Testo 330-1 LL Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Testo 330-1 LL (94 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Testo 330-1 LL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/94
testo 330 · Rookgasanalyser
Handleiding

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Testo
Categorie: Meetapparatuur
Model: 330-1 LL

Handleiding Testo 330-1 LL – volledige tekst

2 Veiligheidsvoorschriften 7 2 Veiligheidsvoorschriften 2.1. Bij dit document Toepassing > Lees dit document aandachtig door en zorg dat u met het product vertrouwd bent voordat u het gaat gebruiken. Besteed bijzondere aandacht aan de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen om letsel en materiële schade te voorkomen. > Houd dit document altijd binnen handbereik, zodat u indien nodig snel zaken kunt opzoeken. > Geef dit document altijd door aan de eventuele latere gebruikers van het product. Symbolen en schrijfconventies Weergave Uitleg Waarschuwing, risiconiveau overeenkomstig met het signaalwoord: Waarschuwing! Ernstig lichamelijk letsel mogelijk. Voorzichtig! Licht lichamelijk letsel of materiële schade mogelijk. > Tref de aangegeven voorzorgsmaatregelen. Info testo 330-1 LL Beschrijving geldt alleen voor de aangegeven instrumentvarianten, de testo 330-1 LL of de testo 330-2 LL. 1.

... 2. ... Handeling: meerdere stappen, de volgorde moet in acht worden genomen. > ... Handeling: een stap c.q. optionele stap. - ... Resultaat van een handeling. Menu Elementen van het instrument, van het instrumentdisplay of van de programma-interface.

2 Veiligheidsvoorschriften 8 Weergave Uitleg [OK] Bedieningstoetsen van het instrument of toetsen van de programma-interface. ... | ... Functies / paden binnen een menu. “...” Voorbeelden voor invoer 2.2. Veiligheid garanderen > Gebruik het product uitsluitend waarvoor het bedoeld is en alleen onder de omstandigheden zoals die zijn aangegeven in de technische gegevens. Behandel het product altijd voorzichtig. > Neem het instrument niet in gebruik wanneer de behuizing, de netvoeding of de kabels beschadigd zijn. > Voer nooit contactmetingen uit aan niet geïsoleerde onderdelen die onder spanning staan. > Bewaar het product nooit samen met oplosmiddelen. Gebruik geen droogmiddelen. > Houdt u zich aan de onderhouds- en instandhoudings-voorschriften voor dit instrument zoals die in de documentatie beschreven zijn. Houdt u zich daarbij aan de procedures.

Gebruik uitsluitend de originele vervangende onderdelen van Testo. > Andere werkzaamheden mogen alleen door bevoegd vakpersoneel worden uitgevoerd. Anders wordt de verantwoording voor de juiste werking van het meetinstrument na de reparatie en voor de geldigheid van certificeringen door Testo afgewezen. > Gebruik het instrument uitsluitend in afgesloten, droge ruimtes en bescherm het tegen regen en vocht. > Temperatuurindicaties op sondes/voelers hebben uitsluitend betrekking op het meetbereik van de sensoren. Stel de handgrepen en aanvoerleidingen niet bloot aan temperaturen hoger dan 70 °C (158 °F) wanneer die niet nadrukkelijk zijn toegestaan.

2 Veiligheidsvoorschriften 9 > De testo 330 moet vóór de inbedrijfstelling op zichtbare schade gecontroleerd worden. Neem de testo 330 niet in gebruik als hij beschadigingen aan de behuizing, de voedingseenheid of aan leidingen vertoont. Elektrisch gevaar. > Ook het te meten object zelf of de directe omgeving daarvan kunnen een gevaar opleveren: houd u bij de metingen altijd aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Gebruik gedestilleerd water of anders lichte oplosmiddelen, zoals isopropanol, om de rookgasanalyser te reinigen. Bij inzet van isopropanol de bijsluiter van het product in acht nemen. De dampen van isopropanol hebben een licht verdovende werking, typisch zijn ook irritaties van de ogen en gevoelige slijmvliezen. Bij het gebruik moet voor voldoende ventilatie worden gezorgd. Voorwerpen die met oplosmiddelen en/of vetoplossers (bijv.

isopropanol) in aanraking zijn gekomen, niet opbergen in de koffer. Verdampende of uitlopende oplosmiddelen en/of vetoplossers kunnen schade aan het instrument en aan de sensoren veroorzaken. Het gebruik van sterke resp. scherpe alcohol of remreiniger kan schade aan het instrument veroorzaken. Voor producten met Bluetooth® (optie) Wijzigingen of aanpassingen die niet uitdrukkelijk worden goedgekeurd door de bevoegde certificeringsinstantie, kunnen ertoe leiden dat de toestemming om het instrument te gebruiken wordt nietig verklaard. De gegevensoverdracht kan worden gestoord door apparaten die op dezelfde ISM-frequentie zenden, bijv. WLAN, magnetrons, ZigBee. Het gebruik van draadloze verbindingen is onder andere in vliegtuigen en ziekenhuizen niet toegestaan. Daarom moet voor het betreden daarvan aan de volgende punten zijn voldaan: > Het instrument uitschakelen.

2 Veiligheidsvoorschriften 10 2.3. Productspecifieke veiligheidsinstructies VOORZICHTIG Zuur in de sensoren. Kan leiden tot brandwonden. > Sensoren niet openen. Bij contact met de ogen: het getroffen oog met wijd opengesperde oogleden 10 minuten lang onder stromend water spoelen en daarbij het niet getroffen oog beschermen. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. VOORZICHTIG Zuur in de filters van de sensoren. Kan leiden tot irritaties van huid, ogen of luchtwegen. > Filters van de sensoren niet openen. Bij contact met de ogen: het getroffen oog met wijd opengesperde oogleden 10 minuten lang onder stromend water spoelen en daarbij het niet getroffen oog beschermen. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Bij contact met de huid: verontreinigde kleding van de verwonde persoon uittrekken, op de eigen bescherming letten.

2 Veiligheidsvoorschriften 11 2.4. Milieu beschermen > Voer de defecte accu's / lege batterijen af conform de plaatselijke wet en regelgeving. > Voer dit product na het einde van zijn levensduur op de juiste wijze af naar de afvalscheiding van elektrische en elektronische apparatuur) of lever het in bij Testo voor een verantwoorde verwerking. > De in het instrument gebruikte knoopcel bevat 1,2-dimethoxyethaan (CAS 110-71-4). Zie hiervoor EU-verordening nr. 1907/2006 (REACH) Art. 33

3 Functionele beschrijving 12 3 Functionele beschrijving 3.1. Toepassing De testo 330 is een handheld meetinstrument voor professionele rookgas-analyse van stookinstallaties: • Kleine stookinstallaties (olie, gas, hout, kolen) Voor metingen aan vaste brandstofinstallaties is de adapter vaste brandstofmeting (0600 9765) nodig. De adapter beschermt het meetinstrument tegen schadelijke substanties (stof, organische verbindingen enz.). • Laag- en hoogrendementsketels • Geisers Deze installaties kunnen met de testo 330 worden ingesteld en gecontroleerd worden. Verder kunnen de volgende taken met de testo 330 worden uitgevoerd: • Inregelen van de O2-, CO- en CO2-, NO-, NOx- waarden bij stookinstallaties om een optimale werking te garanderen. • Trekmeting. • Meten en inregelen van de gasdruk bij geisers. • Meten en fijn afstellen van de aanvoer- en retourtemperaturen van verwarmingsinstallaties.

• CO- en CO2 - omgevingsmeting. • Detectie van CH4 (methaan) en C3H8 (propaan). De testo 330 kan voor metingen aan blokwarmtekrachtinstallaties (BWKI) volgens de eerste BImschV (Duitse immissiebescherming-verordening) worden ingezet. • De CO-sensor is in principe ook geschikt voor metingen aan BWKIs. Indien u meer dan 50 BWKI-metingen per jaar neemt, gelieve u dan te wenden tot uw dichtstbijzijnde testo servicepunt of stuur de testo 330 voor controle aan de testo service. • Een verbruikt NOx-filter van de CO-sensor kan als onderdeel (art.-nr. 0554 4150) besteld en vervangen worden. Testo garandeert de functionaliteit van zijn producten bij doelmatige inzet. Deze garantie geldt niet voor eigenschappen van Testo producten in combinatie met niet

3 Functionele beschrijving 13 geautoriseerde producten van derden. Producten van concurrenten zijn niet door Testo vrijgegeven. Testo sluit, zoals in het algemeen gebruikelijk, claims ten aanzien van support of garantie in de regel uit, indien deze betrekking hebben op een functionaliteit die niet door Testo als deel van het productaanbod werd toegezegd. Dergelijke claims komen ook te vervallen bij ondeskundig gebruik resp. behandeling van de producten bijv. in combinatie met niet vrijgegeven producten van derden.

Overige garantievoorwaarden: zie internetsite www.testo.com/warranty De testo 330 mag niet worden gebruikt: • als veiligheids(alarm)-instrument testo 330 met de Bluetooth®-optie: Het gebruik van de draadloze module is onderworpen aan de regelingen van het betreffende land van inzet, en de module mag alleen worden ingezet in landen, waarvoor een nationale certificatie is afgegeven. De gebruiker en elke eigenaar verplichten zich tot de naleving van deze regelingen en gebruiksvoorwaarden en erkennen, dat de verdere verkoop, export, import enz., met name in landen zonder toelating voor radiografie, onder hun verantwoordelijkheid valt. 3.2. Technische gegevens 3.2.1. Keuringen en certificeringen Dit product voldoet aan de richtlijnen volgens 2014/30/EU. 3.2.2. Bluetooth®-module (optie) 3.2.2.1.

Overige landen VS, Canada, Turkije, Colombia, El Salvador, Oekraïne, Venezuela, Ecuador, Australië, Nieuw-Zeeland, Bolivia, Dominicaanse Republiek, Peru, Chili, Cuba, Costa Rica, Nicaragua, Korea Informatie van de FCC (Federal Communications Commission) Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-richtlijnen. In gebruik nemen ervan is onderhavig aan de twee volgende voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen gevaarlijke storingen teweeg brengen en (2) dit apparaat moet storingen kunnen opnemen, ook wanneer deze ongewenste effecten op de werking kunnen hebben. Wijzigingen De FCC eist dat de gebruiker er op wordt gewezen dat alle wijzigingen en aanpassingen aan het apparaat, die niet uitdrukkelijk door de testo SE & Co KG aA werden goedgekeurd, het recht van de gebruiker op gebruiken van het apparaat nietig kunnen maken. 3.2.2.2.

4 Productbeschrijving 28 4.3.3. Display 1 Statusregel (donkergrijze achtergrond): • Waarschuwingssymbool (als er een fout is opgetreden wordt deze fout wordt weergegeven in het instr. Diagnosemenu • Symbool (alleen indien gegevens op klembord zijn opgeslagen). • Weergave datum en tijd. • Weergave status Bluetooth®, stroomverzorging en accu-restcapaciteit: Symbool Eigenschap blauw symbool = Bluetooth® aan, grijs symbool = Bluetooth® uit Accu Weergave van de restcapaciteit van de accu aan de hand van kleur en vulniveau van het batterijteken (groen = 5-100%, rood =

4 Productbeschrijving 31 4.3.7. Draagriem (0440 1001) Draagriem bevestigen: > verwijder de dopjes uit de zijkant van de behuizing de verwijderde dopjes aan de binnenkant van de servicedeksel plaatsen: 1. Leg het instrument met de display naar beneden 2.Pak de servicedeksel vast bij de gemarkeerde plaatsen, druk de gemarkeerde plaatsen in met duim en wijsvinger om de deksel te verwijderen. 3. Verwijder nu de deksel. 4. plaats nu de dopjes aan de binnenkant van de Deksel.(1) 5. Sluit de servicedeksel. > klik nu de clipjes van de draagriem in de openingen aan de zijkant van het instrument, houd rekening met de richting van de draagriem, deze moet tijdens bevestigen naar

5 Eerste stappen 33 5 Eerste stappen 5.1. Ingebruikname Het meetinstrument is voorzien van een oplaadbare accu die al in de meter is geplaatst > Laad de accu volledig op voordat u het instrument gaat gebruiken zie accu laden bladzijde 34. 5.2. Kennismaking met het product 5.2.1. Netvoeding / accu Wanneer de netvoeding is aangesloten, zal het instrument automatisch gevoed worden door de netvoeding, het is niet mogelijk de accu op te laden tijdens gebruik. netvoeding, het is ni et m og elij k d e acc u o p te la den tijd ens ge bruik 5.2.1.1. Accu vervangen ✓ Het meetinstrument mag niet zijn aangesloten op het net met de netvoeding, Het meetinstrument moet uitgeschakeld zijn. Verwissel de accu binnen 3 min zodat de instrumentinstellingen (bijv. datum / klok) niet verloren gaan. 1.

5 Eerste stappen 34 3.Open de accu vergrendeling, druk op de oranje knop en duw in de richting van de pijl 4. Verwijder de accu en plaats de nieuwe accu gebruik alleen de testo oplaadbare accu's 0515 0100 5. Vergrendel de accu, druk op de oranje knop en duw in de tegengestelde richting van de pijl. 6. Sluit de servicedeksel weer. 5.2.1.2. Accu laden De accu kan alleen bij een omgevingstemperatuur van ±0...+35 °C worden geladen. Als de accu volledig ontladen is, bedraagt de laadtijd op kamertemperatuur ca. 5-6 uur. Laden in het meetinstrument 1. Sluit de netvoeding aan, aan het instrument. 2. Netvoeding op het net aansluiten. - Het laden wordt gestart. De status wordt op het display weergegeven. Als de accu is opgeladen, stopt het laden automatisch. Laden in het laadstation (0554 1087) > Zie handleiding externe lader. Accu onderhoud > Accu's niet helemaal ontladen.

> Bewaar de accu niet voor langere periode wanneer deze leeg is, (de beste bewaar condities zijn tussen 50-80% vol en laad niveau 10-20 ºC omgevingstemperatuur; laad de bewaarde accu verder op voordat je de accu weer gaat gebruiken > Bij een langere bedrijfspauzes accu's om de 3-4 maanden ontladen en weer opladen. Onderhoudslading niet langer dan 2 dagen.

5 Eerste stappen 35 5.2.1.3. Werken met netvoeding 1 sluit de netvoeding aan op het instrument 2 sluit de netvoeding aan op het net - de meter wordt nu gevoed door de netvoeding - wanneer het instrument is uitgeschakeld en er zit een oplaadbare accu in, wordt het laadproces automatisch gestart, het aanzetten van het instrument heeft invloed op het laadproces, het laden zal gestopt worden en het instrument zal weer gevoed worden door de netvoeding. Bij langere metingen in het netbedrijf beveelt Testo het gebruik van een verbrandingsluchttemperatuurvoeler met aansluitleiding aan. De eigen verwarming van het instrument tijdens het netbedrijf kan de meting van de verbrandingsluchttemperatuur met een mini-omgevingsluchtvoeler beïnvloeden. 5.2.2. Sonden / voelers aansluiten De sonde- / voelerherkenning bij de rookgasaansluiting wordt continu uitgevoerd.

Nieuwe sondes / voelers worden automatisch herkend. Voeler vóór het inschakelen van het meetinstrument aansluiten of na vervanging van de voeler de sensorherkenning handmatig starten: [Opte] → Sensorzoekatie.

5 Eerste stappen 36 Rookgassonden / gasdruksonde / afpersset / temperatuursonde aansluiten > Druk de rookgasslang op de aansluiting van het instrument en zeker de bevestiging door de wartel een kwartslag met de klok mee te draaien (bajonetaansluiting) Er mag maar één slangverlenging 0554 1202 gebruikt worden tussen het instrument en de rookgassonde. Andere voelers aansluiten > Druk de connector van de sonde in de aansluiting van het instrument. 5.2.3. Inschakelen > [ ] drukken. - Startbeeld wordt weergegeven (duur: ca. 15 s). - Als de stroomtoevoer langere tijd onderbroken was: zal het menu Datum / Klok worden geopend.

5 Eerste stappen 37 - De gassensoren worden genuld. - Er is een instrumentfout geconstateerd: de Fout diagnose wordt weergegeven. - Het menu Metingen verschijnt. 5.2.4. Functie oproepen 1. Functie kiezen: [▲], [▼]. - De gekozen functie wordt ingekaderd. 2. Keuze bevestigen: [OK]. - De gekozen functie wordt geopend.

5 Eerste stappen 38 5.2.5. Waarden invoeren Voor sommige functies moeten waarden worden ingevoerd (getalwaarde, eenheid, teken). De waarden worden via een keuzelijst of een input editor ingevoerd. Keuzelijst 1. Kies de te veranderen waarde (getalwaarde, eenheid): [▲], [▼], [◄], [►] 2. druk op [Wijzigen] . 3. Waarde instellen: [▲], [▼], [◄], [►] 4. Invoer bevestigen: [OK]. 5. Stappen 1 en 4 indien nodig herhalen. 6. Invoer opslaan: [Klaar].

5 Eerste stappen 39 Input editor 1. Kies de te veranderen waarde (teken): [▲], [▼], [◄], [►]. 2. Waarde overnemen: [OK]. Opties: > Omschakelen tussen kleine / grote letters: Ι← ABC→&$/ →Ι kiezen: [▲], [▼] → [ABC→&$/]. > Cursor in de tekst plaatsen: Ι← ABC→&$/ →Ι kiezen: [▲], [▼] → [Ι←] c.q. [→Ι]. > Teken voor of achter de cursor wissen: ← verder → kiezen: [▲], [▼] → [←] c.q. [→]. 3. Stappen 1 en 2 indien nodig herhalen. 4. Invoer opslaan: ← verder → kiezen: [▲], [▼] → [Verder]. 5.2.6. Grafiek tonen 1 Huidige meetwaarde 2 Eindtijdstip van de weergegeven periode Tijd wordt niet weergegeven als gedurende deze periode geen meetwaarde geregistreerd werd..

5 Eerste stappen 40 5.2.7. Gegevens printen / opslaan Het uitprinten van gegevens gebeurt via toets [ ] of het menu Opties. Het opslaan van gegevens gebeurt via het menu Opties. Het menu Opties wordt via de linker functietoets opgeroepen en is in vele menu's beschikbaar. Om de rechter functietoets met de functie Opslaan of Printen te bezetten, zie Rechter functietoets instellen pagina 47 . Er worden alleen de meetwaarden geprint / opgeslagen waaraan in het meetbeeld een weergaveveld werd toegewezen. Tijdens een lopend meetprogramma kunnen de meetgegevens parallel aan het opslaan worden uitgeprint. Om gegevens via de infrarood- of Bluetooth-interface naar een protocol-printer te kunnen sturen, moet de gebruikte printer geactiveerd zijn, zie Printer activeren:, pagina 52. Grafische lijnen kunnen met de Bluetooth® / IRDA printer 0554 0620 worden afgedrukt. 5.2.8.

Gegevens onthouden (klembord) Met behulp van het klembord kunnen de meetresultaten van verschillende meettypen bij elkaar worden gebracht tot een gezamenlijk protocol, dat geprint kan worden (Het opslaan van de gegevens op het klembord gaat via het menu Opties en de opdracht Klembord. Als gegevens op het klembord staan, verschijnt in de statusregel het symbool . Als gegevens op het klembord staan en de opdracht Printen wordt gegeven, dan worden altijd de gegevens op het klembord uitgeprint . Per meettype (bijv. Rookgas of Trek) kan altijd maar één meetgegevensrecord worden opgenomen. Opnieuw opslaan van meetgegevens van een meettype overschrijft de eerder opgeslagen gegevens. Bij een wisseling van de meetlocatie of de brandstof wordt het klembord gewist. [Opties] → Klembord wissen: Op het klembord opgeslagen gegevens worden verwijderd.

5 Eerste stappen 41 5.2.9. Foutmelding bevestigen Bij optreden van een fout verschijnt op het display een foutmelding. > Foutmelding bevestigen: [OK]. Opgetreden en nog niet verholpen fouten worden aangegeven door een waarschuwingssymbool in de kopregel ( ). Nog niet verholpen foutmeldingen kunnen in het menu Fout diagnose worden weergegeven, zie Instrument diagnose, pagina 45. 5.2.10. Uitschakelen Niet opgeslagen meetwaarden gaan bij het uitschakelen van het instrument verloren. > [ ] drukken. - Mogelijk: de pomp start en de cellen worden gespoeld tot dat de O2 20% en andere parameters [] → Adres/Locaties → [OK]. Mappen kunnen via verschillende selectiemogelijkheden worden geopend. 1. Zoek-instelling wijzigen: [Wijzigen]. 2. Zoek-instelling selecteren: [▲], [▼] → [OK]. Mogelijke instellingen: • Alles weerg.: Alle Adres/Locaties worden weergegeven.

5 Eerste stappen 42 • Filter: Er kan tussen afzonderlijke letters of cijfers worden gekozen. Alle gegevens die met de betreffende letter/cijfer beginnen worden weergegeven. Bij de functie Filter is de beginletter doorslaggevend en kan die alleen afzonderlijk worden gekozen, bij de functie Zoeken kan ook een opeenvolging van meerdere letters binnen de naam van de adres worden gevonden! 3. Zoekactie uitvoeren conform Zoek-instelling: [Zoeken] Alles weergeven 1. Map selecteren: [▲], [▼]. 2. Details weergeven: [Details]. 3. Meetlocatie activeren: Meetlocatie kiezen → [OK]. - De meetlocatie wordt geactiveerd. > Menu Metingen openen: Opnieuw op [OK] drukken. Zoeken 1. Zoekcriterium wijzigen: [►] → [Wijzigen]. 2. Zoekcriterium selecteren: [▲], [▼] → [OK]. Selecteerbare mogelijkheden: • Contactpersoon • Adres • Plaats • Postcode • Straat - Het geselecteerde criterium wordt weergegeven. 3.

5 Eerste stappen 43 Filter 1. Zoekcriterium wijzigen: [►] → [Wijzigen]. 2. Zoekcriterium selecteren: [▲], [▼] → [OK]. Selecteerbare mogelijkheden: • Contactpersoon • Adres • Plaats • Postcode • Straat - Het geselecteerde criterium wordt weergegeven. 3. Register activeren: [▼] 4. Gewenste tabblad selecteren: [▲], [▼] en gedeeltelijk [◄], [►]→ [Filter]. - Het zoekresultaat van de betreffende letter of van het cijfer wordt weergegeven. Nieuwe meetlocatie aanmaken: Een meetlocatie wordt altijd aangemaakt in een map. 1. Map kiezen waarin de meetlocatie aangemaakt moet worden. 2. [Opties] → Nieuwe/Meetlocatie → [OK]. 3. Waarden invoeren resp. instellingen uitvoeren. 4. Invoer afsluiten: [Gereed] Overige meetlocatie-opties: > [Opties] → Locatie bewerken: Wijzigingen aan een bestaande meetlocatie uitvoeren. > [Opties] → Locatie kopiëren: Kopie maken van een bestaande meetlocatie in dezelfde map.

5 Eerste stappen 44 Overige mapopties: • Adres bewerken: Wijzigingen aan een bestaande adres uitvoeren. • Adres kopiëren: Kopie van een bestaande map maken. • Adres verwijderen: Verwijderen van een bestaande adres, inclusief de daarin aangemaakte meetlocaties. • Alle Adresen verwijderen: Verwijderen van alle bestaande adresen, inclusief de daarin opgeslagen meetlocaties. 5.4. Protocollen Functie oproepen: > [] → Protocollen → [OK]. Protocollen kunnen via verschillende selectiemogelijkheden worden geopend, zie Adres / Locatie,41 Protocol weergeven: 1. In het Detailaanzicht het gewenste protocol kiezen. 2. [Waarden] afdrukken. Alle protocollen van een meetlocatie afdrukken: 1. Meetlocatie selecteren: [▲], [▼] 2. Uitdraai starten: []. - Uitdraai van alle protocollen van de meetlocatie. Opties: > [Opties] → Grafiek tonen: opgeslagen protocolgegevens als grafiek weergeven.

> [Opties] → Waarden printen: waarden van het gekozen protocol naar een protocol-printer versturen. > [Opties] → Protocol wissen: gekozen protocol wissen. > [Opties] → Aantal regels: aantal weergegeven meetwaarden per displaypagina wijzigen. > [Opties] → Alle protocollen wissen: alle opgeslagen protocollen van een meetlocatie wissen.

5 Eerste stappen 45 5.5. Instrument diagnose Belangrijke waarden voor het functioneren van het meetinstrument worden weergegeven. Een gasweg controle kan met de testo 330-2 en de testo 330-2LL uitgevoerd worden - de status van de meetcellen en meetinstrumentfouten die nog niet zijn hersteld worden weergegeven. Functie oproepen: > [ ] → Instrunent diagnose → [OK]. of > [ i ]. Gaswegcontrole uitvoeren (testo 330-2 LL) 1. Gaswegcontrole → [OK] 2. De zwarte afsluitkap op de punt van de rookgassonde plaatsen. - de pompstroming wordt in het display weergegeven, als de stroming ≤0,02l/min is, dan is de gasweg niet lek. 3. Controle afsluiten: [OK]. Fout diagnose: > Fout diagnose → [OK]. - Niet herstelde fouten worden weergegeven. > Volgende fout / vorige fout: [▲], [▼]. Meetcel diagnose weergeven: 1. Meetcel diagnose → [OK]. 2. Sensor kiezen: [▲], [▼].

- De status van de sensor wordt met een stoplicht weergegeven. Een sensor kan zich herstellen. Daardoor is het mogelijk dat de sensor statusweergave van geel op groen, of van rood op geel springt. Instrument tinformatie weergeven > Instrument informatie → [OK].

6 Product gebruiken 47 6 Product gebruiken 6.1. Instellingen uitvoeren Pos: 43 /T D/ Pro dukt ver wen den/ te sto 3 30/ test o 330 Rec hte F unk ti onst ast e bel eg en @ 6\mod_1279283093786_69508.doc @ 71093 @ 6.1.1. Rechter functietoets instellen Onder de rechter functietoets kan een functie uit het menu Opties worden ingesteld. Het menu Opties wordt via de linker functietoets opgeroepen en is in veel menu's beschikbaar. De instelling geldt telkens alleen voor het geopende menu / de geopende functie. ✓ Een menu / functie is geopend waarin het menu Opties op de linker functietoets wordt weergegeven. 1. [Opties] drukken. 2. Optie kiezen: [▲], [▼]. 3. Gekozen functie onder de rechter functietoets instellen: [Config. toets] drukken.

Pos: 44 /T D/ Pro dukt ver wen den/ te sto 3 50 neu/ tes to 35 0 Ger äte eins tel lu ngen CU/t es to 3 50 G erä teei nst ell ung en_U eb ersc hri ft @ 5\mod_1266322627982_69508.doc @ 70877 @ 3 6.1.2. Instrument instellingen Pos: 45 /TD/Pr odukt v erwen den/ testo 3 30/ test o 330 Ger äte eins tell ung en aufr uf en @ 6\mod_1279008333499_69508.doc @ 71041 @ De inhoud van het hoofdstuk Eerste stappen (zie Eerste stappen, pagina 33) wordt als bekend verondersteld. Functie oproepen: > [ ] → Instrument instellingen. Pos: 46 /T D/ Pro dukt ver wen den/ te sto 3 30/ test o 330 Mes swer ta nzeig e ( LV-sp ezifisch!) @ 6\mod_1279008888677_69508.doc @ 71042 @ 6.1.2.1. Meetwaardeweergave De meetgrootheden / eenheden en de displayweergave (aantal weergegeven meetwaarden per displaypagina) kunnen worden ingesteld.

De instellingen gelden alleen voor het actueel gekozen meettype dat via het symbool in het informatieveld wordt weergegeven. Totaal overzicht van de te kiezen grootheden en eenheden (beschikbare keuze hangt af van het gekozen meettype): Weergave Grootheid Tr Rookgastemperatuur Tv Verbrandingsluchttemperatuur Ti Apparaattemperatuur Pomp Pompvermogen O2 Zuurstof

6 Product gebruiken 49 Opties: > [Opties] → Aantal lijnen: aantal weergegeven meetwaarden per displaypagina wijzigen. > [Opties] → Blanco lijn invoegen: lege regel voor gekozen regel invoegen. > [Opties] → Lijn verwijdere: gekozen regel wissen. > [Opties] → Fabrieksinstellingen: weergave meetwaarden terugzetten op fabrieksinstellingen. Pos: 47 /TD/Pr odukt v erwen den/ testo 33 0/test o 330 Alarschw elle n @ 6\mod_1279021018511_69508.doc @ 71043 @ 6.1.2.2. Alarmgrenzen Voor sommige grootheden kunnen de alarmgrenzen worden ingesteld. Bij het bereiken van de alarmgrens wordt een akoestisch alarmsignaal geactiveerd. Functie oproepen: > [] → Instrument instellingen → [OK] → Alarm limits → [OK]. Alarmsignaal in- / uitschakelen, alarmgrenzen wijzigen: 1. Functie of waarde kiezen: [▲], [▼] → [Wijzigen] 2. Parameters instellen: [▲], [▼] en gedeeltelijk [◄], [►]→ [OK]. 3.

6 Product gebruiken 51 6.1.2.5. Energie instellingen Automatisch uitschakelen van het Instrument (Auto-Off) en een uitschakeling van de displayverlichting bij accumodus kan worden ingesteld. Functie oproepen: > [] → Instrument instellingen → [OK] → Energie instellingen → [OK]. Instellingen uitvoeren: 1. Functie of waarde kiezen: [▲], [▼] → [Wijzigen] 2. Parameter instellen: [▲], [▼] en gedeeltelijk [◄], [►]→ [OK]. 3. Wijzigingen opslaan: [Klaar]. Pos: 51 /T D/ Pro dukt ver wen den/ te sto 3 30/ test o 330 Display @ 6\mod_1279025603358_69508.doc @ 71047 @ 6.1.2.6. Display helderheid De intensiteit van de displayverlichting kan worden ingesteld. Functie oproepen: > [] → Instrument instellingen → [OK] → Display helderheid → [OK]. Instellingen uitvoeren: > Waarde instellen: [◄], [►]→ [OK].

6 Product gebruiken 52 6.1.2.8. Printer De kopregels (regel 1-3) en de voetregel kunnen voor de printeruitdraai worden ingesteld. De gebruikte printer kan geactiveerd worden. Functie oproepen: > [] → Instrument instellingen → [OK] → Printer → [OK]. Printer activeren: De printer 0554 0543 kan alleen worden gekozen wanneer de Bluetooth®-interface geactiveerd is, zie Bluetooth®, pagina 52. 1. Printer keuze → [OK]. 2. Printer kiezen: [▲], [▼] → [OK]. - De printer wordt geactiveerd en het menu Printer wordt geopend. Printtekst instellen: 1. Printtekst → [OK]. 2. Functie kiezen: [▲], [▼] → [Wijzigen]. > Waarden voor Lijn 1, Lijn 2, Lijn 3 en de Nota invoeren > Gegevens van de installatie en/of klant afdrukken: [] 3. Invoer opslaan: [Klaar]. Pos: 53 /T D/ Pro dukt ver wende n/te sto 330/ test o 330 Blue toot h @ 6\mod_1279026530745_69508.doc @ 71049 @ 6.1.2.9.

Bluetooth® Het menu is alleen beschikbaar wanneer het instrument beschikt over de optie Bluetooth. De Bluetoothmodule kan worden in- / uitgeschakeld. Functie oproepen: > [] → Instrument instellingen → [OK] → Bluetooth → [Wijzigen]. Instelling uitvoeren: > Parameters instellen → [OK]. Pos: 54 /T D/ Pro dukt ver wen den/ te sto 3 30/ test o 330 Sprac h e @ 6 \mod_1279026896670_69508.doc @ 71050 @

Deze actie kan door een wachtwoord worden beveiligd. Een wachtwoord wordt vastgelegd in het menu Wachtwoordbeveiliging, zie Wachtwoordbeveiliging, pagina 54. Eventueel: > Wachtwoord invoeren: [Ingeven] → wachtwoord invoeren → [Verder] → [OK]. Landversie instellen: 1. Landversie kiezen: [▲], [▼] → [OK]. 2. Bevestigingsdialoog bevestigen: Ja → [OK] - Het instrument wordt opnieuw opgestart. Pos: 56 /TD/Pr odukt v erwen den/ testo 33 0/test o 330 Passwor tsch utz @ 6\mod_1279028157194_69508.doc @ 71053 @

6 Product gebruiken 54 6.1.2.12. Wachtwoordbeveiliging De wachtwoordbeveiliging geldt alleen voor functies die met de volgende symbolen gekenmerkt zijn: of . De wachtwoordbeveiliging kan geactiveerd / gedeactiveerd worden, daardoor kann het wachtwoord gewijzigd worden. Om de wachtwoordbeveiliging te deactiveren moet men het veranderen in 0000 (fabrieksinstelling). Functie oproepen: > [] → Instrument instellingen → [OK] → Wachtwoordbeveiliging → [OK]. Eventueel: > Actuele wachtwoord invoeren: [Ingeven] → wachtwoord invoeren → [Verder] → [OK]. Wachtwoord wijzigen: 1. [Wijzigen]. 2. Nieuw wachtwoord invoeren → [Verder]. 3. [Wijzigen]. 4. Nieuw wachtwoord ter bevestiging invoeren → [Verder]. 5. Wijzigingen opslaan: [Klaar]. Pos: 57 /TD/Pr odukt v erwen den/ testo 33 0/test o 330 Sensor einstel lung en @ 6\m od_1279095713244_69508.doc @ 71054 @ 6.1.3. Meetcel instellingen 6.1.3.1.

6 Product gebruiken 55 6.1.3.2. O2 -referentie De O2-referentiewaarde kan worden ingesteld. De instelling van de O2-referentiewaarde kan met een wachtwoord beveiligd worden, zie Wachtwoordbeveiliging, pagina 54. Functie oproepen: > [] → Meetcel instellingen → O2-referentie → [Wijzigen]. Eventueel: > Wachtwoord invoeren: [Invoeren] → wachtwoord invoeren → [Verder] → [OK]. O2-referentie instellen: > Waarde instellen → [OK]. 6.1.3.3. Meetcel bescherming Ter bescherming van de sensoren tegen overbelasting kunnen de grenswaarden worden ingesteld. Uitschakelen van de sensorbescherming is beschikbaar voor de volgende sensoren: CO, NO. Bij overschrijding van de grens wordt de sensorbescherming geactiveerd: • testo 330-1 LL: uitschakeling. • testo 330-2 LL: verdunning, bij opnieuw overschrijden: uitschakeling. Om de sensorbescherming te deactiveren moeten de grenswaarden op 0 ppm worden gezet.

6 Product gebruiken 56 6.1.3.4. Herkalibreren / afstellen CO- en NO-sensoren kunnen hergekalibreerd en afgesteld worden. Testo adviseert voor het herkalibreren / afstellen de kalibratie-adapter 0554 1205. Als de onrealistische meetwaarden verschijnen dan moeten de sensoren gecontroleerd (gekalibreerd) en indien nodig afgesteld worden. Het herkalibreren / afstellen dient door Testo te worden uitgevoerd. Het afstellen met geringe gasconcentraties kunnen tot nauwkeurigheidsafwijkingen leiden. Functie oproepen: > [ ] → Meetcel instellingen → Herkalibratie → [OK]. Eventueel: > Wachtwoord invoeren: [Invoeren] → wachtwoord invoeren → [Verder] → [OK]. - Gasnulling (30 s). Herkalibratie / afstellen uitvoeren: WAARSCHUWING Gevaarlijke gassen Kans op vergiftiging! > Veiligheidsvoorschriften / preventievoorschriften voor de omgang met testgas raadplegen.

6 Product gebruiken 57 5. Toevoer van testgas naar sensor openen. 6. Herkalibratie starten: [Start]. 7. Gewenste waarde overnemen zodra de werkelijke waarde stabiel is (afstellen): [OK]. -of- Annuleren (afstellen niet uitvoeren): [esc]. 8. Wijzigingen opslaan: [Klaar]. Pos: 58 /T D/P rod ukt verw en den/ tes to 3 30/t est o 3 30 Br en nst offe @ 6\m od_1279096803274_69508.doc @ 71055 @ 6.1.4. Brandstoffen De brandstof kan worden gekozen. De voor de brandstof specifieke coëfficiënten en grenswaarden kunnen worden ingesteld. Naast de reeds standaard geconfigureerde brandstoffen kunnen ook nog 10 brandstoffen door u geconfigureerd worden. Brandstofparameters (fuel parameter) zie www.testo.com/download-center (registreren vereist). Voor de meetnauwkeurigheid van het instrument moet de juiste brandstof worden gekozen of geconfigureerd.

Een correcte weergave van de meetresultaten is alleen gegarandeerd als de drempelwaarden voor het ideale bereik voor de betreffende meettaak juist zijn ingesteld. Bij de vooringestelde drempelwaarden betreft het typische waarden voor het betreffende installatietype en voor de gekozen brandstof. Functie oproepen: > [ ] → Brandstoffen → [OK]. Brandstoffen activeren: > Brandstof kiezen → [OK]. - De brandstof wordt geactiveerd en het hoofdmenu wordt geopend. Coëfficiënten instellen: 1. Brandstof kiezen → [Coëff.]. 2. Coëfficiënten kiezen: [Wijzigen]. Eventueel: > Wachtwoord invoeren: [Invoeren] → wachtwoord invoeren → [Verder] → [OK]. 3. Waarden instellen → [OK]. 4. Wijzigingen opslaan: [Klaar].

6 Product gebruiken 58 Grenswaarden instellen: 1. Grenswaarde kiezen → [Wijzigen]. 2. Waarden instellen → [OK]. 3. Wijzigingen opslaan: [Klaar]. Pos: 59 /TD/Produkt verw ende n/tes to 330/t esto 3 30 Prog ramme @ 6\mod_1279096840212_69508.doc @ 71056 @ 6.1.5. Programma's Vijf meetprogramma's voor verschillende meettypen kunnen geconfigureerd en geactiveerd worden. De meetprogramma's dienen voor het opslaan en weergeven van meetprocessen. Meetwaarden van een meetprogramma worden na einde van het meten automatisch opgeslagen in een protocol. Er kan telkens maar één programma in het instrument geactiveerd worden. Functie oproepen: > [ ] → Programma's → [OK]. Programma de- / activeren: > Programma kiezen: [▲], [▼] → [Inschakelen] c.q. [Uitschakelen]. - Bij activering van een programma: het programma wordt geactiveerd en het bij het gekozen programma passende meettype wordt geopend.

Programma configureren: De meetcyclus bedraagt 1 s en kan niet worden gewijzigd. Een geactiveerd programma kan niet geconfigureerd worden. 1. Programma kiezen: [▲], [▼] → [Wijzigen] 2. Parameter programmanaam, meettype, gastijd kiezen: [▲], [▼] → [Wijzigen] 3. Parameters instellen c.q. waarden invoeren: [▲], [▼] en gedeeltelijk [◄], [►] → [OK]. 4. Wijzigingen opslaan: [Klaar].

6 Product gebruiken 59 Pos: 60 /TD/Ü berschr ifte n/6. 3 Messung en dur chfü hren @ 0\m od_1 184584650078_69508.doc @ 69595 @ 2 6.2. Metingen uitvoeren Pos: 61 /T D/ Pro dukt ver wen den/ te sto 3 30/ test o 330 Mes sung v orb ereit en @ 6 \mod_1279108120992_69508.doc @ 71058 @ 6.2.1. Meting voorbereiden De inhoud van het hoofdstuk Eerste stappen (zie Eerste stappen, pagina 33) wordt als bekend verondersteld. 6.2.1.1. Nullingsfasen Meting van de verbrandingslucht-temperatuur (Tv) Als er geen verbrandingslucht-temperatuurvoeler is aangesloten dan wordt de tijdens de nullingsfase door het thermoelement van de rookgassonde gemeten temperatuur als verbrandingslucht-temperatuur gebruikt. Alle daarvan afhankelijke grootheden worden met deze waarde berekend. Deze manier om de verbrandingslucht-temperatuur te meten is afdoende voor systemen die afhankelijk zijn van de omgevingslucht.

De rookgassonde moet zich echter tijdens de nullingsfase in de buurt van het aanzuigkanaal van de brander bevinden! Als een verbrandingslucht-temperatuurvoeler is aangesloten, dan wordt de verbrandingslucht-temperatuur continu via deze voeler gemeten. Gasnulling Bij het inschakelen van het instrument wordt automatisch het menu Metingen geopend en de worden gassensoren worden genuld. testo 330-1 LL: de rookgassonde moet zich tijdens de nullingsfase in de frisse lucht bevinden! testo 330-2 LL: de rookgassonde kan zich al tijdens het nullen in het rookgaskanaal bevinden wanneer een aparte Tv-voeler is geplaatst.

6 Product gebruiken 60 Trek- / druknulling Bij het oproepen van een druk-meetfunctie worden de druksensoren genuld. testo 330-1 LL: de rookgassonde moet zich tijdens het nullen in de frisse lucht bevinden / het instrument mag tijdens het nullen niet onder druk komen te staan! testo 330-2 LL: de rookgassonde kan zich al tijdens het nullen in het rookgaskanaal bevinden wanneer een aparte Tv-voeler is ingestoken. De drukaansluiting van het instrument moet vrij zijn. 6.2.1.2. Gebruik van de modulaire rookgassonde Thermoelement controleren Het thermoelement van de rookgassonde mag niet tegen de buis liggen. > Voor gebruik controleren. Indien nodig thermoelement recht buigen. Rookgassonde in juiste positie brengen Het rookgas moet vrij tegen het thermoelement kunnen stromen. > Sonde door draaien in juiste positie brengen.

6 Product gebruiken 61 De punt van de sonde moet in de kernstroom van het rookgas liggen. > Rookgassonde in het rookgaskanaal zo uitrichten, dat de punt van de sonde in de kernstroom (bereik met de hoogste rookgastemperatuur) ligt. Voor de visuele ondersteuning wordt in het display de huidige temperatuur weergegeven met een groene balk. De rode markering toont de tijdens het zoeken van de kernstroom maximaal gemeten temperatuur. Als het symbool verschijnt, dan ligt de temperatuur buiten het meetbereik van de rookgassonde. De meetwaarde van de rode markering en het symbool kunnen alleen ongedaan worden gemaakt als het rookgasmenu opnieuw wordt opgestart. 6.2.1.3. Meetwaardeweergave configureren In de meetwaardeweergave, in de opgeslagen meetprotocollen en op protocol-uitdraaien verschijnen alleen de grootheden en eenheden die in de meetwaardeweergave geactiveerd zijn.

6 Product gebruiken 62 6.2.2. Rookgas Om bruikbare meetresultaten te verkrijgen moet de meetduur van een rookgasmeting ca. 3 min bedragen en het meetinstrument stabiele meetwaarden weergeven. Functie oproepen: 1. [ ] → Metingen → [OK] → Rookgas → [OK]. 2. Brandstof kiezen → [OK]. Meting uitvoeren: 1. Meting starten: []. Als nog geen afzonderlijke meting van CO onverdund werd uitgevoerd, dan wordt deze waarde met behulp van de meetwaarden van de rookgassonde berekend en continu geactualiseerd. Als er al een afzonderlijke meting van CO onverdund werd uitgevoerd dan wordt de daar gevonden waarde vast overgenomen. - De meetwaarden worden weergegeven. > [Optie] → trekmeting start/stop De optie trekmeting is alleen beschikbaar wanneer in de meetwaardeweergave de meetgrootheden Trek geactiveerd zijn.

6 Product gebruiken 63 Opties > [Opties] → Klembord: gegevens worden op het klembord opgeslagen. > [Opties] → KLembord legen]: Op het klembord opgeslagen gegevens worden verwijderd. > [Opties] → Opslaan: de meetwaarden worden in een protocol opgeslagen. > [Opties] → Grafiek tonen: de meetwaarden worden in een lijnendiagram weergegeven. > [Opties] → Grafiek instellen: de weer te geven grootheden (max. 4) kunnen getoond () of verborgen ( ) worden. > [Opties] → Trek meting start/stop: Meetbeeld wordt geopend en er kan een trekmeting worden uitgevoerd. > [Opties] → Rookgasmatrix: de meetwaarden worden als de rookgas analyse matrix weergegeven, zie onder. > [Opties] → Aantal lijnen: aantal weergegeven meetwaarden per displaypagina wijzigen. > [Opties] → Meetwaarden van 315-3 overnemen: Met de testo 315-3 gemeten CO/CO2 omgevingswaarden kunnen door de testo 330 worden overgenomen.

De gegevensoverdracht gebeurt via Bluetooth® of via de IrDa-interface. Voor de gegevensoverdracht via Bluetooth® moeten de testo 315 - 3 en de testo 330 - 2 over deze optie beschikken, anders gebeurt de gegevensoverdracht via de IrDa-interface. ✓ Er werd een meting met de testo 315-3 uitgevoerd. ✓ testo 330-2 is ingeschakeld. ✓ De gegevensoverdracht aan de testo 315-3 werd geactiveerd. - De testo 330 registreert de door de testo 315-3 verzonden instrumentspecifieke informatie en de meetgegevens. De meetgegevens worden weergegeven onder ppm COomg resp. Ppm CO2omg.

6 Product gebruiken 64 > [Opties] → Nulling doorvoeren: de gassensoren worden genuld. > [Opties] → Meetwaarde volgorde instellen: (functie is tijdens een meting niet beschikbaar): het menu Meetwaardeweergave wordt geopend. De rookgas analyse matrix tonen De functie is alleen beschikbaar wanneer in de meetwaardeweergave de grootheid CO geactiveerd is. Functie oproepen: ✓ De functie rookgas is geopend. > [Opties] → Rookgasmatrix tonen. Opties > [Opties] → Klembord: gegevens worden op het klembord opgeslagen. > [Opties] → KLembord legen]: Op het klembord opgeslagen gegevens worden verwijderd. > [Opties] → Opslaan: de meetwaarden worden in een protocol opgeslagen. > [Opties] → Grafiek tonen: de meetwaarden worden in een lijnendiagram weergegeven. > [Opties] → Waarden numeriek tonen: gegevens in cijfers weergegeven.

> [Opties] → Systeem type: (functie is tijdens een meting niet beschikbaar) systeemtype instellen om het ideale bereik (groen) van de rookgasmatrix aan de hand van de per systeemtype vooraf geconfigureerde grenswaarden te configureren. > [Opties] → Grafiek resetten: de weergegeven grafische waarden worden gewist. > [Opties] → Grenswaarden: (functie is tijdens een meting niet beschikbaar) grenswaarden ingeven om het ideale bereik (groen) van de rookgasmatrix te configureren. > [Opties] → CO + O2 of CO + CO2: kiezen welke grootheid langs de x-as van de weergavematrix gelegd moet worden (O2 of CO2). > [Opties] → Meetwaarde volgorde instellen: (functie is tijdens een meting niet beschikbaar) menu Meetwaardeweergave openen. Pos: 63 /TD/Pr odukt v erwen den/ testo 33 0/test o 330 _Zugm essu ng @ 6\mod_1279111642510_69508.doc @ 71060 @ 3.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Testo 330-1 LL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden