Toyotomi FF-95 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Toyotomi FF-95 (132 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen. Heb je een vraag over Toyotomi FF-95 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Toyotomi |
| Categorie: | Heater |
| Model: | FF-95 |
Handleiding Toyotomi FF-95 – volledige tekst
NL65NEDERLANDBELANGRIJK1) LEES DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG DOOR EN ZORG ERVOOR DAT U ALLE INFORMATIE GOED BEGRIJPT VOORDAT U DE KACHEL IN GEBRUIK NEEMT. 2) BEWAAR DE HANDLEIDING OP EEN VEILIGE PLAATS OM EVENTUEEL LATER TE KUNNEN RAADPLEGEN. 3) RAADPLEEG DE PLAATSELIJK GELDENDE VOORSCHRIFTEN EN BOUWVERGUNNINGEN VOOR DE INSTALLATIEVEREISTEN. Om de Wi-Fi-modus te gebruikenOm de Wi-Fi-modus te gebruiken, moeten aanvullende onderdelen gekocht worden, die niet bij de standaardinstallatie inbegrepen zijn. Neem contact om met uw verdeler voor het kopen van de volgende aanvullende onderdelen. Gebruik alleen originele TOYOYOMI-onderdelen voor uw kachel. Het gebruik van niet-goedgekeurde, generieke of onderdelen van andere merken, kan de prestaties en de veiligheid ernstig verminderen en maakt de fabrieksgarantie ongeldig. Alleen uw verdeler kan de Wi-Fi-module in uw kachel installeren.
Installeer de Wi-Fi-module NIET zelf in de kachel. HOOFDSTUK A:SPECIFICATIESModel: FF-95Verwarmingsrendement: 92,4% (1)Verwarmingsvermogen: Hoog - 9,50 kW (32. 400 BTU/u) Gemiddeld - 5,49 kW (18. 700 BTU/h) Laag - 2,96 kW (10. 100 BTU/u)Brandstofverbruik: Hoog - 1,07 l/u Gemiddeld - 0,620 l/u Laag - 0,334 l/uBrandstofsysteem: Externe tank (2)Type brandstof: petroleumAfmetingen (B × H × D): 760 × 700 × 427 mmGewicht: 34 kgGat voor het schoorsteenkanaal: Diameter 70 ~ 80 mmMaximale lengte van het schoorsteenkanaal: 3 m, 3 bochten of minder (zie HOOFDSTUK I: INSTALLATIE)Elektrische aansluiting: 230 Volts AC, 50Hz (220 Volts AC, 50/60 Hz) (3) voorverwarming - MAX 280 W verwarming - MAX 52 W Frequentieband(en) waarin de radio-apparatuur werkt: 2,400 GHz - 2,4835 GHz (4)Draadloze LAN: IEEE 802. 11n/g/b (4)(1) Door verbranden van de brandstof ontstaat warmte en waterdamp.
Bij het bepalen van het verwarmingsvermogen is geen rekening gehouden met warmteverlies als gevolg van condensatie. (2) De externe tank dient afzonderlijk te worden gekocht. (Neem voor opties contact op met uw leverancier.
)(3) Dit is niet opgenomen in het CE label. (4) Om de Wi-Fi-modus te gebruiken, moeten aanvullende onderdelen gekocht worden, die niet bij de standaardinstallatie inbegrepen zijn. VEILIGHEIDSVOORZIENINGENUw kachel is uitgerust met de volgende veiligheidsvoorzieningen. Leer deze functies kennen. Zorg ervoor dat u het probleem juist identificeert wanneer uw kachel wordt gedoofd door een veiligheidsmechanisme. 1. Vlamsensor Om overlopen van brandstof te voorkomen, wordt de kachel automatisch volledig uitgeschakeld wanneer het ontsteken mislukt of de vlam tijdens werking dooft. Er zal een foutcode weergegeven worden op het bedieningspaneel. 2. Brandstofzeef Een speciale zeef vangt alle vuil of onzuiverheden die aanwezig zijn in de brandstof, voordat de brandstof de brander bereikt. 3.
Beveleiging tegen oververhitting Stop automatisch alle handelingen wanneer het binnencabinet van de kachel een abnormaal hoge temperatuur bereikt vanwege een storing van de motor of abnormale verbranding, om brand te voorkomen. 4. Herstelsysteem bij stroomstoringen In geval van een stroomstoring terwijl de kachel in gebruik is, zal de kachel automatisch opnieuw ontsteken en de geselecteerde kamer-temperatuur behouden wanneer er opnieuw stroom is. OPMERKING: De werking varieert, afhankelijk van de duur van de stroomonderbreking en andere omstandigheden. (Zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)5. Volledig geventileerd systeem Via het schoorsteenkanaal wordt voor de verbranding lucht van buitenaf aangezogen en worden alle verbrandingsproducten naar buiten afgevoerd.
NL66NEDERLANDHOOFDSTUK B:VEILIGHEIDSADVIEZEN VOOR GEBRUIKOPGELET: De kachel en het schoorsteenkanaal moeten vóór gebruik correct worden geïnstalleerd. Volg hiervoor de instructies onder HOOFDSTUK I: INSTALLATIE. 1. Gebruik nooit een andere brandstof dan Petroleum. GEBRUIK NOOIT BENZINE Gebruik van benzine kan leiden tot oncontroleerbare vlammen waardoor gevaar voor brand ontstaat. 2. Vanwege de hoge oppervlaktetemperatuur van de kachel, moeten kinderen, meubels en kleding uit de buurt worden gehouden wan-neer de kachel in bedrijf is. (Zie installatiehandleiding. )• De kachel mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik.
• Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat zij niet met het apparaat spelen. • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen ouder dan 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of verstandelijke beperkingen of gebrek aan ervaring of kennis, als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren begrijpen die met het gebruik ervan samenhangen. • Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. • Het schoonmaken en uitvoeren van ander onderhoud mag niet worden gedaan door kinderen zonder toezicht. 3. Om storingen in de werking te voorkomen en de levensduur te verlengen, moet er regelmatig onderhoud worden uitgevoerd. (Zie HOOFDSTUK F “STANDAARD ONDERHOUD”)4.
NOOIT brandstof bewaren of vervoeren in een andere dan een metalen of plastic container die geschikt is voor brandstof en met de duidelijke markering "PETROLEUM". NOOIT brandstof bewaren in de woonruimte. HOOFDSTUK C:BRANDSTOFDe FF-95 is ontworpen voor gebruik met paraffine.
Door gebruik van brandstof van mindere kwaliteit kunnen de prestaties van de brander teruglopen waardoor abnormale verbranding kan ontstaan en de levensduur van de kachel wordt verkort. Gebruik uitsluitend paraffine, gemarkeerd zijn met het woord “paraffine”. Sla de brandstof op in een aparte omgeving waar geen benzine voor andere apparatuur wordt opgeslagen om onbedoeld gebruik van benzine in uw kachel te voorkomen. Wat te kopen. ALTIJD: Schone paraffine van goede kwaliteit. ALTIJD: Brandstof zonder verontreiniging, water of vertroebeling. NOOIT: Benzine, alcohol, wit gas, brandstof voor kampeerkachels of additieven. NOOIT: Gele of zuur ruikende brandstof. RIGHTPARAFFINWRONGGASDangerPARAFFINDefecte elektrische apparaten en batterijen horen niet bij het huisafval. Zorg voor een goede recyclingwaar mogelijk.
NL67NEDERLANDHoe te bewaren. ALTIJD: Bewaren in een schone container die duidelijk is gemarkeerd met PARAFFINE. ALTIJD: Uit de buurt van direct zonlicht, warmtebronnen of extreme temperatuurschommelingen bewaren. NOOIT: In een glazen container of een container die is gebruikt voor andere brandstoffen. NOOIT: Langer dan zes maanden. Beging elk stookseizoen met verse brandstof; Voer de brandstof aan het einde van het sei-zoen af. NOOIT: In de woonruimte. Waarom is dit van belang. Zuivere, schone brandstof is essentieel voor veilige en efficiënte werking van de kachel.
Indien ingeschakeld, begint de kachel te werken en begint de ontbranding na de voorverwarming. 2. Toets Automatisch: De toets schakelt de weektimer voor de bedrijfsmodi in of uit. 3. Toets TIMER: De toets schakelt de weektimer voor het instellen van de modi in of uit. 4. Set-TIJD/TEMP/WEEKTIMER/ On de TIJD/TEMP/WEEKTIMER/ en de dag van de week in te stellen. en de dag van de week in te stellen:5. Toets ENERGIEBESPARING/KINDERSLOT: De toets schakelt de bedrijfsmodus ENERGIEBESPARING in of uit. Houd de toets inge-drukt, om de modus KINDERSLOT in of uit te schakelen. 6. Toets WISSEN: Voor het resetten van het programma voor de weektimer, wordt de toets WISSEN gebruikt. 7. Temperatuurselectie ˚F/˚C : ˚F/˚C tuimelschakelaar. 8. AAN-lamp: Aan – De kachel is in bedrijf. 9. Indicator AUTOMATISCH: Aan – In werking via de weektimer. 10.
Circulatieventilator: De motor met drie snelheden levert een groot debiet aan warme lucht tijdens bedrijf voor het snel opwarmen van een kamer en een klein of gemiddeld debiet aan warme lucht tijdens bedrijf op laag of gemiddeld vermogen, voor het behouden van een com-fortabele kamertemperatuur. 19.
Kamertemperatuur sensor: Bewaakt de kamertemperatuur voortdurend en geeft informatie aan de kachel, zodat de gewenste kamertemperatuur behouden kan blijven. 20. Netsnoer: Voor gebruik met een gepast stopcontact. (Zie HOOFDSTUK A)21. Waterpas: Maakt het voor de gebruiker mogelijk om te controleren of de kachel waterpas staat.
en de dag van de week in te stellen:5. Toets ENERGIEBESPARING/KINDERSLOT: De toets schakelt de bedrijfsmodus ENERGIEBESPARING in of uit. Houd de toets inge-drukt, om de modus KINDERSLOT in of uit te schakelen. 6. Toets WISSEN: Voor het resetten van het programma voor de weektimer, wordt de toets WISSEN gebruikt. 7. Temperatuurselectie ˚F/˚C : ˚F/˚C tuimelschakelaar. 8. AAN-lamp: Aan – De kachel is in bedrijf. 9. Indicator AUTOMATISCH: Aan – In werking via de weektimer. 10. Indicator TIMER: Aan – Kachel in bedrijf in de modus door de weektimer ingesteld. 11. Indicator ENERGIEBESPARING: Aan – Kachel in bedrijf in de modus ENERGIEBESPARING. 12. Indicator KINDERSLOT: Aan – Kachel in bedrijf in de modus KINDERSLOT. 13. Indicator ONTBRANDINGSMODUS: Aan – Kachel in bedrijf met hoge, gemiddelde of lage ontbranding. 14. ˚F/˚C indicator: Aan – Scherm geeft de huidige temperatuur weer.
Indicator TIMER AAN/UIT: Aan - Geeft AAN/UIT of de modus weektimer weer. 17. WiFi lamp: Brandt - De verwarmer in WiFi-modus. 18. Circulatieventilator: De motor met drie snelheden levert een groot debiet aan warme lucht tijdens bedrijf voor het snel opwarmen van een kamer en een klein of gemiddeld debiet aan warme lucht tijdens bedrijf op laag of gemiddeld vermogen, voor het behouden van een com-fortabele kamertemperatuur. 19. Kamertemperatuur sensor: Bewaakt de kamertemperatuur voortdurend en geeft informatie aan de kachel, zodat de gewenste kamertemperatuur behouden kan blijven. 20. Netsnoer: Voor gebruik met een gepast stopcontact. (Zie HOOFDSTUK A)21. Waterpas: Maakt het voor de gebruiker mogelijk om te controleren of de kachel waterpas staat.
NL69NEDERLANDHOOFDSTUK E:GEBRUIKVOOR ONTSTEKING1. De klep (pen) openen Open de klep (pen) van de externe brandstoftank. 2. Start het brandstofdebiet Als u de kachel voor de eerste keer gebruikt, druk dan op de rode vrijgaveknop voor het brand-stofdebiet om brandstof nar de brandstofcarter te sturen en laat de knop daarna los. OPMERKING: Zorg ervoor dat er geen brandstof uit de leiding of koppelingen lekt. Zorg er ook voor dat de brandstoftank niet te hoog geplaatst is. Zie de installatierichtlijnen. OPMERKING: De rode vrijgaveknop voor het brandstofdebiet is voor de eerste ingebruikname of voor zeldzame gevallen wanneer de brandstoftank gevuld werd. De rode knop dient voor het vrijgeven van de vlotter van de brandstofcarter. Het laat de brandstof niet naar de brandstoftank stromen.
Te vaak of te lang op de rode vrijgaveknop voor het brandstofdebiet ZAL het overlopen van de brandstofcarter veroorzaken, wat mogelijk tot brand kan leiden. Druk alleen snel en minder dan één seconde op de rode vrij-gaveknop voor het brandstofdebiet. 3. De kachel op het net aansluitenSteek de stekker van de kachel in een 220 V of 230 V AC stopcontact. (Zie HOOFDSTUK A: SPE-CIFICATIES). Op het scherm zullen vooraf ingestelde "Dubbele streepjes" weergegeven worden. OPMERKING: Deel een stopcontact niet met andere apparaten. 4. Klok instellenBELANGRIJK: De klok op de kachel moet altijd op de huidige tijd en dag ingesteld zijn. OPMERKING: Op de toets “▼HOUR” of “▲MIN. ” drukken zal de tijd telkens met één (1) eenheid veranderen. De toets ingedrukt houden zal de tijd snel laten veranderen.
OPMERKING: In geval van een stroomonderbreking (meer dan ongeveer 30 min), kunnen de tijd en dag gewist worden. 5. De tijd en de dag van de week instellen. 1) De huidige tijd is nog niet ingesteld. (Alle tekens branden vast. ) Wanneer de knop “▲MIN. ” of “▼HOUR” wordt ingedrukt terwijl de werking gestopt is, zal alles behalve het “:” knipperen. Wanneer de knop “▲MIN.
” of “▼HOUR” opnieuw wordt ingedrukt, wijzigt de weergave op de balk (“Two Dashes” (Twee punten)) naar “0 00”. 2) Instellen van de huidige tijdDruk op de toets “▲MIN. ” om de minuten in te stellen en druk op de toets “▼HOUR” om het uur in te stellen. Tijdens het indrukken van de toets “▼HOUR”, zal het teken veranderen als volgt. “0:00” ➞ “1:00” ➞ ··· ➞ “23:00” ➞ “0:00” ➞ ···Tijdens het indrukken van de toets “▲MIN. ”, zal het teken veranderen als volgt. “0:00” ➞ “0:01” ➞ ··· ➞ “0:59” ➞ “0:00” ➞ ···Druk op de toets “SET” om het instellen van de huidige tijd te voltooien. Rode vrijgaveknop brandstofdebietNL70NEDERLAND 3) Het instellen van de dag van de weekHet teken “dAy” wordt weergegeven op het scherm en de dag van de week zullen knipperen. Druk op de toets “▲MIN. ” of de toets “▼HOUR” om de dag van de week in te stellen. De dag van de week zal knipperen.
(De initi-ele instelling is "SUN". ) De andere dagen van de week zullen niet meer branden. Selecteer een dag van de week door middel van de toets “▲MIN. ” of de toets “▼HOUR”. Tijdens het indrukken van de toets “▲MIN. ”, zal het teken veranderen als volgt. “SUN” ➞ “MON” ➞ “TUE” ➞ “WED” ➞ “THU” ➞ “FRI” ➞ “SAT”Bij het drukken op de toets “▲MIN. ” op de positie “SAT”, hoort u een pieptoon en wordt “SAT” niet meer veranderd. Tijdens het indrukken van de toets “▼UUR”, zal het teken veranderen als volgt. “SAT” ➞ “FRI” ➞ “THU” ➞ “WED” ➞ “TUE” ➞ “MON” ➞ “SUN”Bij het drukken op de toets “▼HOUR” op de positie “SUN”, hoort u een pieptoon en wordt “SUN” niet meer veranderd. Druk op de toets “SET” om het instellen van de dagen van de week te voltooien. De huidige tijd en dag van de week zullen op het scherm weergegeven worden.
OPMERKING: Als er op de ON/OFF(AAN/UIT)-knop wordt gedrukt tijdens het instellen van de tijd en de dag, zal de instelling niet voltooid worden. Stel de tijd en dag opnieuw in. GEBRUIKHANDMATIGE BEDIENINGDe kachel wordt door de gebruiker direct bediend. De geleverde warmte zal echter automatisch worden aangepast aan de omgevingstemperatuur die wordt gemeten door de temperatuursensor. 1. De kachel inschakelenA. Zet de ON/OFF-toets op de positie “ON”. De huidige kamertemperatuur en de ingestelde tempera-tuur zal op het scherm weergegeven worden. Als de kamertemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur, zal de AAN-lamp beginnen knipperen en zullen daarna de ventilatormotor en ontsteking starten. Deze lamp zal tijdens de voorverwarmingstijd blijven knipperen. B. Na ca. 1. 5 - 4 minuten zal de kachel worden ontstoken.
(*) Na het ontsteken zal de indicator stoppen met knipperen en permanent gaan branden. De circulatieventilator zal na ca. 2 minuten worden inge-schakeld. OPMERKING: (*) Het voorverwarmen hangt af van de omgevingstemperatuur. Kamertemperatuur:lager dan 0˚C Ongeveer 4 minuten0 °C - 15 °C Ongeveer 2 minutes15 ° C of meerOngeveer 1,5 minuut.
NL70NEDERLAND 3) Het instellen van de dag van de weekHet teken “dAy” wordt weergegeven op het scherm en de dag van de week zullen knipperen. Druk op de toets “▲MIN. ” of de toets “▼HOUR” om de dag van de week in te stellen. De dag van de week zal knipperen. (De initi-ele instelling is "SUN". ) De andere dagen van de week zullen niet meer branden. Selecteer een dag van de week door middel van de toets “▲MIN. ” of de toets “▼HOUR”. Tijdens het indrukken van de toets “▲MIN. ”, zal het teken veranderen als volgt. “SUN” ➞ “MON” ➞ “TUE” ➞ “WED” ➞ “THU” ➞ “FRI” ➞ “SAT”Bij het drukken op de toets “▲MIN. ” op de positie “SAT”, hoort u een pieptoon en wordt “SAT” niet meer veranderd. Tijdens het indrukken van de toets “▼UUR”, zal het teken veranderen als volgt.
“SAT” ➞ “FRI” ➞ “THU” ➞ “WED” ➞ “TUE” ➞ “MON” ➞ “SUN”Bij het drukken op de toets “▼HOUR” op de positie “SUN”, hoort u een pieptoon en wordt “SUN” niet meer veranderd. Druk op de toets “SET” om het instellen van de dagen van de week te voltooien. De huidige tijd en dag van de week zullen op het scherm weergegeven worden. OPMERKING: Als er op de ON/OFF(AAN/UIT)-knop wordt gedrukt tijdens het instellen van de tijd en de dag, zal de instelling niet voltooid worden. Stel de tijd en dag opnieuw in. GEBRUIKHANDMATIGE BEDIENINGDe kachel wordt door de gebruiker direct bediend. De geleverde warmte zal echter automatisch worden aangepast aan de omgevingstemperatuur die wordt gemeten door de temperatuursensor. 1. De kachel inschakelenA. Zet de ON/OFF-toets op de positie “ON”. De huidige kamertemperatuur en de ingestelde tempera-tuur zal op het scherm weergegeven worden.
Deze lamp zal tijdens de voorverwarmingstijd blijven knipperen. B. Na ca. 1. 5 - 4 minuten zal de kachel worden ontstoken. (*) Na het ontsteken zal de indicator stoppen met knipperen en permanent gaan branden. De circulatieventilator zal na ca. 2 minuten worden inge-schakeld. OPMERKING: (*) Het voorverwarmen hangt af van de omgevingstemperatuur. Kamertemperatuur:lager dan 0˚C Ongeveer 4 minuten0 °C - 15 °C Ongeveer 2 minutes15 ° C of meerOngeveer 1,5 minuut.
ENERGIEBESPARINGSMODUSDe energiebesparingsmodus vermindert de frequentie van het aantal ontstekingen, om het elektriciteitsverbruik te verlagen. Zet de knop ENERGIEBESPARING (KINDERSLOT) op “AAN” terwijl de kachel in werking is om de “ENERGIEBESPARING” te starten. Het teken "ENERGIEBESPARING" zal op het scherm weergegeven worden. Wanneer de kamertemperatuur de geselecteerde instelling overschrijdt met ongeveer 6˚C (12˚F), zal de kachel automatisch uitschakelen. Wanneer de kamertemperatuur lager wordt dan de geselecteerde instelling, zal de kachel automatisch opnieuw starten om de gewenste temperatuur te behouden. KINDERSLOTHet kinderslot kan worden gebruik om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de instellingen van de kachel veranderen. Wanneer de kachel brandt en het kinderslot is ingeschakeld, kan de kachel alleen worden uit-geschakeld. Alle andere functies zijn dan geblokkeerd.
Houd de toets KINDERSLOT (ENERGIEBESPARING) langer dan 3 seconden ingedrukt, om het kinderslot in te stellen wanneer de kachel wel of niet in bedrijf is. Het teken “KINDERSLOT” zal op het scherm weergegeven worden. Druk langer dan 3 seconden op de toets KINDERSLOT (ENERGIEBESPARING) om het kinderslot te deactiveren.
OPMERKING: De instellen van een weekprogramma kunnen niet ingevoerd of veranderd worden, terwijl de kachel AAN en in de modus AUTOMATISCH staat. “AUTOMATISCH” uitschakelen. Het maakt niet uit of de kachel UIT of AAN staat om de modus voor het instellen van het weekpro-gramma te openen, zolang AUTOMATISCH uitgeschakeld is. Programmaselectie1. Druk op de toets “TIMER” om de modus voor het instellen van het weekprogramma te openen. De woorden “TIMER”, “SUN”, “P01” en “ON” zullen op het scherm weergegeven worden. Als u in de modus voor het instellen van het weekprogramma op de toets “TIMER” drukt, zal het woord “TIMER” van het scherm verdwijnen en zal de modus voor het instellen van het weekprogramma gesloten worden. Alle wijziging voordat op de toets “SET” werd gedrukt, zullen niet opgeslagen worden.
Als de kachel wordt uitgeschakeld in de modus voor het instellen van een weekprogramma, zal de modus voor het instellen van een weekprogramma gesloten worden. 2. Druk op de toets “▲MIN. ” of “▼HOUR” om het programmanummer dat u wil instellen of aanpassen te veranderen.
Het bereik van het programma gaat van P01 tot P04 voor elke dag van de week, beginnend op zondag en eindigend op zater-dag (De kachel heeft 4 programma's voor elke dag). Tijdens het drukken op de toets “▲MIN. ”, zal het scherm veranderen als volgt. “SUN P01” ➞ “SUN P02” ➞ “SUN P03” ➞ “SUN P04” ➞ “MON P01” ➞ “MON P02” ➞ … ➞ “SAT P04”OPMERKING: Wanneer op de toets “▼HOUR” gedrukt wordt wanneer de onderste programmering P01 is op zondag (SUN), kan het programmanummer niet veranderd worden. Als u op de toets “▲MIN. ” drukt wanneer P04 op zaterdag (SAT) staat, de top van de programmering, kan het programmanummer niet veranderd worden. 3. Druk op de toets “SET” (INSTELLEN) om de wijzigingen te bevestigen en naar de instellingen de programmatijd te gaan. Het programmanummer wordt gewist door de toets “CLEAR” (WISSEN) 3 seconden ingedrukt te houden.
NL73NEDERLAND Instellingen van de programmatijd1. Druk op “▲MIN. ” om de minuten te veranderen (wijzigingen in stappen van 15 minuten of op “▼HOUR” om de uren te verande-ren om de tijd voor het starten van het programma in te stellen. De tijd knippert tijdens het instellen. 2. Druk op de toets “SET” om de tijd te bevestigen en naar de AAN en UIT instellingen te gaan. OPMERKING: De tijdsinstellingen kunnen maar op 15 minuten na de vorige programmatijd of/en 15 minuten voor de volgende geprogrammeerde tijd ingesteld worden. Als bijvoorbeeld het P01-programma is ingesteld op 7:00 en het P03-programma is ingesteld op 16:00, kan de P02 gep-rogrammeerde tijd ingesteld worden tussen 7:15 en 15:45. Als de geselecteerde tijd buiten bereik is, drukt u op de SET-knop en het alarm afgaan om de tijd aan te geven die u kunt instellen. de tijd die ingesteld kan worden, weergegeven worden.
De tijd kan in het bovenstaande voorbeeld ook niet ingesteld worden, u kunt dus niet 7:00 voor P01 en 7:00 voor P02 op zondag hebben. AAN en UIT instellingen1. Druk op de toets “▲MIN. ” of “▼HOUR” om te kiezen tussen ON of OFF. Het woord “ON” of het woord “OFF” zal knipperen tijdens het instellen, afhankelijk van wat geselecteerd is. 2. Druk op de toets “SET” om te bevestigen en naar de stap Temperatuursinstellingen of programmaselectie te gaan. Zie onderstaande OPMERKINGEN:OPMERKING: Wanneer “ON” is geselecteerd, zal de kachel werken bij de geselecteerde temperatuur en tijd. Het scherm zal naar de stap Temperatuursinstellingen gaan. OPMERKING: Wanneer “OFF” is geselecteerd, werkt de weektimer niet voor dat programmanummer. Temperatuursinstellingen1. Druk op de toets “▲MIN. ” of “▼HOUR” om de gewenste kamertemperatuur in dat programma te selecteren.
Bediening van de weektimer activerenAls de toets “AUTO” wordt ingedruk terwijl de kachel brandt (de kachel in INGESCHAKELD), zal het weekprogramma beginnen. Het woord “AUTO” zal op het scherm verschijnen en de kachel zal werken overeenkomstig het programma dat is ingesteld in het weekprogramma. Als “AAN” op het scherm wordt weergegeven tijdens het weekprogramma, kan de temperatuur gewijzigd worden door op de toet-sen “▲MIN. ” of “▼HOUR” te drukken. Dit zal de temperatuur die in het weekprogramma ingesteld is niet veranderen. Wanneer de tijd het volgende programma bereikt, zal ook het cijfer automatisch veranderen in de geprogrammeerde temperatuur. Het scherm gaat naar hetzelfde programmanummer in de Programmaselectie zodra u op “SET” drukt.
NL74NEDERLANDHANDMATIGE VERBRANDINGBELANGRIJK: Deze functie is uitsluitend bedoeld voor testdoeleinden. De kachel kan ook op een gewenste verbrandingsmodus worden gehouden (hoog, gemiddeld, laag), ongeacht de omgevingstemperatuur. 1. Houd de toetsen “▲MIN. ” en de “▼HOUR” gelijktijdig gedurende meer dan drie (3) seconden ingedrukt terwijl de AAN/UIT schakelaar op de stand “ON” staat. 2. P1, P2 of P3 worden op de digitale display weergegeven;P1 = lage modusP2 = gemiddelde modusP3 = hoge modusKies vervolgens de gewenste verbrandingsmodus met behulp van de toets“▲MIN. ” of “▼HOUR”. De toets “▲MIN. ” zet de verbrandingsmodus hoger, de toets “▼HOUR” toets zet de verbrandingsmodus lager. 3. Om de instelling te wissen, houd u de toetsen “▲MIN. ” en “▼HOUR” gelijktijdig gedurende drie (3) seconden ingedrukt, tot de nor-male temperatuurweergave opnieuw weergegeven wordt.
AUTOMATISCHE REINIGINGSMODUS Wanneer de kachel gedurende twee uur ononderbroken op de hoogste instelling gebrand heeft, zal de brander automatisch een automati-sche reinigingsprocedure starten. Het scherm zal de automatische reinigingscode cl:05 tot cl:01 weergeven. De procedure om de brander automatisch te reinigen duurt 5 minuten, waarin de kachel op de laagste instelling zal branden. Na het voltooien van de reinigingsmodus, zal de kachel automatisch opnieuw overschakelen naar de hoogste instelling. OPMERKING:De veiligheid van de kachel en de opstartprocedures zullen in deze modus nog altijd actief zijn. HERSTELSYSTEEM BIJ STROOMSTORINGENDe kachel wordt uitgeschakeld, indien er zich tijdens de werking een stroomonderbreking voordoet. Zodra de stroomonderbreking is verholpen, zal het apparaat automatisch opnieuw starten met de volgende instellingen.
WANNEER DE KACHEL IN BEDRIJF ISDUUR VAN DESTROOMSTORINGMINDER DAN3 SECONDENLANGER DAN 3 SECONDENIN HET BACK-UP GEHEUGEN UIT HET BACK-UP GEHEUGENBEDIENING Verbranding opnieuw starten met dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. De verbranding vanaf het begin starten. De verbranding vanaf het begin starteb. De ingestelde temperatuur wordt uit veiligheidsoverwegingen gewijzigd naar 13˚C (56˚F). De ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur worden gewist als de stroomonderbreking langer dan 30 minuten heeft geduurd. Druk een willekeurige knop in om het knipperen van de ingestelde tempera-tuur en de omgevingstemperatuur uit te schakelen. ENERGIEBESPA-RINGSMODUSBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. Behoud dezelfde instelling als voor destroomstoring. Behoud dezelfde instelling als voor destroomstoring.
AUTOMATISCHEWERKINGBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. Behoud dezelfde instelling als voor destroomstoring. De instelling wordt gewist. (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)KINDERSLOTBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. De instelling wordt gewist. (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)De instelling wordt gewist. (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)Als de kachel niet in gebruik is en er doet zich een stroomonderbreking voor, dan zal het apparaat in principe opstarten met dezelfde in-stellingen als voor de stroomonderbreking. Als de stroomonderbreking echter langer heeft geduurd dan 3 seconden zullen de volgende instellingen worden gewist. Stel de instellingen opnieuw in. WANNEER DE KACHEL NIET IN BEDRIJF ISIN HET BACK-UP GEHEUGEN Bediening van het kinderslotUIT HET BACK-UP GEHEUGENInstellingen tijd en datumBediening van het kinderslot.
NL75NEDERLANDDE KACHEL UITSCHAKELENZet de AAN/UIT-toets op de positie “UIT”. De lamp AAN zal knipperen en doven. De circulatieventilator en ventilatormotor blijven draaien gedurende ongeveer drie (3) minuten om de kachel af te koelen. HOOFDSTUK F:STANDAARD ONDERHOUDOPGELET: Zorg ervoor dat u de verwarming uitschakelt en loskoppelt voordat u controles of reiniging uitvoert.OPGELET: Laat de kachel volledig afkoelen voordat reiniging of onderhoud wordt uitgevoerd.VOOR OPTIMALE PRESTATIES MOETEN DE HIERONDER GENOEMDE ONDERDELEN REGELMATIG WORDEN GEREINIGD.LouverIntegral fuel strainer (inside)Fan cover1. Schone lamellen(EENS PER WEEK)Stof en vlekken moeten van de lamellem worden afgeveegd met een vochtige doek.2.
Het filter voor de circulatielucht reinigen (EENS PER WEEK)Verwijder stof en/of haar van huisdieren van het deksel op de achterkant van de kachel.Gebruik een stofzuiger om stof of haar van huisdieren te verwijderen.3. Controle op brandstoflekken (RÉGULIÈREMENT)Maak er een gewoonte van om de brandstofleiding en alle verbindingen te controleren optekenen van brandstoflekkage. Brandstoflekkages kunnen leiden tot brandgevaar.4. Het deel van de rookgasleiding controleren (EENS PER MAAND)Controleer de koppeling van de rookgasleiding om te verzekeren dat deze koppeling stevig vast staat. Gebruik een stofzuiger om stof of haar van huisdieren te verwijderen.CheckBeschermkap ventilatorBrandstofzeef (binnenin)LuchtuitlaatklepCheck
NL76NEDERLAND5. De brandstofzeef reinigen (EENS PER MAAND)De zeef van de brandstofcarter moet eens per maand en voor het starten van de kachel in het begin van elk seizoen gereinigd worden. (a) Sluit de klep het dichtst bij de kachel. (b) Plaats de olie-opvangbak onder het deksel van de zeef, met een kleine opvangbak eronder, om de brandstof die zal lekken op te vangen. (c) Zet de twee schroeven de het deksel van de zeef los en verwijder het deksel. (d) Verwijder de zeef en maak deze schoon met stookolie. (e) Plaats de zeef terug op zijn oorspronkelijke plaats. Plaats het deksel van de zeef terug en schroef het vast. (f) Veeg gemorste brandstof weg. (g) Open de klep in de brandstofleiding. Controleer op brandstoflekken. OPMERKING: Schroef, op het einde van elk seizoen, de afvoerschroef los om alle achtergebleven brandstof uit de brandstofopvangbak te verwijderen. 6.
Aanbevolen periodiek onderhoudAls state-of-the-art apparaat moet uw kachel van tijd tot tijd worden gecontroleerd en onderhouden door een gekwalificeerde mon-teur om optimaal en veilig gebruik te kunnen waarborgen. Deze inspectie dient het volgende te omvatten: controle van de ontsteking; controle van het rookgaskanaal; controle van de brander; reiniging van alle noodzakelijke onderdelen en vervanging van de pakkingen waar nodig. Neem contact op met uw TOYOTOMI-verdeler voor meer informatie en planning. AUTOMATISCH REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKINGWanneer de kachel ingeschakeld is en de klok ingesteld is (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK), zal de kachel automatisch stoppen en de ontsteker elke dag om 2:00 reinigen en zal “CL” weergegeven worden op de digitale indicator. Na het voltooien van de reinigingsmodus zal de kachel automatisch opnieuw ontsteken om opnieuw te verwarmen.
Wanneer de ON/OFF schakelaar in de “OFF” positie staat, houdt u de “TIMER” en de “POWER SAVER” toets gelijktijdig gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt. 2. Op het scherm zal “CL:10” weergegeven worden. De reiniging wordt zonder verdere invoer uitgevoerd. OPMERKING: Het reinigen van de ontsteking is van belang om de levensduur van de ontsteking te verlengen. Het wordt aanbevolen om de ontsteking eens per week te reinigen. AfvoerschroefBrandstofzeefZeef pakkingZeefdekselOlievangst.
NL77NEDERLANDHOOFDSTUK G:PROBLEMEN OPLOSSENVOORDAT U EEN BEROEP DOET OP DE SERVICEDIENSTDe volgende symptomen zijn normaal gedurende normaal bedrijf van de kachel. SYMPTOOM REDENWanneer de kachelwordt gestart of gedoofd. Witte rook of een geur bij het eerste gebruik na de aankoop. Machineolie of stof brandt van de oppervlakken van de bran-der of warmtewisselaar. Vlammen flikkeren enkele minuten na ontsteking. De brander is koud en de ontsteker blijft een tijdje in werking na ontsteking. Maakt af en toe “krakende” geluiden wanneer de kachel ont-stoken of gedoofd wordt. Uitzetten en krimpen van metalen onderdelen wanneer ze op-warmen of afkoelen. Er wordt geen warme lucht afgegeven na ontsteken. Om te voorkomen dat er in het begin koele lucht uit de kachel komt, wordt de start van de circulatieventilator vertraagd.
Hoorbaar tuffend geluid van de brandstofpomp wanneer deze voor de eerste keer gestart wordt of na het zonder brandstof vallen. Er zit lucht in de pomp. Het geluid zou echtermoeten stoppen binnen 1 minuut. *Wanneerde kachel inbedrijf is. “Tikked” geluid. Geluid van de brandstofpomp tijdens normaal bedrijf. De verbrandingsruimte of de warmtewisselaar is zichtbaardoor de luchtdeurtjes, roodgloeiend. Normaal. Af en toe gele flikkering in de blauwe vlam. Normaal. *Als het geluid van de brandstofpomp niet afneemt en de kachel uitschakelt, controleer dan: 1. Druk één keer op de rode vrijgaveknop voor de vlotter van de brandstoftank. NIET ingedrukt houden. 2. Zorg ervoor dat alle kleppen open staan en het filter vrij is. 3. Zorg ervoor dat er brandstof in de externe brandstoftank zit en de filters schoon zijn.
Als er zich problemen voordoen tijdens gebruik of ontsteking, gebruik dan deze tabel om de oorzaak en de gepaste te ondernemen stap-pen te bepalen. Zorg ervoor dat u de stekker uit het stopcontact trekt en de kachel volledig laat afkoelen voordat u corrigerende stappen neemt.
In het geval dat de kachel zichzelf dooft, zonder actie van u, moet u op het scherm controleren of een van de volgende foutcodes weergegeven worden. FOUTCODE OORZAAK OPLOSSINGE– 0E– 23E– 6E– 2E– 2 / E– 6Stroomstoring (onstabiele frequentie)Primaire vlam (vlamsensor) werkt niet correct en/of is vuilStoring brandstofleidingZonder brandstof / geen vlamGeblokkeerde of lekkende brandstofleidingControleer de stroomvoorziening. Raadpleeg uw verdeler voor reiniging en inspectie. Neem contact op met uw verdeler. Controleer de brandstofmeter op de tank; vul brandstof bij. Neem contact op met uw verdeler. / Controleer de rookgasleiding. E– 8 Storing van de ventilatormotor Neem contact op met uw verdeler. E– 12Hoge limietschakelaar geactiveerd Reinig het filter van de circulatieventilator en verwijder blokkeringen, laat uw kachel volledig afkoelen en ontsteek opnieuw.
NL78NEDERLANDHOOFDSTUK H:LANGDURIGE OPSLAGWanneer u van plan bent om de kachel gedurende een langere periode niet te gebruiken, wordt aangeraden om de kachel volgens de on-derstaande stappen op te slaan:1. Bereken aan het einde van het seizoen uw brandstofaankopen zodat u alle aangeschafte brandstof kunt opgebruiken. Wanneer de brandstof langer dan zes maanden wordt opgeslagen, kan de kwaliteit verminderen. Gebruik van dergelijke lang opgeslagen brandstof heeft een ongunstig effect op de werking van de kachel. 2. Wanneer uw kachel onderhoud of reparatie nodig heeft, is dit het juiste moment om contact op te nemen met uw verdeler om het onde-rhoud uit te voeren voordat u de kachel opslaat. Op deze manier is uw kachel meteen klaar voor gebruik wanneer het volgende stookse-izoen begint. 3. Als u van plan bent om de kachel ter plaatse te laten,(a) Koppel de stroomvoorziening los.
(b) Sluit de hoofdklep van de tank. (c) Verwijder alle brandstof uit het carter en reinig de brandstofzeef. (Zie HOOFDSTUK F: STAN-DAARD ONDERHOUD)(d) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek. 4. De kachel opslaan op een andere locatie:(a) Koppel alle aansluitingen af. (b) Sluit de hoofdklep van de tank. (c) Verwijder alle brandstof uit het carter en reinig de brandstofzeef. (Zie HOOFDSTUK F: STANDAARD ONDERHOUD)(d) Koppel de brandstofleiding en het schoorsteenkanaal los van de kachel. OPMERKING: Achtergebleven brandstof in de brandstofleiding kan naar buiten stromen wanneer de brandstofleiding wordt los-gekoppeld. Zorg dat u een reservoir bij de hand hebt om afgevoerde brandstof op te vangen. (e) Verwijder achtergebleven roet in het rookgaskanaal met behulp van een borstel en/of een stofzuiger.
(f) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek. (g) Plaats de kachel in de originele verpakking en sla deze op een droge plaats op.
Wanneer de originele verpakking niet beschik-baar is, kunt u de kachel volledig afdekken met een grote plastic zak ter bescherming tegen stof tijdens de opslag. (h) Dek de afvoer- en luchtaanvoeropeningen van het rookgaskanaal af met behulp van de optionele doppen. (Onderdeel #17212661 and #17212656)VERVOERNeem de onderstaande maatregelen om brandstoflekkage tijdens vervoer van de kachel te voorkomen. - Vervoer de kachel ALTIJD rechtop. - Zorg ervoor dat brandstof ALTIJD wordt afgevoerd uit voorafgaand aan transport. Dealer.
NL79NEDERLANDHOOFDSTUK I:INSTALLATIEALGEMENE BESCHRIJVING De FF-95 is ontworpen voor installatie aan een buitenmuur zodat volledig gebruik kan worden gemaakt van de eenvoudige montage met behulp van het “schoorsteenkanaal” waardoor de noodzaak van een hoge schoorsteen komt te vervallen. Er is geen hitte- of brandbestendige bescherming noodzakelijk.STANDAARD INSTALLATIEONDERDELENDe volgende standaardonderdelen voor de installatie worden met de kachel meegeleverd. Voor andere installatiemethoden moet u eventu-eel aanvullende accessoires aanschaffen bij uw TOYOTOMI-verdeler.
NL80NEDERLANDACCESSOIRESDe volgende accessoires zijn verkrijgbaar voor gebruik bij een niet-standaard installatie van de FF-95. Raadpleeg uw TOYOTOMI-verdeler om de nodige accessoires aan te schaffen, nadat u zorgvuldig hebt overwogen waar u de verwarming en het rookgaskanaal en de brand-stoftoevoer wilt installeren. Belangrijk: Gebruik alleen originele TOYOTOMI onderdelen voor uw kachel. Het gebruik van niet-goedgekeurde, generieke of onderdelen van andere merken kan de prestaties en de veiligheid ernstig verminderen en maakt de fabrieksgarantie ongeldig. Accessoires Onderdeel nr.
ToepassingSet verlengstukken voor leidingen (L)* ONDERDEEL #17206013 Lengte: 2080 mm tot 1620 mmSet verlengstukken voor leidingen (M)* ONDERDEEL #17206012 Lengte: 1080 mm tot 650 mmSet verlengstukken voor leidingen (S)* ONDERDEEL #17206011 Lengte: 580 mm tot 400 mmL-vormige uitlaatkoppeling* ONDERDEEL #17187089 Voor een bocht van 90 graden in de uitlaatleiding* De totale lengte van de verlengpijp tussen de kachel en het rookgaskanaal mag niet meer dan drie meter bedragen en er mogen niet meer dan drie bochten in de verlengpijp worden gebruikt.
NL81NEDERLANDSET VERLENGSTUKKENINSTALLATIE MET Set verlengstukken voor leidingen (L)AanpasbareuitlaatleidingIsolatiedoekdekselVerlengstukuitlaatleidingPorte-tuyauAanvoerslangHardware voorleidingondersteuningBij gebruik van de “Verlengstuk leiding (L)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 1620 mm en hoogstens 2040 mm bedragen.(Zie afbeelding 1 voor referentie.)111223sets1OPMERKING:Gebruik een “L”-vormige uitlaatkoppeling indien nodig.KoppelingrookgaskanaalAanvoerslangLeidingkopppelinguitlaat kachelafbeelding 11620mm ~ 2040mmNo.
NL82NEDERLANDSet verlengstukken voor leidingen (M) ONDERDEEL #17206012 Set verlengstukken voor leidingen (S) ONDERDEEL #17206011SET VERLENGSTUKKENWiFi-MODULE SETONDERDEEL #17314780Bij gebruik van de “Verlengstuk leiding (M)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 650 mm en hoogstens 1080 mm bedragen.(Zie afbeelding 2 voor referentie.)11112sets1Bij gebruik van de “Verlengstuk leiding (S)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 400 mm en hoogstens 575 mm bedragen.(Zie afbeelding 3 voor referentie.)No.Name of ONDERDEEL Aantal123456Aanpasbare uitlaatleiding500mm~320mmAanvoerslang (500mm)Isolatiedoek deksel (1000mm)Isolatiedoek dekselHardware voorleidingondersteuningL-vormige uitlaatkoppeling11111sets1AanvoerslangLeidingkopppelinguitlaat kachelafbeelding 2AanvoerslangLeidingkopppelinguitlaat kachelafbeelding 3400mm~575mm650mm ~ 1050mmNo.
NL83NEDERLANDINSTALLATIE-ADVIES1. De luchtaanvoer en de -afvoeropening van het rookgaskanaal moeten naar buiten altijd volledig open zijn. Het rookgaskanaal mag niet worden aangesloten op een bestaande schoorsteen, garage, kelder, kruipruimte, tussenplafond of een andere gesloten ruimte, omdat het rookgaskanaal een “warmtewisselaar” is waarbij in de afvoer condens ontstaat die naar buiten moet worden afgevoerd. 2. Let er tijdens het installeren van het rookgaskanaal op dat het volume en de temperatuur van het gas dat via het schoorsteenkanaal naar buiten wordt afgevoerd minimaal is en normaal gesproken geen problemen oplevert. 3. Voordat u een gat in de muur maakt voor het rookgaskanaal, moet u verzekeren dat dat de muur geenholle ruimtes, elektriciteitsdraden, gasleidingen en andere obstakels bevat.
Boor van binnenuit een gatvan 5 mm voor de geleiding om de uiteindelijke opening van buitenaf te boren en op die manier rommel te voorkomen. 4. Installeer het rookgaskanaal niet in de omgeving van de luchtaanvoer of op een plaats waar de afvoer bedekt kan worden met sneeuw, bladeren of direct wordt blootgesteld aan wind met een snelheid van meer dan 50 km/u. 5. Installeer de rookgasleiding NOOIT onder de kachel. 6. De totale lengte van verlengstukken voor leidingen (accessoires L, M of S) tussen de kachel en de rookgasleiding mag niet meer dan 3 m zijn, met niet meer dan 3 × 90˚ bochten. OPMERKING: Wanneer verlengstukken voor leidingen van het type L, M of S gebruikt worden, moet de rookgasleiding altijd geïsoleerd worden met de bijgeleverde isolatiedoek. (Meer isolatie kan vereist worden door de lokale autoriteit). 7.
Bij alle kachelinstallaties moet het rookgaskanaal altijd worden geïnstalleerd. Het kanaal moet horizontaal lopen met een licht dalend verloop naar buiten ··· NOOIT verticaal. BELANGRIJK:In regio’s met zware sneeuwval moet de afstand tot de grond worden vergroot op basis van de gemiddelde sneeuwhoogte.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Toyotomi FF-95 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Toyotomi
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater