Testo 160 IAQ Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Testo 160 IAQ (54 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Testo 160 IAQ of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/54
testo 160
Bedieningshandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Testo
Categorie: Meetapparatuur
Model: 160 IAQ

Handleiding Testo 160 IAQ – volledige tekst

1 Veiligheid en verwerking 5 1 Veiligheid en verwerking 1.1 Over dit document Gebruik • De bedieningshandleiding is bestanddeel van het instrument. • Besteed bijzondere aandacht aan de veiligheids instructies en waarschuwingen om verwondingen en materiële schade te voorkomen. • Houd deze documentatie altijd binnen handbereik, zodat u indien nodig snel zaken kunt opzoeken. • Raadpleeg altijd het volledige origineel van deze bedieningshandleiding. • Geef deze documentatie altijd door aan eventuele latere gebruikers van het product. 1.2 Symbolen en schrijfconventies Voorstelling Verklaring Opmerking: fundamentele of aanvullende informatie 1. 2. … Handeling: meerdere stappen, de volgorde moet in acht worden genomen.  Gevolg resp.

resultaat van een handeling ✓ Voorwaarde 1.3 Veiligheid Algemene veiligheidsinstructies • Gebruik het product uitsluitend waarvoor het bedoeld is, en alleen binnen de parameters zoals die zijn aangegeven in de technische gegevens. Behandel het product altijd voorzichtig. • Neem het instrument niet in gebruik als het beschadigingen aan de behuizing vertoont. • Ook van de te meten installaties resp. de omgeving van de meting kunnen gevaren uitgaan: Neem bij de uitvoering van metingen de ter plaatse geldige veiligheidsvoorschriften in acht. • Temperatuuropgaven op sondes/voelers hebben alleen betrekking op het meetbereik van de sensoriek. Stel handgrepen en leidingen niet bloot aan temperaturen hoger dan 70 °C (158 °F), wanneer deze niet uitdrukkelijk voor hogere temperaturen zijn toegelaten. • Voer geen contactmetingen uit aan niet geïsoleerde, spanningvoerende delen.

1 Veiligheid en verwerking 6 • Berg het product niet op samen met oplosmiddelen. Gebruik geen ontvochtigers. • Voer aan dit instrument alleen onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uit, die zijn beschreven in de documentatie. Houd u daarbij aan de voorgeschreven procedures. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen van Testo. Batterijen • Het ondeskundige gebruik van batterijen kan onherstelbare beschadiging van de batterijen, verwondingen door elektrische schokken, brand of het uitlopen van chemische vloeistoffen tot gevolg hebben. • Plaats de meegeleverde batterijen alleen overeenkomstig de instructies in de bedieningshandleiding. • Sluit de batterijen niet kort. • Haal de batterijen niet uiteen en modificeer ze niet. • Stel de batterijen niet bloot aan sterke schokken, water, vuur of temperaturen hoger dan 55 °C.

• Berg de batterijen niet op in de buurt van metalen voorwerpen. • Bij contact met batterijvloeistof: Was de getroffen lichaamsdelen grondig met water en raadpleeg eventueel een arts. • Gebruik geen ondichte of beschadigde batterijen. 1.4 Waarschuwingen Houd altijd rekening met de informatie die is gekenmerkt door de volgende OPGELET Wijst op mogelijke materiële schade. 1.5 Verwerking • Verwerk lege batterijen conform de plaatselijke wet- en regelgeving. • Lever dit product na het einde van zijn levensduur in bij een inzamelpunt voor de sortering van elektrische en elektronische apparatuur (houd u aan de plaatselijke voorschriften), of bezorg het voor verwerking terug aan Testo.

2 Beschrijving van het instrument 7 2 Beschrijving van het instrument 2.1 Gebruik testo 160 Het WiFi dataloggersysteem testo 160 is een moderne oplossing voor de bewaking van klimaat en verlichtingsvoorwaarden in bijv. musea, archieven, galerieën en bibliotheken. Het systeem bestaat uit WiFi dataloggers, externe voelers en een cloud geheugen. De WiFi dataloggers testo 160 registreren betrouwbaar temperatuur en vochtigheid, CO2-concentratie, verlichtingssterkte en UV-straling in instelbare intervallen, en dragen de gegevens rechtstreeks via WLAN over naar de Testo cloud. Via de web interface van deze cloud kunnen de gegevens altijd en overal met een smartphone, tablet of PC met internetverbinding worden geëvalueerd. Via deze interface worden de WiFi dataloggers geprogrammeerd en rapporten gegenereerd. Overschrijdingen van grenswaarden worden meteen per e-mail of optioneel per SMS gemeld.

2 Beschrijving van het instr8 2.2.2 testo 160 E Aan de WiFi datalogger testo 160 E kunnen de externe voelers S-TH, S-LuxUV en S-Lux worden aangesloten. Element Element 1 Aansluitbus voor externe sensor 2 USB-aansluiting 3 Aansluitbus voor externe sensor 2.2.3 testo 160 THE Met de WiFi datalogger testo 160 THE kunnen temperatuur- en vochtigheidsmetingen worden uitgevoerd. Bovendien kunnen de externe voelers S-TH, S-LuxUV of S-Lux worden aangesloten. Element Element 1 Interne sensor voor temperatuur en relatieve vochtigheid 2 Aansluitbus voor externe sensor 3 USB-aansluiting 4 Aansluitbus voor externe sensor

2 Beschrijving van het instr10 2.2.5 testo 160 IAQ Met de WiFi datalogger testo 160 IAQ kunnen metingen van temperatuur, vochtigheid, kooldioxideconcentratie en atmosferische druk worden uitgevoerd. Element Element 1 Status-LED 2 Display 3 Verkeerslicht luchtkwaliteit 4 CO2-sensor 5 QR-code 6 Toets 7 USB-aansluiting 8 Interne sensor voor temperatuur en relatieve vochtigheid Als de WiFi datalogger zich in de Continuous Mode (externe voeding met USB netadapter) bevindt, dan brandt het verkeerslicht luchtkwaliteit continu. Temperatuur en vochtigheidsmeetwaarde worden afwisselend weergegeven in het display. Als de WiFi datalogger zich in de Single Mode (zonder externe voeding met USB netadapter) bevindt, dan licht het verkeerslicht luchtkwaliteit alleen bij de meting kort op. In het display wordt alleen de temperatuur weergegeven.

2 Beschrijving van het instrument 11 2.3 Externe voelers De externe voelers S-TH, S-LuxUV en S-Lux breiden de functionele omvang van de WiFi datalogger 160 THE uit resp. vormen samen met de WiFi datelogger 160 E een zeer flexibel inzetbaar meetsysteem. De externe voelers zijn alleen toegelaten in combinatie met de testo 160 THE en testo 160 E WiFi datalogger. 2.3.1 S-TH De externe voeler S-TH kan worden aangesloten aan de volgende WiFi dataloggers: testo 160 THE en testo 160 E. Met de voeler S-TH kunnen temperatuur- en vochtigheidsmetingen worden uitgevoerd. Voor de eenvoudige montage kan de voeler uit de wanddoorvoer worden geschoven. De voeler kan ook zonder deze wanddoorvoer worden ingezet. Element Element 1 Sensor 2 Schroefdraad 3 Bevestigingsmoer 4 Klinkstekker

2 Beschrijving van het instr12 2.3.2 S-LuxUV De externe voeler S-LuxUV kan worden aangesloten aan de volgende WiFi dataloggers: testo 160 THE en testo 160 E. Met de voeler S-LuxUV kunnen metingen van verlichtingssterkte en UV-metingen worden uitgevoerd. Element Element 1 Lux sensor 2 UV-sensor 3 Klinkstekker 2.3.3 S-Lux De externe voeler S-Lux kan worden aangesloten aan de volgende WiFi dataloggers: testo 160 THE en testo 160 E. Met de voeler S-Lux kunnen metingen van verlichtingssterkte worden uitgevoerd. Element Element 1 Lux sensor 2 Klinkstekker

2 Beschrijving van het instrument 13 2.3.4 Verlengkabel De sensoren worden standaard geleverd met de kabel 60 cm (0554 2004). Optioneel is een kabel met een lengte van 2,5 m verkrijgbaar (0554 2005) om het meetsysteem aan alle meetsituaties te kunnen aanpassen. Aangezien het digitale voelers betreft, kunnen ook meerdere verlengkabels worden gecombineerd. De maximale totale lengte bedraagt ca. 10 m. 2.4 Deco cover Er zijn optioneel 3 verschillende deco covers verkrijgbaar. De cover 0554 2006 is bedoeld voor de WiFi dataloggers testo 160 TH, testo 160 THE en testo 160 E. De cover 0554 2009 is bedoeld voor de WiFi datalogger testo 160 THL, en de cover 0554 2012 voor de WiFi datalogger testo 160 IAQ.

3 Technische gegevens 14 3 Technische gegevens 3.1 WiFi dataloggers Meetspecifieke gegevens De vochtigheidssensor bereikt de hoogste nauwkeurigheid in het temperatuurbereik tussen + 5 °C en + 60 °C en een vochtigheidsbereik tussen 20 % en 80 %RV. Een langer verblijf in hogere luchtvochtigheid kan de meetwaarden tot 3 %RV vervalsen. Na 48 uur bij 50 %RV ±10 % en +20 °C ±5 °C regenereert de sensor zich automatisch. OPGELET Beschadiging van de vochtigheidsvoeler - De voeler mag nooit langer dan 3 dagen worden blootgesteld aan een vochtigheidsbereik van 100 %RV. WiFi dataloggers testo 160 TH testo 160 THE testo 160 E Bestelnummer 0572 2021 0572 2023 0572 2022 Temperatuurmeting Meetbereik -10 °C … 50 °C z. ext. voeler Nauwkeurigheid ±0,5 °C Resolutie 0,1 °C Vochtigheidsmeting Meetbereik 0 … 100 %RV (niet condenserend) z. ext.

3 Technische gegevens 16 WiFi dataloggers testo 160 IAQ testo 160 THL Resolutie 1 mbar De tijd tussen de systeemwaarschuwing "Batterij bijna leeg" en "Stop meetgegevens" bedraagt hoogstens één dag bij een standaard bediening en de meetfrequentie & communicatiefrequentie van 1 min (dag & nacht) (type batterij: Varta Industrial). testo 160 WiFi dataloggers worden standaard geleverd met een kalibratiecertificaat af fabriek. In musea bevelen wij een jaarlijkse controle door de Testo klantenservice aan. Verder bestaat de mogelijkheid om voor de WiFi dataloggers ISO-certificaten te laten opstellen. Dit kan worden uitgevoerd door Testo Industrial Services (TIS).

3 Technische gegevens 18 WiFi dataloggers testo 160 IAQ testo 160 E Veiligheid WPA2 Enterprise: EAP-TLS, EAP-TTLS-TLS, EAP-TTLS-MSCHAPv2, EAP-TTLS-PSK, EAP-PEAP0-TLS, EAP-PEAP0-MSCHAPv2, EAP-PEAP0-PSK, EAP-PEAP1-TLS, EAP-PEAP1-MSCHAPv2, EAP-PEAP1-PSK; WPA Personal, WPA2 (AES), WPA (TKIP), WEP Technische opgaven voor een beveiligd WLAN Poorten De testo 160 WiFi dataloggers gebruiken het protocol MQTT, dat communiceert via poort TCP 1883 en 8883. Verder moeten deze UDP-poorten worden vrijgegeven: • Poort 53 (DNS naamresolutie) • Poort 123 (NTP tijdsynchronisatie) Alle poorten hoeven alleen naar buiten in de richting van de cloud te kunnen communiceren. Er hoeven geen tweerichtingspoorten te worden vrijgegeven. Bij de eerste configuratie kan worden geselecteerd of DHCP of Statische IP moeten worden gebruikt (Expert-modus selecteren voor de bijhorende opgaven).

Niet mogelijk in de Inrichtingsassistent.) testo 160 toepassing De testo 160 toepassing is via een normale, actuele browser (www) bereikbaar. Daarvoor worden de standaard TCP-poorten http (80) en https (443) gebruikt.

4 Bediening 21 4 Bediening 4.1 Inbedrijfstelling De externe voelers moeten vóór de eerste aanmelding bij de cloud worden aangesloten aan de WiFi dataloggers. Als achteraf een extra voeler moet worden aangesloten, dan moet de WiFi datalogger eerst worden afgemeld van de cloud. Daarna kan de externe voeler aangesloten en de WiFi datalogger opnieuw aangemeld worden. OPGELET Beschadiging van de WiFi datalogger! - Niet in de buurt van oplosmiddelen brengen. - Niet reinigen met oplosmiddelen. OPGELET Beschadiging van optische oppervlakken mogelijk (THL, S-Lux en S-LuxUV) - Geen scherpe voorwerpen gebruiken. - Alleen zachte reinigingsdoeken gebruiken. - Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken. OPGELET Beschadiging van optische componenten mogelijk (IAQ) - Schokken vermijden, de kalibratie af fabriek kan worden gewijzigd.

Controleer de meetwaarden aan de frisse lucht 350…450 ppm CO2 (stadslucht tot 700 ppm CO2). - Bedauwing vermijden. Dit kan tot verhoogde CO2-meetwaarden leiden. - Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken. De dataloggers mogen alleen verticaal worden gemonteerd. Daarbij moeten de aansluitingen naar beneden zijn gericht. Bij dataloggers met display moet u rekening houden met de leesrichting. Anders kan de meetnauwkeurigheid worden vervalst.

4 Bediening 22 1 - Wandhouder met geschikte bevestigingsmaterialen (schroeven, kabelbinders of met behulp van de meegeleverde 3M-tapestrips) bevestigen op de daartoe voorziene plaats. 2 - Afdekking van het batterijvak openen. 3 - Borgstrip voor de batterij verwijderen. 4 - Batterijvak sluiten. 5 - Datalogger in de wandhouder plaatsen. De IAQ-datalogger verbruikt meer energie. Daardoor wordt de minimale meetfrequentie bij batterijvoeding tot 5 minuten verkort. Een voeding via netadapter wordt daarom aanbevolen. Een passende USB-kabel kan als toebehoren aanvullend worden aangekocht.

4 Bediening 23 Alleen voor testo 160 E en testo 160 THE: De externe voelers moeten vóór de eerste aanmelding bij de cloud worden aangesloten. Als achteraf een extra voeler moet worden aangesloten, dan moet de datalogger eerst worden afgemeld van de cloud. Daarna kan de externe voeler aangesloten en de datalogger opnieuw aangemeld worden. De testo 160 WiFi dataloggers kunnen in plaats van via batterijen ook via de USB-interface met spanning worden gevoed. De WiFi dataloggers bezitten echter geen laadfunctie, d. w. z. er kunnen geen accu´s in de WiFi datalogger via de USB-interface worden geladen. Wanneer u de WiFi datalogger aansluit aan de USB-interface van uw PC, dan wisselt de WiFi datalogger automatisch naar de massageheugen- en configuratiemodus. Een PC is derhalve niet geschikt als spanningsbron voor de inzet als logger. 4.

2 Aanmelding bij de Testo cloud U heeft een account nodig voor de Testo cloud. Indien u deze nog niet heeft ingericht, gelieve u dan te registreren op https://www. museum. saveris. net. Opdat uw nieuwe testo 160 WiFi datalogger zich in de Testo cloud kan verbinden met uw account, heeft hij minstens de volgende drie gegevens nodig: 1. De ID van uw account in de cloud. Deze vindt u in uw account onder het menupunt Configuratie - Account-ID. 2. De netwerknaam van uw WLAN (SSID), via hetgeen de WiFi datalogger zich met het internet moet verbinden. 3. Het wachtwoord voor dit netwerk. Het opslaan van deze informatie op de WiFi datalogger wordt "Configureren van de WiFi datalogger" genoemd. Voor dit proces heeft u de keuze uit verschillende mogelijkheden. 4. 2.

4 Bediening 24 4.2.2 Configuratie via de web interface (WPA2 Personal) ✓ - Datalogger is nog niet geconfigureerd, LED aan de zijkant van de datalogger knippert nadat de batterijen erin zijn geplaatst. 1 - Toets aan de zijkant van de datalogger kort indrukken. (Bij de testo 160 IAQ bevindt de toets zich aan de voorkant.)  Datalogger gaat naar de configuratiemodus (LED knippert om de seconde). of ✓ - Datalogger is al eens geconfigureerd (logger is in de Sleep Mode) 1 - Toets aan de zijkant van de datalogger langer dan 3 s indrukken.  Datalogger gaat naar de configuratiemodus (LED knippert om de seconde). Via de webgebaseerde configuratie kunnen de WiFi dataloggers ook worden ingericht voor de WPA2 Enterprise veiligheidsstandaard. De WiFi datalogger functioneert in deze modus als webserver, waarop u zich per WLAN met het IP-adres 192.168.1.1 per smartphone, tablet of PC kunt aanmelden.

Let bij de configuratie voor WPA2 Enterprise op de correcte schrijfwijze en extensie van de naam van het certificaat. Al naargelang coderingsmethode moeten de volgende 3 certificaten ter beschikking staan: ca.pem, client.pem, private.key. De certificaten moeten voorliggen in het formaat PEM of BASE64. Bovendien moeten deze afzonderlijk en niet in bundle voorliggen. ✓ - De WiFi datalogger bevindt zich al in de configuratiemodus en knippert om de seconde. 1 - Op de PC / tablet onder netwerkinstellingen de naam van het netwerk van de te configureren WiFi datalogger selecteren (bijv. testo 160 Sn: 12345678).  PC / tablet is verbonden met de WLAN hotspot van de WiFi datalogger.

4 Bediening 25 2 - Webbrowser aan de PC, tablet, smartphone enz. openen. 3 - IP-adres 192.168.1.1 invoeren in de webbrowser.  Website van de WLAN configuratie gaat open. 4 - testo Account ID (zichtbaar in de web interface van de Testo cloud onder Informatie over de account) invoeren. 5 - Netwerknaam (SSID) invoeren. 6 - Configuratie slot invoeren. De testo 160 WiFi dataloggers kunnen voor tot wel drie WiFi netwerken worden geconfigureerd. Voor elk profiel kunnen netwerknaam (SSID), wachtwoord en Security instellingen worden opgeslagen. 7 - Onder „Security“ kan de veiligheidsstandaard worden gekozen. (Al naargelang selectie verschijnen verdere invoeropties.) 8 - Wachtwoord voor het netwerk invoeren. 9 - Via „Configure“ de configuratie bevestigen.  WiFi datalogger is gereed geconfigureerd en verbonden met de cloud. De LED knippert tweemaal kort groen.

Vervolgens gaat de WiFi datalogger maar de meetmodus. 4.2.3 Configuratie per PDF formulier Als alternatief voor het aanmaken van het configuratiebestand in de Quick Start Guide met daarop volgende download van het XML-configuratiebestand kan de WiFi datalogger ook via een PDF-formulier worden geconfigureerd. U heeft het programma Adobe Reader (versie 10 of hoger) nodig om het PDF-formulier correct uit te voeren. Indien u de Adobe Reader niet geïnstalleerd heeft, dan kunt u deze onder het volgende adres gratis downloaden: http://get.adobe.com/reader/. ✓ - Controleer of de batterijen erin zijn geplaatst. 1 - Verbind de datalogger via USB verbinding met de PC.

4 Bediening 26 2 - Open het bestand WiFiConf.pdf, dat u vindt op de externe drive testo 160. 3 - Kopieer uw Account ID en voeg deze in in het bijhorende veld in het PDF-formulier. U vindt de Account ID in de web interface van de Testo cloud onder Configuratie -> Account ID. 4 - Configuratie slot invoeren. De testo 160 WiFi dataloggers kunnen voor tot wel drie WiFi netwerken worden geconfigureerd. Voor elk profiel kunnen netwerknaam (SSID), wachtwoord en Security instellingen worden opgeslagen. 5 - Voer uw Netwerknaam (SSID) en uw WLAN wachtwoord in in de bijhorende velden van het PDF formulier. 6 - Klik op de knop Save configuration.  Er gaat een dialoog open om de formuliergegevens te exporteren. 7 - Selecteer als opslagplaats de externe drive testo 160 en sla de formuliergegevens (configuratiebestand WiFiConf_Daten.xml) daarop op.

 De groene en rode LED branden zolang gelijktijdig, tot het PDF document volledig is gegenereerd. 8 - Isoleer de USB-verbinding met de PC om de configuratie van de datalogger af te sluiten. U kunt het configuratiebestand ook lokaal opslaan op uw computer. Andere WiFi dataloggers kunnen door het XML-configuratiebestand gewoon te kopiëren naar de externe drive testo 160 nog sneller worden geconfigureerd.

4 Bediening 27 4.3 Afmelden van de WiFi datalogger uit de Testo cloud Het kan noodzakelijk zijn om de WiFi datalogger weer af te melden uit de cloud. Een logger kan niet gelijktijdig in twee verschillende accounts worden ingezet, dus moet hij vóór een accountwissel worden afgemeld. Technische wijzigingen aan de WiFi datalogger, bijv. door toevoegen of verwijderen van externe sensoren, kunnen eveneens alleen door een nieuwe aanmelding in de cloud worden geregistreerd. ✓ - De WiFi datalogger is aangemeld in de Testo cloud. 1 - Selecteer Configuratie -> WiFi dataloggers in de web interface.  Alle aangemelde WiFi dataloggers worden weergegeven. 2 - Selecteer de gewenste WiFi datalogger. 3 - Druk op Details. 4 - Kies in het menu, helemaal beneden, de knop Datalogger verwijderen.  De WiFi datalogger wordt verwijderd. De afmelding moet ook nog worden overgedragen naar de WiFi datalogger.

Dit gebeurt automatisch tijdens de volgende communicatie van de WiFi datalogger met de cloud. Al naargelang de gekozen communicatiefrequentie kan dat eventueel erg lang duren. U kunt de WiFi datalogger met een korte druk op de toets ertoe aanzetten om meteen verbinding te maken met de cloud. Kort knipperen van de groene LED signaleert dit proces. Daarmee is de WiFi datalogger afgemeld. Na het afmelden in de cloud drukt u eenmaal kort op de toetsen, opdat de WiFi datalogger de afmelding ontvangt.

4 Bediening 29 4.5 In de wandhouder plaatsen en eruit nemen 1 - Leid het ontgrendelingsgereedschap in de ontgrendelingsopening. 2 - Druk met het ontgrendelingsgereedschap de borgpen terug. 3 - Trek de datalogger naar boven uit de wandhouder. 4.5.1 Montage van de voeler aan de datalogger De externe voelers moeten vóór de eerste aanmelding bij de cloud worden aangesloten aan de WiFi dataloggers. Als achteraf een extra voeler moet worden aangesloten, dan moet de datalogger eerst worden afgemeld van de cloud. Daarna kan de externe voeler aangesloten en de datalogger opnieuw aangemeld worden. 1 - Verbind de voelerstekker met de daartoe voorziene bus aan de datalogger.  De externe voeler is operationeel.

4 Bediening 30 4.5.2 Batterijen vervangen Door een batterijvervanging wordt een lopende meting gestopt. De opgeslagen gegevens blijven echter behouden. OPGELET Verkeerd geplaatse batterijen! Beschadiging van het instrument! - Bij het plaatsen van de batterijen letten op poling. Uitsluitend nieuwe merkbatterijen gebruiken. Als er een deels verbruikte batterij wordt ingezet, dan wordt de batterijcapaciteit niet correct berekend. 1 - Afdekking van het batterijvak openen. 2 - Batterijen vervangen. Op de juiste polariteit letten. 3 - Batterijvak sluiten. 4.5.3 Deco cover - Montage 1 - Breek de benodigde voorgestanste uitbreekpunten aan de deco-cover open.

4 Bediening 31 2 - Leg de deco-cover met de zijkant op de datalogger en druk hem aan. 3 - Let om sensoren niet te verdekken altijd op de juiste positie van de deco cover. 4 - Sluit dan externe voelers of de externe spanningsvoeding weer aan. OPGELET Verkeerde meetwaarden! - Zorg ervoor dat de deco-cover juist is geplaatst. OPGELET Beschadiging van de sensor! - Beschilderd of gelakt deco cover vóór de montage voldoende laten drogen en uitgassen. 4.5.4 Wandhouder De meegeleverde wandhouder, incl. kleefpad, is alleen bedoeld voor testo 160 loggers en zorgt voor een zekere bevestiging van de loggers. Een ander gebruik is niet doelmatig en kan tot beschadiging van de wandhouder leiden. Naast de kleefpad zijn geen andere bevestigingsmaterialen meegeleverd. Gelieve al naargelang de gewenste bevestigingsplaats geschikte bevestigingsmaterialen (kabelbinders of schroeven) te kiezen.

4 Bediening 32 4.6 Analyse en rapporten (web) Al naargelang de door de gebruiker vastgelegde instellingen (rapportinstellingen) worden rapporten regelmatig automatisch gegenereerd door het systeem (Gegenereerde rapporten). 1 - Op de knop „Automatische rapporten“ klikken. 2 - Vereiste gegevens voor het opstellen van een automatisch rapport invoeren. De volgende instellingen kunnen gedefinieerd en bewerkt worden: • Naam van het rapport: Benaming van het automatische rapport. • Meetpunten voor het rapport: Meetpunten die in het rapport geregistreerd moeten worden. Klik op het controlehokje vóór de benaming van het kanaal. • Hoe vaak moet het rapport worden opgesteld? Tijdpuls waarin de rapporten moeten worden gegenereerd. Kies een rapportpuls uit het uitklapmenu. • Bestandsformaat: Bestandsformaat waarin de rapporten moeten worden gegenereerd. Kies een bestandsformaat uit het uitklapmenu.

• Gegevensbeelden: Beelden waarin de gegevens in het rapport moeten worden voorgesteld. Klik op het controlehokje vóór de benaming van het gegevensbeeld. • Rapport aanvullend verzenden per e-mail: Rapporten kunnen naast ze op te slaan onder Gegenereerde rapporten als e-mail worden verzonden. Klik op het controlehokje om het invoermasker voor e-mail adressen te openen. Als mogelijke e-mailontvangers worden alleen aangemaakte users met gearchiveerd e-mailadres opgesomd. Een directe invoer van een e-mailadres is niet mogelijk. 3 - Op de knop „Automatisch rapport aanmaken“ klikken.  Het eerste rapport wordt op de eerstvolgende dag aangemaakt. Gegenereerde rapporten ✓ - Beknopte informatie over reeds gegenereerde rapporten wordt weergegeven. 1 - Pijlsymbool aanklikken om de tab te openen.  Er verschijnt meer informatie. 2 - Op de knop "Download" klikken.

4 Bediening 33  Rapport wordt gedownload. 3 - Op de knop "Deze rapportserie bewerken" klikken.  Instellingen worden weergegeven en kunnen worden bewerkt. Rapportinstellingen Reeds aangemaakte automatische rapporten worden weergegeven in een tabel. 1 - Op de knop "Acties" klikken. 2 - Op "Bewerken" klikken.  Instellingen worden weergegeven en kunnen worden bewerkt. 1 - Op de knop "Acties" klikken. 2 - Op "Verwijderen" klikken.  Automatisch rapport wordt verwijderd. 4.7 Alarmen 4.7.1 Alarmlijst Weergave van alarmen Er wordt een beknopte informatie over alle opgetreden alarmen en systeemwaarschuwingen weergegeven. Ongelezen alarmen en systeemwaarschuwingen worden vet voorgesteld. De weergave kan aan de hand van de volgende eigenschappen worden gefilterd: 1 - Klik op het controlehokje voor de groep meetpunten / het meetpunt.

4 Bediening 34 Gedetailleerde informatie over alarmen 1 - Klik op de pijl om de tab te openen en meer informatie weer te geven. Met weergave van de gedetailleerde informatie wordt de alarmmelding / systeemwaarschuwing gekenmerkt als "gelezen" en de alarmteller teruggezet. 1 - Klik op de knop "Alle markeren als gelezen".  Alle alarmmeldingen worden gemarkeerd als "gelezen". 4.7.2 Alarminstellingen 4.7.2.1 Alarminstellingen aanmaken en weergeven 1 - Klik op de knop "+ Nieuwe alarminstelling".  Nieuwe alarminstelling kan worden uitgevoerd. Reeds bestaande alarminstellingen worden weergegeven onder de knop. 1 - Klik op de titel van een alarminstelling.  Een voorhanden instelling krijgt u te zien.

4 Bediening 35 4.7.2.2 Weergegeven alarminstelling configureren en bewerken De volgende instellingen kunnen gedefinieerd en bewerkt worden. Instelling Beschrijving Titel Benaming van de alarminstelling (verplicht veld) Meetpunten Groep meetpunten / Meetpunt, die / dat bewaakt moet worden. Klik op het controlehokje voor de groep meetpunten / het meetpunt. Alarmgrenswaarde 1 en 2 Verscheidene grenswaardebereiken die voor verschillende periodes kunnen worden gedefinieerd. Onderste grens, Bovenste grens Waarden die bewaakt moeten worden Vertraging van het alarm Minimum duur van een over-/onderschrijding van een grenswaarde, voordat er een alarmering wordt gegeven. De tijdsintervallen tussen de metingen (meetfrequentie) moeten korter zijn dan de vertraging van het alarm (bijv.: meetfrequentie = 5 minuten, vertraging van het alarm = 15 minuten).

Tijdsturing Definieer hier individuele alarmperiodes voor de alarmgrenswaarden 1 en 2, of dat er geen alarmgrenswaarde moet gelden. Om de alarmgrenswaarde 1 en 2 vast te leggen dubbelklikt u op een tijdstip in de tabel of u trekt de gewenste tijdspanne met de muis omhoog. In periodes die in de tabel vrij worden gelaten, ontvangt u geen alarmering. Wanneer er geen alarmperiodes worden gedefinieerd, dan zijn de alarmgrenzen 24 uur per dag actief. Wanneer er alarmperiodes worden gedefinieerd, dan zijn de grenswaarde-alarmen uitsluitend actief binnen de gemarkeerde periode. Kanaalalarmen Alarmering bij defecte sensor.

4 Bediening 36 Instelling Beschrijving E-mail ontvanger Adressanten die bij het optreden van een alarm geïnformeerd worden. Klik op het controlehokje voor de ontvanger of voer naam en e-mailadres van overige ontvangers in en klik op de knop + Toevoegen. SMS ontvanger Adressanten die bij het optreden van een alarm geïnformeerd worden. Klik op het controlehokje voor de ontvanger of voer naam en mobiel nummer van overige ontvangers in en klik op de knop + Toevoegen. Opslaan De instellingen worden opgeslagen. Verwijderen De alarminstellingen worden verwijderd. 4.8 Systeemwaarschuwingen 4.8.1 Systeemwaarschuwingen aanmaken en weergeven 1 - Klik op de knop "+ Nieuwe systeemwaarschuwing".  Er wordt een nieuwe systeemwaarschuwing aangemaakt. Reeds bestaande systeemwaarschuwingen worden weergegeven onder de knop. 1 - Klik op de titel van een systeemwaarschuwing.

4 Bediening 37 Instelling Beschrijving Stroomtoevoer onderbroken Bewaking van de externe stroomtoevoer van de WiFi datalogger op onderbrekingen. WiFi datalogger meldt zich niet meer Bewaking van de WiFi datalogger op uitblijvende gegevensoverdracht. Klik op de knop "Activeren" en stel de bewakingspuls in met de schuifregelaar. De ingestelde tijd moet groter zijn dan de communicatiefrequentie van de WiFi datalogger. WiFi dataloggers WiFi datalogger die moet worden bewaakt. Klik op het controlehokje vóór de WiFi datalogger. E-mail ontvanger Adressanten die bij het optreden van een alarm worden geïnformeerd. Klik op het controlehokje voor de ontvanger of voer namen en e-mailadressen van overige ontvangers in en klik op de knop + Toevoegen. SMS ontvanger Adressanten die bij het optreden van een alarm geïnformeerd worden.

Klik op het controlehokje voor de ontvanger of voer naam en mobiel nummer van overige ontvangers in en klik op de knop + Toevoegen. Opslaan De instellingen worden opgeslagen. Verwijderen De alarminstellingen worden verwijderd. 4.9 Configuratie 4.9.1 Standaard gebruikers Standaard worden er twee gebruikers aangemaakt in het systeem: • Account Owner (naam kan worden gewijzigd), met gebruikersrol Administrator (rol kan niet worden gewijzigd). • Support Testo (naam kan worden gewijzigd), met gebruikersrol Testo-User-Support (rol kan niet worden gewijzigd). 4.9.2 Nieuwe gebruikers aanmaken en bewerken Er kunnen andere gebruikers met verschillende rollen aangemaakt en bewerkt worden.

4 Bediening 38 1 - Klik op de knop "Nieuwe gebruiker aanmaken" om een nieuwe gebruiker aan te maken.  Reeds bestaande gebruikers worden weergegeven in een lijst. 2 - Klik op de naam van een gebruiker om de instellingen weer te geven. 3 - Klik op de knop "Bewerken" om de instellingen te wijzigen. De volgende instellingen kunnen gedefinieerd en bewerkt worden: Instelling Beschrijving Titel Benaming van de gebruiker. Voornaam Voornaam van de gebruiker (verplicht veld). Tweede naam Tweede naam van de gebruiker. Achternaam Achternaam van de gebruiker (verplicht veld). Wachtwoord en Wachtwoord herhalen Gebruikerswachtwoord. Het gebruikerswachtwoord kan door de gebruiker achteraf worden gewijzigd. Gebruikersrol Definieert de rechten van de gebruiker in het systeem. E-mailadres & Aanmelding E-mailadres van de gebruiker. Het e-mailadres is tegelijkertijd de aanmeldnaam.

Het e-mailadres wordt ook gebruikt voor systeemberichten (alarmen, systeemwaarschuwingen). E-mailadres & Aanmelding wijzigen Het veld is alleen beschikbaar bij het bewerken van de gebruikersaccount van de accounteigenaar. Voer een nieuw e-mailadres in. Bij de invoer van een nieuw e-mailadres wordt ook de aanmeldnaam gewijzigd. Mobiel nummer Telefoonnummer van de gebruiker. Dit wordt gebruikt voor systeemberichten (alarmen en systeemwaarschuwingen). Actief van Datum vanaf wanneer de gebruiker actief is. Actief tot Datum tot wanneer de gebruiker actief is.

4 Bediening 39 Instelling Beschrijving Details Tekstveld voor de invoer van andere gebruikersspecifieke informatie. Opslaan De instellingen kunnen worden opgeslagen. 4.9.3 Gebruikersrollen Een beschrijving van de beschikbare gebruikersrollen kan worden weergegeven. 1 - Klik op de titel van een gebruikersrol om de beschrijving ervan weer te geven. Gebruikers bezitten, afhankelijk van de toegewezen gebruikersrol, verschillende rechten.

4 Bediening 40 4.9.4 Gebruikersbeheer Het gebruikersbeheer biedt informatie en instelmogelijkheden bij de gebruikersaccount. 1 - Klik op Gebruiker om het gebruikersmenu te openen. 4.9.4.1 Gebruikersinstellingen De volgende gebruikersspecifieke instellingen kunnen worden uitgevoerd: Instelling Beschrijving Taal Taal van de bedieningsinterface. Tijdzone Tijdzone voor de weergave van datum en tijd. Eenheid Meetgrootheden Opslaan Instellingen kunnen worden opgeslagen. 4.9.4.2 Informatie over de account Informatie over uw testo 160 account wordt weergegeven. 4.9.4.3 Wachtwoord wijzigen 1 - Voer het nieuwe wachtwoord in in beide tekstvelden ("Nieuw wachtwoord" en "Nieuw wachtwoord (herhalen)". 2 - Klik op de knop "Opslaan" om het nieuwe wachtwoord op te slaan. 4.9.4.4 Afmelden 1 - Klik op de knop "Afmelden" om u af te melden.

4 Bediening 41 4.9.5 Account ID De Account ID is het eenduidige adres van uw gebruikersaccount in de Testo cloud. Deze is nodig voor de configuratie van de WiFi dataloggers, opdat deze uw gegevens naar de correcte gebruikersaccount verzenden. 4.9.6 Groep meetpunten aanmaken en bewerken Meetpunten kunnen in groepen van meetpunten worden georganiseerd. De toekenning van meetpunten aan een groep van meetpunten (bijv. ruimte 1, ruimte 2, …) vergemakkelijkt het beheer van meerdere meetpunten. Voor een overkoepelende groepering kunnen groepen van meetpunten worden toegekend aan een bereik (bijv. begane grond, eerste verdieping, …). 1 - Klik op de knop "Nieuwe groep meetpunten" om een nieuwe groep van meetpunten aan te maken.  Reeds bestaande groepen van meetpunten worden weergegeven in een lijst.

De volgende instellingen kunnen gedefinieerd en bewerkt worden: Instelling Beschrijving Titel Benaming van de groep meetpunten (verplicht veld). Beschrijving Beschrijving van de groep meetpunten. Bereik Bereik waaraan de groep meetpunten moet worden toegekend. Meetpunten Beschikbare en aan de groep meetpunten toegekende meetpunten worden weergegeven. Klik op de pijl om een meetpunt toe te kennen aan de groep. Klik op het kruis om een meetpunt te verwijderen uit de groep. Opslaan De instellingen kunnen worden opgeslagen. Verwijderen De instellingen kunnen worden verwijderd.

4 Bediening 42 4.9.7 Bereiken Groepen van meetpunten kunnen in bereiken worden georganiseerd. De toekenning van groepen van meetpunten aan een bereik (bijv. begane grond, eerste verdieping, …) vergemakkelijkt het beheer van meerdere groepen meetpunten. 4.9.7.1 Bereiken aanmaken en bewerken 1 - Klik op de knop "Nieuw bereik" om een nieuwe groep van meetpunten aan te maken.  Reeds aangemaakte bereiken worden weergegeven in een lijst. 2 - Klik op de knop "Acties" en vervolgens op "Bewerken".  De instellingen worden weergegeven en kunnen worden bewerkt. De volgende instellingen kunnen gedefinieerd en bewerkt worden: Instelling Beschrijving Weergegeven naam Benaming van het bereik (verplicht veld). Beschrijving Beschrijving van het bereik. Bereik Bereik waaraan de groep meetpunten moet worden toegekend. Opslaan De instellingen kunnen worden opgeslagen.

Voor een correcte weergave van de capaciteit van de batterij moet het type batterij correct worden geselecteerd. Display Display van de WiFi datalogger in- of uitschakelen. (indien voorhanden) Naam van het meetpunt Benaming van de meetpunten vastleggen. Meetfrequentie Tijdpuls waarin de meetwaarden worden vastgesteld. Stel de meetfrequentie in met de schuifregelaar. Dag-communicatiefrequentie en energiebesparingsmodus Tijdpuls waarin de meetwaarden worden overgedragen aan de Testo cloud. Kies de starttijd van de dag-communicatiefrequentie en van de energiebesparingsmodus. Stel de communicatiefrequentie in met de schuifregelaar. Eenheid selecteren Eenheid waarin de meetwaarden worden weergegeven.

4 Bediening 44 Instelling Beschrijving Opslaan De instellingen kunnen worden opgeslagen. Deactiveren resp. Activeren Meetkanalen resp. WiFi dataloggers kunnen gedeactiveerd resp. geactiveerd worden. Verwijderen De WiFi dataloggers kunnen door het systeem worden afgemeld. 4.9.9 Firmware updates Er verschijnt een lijst met beschikbare firmware updates voor de WiFi datalogger. Firmware updates kunnen draadloos op de radiografische gegevenslogschrijver worden geladen. 1 - Klik op de knop "Activeren" om een firmware update te installeren, wanneer deze update als vrijwillige update ter beschikking staat. Anders is de knop automatisch geactiveerd. 4.10 Commandolijst 4.10.1 Inrichtingsassistent openen De inrichtingsassistent ondersteunt u bij het aanmelden van WiFi dataloggers. 1 - Klik op het symbool om de inrichtingsassistent te openen.

4 Bediening 45 4.10.3 Systeemberichten openen De systeemberichten bevatten belangrijke mededelingen over het product. 1 - Klik op het briefsymbool om de systeemberichten te openen.  Het aantal niet gelezen systeemberichten wordt weergegeven via het symbool.  Er wordt een beknopte informatie over alle systeemberichten weergegeven.  Ongelezen systeemberichten worden vet voorgesteld. 2 - Klik op de titel van een systeembericht om meer informatie weer te geven.  Met weergave van de gedetailleerde informatie wordt het systeembericht gekenmerkt als “gelezen” en de berichtenteller teruggezet. 4.11 Systeem- en statusinformatie Onbevestigde alarmen (groen vinkje): geen alarmen actief. Onbevestigde alarmen (alarmklok): alarmen actief, aantal ongelezen alarmen wordt weergegeven. 1 - Klik op het groene vinkje of de alarmklok om de alarmlijst te openen.

5 FAQ 46 5 FAQ • Kan de WiFi datalogger met een willekeurige USB-kabel aan de PC worden aangesloten. U kunt het best de met de WiFi datalogger meegeleverde USB-kabel gebruiken, om een stabiele gegevensoverdracht te garanderen. Langere USB-kabels zijn alleen geschikt voor de stroomtoevoer. • Kan de WiFi datalogger ook worden ingezet in netwerken met WPA2 Enterprise coderingen. testo 160 dataloggers kunnen worden ingezet in netwerken met de volgende WPA2 Enterprise coderingen. WPA2 Enterprise: EAP-TLS, EAP-TTLS-TLS, EAP-TTLS-MSCHAPv2, EAP-TTLS-PSK, EAP-PEAP0-TLS, EAP-PEAP0-MSCHAPv2, EAP-PEAP0-PSK, EAP-PEAP1-TLS, EAP-PEAP1-MSCHAPv2, EAP-PEAP1-PSK, WPA Personal, WPA2 (AES), WPA (TKIP), WEP Om de loggers te integreren in het WPA2 Enterprise netwerk gaat u als volgt te werk: 1.

Open het op de logger gearchiveerde PDF bestand en genereer door stapsgewijs de programmeermogelijkheden te selecteren een bijhorend XML bestand. 2. Kopieer uw firmaspecifieke WPA2 Enterprise certificaten en het gegenereerde. XML bestand via USB per Drag & Drop naar het massageheugen van de logger. 3. Houd er rekening mee dat de configuratie van de WiFi datalogger pas na verwijderen van de USB stekker volledig wordt overgenomen. • Het XML-configuratiebestand wordt niet overgenomen door de WiFi datalogger, wat kan ik doen. Afhankelijk van het besturingssysteem kunnen er moeilijkheden optreden bij de gegevensoverdracht, indien de bestandsnaam van het configuratiebestand werd gewijzigd. Wijzig de vooringestelde bestandsnaam niet. • De vochtigheidssensor werd gedurende langere tijd opgeslagen bij hoge temperatuur (> 30 °C) en zeer hoge luchtvochtigheid (> 80 %RV), wat kan ik doen.

• De radioverbinding van de WiFi datalogger met het toegangspunt is onderbroken, wat kan ik doen. 1. Druk op de bedieningstoets aan de WiFi datalogger om de zoekactie naar een WLAN verbinding handmatig te starten. 2. Verander de uitrichting of positie van de WiFi datalogger of van het toegangspunt (WLAN router). De foutcodes kunnen met een webbrowser via de smartphone/tablet of PC.

5 FAQ 47 worden uitgelezen. Druk de voelertoets 3 seconden in. Vervolgens voert u in de webbrowser het volgende IP adres 192. 168. 1. 1 in. De volgende foutcodes worden alleen weergegeven op het display van de testo 160 IAQ. • De WiFi datalogger (160 IAQ) meldt de foutcode E03, E04, E05 of E09, wat kan ik doen. Er is een fout opgetreden in de WiFi datalogger. De fout wordt door de firmware van de WiFi datalogger automatisch gecorrigeerd. De foutcode mag na enkele seconden niet meer verschijnen, u hoeft niets te doen. • De WiFi datalogger (160 IAQ) meldt de foutcode E12, wat kan ik doen. In het configuratiebestand WifiConfig. xml zit een fout. Genereer met de Quick Start Guide een nieuw configuratiebestand en sla dit op op de WiFi datalogger. • De WiFi datalogger (160 IAQ) meldt de foutcode E23, wat kan ik doen.

De meest voorkomende oorzaak van deze foutmelding is een te lage batterijspanning. Plaats nieuwe batterijen in de WiFi datalogger. Als dit geen succes oplevert: Zet de WiFi datalogger terug in de toestand bij levering. Houd daarvoor de bedieningstoets gedurende > 20 s ingedrukt, tot het display dooft. Als de foutcode blijft verschijnen, dan is er sprake van een hardware defect. Gelieve onze klantendienst te contacteren. • De WiFi datalogger (160 IAQ) meldt de foutcode E26, wat kan ik doen. 1. Het toegangspunt (WLAN router) heeft geen verbinding met het internet. Controleer de internetverbinding van het toegangspunt. 2. De routing binnen de netwerkinfrastructuur werkt niet. Controleer of er te veel eindapparaten zijn aangemeld bij het toegangspunt. • De WiFi datalogger (160 IAQ) meldt de foutcode E32, wat kan ik doen. De WiFi datalogger heeft geen IP-adres gekregen.

Voor deze fout zijn er 2 mogelijke oorzaken: 1. Het netwerkwachtwoord is verkeerd. Controleer het wachtwoord van het WLAN netwerk. Genereer met de Quick Start Guide een nieuw configuratiebestand met correct wachtwoord en sla dit op op de WiFi datalogger. 2.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Testo 160 IAQ stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden