Vaillant atmoTEC pro-plus Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant atmoTEC pro-plus (64 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Vaillant atmoTEC pro-plus of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | atmoTEC pro-plus |
Handleiding Vaillant atmoTEC pro-plus – volledige tekst
InhoudsopgaveToesteleigenschappenAanbevolen toebehorenGebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_012ToesteleigenschappenDe Vaillant atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus-toestellen zijn compacte gaswandketels, die bovendien zijn uitgerust met een geïntegreerde warmwaterbereiding. Aanbevolen toebehorenVaillant biedt voor de regeling van de atmoTEC pro/atmoTEC plus resp. turboTEC pro/turboTEC plus ver-schillende thermostaatuitvoeringen voor aansluiting op de schakellijst of insteken in het bedieningspaneel. Uw installateur adviseert u bij de keuze van een geschik-te thermostaat. InhoudsopgaveToesteleigenschappen. 2Aanbevolen toebehoren. 21 Aanwijzingen bij de documentatie. 31. 1 Documenten bewaren. 31. 2 Gebruikte symbolen. 31. 3 Typeaanduiding en typeplaatje. 31. 4 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing. 32 Veiligheid.
3Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_011 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de hele documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing zijn nog an-dere documenten van toepassing. Voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze handleidingen, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documentenVoor de installateur:Installatie- en onderhoudshandleidingatmoTEC pro/atmoTEC plus nr. 0020029204turboTEC pro/turboTEC plus nr. 0020029203MontagehandleidingturboTEC pro/turboTEC plus LAZ nr. 0020029205GarantiekaartturboTEC pro/turboTEC plus nr. 804 558Eventueel zijn ook de andere handleidingen van alle ge-bruikte toebehoren en thermostaten van toepassing. 1.
1 Documenten bewarenBewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend gel-dende documenten zodanig dat ze direct ter beschikking staan. Overhandig de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar. 1. 2 Gebruikte symbolenNeem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaan-wijzingen in deze gebruiksaanwijzing in acht. d Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven. H Gevaar. Gevaar voor verbranding of brandwonden. a Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en/of milieu. h Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor een vereiste handeling1. 3 Typeaanduiding en typeplaatjeU vindt de typeaanduiding op het typeplaatje, dat in de fabriek op de onderzijde van het toestel is aangebracht. 1.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_0142 VeiligheidWat te doen in geval van noodd Gevaar. Gasgeur. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Als u gas ruikt handel dan als volgt:• Schakel geen licht in of uit. • Bedien ook geen andere elektrische schakelaars. • Gebruik geen telefoon in de gevarenzone. • Gebruik geen open vuur (bijv. aansteker, lucifer). • Rook niet. • Sluit de gaskraan. • Open ramen en deuren. • Waarschuw medebewoners. • Verlaat het pand. • Informeer het gasbedrijf of uw erkend installateur. VeiligheidsaanwijzingenNeem altijd goed nota van de volgende veiligheidsaan-wijzingen en voorschriften. d Gevaar. Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht-mengsels. Zorg ervoor dat explosieve of licht ontvlambare stoffen (bijvoorbeeld benzine, verf, enz.
) niet in de plaatsingsruimte van het toestel worden ge-bruikt of opgeslagen. Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Stel geen beveiligingen buiten werking. Er mogen ook geen handelingen op deze inrichtin-gen uitgevoerd worden waardoor de goede wer-king ervan in gevaar kan komen. Gevaar. Verstikkingsgevaar. Sluit nooit luchtinlaatopeningen af, omdat an-ders wegens zuurstofgebrek verstikkingsgevaar dreigt. d Gevaar. Vergiftigingsgevaar door eventueel uitstromen-de rookgassen. Als u dit CV-toestel tegelijkertijd met een afzuigventilator (b. v. afzuigkap) binnen goed afgedichte vertrekken gebruikt, moet u de Vaillant multifunctionele module (artikel-nr. : 0020017744) gebruiken. Bij rookgasschoor-stenen die door meerdere toestellen worden ge-bruikt, en gelijktijdig gebruik van afzuigventila-tors zijn extra maatregelen noodzakelijk. Vraag om informatie bij uw installateur.
U dient daarom geen veranderingen uit te voeren:– aan het toestel– in de omgeving van het toestel– aan de toevoerleidingen voor gas, verbrandingslucht, water en stroom– en aan de afvoerleidingen voor rookgasHet verbod op veranderingen geldt ook voor bouwcon-structies in de omgeving van het toestel, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de gebruiksveiligheid van het toestel. Een voorbeeld hiervoor is:– Een kastachtige mantel van het toestel moet voldoen aan de desbetreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag uw installateur om informatie, als u een dergelijke mantel wenst. Voor veranderingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in ieder geval contact opnemen met een erkend installateur, aangezien deze hiertoe bevoegd is. a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen.
5Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_01• Vernietig of verwijder geen verzegelingen van onder-delen. Enkel erkende installateurs en de servicedienst van de fabriek zijn bevoegd om verzegelde onderdelen te veranderen. H Gevaar. Verbrandingsgevaar. Uit de warmwaterkraan stromend water kan heet zijn. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhou-dende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgasafvoersysteem – leiden. Plaatsing en instellingHet toestel mag alleen door een erkend installateur wor-den geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfstelling.
De erkende installateur is eveneens verantwoordelijk voor inspectie/onderhoud en reparatie van het toestel en voor wijzigingen van het ingestelde gasvolume. a Attentie. Het toestel mag uitsluitend met een naar beho-ren gesloten toestelmantel permanent worden gebruikt. Anders kan - onder ongunstige ge-bruiksomstandigheden - materiële schade of zelfs gevaar voor lijf en leven ontstaan. Waterdruk van de CV-installatieControleer regelmatig de waterdruk van de CV-installatie (zie hoofdstuk 4. 2. 2). h Aanwijzing. (alleen voor atmoTEC/turboTEC met aangeslo-ten warmwaterboiler). Bij de levering van het toestel is een vulvoorzie-ning inbegrepen. Deze wordt door uw installa-teur zelf geïnstalleerd. NoodstroomaggregaatUw installateur heeft de gaswandketel bij installatie aan-gesloten op het elektriciteitsnet.
Als u het toestel bij elektriciteitsuitval met een nood-stroomaggregaat in gebruik wilt houden, moet deze voor wat betreft de technische waarden (frequentie, span-ning, aarding) met die van het elektriciteitsnet overeen-komen en ten minste geschikt zijn voor het opgenomen vermogen van uw toestel. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
LekkagesSluit bij lekkages in de warmwaterleidingen tussen toe-stel en tappunten meteen de koudwaterstopkraan. Laat de lekkage door een erkend installateur verhelpen. h Aanwijzing. Bij atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus-toestellen is de koudwater-stopkraan niet bij de levering van uw toestel in-begrepen. Vraag uw installateur, waar hij deze stopkraan heeft gemonteerd. VorstbeveiligingVerzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode af-wezig bent, de CV-installatie in werking blijft en de ka-mers voldoende op temperatuur worden gehouden. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Bij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in af-zonderlijke vertrekken kan niet worden uitgeslo-ten dat gedeelten van de CV-installatie door vorst beschadigd worden. Houd u beslist aan de aanwijzingen voor vorst-beveiliging in hoofdstuk 4. 9.
Voorschriften, regels en richtlijnenHet Vaillant toestel mag uitsluitend door een erkend in-stallateur worden geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige instal-latie en de eerste inbedrijfstelling. Veiligheid 2BENL.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_0163 Aanwijzingen voor het gebruik3. 1 FabrieksgarantieDe producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op het aankoop-factuur dat u heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaar-den:1. Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vak-man geplaatst worden, onder zijn volledige verant-woordelijkheid, en zal erop letten dat de normen en in-stallatievoorschriften nageleefd worden. 2. Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toe-gelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven.
De originele onderdelen moe-ten in het Vaillant-toestel gemonteerd zijn, zoniet wordt de waarborg geannuleerd. 3. Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en ge-frankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie. De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte re-geling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel ge-voegd is, door het niet opvolgen van de normen betref-fende de installatievoorschriften, het type van lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onder-delen aangerekend worden.
Bij facturatie, opgesteld vol-gens de algemene voorwaarden van de na-verkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz.
) die deze factuur uit-drukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal contant betaald moeten worden aan de fabriekstechni-cus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of ver-vangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toeken-ning van garantie sluit elke betaling van schadevergoe-ding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk verschil, zijn enkel de Tribuna-len van het district waar de hoofdzetel van de vennoot-schap gevestigd is, bevoegd. Om alle functies van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en om de toegelaten toestand niet te verande-ren, mag bij onderhoud en herstellingen enkel nog origi-nele Vaillant onderdelen gebruikt worden. 3.
2 Gebruik volgens de voorschriftenDe Vaillant gaswandketels atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus zijn volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. Toch kan er bij ondeskundig of onei-genlijk gebruik gevaar ontstaan voor lijf en leven van de gebruiker of derden resp. schade aan het toestel en an-dere voorwerpen. De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater-CV-installaties en voor de centrale warmwaterbereiding. Het is voor gebruik in zonnesyste-men alleen voorbereid voor verwarming van drinkwater. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk worden gesteld. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoor-delijk.
Tot het gebruik volgens de voorschriften horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en installatie-handleiding alsmede alle andere aanvullend geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onder-houdsvoorschriften. a Attentie. Elk oneigenlijk gebruik is verboden.
De toestellen moeten worden geïnstalleerd door een er-kend installateur, die verantwoordelijk is voor de nale-ving van de bestaande voorschriften, regels en richtlij-nen. 3. 3 Eisen aan de standplaatsDe Vaillant gaswandketels atmoTEC pro/atmoTEC plus/turboTEC pro/turboTEC plus worden aan de wand han-gend zodanig geïnstalleerd dat het mogelijk is om de verbrandingsluchtleidingen (bij turboTEC pro/turboTEC plus-toestellen) of de rookgasleidingen (bij atmoTEC pro/atmoTEC plus- en turboTEC pro/turboTEC plus-toestellen) correct te leggen. Ze kunnen b. v. worden geïnstalleerd in kelderruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerdere doelein-den. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden. d Gevaar. Verstikkings- en vergiftigingsgevaar bij onvol-doende toevoer van verbrandingslucht.
Dit CV-toestel mag alleen in voldoende geventi-leerde ruimtes geïnstalleerd en gebruikt worden. Is dit niet gewaarborgd, dan bestaat het gevaar dat rookgassen in de woonvertrekken binnen-dringen. Zorg voor ongehinderde en voldoende toevoer van verbrandingslucht (b. v. door be- en ontluchtingsopeningen in deuren, plafonds, ramen, wanden of binnenluchtnetwerk). 3 Aanwijzingen voor het gebruik.
7Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_01h Aanwijzing. Een afstand van het toestel tot onderdelen van brandbaar materiaal resp. tot brandbare voor-werpen is niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het behui-zingsoppervlak een lagere temperatuur voor-handen is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C. 3. 4 Onderhoud• Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en wat zeep. h Aanwijzing. Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen die de mantel of de koppelstukken van kunststof zouden kunnen beschadigen. 3. 5 Recycling en afvoerUw Vaillant gaswandketel atmoTEC pro/atmoTEC plus of turboTEC pro/turboTEC plus en de bijbehorende trans-portverpakking bestaan voor het grootste deel uit recy-clebaar materiaal.
ToestelUw Vaillant gaswandketel atmoTEC pro/atmoTEC plus of turboTEC pro/turboTEC plus en ook alle toebehoren horen niet thuis bij het huisvuil. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventueel aanwezige toebehoren op een correcte manier worden afgevoerd. VerpakkingHet afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de installateur die het toestel geïnstal-leerd heeft. h Aanwijzing. U dient de van toepassing zijnde nationale wet-telijke voorschriften in acht te nemen. 3. 6 Tips voor energiebesparingInbouw van een weersafhankelijke CV-regelingWeersafhankelijke CV-regelingen regelen de CV-aanvoer-temperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er wordt niet meer warmte opgewekt dan nodig. Hiervoor moet op de weersafhankelijke thermostaat de CV-aan-voertemperatuur worden ingesteld die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is.
Deze instelling mag niet hoger zijn dan noodzakelijk is voor de configuratie van de CV-installatie. Normaal voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma's worden de gewens-te verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. 's nachts) auto-matisch in- en uitgeschakeld.
Weersafhankelijke CV-rege-lingen vormen in combinatie met (thermostatische) radi-atorkranen de meest comfortabele vorm van CV-rege-ling. Afkoeling van de CV-installatieVerlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent. Dit kunt u gemakkelijk en betrouw-baar realiseren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma's. Stel de kamertemperatuur tijdens de minimale-tempera-tuurtijden ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale tem-peratuurtijden. Met een afkoeling van meer dan 5 °C be-spaart u niet meer energie, aangezien dan voor de vol-gende maximale temperatuurperiode een hogere ver-warmingscapaciteit nodig zou zijn. Alleen bij langere af-wezigheid, zoals bv. vakantie, loont het zich de tempera-tuur verder te verlagen. Let er echter wel op, dat er in de winter voldoende vorstbeveiliging is gegarandeerd.
KamertemperatuurStel de kamertemperatuur niet hoger in dan net vol-doende is om u comfortabel te voelen. Iedere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van on-geveer 6 %. Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook re-kening met het gebruik van de kamer. Zo is het bijvoor-beeld in het normale geval niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen. Instellen van de bedrijfsfunctieIn het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zo-mermodus te zetten. De CV-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installatie blijft voor de warmwa-terbereiding in gebruik. Gelijkmatig verwarmenVaak wordt in een woning met centrale verwarming slechts één kamer verwarmd.
Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, pla-fond en vloer worden onverwarmde aangrenzende ka-mers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbe-doeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de ra-Aanwijzingen voor het gebruik 3BENL.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_018diator in deze ene verwarmde kamer is voor een derge-lijk gebruik niet meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer niet meer voldoende wordt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overi-gens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en niet of beperkt verwarm-de kamers). Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm. Een groter verwarmingscomfort en een meer efficiënt gebruik wordt bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden ver-warmd. Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed als delen van het pand niet of onvoldoende worden verwarmd.
Thermostaatkranen en kamerthermostatenHet zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren (thermostatische) radiatorkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemperatuur exact wordt aangehouden. Met be-hulp van (thermostatische) radiatorkranen in combinatie met een kamerthermostaat (of weersafhankelijke ther-mostaat) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent u zeker van een effi-ciënt gebruik van uw CV-installatie. Laat in de kamer waarin zich de kamerthermostaat be-vindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aan-gezien de beide regelingen elkaar anders over en weer beïnvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt.
Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden gecon-stateerd: als het in de kamer te warm wordt, worden de (thermostatische) radiatorkranen dichtgedraaid (of de kamerthermostaat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een tijdje weer te koud wordt, wordt de ther-mostaatkraan weer opengedraaid. Dit is niet nodig aangezien de temperatuurregulering wordt overgenomen door de thermostaatkraan zelf.
Als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop inge-stelde waarde stijgt, sluit de (thermostatische) radiator-kraan automatisch en bij het dalen onder de ingestelde waarde opent deze weer. Regelapparatuur niet afdekkenZorg ervoor dat uw regelapparatuur niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De cir-culerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetecteerd. Afgedekte (thermostatische) radiatorkra-nen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoor werken. Ventileren van de woningOpen tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ven-tileren en niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij de ramen gedu-rende korte tijd volledig te openen.
Sluit tijdens het ven-tileren alle (thermostatische) radiatorkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamerthermostaat op de minimale temperatuur. Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegaran-deerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (bijv. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren). Gepaste warmwatertemperatuurHet warme water dient slechts zover opgewarmd te wor-den als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere op-warming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwater-temperaturen van meer dan 60 °C veroorzaken boven-dien in versterkte mate kalkaanslag. Bewust omgaan met waterDoor bewust om te gaan met water kunnen de verbruiks-kosten duidelijk dalen. Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: terwijl voor een bad ca.
150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende kranen uitge-ruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig. Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar cent.
Instelling van de warmstartfunctie (alleen atmoTEC plus/turboTEC plus)De warmstartfunctie levert direct warm water met de gewenste temperatuur zonder opwarmtijden te hoeven afwachten. Hiervoor wordt de secundaire-warmtewisse-laar op een vooraf ingesteld temperatuurpeil gehouden. Zet de temperatuurkeuzeknop niet hoger dan de beno-digde temperatuur om energieverlies te voorkomen. Als u langere tijd geen warm water nodig hebt, adviseren wij voor verdere energiebesparing de warmstartfunctie uit te schakelen. 3 Aanwijzingen voor het gebruik.
9Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_014 Bediening4. 1 Overzicht van de bedieningselementen 4. 1. 1 Bedieningselementen bij atmoTEC plus/turboTEC plusbar198765234Afb. 4. 1 Bedieningselementen atmoTEC plus, turboTEC plusTrek de frontklep aan de greep naar beneden om deze te openen. De nu zichtbare bedieningselementen hebben de volgende functies (zie afb. 4. 1):1 Display voor weergave van de actuele waterdruk van de CV-installatie, de CV-aanvoertemperatuur of be-paalde extra informatie. 2 Toets "i" voor het oproepen van informatie. 3 Inbouwthermostaat (toebehoren). 4 Aan/uit-schakelaar voor het in- en uitschakelen van het toestel. 5 Toets "+" voor het verderbladeren van de displayweer-gave (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en opsporen van storingen) en voor de omschakeling van de weergave naar de actuele CV-aanvoertemperatuur.
6 Toets "-" voor terugbladeren van de displayweergave (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en op-sporen van storingen). 7 Toets "Reset" voor het terugzetten van bepaalde sto-ringen. 8 Draaiknop voor het instellen van de CV-aanvoertempe-ratuur. 9 Alleen bij atmoTEC/turboTEC met geïntegreerde warmwaterbereiding: draaiknop voor het instellen van de warmwateruitstroomtemperatuur. Alleen bij atmoTEC/turboTEC met aangesloten warmwaterboiler: draaiknop voor het instellen van de boilertemperatuur. Digitaal informatie- en analysesysteembar231Afb. 4. 2 Display (tijdens tappen van water bij atmoTEC plus, turboTEC plus)Het toestel atmoTEC pro/atmoTEC plus of turboTEC pro/turboTEC plus is uitgerust met een digitaal informatie- en analysesysteem. Dit systeem geeft informatie over de bedrijfstoestand van het toestel en helpt u bij het verhel-pen van storingen.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_0110Bovendien geven de weergegeven symbolen de volgende informatie:Display(3)Weergave van de actuele waterdruk van de CV-installatie, van de CV-aanvoertemperatuur of weergave van een sta-tus- of storingscode. Permanent aan: storing in het verbrandingslucht-/rookgastrajectKnippert: automatische buislengte-aanpas-sing is actiefZolang het symbool op het display verschijnt, wordt door het toebehoren vrnetDIALOG de CV-aanvoertemperatuur en warmwater-uitstroomtemperatuur ingesteld, wat bete-kent dat het toestel werkt met andere temperaturen dan die met de draaiknoppen (1) en (2) zijn ingesteld. CV-functie actief:permanent aan: bedrijfsfunctie CV-functie. knippert: branderwachttijd actief. Warmwaterbereiding actief:VUW*: permanent aan: warmwater wordt getapt. uit: er wordt geen warmwater getapt.
VU**: permanent aan: warmwaterboiler aangesloten knippert: boilerlading actief Warmstartfunctie actief:permanent aan: warmstartfunctie is standby. knippert: warmstartfunctie is in bedrijf, brander aan. CV-pomp is in bedrijf. Intern gasventiel wordt aangestuurd. Vlam met kruis:Storing tijdens branderfunctie; toestel is in storing ge-schakeldVlam zonder kruis:Correcte branderfunctie. Tabel 4. 1 Betekenis van de symbolen op het display* Alleen bij atmoTEC/turboTEC met geïntegreerde warmwaterbereiding: ** Alleen bij atmoTEC/turboTEC met aangesloten warm-waterboiler:h Aanwijzing. Druk gedurende ca. 5 seconden op de toets "-", om te wisselen van de weergave van de aan-voertemperatuur in het display naar de weerga-ve van de systeemdruk en vice versa. 4. 1. 2 Bedieningselementen bij atmoTEC pro/turboTEC proTrek de frontklep aan de greep naar beneden om deze te openen.
3 Bedieningselementen atmoTEC pro, turboTEC pro1 Display voor weergave van de actuele waterdruk van de CV-installatie, de CV-aanvoertemperatuur of be-paalde extra informatie. 2 Signaallampen voor bedrijfsfuncties. 3 Toets "i" voor het oproepen van informatie. 4 Inbouwthermostaat (toebehoren). 5 Aan/uit-schakelaar voor het in- en uitschakelen van het toestel. 6 Toets "+" voor het verderbladeren van de displayweer-gave (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en het opsporen van storingen). 7 Toets "-" voor het terugbladeren van de displayweer-gave (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en het opsporen van storingen) en voor omschakeling van de weergave naar de actuele CV-aanvoertemperatuur. 8 Toets "Reset" voor het terugzetten van bepaalde sto-ringen. 9 Draaiknop voor het instellen van de CV-aanvoertempe-ratuur.
11Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_01Multifunctionele weergaveHet toestel atmoTEC pro of turboTEC pro is uitgerust met een multifunctionele weergave. Als de aan/uit-scha-kelaar ingeschakeld is en het toestel normaal functio-neert, geeft de weergave de actuele waterdruk van de CV-installatie aan (in het voorbeeld 1,2 bar). bar1423Afb. 4. 4 Display atmoTEC pro, turboTEC pro1 Weergave van de actuele waterdruk van de CV-installa-tie, van de CV-aanvoertemperatuur of weergave van een status- of storingscode. 2 Groene signaallamp warm water uit: er wordt geen warm water getaptknippert: warm water wordt getapt3 Gele signaallamppermanent aan: brander aan4 Rode signaallamppermanent aan: storing in toestel, een storingscode wordt weergegeven.
Alleen in combinatie met vrnetDIALOG:Zolang het symbool op het display verschijnt, wordt via het toebehoren vrnetDIALOG een CV-aanvoer- en warmwater-uitstroomtempera-tuur ingesteld, dat betekent dat het toestel werkt met andere temperaturen dan die met de draaiknoppen (9) en (10) zijn ingesteld. Deze bedrijfsfunctie kan alleen beëindigd wor-den:– door vrnetDIALOG of– door veranderen van de temperatuurinstelling met de draaiknoppen (9) of (10) met meer dan±5 K. Deze bedrijfsfunctie kan niet beëindigd worden:– door op de toets (8) "Reset" te drukkenof– door uit- of inschakelen van het toestel. 4. 2 Maatregelen voor de inbedrijfstelling4. 2. 1 Afsluitvoorzieningen openenh Aanwijzing. De afsluitvoorzieningen worden niet meegele-verd met uw toestel. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om infor-matie over positie en bediening van deze onder-delen.
Ter controle kunt u bij een warmwaterkraan bij een tappunt proberen of daar water uitkomt. 4. 2. 2 Systeemdruk controlerenbar12Afb. 4. 5 Waterdruk van de CV-installatie controleren (hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)• Controleer vóór in de inbedrijfstelling de waterdruk van de installatie op het display (1) of op de manome-ter (2). Voor een storingsvrij bedrijf van de CV-installa-tie dient bij koude installatie op het display een water-druk tussen 1,0 en 2,0 bar getoond te worden (op de manometer bevindt de wijzer zich dan in het lichtgrijze gebied). Bedraagt de waterdruk minder dan 0,8 bar (de wijzer van de manometer bevindt zich dan in het don-kergrijze gebied), moet vóór de inbedrijfstelling water bijgevuld worden (zie hoofdstuk 4. 7. 4). h Aanwijzing.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_0112h Aanwijzing. Om het gebruik van de installatie met een te kleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, be-schikt uw toestel over een druksensor. Bij te lage waterdruk knippert de weergave eerst op het display. Bij verdere drukverlaging wordt het toestel in storing geschakeld en verschijnt op de display de storingsmelding "F. 22". Om het toestel terug in gebruik te nemen, moet u water in de installatie bijvullen (zie hoofdstuk 4. 7. 4). Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur. h Aanwijzing. Druk gedurende ca.
5 seconden op de toets "-", om te wisselen van de weergave van de aan-voertemperatuur in het display naar de weerga-ve van de systeemdruk en vice versa. 4. 3 Inbedrijfstellingbar21Afb. 4. 6 Toestel inschakelen (hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)• Met de aan/uit-schakelaar (1) kunt u het toestel in- en uitschakelen:"I" = Aan"0" = Uit. Als u het toestel inschakelt, verschijnt op het display (2) de actuele waterdruk van de CV-installatie. Voor het instellen van het toestel volgens uw wensen leest u hoofdstuk 4. 4 en 4. 5, waarin de instelmogelijkhe-den voor de warmwaterbereiding en de CV-functie zijn beschreven. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden.
7 Instelling van de warmwatertemperatuur(hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)• Schakel het toestel in volgens de beschrijving in hoofd-stuk 4. 3. • Stel de draaiknop (3) voor de instelling van de warm-wateruitstroomtemperatuur (VUW)/boilertempera-tuur (VU) op de gewenste temperatuur in. Alleen bij atmoTEC/turboTEC met geïntegreerde warmwaterbereiding (warmwateruitstroomtempera-tuur):- linker aanslag ca. 35 °C- rechter aanslag max. 65 °C. Alleen bij atmoTEC/turboTEC met aangesloten warmwaterboiler (boilertemperatuur): – linker aanslag ca. 15 °C– rechter aanslag max. 75 °C. Bij het instellen van de gewenste temperatuur wordt de daarbij behorende gewenste waarde weergegeven op het display (2). Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en ver-schijnt op het display weer de standaardweergave (actu-ele waterdruk van de CV-installatie). a Attentie. Gevaar voor kalkaanslag.
13Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_01d Gevaar. Gezondheidsrisico door legionellavorming. Als het toestel wordt gebruikt voor naverwar-ming in een solair ondersteunde drinkwaterver-warmingsinstallatie, moet de warmwateruit-stroomtemperatuur/boilertemperatuur met de draaiknop (3) op minstens 60 °C worden inge-steld. 4. 4. 2 Warmstartfunctie in- en uitschakelen (alleen atmoTEC/turboTEC plus met geïnte-greerde warmwaterbereiding)De warmstartfunctie levert direct warm water met de gewenste temperatuur zonder een opwarmtijd te hoeven afwachten. Hiervoor wordt de secundaire-warmtewisse-laar van het turboTEC pro/turboTEC plus of atmoTEC pro/atmoTEC plus toestel op het vooraf inge-stelde temperatuurniveau gehouden. bcba11Afb. 4.
8 Warmstartfunctie in- en uitschakelenDe warmstartfunctie activeert u door de draaiknop (1) kort tot aan de aanslag (instelling a) naar rechts te draaien. Vervolgens kiest u de gewenste warmwateruitstroom-temperatuur, bijv. instelling b (zie hoofdstuk 4. 4. 1). Het toestel past de warmhoudtemperatuur automatisch aan de ingestelde warmwatertemperatuur aan. Het getempe-reerde water is bij aftapping direct beschikbaar; op het display knippert het symbool. De warmstartfunctie schakelt u uit door de draaiknop (1) kortstondig tot aan de aanslag naar links te draaien (in-stelling c). Het symbool verdwijnt. Vervolgens kiest u weer de gewenste warmwateruitstroomtemperatuur, b. v. instelling b. 4. 4. 3 Warm water tappen1Afb. 4.
9 Warm water tappenAlleen bij atmoTEC/turboTEC met geïntegreerde warmwaterbereiding: bij het openen van een warmwa-terkraan (1) bij een tappunt (wasbak, douche, badkuip, enz. ) gaat het toestel zelfstandig in bedrijf en levert het u warm water. Het toestel schakelt de warmwaterbereiding bij het slui-ten van de waterkraan automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na.
Alleen bij atmoTEC/turboTEC met geïntegreerde warmwaterbereiding: wordt bij de warmwaterboiler water afgetapt of daalt de temperatuur van de boiler onder de ingestelde waarde, dan start het toestel auto-matisch op en verwarmt het water dat zich in de boiler bevindt. Wanneer de ingestelde boilertemperatuur is bereikt, wordt het toestel automatisch uitgeschakeld. De pomp loopt nog een korte tijd na. Bediening 4BENL.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_01144. 5 Instellingen voor de CV-functie4. 5. 1 Aanvoertemperatuur instellen (geen thermos-taat aangesloten)21barAfb. 4. 10 Aanvoertemperatuur-instelling zonder thermostaat(hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)Als geen externe thermostaat aanwezig is, dan stelt u de aanvoertemperatuur met de draaiknop (1) in overeen-komstig de buitentemperatuur. Daarbij adviseren wij de volgende instellingen:– stand links (echter niet tot aan de aanslag) in de over-gangstijd: buitentemperatuur ca. 10 tot 20 °C– stand midden bij matige kou:buitentemperatuur ca. 0 tot 10 °C– stand rechts bij sterke kou:buitentemperatuur ca. 0 tot –15 °CBij het instellen van de temperatuur wordt de ingestelde temperatuurwaarde weergegeven op het display (2). Na ca.
vijf seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele wa-terdruk van de CV-installatie). Normaal kan de draaiknop (1) traploos worden ingesteld tot een aanvoertemperatuur van 75 °C. Als u echter an-dere maximumwaarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw CV-installatie ook met dienovereenkomstige aan-voertemperaturen kan werken. 4. 5. 2 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een thermostaat)bar1Afb. 4. 11 Aanvoertemperatuur-instelling bij gebruik van een thermostaat (hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)Als uw CV-toestel met een weersafhankelijke regeling of een kamerthermostaat is uitgerust, moet u het volgende instellen:• Zet de draaiknop (1) voor de instelling van de CV-aan-voertemperatuur op de rechter aanslag.
15Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_014.5.4 Kamerthermostaat of weersafhankelijke ther-mostaat instelleniFP21Afb. 4.13 Kamerthermostaat/weersafhankelijke thermostaat in-stellen• Stel de kamerthermostaat (1), de weersafhankelijke thermostaat en de thermostaatkranen (2) volgens de betreffende gebruiksaanwijzingen van deze toebeho-ren in.4.6 Statusweergaven (voor onderhouds- en ser-vicewerkzaamheden door de installateur)bar21Afb. 4.14 Statusweergaven(hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)De statusweergaven geven informatie over de operatio-nele toestand van het toestel.• Activeer de statusweergaven door toets "i" (1) in te drukken.Op de display (2) verschijnt nu de weergave van de be-treffende statuscode, bijv. "S.4" voor branderfunctie. De betekenis van de belangrijkste statuscodes kunt u lezen in de tabel 4.2.Tijdens omschakelfases, b.v.
Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_01164. 7 Verhelpen van storingenAls tijdens de werking van de gaswandketel problemen optreden kunt u de volgende punten zelf controleren. Storing Oorzaak OplossingToestel treedt niet in werking:geen warm water, CV blijft koud. De door de installateur bij u geïnstalleerde gaskraan in de toevoerleiding en/of de gaskraan op het toe-stel staat dicht. Draai de beide gaskranen open (zie hoofdstuk 4. 2. 1). De koudwaterstopkraan is gesloten. Open de koudwaterstopkraan (zie hoofdstuk 4. 2. 1). De stroomvoorziening bij u in het gebouw is onder-broken. Controleer of de betreffende zekeringautomaat ingescha-keld is resp. of de zekering in orde is en of de stekker cor-rect in de wandcontactdoos zit Het toestel schakelt bij het terugkeren van de netspanning automatisch opnieuw in.
De aan/uit-schakelaar op de gaswandketel staat op "0" = Uit. Draai de aan/uit-schakelaar (4, afb. 4. 1) op "I" = Aan (zie hoofdstuk 4. 3). Is de draaiknop voor de aanvoertemperatuurinstel-ling op de gaswandketel tot aan de linker aanslag gedraaid, dus op vorstbeveiliging gezet (zie hoofd-stuk 4. 9). Wanneer u een externe thermostaat hebt aangesloten: draai de draaiknop voor de instelling van de CV-aanvoer-temperatuur tot aan de rechter aanslag. Wanneer u geen externe thermostaat hebt aangesloten:zie hoofdstuk 4. 5. 1. De waterdruk van de CV-installatie is niet voldoende (zie hoofdstuk 4. 7. 1). Vul water bij in de CV-installatie (zie hoofdstuk 4. 7. 4). Er zit lucht in de CV-installatie. Laat uw installateur de CV-installatie ontluchten. Er doet zich een storing voor bij de ontsteking. Druk maximaal drie keer op de resetknop om de storing op te heffen.
Mocht het toestel dan nog niet opstarten, moet u een erkend installateur raad vragen ter controle en om de storing op te lossen (zie hoofdstuk 4. 7. 2). Warmwaterfunctie storingsvrij; CV gaat niet in bedrijf. Zijn de externe thermostaten (bijv.
thermostaat calorMATIC) correct ingesteld. Stel de thermostaat correct in (zie hoofdstuk 4. 5. 4). Tabel 4. 3 Verhelpen van storingena Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen. Wanneer uw gaswandketel na het verhelpen van de storing nog altijd niet storingsvrij functio-neert, moet u een erkend installateur om raad vragen ter controle en om de storing op te los-sen. 4. 7. 1 Storingen wegens watergebrekHet toestel schakelt op storing, als de waterdruk in de CV-installatie te laag is. Deze storing wordt aangegeven door de storingscodes "F. 22" (droogkoken) resp. "F. 23" of "F. 24". Het toestel kan pas weer in bedrijf worden genomen, als de CV-installatie voldoende met water is gevuld (zie hoofdstuk 4. 7. 4). 4 Bediening.
17Gebruiksaanwijzing atmoTEC pro/atmoTEC plus en turboTEC pro/turboTEC plus 0020029202_014. 7. 2 Storingen bij de ontstekingbar21Afb. 4. 15 Reset(hier afgebeeld: atmoTEC/turboTEC plus)Als na drie ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel niet in en schakelt naar storing. Dit wordt aangegeven door weergave van de storingscodes "F. 28 " of "F. 29 " op het display. atmoTEC/turboTEC plus:Bovendien wordt op het display een vlamsymbool met kruis (1) weergegeven. atmoTEC/turboTEC pro:Bovendien brandt de rode signaallamp. Een nieuwe automatische ontsteking vindt pas na een handmatige reset plaats. • Druk voor de reset op de resetknop (2) en houd deze ca. een seconde ingedrukt. a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen.
Als uw gaswandketel na de derde resetpoging nog altijd niet in bedrijf gaat, moet u een erkend installateur voor de controle om advies vragen. 4. 7. 3 Storingen in het rookgastrajectAlle atmoTEC/turboTEC-toestellen zijn uitgerust met een controlevoorziening van het rookgastraject. Bij niet cor-recte werking van het rookgastraject wordt het toestel uitgeschakeld. - Op het display van de toestellen atmoTEC/turboTEC plus verschijnen dan de symbolen en. - Bij de atmoTEC/turboTEC pro-toestellen brandt de rode LED permanent. - Bij alle toestellen verschijnt een storingsmelding:atmoTEC: F. 3 6turboTEC: F. 33a Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen. Bij deze foutmelding moet u een erkend instal-lateur voor de controle om advies vragen. 4. 7. 4 Toestel/CV-installatie vullenbar21Afb. 4.
Voor een storingsvrij bedrijf van de CV-installa-tie dient bij koude installatie op het display een water-druk tussen 1,0 en 2,0 bar getoond te worden (op de manometer bevindt de wijzer zich dan in het lichtgrijze gebied). Bedraagt de waterdruk minder dan 0,8 bar (de wijzer van de manometer bevindt zich dan in het don-kergrijze gebied), moet vóór de inbedrijfstelling water bijgevuld worden. h Aanwijzing. De aanduiding van de systeemdruk op het dis-play functioneert enkel wanneer het toestel op het elektriciteitsnet aangesloten en ingescha-keld is. Aanwijzing. (alleen voor atmoTEC/turboTEC met aangeslo-ten warmwaterboiler). Bij de levering van het toestel is een vulvoorzie-ning inbegrepen. Deze wordt door uw installa-teur zelf geïnstalleerd. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant atmoTEC pro-plus stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Vaillant
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel