Toyotomi FF-55 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Toyotomi FF-55 (146 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen. Heb je een vraag over Toyotomi FF-55 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Toyotomi |
| Categorie: | Heater |
| Model: | FF-55 |
Handleiding Toyotomi FF-55 – volledige tekst
NLNEDERLAND73BELANGRIJK1)LEESDEZEINSTRUCTIESZORGVULDIGDOORENZORGERVOORDATUALLEINFORMATIEGOEDBEGRIJPTVOORDATUDEKA-CHEL IN GEBRUIK NEEMT. 2) BEWAAR DE HANDLEIDING OP EEN VEILIGE PLAATS OM EVENTUEEL LATER TE KUNNEN RAADPLEGEN. 3)RAADPLEEGDEPLAATSELIJKGELDENDEVOORSCHRIFTENENBOUWVERGUNNINGENVOORDEINSTALLATIEVEREISTEN. Om de Wi-Fi-modus te gebruikenOm de Wi-Fi-modus te gebruiken, moeten aanvullende onderdelen gekocht worden, die niet bij de standaardinstallatie inbegrepen zijn. Neem contact om met uw verdeler voor het kopen van de volgende aanvullende onderdelen. Gebruik alleen originele TOYOYOMI-onderdelen voor uw kachel. Het gebruik van niet-goedgekeurde, generieke of onderdelen van andere merken, kan de prestaties en de veiligheid ernstig verminderen en maakt de fabrieksgarantie ongeldig. Alleen uw verdeler kan de Wi-Fi-module in uw kachel installeren.
Installeer de Wi-Fi-module NIET zelf in de kachel. HOOFDSTUK A:SPECIFICATIESModel: FF-55T/FF-55Verwarmingsrendement: 92,4% (1)Verwarmingsvermogen: Hoog - 5,50 kW (18. 800 BTU/u) Gemiddeld - 3,74 kW (12. 800 BTU/u) Laag - 1,88 kW ( 6. 430 BTU/u)Brandstofverbruik: Hoog - 0,622 l/u Gemiddeld - 0,423 l/u Laag - 0,213 l/uBrandstofsysteem: Wisseltan(7. 6L)/Externe tank (2)Type brandstof: PetroleumAfmetingen (B × H × D): 496 × 600 × 339 mmGewicht: 20kg/17kgGat voor het schoorsteenkanaal: Diameter 70 ~ 80 mmMaximale lengte van het schoorsteenkanaal: 3 m, 3 bochten of minder (zie HOOFDSTUK I: INSTALLATIE)Elektrische aansluiting: 230 V AC, 50Hz (220 V AC, 50/60 Hz) (3) voorverwarming - MAX 260 W verwarming - MAX 48 WFrequentieband(en) waarin de radio-apparatuur werkt: 2. 400 GHz - 2.
4835 GHz (4)Draadloze LAN: IEEE 802,11n/g/b (4)(1) Door het verbranden van de brandstof ontstaat warmte en waterdamp. Bij het bepalen van het verwarmingsvermogen is geen reke-ning gehouden met warmteverlies als gevolg van condensatie.
NLNEDERLAND74VEILIGHEIDSVOORZIENINGENUw kachel is uitgerust met de volgende veilig-heidsvoorzieningen. Leer deze functies kennen. Zorg ervoor dat u het probleem juist identificeert wanneer uw kachel wordt gedoofd door een veiligheidsmechanisme. 1. VlamsensorOm overlopen van brandstof te voorkomen, wordt de kachel automatisch volledig uitgeschakeld wanneer het ontsteken mislukt of de vlam tijdens werking dooft. Er zal een foutcode weergegeven worden op het bedieningspaneel. 2. Brandstofzeef (FF-55)Een speciale zeef vangt alle vuil of onzuiverheden die aanwezig zijn in de brandstof, voordat de brandstof de brander bereikt. 3. Beveleiging tegen oververhittingStop automatisch alle handelingen wanneer het binnencabinet van de kachel een abnormaal hoge temperatuur bereikt vanwege een storing van de motor of abnormale verbranding, om brand te voorkomen. 4.
Herstelsysteem bij stroomstoringenIn geval van een stroomstoring terwijl de kachel in gebruik is, zal de kachel automatisch opnieuw ontsteken en de geselecteerde kamer-temperatuur behouden wanneer er opnieuw stroom is. OPMERKING: De werking varieert, afhankelijk van de duur van de stroomonderbreking en andere omstandigheden. (Zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)5. Volledig geventileerd systeemVia het schoorsteenkanaal wordt voor de verbranding lucht van buitenaf aangezogen en worden alle verbrandingsproducten naar buiten afgevoerd. HOOFDSTUK B:VEILIGHEIDSADVIEZEN VOOR GEBRUIKOPGELET: De kachel en het schoorsteenkanaal moeten vóór gebruik correct worden geïnstalleerd. Volg hiervoor de instructies onder HOOFDSTUK I: INSTALLATIE. 1. G ebruik nooit een andere brandstof dan Petroleum. GEBRUIK NOOIT BENZINE Gebruik van benzine kan leiden tot oncontroleerbare vlammen waardoor gevaar voor brand ontstaat. 2.
)•De kachel mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik. •Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat zij niet met het apparaat spelen. •Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen ouder dan 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of verstandelijke beperkingen of gebrek aan ervaring of kennis, als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren begrij-pen die met het gebruik ervan samen-hangen. •Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. •Het schoonmaken en uitvoeren van ander onderhoud mag niet worden gedaan door kinderen zonder toezicht. 3.
Om storingen in de werking te voorkomen en de levensduur te verlengen, moet er regelmatig onderhoud worden uitgevoerd. (Zie HOOFDSTUK F “STANDAARD ONDERHOUD”)4. NOOIT brandstof bewaren of vervoeren in een andere dan een metalen of plastic container die geschikt is voor brandstof en met de dui-delijke markering "PARAFFINE". NOOIT brandstof bewaren in de woonruimte. RIGHTPARAFFINWRONGGASDangerPARAFFINBrandstofleidingBranderringVentilatormotorWarmtewisselaarBranderKijkgaatjeZeefjeOntstekerBrandstofpompTankhouderWisseltank HittebeschermingsschildBeveiliging tegen oververhittingVlamsensorBrandstofleidingBranderringVentilatormotorBrandstofcarterWarmtewisselaarBranderKijkgaatjeVlamsensorOntstekerRode vrijgaveknopbrandstofdebiet Brandstofzeef(binnenin)BrandstofpompHittebeschermingsschildBeveiliging tegen oververhittingFF-55T FF-55.
NLNEDERLAND75Defecte elektrische apparaten en batterijen horen niet bij het huisafval. Zorg voor een goede recycling waar mogelijk. Vraag eventueel uw gemeente of uw lokale handelaar voor een deskundig recycling advies. HOOFDSTUK C:BRANDSTOFDe FF-55T/FF-55 is ontworpen voor gebruik met paraffine. Door gebruik van brandstof van mindere kwaliteit kunnen de prestaties van debrander teruglopen waardoor abnormale verbranding kan ontstaan en de levensduur van de kachel wordt verkort. Gebruik uitsluitend paraffine, gemarkeerd zijn met het woord “paraffine”. Sla de brandstof op in een aparte omgeving waar geen benzinevoor andere apparatuur wordt opgeslagen om onbedoeld gebruik van benzine in uw kachel te voorkomen. Wat te kopen. ALTIJD: Schoneparaffinevangoedekwaliteit. ALTIJD: Brandstofzonderverontreiniging,waterofvertroebeling.
NOOIT: Benzine, alcohol, wit gas, brandstof voor kampeerkachels of additieven. NOOIT: Gele of zuur ruikende brandstof. Hoe te bewaren. ALTIJD: BewarenineenschonecontainerdieduidelijkisgemarkeerdmetPARAFFINE. ALTIJD: Uitdebuurtvandirectzonlicht,warmtebronnenofextremetemperatuurschommelingenbewaren. NOOIT: In een glazen container of een container die is gebruikt voor andere brandstoffen. NOOIT: Lan ger dan zes maanden. Beging elk stookseizoen met verse brandstof; Voer de brandstof aan het einde van het sei-zoen af. NOOIT: In de woonruimte. Waarom is dit van belang. Zuivere, schone brandstof is essentieel voor veilige en efficiënte werking van de kachel.
NLNEDERLAND771. Toets ON/OFF: De hoofdtoets schakelt de kachel aan en uit. Indien ingeschakeld, begint de kachel te werken en begint de ontbranding na de voorverwarming. 2. Toets Auto: De toets schakelt de weektimer voor de bedrijfsmodi in of uit. 3. Toets TIMER: De toets schakelt de weektimer voor het instellen van de modi in of uit. 4. Set-TIME/TEMP/WEEKLYTIMER/ OndeTIJD/TEMP/WEEKTIMER/endedagvandeweekintestellen. en dag / van de week5. Toets POWER SAVER/CHILD LOCK: De toets schakelt de bedrijfsmodus ENERGIEBESPARING in of uit. Houd de toets ingedrukt, om de modus KINDERSLOT in of uitte schakelen. 6. Toets CLEAR: Voor het resetten van het programma voor de weektimer, wordt de toets WISSEN gebruikt. 7. Temperatuurselectie ˚F/˚C: ˚F/˚C tuimelschakelaar. 8. ON-lamp: Aan – De kachel is in bedrijf. Knipperen - voorverwarming en voorreiniging. 9.
Circulatieventilator: De motor met drie snelheden levert een groot debiet aan warme lucht tijdens bedrijf voor het snel opwarmen van een kamer en een klein of gemiddeld debiet aan warme lucht tijdens bedrijf op laag of gemiddeld vermogen, voor het behouden van een comfortabele kamertemperatuur. 19.
NLNEDERLAND78HOOFDSTUK E:GEBRUIKVOOR ONTSTEKING1. Brandstof vullenFF-55T:•Vuldetanknietindewoonkamermaaropeenmeergeschikteplaats(erisaltijdkans op morsen). •Vuldekachelnietbijtijdensbedrijfofwanneerdekachelnogheetis. Volg de onderstaande procedure:1) Let erop dat de kachel is uitgeschakeld. 2) Open de tankdop en til de uitneembare tank uit de kachel. OPMERKING: Het is mogelijk dat er enkele druppels uit de tank lekken. Zet de uit-neembare tank neer (met de vulopening naar boven) en draai de dop los. 3) Neem de handpomp en plaats de gladde, stevigste buis in de voorraadtank. Zorg ervoor dat deze zich op een hogere positie dan de uitneembare tank bevindt. Plaats de geribbelde slang in de vulopening van de uitneembare tank. 4) Vergrendel de schakelaar boven op de pomp (met de klok mee draaien).
5) Knijp een paar keer in de pomp totdat de brandstof in de uitneembare tank begint te stromen. Wanneer dit gebeurt, hoeft u niet langer te knijpen. 6) Houd het brandstofpeil in de uitneembare tank tijdens het vullen in de gaten. Stop met vullen door de schakelaar boven op de pomp los (tegen de klok in) te draaien wanneer de meter aangeeft dat de tank vol is. Let erop dat het peil nooit te hoog komt, in het bijzonder wanneer de brandstof koud is (de brandstof zet uit wanneer de temperatuurstijgt). 7) Laat de resterende brandstof teruglopen in de voorraadtank en verwijder voorzichtig de pomp. Draai de dop voorzichtig weer op de tank. Ruim eventueel gemorste brandstof op. 8) Controleer of de dop recht is geplaatst en goed is vastgedraaid. Plaats de uitneembare tank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit de afdekking.
2) Start het brandstofdebietAls u de kachel voor de eerste keer gebruikt, druk dan op de rode vrijgaveknop voor het brandstofdebiet om brandstof nar de brandstofcarter te sturen en laat de knop daarna los. OPMERKING: Zorg ervoor dat er geen brandstof uit de leiding of koppelingen lekt. Zorg er ook voor dat de brandstoftank niet te hoog geplaatst is. Zie de installatierichtlijnen. OPMERKING: De rode vrijgaveknop voor het brandstofdebiet is voor de eerste ingebruikname of voor zeldzame gevallen wanneer de brandstoftank gevuld werd. De rode knop dient voor het vrijgeven van de vlotter van de brandstofcarter. Het laat de brandstof niet naar de brandstoftank stromen. Te vaak of te lang op de rode vrijgaveknop voor het brandstofdebiet ZAL het overlopen van de brandstofcarter veroorzaken, wat mogelijk tot brand kan leiden.
Druk alleen snel en minder dan één seconde op de rode vrijgaveknop voor het brandstofdebiet. 2. De kachel op het net aansluitenSteek de stekker van de kachel in een 220 V of 230 V AC stopcontact. (Zie HOOFDSTUK A: SPE-CIFICATIES). Op het scherm zullen vooraf ingestelde "Dubbele streepjes" weergegeven worden. OPMERKING: Deel een stopcontact niet met andere apparaten. leeg volRode vrijgaveknop brandstofdebiet.
NLNEDERLAND793. Klok instellenBELANGRIJK: De klok op de kachel moet altijd op de huidige tijd en dag ingesteld zijn. OPMERKING: Op de toets “tHOUR” of “sMIN. ” drukken zal de tijd telkens met één (1) eenheid veranderen. De toets in-gedrukt houden zal de tijd snel laten veranderen. OPMERKING: In geval van een stroomonderbreking (meer dan ongeveer 30 min), kunnen de tijd en dag gewist worden. 4. De tijd en de dag van de week instellen. 1) De huidige tijd is nog niet ingesteld. (Alle tekens branden vast. ) Wanneer de knop "sMIN. " of "tHOUR" wordt ingedrukt terwijl de werking gestopt is, zal alles behalve het ":" knipperen. Wanneer de knop "sMIN. " of "tHOUR" opnieuw wordt ingedrukt, wijzigt de weergave op de balk (“Two Dashes” (Twee pun-ten)) naar “0 00”. 2) Instellen van de huidige tijdDruk op de toets “sMIN.
” om de minuten in te stellen en druk op de toets “tHOUR” om het uur in te stellen. Tijdens het indrukken van de toets “tHOUR”, zal het teken veranderen als volgt. “0:00” ➞ “1:00” ➞ ··· ➞ “23:00” ➞ “0:00” ➞ ···Tijdens het indrukken van de toets “sMIN. ”, zal het teken veranderen als volgt. “0:00” ➞ “0:01” ➞ ··· ➞ “0:59” ➞ “0:00” ➞ ···Druk op de toets “SET” om het instellen van de huidige tijd te voltooien. 3) Het instellen van de dag van de weekHet teken “dAy” wordt weergegeven op het scherm en de dag van de week zullen knipperen. Druk op de toets “sMIN. ” of de toets “tHOUR” om de dag van de week in te stellen. De dag van de week zal knipperen. (De initiele instelling is "SUN". ) De andere dagen van de week zullen niet meer branden. Selecteer een dag van de week door middel van de toets “sMIN. ” of de toets “tHOUR”. Tijdens het indrukken van de toets “sMIN.
” op de positie “SAT”, hoort u een pieptoon en wordt “SAT” niet meer veranderd. Tijdens hetindrukken van de toets “tHOUR”, zal het teken veranderen als volgt. “SAT” ➞ “FRI” ➞ “THU” ➞ “WED” ➞ “TUE” ➞ “MON” ➞ “SUN”Bij het drukken op de toets “tHOUR” op de positie “SUN”, hoort u een pieptoon en wordt “SUN” niet meer veranderd. Druk op de toets “SET” om het instellen van de dagen van de week te voltooien. De huidige tijd en dag van de week zullen op het scherm weergegeven worden. OPMERKING: Als er op de AAN/UIT-knop wordt gedrukt tijdens het instellen van de tijd en de dag, zal de instelling niet voltooid worden. Stel de tijd en dag opnieuw in.
NLNEDERLAND80GEBRUIKHANDMATIGE BEDIENINGDe kachel wordt door de gebruiker direct bediend. De geleverde warmte zal echter automatisch worden aangepast aan de omgevingstem-peratuur die wordt gemeten door de temperatuursensor1. De kachel inschakelenA. Zet de AAN/UIT-toets op de positie “AAN”. De huidige kamertemperatuur en de ingestelde tempera-tuur zal op het scherm weergegeven worden. Als de kamertemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur, zal de AAN-lamp begin-nen knipperen en zullen daarna de ventilatormotor en ontsteking starten. Deze lamp zal tijdens de voorverwarmingstijd blijven knipperen. B. Na ca. 1. 5 - 4 minuten zal de kachel worden ontstoken. (*) Na het ontsteken zal de indicator stoppen met knipperen en permanent gaan branden. De circulatieventilator zal na ca. 2 minuten worden ingeschakeld. OPMERKING: (*) Het voorverwarmen hangt af van de omgevingstemperatuur.
ENERGIEBESPARINGSMODUSDe energiebesparingsmodus vermindert de frequentie van het aantal ontstekingen, om het elektriciteitsverbruik te verlagen. 1. Zet de knop ENERGIEBESPARING (KINDERSLOT) op “AAN” terwijl de kachelin werking is om de “ENERGIEBESPARING” te starten. Het teken "ENERGIEBESPARING" zal op het scherm weergegeven worden. Wanneer de kamertemperatuur de geselecteerde instelling overschrijdt met ongeveer 6˚C (12˚F), zal de kachel automatisch uitschakelen. Wanneer de kamertemperatuur lager wordt dan de geselecteerde instelling, zal de kachel automatisch opnieuw starten om de gewenste tem-peratuur te behouden.
NLNEDERLAND81BRANDSTOFINDICATOR (FF-55T)Wanneer het informatielampje gaat branden, fu 10 , wordt hiermee aangegeven dat er nog slechts voor ca. 10 minuten brandstof be-schikbaar is. De countdown van de resterende verwarmingstijd wordt op de informatiedisplay aangegeven. Verwijder nu de brandstoftank en vul deze buiten de woonkamer bij. Wanneer u de brandstoftank nu niet bijvult, zal het alarmsignaal elke 2 minuten klinken om aan te geven dat u de tank moet bijvullen. Na 10 minuten gaat de informatiedisplay, fu el , knipperen en zal de kachel automatisch worden uit-geschakeld.KINDERSLOTHet kinderslot kan worden gebruik om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de instellingen van de kachel veran-deren. Wanneer de kachel brandt en het kinderslot is inge-schakeld, kan de kachel alleen worden uitgeschakeld. Alle andere functies zijn dan geblokkeerd.
Wanneer de kachel al is uitgeschakeld, voorkomt hetkinderslot ook dat de kachel per ongeluk zal worden ontsto-ken.1. Houd de toets KINDERSLOT (ENERGIEBESPARING) langer dan 3 seconden ingedrukt, om het kinderslot in te stellen wanneer de kachel wel of niet in bedrijf is. Het teken “KINDERSLOT” zal op het scherm weergegeven worden.Druk langer dan 3 seconden op de toets KINDERSLOT (ENERGIEBESPARING) om het kinderslot te deactiveren.
OPMERKING: De instellen van een weekprogramma kunnen niet ingevoerd of veranderd worden, terwijl de kachel AAN en in de modus AUTOMATISCH staat. “AUTOMATISCH” uitschakelen. Het maakt niet uit of de kachel UIT of AAN staat om de modus voor het instellen van het weekprogramma te openen, zolang AUTOMATISCH uitgeschakeld is. Programmaselectie1. Druk op de toets “TIMER” om de modus voor het instellen van het weekprogramma te openen. De woorden “TIMER”, “SUN”, “P01” en “ON” zullen op het scherm weergegeven worden. Als u in de modus voor het instellen van het weekprogramma op de toets “TIMER” drukt, zal het woord “TIMER” van het scherm verdwijnen en zal de modus voor het instellen van het weekprogramma gesloten worden. Alle wijziging voordat op de toets“SET” werd gedrukt, zullen niet opgeslagen worden.
Als de kachel wordt uitgeschakeld in de modus voor het instellen van een weekprogramma, zal de modus voor het instellen van een weekprogramma gesloten worden. 2. Druk op de toets “sMIN. ” of “tHOUR” om het programmanummer dat u wil instellen of aanpassen te veranderen.
Het bereik van het programma gaat van P01 tot P04 voor elke dag van de week, beginnend op zondag en eindigend op zater-dag (De kachel heeft 4 programma's voor elke dag). Tijdens het drukken op de toets “sMIN. ”, zal het scherm veranderen als volgt. “SUN P01” ➞ “SUN P02” ➞ “SUN P03” ➞ “SUN P04” ➞ “MON P01” ➞ “MON P02” ➞ … ➞ “SAT P04”OPMERKING: Wanneer op de toets “tHOUR” gedrukt wordt wanneer de onderste programmering P01 is op zondag (SUN), kan het programmanummer niet veranderd worden. Als u op de toets “sMIN. ” drukt wanneer P04 op zaterdag (SAT) staat, de top van de programmering, kan het programmanummer niet veranderd worden. 3. Druk op de toets “SET” (INSTELLEN) om de wijzigingen te bevestigen en naar de instellingen de programmatijd te gaan. Het programmanummer wordt gewist door de toets “CLEAR” (WISSEN) 3 seconden ingedrukt te houden.
NLNEDERLAND83 Instellingen van de programmatijd1. Druk op “sMIN. ” om de minuten te veranderen (wijzigingen in stappen van 15 minuten of op “tHOUR” om de uren te verande-ren om de tijd voor het starten van het programma in te stellen. De tijd knippert tijdens het instellen. 2. Druk op de toets “SET” om de tijd te bevestigen en naar de AAN en UIT instellingen te gaan. OPMERKING: De tijdsinstellingen kunnen maar op 15 minuten na de vorige programmatijd of/en 15 minuten voor de volgende geprogrammeerde tijd ingesteld worden. Als bijvoorbeeld het P01-programma is ingesteld op 7:00 en het P03-programma is ingesteld op 16:00, kan de P02 geprogram-meerde tijd ingesteld worden tussen 7:15 en 15:45. Als de geselecteerde tijd buiten bereik is, drukt u op de SET-knop en het alarm afgaan om de tijd aan te geven die u kunt instellen. de tijd die ingesteld kan worden, weergegeven worden.
De tijd kan in het bovenstaande voorbeeld ook niet ingesteld worden, u kunt dus niet 7:00 voor P01 en 7:00 voor P02 op zondaghebben. AAN en UIT instellingen1. Druk op de toets “sMIN. ” of “tHOUR” om te kiezen tussen ON of OFF. Het woord “ON” of het woord “OFF” zal knipperen tijdens het instellen, afhankelijk van wat geselecteerd is. 2. Druk op de toets “SET” om te bevestigen en naar de stap Temperatuursinstellingen of programmaselectie te gaan. Zie onderstaande OPMERKINGEN:OPMERKING: Wanneer “ON” is geselecteerd, zal de kachel werken bij de geselecteerde temperatuur en tijd. Het scherm zal naar de stap Temperatuursinstellingen gaan. OPMERKING: Wanneer “OFF” is geselecteerd, werkt de weektimer niet voor dat programmanummer. Het scherm gaat naar hetzelfde programmanummer in de Programmaselectie zodra u op “SET” drukt. Temperatuursinstellingen1. Druk op de toets “sMIN.
Als u op de "SET"-knop drukt en de temperatuurknop controleert, gaat u automatisch dezelfde programmanummer in de pro-grammaselectie. 2. Bediening van de weektimer activerenAls de toets “AUTO” wordt ingedruk terwijl de kachel brandt (de kachel in INGESCHAKELD), zal het weekprogramma beginnen. Het woord “AUTO” zal op het scherm verschijnen en de kachel zal werken overeenkomstig het programma dat is ingesteld in het weekprogramma. Als “AAN” op het scherm wordt weergegeven tijdens het weekprogramma, kan de temperatuur gewijzigd worden door op de toet-sen “sMIN. ” of “tHOUR” te drukken. Dit zal de temperatuur die in het weekprogramma ingesteld is niet veranderen. Wanneer de tijd het volgende programma bereikt, zal ook het cijfer automatisch veranderen in de geprogrammeerde temperatuur.
NLNEDERLAND84HANDMATIGE VERBRANDINGBELANGRIJK: Deze functie is uitsluitend bedoeld voor testdoeleinden. De kachel kan ook op een gewenste verbrandingsmodus worden gehouden (hoog, gemiddeld, laag), ongeacht de omgevingstemperatuur. 1. Houd de “sMIN. ” en de “tHOUR” gelijktijdig gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt terwijl de ON/OFF schakelaar op de stand “ON” staat. 2. P1, P2 of P3 worden op de digitale indicator weergegeven;P1 = lage modusP2 = gemiddelde modusP3 = hoge modusKies vervolgens de gewenste verbrandingsmodus met behulp van de toets “sMIN. ” of “tHOUR”. De toets “sMIN. ” zet de verbran-dingsmodus hoger, de toets “tHOUR” zet de verbrandingsmodus lager. 3. O m de instelling te wissen, houd u de toetsen “sMIN. ” en “tHOUR” gelijktijdig gedurende drie (3) seconden ingedrukt, tot de nor-male temperatuurweergave opnieuw weergegeven wordt.
AUTOMATISCHE REINIGINGSMODUSWanneer de kachel gedurende twee uur ononderbroken op de hoogste instelling gebrand heeft, zal de brander automatisch een automati-sche reinigingsprocedure starten. Het scherm zal de automatische reinigingscode CL:05 tot CL:0 I weergeven. De procedure om de bran-der automatisch te reinigen duurt 5 minuten, waarin de kachel op de laagste instelling zal branden. Na het voltooien van de reinigingsmo-dus, zal de kachel automatisch opnieuw overschakelen naar de hoogste instelling. OPMERKING:De veiligheid van de kachel en de opstartprocedures zullen in deze modus nog altijd actief zijn. HERSTELSYSTEEM BIJ STROOMSTORINGENDe kachel wordt uitgeschakeld, indien er zich tijdens de werking een stroomstoring voordoet. Zodra de stroomstoring is verholpen, zal het apparaat automatisch opnieuw starten met de volgende instellingen.
WANNEERDEKACHELINBEDRIJFISDUUR VAN DESTROOMSTORINGMINDER DAN3 SECONDENLANGER DAN 3 SECONDENIN HET BACK-UP GEHEUGEN UIT HET BACK-UP GEHEUGENBEDIENINGVerbranding opnieuw starten met dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. De verbranding vanaf het begin starten. De verbranding vanaf het begin starteb. De ingestelde temperatuur wordt uit veiligheidsoverwegingen gewijzigd naar 13˚C (56˚F). De ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur worden gewist als de stroomonderbreking langer dan 30 minuten heeft geduurd. Druk een willekeurige knop in om het knipperen van de ingestelde tempera-tuur en de omgevingstemperatuur uit te schakelen. ENERGIEBESPA-RINGSMODUSBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring.
AUTOMATISCHEWERKINGBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. De instelling wordt gewist. (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)KINDERSLOTBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomonderbreking. De instelling wordt gewist. (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)De instelling wordt gewist. (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK)Als de kachel niet in gebruik is en er doet zich een stroomonderbreking voor, dan zal het apparaat in principe opstarten met dezelfde in-stellingen als voor de stroomonderbreking. Als de stroomonderbreking echter langer heeft geduurd dan 3 seconden zullen de volgende instellingen worden gewist. Stel de instellingen opnieuw in. WANNEERDEKACHELNIETINBEDRIJFISIN HET BACK-UP GEHEUGENBediening van het kinderslotUIT HET BACK-UP GEHEUGENInstellingen tijd en datumBediening van het kinderslot.
NLNEDERLAND85DE KACHEL UITSCHAKELENZet de AAN/UIT-toets op de positie “UIT”. De lamp AAN zal knipperen en doven. De circulatieventilator en ven-tilatormotor blijven draaien gedurende ongeveer drie (3) minuten om de kachel af te koelen.HOOFDSTUK F:STANDAARD ONDERHOUDOPGELET: Zorg ervoor dat u de verwarming uitschakelt en loskoppelt voordat u controles of reiniging uitvoert. OPGELET: Laat de kachel volledig afkoelen voordat reiniging of onderhoud wordt uitgevoerd.VOOR OPTIMALE PRESTATIES MOETEN DE HIERONDER GENOEMDE ONDERDELEN REGELMATIG WORDEN GEREINIGD.LuchtuitlaatklepLuchtuitlaatklepFilter voor de circulatielucht CirculatieventilatorLuchtuitlaatklepFilter voor de circulatielucht CirculatieventilatorBrandstofzeef(binnenin)FF-55FF-55T1. Schone lamellen(EENS PER WEEK)Stof en vlekken moeten van de lamellem worden afgeveegd met een vochtige doek.2.
Het filter voor de circulatielucht reinigen (EENS PER WEEK)Aan de achterkant van de kachel is een rooster aangebracht. Schuif dit rooster eenmaal per week omhoog om het met een stofzuiger te reinigen.
NLNEDERLAND863. Reinig de fitting van de brandstofaanvoer (FF-55T)Wanneer stof of vuil zich bij de brandstofaanvoer heeft opgehoopt, moet dit worden verwijderd. Controleer tijdens het bijvullen altijd de fitting van de brandstofaanvoer. 4. Controle op brandstoflekken (RÉGULIÈREMENT)FF-55T: Maak er een gewoonte van om te controleren op tekenen van brandstoflekkage. Veeg alle gemorste brandstof bij de tankhouder en de uitneembare tank weg. Gemorste brandstof veroorzaakt stank en is een brandrisico. FF-55: Maak er een gewoonte van om de brandstofleiding en alle verbindingen te controleren op tekenen van brandstoflekkage. Brandstoflekkages kunnen leiden tot brandgevaar. Controleren5. Het deel van de rookgasleiding controleren (EENS PER MAAND)Controleer de koppeling van de rookgasleiding om te verzekeren dat deze koppeling stevig vast staat.
Gebruik een stofzuiger om stof of haar van huisdieren te verwijderen. Controleren6. De brandstofzeef reinigen (EENS PER MAAND) (FF-55)De zeef van de brandstofcarter moet eens per maand en voor het starten van de kachel in het begin van elk seizoen gereinigd worden. (a) Sluit de klep het dichtst bij de kachel. (b) Plaats de olie-opvangbak onder het deksel van de zeef, met een kleine opvangbak eronder, om de brandstof die zal lekken op te vangen. (c) Zet de twee schroeven de het deksel van de zeef los en verwijder het deksel. (d) Verwijder de zeef en maak deze schoon met stookolie. (e) Plaats de zeef terug op zijn oorspronkelijke plaats. Plaats het deksel van de zeef terug en schroef het vast. (f) Veeg gemorste brandstof weg. (g) Open de klep in de brandstofleiding. Controleer op brandstoflekken.
Aanbevolen periodiek onderhoudAls state-of-the-art apparaat moet uw kachel van tijd tot tijd worden gecontroleerd en onderhouden door een gekwalificeerde mon-teur om optimaal en veilig gebruik te kunnen waarborgen. Deze inspectie dient het volgende te omvatten: controle van de ontsteking; controle van het rookgaskanaal; controle van de brander; reiniging van alle noodzakelijke onderdelen en vervanging van de pakkingen waar nodig. Neem contact op met uw TOYOTOMI-verdeler voor meer informatie en planning.
NLNEDERLAND87AUTOMATISCH REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKINGWanneer de kachel ingeschakeld is en de klok ingesteld is (zie HOOFDSTUK E: GEBRUIK), zal de kachel automatisch stoppen en de ont-steker elke dag om 2:00 reinigen en zal “CL” weergegeven worden op de digitale indicator. Na het voltooien van de reinigingsmodus zal de kachel automatisch opnieuw ontsteken om opnieuw te verwarmen.De modus voor het reinigen van de ontsteking verlengt de levensduur van de ontsteking.HANDMATIG REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKINGDe kachel zal de ontsteking gedurende (10) minuten handmatig reinigen.1. Wanneer de ON/OFF schakelaar in de “OFF” positie staat, houdt u de “TIMER” en de “POWER SAVER” toets gelijktijdig gedurende meer dan (3) seconden ingedrukt.2. Op het scherm zal “CL:10” weergegeven worden.
De reiniging wordt zonder verdere invoer uitgevoerd.OPMERKING: Het reinigen van de ontsteking is van belang om de levensduur van de ontsteking te verlengen. Het wordt aanbevolen om de ontsteking eens per week te reinigen.
NLNEDERLAND88HOOFDSTUK G:PROBLEMEN OPLOSSENVOORDAT U EEN BEROEP DOET OP DE SERVICEDIENSTDe volgende symptomen zijn normaal gedurende normaal bedrijf van de kachel. SYMPTOOM REDENWanneer de kachelwordt gestart of gedoofd. Witte rook of een geur bij het eerste gebruik na de aankoop. Machineolie of stof brandt van de oppervlakken van de bran-der of warmtewisselaar. Vlammen flikkeren enkele minuten na ontsteking. De brander is koud en de ontsteker blijft een tijdje in werking na ontsteking. Maakt af en toe “krakende” geluiden wanneer de kachel ont-stoken of gedoofd wordt. Uitzetten en krimpen van metalen onderdelen wanneer ze op-warmen of afkoelen. Er wordt geen warme lucht afgegeven na ontsteken. Om te voorkomen dat er in het begin koele lucht uit de kachel komt, wordt de start van de circulatieventilator vertraagd.
Hoorbaar tuffend geluid van de brandstofpomp wanneer deze voor de eerste keer gestart wordt of na het zonder brandstof vallen. Er zit lucht in de pomp. Het geluid zou echtermoeten stoppen binnen 1 minuut. *Wanneer de kachel in bedrijf is. “Tikked” geluid. Geluid van de brandstofpomp tijdens normaal bedrijf. De verbrandingsruimte of de warmtewisselaar is zichtbaar door de luchtdeurtjes, roodgloeiend. Normaal. Af en toe gele flikkering in de blauwe vlam. Normaal. GeurGemorste PetroleumGebruik van slechte kwaliteit Petroleum-Veeg gemorste Petroleum van de tankhouder, uitneembare tank en opvangbakje. -Verwijder de brandstof en gebruik heldere Petroleum. *Als het geluid van de brandstofpomp niet afneemt en de kachel uitschakelt, controleer dan:1. Druk één keer op de rode vrijgaveknop voor de vlotter van de brandstoftank. NIET ingedrukt houden. 2.
Zorg ervoor dat alle kleppen open staan en het filter vrij is. 3. Zorg ervoor dat er brandstof in de externe brandstoftank zit en de filters schoon zijn. Als er zich problemen voordoen tijdens gebruik of ontsteking, gebruik dan deze tabel om de oorzaak en de gepaste te ondernemen stap-pen te bepalen.
Zorg ervoor dat u de stekker uit het stopcontact trekt en de kachel volledig laat afkoelen voordat u corrigerende stappen neemt. In het geval dat de kachel zichzelf dooft, zonder actie van u, moet u op het scherm controleren of een van de volgende foutcodes weergegeven worden. FOUTCODE OORZAAK OPLOSSINGE– 0E– 23E– 6E– 2E– 2 / E– 6Stroomstoring (onstabiele frequentie)Primaire vlam (vlamsensor) werkt niet correct en/of is vuilStoring brandstofleiding(FF-55)/ Zonder brandstofZonder brandstof / geen vlamGeblokkeerde of lekkende brandstofleidingControleer de stroomvoorziening. Raadpleeg uw verdeler voor reiniging en inspec-tie. Neem contact op met uw verdeler. Controleer de brandstofmeter op de tank; vul brandstof bij. Neem contact op met uw verdeler. / Controleer de rookgasleidingE– 8 Storing van de ventilatormotor Neem contact op met uw verdeler.
NLNEDERLAND8989HOOFDSTUK H:LANGDURIGE OPSLAGWanneer u van plan bent om de kachel gedurende een langere periode niet te gebruiken, wordt aangeraden om de kachel volgens de on-derstaande stappen op te slaan:1. Bereken aan het einde van het seizoen uw brandstofaankopen zodat u alle aangeschafte brandstof kunt opgebruiken. Wanneer de brandstof langer dan zes maanden wordt opgeslagen, kan de kwaliteit verminderen. Gebruik van dergelijke lang opgeslagen brandstof heeft een ongunstig effect op de werking van de kachel. 2. Wanneer uw kachel onderhoud of reparatie nodig heeft is dit het juiste moment om contact op te nemen met uw leverancier om het onderhoud uit te voeren voordat u de kachel opslaat. Op deze manier is uw kachel meteen gereed voor gebruik wanneer het volgende stookseizoen begint. 3. Als u van plan bent om de kachel ter plaatse te laten,(a) Koppel de stroomvoorziening los.
(b) FF-55T: Reinig de brandstoftoevoer en verwijder alle Petroleum, stof of achtergebleven water in de tankhouder en de uitneembare tank om corrosie te voorkomen. FF-55: Sluit de hoofdklep van de tank. Verwijder alle brandstof uit het carter en reinig de brandstofzeef. (zie HOOFDSTUK F :STANDAARD ONDERHOUD)(c) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek. 4. De kachel opslaan op een andere locatie:(a) Koppel alle aansluitingen af. (b) FF-55T: Verwijder alle brandstof uit de tankhouder en reinig de fitting van de brandstofaanvoer. FF-55: Sluit de hoofdklep van de tank. Verwijder alle brandstof uit het carter en reinig de brandstofzeef. (c) FF-55T: Koppel het schoorsteenkanaal los van de kachel. FF-55: Koppel de brandstofleiding en het schoorsteenkanaal los van de kachel.
(d) Verwijder achtergebleven roet in het schoorsteenkanaal met behulp van een borstel en/of een stofzuiger. (e) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek. (h) Plaats de kachel in de originele verpakking en sla deze op een droge plaats op. Wanneer de originele verpakking niet beschi baar is, kunt u de kachel volledig afdekken met een grote plastic zak ter bescherming tegen stof tijdens de opslag. (g) Dek de afvoer- en luchtaanvoeropeningen van het schoorsteenkanaal af met behulp van de (optionele) doppen. (Onderdeel #17212661 and #17212656)VERVOERNeem de onderstaande maatregelen om brandstoflekkage tijdens vervoer van de kachel te voorkomen. - Vervoer de kachel rechtop. -ZorgdatbrandstofALTIJDwordtafgevoerduithetcartervoorafgaandaantransport. (FF-55)zeefje(FF-55T)Dealer.
NLNEDERLAND90HOOFDSTUK I:INSTALLATIEALGEMENEBESCHRIJVINGDeFF-55T/FF-55isontworpenvoorinstallatieaaneenbuitenmuurzodatvollediggebruikkanwordenge-maakt van de eenvoudige montage met behulp van het "schoorsteenkanaal" waardoor de noodzaak van een hoge schoorsteen komt te vervallen. Er is geen hitte- of brandbestendige bescherming noodzakelijk.STANDAARD INSTALLATIEONDERDELENDe volgende standaardonderdelen voor de installatie worden met de kachel meegeleverd. Voor andere installatiemethoden moet u eventueel aanvullende accessoires aanschaffen bij uw TOYOTOMI leverancier.
NLNEDERLAND91ACCESSOIRESDe volgende accessoires zijn verkrijgbaar voor gebruik bij een niet-standaard installatie van de FF-55T/FF-55. Raadpleeg uw TOYOTOMI-verdeler om de nodige accessoires aan te schaffen, nadat u zorgvuldig hebt overwogen waar u de verwarming en het rookgaskanaal en de brandstoftoevoer wilt installeren. Belangrijk: Gebruik alleen originele TOYOTOMI onderdelen voor uw kachel. Het gebruik van niet-goedgekeurde, generieke of onderdelen van andere merken kan de prestaties en de veiligheid ernstig verminderen en maakt de fabrieksgarantie ongeldig. Accessoires Onderdeelnr.
ToepassingSet verlengstukken voor leidingen (L)* ONDERDEEL #17206013 Lengte: 2080 mm tot 1620 mmSet verlengstukken voor leidingen (M)* ONDERDEEL #17206012 Lengte: 1080 mm tot 650 mmSet verlengstukken voor leidingen (S)* ONDERDEEL #17206011 Lengte: 580 mm tot 400 mmL-vormige uitlaatkoppeling* ONDERDEEL #17187089 Voor een bocht van 90 graden in de uitlaatleiding* De totale lengte van de verlengpijp tussen de kachel en het rookgaskanaal mag niet meer dan drie meter bedragen en er mogen niet meer dan drie bochten in de verlengpijp worden gebruikt.
NLNEDERLAND92SET VERLENGSTUKKENBij gebruik van de “Verlengstuk leiding (L)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 1620 mm en hoogstens 2040 mm bedragen.(Zie afbeelding 1 voor referentie.)Verlengstuk uitlaatleiding (L) ONDERDEEL #17206013No.
NLNEDERLAND93Bij gebruik van de “Verlengstuk leiding (M)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 650 mm en hoogstens 1080 mm bedragen. (Zie afbeelding 2 voor referentie.)Verlengstuk uitlaatleiding (M) ONDERDEEL #17206012No. Name of ONDERDEEL Aantal123456Aanpasbare uitlaatleiding1000mm~570mmInlaatslang(1000mm)Isolatiedoek deksel(1000mm)Inlaatslang(500mm)Isolatiedoek deksel(1000mm)PijphouderHardware voorleidingondersteuningL-vormige uitlaatkoppelingHardware voorleidingondersteuningL-vormige uitlaatkoppeling11112sets1Bij gebruik van de “Verlengstuk leiding (S)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 400 mm en hoogstens 575 mm bedragen.
NLNEDERLAND94Bij gebruik van de “Verlengstuk leiding (M)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 650 mm en hoogstens 1080 mm bedragen. (Zie afbeelding 2 voor referentie. )Verlengstuk uitlaatleiding (M) ONDERDEEL #17206012No. Name of ONDERDEEL Aantal123456Aanpasbare uitlaatleiding1000mm~570mmInlaatslang(1000mm)Isolatiedoek deksel(1000mm)Inlaatslang(500mm)Isolatiedoek deksel(1000mm)PijphouderHardware voorleidingondersteuningL-vormige uitlaatkoppelingHardware voorleidingondersteuningL-vormige uitlaatkoppeling11112sets1Bij gebruik van de “Verlengstuk leiding (S)” set met verlengstukken, moet de afstand tussen de aansluiting van de uitlaatleiding van de kachel en de aansluiting van het rookgaskanaal minstens 400 mm en hoogstens 575 mm bedragen. (Zie afbeelding 3 voor referentie.
Het schoorsteenkanaal mag niet worden aangesloten op een bestaande schoorsteen, ga-rage, kelder, kruipruimte, tussenplafond of een andere gesloten ruimte omdat het schoorsteenkanaal een “warmtewisselaar” is waarbij in de afvoer condens ontstaat die naar buiten moet worden afge-voerd. 2. Let er tijdens het installeren van het rookgaskanaal op dat het volume en de temperatuur van het gas dat via het schoorsteenkanaal naar buiten wordt afgevoerd minimaal is en normaal gesproken geen problemen oplevert. 3. Voordat u een gat in de wand aanbrengt voor het schoorsteenkanaal dient u ervoor te zorgen dat de wand geen holle ruimtes, elektriciteitsdraden, gasleidingen en andere obstakels bevat. Boor van bin-nenuit een gat van 5 mm voor de geleiding om de uiteindelijke opening van buitenaf te boren en op die manier rommel te voorkomen. 4.
Installeer het rookgaskanaal niet in de omgeving van de luchtaanvoer of op een plaats waar de afvoer bedekt kan worden met sneeuw, bladeren of direct wordt blootgesteld aan wind met een snelheid van meer dan 50 km/u. 5. Installeer de rookgasleiding NOOIT onder de kachel. 6. De totale lengte van verlengstukken voor leidingen (accessoires L, M of S) tussen de kachel en de rookgasleiding mag niet meer dan 3 m zijn, met niet meer dan 3 × 90˚ bochten. OPMERKING: Wanneer verlengstukken voor leidingen van het type L, M of S gebruikt worden, moet de rookgasleiding altijd geïsoleerd worden met de bijgeleverde isolatiedoek. (Meer isolatie kan vereist worden door de lokale autoriteit). 7. Bij alle Laser installaties moet het schoorsteenkanaal altijd worden geïnstalleerd. Het kanaal moet horizontaal verlopen met een licht dalend verloop naar buiten ··· NOOIT verticaal.
BELANGRIJK:In regio’s met zware afstand tot de grond worden vergroot op basis van de gemiddelde sneeuwval moet de sneeuwhoogte. BELANGRIJK:In open gebieden met sterke wind kan aanbrengen van een windbreker noodza-kelijk zijn.
NLNEDERLAND95INSTALLATIE VAN DE KACHEL EN HET ROOKGASKANAALA) Voordat u verder gaat met de installatiewerkzaamheden moet u controleren of de installatie voldoet aan de bouwvoorschriften en de geldende plaatselijke voorschriften op het gebied van verwarmingsinstallaties. (raadpleeg de website van de plaatselijk autoriteiten of neem contact op met uw leverancier. )B) Het schoorsteenkanaal is ontworpen om door de muur van een conventioneel gebouw te worden gemonteerd, inclusief baksteen, cel-beton, Linear, Gibraltar en gipsplaat, tegels, houten betimmering, polystyreen, metalen profiel etc. C) De FF-55T/FF-55 kachel is ontworpen voor gebruik tot een hoogte van 1. 000 boven NAP. Voor installatie tussen 1. 000 en 1. 500 meter moet de kachel door de ser5 cedienst worden afgesteld. Neem contact op met uw leverancier voor advies. 1. Kies de locatie voor de kachel.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Toyotomi FF-55 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Toyotomi
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater