Toyota EZA901 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Toyota EZA901 (115 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 63 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Toyota EZA901 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/115
MODEL
USER GUIDE
Guia del Usaior
Guide de L'utilisateur
Gerb auchsanleitungr
Geb uiksaanwijzingr
Manuale di Instruzioni
EZ1-U2-3DLCD
Read all instuctions beore using this applianc.rfe
Se these instuction.avrs
Always keep these instruction with the machine.

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Toyota
Categorie: Naaimachine
Model: EZA901

Handleiding Toyota EZA901 – volledige tekst

NederlandsBELANGRIJK: VEILIGHEIDSINSTRUCTIESWanneer u een elektrisch toestel gebruikt, dient u steeds een aantal belangrijke veiligheidsmaatregelen in acht tepakken, waaronder de volgende: Lees alle instructies voor u dit toestel in gebruik neemt. GEVAAR - - Voorkom elektrische schokken:1. Laat de naaimachine nooit onbewaakt in het stopcontact steken. Trek de stekker van de naaimachine altijdonmiddellijk na het gebruik en voor het schoonmaken eruit. 2. Trek de stekker altijd eruit om een lamp te vervangen. Vervang de lamp door een 5-watt lamp van hetzelfde type. 3. Probeer een toestel dat in het water is gevallen niet vast te pakken. Trek onmiddellijk de stekker eruit. 4. Zet of bewaar de naaimachine niet op een plaats waar ze in een bad of gootsteen kan vallen of getrokken worden.

Plaats het toestel nooit in water of in een andere vloeistof en zorg ervoor dat het er ook niet in kan vallen. OPGELET - - Beperk het risico op brand, brandwonden, elektrische schokken of verwondingen. 1. Dit toestel is geen speelgoed. Let goed op wanneer deze naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderengebruikt wordt. 2. Gebruik deze naaimachine enkel waarvoor ze bedoeld is, zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Gebruikenkel door de fabrikant aanbevolen toebehoren, zoals vermeld in deze gebruiksaanwijzing. 3. Gebruik deze naaimachine nooit met een beschadigde stekker of snoer, wanneer ze niet naar behoren werkt,wanneer ze gevallen is of beschadigd werd, of wanneer ze in het water gevallen is. Breng de naaimachine voorcontrole, reparatie, elektrische of mechanische afstelling naar een erkende dealer of onderhoudscentrum in uwbuurt. 4.

Gebruik de naaimachine nooit wanneer één van de ventilatie-openingen geblokkeerd is. Houd de ventilatie-openingen van de naaimachine en het bedieningspedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof. 5. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de openingen kunnen vallen en steek er geen voorwerpen in. 6. Gebruik het toestel niet buiten. 7.

Gebruik het toestel niet op een plaats waar aërosolproducten (spuitbussen) worden gebruikt of waar zuurstofwordt toegediend. 8. Om het toestel eruit te schakelen, zet u alle schakelaars eruit (positie "0"), daarna trekt u de stekker eruit het stopcontact. 9. Trek de stekker niet eruit door aan het snoer te trekken. Neem de stekker zelf vast. 10. Houd uw vingers eruit de buurt van alle bewegende onderdelen. Pas vooral goed op voor de naald van denaaimachine. 11. Gebruik altijd de juiste naaldplaat. Door het gebruik van een verkeerde plaat kan de naald breken. 12. Gebruik geen gebogen naalden. 13. Trek niet aan de stof terwijl u naait. Hierdoor kan de naald immers buigen, en zo uiteindelijk breken. 14.

Schakel de naaimachine eruit (positie "0") wanneer u aanpassingen doet in de buurt van de naald, zoals eendraad door de naald halen, het vervangen van de naald of het vervangen van de persvoet. 15. Trek steeds de stekker eruit wanneer u een deksel verwijdert, om het toestel te smeren, een onderhoudsbeurt tegeven of een aanpassing te doen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. 16. Gebruik het toestel nooit op een zachte ondergrond zoals een bed of bank, want dan kunnen de ventilatie-openingen geblokkeerd worden. 17. Het toestel (230 V - 240 V) werd voorzien van een dubbele isolatie. Gebruik enkel reserveonderdelen vanhetzelfde type. Zie instructies voor het onderhoud van toestellen met dubbele isolatie. Onderhoud van toestellen met dubbele isolatie (230 V - 240 V)Een toestel met dubbele isolatie is voorzien van twee isolatiesystemen i. p. v. een aarding.

Bij een toestel met dubbeleisolatie is er geen aarding voorzien en moet er ook geen aan toegevoegd worden. Het onderhoud van een toestel met dubbele isolatie moet met grote zorg en kennis van zaken door geschooldonderhoudspersoneel gedaan worden. Reserveonderdelen voor een toestel met dubbele isolatie moeten hetzelfdezijn als de originele onderdelen. Het symbool staat op het toestel met dubbele isolatie.

Deze naaimachine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik. BEWAAR DEZE INSTRUCTIESENKEL NED BELANGRIJK LEES AANDACHTIGDe draden in deze snoeren zijn gekleurd overeenkomstig de volgende code:BLAUW - NEUTRAAL BRUIN - ONDER STROOMHet is mogelijk dat de kleuren van de draden van dit toestel niet overeenkomen met de kleuren van de markeringenop de aansluitpunten van uw stopcontact - GA DAN ALS VOLGT TE WERK:De aardingspin is overbodig. Aangezien dit een toestel met dubbele isolatie is, werd de aardingsdraad weggelaten. De BRUINE draad moet verbonden worden met het aansluitingspunt, dat gemarkeerd werd met L of A of dat ROODgekleurd is. De BLAUWE draad moet verbonden worden met het aansluitingspunt, dat gemarkeerd werd met N of datGROEN gekleurd is. Geen van beide kernen moet aangesloten worden op de aardingsklem van het stopcontact metaardpen.

NederlandsINHOUD1. SAMENVATTING Beschrijving van de machine. 4 Standaardtoebehoren. 6 Steekpatronen. 112. De bediening van uw naaimachine Stroom- en lichtschakelaar. 14. 14Keuze van het steekpatroon Functies van het naai-informatiescherm. 14 Persvoethefboom. 16 Regelknop voor steekbreedte. 16 Regelknop voor steeklengte. 16 Naaisnelheid. 16 Bedieningspedaal. 18. 20Bediening van de transporteur. Persvoetdrukhendel 20 Opbergen van de naaimachine. 203. MACHINE KLAARMAKEN VOOR GEBRUIK Opwinden van de spoel. 24 Inrijgen van de spoeldraad. 28. 32Inrijgen van de bovendraad Gebruik van de draaddoorhaler. 34. 38De persvoet veranderen Van naald veranderen. 40 Stof-, garen- en naaldtabel. 434. NAAIEN Rechte steek. 48 Achteruitnaaien. 50 Zigzagsteek. 54 Festonsteek. 56 Applicatiewerk. 58 Blindzoomsteek. 60 Knoopsgaten maken. 62 Ritssluitingen inzetten. 68 Elastische steek. 705.

Keuze van het steekpatroon Zet de naald in de hoogste stand. (Ziepagina 16 "Naaldregelaar") Draai aan de steekkeuzeknop om eensteek te kiezen. Functies van het naai-informatiescherm De gekozen steek wordt op het naai-informatiescherm weergegeven. 1. Steekpatroon De gekozen steek wordt weergegeven. 2. Steeknummer3. Steekbreedte De aanbevolen steekbreedte wordtweergegeven. 4. Steeklengte De aanbevolen steeklengte wordtweergegeven. 5. Opwinden van de spoel ➀ Wordt weergegeven wanneer despoelwinderas naar rechts beweegt. (Meestal niet weergegeven) ➁ Knippert met pieptoon wanneer demachine fout bediend wordt. 6. Bedieningspedaal ➀ Wordt weergegeven wanneer hetbedieningspedaal op de naaimachineaangesloten is. (Meestal nietweergegeven) ➁ Knippert met pieptoon wanneer demachine fout bediend wordt. 7. Knipperend display Knippert met pieptoon wanneer demachine fout bediend wordt.

➁ Zet de persvoethefboom omhoogwanneer u stof onder de persvoet wiltschuiven. ➂ Wanneer u zeer dikke stof onder depersvoet schuift, kan de hoogte van depersvoet aangepast worden door dehefboom in deze positie te zetten. Regelknop voor steekbreedte1. De zigzagbreedte kan aangepastworden met de regelknop voorsteekbreedte. 2. Zet de regelknop op een lager getalvoor kleine zigzagsteekjes. Zet deregelknop op een hoger getal voorbrede zigzagsteken. 3. Met de knop in positie "0" verkrijgt ueen rechte steek. Regelknop voor steeklengteStel de steekbreedte en -lengte in zoalsaanbevolen op het naai-informatiescherm. 1. De steeklengte kan aangepast wordendoor aan de regelknop te draaien. 2. Voor kortere steken zet u de knop opeen lager getal. Voor langere steken zet u de knop opeen hoger getal. Naaisnelheid1. De naaisnelheid wordt geregeld met desnelheidsregelaar. 2.

AchteruitnaaihendelWanneer u de achteruitnaaihendelnaar beneden duwt, zal de machine destof in de andere richting schuiven enlangzaam achteruitnaaien. 3. NaaldregelaarDruk op de knop en de naald wordt inde laagste stand gezet. Druk opnieuwop de knop en de naald wordt in dehoogste stand gezet. ❈ In plaats van op de knop te drukken,kunt u ook aan het handwiel draaienen zo de hoogte van de naald regelen. 4. Start-/stopknopDruk op de knop om te beginnen metnaaien. Druk opnieuw op de knop om testoppen. ❈ U kunt ook het bedieningspedaalgebruiken in plaats van de start-/stopknop. (Zie pagina 18)Leva alzapiedino premistoffa➀ Durante la cucitura, abbassare questa levaper fare scendere il piedino premistoffa. ➁ Al momento di inserire il tessuto,alzare questa leva per sollevare ilpiedino premistoffa.

➁ Sluit stekker A van het pedaalsnoer op de naaimachine aan, en stekker B op het bedieningspedaal. ➂ Wanneer het bedieningspedaal aan de naaimachine gekoppeld is, verschijnt op hetnaai informatiescherm. Wanneer het bedieningspedaallosgekoppeld wordt, verdwijnt het. Gebruik van het bedieningspedaal1. Druk het pedaal langzaam in. 2. Hoe dieper u het pedaal indrukt, hoesneller de machine werkt. 3. Laat het pedaal los om de machine tedoen stoppen. ❈ U kan de maximumsnelheid van hetpedaal aanpassen met denaaisnelheidsregelaar. Opbergen van het bedieningspedaalBerg het bedieningspedaal onderaan in deannschuiftafel op. ➀ Duw het pedaal met uw hand in en steek de stekkers AAAAA en BBBBB samen in opening CCCCC. ➁ Draai het snoer rond het pedaal. ➂ Steek het pedaal onderaan in de annschuiftafel onder het bergvak voor toebehoren.

Deze stand kan worden gebruikt voorborduur- en quiltwerk en eveneens voorhet naaien van dikkere stoffen. Opmerking:Voordat u de transporteurverlaagt, moet u altijd eerst deverlengtafel verwijderen en de persvoetomhoog zetten. Zet de transporteur omhoog voorgewoon naaiwerk. Verlaag de transporteur zodat demachine de stof niet kan aanvoeren. Persvoetdrukhendel• U kunt de persvoetdruk aanpassendoor de positie van depersvoetdrukhendel te veranderen. • De lagere stand is voor normale stoffen. • Zet de hendel hoger om depersvoetdruk te verminderen bij rekbareof lichte stoffen. Opbergen van de naaimachineDe naaimachine opbergen:➀ Schakel de naaimachine eerst UIT. ➁ Trek de stekkers van het elektriciteitsnoer uit het stopcontact en de machine. ➂ Berg het bedieningspedaal in het bergvak voor toebehoren op, plaats daarna de beschermhoes.

Opmerking: Let bij het opbergen van denaaimachine op volgende instructies:1. Plaats de machine niet in een stoffige of erg vochtige omgeving. (Dit kan storingen veroorzaken. )2. Plaats de machine niet in direct zonlicht of vlakbij warme toestellen. (Dit kan verkleuring en beschadiging veroorzaken. )3. Plaats de machine niet op een onstabiele plaats, zodat ze niet kan vallen. 4. Plaats de machine niet ondersteboven of op haar zijkant. (Dit kan storingen veroorzaken. )5. Plaats de machine niet in de buurt van rook of stoom. (Dit kan storingen veroorzaken. )Opmerking: Wanneer u de naaimachineuit haar bergplaats haalt, volg dan devolgende instructies op. 1. Verwijder de beschermhoes. 2. Houd het handvat met een hand vast en ondersteun de onderkant van de machine met de andere hand. Comando del trasportatoreIl trasportatore può essere abbassato percontrollare l'alimentazione del tessuto.

Steek het uiteinde van de draad door het gaatje van de spoel (zie tekening). • Plaats de spoel op de as zodat de groef samenvalt met de veer van de as. Duw de spoel naar beneden en de spoelwinderas zal automatisch naar rechts verschuiven. • Op het naai-informatiescherm wordt ( ) weergegeven. D. Schuif de snelheidsregelaar naar rechts om de spoel sneller op te winden. OPGELETRaak de as tijdens het opwinden van de spoel niet aan. E. Houd het uiteinde van de draad vast. Druk op de start-/stopknop om de machine starten. ❈ Als u het bedieningspedaal gebruikt, duw dan het pedaal in om de machine te starten. F. Als een beetje draad opgewonden is, stop dan de machine, knip het extra stukje draad boven het gaatje in de spoel af en ga verder met het opwinden van de spoel. G. • De spoel stopt zodra hij volledig opgewonden is. • Druk op de start-/stopknop om de machine uit te schakelen.

SpulenkapselabdeckungHinweis: Sie können nähen, ohne dabei denSpulenfaden aufzunehmen. Inrijgen van de spoeldraadA. • Schakel de machine UIT. • Schuif het deksel van de spoelhouder naar u toe om hem te openen, en het snijmesje voor de spoeldraad komt tevoorschijn. B. Leg de spoel in de spoelhouder. Let erop dat de spoel tegen de wijzers van de klok in draait. Opmerking:Als de spoel in de verkeerde richtinggelegd wordt, veroorzaakt dit onregelmatigedraadspanning. C. Trek de draad onder de spoeldraadgeleider door. D. Trek de draad langs de spoeldraadgeleider tot hetuiteinde. E. Trek de draad langs het snijmesje voor de spoeldraad en snij de draad af. Snijmesje voor de spoeldraad❈ Wanneer u rekbare draden zoals wol gebruikt, snijddan de draad niet af nadat u hem door despoeldraadgeleider gehaald hebt. Trek de draad eruiten laat ongeveer 15 cm van de draad loshangen. F.

Lassen Sie dabei 15cm Faden überstehen. ❈ Das Einfädeln ist mit dem Nadeleinfädler leichter (Siehe Seite 34). Inrijgen van de bovendraadA. Plaats een spoel met garen en de garengeleider op de klospen. • Voor een kleine spoel • Voor een grote spoel❈ Laat ongeveer 2 mm ruimte tussen de spoel en degarengeleiderB. Druk op de naaldregelaar en zet de naald in de hoogste stand. ❈ In plaats van op de knop te drukken, kunt u ook aanhet handwiel draaien en zo de naald in de hoogstestand zetten. C. • Schakel de machine UIT. • Zet de persvoethefboom omhoog. Opmerking: Om de onderdraad door de naaldplaatomhoog te halen, moet u ALTIJD de persvoethefboomomhoogzetten. D. Houd de draad met een hand vast, druk op de draad met de andere hand en haal hem door de draadgeleider. Rijg de draad in zoals aangegeven op de tekening. E. Haal de draad door de draadgeleider van de naald. F.

Trek ongeveer 10 cm van dedraad eruit. G. Duw de hendel van dedraaddoorhaler langzaam naarbeneden, zodat de geleider draaiten de haak door het oog van denaald gaat. ❈ Om de draad door het oog van denaald te kunnen halen, moet dehaak altijd door het oog kunnen. ❈ Wanneer de haak gebogen is enniet door het oog van de naaldkan, gebruik dan deschroevendraaier om de haakrecht te maken. H. Duw de hendel langzaam terugen de draad zal automatisch doorde naald gehaald worden. Trek de draad naar deachterzijde van de machineonder de persvoet en laatongeveer 15 cm loshangen. I. Wanneer het niet gelukt is, haaldan opnieuw de draad door denaalddraadgeleider en probeerde draaddoorhaler opnieuw. E. Far passare il filo sotto alguidafilo B. F. Inserire il filo nella fessura delguidafilo C. Estrarre circa 10 cm di filo. G.

Draai het handwiel in uw richtingen zet de naald omhoog.Zet ook de persvoethefboomomhoog.B.Druk op de knop van depersvoethouder en de voet zalloskomen.De persvoet bevestigenC.Plaats een nieuwe voet onder depersvoethouder met de pin rechtonder de groef in de houder.D.Zet de persvoethefboomlangzaam naar omlaag zodat depersvoethouder de voet kanvastnemen.PREPARAZIONE DELLAMACCHINA DA CUCIRECambio del piedino premistoffaATTENZIONEPer evitare il rischio di lesioni,verificare che il piedino premistoffasia trattenuto saldamente inposizione dall'apposito ritegno.Rimozione del piedinopremistoffaA.Spegnere la macchina da cucire.

X Defekte Nadel X Stumpfe Nadel X Verbogene NadelMACHINE KLAARMAKEN VOORGEBRUIKVan naald veranderenOPGELETLet erop dat de naaldklemschroefstevig vastgedraaid is wanneer uvan naald veranderd bent. Gebruik geen gebogen naalden. A. • Schakel de machine UIT. • Zet de naald in de hoogste stand. • Draai de naaldklemschroef met een schroevendraaier los en verwijder de naald. B. Naaldklemschroef Steek de nieuwe naald erin met de vlakke kant naar achteren, en schuif ze omhoog tot ze tegen de pal aaaaa komt. Draai de naaldklemschroef stevig vast. Keuze van de juiste naald❈ Bij het gebruik van gebogen ofstompe naalden zal de machinesteken overslaan en de draad zalafbreken. C-1. O Goede naaldC-2.

Bei unregelmäßigen Stichenb b b b b : Oberer Stich ist zu festDies bedeutet, dass dieOberfadenspannung zu fest ist. Drehen Sie die Wählscheibe aufeine kleinere Zahl, um dieSpannung zu verringern. c c c c c : Oberer Stich ist zu lockerDies bedeutet, dass dieOberfadenspannung zu locker ist. Drehen Sie die Wählscheibe aufeine größere Zahl, um dieSpannung zu steigern. NAAIENAchteruitnaaienOm de naad te versterken is het beterom aan het begin en aan het eindeenkele steken achteruit te naaien. A • Duid het punt aan waar u achteruit gaat naaien (zie tekening). • Schuif de stof onder de voet zodat de naald aan het begin van de stof steekt waar u achteruit gaat naaien. Zet de persvoethefboom omlaag. 1 Achteruitnaaien 2 Vooruitnaaien 3 AchteruitnaaienB •Duw de achteruitnaaihendel naarbeneden en begin achteruit tenaaien. De naaisnelheid zalongeveer tussen de 90 en 150steken per minuut bedragen.

De draadspanning regelenAls de spanning van de bovendraaden de spoeldraad even sterk is enze in het midden in elkaar grijpen,verkrijgt u een goede steek. Stel de spanningsregelknop op "4"in voor normaal naaiwerk. Wanneer de steken onregelmatigzijn. b b b b b : De bovensteek is te strak. Dit gebeurt wanneer debovendraadspanning te groot is. Verminder de spanning door deknop op een lager getal in te stellen. c c c c c : De bovensteek is te los. Dit gebeurt wanneer debovendraadspanning te gering is. Vergroot de spanning door de knopop een hoger getal in te stellen. CUCITURACucitura all'indietroPer rinforzare le cuciture, si raccomandadi iniziarle e terminarle con numerosipunti applicati procedendo all'indietro. A • Segnare il punto in cui applicare la cucitura all'indietro, come illustrato nella figura.

Heben Sie den Füßchenheber anund drehen das Material. 2. • Draai aan het handwiel tot denaald naar rechts beweegt. Legde stof zo onder de voet, dat denaald juist naast de rand steekt. • Zet de naald omlaag. • Zet de persvoethefboomomlaag en begin te naaien. Let erop dat alle steken aan devoorzijde gelijk komen met de randvan de stof wanneer u de festonvoetgebruikt. ApplicatiewerkA. • Teken een figuur op hetmateriaal voor het oplegwerk enknip ze uit. • Plaats de uitgesneden figuur opde stof en naai ze los aaneen ofspeld de figuur vast. B. Maak een zigzagsteek rond defiguur. ❈ Stel de steekbreedte in op "3" of"4" en de steeklengte tussen "0,5" en "2", naargelang de vorm,het formaat en het materiaal vande figuur.

Falsche Säume • Zu große Stiche auf der richtigen Seite • Blindstich ist nicht entstandenBlindzoomsteekMet de blindzoomsteek kunt u zoomzomen, dat de draad bijna niet tezien is; draad moet echter wel bij destof passen. A. Bevestig de blindzoomvoet. BlindzoomvoetB. Draai aan de steekkeuzeknop enkies de blindzoomsteek (steek nr. 4). Stel de steekbreedte tussen"4" en "6" in en de steeklengtetussen "1" en "2". C. • Vouw de stof zoals op detekening. •Rijg of strijk de vouw voor ubegint te naaien. D. Leg de stof zo, dat de zigzag éénof twee steken in de gevouwenrand maakt. E. • Zet de persvoethefboomomlaag. • Pas de afstelschroef aan, zodatde voetgeleider langs de vouwbeweegt. Juiste naad■ Wanneer u de stof bekijkt, zijnaan de bovenkant enkel de blindesteken te zien.

Senken Sie den Füßchenheber. • Ziehen Sie am Oberfaden undplatzieren ihn mit demSpulenfaden unter denKnopfloch-Nähfuß. Knoopsgaten makenU kunt een knoopsgat naaien datovereenkomt met het formaat vande knoop. Opmerking: • De machine kan geen knoopsgatnaaien met een doorsnede diegroter is dan 2. 7 cm. U kunt geenronde of dikke knopen, nochknopen met een speciale vormgebruiken. • Wanneer u een rekbare of lichtestof naait, verkrijgt u een betereindresultaat wanneer u eentussenvoermateriaal gebruikt. A. Bevestig de knoopsgatvoet. KnoopsgatvoetB. Draai aan de steekkeuzeknop enkies de knoopsgatsteek (steek nr. 1). Stel de steeklengte tussen "0. 4"en "0. 6" in. Stel de steekbreedte tussen "4"en "5" in. C. Duid de plaats van het knoopsgataan op de stof (zie tekening). StartpuntD. • Leg de knoop op de knoopplaat aaaaa. Schuif de stof onder de voet zodat de markering zich onder de naald bevindt.

❈ Stecken Sie eine Nadel durchdie ganze Naht, um einDurchschneiden zu vermeiden. E. • Zet de knoopsgathendel bbbbbomlaag en duw hem naarachteren tot u een klik hoort. • Druk op de start-/stopknop enbegin te naaien. ❈ Als u het bedieningspedaalgebruikt, druk dan het pedaal inom de machine te starten. F. • Het knoopsgat wordt genaaid inde volgorde zoals op detekening (➀ ~ ④). • Schakel de machine uit wanneerde naald het startpunt ➀ bereiktheeft. ❈ Als u het bedieningspedaalgebruikt, laat het pedaal dan los. G. • Zet de persvoethefboomomhoog en neem de stof weg. • Ter versteviging kunt u debovendraad langs de onderkanteruit trekken en met despoeldraad een knoop maken. OPGELET Houd het tornmesje niet tegenuw hand om verwondingen tevermijden. H. Snij met behulp van eentornmesje voorzichtig eenopening in het midden van hetknoopsgat.

❈ Om te voorkomen dat u te versnijdt, kunt u beter een speldjeaan het einde plaatsen. E. • Abbassare la leva per occhiellibbbbb e spingerla verso il retro,finché non produce uno scatto.

Gelegentlich müssen die linkenund rechten Knopflochleisten aufbesonderen Gewebenangeglichen werden. Stellen Sie indiesem Fall durch Drehen desKnopflochsticheinstellers auf derMaschinenrückseite dieStichausgewogenheit ein. Verwenden Sie zum Drehen desKnopflochsticheinstellers eineMünze oder den Schraubenzieher. D. • Wenn die rechte Seite desKnopflochs zu dicht ist, drehenSie den Einsteller in RichtungE. • Wenn die linke Seite desKnopflochs zu dicht ist, drehenSie den Einsteller in RichtungWanneer het knoopsgat nietvolmaakt is. Wanneer het knoopsgat niet volmaaktis, begin dan niet gewoon met eennieuw knoopsgat, maar ga als volgt tewerk:A. • Wanneer het knoopsgat op punt ➀~ ➁ fout is. 1 Zet de knoopsgathendel omhoog. 2 Zet de knoopsgatvoet omhoog enhaal de stof er onderuit. 3 Haal alle draden uit de stof.

(Gebruik het tornmesje om dit tevergemakkelijken) 4 Haal de draad uit het oog van denaald en laat de machine 10steken naaien. 5 Naai een nieuw knoopsgat. B. • Wanneer het knoopsgat op punt ➂~ ④ fout is. 1 Zet de knoopsgatvoet omhoog enhaal de stof er onderuit. 2 Haal alle draden uit de stof.

1) niet gekozen was en deknoopsgathendel omlaag stond.Zet de as om de spoel op te winden naar rechts.De as om de spoel op te winden stond opnieuw linkstijdens het opwinden van de spoel.1 Sluit de stekkers van het bedieningspedaal juist aan.2 Druk niet op de start-/stopknop als hetbedieningspedaal op de machine is aangesloten.1 Het bedieningspedaal is losgekomen tijdens hetnaaien.2 De start-/stopknop werd ingedrukt terwijl hetStel de juiste steeklengte in1 De steekbreedte is niet op "4" ingesteld, terwijl eenelastische steek (steek nr. 11-20) gekozen werd.2 De steekbreedte is ingesteld op "4", terwijl steek nr. 1of nr. 13 - 10 gekozen werd.Stel de juiste steekbreedte in (behalve "0")De steekbreedte staat ingesteld op "0" terwijl de gekozensteek NIET de rechte steek (steek nr. 2) of de rechteelastische steek (steek nr. 12) is.

PAGINAPROBLEEM OORZAAK OPLOSSING• Te veel draad aan de bovenkant van de stof• Machine maakt vreemd geluid• Traag• Naald gebroken• Draaddoorhaler werkt niet.• Het naai-informatiescherm werkt niet.Bovendraadspanning te groot.Draad onjuist door denaalddraadgeleider gehaald.Naald #65/9 gebruikt.Spoeldraad onjuist ingeregen.Haak van draaddoorhaler isgebogen.Naald gebogen.Naald onjuist ingezet.Naald staat niet in de hoogstestand.Naald te dun voor de stof ofnaald gebogen.Schroef van naaldklem te los.De stekker steekt niet goed inhet stopcontact.Bovendraadspanning te groot.Naald onjuist ingezet.Er zitten pluisjes vast in detransporteur.Er zitten pluisjes vast in degrijperbaan.De stroom- en lichtschakelaarzijn uitgeschakeld.De stekker steekt niet goed inhet stopcontact.Spoelwinderas staat in derechtse stand.De stroom- en lichtschakelaarzijn uitgeschakeld..Zet de spoelwinderas naar links.Steek het snoer goed vast in hetstopcontact en in de machine.Zet de schakelaar aan.Steek het snoer goed vast in hetstopcontact en in de machine.Zet de schakelaar aan.Maak de grijperbaan en detransporteur schoon.Zet de naald opnieuw in.Draai de schroef van de naaldklemvast.Regel de draadspanning.Gebruik de juiste naald.Zie pagina 43 voor meer info over hetgebruik van de juiste naald en draad.Zet de naald in de hoogste stand.Zet de naald opnieuw in.Vervang de naald.Maak de haak met behulp van deschroevendraaier recht, zodat de haakdoor het oog van de naald kan,wanneer hendel van de draaddoorhalernaar beneden gezet wordt.Haal de draad opnieuw door denaalddraadgeleider.Rijg de spoeldraad opnieuw in.Regel de draadspanning.P23P14P14P40P72P50P40P34P43P40P34P36P27P50• Machine naait nietOnderkantBovenkant

Nederlands93P30P50P30P27P72P50P40P27P40P30P34P30P50P30P27P40P20P72P20 PROBLEEM OORZAAK OPLOSSINGRijg de bovendraad opnieuw in.Regel de draadspanning.Rijg de bovendraad opnieuw in.Rijg de spoeldraad opnieuw in.Maak de grijperbaan en detransporteur schoon.Regel de draadspanning.Vervang de naald.Rijg de spoeldraad opnieuw in.Zet de naald opnieuw in.Vervang de naald.Gebruik de juiste draad en naald.Haal de draad opnieuw door hetoog van de naald.Rijg de bovendraad opnieuw in.Regel de draadspanning.Rijg de bovendraad opnieuw in.Rijg de spoeldraad opnieuw in.Gebruik de juiste draad en naald.Zet de persvoetdrukhendel hoger.Bovendraad onjuist ingeregen(Niet tussen de spanningplaatjesgedaan)Bovendraadspanning te groot.Bovendraad onjuist ingeregen.Spoeldraad onjuist ingeregen.Er zitten pluisjes vast in de grijperbaan.Bovendraadspanning te groot.Naald gebogen of stomp.Spoeldraad onjuist ingeregen.Naald onjuist ingezet.Naald gebogen.Verkeerde naald of draad voor degebruikte stof.Draad onjuist tussen de naaldgedaan.Bovendraad onjuist ingeregen.Bovendraadspanning te groot.Bovendraad onjuist ingeregen.Spoeldraad onjuist ingeregen.Naald te dik voor de stof.Persvoetdruk te hoog.• Te veel draad aan deonderkant van de stof.• Bovendraad gebroken• Spoeldraad gebroken• Stof rimpelt• Stof wordt niet goedgetransporteerdOnderkantBovenkant • Steken worden overgeslagenMaak de grijperbaan en detransporteur schoon.Zet de persvoetdrukhendel lager.Zet de transporteur hoger.Er zitten pluisjes vast in detransporteur.Persvoetdruk te laag.Transporteur is losgeraakt.Als het probleem niet opgelost is, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde dealer of bel naar de onderhoudsdienst.Verwijs hierbij naar het garantiebewijs.PAGINA

Sichtfuß Für bessere Sicht beim Nachnähen8. Nähfuß für enge Kanten Leichteres Nähen von extrem schmalen Kanten. ❈ Sonderzubehör erhalten Sie beim Händler in IhrerNäheAccessoirelijst1. Loopvoet De boventransporteur zorgt voor uniform transport bij het naaien van verschillende lagen stof. 2. Maasvoet Dankzij de ingebouwde veer beweegt deze voet met de naald mee. Gebruikt voor stopwerk en quiltwerk. 3. Teflonvoet (kunststof) Voorkomt dat stoffen zoals vinyl of leer aan de onderkant van de voet blijven plakken. 4. Voet voor verborgen ritssluitingen Vergemakkelijkt het inzetten van verborgen ritssluitingen. 5. Afstandsgeleider Wordt aan de loopvoet bevestigd. Dient als geleider om de juiste afstand van een punt tot het volgende te meten. Wordt achteraan in het gaatje in de loopvoet bevestigd. 6. Persvoet en naaldplaat voor een rechte steek Gebruikt voor de rechte steek op lichte stoffen. 7.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Toyota EZA901 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden