Vaillant atmoMAG 11-0-0 GX Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant atmoMAG 11-0-0 GX (38 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 137 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Vaillant atmoMAG 11-0-0 GX of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Boiler |
| Model: | atmoMAG 11-0-0 GX |
Foutcodes Vaillant atmoMAG 11-0-0 GX
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| F02 | Temperatuursensor defect. | Neem contact op met uw technicus. Dit is een defect dat alleen door een gekwalificeerde technicus kan worden verholpen. |
| F28 | Gastoevoer onderbroken. Lucht in de gastoevoerleiding. Storing in de ontstekingsinrichting. Lage waterdruk. Het toestel treedt niet in werking. | 1. Zorg voor de gastoevoer. 2. Bij vloeibaar gas: Vervang evt. een lege gasfles door een volle. 3. Zorg ervoor dat het afsluitventiel aan de gasaansluiting geopend is. 4. Open en sluit de waterkraan meerdere kalen om lucht in de gastoevoer te verwijderen. 5. Zorg ervoor dat het koudwaterafsluitventiel geopend is. 6. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw technicus. |
| F29 | Gastoevoer onderbroken. Lucht in de gastoevoerleiding. Lage waterdruk. | 1. Zorg voor de gastoevoer. 2. Bij vloeibaar gas: Vervang evt. een lege gasfles door een volle gasfles. 3. Open en sluit de waterkraan meerdere keren om lucht in de gastoevoer te verwijderen. 4. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw technicus. |
| F36 | Lage waterdruk. Oververhitting. Veiligheidstempperaturbegrenzer is uitgevallen. | 1. Zorg ervoor dat het koudwaterafsluitventiel geopend is. 2. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met uw technicus. |
Handleiding Vaillant atmoMAG 11-0-0 GX – volledige tekst
2Gebruiksaanwijzing atmoMAGAlgemene informatieDe toestellen atmoMAG zijn aansluitklaar, ze dienen enkel nog met de buisleidingen en de rookgasinstallatie verbonden te worden. Ze dienen om een of meerdere aftappunten, b. v. wastafels, douches en badkuipen van warm water te voorzien. De toestellen moeten aan een rookgassysteem met natuurlijke luchtafvoer (haard) aangesloten worden. U beschikt over een automatische ontstekings- en bewa-kingsinrichting voor de hoofdbrander, daarvoor valt het gasverbruik van een permanent brandende ontstekings-vlam weg. Bij de toestellen van het type GX zorgt een generator vanaf een doorstromingshoeveelheid van 2,2 liter per minuut voor de stroomvoorziening van de elektronische ontsteking. De gasdoorstroomgeisers van het type GX beschikken over een rookgassenssor die bij storingen van de rook-gasgeleiding de gastoevoer naar de brander onder-breekt.
De toestellen kunnen aan de beschikbare gassoort aan-gepast worden. Voor het ombouwen van het toestel op andere gassoorten, gelieve uw installateur om advies te vragen. De precieze benaming van uw toestel heeft de installa-teur na de installatie in de installatiehandleiding in de tab. 10. 2 Gaswaarden m. b. t. de ingestelde gassoort ver-meld. Bijzondere productkenmerkenHet maximale vermogen van de toestellen kan naarge-lang de behoefte via de vermogenskeuze van 50 % tot 100 % in 10 stappen ingesteld worden. In het bereik van de gekozen vermogensstand wordt de gashoeveelheid traploos aan de doorstromende waterhoeveelheid aan-gepast. Door deze uitrustingskenmerken onstaan voor het gebruik de volgende voordelen:– Het toestel verbruikt slechts zoveel gas als nodig is voor de momentele behoefte.
Daardoor wordt in het volledige aftapbereik van het toestel een constante uitlooptemperatuur bereikt. – Het gebruik van thermostaat-mengbatterijen en één-greeps mengkranen is zonder beperking mogelijk. – De toestellen kunnen ook voor de voorziening van aftappunten met geringe afnamehoeveelheden, b.
v. bidets, ingezet worden, omdat al warmwaterhoeveel-heden vanaf 2,2 l/min met constante uitlooptempera-tuur getapt kunnen worden. – De toestellen kunnen ook in gebieden met lage toe-voerdruk (vanaf 0,2 bar, type GX vanaf 0,4 bar) pro-bleemloos ingezet worden. – De manuele ontstekingsprocedure valt weg. – De toestellen van het type GX worden onafhankelijk van een batterij gebruikt. Hierdoor valt de batterijwis-sel weg. 1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installa-tievoorschriften zijn andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Gebruiksaanwijzing (nr. 921099)– Garantiekaartvoor de vakman:– Installatiehandleiding (nr.
921099)1. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze gebruiksaanwijzing alsook alle andere belangrijke documenten zodanig te bewaren dat ze direct ter beschikking staan. Geef de documenten bij verhuis of verkoop van het toe-stel aan de volgende eigenaar. 1. 2 Gebruikte symbolenGelieve bij de bediening van het toestel de veiligheidsin-structies in deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen. Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor leven en goed. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu. Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor vereiste activiteit. 1.
3Gebruiksaanwijzing atmoMAG BE nl1. 4 ToesteltypeU kunt het geïnstalleerde toesteltype aan de hand van de vermelding in het hoofdstuk 10 Technische gegevens in de installatiehandleiding vaststellen, die de installa-teur na de installatie daar aangebracht heeft. 2 VeiligheidWat te doen in geval van nood Gevaar. Gasgeur. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Gelieve bij gasgeur als volgt te handelen:• Geen licht in-/uitschakelen. • Geen andere elektrische schakelaars bedienen. • Geen telefoon in de gevarenzone gebruiken. • Geen open vuur gebruiken (b. v. aansteker, lucifer). • Niet roken. • Gasafsluitkraan sluiten. • Ramen en deuren openen. • Medebewoners waarschuwen. • Huis verlaten. • Gasmaatschappij of uw erkende technicus op de hoog-te brengen. VeiligheidsinstructiesNeem absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. Gevaar.
Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht-mengsels. Explosieve of licht ontvlambare stoffen (b. v. benzine, verf etc. ) niet in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan. Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De rookgasbewakingsinrichting (rookgassensor) mag in geen geval uit bedrijf gesteld worden. Anders kunnen bij permanent ongunstige lucht-afvoeromstandigheden in de schoorsteen rook-gassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen. Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval uit bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichtingen uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen.
Daarom geen veranderingen uitvoeren:– aan het toestel– in de omgeving van het toestel– aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht, water en stroom– alsook aan de afvoerleidingen voor rookgasHet veranderingsverbod geldt eveneens voor bouwcon-structies in de omgeving van het toestel, voor zover die een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel kun-nen hebben. Voorbeelden hiervoor zijn:– Be- en ontluchtingsopeningen in deuren, plafonds, ramen en wanden mag u niet afsluiten, ook niet tijde-lijk. Bedek bijvoorbeeld geen ventilatieopeningen met kledingstukken e. d. Bij het plaatsen van vloerbekledin-gen mogen de ventilatieopeningen aan de onderkan-ten van de deuren niet afgesloten of verkleind worden. – De ongehinderde toevoer van lucht naar het toestel mag u niet hinderen. Let hierop vooral bij het eventu-eel opstellen van kasten, rekken of dergelijke onder het toestel.
Een kastachtige bekleding van het toestel valt onder de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag hierover om informatie bij uw gespecialiseerde firma, als u een dergelijke bekleding wenst. – Openingen voor toevoerlucht en rookgas moet u vrij-houden. Let erop dat b. v. afdekkingen van de openin-gen bij werkzaamheden opnieuw verwijderd worden. – De toestellen mogen niet in ruimtes geïnstalleerd wor-den, van waaruit ventilatie-installaties of warmelucht-verwarmingsinstallaties lucht met behulp van ventila-toren afzuigen (b. v. wasemkappen, droogtrommels). Tenzij er veiligheidsinrichtingen gebruikt worden die bij het gebruik van de gasdoorstroomgeiser de ventila-toren automatisch uitschakelen. We raden voor derge-lijke gevallen ons toebehoren Solomatik voor MAG (best. -nr. 304. 821) aan.
– Bij het inbouwen van voegdichte vensters moet u er in samenspraak met uw erkende gespecialiseerde firma voor zorgen dat er voor voldoende toevoer van ver-brandingslucht naar het toestel gezorgd wordt.
Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval een beroep doen op de erkende gespecialiseerde firma die hiervoor bevoegd is. Attentie. Beschadigingsgevaar door ondeskundige veran-deringen. Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipula-ties aan de gasdoorstroomgeiser of aan andere delen van de installatie uit. Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren. – Vernietig of verwijder geen loodjes van componenten. Enkel erkende vaklui en de klantendienst van de fabriek zijn geautoriseerd om gelode componenten te veranderen. Aanwijzingen bij de documentatie 1Veiligheid 2.
4Gebruiksaanwijzing atmoMAG Gevaar. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. Attentie. Beschadigingsgevaar. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhou-dende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgassysteem – leiden. Opstelling en instellingHet toestel mag enkel door een erkende technicus geïn-stalleerd worden. Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en ingebruikneming. Deze technicus is eveneens voor inspectie/onderhoud en reparatie van het toestel alsook voor wijzigingen van de ingestelde gashoeveelheid bevoegd. 3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik3.
1 FabrieksgarantieDe producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van één jaar vanaf de datum vermeld op het aankoop-factuur dat u heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaar-den:1. Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vak-man geplaatst worden, onder zijn volledige verant-woordelijkheid, en zal erop letten dat de normen en installatievoorschriften nageleefd worden. 2. Het toestel moet voorzien worden van een geldig bewijs van goedkeuring door de officiÎle Belgische instanties. 3. Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waar-borg van toepassing zou blijven. De originele onderde-len moeten in het Vaillant-toestel gemonteerd zijn, zoniet wordt de waarborg geannuleerd.
De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de nietnaleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type van lokaal of ver-luchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onderdelen aangerekend worden. Bij facturatie, opge-steld volgens de algemene voorwaarden van de na-verkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitge-voerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv.
huurder, eigenaar, syndic, enz. ) die deze factuur uitdrukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuurbedrag zal contant betaald moeten worden aan de fabriekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderde-len tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garan-tie sluit elke betaling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk verschil, zijn enkel de Tribunalen van het district waar de hoofdzetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd. 3. 2 Gebruik volgens de bestemmingDe Vaillant-gasdoorstroomgeisers van de serie atmoMAG zijn volgens de modernste technieken en de erkende veiligheidstechnische regels geconstrueerd.
Toch kunnen er bij het ondeskundige of niet-reglemen-taire gebruik gevaren voor leven en goed van de gebrui-ker of derden of beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan. De gasdoorstroomgeisers zijn speciaal voor de warmwa-terbereiding met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschrif-ten.
Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt alleen de gebruiker. Tot het gebruik volgens de bestemming horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en de installatie-voorschriften alsook alle andere geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor-schriften. Attentie. Elk misbruik is verboden. De gasdoorstroomgeiser moet door een gekwalificeerde technicus geïnstalleerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verant-woordelijk is. 3. 3 Vereisten aan de plaats van opstellingDe gasdoorstroomgeisers worden aan een muur, bij voorkeur in de buurt van het regelmatige aftappunt en van de rookgasschoorsteen geïnstalleerd. Ze kunnen in b. v. woningen, kelderruimtes, bergruimtes of polyvalente ruimtes geïnstalleerd worden.
Vraag uw technicus welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden. De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorst-beveiligingsmaatregelen in acht. 2 Veiligheid3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik.
5Gebruiksaanwijzing atmoMAG BE nl Aanwijzing!Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp. te brandbare onderdelen is niet vereist, omdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane tempera-tuur van 85 °C.3.4 Onderhoud• Reinig de bekleding van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. Aanwijzing!Gebruik geen schurende of reinigingsmiddelen die de bekleding of de bedieningselementen van kunststof zouden kunnen beschadigen.3.5 Recycling en afvoerZowel uw gasdoorstroomgeiser alsook de verpakking bestaan voor het grootste deel uit recyclebaar materiaal.3.5.1 ToestelUw gasdoorstroomgeiser alsook alle toebehoren horen niet in het huishoudelijke afval thuis. Zorg ervoor dat het oude toestel en evt.
voorhanden toebehoren op een des-kundige manier afgevoerd worden.3.5.2 VerpakkingHet afvoeren van de transportverpakking laat u het best over aan de gespecialiseerde firma die het toestel geïn-stalleerd heeft. Aanwijzing!Gelieve de geldende nationale wettelijke voor-schriften in acht te nemen.3.6 Energiebesparende tipsGepaste warmwatertemperatuurHet water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik. Warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C leiden bovendien tot versterkte kalkaanslag.Bewuste omgang met waterEen bewuste omgang met water kan de verbruikskosten duidelijk doen dalen. Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: Terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparen-de armaturen uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig.
Overigens: Een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een ondichte toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe afdichting slechts een paar cent.Aanwijzingen bij installatie en gebruik 3
6Gebruiksaanwijzing atmoMAG4 Bediening4.1 Overzicht van de bedieningselementen3671958Afb. 4.1 Bedieningselementen atmoMAGLegende 1 Temperatuurkeuzeknop3 LCD-weergave-element (vlammensymbool, batterijsymbool, uit-looptemperatuur, storingscode)5 Hoofdschakelaar AAN/UIT6 Koudwateraansluiting7 Gasaansluiting8 Warmwateraansluiting9 Vermogensschakelaar (10-traps van 50 – 100%)Het vlammensymbool knippert terwijl de brander in gebruik is. Het batterijsymbool knippert bij een zwakke batterij.4.2 Maatregelen voor de ingebruikneming67Afb. 4.2 Afsluitinrichtingen• Open de gasafsluitkraan (7) van het toestel door de greep in te drukken en naar links tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai).• Open het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) van het toestel door de greep naar links tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai).4.3 Ingebruikneming95Afb.
4.3 Ingebruikneming• Druk de hoofdschakelaar (5) in zodat hij vastklikt.• Draai de vermogensdraaischakelaar (9) op de gewens-te stand. De gasdoorstroomgeiser gaat in stand-by. Op het indicatie-element verschijnt de uitlooptemperatuur. Aanwijzing!Gelieve bij eventuele ondichtheden in de warm-waterleiding tussen toestel en aftappunten onmiddellijk het koudwaterafsluitventiel met een sleufschroevendraaier aan het toestel aan te sluiten, zie paragraaf 4.7 Buiten bedrijf stel-len. Laat ondichtheden door uw erkende gespe-cialiseerde firma verhelpen.4 Bediening
7Gebruiksaanwijzing atmoMAG BE nl4. 4 Wamwaterbereiding4. 4. 1 Warm water tappen Gevaar. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. • Draai de warmwaterkraan aan het aftappunt, b. v. was-tafel, gootsteen open, zo treedt de gasdoorstroomgei-ser automatisch in werking en wordt er warm water geleverd. Zolang de brander in gebruik is, verschijnen de uit-looptemperatuur en het vlammensymbool knipperend op het display. Aanwijzing. Als uw gasdoorstroomgeiser bij het tappen van warm water niet in werking treedt, controleer dan of het voor de waterkraan ingebouwde afsluitventiel volledig geopend is en de hoofd-schakelaar op AAN (I) staat. Aanwijzing. Verder kan de in de waterkraan ingebouwde zeef vervuild zijn. U kunt de zeef demonteren om hem schoon te maken. Bij verkalking raden we u aan om de zeef met een kalkoplossend middel (b. v. azijn) te behandelen.
De gasdoorstroomgeiser gaat automatisch uit gebruik als u de warmwaterkraan sluit. 4. 4. 2 Watertemperatuur instellen1Afb. 4. 4 Instellen van de watertemperatuurHet toestel levert een constante watertemperatuur, onafhankelijk van de getapte hoeveelheid en de koudwa-terinlooptemperatuur. Met de temperatuurkeuzeknop (1) kunt u de watertem-peratuur variëren:• Draai de temperatuurkeuzeknop naar rechts : Temperatuur hoger. • Draai de temperatuurkeuzeknop naar links: tem-peratuur lager. U kunt de watertemperatuur ook veranderen terwijl u warm water tapt. 4. 5 Toestelvermogen instellen4. 5. 1 VermogensinstellingHet toestelvermogen kan via de vermogensdraaischake-laar in tien standen tussen ca. 50 % en 100 % van het nominale warmtevermogen ingesteld worden.
U kunt door het verlagen van het toestelvermogen of door het aanpassen van de werkelijke vermogensbehoef-te een geringere uitlooptemperatuur bereiken en hier-door energie besparen. 9Afb. 4. 5 Vermogensinstelling• Draai de vermogensdraaischakelaar (9) naar rechts: vermogen geringer.
• Draai de vermogensdraaischakelaar (9) naar links: vermogen hoger. 4. 5. 2 ModulatieIn het bereik tussen de ingestelde vermogensstand en het minimaal mogelijke toestelvermogen (ca. 40 %) wordt de gashoeveelheid automatisch aan de doorstro-mende waterhoeveelheid (d. w. z. de aan het aftappunt werkelijke uitstromende taphoeveelheid) traploos aange-past en hierdoor wordt de uitlooptemperatuur constant gehouden. 4. 6 Verhelpen van storingenEen „storing” wordt optisch door een F afwisselend met een tweecijferig getal, b. v. F en daarna 02 gesignaleerd. Als gebruiker mag u enkel de volgende storingen probe-ren te verhelpen. Als er andere storingsmeldingen dan die die hierna vermeld zijn, weergegeven worden, moet u contact opnemen met uw technicus. Bediening 4.
8Gebruiksaanwijzing atmoMAGStoring Oorzaak OplossingF02 Temperatuursensor defect. Neem contact op met uw technicus. F29Tijdens het gebruik. Gastoevoer onder-broken. Lucht in de gastoe-voerleiding. Lage waterdruk. Zorg voor de gastoevoer. Bij vloeibaar gas:Vervang evt. een lege gasfles door een volle gasfles. Open en sluit de water-kraan meerdere keren om lucht in de gastoevoer te verwijderen. Is de storing niet verhol-pen, neem dan contact op met uw technicus. F28Het toestel treedt niet in werking. Gastoevoer onder-broken. Lucht in de gastoe-voerleiding. Storing in de ontste-kingsinrichting. Lage waterdruk. Zorg voor de gastoevoer. Bij vloeibaar gas:Vervang evt. een lege gasfles door een volle. Zorg ervoor dat het afsluitventiel aan de gas-aansluiting geopend is. Open en sluit de water-kraan meerdere keren om lucht in de gastoevoer te verwijderen.
Zorg ervoor dat het koudwaterafsluitventiel geopend is. Is de storing niet verhol-pen, neem dan contact op met uw technicus. F36Oververhitting. Lage waterdruk. Veiligheidstemperatuurbegrenzer is uit-gevallen. Zorg ervoor dat het koudwaterafsluitventiel geopend is. Is de storing niet verhol-pen, neem dan contact op met uw technicus. Tab. 4. 1 Verhelpen van storingenAls het toestel door de veiligheidsinrichtingen geblok-keerd werd, kan het pas opnieuw automatisch ontsteken als u het „ontstoord” hebt. Voor het „ontstoren” moet u ofwel• de waterkraan sluiten en opnieuw openen zonder de hoofdschakelaar te bedienen of• de waterkraan geopend laten en het toestel door een tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uit- en opnieuw inschakelen.
Vooral bij de eerste ingebruikneming en na langere stil-stand moet u het toestel onder bepaalde omstandighe-den meermaals „ontstoren” voor het nog eens automa-tisch ontsteekt. Als de storing verholpen is, treedt de gasdoorstroomgei-ser automatisch opnieuw in werking. Gaat het toestel meermaals in storing, laat het dan door een technicus controleren. Attentie.
Beschadigingsgevaar door ondeskundige veran-deringen. Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipula-ties aan de gasdoorstroomgeiser of aan andere delen van de installatie uit. Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren. Neem de gasdoorstroomgeiser pas opnieuw in gebruik als de storing door een technicus verholpen werd. Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De rookgasbewakingsinrichting (rookgassensor) mag in geen geval buiten bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichting uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen. Anders kunnen bij permanent ongunstige lucht-afvoeromstandigheden in de schoorsteen rook-gassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen. 4. 7 Buiten bedrijf stellen675Afb. 4.
6 Buitenbedrijfstelling• Druk een keer op de hoofdschakelaar (5), zodat hij in de positie UIT losspringt. • Sluit de gasafsluitkraan (7) van het toestel door de kraan naar rechts tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai). De gastoevoer naar de brander van de gasdoorstroom-geiser is nu afgesloten. • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) van het toestel door de greep naar rechts tot aan de aanslag te draaien (kwartdraai). 4. 8 VorstbeveiligingBij vorstgevaar is het nodig dat u uw gasdoorstroomgei-ser leegt. Dit is b. v. het geval als uw waterleidingen drei-gen te bevriezen. Ga hierbij als volgt te werk, zie afb. 4. 7 Buiten bedrijf stellen:• Sluit de gasafsluitkraan (7) en het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6) door naar rechts tot aan de aanslag te draaien. 4 Bediening.
9Gebruiksaanwijzing atmoMAG BE nl1Afb. 4.7 Legen• Los de zeskantschroef (1) voor het legen.• Open alle aan de gasdoorstroomgeiser aangesloten warmwaterkranen, zodat toestel en leiding volledig leeglopen.• Laat de warmwaterkranen geopend en de aftapschroef geopend, tot u het toestel opnieuw kunt vullen als het vorstgevaar geweken is. Aanwijzing!Neem bij het latere vullen van de gasdoor-stroomgeiser de geiser pas opnieuw in gebruik als na het openen van het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting van het toestel water aan de geopende warmwaterkranen naar buiten komt. Hierdoor is gegarandeerd dat de gasdoor-stroomgeiser volledig met water gevuld is.4.9 Onderhoud en klantendienstVoorwaarde voor de permanente inzetbaarheid en veilig-heid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaar-lijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door de technicus.
Attentie!Beschadigingsgevaar door ondeskundige bedie-ning!Probeer nooit om zelf onderhoudswerkzaamhe-den of reparaties aan uw gasdoorstroomgeiser uit te voeren.Geef de opdracht hiertoe aan een erkende gespeciali-seerde firma. We raden u aan om een onderhoudscon-tract af te sluiten.Te weinig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het toestel beïnvloeden en materiële schade en lichamelijk letsel veroorzaken.Bediening 4
2Installatiehandleiding atmoMAG1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installa-tievoorschriften zijn andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Gebruiksaanwijzing (nr. 921099)– Garantiekaartvoor de vakman:– Installatiehandleiding (nr. 921099)1. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze gebruiksaanwijzing en installatiehandlei-ding alsook alle geldende documenten en evt. benodigde hulpmiddelen aan de gebruiker van de installatie te geven. Die zorgt voor de bewaring, zodat de handleidin-gen en hulpmiddelen indien nodig ter beschikking staan. 1.
2 Gebruikte symbolenGelieve bij de installatie van het toestel de veiligheids-voorschriften in deze installatiehandleiding in acht te nemen. Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor leven en goed. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu. AanwijzingNuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor vereiste activiteit. 2 Toestelbeschrijving2. 1 TypeplaatjeU vindt het typeplaatje vooraan op de stormingsbeveili-ging. Hiervoor moet u de toestelmantel demonteren, zie paragraaf 4. 5. 1 Toestelmantel afnemen of aanbrengen.
De gegevens op het typeplaatje van het toestel hebben de volgende betekenis:Symbool BetekenisMAG ProductcategorieBE/LU Landaanduiding11-0/014-0/0 Toestelvermogen XX in l/min; type haardaansluiting; toestelgeneratieG met elektronische ontsteking en gene-ratorX met rookgassensoratmoMAG ProductreeksType Soort rookgasgeleiding en verbrandings-luchttoevoerB11B11 BSRuimteluchtafhankelijk gastoestel met een stromingsbeveiliging in het rookgas-traject zonder ventilator met rookgasbewakingsinrichtingBE: cat. I 2E+ I 3+LU: cat.
I 2EAanduiding van de gassoort:Eéngastoestel voor aardgas of vloeibaar gas2E+ Gasfamilie aardgassenG 20/G 25 – 20/25 mbar Aardgassen met toegestane gasdruk-waarden3+ Gasfamilie vloeibare gassenG 30/31 – 28-30/37 mbar Vloeibare gassen met toegestane gas-drukwaardenPnom. Maximaal warmtevermogenPmin. Minimaal warmtevermogenQnom. Maximale warmtebelastingQmin. Minimale warmtebelastingpw max. Maximaal toegestane waterdrukCE 0099 Certificerende instantieCE-99BP821 ProductcertificeringsnummerxxxxxxxxxxxxxXXXXXXx Eerste twee cijfers productiejaar, vol-gende 8 cijfers artikelnummer, overige cijfers dienen voor de productiesturingXXxx Kwaliteitscode b. v. AC15xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx ServicenummerTab. 2. 1 Typeplaatje Attentie. Het toestel mag enkel met de gassoort gebruikt worden die op het typeplaatje vermeld is.
• Vermeld absoluut het toesteltype en het gastype waar-mee het toestel gebruikt wordt in de tab. 10. 2 Gaswaarden m. b. t. het ingestelde gastype in hoofdstuk 10 Technische gegevens. • Monteer de toestelmantel opnieuw op het toestel. 2. 2 CE-aanduidingMet de CE-aanduiding wordt gedocumenteerd dat de toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamen-tele vereisten van de volgende richtlijnen voldoen:– Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)– Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van de raad)– Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad)1 Aanwijzingen bij de documentatie 2 Toestelbeschrijving.
3Installatiehandleiding atmoMAGBE nl2.3 Gebruik volgens de bestemmingDe gasdoorstroomgeisers van de serie atmoMAG zijn volgens de modernste technieken en de erkende veilig-heidstechnische regels geconstrueerd. Toch kunnen er bij het ondeskundige of niet-reglementaire gebruik geva-ren voor leven en goed van de gebruiker of derden of beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.De gasdoorstroomgeisers zijn speciaal voor de warmwa-terbereiding met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschrif-ten. Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden.
Het risico draagt alleen de gebruiker.Tot het gebruik volgens de bestemming horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en de installatie-voorschriften alsook alle andere geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor-schriften. Attentie!Elk misbruik is verboden.De gasdoorstroomgeiser moet door een gekwalificeerde technicus geïnstalleerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verant-woordelijk is.2.4 AansluitingenToestelaansluitingen:– Water 3/4”– Gas 1/2”• Na het vastleggen van de standplaats van het toestel moet u gas- en waterleidingen aan de aansluitpunten van het toestel plaatsen.2.5 Bouwgroepen1246789101153Afb.
1 Veiligheidsinstructies Opgelet. Bij het aandraaien of losdraaien van schroef-verbindingen in principe passende gaffelsleutels (muilsleutels) gebruiken (geen buistangen, ver-lengingen enz. ). Ondeskundig gebruik en/of ongeschikt gereed-schap kan schade veroorzaken (b. v. gas- of waterlekken). 3. 1. 1 Montage Attentie. Monteer de gasdoorstromingsgeiser niet boven een toestel waarvan het gebruik de geiser zou kunnen beschadigen (b. v. boven een fornuis, waar vetdampen kunnen opstijgen) of in een ruimte met agressieve of sterk stoffige atmos-feer. 3. 1. 2 Installatie Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar,Verbrandingsgevaar. Let er bij de installatie van de aansluitingen op dat alle afdichtingen correct geplaatst worden, zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitge-sloten worden. 3. 1. 3 Ingebruikneming Gevaar.
Hoge koolstofmonoxideconcentraties door niet-reglementaire verbranding zijn levensgevaarlijk. Het ombouwen van het toestel op een andere gassoort mag u enkel met de af fabriek leverba-re ombouwsets uitvoeren. Gevaar.
5Installatiehandleiding atmoMAGBE nl Attentie. Bij te hoge aansluitdruk mag u het toestel niet in gebruik nemen. Neem contact op met de gas-maatschappij als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen. 3. 1. 4 Inspectie en onderhoud Gevaar. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval uit bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen manipulaties aan deze inrichtingen uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan in gevaar kan komen. Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De rookgasbewakingsinrichting (rookgassensor) mag in geen geval uit bedrijf gesteld worden. Anders kunnen bij permanent ongunstige lucht-afvoeromstandigheden in de schoorsteen rook-gassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen. Attentie.
Let er bij het demonteren en inbouwen van het toestelverwarmingselement op dat die niet gebogen wordt. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Gebruik in geen geval draadborstels of andere gelijkaardige harde borstels om het verwar-mingselement te reinigen. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Houd er bij de controle van het ionisatiesys-teem rekening mee dat de meetleidingen en meetklemmen schoon moeten zijn en niet door zeepoplossing (lekzoekspray) nat mogen zijn. 3. 1. 5 Verhelpen van storingen Gevaar. Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. Bij een defecte rookgassensor en gedeeltelijk of volledig verstopte rookgasbuis of schoorsteen kunnen bij permanent ongunstige luchtafvoer-omstandigheden in de haard rookgassen onge-controleerd uit de schoorsteen in de opstellings-ruimte terugstromen. Gevaar.
Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide. De veiligheidsuitschakeling van het toestel kan voor het verhelpen van storingen tijdelijk buiten werking gesteld zijn. 3. 2 VoorschriftenDe gasdoorstroomgeiser mag enkel door een erkende technicus geïnstalleerd worden.
Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installa-tie en de eerste ingebruikneming. Voor het installeren van de gasdoorstroomgeiser moet de stellingname van de gasmaatschappij gekend zijn. De gasdoorstroomgeiser mag enkel in een voldoende geventileerde ruimte opgesteld worden. Voor de installatie moeten vooral de volgende wetten, verordeningen, technische regels, normen en bepalingen in de geldige versie in acht genomen worden:– Alle bestaande voorschriften van de plaatselijke water-maatschappij en de NAVEWA-voorschriften (Aqua- Belge/ Belgaqua). – Alle NBN-voorschriften in verband met drinkwater-voorziening en reglementen waaronder de NBN E 29-804. – De Belgische norm NBN D 51-003 voor brandstoffen lichter dan lucht. – Alle NBN-voorschriften voor elektrohuishoudelijke toe-stellen m. a. w. :– NBN C 73 - 335 - 30– NBN C 73 - 335 - 35– NBN 18 - 300– NBN 92 - 101 enz.
6Installatiehandleiding atmoMAG4 Montage4. 1 Omvang van de levering– Aansluitset bestaande uit:– Aansluitstuk aardgas– Aansluitstuk vloeibaar gas– Aansluitstuk koud water met afsluitventiel– Aansluitstuk warm water– Afdichtingen, pluggen, schroeven4. 2 Vereisten aan de plaats van opstellingGelieve bij de keuze van de opstellingsplaats de volgen-de aanwijzingen in acht te nemen:– De gasdoorstroomgeiser mag enkel in een voldoende geventileerde ruimte opgesteld worden. – De wand, waaraan de gasdoorstroomgeiser gemon-teerd wordt, moet voldoende stevig zijn om het gewicht van de bedrijfsklare gasdoorstroomgeiser te kunnen dragen. – De bijgeleverde bevestigingselementen voldoen soms niet aan de vereisten van de opstellingswand. Voor de in dit geval vereiste bevestigingselementen moet zelf gezorgd worden. – De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn.
Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht. – De opstellingsplaats moet zodanig gekozen worden, dat de leidingen (gastoevoer, watertoe- en afvoer) goed geplaatst kunnen worden. Attentie. Monteer de gasdoorstromingsgeiser niet boven een toestel waarvan het gebruik de geiser zou kunnen beschadigen (b. v. boven een fornuis, waar vetdampen kunnen opstijgen) of in een ruimte met agressieve of sterk stoffige atmos-feer. – De gasdoorstroomgeiser moet met een rookgasbuis met de voorgeschreven diameter (zie hoofdstuk 10 Technische gegevens) aan een rookgassysteem met natuurlijke luchtafvoer (haard) aangesloten worden. Aanwijzing. Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp.
te brandbare onderdelen is niet vereist, omdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane tempera-tuur van 85 °C. • Leg deze vereisten aan de klant uit. 4. 3 Wandvoorinstallatie60 60 60 60 60 60a12cb11513 321 32A B CAfb. 4.
1 WandvoorinstallatiesLegende 1 Warmwateraansluiting R 1/22 Gasaansluiting, 12 x 1 bij vloeibaar gas3 Koudwateraansluiting R 1/2De afbeelding toont de positie van de aansluitingen bij:A OnderbouwinstallatieB OpbouwinstallatieC Opbouwinstallatie vloeibaar gasBij het gebruik van het Vaillant-toebehoren kunnen de voorhanden wandvoorinstallaties behouden of zoals weergegeven uitgevoerd worden. De aanbevolen afstanden bedragen voor alle toestelty-pes:a = 92 mmb = 85 mmc = ≈ 100 mm4 Montage.
11Installatiehandleiding atmoMAGBE nl4.5 Toestelmontage4.5.1 Toestelmantel afnemen of aanbrengenVoor de montage en het onderhoud van de gasdoor-stroomgeiser moet u de toestelmantel afnemen en na de werkzaamheden opnieuw aanbrengen.Toestelmantel afnemen111109Afb. 4.6 Toestelmantel afnemen• Trek de temperatuurkeuzeknop (1) van de tempera-tuurkeuzespil en de vermogensdraaischakelaarknop (9) af.• Verwijder de schroef (10) onder de temperatuurkeu-zespil.• Trek de toestelmantel naar voren af en til hem naar boven uit de beide houders (11).Toestelmantel aanbrengen111109Afb. 4.7 Toestelmantel aanbrengen• Plaats de toestelmantel van boven op de beide hou-ders (11) en druk die tegen de achterwand van het toe-stel.
Let er hierbij op dat de beide haken in de uitspa-ringen van de mantel steken.• Draai de schroef (10) onder de temperatuurkeuzespil opnieuw in.• Breng de vermogensdraaischakelaarknop (9) en de temperatuurkeuzeknop (1) opnieuw aan.4.5.2 Toestel monteren• Leg de plaats van opstelling vast, zie paragraaf 4.2 Vereisten aan de plaats van opstelling.• Gebruik voor de toestelophanging naargelang de plaatselijke omstandigheden de uitsparingen resp. boorgaten in de achterwand van het toestel.• Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven conform de maatgegevens van de afbeelding in het hoofdstuk 4.4 Afmetingen.• Gebruik voor het bevestigen van het toestel naarge-lang de plaats van bevestiging muurankers, haken, schroeven of draadbouten.• Monteer de achterwand van het toestel met het geschikte bevestigingsmateriaal vast aan de muur.Montage 4
12 Installatiehandleiding atmoMAG5 Installatie Gevaar!Vergiftigings- en explosiegevaar,Verbrandingsgevaar!Let er bij de installatie van de aansluitingen op dat alle afdichtingen correct geplaatst worden, zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitge-sloten worden.5.1 Aansluiting aan de gastoevoer• Zorg voor de spanningvrije en gasdichte verbinding tussen wandaansluiting en toestelaansluiting met behulp van een gasafsluitkraan.• Controleer het toestel op ondichtheden en dicht ze evt. af.5.2 Aansluiting aan de watertoevoer• Zorg voor de spanningvrije koud- en warmwateraan-sluitingen.• Controleer het toestel op ondichtheden en dicht ze evt. af.5.3 Aansluiting op het rookgassysteem21Afb.
5.1 RookgasaansluitingLegende 1 Rookgasbuis2 Buisopening van de stromingsbeveiliging5.3.1 Werking van de rookgassensor controlerenControleer voor de montage van de rookgasbuis de cor-recte werking van de rookgassensor. Ga hierbij als volgt te werk:• Sluit de rookgasweg af.19Afb. 5.2 Instellen van de maximale temperatuur en van het vermogen• Draai de temperatuurkeuzeknop (1) naar rechts op maximale temperatuur.• Draai de vermogensdraaischakelaar (9) helemaal naar links tot op het maximale vermogen.• Open een warmwaterkraan.De rookgassensor moet binnen 2 minuten automatisch de gastoevoer onderbreken en het toestel vergrendelen.U kunt het toestel na het afkoelen van de rookgassensor (ten vroegste na 15 minuten) opnieuw in gebruik nemen.5Afb.
5.3 OntgrendelenU kunt het toestel ontgrendelen doordat u ofwel:• de waterkraan sluit en opnieuw opent zonder de hoofdschakelaar te bedienen of• de waterkraan geopend laat en het toestel door een tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uit- en opnieuw inschakelt.Sluit de rookgassensor niet binnen de genoemde tijd:• Neem contact op met de klantendienst.• Neem het toestel buiten bedrijf.5 Installatie
15Installatiehandleiding atmoMAGBE nl6 IngebruiknemingDe eerste ingebruikneming en de bediening van het toe-stel alsook het instrueren van de gebruiker moet door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden. Bij de eerste ingebruikneming moet u de gasinstelling controleren. De verdere ingebruikneming/bediening vindt u zoals in de gebruiksaanwijzing in de paragraaf 4. 3 beschreven. 6. 1 Gasinstelling controleren• Vergelijk hiervoor de tabellen in het hoofdstuk 6. 2 Gasinsteltabellen. 6. 1. 1 Gasinstelling met gastoevoer vergelijken• Vergelijk de gegevens over de toesteluitvoering (cate-gorie en ingestelde gassoort) op het typeplaatje met de plaatselijk voorhanden gassoort. Informatie krijgt u bij de plaatselijke gasmaatschappij. Geen overeenstemming:• Stel het toestel op de voorhanden gassoort om (zie hoofdstuk 6. 5 Aanpassing aan andere gassoort). 6. 1.
2 Gasaansluitdruk controlerenDe gasaansluitdruk kunt u met een vloeistofdrukmeet-toetsel (resolutie minstens 0,1 mbar) meten. Ga hierbij als volgt te werk:• Sluit de gasafsluitkraan. 21Afb. 6. 1 Meetstuk gasaansluitdruk• Schroef de afdichtingsschroef van het aansluitdruk-meetstuk opnieuw (1) uit. • Sluit een U-buis-manometer aan. • Sluit de gasafsluitkraan. • Neem het toestel conform de gegevens in de gebruiks-aanwijzing in gebruik en tap warm water. • Meet de aansluitdruk (gasstroomdruk). Gasfamilie Toegestaan gasaansluitdrukbereik in mbarAardgas 2E+G 20G 25 17 – 2520 - 30Vloeibaar gas 3+G 30G 31 20 – 3525 – 45Tab. 6. 1 Gasaansluitdrukbereik BelgiëGasfamilie Toegestaan gasaansluitdrukbereik in mbarAardgas 2EG 20 17 – 25Tab. 6. 2 Gasaansluitdrukbereik Luxemburg Attentie. Bij te hoge aansluitdruk mag u het toestel niet in gebruik nemen.
Neem contact op met de gas-maatschappij als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen. • Neem het toestel buiten bedrijf. • Sluit de gasafsluitkraan. • Sluit een U-buis-manometer aan.
• Schroef de afdichtingsschroef van het aansluitdruk-meetstuk opnieuw in. • Sluit de gasafsluitkraan. • Controleer het meetstuk op dichtheid. 6. 1. 3 Warmtebelasting controlerenU kunt de warmtebelasting op twee manieren controle-ren:– Aflezen van de gasdoorstromingswaarde aan de teller (volumetrische methode)– Controleren van de branderdruk (branderdrukmethode)Volumetrische methodeEr moet voor gezorgd zijn dat tijdens de controle geen extra gassen (b. v. mengsels van vloeibaar gas en lucht) voor het voldoen aan de piekbehoefte toegevoerd wor-den. Win hierover informatie in bij de bevoegde gas-maatschappij. Zorg ervoor dat er geen bijkomende toestellen tijdens de controle gebruikt worden. Ingebruikneming 6.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant atmoMAG 11-0-0 GX stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boiler Vaillant
Handleiding Boiler
Nieuwste handleidingen voor Boiler