenst. 2. 6 Waterpeil controlerenControleer met regelmatige tussenpozen het waterpeil (waterdruk) van de installatie. Gebruiksaanwijzing ecoVIT 2 Veiligheidsaanwijzingen.
5Gebruiksaanwijzing ecoVIT BEFL2.7 NoodstroomaggregaatUw installateur heeft uw CV-toestel bij de installatie aan-gesloten op het elektriciteitsnet.Als u het toestel bij elektriciteitsuitval met een noodstro-omaggregaat in werking wilt houden, moet dit wat betreft de technische waarden (frequentie, spanning, aarding) overeenstemmen met de waarden van het elek-triciteitsnet en minimaal voldoen aan het opgenomen vermogen van uw toestel. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.2.8 LekkagesSluit bij lekkages in de warmwaterleidingen tussen toe-stel en tappunten meteen de koudwaterstopkraan. Laat de lekkage door een erkend installateur verhelpen. Aanwijzing!De koudwaterstopkraan is niet bij de levering van uw toestel inbegrepen. Vraag uw installa-teur, waar hij een dergelijke stopkraan heeft gemonteerd.3 Bediening3.1 Overzicht van het bedieningspaneelAfb.
6Gebruiksaanwijzing ecoVIT6 Display voor weergave van de actuele modus (zie 3. 4) of bepaalde extra informatie (zie 3. 8)7 Toets „Reset“ om bepaalde storingen terug te zetten (zie 4. )8 Draaiknop om de boilertemperatuur in te stellen (zie 3. 5). 3. 2 Controles vóór inbedrijfstelling3. 2. 1 Afsluitinrichtingen openen Aanwijzing. De afsluitinrichtingen zijn niet bij de levering van het toestel inbegrepen. Deze worden op de montageplaats door uw installateur geïnstal-leerd. Deze moet u uitleg geven over de positie en bediening van deze componenten. • Open de gaskraan door deze in te drukken en tegen de klok in tot de aanslag te draaien. • Controleer of alle servicekranen zijn geopend. Dit is het geval, wanneer de inkeping in het vierkant van de servicekranen overeenstemt met de richting van de buisleiding.
Indien de servicekranen gesloten zijn, kun-nen deze met behulp van een steeksleutel door een kwartslag naar rechts of links geopend worden. 3. 2. 2 Installatiedruk controleren• Controleer de installatiedruk van de installatie bij de manometer. Uw installateur heeft u de montageplek van de manome-ter laten zien. Deze is niet in uw toestel geïntegreerd. Voor een goede werking van de CV-installatie moet bij koude installatie de wijzer op de manometer in het bereik tussen 1,0 en 2,0 bar waterdruk staan. Staat deze onder 0,75 bar, vul dan a. u. b. water bij (zie 5. 3). Als de CV-installatie zich over meerdere verdiepingen uitstrekt, dan kan een hogere waterdruk van de installa-tie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur. 3. 3 Toestel in- en uitschakelen Attentie. De hoofdschakelaar mag alleen ingeschakeld worden, wanneer de CV-installatie correct met water gevuld is.
Is dit niet het geval, dan kun-nen pomp en warmtewisselaar beschadigd wor-den. 1Afb. 3. 3 Toestellen in- en uitschakelenMet de hoofdschakelaar (1) schakelt u het toestel in en uit.
I: “AAN” O: “UIT”Wanneer de hoofdschakelaar (1) zich in stand “I” bevindt, is het toestel ingeschakeld. In het display verschijnt de standaardweergave van het Digitale Informatie- en Analyse-systeem (details zie 3. 4). Lees voor instelling van het toestel in overeenstemming met uw wensen a. u. b. de hoofdstukken 3. 5 en 3. 6 door. Hierin zijn de instelmogelijkheden voor de CV- en de warmwater-functie beschreven. Om uw CV-toestel helemaal buiten werking te stellen, schakelt u de hoofdschakelaar (1) in stand “O”. Attentie. Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief, als de hoofdschakelaar van het toestel in stand „I” staat en het toestel niet is losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Om deze veiligheidsinrichtingen niet uit te schakelen, moet u uw CV-toestel met het regeltoestel in- en uit-schakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).
Aanwijzing. Tijdens een langere periode van buitenbedrijf-stelling (b. v. vakantie) moet u bovendien de gas-kraan en de koudwaterstopkraan sluiten. Neem in dit verband a. u. b. ook goed nota van de aanwijzingen voor vorstbeveiliging (zie 5. 5). 3 Bediening.
7Gebruiksaanwijzing ecoVIT BEFL3. 4 Digitaal Informatie- en Analyse-Systeem (DIA-systeem)De ecoVIT-toestellen zijn uitgerust met een Digitaal Informatie- en Analyse-systeem (DIA-systeem). Dit systeem geeft u informatie over de operationele toe-stand van uw toestel en helpt u bij het verhelpen van storingen. 1Afb. 3. 4 Display van het DIA-systeemBij normale werking van het toestel wordt in het display van het DIA-systeem de actuele CV-aanvoertemperatuur weergegeven (in het voorbeeld 45 °C). Bij een storing wordt de weergave van de temperatuur vervangen door de betreffende storingsmelding (zie pag. 11). Bovendien geven de weergegeven symbolen de volgende informatie: 1 Weergave van de actuele CV-aanvoertemperatuurofWeergave van een status- of foutcode (zie 3. 8) Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject (zie 4. 3) Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject (zie 4.
3) CV-functie actief Warmwaterbereiding actiefbrandt: modus boilerlading is standbyknippert: boilerlading is in werking, brander aan CV-pomp is in werking Interne gasklep wordt aangestuurd Weergave van de huidige modulatiediepte van de brander Vlam met kruis:Storing tijdens werking van de brander; toestel is uitgeschakeld Vlam zonder kruis:Brander werkt correct3. 5 Instellingen voor de warmwaterbereiding15 ¡CFrostschutz40 ¡C70 ¡C1Afb. 3. 5 Instelling van de boilertemperatuurAls een warmwaterboiler is aangesloten, kunt u de boi-lertemperatuur met de draaiknop (1) traploos instellen. Voordat u de warmwaterbereiding voor de eerste keer inschakelt, moet u zich ervan overtuigen dat de boiler gevuld is. Voor de instelling gaat u als volgt te werk:• Verzeker u ervan, dat het toestel ingeschakeld is. • Stel de draaiknop (1) op de gewenste temperatuur in.
v legi-onela-bacteriën) adviseren wij de instelling op 60 °C. Bij instellen van de gewenste temperatuur wordt deze waarde op het display van het DIA-systeem weergege-ven. Na ca. 5 seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de normale standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur, b. v. 45 °C). Gebruiksaanwijzing ecoVIT Bediening 3.
8Gebruiksaanwijzing ecoVIT3. 5. 1 Warmwater tappenBij openen van een warmwaterkraan op een tappunt (wasbak, douche, bad enz. ) wordt warmwater getapt uit de aangesloten warmwaterboiler. Komt de boilertemperatuur beneden een ingestelde waarde, dan treedt het toestel vanzelf in werking en warmt de boiler bij. Bij bereiken van de door u ingestel-de boilertemperatuur schakelt het toestel automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na. 3. 5. 2 Warmwaterbereiding uitschakelenU kunt de warmwaterbereiding uitschakelen, maar de CV verder gewoon laten functioneren. • Draai hiervoor de draaiknop voor instelling van de warmwatertemperatuur helemaal naar links tot de aanslag. Nu blijft alleen de vorstbeveiligingsfunctie voor de boiler actief. Op het display wordt een boilertemperatuur van 15 °C weergegeven. 3. 6 Instellingen voor de CV-functie3. 6.
1 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een regeltoestel)1Afb. 3. 6 Instelling aanvoertemperatuur bij gebruik van een regeltoestelDe aanvoertemperatuur wordt automatisch ingesteld door het regeltoestel (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing). 3. 6. 2 Aanvoertemperatuur instellen (geen regeltoestel aangesloten)2Afb. 3. 7 Instelling aanvoertemperatuur zonder regeltoestelAls er geen extern regeltoestel aanwezig is, dan stelt u de aanvoertemperatuur met de draaiknop (2) overeen-komstig de betreffende buitentemperatuur in. Daarbij adviseren wij de volgende instellingen:– Stand links (maar niet tot de aanslag) in de over-gangsperiode: buitentemperatuur ca. 10 tot 20 °C– Stand midden bij matige kou:buitentemperatuur ca. 0 tot 10 °C– Stand rechts bij erge kou:buitentemperatuur ca.
0 tot –15 °CBij instellen van de temperatuur wordt deze waarde op het display van het DIA-systeem weergegeven. Na ca. 5 seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele CV-aan-voertemperatuur).
Gewoonlijk kan de draaiknop traploos tot een aanvoer-temperatuur van 75 °C ingesteld worden. Als u echter hogere waarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw CV-installatie ook met hogere aanvoertemperaturen tot 85 °C kan werken. 3 Bediening.
3.10 Statusweergaven• De statusweergaven worden geactiveerd door bedie-ning van de toets „i“ (1).Op het display (2) verschijnt nu de betreffende status-code, b.v. „S.4“ voor werking van brander. De betekenis van de belangrijkste statuscodes vindt u in de onder-staande tabel.Bovendien wordt de betreffende statusweergave door een tekstmelding op het display toegelicht.• Door nogmaals op de toets „i“ te drukken komt u weer terug in de normale modus.Tijdens omschakelfases, b.v. na herstart door het uitblij-ven van de vlam, wordt kort de statusmelding „S.“ weer-gegeven. Bediening 323
73 servicemelding „Ventilator controleren“S. 74 servicemelding „CO-sensor controleren“S. 75 servicemelding „Verbranding controleren“S. 76 servicemelding „Waterdruk controleren“S. 79 servicemelding „Warmwatersysteem controleren“S. 82 anode controlerenS. 83 anode controleren blokkade boilerladingS. 96 - S. 99 zelftestEen volledig overzicht van de statuscodes vindt u in de installatie- en onderhoudshandleiding. 3. 9 Service-aanwijzingen De ecoVIT evalueert permanent een groot aantal gebruiksparameters. Daardoor kunnen ongewenste ver-anderingen meteen herkend worden. Zo kan de gebrui-ker nog vóór een mogelijke uitval van het toestel gewe-zen worden op het feit dat onderhoud noodzakelijk is. Op het display van het toestel of van de regeling kunnen dan de volgende meldingen verschijnen:„Onderhoud: waterdruk controleren“Verhelpen: installatie met water vullen (zie 5.
11Gebruiksaanwijzing ecoVIT BEFL4 Verhelpen van storingenToestel treedt niet in werking:– Gaskraan geopend. – Watertoevoer gewaarborgd. – Waterpeil/waterdruk voldoende. – Stroomvoorziening ingeschakeld. – Hoofdschakelaar ingeschakeld. – Storing bij ontsteking. (zie 4,1)Geen storing bij de warmwaterfunctie; CV treedt niet in werking:• Warmtevraag door externe regeling. (zie 3. 7) Attentie. Als uw toestel nu niet correct werkt, moet een erkend installateur voor controle geraadpleegd worden. 4. 1 Storingen bij de ontstekingVindt na 5 ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander plaats, dan treedt het toestel niet in werking en schakelt op „storing“. Dit wordt aangegeven door de weergave van de foutcodes „F. 28“ of „F. 29“ op het dis-play. De weergegeven foutcode wordt bovendien door een betreffende tekstmelding op het display toegelicht:F28: „Geen ontsteking in aanloop“F.
29: „Geen herontsteking“STOPmax. 3 x1Afb. 4. 1 ResetEen hernieuwde automatische ontsteking kan pas na een „reset“ plaatsvinden. • Druk in dit geval op de resetknop (1) en houd deze ca. 1 sec. lang ingedrukt. Gevaarlijk. Als het toestel na de derde resetpoging nog steeds buiten werking treedt, moet een erkend installateur voor controle geraadpleegd worden. 4. 2 WatergebrekHet toestel schakelt ook bij watergebrek of droog koken op „storing“. Deze storingen worden aangegeven door de foutcode „F. 20“ „Droogkoken“ of „Watergebrek“. De weergegeven foutcode wordt bovendien door een betreffende tekstmelding op het display toegelicht:F20: „ Droogkoken -geen water in toestel“Het toestel mag pas weer in werking gesteld worden, wanneer de CV-installatie correct met water gevuld is (zie 5. 4). 4.
3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgastrajectDe Vaillant ecoVIT-toestellen zijn uitgerust met een ven-tilator. Als de ventilator niet goed werkt, schakelt het toestel uit. Op het display verschijnen dan de symbolen en alsmede de foutmelding „F.
32 “. De weergegeven foutcode wordt bovendien door een betreffende tekstmelding op het display toegelicht:F32: „Toerentalafwijking ventilator“ Attentie. In dit geval moet een erkend installateur voor controle geraadpleegd worden. 4. 4 Anode controlerenDe statusmelding "Anode controleren" verschijnt alleen in combinatie met een warmwaterboiler "actoSTOR", die is uitgerust met een parasitaire stroomanode. Voor de werking en veiligheid van de warmwaterboiler is een goed functionerende anode absoluut noodzakelijk, aangezien er anders in korte tijd beschadigingen door corrosie kunnen ontstaan. Aanwijzing. Een verkeerd functioneren van de anode wordt op het display van de ecoVIT aangegeven door de melding „Servicemelding, anode controle-ren“. Laat in dit geval door uw installateur een controle uitvoeren.
12 Gebruiksaanwijzing ecoVIT5 Onderhoud5. 1 OnderhoudReinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. Gebruik geen schurende middelen of reinigingsmiddelen die de mantel of de koppelstukken van kunststof zouden kunnen beschadigen. 5. 2 Inspectie/onderhoudIedere machine heeft na een bepaalde gebruiksduur onderhoud nodig, zodat deze altijd veilig en betrouwbaar werkt. Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw Vaillant ecoVIT continu gereed is voor gebruik, betrouw-baar werkt en een lange levensduur heeft. Een goed onderhouden CV-toestel werkt met een beter rendement en zodoende zuiniger. Voor een permanente inzetbaarheid en veiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/onderhoud van het toestel noodzakelijk. Gevaarlijk. Probeer nooit om zelf onderhoudswerkzaamhe-den of reparaties aan uw CV-toestel uit te voe-ren.
Laat dit doen door een erkend installateur. Wij adviseren u een onderhoudscontract af te sluiten. Het niet uitvoeren van onderhoud kan de gebru-iksveiligheid van het toestel belemmeren en lei-den tot materiële schade en lichamelijk letsel. 5. 3 Installatiedruk controlerenVoor een goede werking van de CV-installatie moet bij koude installatie de wijzer op de manometer in het bereik tussen 1,0 en 2,0 bar waterdruk staan. Als deze lager is dan 0,75 bar, moet u water bijvullen. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn bij de manometer. Vraag hiervoor uw installateur. 5. 4 Toestel/CV-installatie vullen Attentie. Gebruik voor het vullen van de CV-installatie uitsluitend schoon leidingwater. Het toevoegen van chemische middelen zoals b. v. antivries en roestwerende middelen (inhibitoren) is niet toe-gestaan.
In uitzonderingsge-vallen zijn er echter waterkwaliteiten die soms niet geschikt zijn voor het vullen van de CV-installatie (water met veel ijzer of kalk). Neem in zo'n geval a. u. b. contact op met een erkend installateur. Voor het vullen van de installatie gaat u als volgt te werk. • Open alle thermostaatkranen van de installatie. • Verbind de vul-/aftapkraan van de installatie door middel van een slang met een koudwaterkraan. (Uw installateur moet u de vulkranen hebben laten zien en hebben uitgelegd hoe de installatie gevuld of afgetapt moet worden. )• Draai de vulkraan en koudwaterkraan langzaam open en vul zolang water bij tot de noodzakelijke installatie-druk op de manometer bereikt is. • Sluit de koudwaterkraan. • Ontlucht alle radiatoren. • Controleer vervolgens nogmaals de waterdruk van de CV-installatie (herhaal indien nodig het vullen.
• Sluit de vul-/aftapkraan en verwijder de vulslang. 5. 5 VorstbeveiligingZorg ervoor dat bij uw afwezigheid tijdens een vorst-periode de CV-installatie in werking blijft en de kamers voldoende op temperatuur gehouden worden. Attentie. Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief, als de hoofdschakelaar van het toestel in stand „I” staat en het toestel niet is losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Toevoeging van antivries aan het CV-water is niet toegestaan. Daarbij kan schade optreden aan afdichtingen en membranen en kunnen er geluiden bij werking van de CV ontstaan. Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kun-nen wij niet aansprakelijk worden gesteld.
Uw toestel is uitgerust met een vorstbeveiligingsfunctie: daalt de CV-aanvoertemperatuur bij ingeschakelde hoofdschakelaar beneden 5 °C, dan treedt het toestel in werking en warmt het CV-circuit van het toestel naar ca. 30 °C op. Attentie. De doorstroming van de gehele CV-installatie kan niet gewaarborgd worden. Een andere mogelijkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel helemaal af te tappen.
Ga hiervoor als volgt te werk:• Bevestig een slang aan de vul-/aftapkraan van de installatie. • Breng het vrije uiteinde van de slang naar een geschikt afvoerpunt. • Open de aftapkraan. • Open de ontluchters op de radiatoren. Begin bij de hoogstgelegen radiator en ga dan door van boven naar beneden. • Als het water uit de CV-installatie is gelopen, sluit dan de ontluchters van de radiatoren en de vul-/aftapkraan weer. 5 Onderhoud.
13Gebruiksaanwijzing ecoVIT BEFL5. 6 Installateur-meting (alleen voor meet- en controlewerkzaamheden door de installateur)1234Afb. 5. 1 Installateur-metingAfb. 5. 2 Installateur-functie inschakelenDe testopeningen bevinden zich onder het manteldeksel op de aansluitstomp van de rookgasleiding. Deze zijn na wegnemen van het toesteldeksel (1, 2) toegankelijk. • Activeer de installateur-functie door tegelijkertijd op de toetsen „+“ en „-“ van het DIA-systeem te drukken. • Voer de metingen op zijn vroegst na een werkingsduur van 2 minuten van het toestel uit. • Voer de metingen in het rookgastraject bij de testaan-sluitstomp (4) uit. Metingen in het verbrandingslucht-traject kunt u bij de testaansluitstomp (3) uitvoeren. • Door de toetsen „+“ en „-“ tegelijkertijd in te drukken kunt u de meetfunctie weer verlaten.
De meetfunctie wordt ook beëindigd, als gedurende 15 minuten geen toets wordt ingedrukt. 6 Energiespaartips6. 1 Inbouw van een weersafhankelijke CV-regelingWeersafhankelijke CV-regelingen regelen de CV-aanvoer-temperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er wordt niet meer warmte opgewekt dan op dat moment nodig is. Hiervoor moet op de weersafhankelijke rege-ling de CV-aanvoertemperatuur worden ingesteld die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag niet hoger zijn dan noodzakelijk is voor de configuratie van de CV-installatie. Gewoonlijk voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma's worden gewenste verwarmings- en afkoelingsfases (b. v. 's nachts) automatisch in- en uitgeschakeld. Weersafhankelijke CV-regelingen vormen in combinatie met thermostaatkranen de zuinigste vorm van CV-rege-ling. 6.
Stel de kamertemperatuur tijdens de minimale-tempera-tuurtijden ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale tem-peratuurtijden. Met een afkoeling van meer dan 5 °C bespaart u niet meer energie, aangezien dan voor de volgende maximale verwarmingsperiode een hogere ver-warmingscapaciteit nodig zou zijn. Alleen bij langere afwezigheid, b. v. vakantie, loont het zich om de tempera-turen verder te verlagen. Let er echter in de winter op, dat wordt gezorgd voor voldoende vorstbeveiliging. 6. 3 KamertemperatuurStel de kamertemperatuur niet hoger in dan net vol-doende is om u behaaglijk te voelen. Elke graad daarbo-ven betekent een hoger energieverbruik van ca. 6 %. Pas ook de kamertemperatuur aan het betreffende gebruiksdoel van de kamer aan. Zo is het bijvoorbeeld gewoonlijk niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen. 6.
4 Instellen van de gebruiksfunctieIn het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomerfunctie te zetten. De CV-functie is dan uitgescha-keld, maar het toestel of de installatie blijft in werking voor de bereiding van warmwater. Energiespaartips 5.
14 Gebruiksaanwijzing ecoVIT6. 5 Gelijkmatig verwarmenVaak wordt in een woning slechts één kamer verwarmd met de centrale verwarming. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals muren, deuren, ramen, pla-fond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbe-doeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de radiator in deze ene verwarmde kamer is voor een der-gelijk gebruik natuurlijk niet meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer niet meer voldoende wordt ver-warmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overigens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tus-sen de verwarmde kamer en niet of beperkt verwarmde kamers). Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm.
Een groter verwarmingscomfort en een efficiënter gebruik worden bereikt, als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden verwarmd. Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed, als delen van het pand niet of onvoldoende worden verwarmd. 6. 6 Thermostaatkranen en kamer(klok)thermostatenHet zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren thermostaatkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertem-peratuur exact wordt aangehouden. Met behulp van thermostaatkranen in combinatie met een kamer(klok)thermostaat (of weersafhankelijke regeling) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw indivi-duele behoeften en bent u zeker van een efficiënt gebruik van uw CV-installatie.
Overigens kan vaak het volgende gebruikers-gedrag worden geconstateerd: Zodra een kamer te warm wordt geacht, loopt de gebruiker naar de thermos-taatkraan en draait deze dicht (of hij stelt de kamer(klok)thermostaat in op een lagere temperatuur). Als hij het na een tijdje weer te koud krijgt, draait hij de thermostaatkraan weer open. Een dergelijk gedrag is niet alleen oncomfortabel, maar ook helemaal niet nodig, want een goed functionerende thermostaatkraan doet dat helemaal vanzelf: als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop ingestelde waarde stijgt, sluit de thermostaatkraan automatisch en bij het dalen onder de ingestelde waarde opent deze weer. 6. 7 Regeltoestellen niet afdekkenZorg ervoor dat het regeltoestel niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De cir-culerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetecteerd.
Afgedekte thermostaatkranen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daar-door werken. 6. 8 Gepaste warmwatertemperatuurWie onder warm water zijn handen wil wassen, wil niet zijn vingers verbranden. Zowel voor CV-toestellen met geïntegreerde warmwaterbereiding als voor CV-toestel-len met aangesloten warmwaterboiler geldt: het warme water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik. Daarnaast verhogen warm-watertemperaturen van meer dan 60 °C bovendien de kans op kalkaanslag. 6. 9 Bewust omgaan met waterBewust omgaan met water kan de verbruikskosten aan-zienlijk verlagen. Neem bijvoorbeeld een douche in plaats van een bad: terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparen-de mengkranen uitgeruste douche slechts ca.
een derde van deze hoeveelheid water nodig. Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pak-king slechts een paar eurocent. 6.
10 Circulatiepompen alleen indien nodig laten lopenVaak zijn warmwater-leidingsystemen uitgerust met zogenoemde circulatiepompen. Deze zorgen voor een permanente omloop van warm water in het leidingsy-steem, zodat ook bij ver weg gelegen tappunten meteen warm water ter beschikking staat. Ook in combinatie met de Vaillant ecoVIT kunnen dergelijke circulatiepom-pen gebruikt worden. Deze zorgen ongetwijfeld voor meer comfort bij de warmwaterbereiding. Denk er ech-ter ook aan, dat deze pompen enerzijds natuurlijk stroom verbruiken. Anderzijds koelt het circulerende warme water ongebruikt op zijn weg door de leidingen af en moet dan weer bijgewarmd worden. Circulatiepompen dienen daarom alleen van tijd tot tijd te worden gebruikt, namelijk dan wanneer daadwerkelijk warm water algemeen in het huishouden nodig is.
Met behulp van schakelklokken, waarmee de meeste cir-culatiepompen kunnen worden uitgerust of uitgebreid, kunnen individuele tijdprogramma's worden ingesteld. Vaak bieden ook weersafhankelijke regelingen via extra functies de mogelijkheid, om circulatiepompen van tijd tot tijd aan te sturen. Vraag hiervoor uw installateur. Een andere mogelijkheid is, om via een toets of schake-laar in de buurt van een vaak gebruikt tappunt de circu-latie alleen bij concrete behoefte gedurende een bepaal-de periode in te schakelen. Op de Vaillant ecoVIT kan een dergelijke toets worden aangesloten op de toestel-elektronica. 6 Energiespaartips.
15Gebruiksaanwijzing ecoVIT BEFL6.11 Ventileren van de woningOpen tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ven-tileren en niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij, de ramen gedurende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren alle thermostaatkranen die zich in de kamer bevinden of stel een aanwezige kamer(klok)thermostaat op de minimale temperatuur in.Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegaran-deerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (b.v. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren).6.12 OnderhoudIedere machine heeft na een bepaalde gebruiksduur onderhoud nodig, zodat deze altijd veilig en betrouwbaar werkt.
En zoals u bijvoorbeeld uw auto regelmatig naar de garage brengt voor een onderhoudsbeurt, zo heeft ook uw CV-toestel dergelijke terugkerende controles en onderhoud nodig.Regelmatig onderhoud zorgt ervoor, dat uw Vaillant eco-VIT continu gereed is voor gebruik, betrouwbaar werkt en een lange levensduur heeft.Een goed onderhouden CV-toestel werkt met een beter rendement en zodoende zuiniger. Wij adviseren om inspectie- of onderhoudscontract af te sluiten met een erkend installateur.Energiespaartips 6
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant atmoVIT VKE 564 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Vaillant
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel