Toshiba e-STUDIO 356SE Handleiding

Toshiba Printer e-STUDIO 356SE

Bekijk gratis de handleiding van Toshiba e-STUDIO 356SE (184 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Toshiba e-STUDIO 356SE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/184
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN
Kopieerhandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Toshiba
Categorie: Printer
Model: e-STUDIO 356SE

Handleiding Toshiba e-STUDIO 356SE – volledige tekst

Voorwoord 1VoorwoordGebruik van deze handleidingBedankt voor uw aanschaf van het TOSHIBA multifunctionele digitale systeem. Deze handleiding beschrijft het gebruik van de kopieerfuncties van dit multifunctionele systeem. Lees deze handleiding vóór gebruik van dit multifunctionele systeem. Houd deze handleiding bij de hand en maak er gebruik van om een omgeving te configureren waarin de functies van de e-STUDIO ten volle worden benut. Symbolen in deze handleidingIn deze handleiding gaan bepaalde belangrijke passages vergezeld van de hieronder weergegeven symbolen. Lees deze passages voordat u dit multifunctionele systeem gaat gebruiken.

In afwijking op het bovenstaande geeft deze handleiding met de volgende pictogrammen ook informatie die nuttig en handig kan zijn bij de bediening van dit systeem:Beschrijving van de richting van het origineel/kopieerpapierKopieerpapier of originelen met A4-, B5- of LT-formaat kunnen zowel in een staande als een liggende richting worden geplaatst. In deze handleiding is een "-R" aan het papierformaat toegevoegd wanneer dit formaat papier of origineel in liggende richting wordt geplaatst. Voorbeeld: Origineel in A4-formaat op de glasplaat voor originelenKopieerpapier of originelen met A3-, B4-, LD- of LG-formaat kunnen alleen in een liggende richting worden geplaatst, daarom krijgen deze formaten geen toevoeging "-R". Voor dit apparaat is een separate scan-/afdrukfunctie als optie verkrijgbaar. Bij bepaalde modellen is deze optionele scan-/afdrukfunctie echter reeds geïnstalleerd.

Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot overlijden, ernstig letsel of ernstige beschadiging van of brand in het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan.

Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot licht of matig letsel, lichte beschadiging van het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan, of verlies van gegevens. Wijst op informatie waar u bij het bedienen van het multifunctionele systeem op moet letten. Beschrijft handige informatie die van pas kan komen wanneer u het multifunctionele systeem bedient. Pagina' s met onderwerpen die gerelateerd zijn aan uw huidige werkzaamheden. Bekijk deze pagina' s naar behoefte. Geplaatst in staande richting: A4 Geplaatst in liggende richting: A4-R.

2 VoorwoordDisplaysyDe schermen in deze handleiding kunnen afwijken van de echte schermen, afhankelijk van hoe het apparaat gebruikt wordt, zoals de status van de geïnstalleerde opties.yDe in deze handleiding opgenomen illustraties van de display zijn voor papier in A/B-formaat. Als u papier van formaat LT gebruikt, kan de display of de volgorde van toetsen in de afbeeldingen verschillen van die van uw multifunctionele systeem.HandelsmerkenDe in deze handleiding of in deze software voorkomende bedrijfs- en productnamen kunnen de handelsmerken zijn van de respectievelijke bedrijven.

INHOUD 3INHOUDVoorwoord. 1Hoofdstuk 1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMMenu BASIS voor de kopieerfuncties. 8Papier plaatsen. 11Geschikt kopieerpapier. 11Papier in laden plaatsen. 12Papierformaat vastleggen. 15Instelling papiersoort. 17Papier in het grote papiermagazijn (optie) plaatsen. 19Hoofdstuk 2 HET MAKEN VAN KOPIEËNOriginelen plaatsen. 24Aanvaardbare originelen. 24Functie ter voorkoming van vervalsing. 24Originelen op de glasplaat voor originelen leggen. 25Boeken. 26Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie). 27Afdrukken maken. 30Basiskopieerprocedure. 30Volgend origineel tijdens het kopiëren scannen. 33Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken. 34Proefkopie. 35Uitvoerlade selecteren. 37Kopiëren met handinvoer. 38Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat. 39Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat.

47Hoofdstuk 3 BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIESVóór gebruik van de kopieerfuncties. 52Standaardinstellingen. 52Ingestelde functies bevestigen. 52Ingestelde functies annuleren. 53Beperkingen met betrekking tot combinaties van functies. 53Papierselectie. 54Automatische papierselectie (APS). 54Gewenste papier handmatig selecteren. 55Originelen met verschillende formaten in één keer kopiëren. 56Instelling Modus voor originelen. 58Densiteitaanpassing. 59Vergroten en verkleinen. 60Automatische zoomselectie (AMS). 60Zowel het origineelformaat als het kopieerpapierformaat afzonderlijk specificeren. 62De reproductiefactor handmatig specificeren. 64Afwerkfunctie selecteren. 66Afwerkfuncties en als optie leverbare afwerkapparaten. 66Modus Sorteren/Groeperen. 71.

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM8 Menu BASIS voor de kopieerfunctiesMenu BASIS voor de kopieerfunctiesEnkele seconden na het inschakelen van de stroomvoorziening verschijnt het menu BASIS voor de kopieerfuncties op het aanraakscherm. Het menu BASIS toont de volgende informatie:1. Gebied voor meldingenHier verschijnt een korte beschrijving van de functies of de huidige status van dit multifunctionele systeem in de vorm van een melding.2. Meldingsgebied systeemstatus ( P.1 0)Hier verschijnt het formaat, de papiersoort of het resterende aantal vellen in elke lade.3. Indextabbladen (BASIS, BEWERKEN, BEELD) ( P.93,  P.135)Hiermee kunt u tussen de menu's “BASIS”, “BEWERKEN” en “BEELD” schakelen.4. Gebied voor waarschuwingsmeldingenHier worden waarschuwingsmeldingen, zoals meldingen dat de tonercartridge aan vervanging toe is, weergegeven.5.

Toets [APS] (automatische papierselectie) ( P.54 )Deze dient voor de overschakeling op automatische papierselectie.6. Toets [ZOOM] ( P.6 0 )Deze dient voor de wijziging van de reproductiefactor van afdrukken.7. Toets [2-ZIJDIG] ( P.83)Deze dient voor het selecteren van enkelzijdig/dubbelzijdig kopiëren (bijv. 1 -> dubbelzijdig, 2 -> dubbelzijdig).8. Toets [FINISHING] ( P.6 6 )Deze dient voor het selecteren van een sorteren-stand.9. Toets [ORIGIN. MODUS ] ( P.58)Deze dient voor het selecteren van een modus voor originelen.10.

Datum en tijdBij gebruik van de gebruikersbeheerfunctie en de afdelingsbeheerfunctieIn bovenstaand geval verschijnen hier gedurende 5 seconden na authenticatie van de gebruiker de aan elke gebruiker of afdeling toegewezen taakquota.Het weergegeven aantal is het kleinste aantal van of gebruiker ( ) of afdeling ( ).yDe weergave kan afhankelijk van de beheersstatus van het multifunctionele systeem afwijken.yRaadpleeg voor bijzonderheden met betrekking tot de gebruikersbeheerfunctie of de afdelingsbeheerfunctie uw systeembeheerder.43121819 17 16141513129115 876 10

1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMMenu BASIS voor de kopieerfuncties 91 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM11. [TAAKSTATUS]-toets ( P.162)Deze toets is voor het bevestigen van de verwerkingsstatus van kopieer-, fax-, scan- of afdruktaken, en ook voor het bekijken van de geschiedenis van de resultaten ervan.12. [PROEFKOPIE]-toets ( P.35)Deze dient voor het maken van een proefkopie ter controle van een afdruk voordat een groot aantal afdrukken wordt gemaakt.13. Toetsen voor aanpassing dichtheid ( P.5 9)Deze dienen voor de aanpassing van het densiteitniveau van afdrukken.14. Aantal afdruksets15. Aantal resterende afdruksets16. (Help) toetsDeze toets is voor het weergeven van de uitleg bij elke functie of de toetsen op het aanraakscherm.17. [TEMPLATE]-toets ( P.139)Deze dient voor de templatefunctie.18.

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM10 Menu BASIS voor de kopieerfunctiesMeldingsgebied systeemstatusIn het meldingsgebied voor de status van het systeem wordt de volgende informatie getoond:1. Weergave uitvoerlade ( P.37)Deze toont de lade waarheen de afdrukken worden afgevoerd.2. [UITVOERLADE]-toets ( P.37)Deze dient voor het selecteren van de uitvoerladen.3. Papierladetoetsen ( P.55 )Deze tonen het papierformaat, het resterend aantal vellen in elke papierlade en de voor de papierlade ingestelde papiersoort. Wanneer u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, drukt u op de betreffende toets.Het resterend aantal vellen dat nog in elke papierlade ligt, wordt als volgt weergegeven. Gebruik het als een globale richtlijn aangezien de detectie van het resterend aantal vellen kan afwijken, afhankelijk van de papiersoort.* Circa 100 vel door TOSHIBA aanbevolen normaal papier4.

[HANDINVOER]-toets ( P.3 8 )Wanneer er op deze toets wordt gedrukt terwijl er papier in de handinvoerbak ligt, wordt deze als het papiermagazijn ingesteld.5. Papiersoort in de handinvoerbak ( P.38)Hier wordt de papiersoort in de handinvoerlade met een pictogram aangegeven.Resterend aantal vellen WeergaveMeer dan 10 mm (0,40") (bij benad.)*1 vel - minder dan 10 mm (0,40") (bij benad.)*Geen papier21354

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM Papier plaatsen 11Papier plaatsenGeschikt kopieerpapierHet volgende papier kan worden geplaatst en gebruikt voor het kopiëren. De waarden zijn alleen geldig als er door TOSHIBA aanbevolen papier wordt gebruikt. Voor het aanbevolen papier zie de Verkorte installatiehandleiding. yPlaats geen papier van verschillend formaat of van verschillende soort in dezelfde papierlade. yZorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn op de geleidingen. *1 Dubbelzijdig kopiëren is niet beschikbaar. *2 Wanneer de Finisher met rughechting MJ-1106 (optie) geïnstalleerd is, wordt het papier in de bovenste lade uitgeworpen. *3 Voor het maken van kopieën op het calqueerpapier wordt “NORMAAL” als papiersoort ingesteld. *4 Wilt u op de etiketten kopiëren, selecteer dan “DIK 2” als papiersoort.

*5 Kopiëren op de achterzijde van een envelop is niet mogelijk. *6 Wanneer de Finisher MJ-1101 (optie) of de Finisher met rughechting MJ-1106/MJ-1033 (optie) is geïnstalleerd, wordt de envelop uitgeworpen in de uitvoerlade van het apparaat. Wanneer de binnenste Finisher MJ-1032 (optie) is geïnstalleerd, wordt de envelop uitgeworpen in de kopieopvangbak van de finisher. y“LT-formaat” is het standaardformaat alleen voor gebruik in Noord-Amerika. y“K-formaat” is een Chinees standaardformaat. yAfkortingen voor papierformaten: LT: Letter, LD: Ledger, LG: Legal, ST: Statement, COMP: Computer, SQ: SquareToevoermagazijn Papiersoort Maximale invoercapaciteit FormaatPapierladen incl. de papierlade-module (optie)Normaal papier(64 - 80 g/m2)(17 - 20 lb. Bond)600 vel (64 g/m2) (17 lb. Bond)550 vel (80 g/m2) (20 lb.

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM12 Papier plaatsenOngeschikt kopieerpapierGebruik geen van de onderstaande soorten papier. Dit kan een papierstoring veroorzaken.yVochtig papieryGevouwen papieryGekruld of gekreukt papieryPapier met een extreem glad of ruw oppervlakGebruik geen van de onderstaande soorten papier.

Dit kan een storing in het multifunctionele systeem veroorzaken.yPapier waarvan het oppervlak een speciale behandeling heeft ondergaanyPapier dat al een keer is gebruikt in andere multifunctionele systemen of printersAanwijzingen voor de opslag van kopieerpapierZorg bij de opslag van kopieerpapier voor het volgende:yBewaar het papier in de originele verpakking om het stofvrij te houden.yVermijd direct zonlicht.yBewaar het papier in een vochtvrije ruimte.yBewaar kopieerpapier op een vlakke ondergrond om te voorkomen dat het papier vouwt of buigt.Papier in laden plaatsenVolg de onderstaande werkwijze voor het in een papierlade plaatsen van papier.

Voor het geschikte kopieerpapier zie: P.11 “Geschikt kopieerpapier”1Schakel de stroomvoorziening van het multifunctionele systeem in.2Trek een papierlade voorzichtig uit totdat deze niet verder gaat.3Leg het papier in de lade.yEr kunnen maximaal 600 vellen (64 g/m2) (17 lb. Bond) in een papierlade worden geplaatst. Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders. P.11 “Geschikt kopieerpapier”yWaaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in een papierlade plaatst omdat de vellen anders vóór het invoeren mogelijk niet van elkaar worden gescheiden. Pas op dat u zich hierbij niet in uw vingers snijdt.yPlaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. De kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.

1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMPapier plaatsen 131 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM8Duw de papierlade voorzichtig en recht in het multifunctionele systeem tot deze niet verder kan.Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.

Hierdoor kunt u letsel oplopen.4Verplaats de achtergeleider naar de achterrand van het papier terwijl het lagere deel in de richting van de pijlen geduwd wordt.5Pas de zijgeleiders aan de papiergrootte aan; houd hierbij de groene hendel van de papiergeleider aan de voorzijde vast.Verstel de papiergeleiders met twee handen.6Bevestig dat er geen extra ruimte tussen papier en de zij- of achtergeleiders bestaat.Als de ruimte tussen het papier en de zij- of achtergeleiders te groot is, leidt dit tot vastlopen van het papier.Ruimte tussen papier en zijgeleiders (“A” in de afbeelding rechts): Zorg ervoor dat de ruimte niet groter is dan 0,5 mm aan één zijde of 1,0 mm aan beide zijden.

Als zich bij dik papier vastlopen van het papier voordoet, zorg dan voor een geschikte ruimte.Ruimte tussen papier en achtergeleider (“B” in de afbeelding rechts): Maak de ruimte niet groter dan 0,5 mm.7Wijzig de papierformaatindicator indien nodig.AB

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM14 Papier plaatsen9Onderstaand menu verschijnt. Als het papierformaat of de papiersoort afwijkt van het tevoren in de papierlade gebruikte formaat, druk dan op [NEE] op het aanraakscherm. Als ze hetzelfde zijn, druk dan op [JA].yHet kan zijn dat bovenstaand menu - afhankelijk van de instelling van het multifunctionele systeem - niet verschijnt.

Zie in dat geval de volgende pagina's om de instelling van het papierformaat en de papiersoort te wijzigen: P.15 “Papierformaat vastleggen” P.17 “Instelling papiersoort”yRaadpleeg voor de wijziging van de instelling voor de weergave van dit menu uw systeembeheerder.Wanneer u op [JA] drukt, wordt de procedure beëindigd.10Selecteer het papierformaat en de papiersoort van het in de papierlade geplaatste papier op het aanraakscherm.1) Selecteer het papierformaat.2) Selecteer de papiersoort.3) Druk op [OK].

1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMPapier plaatsen 151 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMPapierformaat vastleggenWanneer u voor het eerst papier plaatst of het papier door een ander formaat vervangt, dient u het formaat in dit multifunctionele systeem vast te leggen.2Druk op het tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].3Selecteer het papierformaat op het aanraakscherm.1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.2) Selecteer het papierformaat.3) Druk op [OK].1Druk op de [USER FUNCTIONS]-toets op het bedieningspaneel.

1. VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMPapier plaatsen 171 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMInstelling papiersoortWanneer u speciaal papier anders dan normaal papier of een soort dat niet voor normaal kopiëren wordt gebruikt plaatst, dient u de dikte en het kenmerk op het multifunctionele systeem in te stellen. yDe dikte en het kenmerk kunnen tegelijkertijd worden ingesteld. yAls “DIK 1” of een kenmerk behalve “GEEN” is ingesteld voor een papierlade, dan wordt het papier in deze papierlade niet voor de APS-functie gebruikt. yAls een kenmerk behalve “GEEN” voor een papierlade is ingesteld, dan is de functie Automatisch wisselen van papiermagazijn (Toevoer van hetzelfde papierformaat vanuit een andere papierlade zelfs al is de opgegeven papierlade van waaruit papier wordt toegevoerd leeg) uitgeschakeld voor het papier in deze papierlade.

Zie voor het instellen van Automatisch wisselen van papiermagazijn de MFP-beheerhandleiding. yDe ingestelde papiersoort wordt met een pictogram aangegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem.  P. 10 “Meldingsgebied systeemstatus”De volgende papiersoorten zijn geschikt:DikteKenmerk*1 Het verzenden en ontvangen van faxberichten is alleen beschikbaar als de fax-eenheid (optie) is geïnstalleerd. *2 Wanneer er lijsten worden afgedrukt, wordt de papierinstelling “FAX” gebruikt. Voor het afdrukken van lijsten zie de MFP-beheerhandleiding. Toets Omschrijving PictogramNORMAAL Normaal papier: 64 - 80 g/m2 (17 - 20 lb. Bond) —DIK 1 Dik papier: 81 - 105 g/m2 (21 - 28 lb. Bond)Toets Omschrijving PictogramGEEN Geen kenmerk aangegeven —TUSSEN-LEGVELLosse vellen gebruikt in de stand invoegen speciaal invoegvel P.

Voor het instellen van invoegvel 1 en 2, selecteer de papierlade voor invoegvel 1 en druk op [TUSSENLEGVEL] en selecteer daarna een papierlade voor invoegvel 2 en druk op [TUSSENLEGVEL]. , KAFTEN Losse vellen gebruikt in de kaftbladen-functie P. 114 “Kaftblad”SPECIAAL Gekleurd papier of papier met watermerk etc. FAX *1, *2 Faxpapier1Druk op de [USER FUNCTIONS]-toets op het bedieningspaneel.

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM18 Papier plaatsen2Druk op het tabblad [GEBRUIKER] op het aanraakscherm om het instellingenmenu op te roepen en druk vervolgens op [PAPIERLADE].3Druk op [PAPIERSOORT].4Selecteer de papiersoort.1) Selecteer de papierlade waarin het papier is geplaatst.2) Selecteer de papiersoort.3) Druk op [OK].

1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMPapier plaatsen 191 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM5Druk op [OK].6Druk op [SLUITEN] op het aanraakscherm of op de [USER FUNCTIONS]-toets op het bedieningspaneel.Ingestelde papiersoort annulerenDruk op de papierlade-toets in het menu in stap 4 en druk vervolgens op de papiersoort waarvan de instelling moet worden geannuleerd.Als zowel INVOEGVEL 1 als INVOEGVEL 2 zijn ingesteld en u annuleert alleen de instelling van INVOEGVEL 1, dan wordt de instelling voor INVOEGVEL 2 automatisch de instelling voor INVOEGVEL 1.Papier in het grote papiermagazijn (optie) plaatsen1Trek de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder kan.Let erop dat u de schuifgeleiders (A in de afbeelding) niet aanraakt.Hierdoor kunt u letsel oplopen.A

1 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM20 Papier plaatsenyHet papier in de rechterbak wordt het eerst gebruikt. Als het op raakt, wordt het papier in de linkerbak automatisch naar de rechterbak verplaatst en ingevoerd.yEr kunnen maximaal 2360 vellen (64 g/m2) (17 lb. Bond) in de 2 bakken worden geplaatst.

De papierstapel mag echter niet hoger zijn dan de lijn aan de binnenzijde van de papiergeleiders. P.11 “Geschikt kopieerpapier”yDe kopieerzijde staat meestal aangegeven op de verpakking.yPas op dat u zich niet in uw vingers snijdt bij het waaieren.yZorg er bij het plaatsen van het papier voor dat de middelste hendel niet geopend is (Zie het etiket in de papierlade van het grote papiermagazijn.).3Duw de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig recht in het multifunctionele systeem.Wanneer de papierlade volledig is ingeschoven, wordt de rechterbak omhooggezet tot de papierinvoerpositie.Duw de lade niet met kracht dicht. De gestapelde vellen kunnen inzakken waardoor ze niet juist getransporteerd kunnen worden.Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven.

Hierdoor kunt u letsel oplopen.4Wijzig de papiersoort indien nodig. P.17 “Instelling papiersoort”2Plaats 2 stapels papier in de betreffende rechter- en linkerbak.Waaier het papier goed los en stoot het gelijk voordat u het in de bak legt. Plaats het papier met de kopieerzijde naar boven gekeerd. Plaats een papierstapel in de rechterbak (aangeduid met “A” in de afbeelding) met de zijkant tegen de rechterhoek van de bak en plaats de andere papierstapel in de linkerbak (aangeduid met “B” in de afbeelding) met de zijkant tegen de linkerhoek van de bak. Het papier kan correct worden geplaatst door het in kleine stapeltjes te verdelen en afwisselend in de twee bakken op te stapelen.AB

1.VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMPapier plaatsen 211 VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEMToevoegen van papier in het papierinvoermagazijn tijdens het kopiërenWanneer het papier in de linker lade van het papierinvoermagazijn tijdens het kopiëren op raakt, verschijnt “Papier voor linker lade toevoegen.” Het papierinvoermagazijn kan uitgetrokken worden, waarna zonder het kopiëren te onderbreken papier in de linker lade kan worden toegevoegd. Dit is handig wanneer er snel veel kopieën gemaakt moeten worden.3Duw de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig recht in het multifunctionele systeem.Wanneer het papier in de rechter lade op is, wordt het papier uit de linker lade automatisch naar de rechter lade verschoven.Duw de lade niet met kracht dicht.

De gestapelde vellen kunnen inzakken waardoor ze niet juist getransporteerd kunnen worden.Pas op dat uw vingers niet bekneld raken als de papierlade in het multifunctionele systeem wordt geschoven. Hierdoor kunt u letsel oplopen.1Trek de papierlade van het grote papiermagazijn voorzichtig uit tot deze niet verder kan.Alleen de linker lade zal naar buiten komen. Raak de schuifgeleider (“A” in de afbeelding rechts) niet aan.Hierdoor kunt u letsel oplopen.2Leg papier in de linker lade.Plaats het papier uitgelijnd met de linkerzijde van de lade.A

2. HET MAKEN VAN KOPIEËNIn dit hoofdstuk worden de basiskopieerprocedures toegelicht. Originelen plaatsen. 24Aanvaardbare originelen. 24Functie ter voorkoming van vervalsing. 24Originelen op de glasplaat voor originelen leggen. 25Boeken. 26Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie). 27Afdrukken maken. 30Basiskopieerprocedure. 30Volgend origineel tijdens het kopiëren scannen. 33Kopiëren onderbreken en andere afdrukken maken. 34Proefkopie. 35Uitvoerlade selecteren. 37Kopiëren met handinvoer. 38Kopiëren met handinvoer op standaard papierformaat. 39Afdrukken met handinvoer op niet-standaard papierformaat. 47.

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN24 Originelen plaatsenOriginelen plaatsenAanvaardbare originelenWanneer het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gebruikt, kunnen dubbelzijdige originelen automatisch vel voor vel worden gescand. Wanneer de glasplaat voor originelen wordt gebruikt, kunnen originelen zoals overhead-transparanten, calqueerpapier, boekjes of 3-D voorwerpen worden gescand die niet op het automatische documentinvoersysteem kunnen worden geplaatst, alsmede ook normaal papier.yAutomatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer originelen van A/B-formaat worden gebruikt in voor Noord-Amerika bestemde multifunctionele systemen.

Deze functie werkt niet correct wanneer originelen van LT-formaat worden gebruikt in andere multifunctionele systemen dan voor Noord-Amerika.yAutomatische formaatbepaling werkt niet correct wanneer papier van K-formaat wordt gebruikt voor het kopiëren. (K-formaat is een standaard papierformaat in China).yPlaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.yPlaats originelen van ST-formaat of A5-formaat in liggende richting wanneer het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gebruikt.yEr kunnen maximaal 1000 vellen per afdruktaak worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is.Functie ter voorkoming van vervalsingDit multifunctionele systeem is uitgerust met een functie ter voorkoming van vervalsing.

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNOriginelen plaatsen 252 HET MAKEN VAN KOPIEËNOriginelen op de glasplaat voor originelen leggenDe glasplaat voor originelen kan worden gebruikt voor originelen zoals overhead-transparanten of calqueerpapier alsmede normale papiervellen die niet op het automatische documentinvoersysteem (optie) kunnen worden geplaatst.Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.1Til de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) op.Til het geheel 60° of meer op zodat het formaat van het origineel correct kan worden gedetecteerd.3Sluit de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) voorzichtig.2Leg het origineel op de glasplaat met de te kopiëren zijde naar beneden tegen de linkerbovenhoek aan.Kopiëren van zeer transparante originelenBij het kopiëren van zeer transparante originelen zoals overhead-transparanten of calqueerpapier dient er een leeg vel met hetzelfde formaat als het origineel of groter op te worden gelegd.

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN26 Originelen plaatsenBoekenU kunt boeken op de glasplaat voor originelen plaatsen.Plaats geen zware voorwerpen (4 kg of meer) op de glasplaat voor originelen en oefen er geen kracht op uit.Wanneer het glas breekt, kan dit letsel veroorzaken.1Til de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) op.3Sluit de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) voorzichtig.ySluit de afdekklep (optie) of het automatische documentinvoersysteem (optie) niet met kracht wanneer het origineel erg dik is. Er ontstaat geen kopieerprobleem, zelfs niet wanneer de klep niet volledig is gesloten.yKijk niet rechtstreeks op de glasplaat voor originelen omdat tijdens het kopiëren een fel licht naar buiten kan komen.2Zoek de gewenste pagina in het origineel en leg deze met de te kopiëren zijde naar beneden op de glasplaat.

Leg het origineel tegen de linkerbovenhoek op de glasplaat.Wanneer u dubbelzijdige afdrukken maakt uit boeken in standen zoals boek met dubbelzijdig kopiëren of kopiëren met twee-pagina scheidingsfunctie, dient u het midden van het origineel tegen de gele lijn van de glasplaat voor originelen te plaatsen. P.86 “Een dubbelzijdige afdruk van een boek maken” P.102 “Dubbele pagina”

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNOriginelen plaatsen 272 HET MAKEN VAN KOPIEËNGebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie)AanwijzingenGebruik geen originelen zoals onder punt 1 t/m 9 aangegeven omdat dergelijke originelen papierfouten of beschadiging van het multifunctionele systeem kunnen veroorzaken.1. Erg gekreukelde, gevouwen of omgekrulde originelen2. Originelen met carbonpapier3. Originelen met plakband, met opgeplakte teksten of geknipte originelen4. Originelen met meerdere perforaties zoals losbladig papier5. Originelen met paperclips of nietjes6. Originelen met gaten of scheuren7. Vochtige originelen8. Overhead-transparanten of calqueerpapier9. Gecoat papier (behandeld met was etc.)Behandel originelen zoals aangegeven onder punt 10 en 11 met extra zorg.10.

Originelen die moeilijk met de vingers kunnen worden verschoven of originelen met speciaal behandeld oppervlak (de vellen van dergelijke originelen mogen niet van elkaar worden gescheiden)11. Gevouwen of gekrulde originelen (deze moeten voor gebruik worden gladgestreken)Wanneer er zwarte strepen verschijnenIndien het scangebied of het geleidingsgebied vuil is, kunnen er zich afdrukproblemen zoals zwarte strepen op de afdrukken voordoen. Het wekelijks reinigen van deze gebieden wordt aanbevolen. Voor reiniging zie de Verkorte installatiehandleiding.13426789510 11

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN28 Originelen plaatsenContinue invoerDe invoer is standaard op “continue invoer” ingesteld. Zodra u de originelen hebt ingesteld en daarna op de [START]-toets drukt, worden ze continu pagina voor pagina gescand. Dit is handig als u meerdere originelen in één keer wilt kopiëren.1Leg alle originelen netjes tegen de aanleglijst.Rangschik de originelen in de volgorde waarin u deze wilt kopiëren. Het bovenste origineel zal als eerste worden gekopieerd.Bij te veel in één keer te scannen originelen moet u deze in een aantal sets verdelen voor er gekopieerd wordt. Plaats de eerste set originelen en druk vervolgens op [VERVOLG] op het aanraakscherm terwijl deze set wordt gescand. Plaats na het scannen de volgende set originelen en druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.

(Als er net voordat het scannen van de originelen voltooid is, op [VERVOLG] gedrukt wordt, kan het zijn dat deze knop niet werkt.)2Leg de originelen met de af te drukken zijde naar boven en pas de papiergeleiders aan de lengte van de originelen aan.yOriginelen tot 100 vel (35 tot 80 g/m2) of 16 mm in hoogte zijn geschikt, onafhankelijk het formaat.yVoor originelen met verschillende formaten zie: P.56 “Originelen met verschillende formaten in één keer kopiëren”Voor lange originelenGebruik van de originelenopvang voorkomt dat gescande originelen uit het apparaat vallen. Trek deze uit de optionele RADF en hef de sub-opvang op.Laat de sub-opvang zakken en til de originelenopvang lichtjes op om deze terug te duwen na gebruik ervan.21

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNOriginelen plaatsen 292 HET MAKEN VAN KOPIEËNEnkelvoudige invoerAls de invoer is ingesteld op "enkelvoudige invoer" wordt een origineel automatisch ingevoerd wanneer het op het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gelegd. Dit is handig wanneer u slechts 1 vel wilt kopiëren. P.128 “ADF -> SADF”3Als er nog een origineel is, ga dan op dezelfde wijze te werk.4Nadat alle originelen naar binnen zijn getrokken in, drukt u op [OPDR. GEREED].Als u het kopiëren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].1Pas de papiergeleiders aan de lengte van de originelen aan.2Plaats het origineel met de te kopiëren zijde naar boven en recht tegen de papiergeleiders.Het origineel wordt automatisch naar binnen getrokken en vervolgens wordt het menu van stap 3 op het aanraakscherm weergegeven.Laat het origineel los wanneer het naar binnen wordt getrokken.

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN30 Afdrukken makenAfdrukken makenBasiskopieerprocedureMaak afdrukken zoals hieronder beschreven.1Controleer of er (voldoende) papier in de papierlade(n) zit.Voor de geschikte papiersoorten en -formaten alsmede het plaatsen ervan zie: P.11 “Geschikt kopieerpapier” P.12 “Papier in laden plaatsen” P.19 “Papier in het grote papiermagazijn (optie) plaatsen”2Plaats de originelen.Voor de formaten en soorten originelen alsmede het plaatsen ervan zie: P.24 “Aanvaardbare originelen” P.27 “Gebruik van het automatische documentinvoersysteem (optie)” P.25 “Originelen op de glasplaat voor originelen leggen” P.26 “Boeken”3Toets het gewenste aantal afdrukken in als u meer dan één afdruk wilt.Druk op de [CLEAR]-toets op het bedieningspaneel om het ingetoetste aantal te annuleren.4Selecteer de kopieerinstellingen naar behoefte. P.51 “BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES” P.93 “BEWERKEN-FUNCTIES” P.135 “BEELDCORRECTIE”25341OFRADF(optioneel)Glasplaat voororiginelen

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNAfdrukken maken 312 HET MAKEN VAN KOPIEËN5Druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.Het kopiëren begint. De afdrukken worden uitgevoerd met de gekopieerde zijde naar beneden.Wees voorzichtig omdat de papieruitvoer en omgeving ervan en het papier zelf na het kopiëren heet zijn.Het onderstaande menu kan verschijnen wanneer speciale programma's worden gebruikt.Dit menu verschijnt als enkelvoudige invoer is ingesteld voor het documentinvoersysteem of bij functies waarbij het origineel op de glasplaat wordt gelegd en de gescande gegevens tijdelijk in het geheugen worden opgeslagen, zoals kopiëren en sorteren of enkelzijdig naar dubbelzijdig kopiëren.

Ga als volgt te werk wanneer dit menu verschijnt.Er worden verschillende berichten in het bovenste gedeelte van het menu weergegeven voor wanneer de originelen via het automatische documentinvoersysteem worden gescand en voor wanneer er via de glasplaat voor originelen wordt gescand.6Plaats het volgende origineel, en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel of op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm.Het scannen begint. (Als het documentinvoersysteem op “SADF (enkelvoudige invoer)” is ingesteld, wordt er automatisch een origineel ingevoerd wanneer het op het automatische documentinvoersysteem (optie) wordt gelegd.)7Druk op [OPDR.

GEREED] op het aanraakscherm nadat alle originelen zijn gescand.Het kopiëren begint.yAls u het kopiëren wilt stoppen, drukt u op [STOP OPDR.].yWanneer de papierlade tijdens het kopiëren leeg raakt, kan vanuit een andere papierlade papier worden ingevoerd als dat papier hetzelfde formaat en dezelfde richting heeft, zonder dat het kopiëren wordt onderbroken. Wanneer er geen lade met dergelijk papier beschikbaar is, wordt het kopiëren onderbroken en verschijnt de melding“Papier bijvullen” op het aanraakscherm. Vul in dat geval de papierlade bij.

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN32 Afdrukken makenKopiëren stoppen en opnieuw starten2Druk op [STOP OPDR.] op het aanraakscherm om het kopiëren te beëindigen. Druk op [VLGND AFDR] op het aanraakscherm of op de [START]-toets op het bedieningspaneel om weer op te starten.Wanneer u op [STOP OPDR.] drukt, worden de gescande gegevens gewist en worden eventuele afdruktaken in de wachtrij uitgevoerd.Zelfs wanneer u niet op [STOP OPDR.] drukt, worden de gescande gegevens gewist door middel van de automatische wis-functie. 1Druk op de [STOP]-toets op het bedieningspaneel.Het kopiëren of scannen wordt onderbroken.

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNAfdrukken maken 332 HET MAKEN VAN KOPIEËNVolgend origineel tijdens het kopiëren scannenZelfs tijdens het uitvoeren van de kopieerfunctie of terwijl “BEDRIJFSKLAAR (OPWARMFASE)” op het aanraakscherm wordt weergegeven, kan het volgende origineel worden gescand (automatische start).1Plaats de originelen.2Stel het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen naar wens in. De nieuwe taak wordt gestart overeenkomstig de tevoren geselecteerde kopieerinstellingen tenzij andere instellingen worden gekozen.3Druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.Er kunnen maximaal 1000 vellen per afdruktaak worden gescand of totdat het geïntegreerde geheugen vol is.Automatische taken bevestigenTaken in de wachtrij kunnen op het aanraakscherm worden bevestigd of indien nodig worden geannuleerd.

Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie: P.162 “Bevestiging afdruktaakstatus”Actieve scantaken annulerenDruk op de [STOP]-toets op het bedieningspaneel om een taak te annuleren terwijl originelen worden gescand. Wanneer u op [STOP OPDR.] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel drukt terwijl het scannen onderbroken is, wordt het scannen beëindigd. (In dat geval worden de gegevens die zijn gescand voordat de taak werd onderbroken, gekopieerd.) Druk op de [START]-toets om het scannen opnieuw te starten.

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN34 Afdrukken makenKopiëren onderbreken en andere afdrukken makenU kunt de huidige afdruktaak onderbreken voor het maken van andere afdrukken (kopiëren met onderbreking). Wanneer de onderbroken taak weer wordt gestart, hoeven de kopieerinstellingen niet opnieuw te worden geselecteerd omdat deze in het geheugen van het multifunctionele systeem zijn opgeslagen.yDe volgende functies kunnen niet worden gebruikt in combinatie met "kopiëren met onderbreking":Kopiëren met kaftbladen, kopiëren met speciaal invoegvel, taakopbouw, opslaan via e-Filing, opslaan als bestandyTijdens kopiëren met onderbreking kan er niet overgeschakeld worden naar een niet-kopieerfunctie, zoals e-Filing, scannen, afdrukken of faxen.

Als u de functie wilt wijzigen, druk dan eerst op de [INTERRUPT]-toets om het kopiëren met onderbreking te wissen.2Vervang het origineel door een ander.3Selecteer naargelang nodig andere kopieerinstellingen en druk vervolgens op de [START]-toets op het bedieningspaneel.4Druk opnieuw op de [INTERRUPT]-toets nadat de functie "kopiëren met onderbreking" is beëindigd.Er verschijnt “Gereed om taak 1 af te maken.” en de onderbroken taak wordt hervat.1Druk op de [INTERRUPT]-toets op het bedieningspaneel.Er verschijnt "Taak onderbroken taak 1 opgeslagen." en het lampje van de [INTERRUPT]-toets gaat branden. Als het origineel wordt gescand, verschijnt de bovenstaande melding na voltooiing van het scannen.

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNAfdrukken maken 352 HET MAKEN VAN KOPIEËNProefkopieWanneer u een groot aantal afdrukken gaat maken, kunt u controleren of deze precies aan uw wensen voldoen door eerst één pagina te kopiëren (proefkopie). Dan kunt u de standen of instellingen wijzigen (bijv. het aantal afdruksets, uitvoerlade, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten, perforeren) na controle van de proefkopie.Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopiëren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw.1Vul de papierlade(n) met papier.2Plaats de originelen.3Selecteer het aantal afdruksets en de kopieerinstellingen.4Druk op [PROEF COPY] op het aanraakscherm.Er verschijnt gedurende ca.

2 seconden “PROEFKOPIE IS GESELECTEERD Druk op de START- knop voor kopie.”.Indien [SORTEREN UIT NIETEN UIT] of [GROEP] is geselecteerd als afwerkfunctie, wordt deze automatisch in [SORTEREN] gewijzigd.5Druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.Het scannen begint. 1 set afdrukken wordt afgedrukt.

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN36 Afdrukken maken6Wijzig het aantal afdruksets en kopieerinstellingen naar wens na controle van de proefkopie.Standen of instellingen zoals aantal afdruksets, de uitvoerlade, paginanummer, tijdstempel, sorteren/nieten en perforeren kunnen worden gewijzigd.Indien u instellingen zoals de reproductiefactor, de densiteit, de modus voor originelen of enkel/dubbelzijdig kopiëren wilt wijzigen, moet u de proefkopie eerst voltooien. Wijzig deze instellingen en scan het origineel opnieuw. Druk op [GEHEUGEN WISSEN] op het aanraakscherm of op de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel om de proefkopie te voltooien.7Druk op de [START]-toets op het bedieningspaneel.Indien het aantal afdrukken in de bovenstaande stap 6 niet is gewijzigd, wordt één afdruk minder dan tevoren is ingesteld afgedrukt omdat er al een als proefkopie is gemaakt.

2.HET MAKEN VAN KOPIEËNAfdrukken maken 372 HET MAKEN VAN KOPIEËNUitvoerlade selecterenU kunt de uitvoerlade selecteren als er een optionele finisher voor de binnenste lade is geïnstalleerd.yDe beschikbare uitvoerlade kan onderhevig zijn aan beperkingen, afhankelijk van kopieerinstellingen en papierformaten.yDe uitvoerladeselectie is standaard op automatische selectie ingesteld.De uitvoerlade wijzigenDe momenteel geselecteerde uitvoerlade wordt weergegeven in het meldingsgebied voor de status van het systeem. Druk voor het wijzigen van de uitvoerlade op [UITVOERLADE]. Elke keer dat hierop gedrukt wordt, wijzigt de weergave, van de uitvoerlade van de apparatuur naar elke uitvoerlade van de finisher en binnenste lade en automatische selectie, in deze volgorde.Huidige uitvoerbakWeergave autom. selectie uitvoerbakToets [UITVOERLADE]

2 HET MAKEN VAN KOPIEËN38 Kopiëren met handinvoerKopiëren met handinvoerWanneer u afdrukken op overhead-transparanten, etiketten, enveloppen of een niet-standaard papierformaat maakt, leg het kopieerpapier dan in de handinvoerbak. Kopiëren met handinvoer is ook raadzaam voor het kopiëren op standaard papierformaat dat niet in een van de papierladen aanwezig is.Wanneer u het papierformaat selecteert, kunt u verschillende functies gebruiken zoals de automatische papierselectie (APS) of de automatische zoomselectie (AMS). Raadpleeg de volgende pagina voor meer informatie: P.174 “Combinatiematrix kopieerfunctie”De werkwijze voor het kopiëren met handinvoer verschilt afhankelijk van het te gebruiken papierformaat.

Zie onderstaande tabel voor de werkwijze bij elk formaat.Open de handinvoerbak voor kopiëren met handinvoer.Als het papier groot is, trek de papierhouder dan uit.Verplaats bij het plaatsen of verwijderen van kopieerpapier de papierklemhendel naar de buitenzijde. Verplaats deze hendel hierna terug naar de apparatuur.Bij gebruik van dik papier voor handmatig kopiëren, kan het voorkomen dat sommige soorten dik papier niet juist ingevoerd worden. Draai het papier in dit geval om en plaats het opnieuw, zoals getoond in de afbeelding.

2. HET MAKEN VAN KOPIEËNKopiëren met handinvoer 392 HET MAKEN VAN KOPIEËNyKopiëren met handinvoer wordt beëindigd als de handinvoerbak tijdens het kopiëren leeg raakt, zelfs wanneer papier van hetzelfde formaat in een van de papierladen aanwezig is. Het kopiëren wordt hervat als de handinvoerbak is bijgevuld. yWanneer het kopiëren met handinvoer voltooid is, knippert de [FUNCTION CLEAR]-toets op het bedieningspaneel. Druk op deze toets om van de functie kopiëren met handinvoer over te schakelen op normaal kopiëren met behulp van de papierladen. (Zelfs wanneer niet op toets [FUNCTION CLEAR] gedrukt wordt, zal afdrukken met handinvoer worden gewist wanneer de automatische wis-functie na een bepaalde tijd geactiveerd wordt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Toshiba e-STUDIO 356SE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden