Testo 480 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Testo 480 (62 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Testo 480 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/62
testo 480 · Klimaatmeetinstrument
Gebruiksaanwijzing

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Testo
Categorie: Meetapparatuur
Model: 480

Handleiding Testo 480 – volledige tekst

2 Veiligheid en milieu 5 2 Veiligheid en milieu 2.1. Bij dit document Symbolen en conventies in deze handleiding Element Verklaring Waarschuwing, ernst van het gevaar wordt aangegeven door het signaalwoord: Waarschuwing! Ernstig lichamelijk letsel mogelijk. Voorzichtig! Licht lichamelijk letsel of materiële schade mogelijk. > Tref de aangegeven veiligheidsvoorzieningen. Aanwijzing: Basis- of uitgebreide informatie. 1. ... 2. ... Procedure: meerdere stappen die in volgorde moeten worden doorlopen. > ... Procedure: een stap of optionele stap. - ... Resultaat van een handeling. Menu Onderdelen van het apparaat, het apparaatdisplay of het programmavenster. [OK] Bedieningstoetsen van het apparaat of knoppen in het programmavenster. ... | ... Functies / paden binnen een menu.

2 Veiligheid en milieu 6 2.2. Veiligheid garanderen > Gebruik het product uitsluitend waarvoor het bedoeld is en alleen onder de omstandigheden zoals die zijn aangegeven in de technische gegevens. Behandel het product altijd voorzichtig. > Ook van de te meten installaties resp. de omgeving van de meting kunnen gevaren uitgaan: Neem bij de uitvoering van metingen de ter plaatse geldige veiligheidsvoorschriften in acht. > Voer nooit contactmetingen uit aan niet geïsoleerde onderdelen die onder spanning staan. > Bewaar het product nooit samen met oplosmiddelen. Gebruik geen droogmiddelen. > Houdt u zich aan de onderhouds- en instandhoudings-voorschriften voor dit apparaat zoals die in de documentatie beschreven zijn. Houdt u zich daarbij aan de procedures. Gebruik uitsluitend de originele vervangende onderdelen van Testo.

> Temperatuurindicaties op sondes/voelers hebben uitsluitend betrekking op het meetbereik van de sensoren. Stel de handgrepen en aanvoerleidingen niet bloot aan temperaturen hoger dan 40 °C (104 °F) wanneer die niet nadrukkelijk zijn toegestaan. > Laat sondes en sondebuizen na de laatste meting voldoende afkoelen om verbrandingen aan de hete sensorpunt of aan de sondebuis te vermijden. > Ondeskundig gebruik van accu's kan leiden tot schade of letsel door stroomstoten, brand of het ontsnappen van chemische vloeistoffen. Houd u in elk geval aan de volgende aanwijzingen om dergelijke gevaren te vermijden: • Accu's alleen plaatsen zoals in de gebruiksaanwijzing wordt aangegeven. • Accu's niet kortsluiten, demonteren of wijzigen. • Accu's niet blootstellen aan stoten, water, vuur of temperaturen hoger dan 60°C. • Accu's niet bewaren in de buurt van metalen voorwerpen.

• Ondichte of beschadigde accu's niet gebruiken. Wanneer u in contact komt met de accuvloeistof: Geraakte lichaamsdelen grondig met water afwassen en eventueel een arts raadplegen. • Accu's uitsluitend in het apparaat of in het aanbevolen laadstation laden.

3 Functionele beschrijving 7 • Stop het laden onmiddellijk als dit nog niet is voltooid in de tijd die daar voor staat. • Neem de accu bij onjuiste werking of tekenen van oververhitting direct uit het meetapparaat / het laadstation. Let op: De accu kan heet zijn! Toepassing > Lees deze documentatie aandachtig door en zorg dat u met het product vertrouwd bent voordat u het gaat gebruiken. Besteed bijzondere aandacht aan de veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen om letsel en materiële schade te voorkomen. > Houd deze documentatie altijd binnen handbereik, zodat u indien nodig snel zaken kunt opzoeken. > Geef deze documentatie altijd door aan eventuele latere gebruikers van het product. 2.3. Milieu beschermen > Voer defecte accu's / lege batterijen af conform de plaatselijke wet en regelgeving.

> Voer dit product na het einde van zijn levensduur op de juiste wijze af naar de afvalscheiding van elektrische en elektronische apparatuur (houd u aan de plaatselijke voorschriften) of lever het in bij Testo voor verantwoorde verwerking. 3 Functionele beschrijving 3.1. Toepassing De testo 480 is een meetinstrument voor de meting van klimaatrelevante parameters. De testo 480 is met name geschikt voor behaaglijkheidsmetingen ter beoordeling van werkplaatsen en stromingsmetingen in en aan technische installaties voor luchtbehandeling. Hij mag alleen door gekwalificeerd personeel worden ingezet. Het product mag niet worden ingezet in explosieve omgevingen!

3 Functionele beschrijving 9 Geïntegreerde meting (bij 22 °C, ±1 digit) Eigenschap Waarden Temperatuur (TE type K; interne meting van vergelijkingspunten: Meetbereik 0...+40 °C, nauwkeurigheid ±0,5 °C) Meetbereik: -200,0…+1370,0 °C Nauwkeurigheid: ±(0,3 °C + 0,1% v. Mw) Resolutie: 0,1 °C De opgaven over nauwkeurigheid gelden in de afgestemde, stabiele temperatuurtoestand. Door aansluiten van de netadapter, acculading resp. toevoegen van digitale sondes kan deze tijdelijk gestoord worden en kunnen er bijkomende fouten optreden. Verschildruk Meetbereik: -100…+100 hPa Nauwkeurigheid1: 0...+25 hPa: ±(0,3 Pa + 1% v. Mw) +25.001...+100 hPa: ±(0,1 hPa + 1.5% v. Mw) Resolutie: 0,001 hPa De aangeduide nauwkeurigheid geldt onmiddellijk na de nulling van de sensor. Voor langdurige metingen wordt het netbedrijf met volledig geladen accu aanbevolen. Temperatuurcoëfficiënt:

4 Produktbeschrijving 13 Beneden 1 TE-aansluiting voor temperatuurvoeler type K 2 Aansluitingen voor verschildruk (+/- aanduiding aan het instrument) 3 Netbus 4 Status-LED netbus Toestand Uitleg LED uit Accu wordt niet geladen. LED aan, brandt Accu wordt geladen. LED aan, knippert langzaam Accu wordt niet geladen, instrument-/accutemperatuur te hoog. LED aan, knippert snel Accu wordt niet geladen, accu defect. 4.1.3. Bedieningstoetsen Toets Functies [ ] Meetinstrument in- / uitschakelen [ ] Voor de bediening van de trackpad worden de volgende symbolen gebruikt, zie Navigeren in het menu, pagina 18. De loop van het beeld in het display volgt de richting waarin de vinger beweegt op de trackpad. [ ] Gelijkmatig van boven naar beneden met de vinger over de trackpad glijden: beeld loopt naar beneden.

4 Produktbeschrijving 14 Toets Functies [ ] Gelijkmatig van links naar rechts met de vinger over de trackpad glijden: beeld loopt van links naar rechts. Gelijkmatig van rechts naar links met de vinger over de trackpad glijden: beeld loopt van rechts naar links. [ ] Met de vinger kort op de trackpad tippen om selectie te bevestigen. Bij het bevestigen valt er een klik zoals bij een toets waar te nemen. [Esc] Terug, functie annuleren [ ] Hoofdmenu openen, instellingen opslaan [–] Configureerbare toets voor de snelle toegang tot een vaak gebruikte functie. In de fabriek is de toets nog niet bezet. Toets configureren, zie Instellingen uitvoeren, pagina 21. [ ] Verkenner wordt geopend, zie Verkennermenu, pagina 28. 4.1.4.

Display Statusregel en tabbladen 1 Statusregel (donkergrijze achtergrond): Symbool Uitleg Er zit geen SD-kaart in het instrument Uitdraai wordt afgedrukt Weergave datum en tijd Accubedrijf Weergave van de restcapaciteit van de accu aan de hand van kleur en vulniveau van het batterijteken (groen = 5-100%, rood =

4 Produktbeschrijving 15 Tabteksten Uitleg (Tab Favorieten) De tab Favorieten is het eigenlijke werkbereik van het meetinstrument. zie Tab Favorieten, pagina 26. Hier kunnen meetwaarden van verschillende voelers tot één meting worden gecombineerd, meetprogramma´s uitgevoerd, opgeslagen en afgedrukt worden. Int Meetwaarden van de interne sensoren en van aangesloten TE-voelers worden weergegeven. -881 (Voorbeeld; de laatste drie cijfers van het serienummer van de voeler worden getoond. Het volledige serienummer van de voeler staat op een etiket aan de voeler.) Per aangesloten voeler verschijnt er een aanvullende tab met de meetwaarden van de voeler en berekende grootheden. De tabs verschijnen in de volgorde, waarin ze aan het instrument werden aangesloten. 3 Informatieveld van de tabbladen: Indicatie van de gekozen meetlocatie / meetpunt.

Het gekozen meetpunt kan in de Verkenner geselecteerd worden, zie Verkennermenu, pagina 28. Meetbeeld 1 Regelnummer 2 Aanduiding dat de meetwaarde ook in de tab Favorieten wordt weergegeven. 3 Meetwaarde 4 Meetgrootheid

5 Eerste stappen 16 5 Voelerbenaming 6 Eenheid Het meetbeeld kan voor elke tab individueel gewijzigd worden, zie Meetindicatie instellen, pagina 23. 5 Eerste stappen 5.1. Ingebruikname Eerste oplading van de accu De testo 480 wordt geleverd met een gedeeltelijk geladen accu. Laad de accu vóór het eerste gebruik volledig op. 1. Netadapter aansluiten aan de netbus (3). 2. Netstekker aansluiten aan een contactdoos. - De lading van de accu wordt gestart. Status-LED (4) brandt. - De accu is volledig geladen: Status-LED (4) is uit. 3. Instrument isoleren van de netadapter. - Na de eerste oplading van de accu is het instrument operationeel. Inschakelen 1. Met [ ] instrument inschakelen. - Het startbeeldscherm verschijnt. Bij de eerste inbedrijfstelling of na een fabrieksreset wordt automatisch het menu Eerste inbedrijfstelling geopend.

5 Eerste stappen 17 De instelling geldt alleen voor de gemeten waarden en kan indien nodig voor elke meetwaarde afzonderlijk worden aangepast. 5. [ ] → Opslaan en beëindigen. - De huidige meetwaarden worden weergegeven. Het instrument is nu operationeel. Uitschakelen Niet opgeslagen meetwaarden gaan bij uitschakelen van het instrument verloren! Met [ ] instrument uitschakelen. Sondes / Voelers aansluiten Sondes/Voelers worden automatisch door het instrument herkend. Zorg ervoor dat ze goed vastzitten, gebruik geen geweld! > Aansluitstekker van de voeler in de passende voeleraansluiting steken. • Onderkant van het instrument: Thermo-element-voeler (type K) • Bovenkant van het instrument: Digitale voelers Digitale voelers zijn door de push-pull steekverbindingen ertegen beveiligd om ongewild van het instrument te worden geïsoleerd. > Drukslangen aansluiten aan + en -. Voorzichtig!

5 Eerste stappen 18 Netadapter aansluiten Als de netadapter is aangesloten, dan wordt het instrument automatisch via de netadapter gevoed. Bij de voeding via de netadapter kan het instrument warm worden. Daardoor kan de meetonzekerheid bij de TE-meting toenemen. 1. Stekker van de netadapter (art.-nr. 0554 8808) in de netbus aan de onderkant van het instrument steken. 2. Netstekker van de netadapter in een contactdoos steken. - Het instrument wordt gevoed via de netadapter en het acculaadproces start automatisch. 5.2. Kennismaking met het product 5.2.1. Navigeren in het menu 1. [ ] indrukken. - Het menu Opties wordt geopend. Geselecteerde functie krijgt een witte achtergrond.

5 Eerste stappen 19 2. Navigeren / Functie kiezen: • [ ] Trackpad van boven naar beneden bewegen om een menupunt te selecteren. • [ ] Met de vinger kort op de trackpad tippen om selectie te bevestigen. • Op [Esc] drukken om het proces te annuleren en naar de meetmodus te gaan. Korte schrijfwijze In dit document wordt een korte schrijfwijze gehanteerd om handelingsstappen (bijv. de oproep van een functie) voor te stellen. Voorbeeld: Functie Min/Max oproepen Korte schrijfwijze [ ] → Indicatiemenu → Min/Max. Vereiste handelingsstappen 1. Hoofdmenu openen: []. 2. Menu Weergave menu kiezen: []. 3. Keuze bevestigen: [ ]. 4. Menu Min/Max kiezen: []. 5. Keuze bevestigen: [ ]. 5.2.2. Functie oproepen 1. Functie kiezen: [ ]. - De gekozen functie wordt ingekaderd. 2. Keuze bevestigen: [ ]. - De gekozen functie wordt geopend. 5.2.3. Menu verlaten > Op [Esc] drukken.

Voordat ingevoerde gegevens of meetgegevens verloren kunnen gaan, verschijnt altijd een veiligheidsvraag, die met [ ] moet worden bevestigd. Of > [ ] → Opslaan en beëindigen.

5 Eerste stappen 20 5.2.4. Tab wisselen > Gewenste tab selecteren: [ ]. - Gewenste tab is geactiveerd, alle andere tabs hebben een grijze achtergrond. 5.2.5. Waarden invoeren Voor sommige functies moeten waarden worden ingevoerd (getalwaarde, eenheid, teken). Al naargelang de gekozen functie worden de waarden hetzij via een keuzelijst of een input editor ingevoerd. Keuzelijst 1. Te wijzigen waarde (getalwaarde, eenheid) kiezen: [ ], [ ] (afhankelijk van de gekozen functie). 2. [ ] indrukken. 3. Waarde instellen: [ ], [ ] (afhankelijk van de gekozen functie). 4. Invoer bevestigen: [ ]. 5. Stappen 1 en 4 indien nodig herhalen. 6. Invoer opslaan: [ ] → Opslaan en beëindigen. Input editor

6 Product gebruiken 21 1. Te wijzigen waarde (teken) kiezen: [ ], [ ]. 2. Waarde overnemen: [ ]. Opties: > Omschakelen tussen hoofdletters / kleine letters: kiezen. > Omschakelen tussen tekens en cijfers: resp. kiezen. > Spatie invoegen: kiezen. > Teken voor de cursor verwijderen: kiezen. 3. Stappen 1 en 2 indien nodig herhalen. 4. Invoer opslaan: kiezen. 5.2.6. Waarden opslaan > [ ] → Opslaan en beëindigen. 6 Product gebruiken 6.1. Instellingen uitvoeren 1. [ ] indrukken. - Het configuratiemenu Opties wordt geopend. 2. Instellingen/Settings kiezen en parameters instellen: Weergave Uitleg Display helderheid De helderheid van het display kan worden aangepast aan de omgevingsvoorwaarden. Trackpad De reactiesnelheid van de trackpad kan worden ingesteld. Snelkeuzetoetsen Bijzonder vaak benodigde functies kunnen op een van de beide functietoetsen [–] worden gezet.

6 Product gebruiken 22 Weergave Uitleg Wachtwoord Bij geactiveerde wachtwoordbeveiliging kunnen al deze functies alleen worden uitgevoerd door invoer van het wachtwoord: • Fabrieksreset instrument • Datum/Uhrzeit ändern (ab Firmwareversion 1.14) • Voeler-reset • Firmware-update • Wachtwoord wijzigen / deactiveren • Voelernaam Als het wachtwoord werd vergeten, dan kan het alleen door de Testo service worden teruggezet. In de fabriek is geen wachtwoordbeveiliging vooringesteld. Eenheden Er kan worden omgeschakeld tussen ISO- en US-eenheden. De instelling heeft alleen betrekking op de eenheid van de gemeten grootheden, niet op de berekende grootheden. Normgegevens Temperatuur- en absolute drukwaarde voor de interne berekening van de normvolumestroom kunnen gewijzigd worden.

In de fabriek ingesteld: 25 °C, 1013,25 hPa Printinstellingen Selectie van de aanvullende informatie, die op een meetwaarde-uitdraai moet verschijnen. Taal/Language De taal van het instrument wordt ingesteld. Kies een taal die u goed kunt begrijpen.

6 Product gebruiken 23 Weergave Uitleg Fabrieksreset Het instrument wordt teruggezet op de fabrieksinstellingen: • Instellingen • Kalibratiegegevens • Wachtwoord gedeactiveerd • Favorieten van de interne tab worden verwijderd. Favorieten van de voelertab blijven bestaan. 3. Configuratiemenu verlaten: [ESC] → [ESC] - Instrument gaat naar meetbeeld. 6.2. Meetindicatie instellen De meetindicatie kan voor elke voelertab individueel worden ingesteld. Deze instellingen worden in de voeler opgeslagen en gelden ook bij de volgende aansluiting van de voeler. 1. Tab waarvoor de meetindicatie moet worden gewijzigd, selecteren: [ ] activeren. 2. [ ] indrukken. - Het configuratiemenu Opties wordt geopend. 3. Met [ ] Weergave menu selecteren. 4. Weergave menu openen: [ ] activeren.

6 Product gebruiken 24 Weergave Uitleg Meetwaardeweergave In de meetwaardeweergave kunnen de afzonderlijke meetgrootheden worden gewijzigd: • Meetgrootheden en eenheden wijzigen: Regel selecteren met [ ] en activeren met [ ] zie Berekende meetgrootheden, pagina 24. Regels verschuiven / verwijderen / toevoegen [ ]. Functie beëindigen: [ESC]. • Regels overnemen in de tab Favorieten [ ]. Regels die in de tab Favorieten worden getoond, zijn gekenmerkt door een vinkje ( ). Functie beëindigen: [ ] → Opslaan en beëindigen. • Submenu meetwaardeweergave beëindigen: [ ] → Opslaan en beëindigen en terug naar de selectie van de submenu´s. Aantal regels Selectie hoeveel regels er tegelijkertijd in het display moeten worden voorgesteld. Indien niet alle regels tegelijkertijd kunnen worden voorgesteld, verschijnt aan de rechterkant een scrollbalk. Met [ ] kunnen de overige regels worden weergegeven.

6 Product gebruiken 25 Bedrijfsvolumestroom Berekende waarde uit gemeten luchtsnelheid vermenigvuldigd met de doorsnede bij de in de toepassing heersende voorwaarden (bijv. 56 °C, 920 hPa). Normvolumestroom Berekende waarde uit de bedrijfsvolumestroom en met betrekking tot de onder normgegevens ingevoerde waarden (bijv. 25 °C, 1013 hPa). Normgegevens wijzigen, zie Instellingen uitvoeren, pagina 21. Vochtigheidsgraad (drukafhankelijk) Eenheid g/kg: Beschrijft hoeveel gram water elke kg droge lucht bevat. Hij wordt gebruikt voor de berekening van de onder normgegevens ingevoerde absolute druk. Watergehalte Drukt het volume-aandeel van de waterdamp in het gemeten gas uit. Eenheid is dimensieloos (ppm of %). Dauwpunt Temperatuur waarbij de waterdamp in het gemeten gas condenseert. Psychrometertemperatuur (drukafhankelijk) Natte bol temperatuur (Engels wet bulb) van een psychrometer.

Hij wordt gebruikt voor de berekening van de onder normgegevens ingevoerde absolute druk Enthalpie Warmte-inhoud van het gemeten gas. Eenheid kJ/kg resp. BTU/lb. Absolute vochtigheid Beschrijft hoeveel gram water een kubieke meter van het momenteel gemeten gas bevat. Eenheid g/m³. Berekende meetgrootheden kunnen als volgt in de indicatie worden ingevoegd: 1. Tab waarvoor de indicatie van de meetwaarde moet worden gewijzigd, selecteren: [ ] activeren. 2. [ ] indrukken. - Het configuratiemenu Opties wordt geopend. 3. Met [ ] Weergave menu selecteren. 4. Weergave menu openen: [ ] activeren.

6 Product gebruiken 26 5. In het Weergave menu met [ ] het submenu Meetwaardeweergave selecteren en openen met [ ]. 6. Regel invoegen kiezen [ ] en bevestigen met [ ]. 7. In dit beeld de meetgrootheid en de gewenste eenheid selecteren: - Bij een meetgrootheid met [ ] alle gemeten en berekende meetgrootheden oproepen die de geselecteerde voeler kan leveren. De gewenste meetgrootheid selecteren [ ] en bevestigen met [ ]. - Bij een eenheid met [ ] alle voor de meetgrootheid beschikbare eenheden oproepen. De gewenste eenheid selecteren [ ] en bevestigen met [ ]. 8. Wijzigingen opslaan: [ ] → Opslaan en beëindigen. 9. Submenu Meetwaardeweergave verlaten: [ ] → Opslaan en beëindigen. 10. Weergave menu verlaten: [ESC] → [ESC] Vanaf firmware 1.11 worden nieuw ingevoegde regels automatisch overgenomen in de tab Favorieten. 6.3.

Tab Favorieten De tab Favorieten is het eigenlijke werkbereik van het meetinstrument. Hier kunnen meetwaarden van verschillende voelers tot één meting worden gecombineerd, meetprogramma´s uitgevoerd, opgeslagen en afgedrukt worden. Alleen de meetwaarden die in de tab Favorieten worden weergegeven, worden opgeslagen in het meetprotocol. Bij het eerste aansluiten van een voeler worden alle meetbare meetgrootheden overgenomen in de tab Favorieten. Berekende meetgrootheden moeten handmatig in de tab Favorieten worden ingevoegd. Aanpassen van de weergegeven meetgrootheden > [ ] → Weergave menu → Meetwaardeweergave → [ ] 6.4. Voelermenu Functie oproepen: > [ ] → Voelermenu.

6 Product gebruiken 27 Instelbare parameters Weergave Uitleg Demping (Glijdende gemiddelde waarde) Type demping en duur kunnen individueel worden ingesteld. Demping kan gedeactiveerd/geactiveerd worden. Info voeler Voelernaam, serienummer en voelertype worden weergegeven. Voelernaam Voelernaam kan gewijzigd worden. Info kalibratie De op de voeler opgeslagen voelerspecifieke kalibratiegegevens kunnen worden weergegeven. De digitale voelers maken een directe meting en signaalomvorming in de voeler mogelijk. Een meetonzekerheid, veroorzaakt door het instrument, valt door deze technologie weg. De kalibratie van de voeler kan zonder handinstrument worden uitgevoerd. Door de invoer van de afstel-/kalibratiegegevens via de software EasyClimate wordt een nul-fouten indicatie gegenereerd.

6 Product gebruiken 28 Weergave Uitleg Voeler-reset Voeler wordt teruggezet op de fabrieksinstellingen: • Meetwaardeweergave • Voelernaam • Kalibratietabel • Vochtafstemming • Demping 6.5. Verkennermenu In de Verkenner worden alle opgeslagen meetwaarden met de toegekende gegevens zoals meetprogramma en klantgegevens in een vaste structuur getoond. Niet opgeslagen meetwaarden gaan bij uitschakelen van het meetinstrument verloren! Verkennerbeeld oproepen > Op [ ] drukken. - Verkennerstructuur wordt getoond.

6 Product gebruiken 29 Symbool Eigenschap De root-map is een in de fabriek aangemaakte map, die niet verwijderd, verplaatst of herbenoemd mag worden. De map dient voor de structurering van de gegevens, hier zijn alle elementen (zoals mappen, meetlocaties, meetpunten enz.) opgeslagen. Via selectie wordt de daaronder liggende boom ingeklapt. Via selectie wordt de daaronder liggende boom uitgeklapt. In de fabriek ingericht meetpunt, waaronder de meetprogramma´s worden opgeslagen als er geen specifieke meetlocatie wordt aangemaakt. Meetlocatie, die naam en adres van de klant documenteert. Eén meetlocatie kan meerdere meetpunten hebben. Meetpunt (bijv. beluchtingskanaal 1), dat de plaatsbeschrijving met voor de meting relevante parameters zoals bijv. diameters documenteert. Eén meetpunt kan meerdere meetprogramma´s hebben.

6 Product gebruiken 30 Symbool Eigenschap PMV/PPD-meting (Predicted Mean Vote/Predicted Percentage Dissatisfied) berekent de behaaglijkheid en de relatieve onbehaaglijkheid op werkplekken volgens norm 7730. Protocol van de opgeslagen meetgegevens Alle instellingen die in de Explorer-structuur voor de meting werden uitgevoerd, worden opgeslagen in het protocol en kunnen achteraf niet meer veranderd worden. De Verkennerstructuur kan ook via de software EasyClimate bewerkt en weer in het instrument ingelezen worden. Nieuwe map aanmaken Een map wordt altijd aangemaakt in een map. Mappen dienen voor de structurering en eenvoudigere oriëntatie binnen het meetarchief. 1. (Root-)map kiezen waarin de nieuwe map aangemaakt moet worden. 2. [ ] → Nieuwe map. 3. Benaming invoeren via de invoereditor. 4. Invoer afsluiten: [ ] → Opslaan en beëindigen.

Overige mapopties • [ ] → Nieuwe meetlocatie: Nieuwe meetlocatie aanmaken in de geselecteerde map. • [ ] → Map bewerken: Naam van een bestaande map wijzigen. • [ ] → Map verwijderen: Verwijderen van een bestaande map, inclusief de daarin aangemaakte meetlocaties. Nieuwe meetlocatie aanmaken Een meetlocatie wordt altijd aangemaakt in een map. Aan de meetlocatie kan klantspecifieke informatie worden toegekend. 1. Map kiezen waarin de meetlocatie aangemaakt moet worden. 2. [ ] → Nieuwe meetlocatie. 3. Waarden invoeren via de invoereditor.

6 Product gebruiken 31 Naam is een verplicht veld. De naam moet minstens 1 teken lang zijn. Anders kan een nieuwe meetlocatie niet worden aangemaakt. Alle overige opgaven kunnen optioneel worden ingevuld. 4. Invoer afsluiten: [ ] → Opslaan en beëindigen. Overige meetlocatie-opties • [ ] → Nieuw meetpunt: Nieuw meetpunt aanmaken in de geselecteerde map. > [ ] → Meetlocatie bewerken: Wijzigingen aan een bestaande meetlocatie uitvoeren. > [ ] → Meetlocatie verwijderen: Verwijderen van een bestaande meetlocatie, inclusief de daarin aangemaakte meetpunten. Nieuw meetpunt aanmaken Een meetpunt wordt altijd aangemaakt onder een meetlocatie. In het meetpunt worden de relevante installatiegegevens ingevoerd. 1. Meetlocatie kiezen waarin het meetpunt aangemaakt moet worden. 2. [ ] → Nieuw meetpunt. 3. Parameters invoeren.

Parameter Verklaring Naam Naam waaronder het meetpunt in de Explorer wordt opgeslagen. Temperatuur, relatieve vochtigheid en absolute druk Aan de hand van deze ingevoerde gegevens wordt de luchtdichtheid berekend. De waarden kunnen ofwel ingevoerd of gemeten worden. De selectie is gekenmerkt door het vinkje. Voor gemeten waarden moet het serienummer (kort: SN) van de betreffende voeler worden geselecteerd die de meetwaarde moet leveren.

6 Product gebruiken 32 Parameter Verklaring Volumestroomcorrectiefactor Op grond van drukdalingen in het systeem kan de gemeten volumestroom lager zijn dan de daadwerkelijke volumestroom. Met behulp van de volumestroomcorrectiefactor kan de gemeten volumestroom worden gecorrigeerd. De volumestroomcorrectiefactor is direct proportioneel van invloed op het meetresultaat en wordt in de regel ingesteld op 1,00. Zodra de factor wordt gewijzigd, wordt het resultaat vermenigvuldigd met de volumestroomcorrectiefactor. Pitotbuisfactor Zie hoofdstuk 6.6.6. Kanaalgeometrie De invoer van een kanaalgeometrie is vereist als de bedrijfs- resp. normvolumestroom moet worden vastgesteld. Er kan worden gekozen tussen ronde en hoekige kanaalvorm (selectie bevestigen met [ ]). Naast de directe kanaalvorm kan ook de functie „k-factor“ (zie hoofdstuk 6.6.9) of trechter worden geselecteerd (zie hoofdstuk 6.6.7).

Elektrisch vermogen Het elektrisch vermogen kan worden ingesteld in W, kW of BtU/h. Deze opgave heeft een louter informatief karakter en wordt in geen enkel meetresultaat meegenomen. 4. Invoer afsluiten: [ ] → Opslaan en beëindigen. Overige meetpunt-opties > [ ] → Meetpunt selecteren: Meetpunt wordt geselecteerd en verschijnt in de statusregel in het meetbeeld. Protocollen worden opgeslagen onder het geselecteerde meetpunt. > [ ] → Meetpunt bewerken: Wijzigingen aan een bestaand meetpunt uitvoeren. > [ ] → Meetpunt verwijderen: Verwijderen van een bestaand meetpunt, inclusief de daarvoor opgeslagen meetprotocollen. > [ ] → Nieuw meetprogramma: Parameters voor een nieuwe individuele meting vastleggen. > [ ] → Nieuwe LBK-netmeting: Uitvoering van de LBK-netmeting, zie Meetprogramma, pagina 34.

6 Product gebruiken 33 > [ ] → Nieuwe PMV-PPD-meting: Uitvoering van de PMV-PPD-meting, zie Turbulentiegraadmeting, pagina 40. > [ ] → Nieuwe WBGT-meting: Uitvoering van de WBGT-meting, zie PMV / PPD-meting, pagina 48. zie WBGT-meting, pagina 47 6.6. Metingen & meetprogramma´s Algemene meetinstructies • Afhankelijk van de meetgrootheid die moet worden gemeten, moeten bepaalde voelers aan het instrument zijn aangesloten. • Sommige (thermische) voelers hebben een opwarmfase nodig, voordat ze klaar zijn om te meten. • Vóór elke meting moet de afstemfase worden afgewacht. De afstemfase zorgt ervoor dat de meetwaarden zich gestabiliseerd hebben.

• Voor sommige meetgrootheden moeten aanvullende berekeningsparameters worden ingesteld om correcte meetresultaten te verkrijgen, zie Instellingen uitvoeren, pagina 21 • Om een betrouwbare gegevensverwerking mogelijk te maken is de grootte van het aantal meetwaarden dat per meetprotocol opgeslagen kan worden begrensd tot 1 miljoen losse waarden. 6.6.1. Meetwaarden bijhouden („bevriezen“) Weergegeven meetwaarden op de tab Favorieten of voelertabs kunnen bevroren en afgedrukt worden. De meetwaarden kunnen niet in een meetprotocol worden opgeslagen. > [ ] →Bevriezen. - Meetwaarde wordt bijgehouden. In het display verschijnt . > Bevriezen opheffen: [ ] →Bevriezen. Bevroren meetwaarden kunnen worden afgedrukt zie Meetwaarden afdrukken, pagina 55 De meetwaarden kunnen in een meetprotocol worden opgeslagen. 6.6.2.

6 Product gebruiken 34 - Meetwaarden worden opgeslagen. 6.6.3. Meetprogramma U kunt individuele meetprogramma´s samenstellen, die zijn afgestemd op de betreffende meettaak (bijv. chronologische of puntsgewijze opslag). Deze meetprogramma´s worden verbonden met een bepaald meetpunt. Na de meting worden onder het meetprogramma de bijhorende meetprotocollen gearchiveerd. Nieuw meetprogramma aanmaken Een meetprogramma wordt altijd aangemaakt onder een meetpunt. 1. Op [ ] drukken. - Verkennerstructuur wordt getoond. 2. Meetpunt kiezen: [ ] en bevestigen met [ ]. 3. [ ] → Nieuw meetprogramma. 4. Parameters vastleggen. Parameter Uitleg Naam Naam waaronder het meetprogramma in de Verkenner wordt opgeslagen. Meetpunt Meetpunt waaraan het meetprogramma is toegekend.

Meettype • chronologisch: berekening van de gemiddelde waarde gedurende een bepaalde tijd • puntsgewijs berekening via afzonderlijke huidige waarden, die door [ ] of toets aan de voelerhandgreep tijdelijk worden opgeslagen. • chronologisch/puntsgewijs Op elk punt wordt al naargelang ingesteld stopcriterium (duur of aantal waarden) een gemiddelde waarde berekend. Aan het einde van de meting wordt een totale gemiddelde waarde berekend. Meetfrequentie Tijdsafstand waarin de meetwaarden geregistreerd worden.

6 Product gebruiken 35 Parameter Uitleg Startcriterium • Handmatig: Meting wordt via [ ] gestart. Als aan de handgreep van de voeler een toets zit, dan kan de meting eveneens worden gestart met deze toets. • Datum/Tijd: Meting begint op ingestelde moment. Stopcriterium • Handmatig: Meting wordt via [ ] → Einde beëindigd. • Datum/Tijd: Meting eindigt op ingestelde moment. • Duur: Meting eindigt na afloop van een ingestelde duur. • Aantal waarden: Meting eindigt na afloop van gemeten waarden. Het meetprogramma geldt voor de tab Favorieten. Alleen de waarden die in de tab Favorieten worden weergegeven, worden opgeslagen in het meetprotocol. 5. Instelling opslaan en naar het meetprogramma gaan: [ ] → Opslaan en meting starten selecteren. > Indien de meting niet meteen gestart moet worden: [ ] → Opslaan en beëindigen selecteren.

Andere mogelijkheid om in de tab Favorieten een meetprogramma onder het geselecteerde meetpunt aan te maken: > [ ] → Toepassingen → Meetprogramma. Meetprogramma starten 1. Gewenste meetprogramma kiezen. 2. [ ] → Meetprogramma starten. > Al naargelang het gekozen startcriterium moet de meting via [] gestart worden. Bij vastgelegde startdatum start het programma automatisch. Bij handmatige start moet de meting zoals beschreven gestart worden.

6 Product gebruiken 36 Andere meetprogramma-opties > [ ] → Meetprogramma bewerken: Wijzigingen aan een bestaand meetprogramma uitvoeren. > [ ] → Meetprogramma verwijderen: Verwijderen van een bestaand meetprogramma. 6.6.4. LBK-netmeting Om lucht- en volumestroom in technische installaties voor luchtbehandeling te meten zijn er verschillende mogelijkheden. Deze onderscheiden zich vooral in het meetbereik. Voor de testo 480 zijn er drie verschillende stromingssonden: • thermische stromingssonden (incl. temperatuurmeting en evt. vochtmeting) voor lage stromingssnelheden • 16 mm waaiersonde (incl.

temperatuurmeting) voor normale stromingssnelheden • pitotbuis voor metingen in hoge snelheden en in sterk vervuilde stromingen met hoog partikelaandeel Gedetailleerde achtergrondinformatie over de LBK-netmeting en de uitvoering ervan kunt u afleiden uit het Testo handboek Klimaatmeting voor praktici. Dat kunt u kosteloos aanvragen of op www.testo.com downloaden. Geschikte meetpunt selecteren Belangrijkste voorwaarde voor een nauwkeurige meting is de geschiktheid van het meetpunt. Er moeten minimum afstanden tot stoorpunten worden aangehouden: • Tot de stroomopwaarts liggende stoorpunten moet een afstand worden aangehouden, die minstens overeenkomt met de zesvoudige hydraulische diameter Dh = 4A/U (A: kanaaldoorsnede, U: kanaalomtrek).

• Tot de stroomafwaarts liggende stoorpunten moet een afstand worden aangehouden, die minstens overeenkomt met de tweevoudige hydraulische diameter Dh = 4A/U (A: kanaaldoorsnede, U: kanaalomtrek). Meting voorbereiden ✓ 16 mm waaier-meetsonde, thermische stromingssonde of pitotbuis is aangesloten. 1. Instrument inschakelen. 2. In de Verkenner onder gewenste meetlocatie een nieuw meetpunt aanmaken. 3. Volgende parameters instellen:

6 Product gebruiken 37 Parameter Waarden Temperatuur, Relatieve vochtigheid en Absolute druk De parameters moeten juist ingevoerd of gemeten worden. Dit heeft invloed op de meting met pitotbuis. Thermische sonde heeft een interne absolute druksensor. Een invoer is hier niet noodzakelijk. Volumestroomcorrectiefactor Moet op 1.00 staan (werkt proportioneel op de volumestroom). Pitotbuisfactor Moet worden ingevoerd bij meting met pitotbuis, zie Pitotbuis-meting, pagina 41. Kanaal-geometrie Profiel en afmetingen van het kanaal. Met [] kanaal-geometrie selecteren: Elektrisch vermogen Handmatige invoerwaarde, dient alleen voor de protocollering. 4. In de Verkenner onder aangemaakt meetpunt nieuwe LBK-netmeting aanmaken, zie Verkennermenu, pagina 28. 5. Volgende instellingen passend bij het meetpunt uitvoeren:

6 Product gebruiken 38 Parameter Waarden Meettype Puntsgewijs of chronologisch/puntsgewijs Al naargelang selectie kan het stopcriterium individueel worden vastgelegd. Gewenste volumestroom De gemeten volumestroom verschijnt in dezelfde eenheid als de eenheid van de gewenste volumestroom. Voeler Voeler via serienummer met [ ] selecteren. Als er een pitotbuis is aangesloten, dan wordt bij selectie INT de verschildruk gemeten. Groepering meetpunten Het aantal meetpunten hangt samen met de afstand van het stoorpunt en de onregelmatigheden van het profiel. Meer gedetailleerde informatie vindt u in het Testo handboek Klimaatmeting voor praktici. Gatpositie Al naargelang de toegankelijkheid van het kanaal de gatpositie selecteren met [ ] en/of [ ]. Selectie bevestigen met [ ]. Randafstand Er kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met isolatie van de kanaalwand.

Ingevoerde waarden beïnvloeden de coördinaten van de meetpunten. Onzekerheden Kanaal Geschatte onzekerheid van de kanaalafmetingen. Ingevoerde waarde wordt meegenomen in de berekening van de volumestroom. Onzekerheid Dichtheid (luchtdichtheid, alleen voor pitotbuismeting) Als alle relevante meetgrootheden (temperatuur, relatieve vochtigheid, absolute druk) worden gemeten, dan kan de waarde op 0 worden ingesteld. 6. Instelling opslaan en naar het meetprogramma gaan: [ ] → Opslaan en meting starten selecteren. > Indien de meting niet meteen gestart moet worden: [ ] → Opslaan en beëindigen selecteren.

6 Product gebruiken 39 Meting uitvoeren ✓ Alle punten onder meting voorbereiden zijn uitgevoerd. 1. De voeler positioneren op het op het display grafisch voorgestelde punt van de LBK-netmeting. 2. Met [ ] of de geïntegreerde meettoets aan de voeler de gemeten waarde overnemen resp. de chronologische/puntsgewijze meting starten. - Gemeten punt wordt gemarkeerd met een vinkje. - De positie van het meetpunt wordt op het display automatisch verder bewogen naar het volgende punt en de nieuwe vereiste insteekdiepte wordt getoond. De insteekdiepte van de sonde kan worden afgelezen op de schaal van de sondebuis. 3. Stappen 1 en 2 zo vaak herhalen, tot alle punten werden gemeten. - Uit de afzonderlijke snelheidsmeetwaarden wordt de gemiddelde stromingssnelheid en daaruit de luchtvolumestroom berekend.

Als men over de doorsnede sterke verschillen van de stromingssnelheid vaststelt, dan moet het aantal meetpunten verhoogd worden. Het aantal meetpunten is dan voldoende, als de meetwaarde van een vlak representatief is voor zijn nabije omgeving, d.w.z. als hij als echte gemiddelde waarde voor zijn deelvlak kan worden aanzien. 4. Vóór het beëindigen van de meting kan naar elk gemeten punt worden gegaan. Als dit punt opnieuw moet worden gemeten → [ ]→ Meetpunt herhalen. Zodra alle meetpunten geregistreerd zijn, verschijnt "Meting beëindigd". De complete meting kan worden herhaald → [ ]→ LBK-meting herhalen. 5. Meetprogramma sluiten: [ ] → Opslaan en beëindigen. - De indicatie gaat automatisch naar het beeld Meetprotocol.

6 Product gebruiken 40 - Meetprotocol is in de Explorer opgeslagen onder het geselecteerde meetpunt. Het LBK-protocol bevat meerdere beelden, waartussen via [ ] kan worden omgeschakeld. • Resultaat waarden: Eindresultaat (gemiddelde waarde) en afwijking van de parameters stroomsnelheid en volumestroom. • Resultaat grafiek: Beeld kanaal met de resulterende waarden per meetpunt. • Parameters LBK-programma: voor de meting vooringestelde parameters (bijv. kanaalgeometrie). • Parameters dichtheid: voor de berekening van de dichtheid vooringestelde waarden (temperatuur, vochtigheid, absolute druk). 6.6.5. Turbulentiegraadmeting Met aangesloten turbulentiegraadvoeler 0628 0143 wordt de berekening van de turbulentiegraad voor de stromingswaarde volgens DIN EN 13779 mogelijk gemaakt.

De turbulentiegraadvoeler 0628 0143 heeft een interne absolute druksensor, die een automatische compensatie uitvoert. De invoer van een absolute drukwaarde is hier niet noodzakelijk. Meting voorbereiden ✓ Turbulentiegraadvoeler 0628 0143 is aangesloten. Vanaf firmwareversie 1.11 kunnen maximaal 3 turbulentiegraadsondes gelijktijdig worden aangesloten. Meting uitvoeren 1. [ ] indrukken. - Explorerstructuur wordt weergegeven. 2. Gewenste meetpunt selecteren / nieuw aanmaken. De instellingen in het meetpunt hebben geen invloed op het meetresultaat. 3. [ ] → Nieuwe turbulentiegraadmeting. - Venster voor de berekening van de turbulentiegraad wordt geopend. 4. Meting starten: [ ]. - Turbulentiegraadmeting start, deze duurt 180 sec., kan echter ook voortijdig worden beëindigd.

6 Product gebruiken 42 6.6.7. Meting met de trechter 6.6.8. Meting met de trechter Functie beschikbaar vanaf firmwareversie 1.11. Voor de vaststelling van de volumestroom aan beluchtingsinrichtingen is een volumestroomtrechter nodig. De meting kan gebeuren met een 100mm waaiersonde in combinatie met de trechterset testovent 417 (art.-nr. 0563 4170). Alternatief kan ook een thermische anemometer (art.-nr. 0635 1543) in combinatie met de trechterset testovent 410 (art.-nr. 0554 0410) resp. testovent 415 (art.-nr. 0554 0415) worden ingezet. De trechters verschillen qua grootte en zijn geschikt voor uitlaten tot 200x200 mm resp. 330x330 mm. Bij de selectie van de passende trechter moet men erop letten dat de opening van de trechter het rooster volledig en dicht afdekt. Meting voorbereiden 1. Anemometersonde bevestigen in de handgreep van de trechter. 2.

Anemometersonde aansluiten aan het instrument. 3. Instrument inschakelen. 4. Tab van de sonde zo configureren, dat de gewenste meetparameters verschijnen in de tab Favorieten, zie Tab Favorieten, pagina 26. 5. In de Explorer ([ ]) onder gewenste meetlocatie een nieuw meetpunt aanmaken: [ ] → Nieuw meetpunt 6. Volgende parameters instellen: Parameter Waarden Naam Naam waaronder het meetpunt in de Explorer wordt opgeslagen. Temperatuur, relatieve vochtigheid en absolute druk Invoer optioneel, met parameter wordt voor deze berekening geen rekening gehouden. Volumestroomcorrectiefactor De ingestelde waarde is direct proportioneel van invloed op het resultaat en wordt typisch ingesteld op 1,00.

6 Product gebruiken 43 Parameter Waarden Pitotbuisfactor Bij geselecteerde kanaalgeometrie Trechter heeft dit veld geen invloed op het meetresultaat. Deze invoer is alleen actief bij pitotbuismetingen, zie Pitotbuis-meting, pagina 41. Kanaalgeometrie Met trackpad de gebruikte trechter selecteren. De bijhorende benaming afleiden uit het typeplaatje van de trechter. Elektrisch vermogen Invoer optioneel, met parameter wordt voor deze berekening geen rekening gehouden. 7. Instellingen opslaan: [ ] → Opslaan en selecteren. 8. Onder het nieuw aangemaakte meetpunt een nieuw meetprogramma aanmaken, zie Meetprogramma, pagina 34. De meting uitvoeren conform deze opgaven. 6.6.9. Drukmeting De testo 480 bezit een interne absolute en verschildruksensor. De drukmeetwaarden verschijnen daarom in de tab Int. 1. Drukslangen voor verschildrukmeting (2) aan + en - aansluiten. Voorzichtig!

6 Product gebruiken 44 - Huidige verschildrukmeetwaarde verschijnt in de tab Int in de ingestelde eenheid. > Drukeenheid in meetwaardeweergave wijzigen: [ ]→ Weergave menu→ Meetwaardeweergave→ [ ]→ meetgrootheid selecteren uit lijst→ [ ]→[ ]→ Opslaan en beëindigen. Bij sterk schommelende meetwaarden valt een demping van de meetwaarden aan te bevelen. De demping wordt in het voelermenu geactiveerd zie Voelermenu, pagina 26. 6.6.10. Bepaling van de volumestroom door middel van verschildruk en k-factor Instellingen beschikbaar vanaf firmware versie 1.10. De testo 480 kan via de meting van de referentieweerstand en invoer van de zogenaamde k-factor de volumestroom bepalen.

Dit is een heel eenvoudige procedure, met name bij instelwerkzaamheden aan de luchtdoorlaat, aangezien het meetinstrument bij de instelling aangesloten kan blijven en zo de wijziging van de volumestroom direct kan worden afgelezen. Deze procedure voor de bepaling van de volumestroom kan altijd dan worden toegepast, als van de fabrikant van de component bijhorende specificaties beschikbaar zijn. Aan de hand hiervan wordt op een door de fabrikant of leverancier opgegeven positie de verschildruk gemeten.

Via een voor de component specifieke k-factor wordt door middel van een mathematische vergelijking uit de verschildruk de volumestroom bepaald: = ∗ √∆ Dezelfde betekenis heeft de volgende schrijfwijze van de bovenstaande formule: =  × (∆)0,5 Daarbij is: ∆ : gemeten verschildruk in Pa  : voor de installatie specifieke omrekeningsfactor Indien de fabrikant de k-factor op basis van een in de eenheid Pa gemeten verschildruk aangeeft, dan kan deze zonder omrekening direct in de testo 480 worden ingevoerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Testo 480 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden