TCL iQool9 Handleiding

TCL Airco iQool9

Bekijk gratis de handleiding van TCL iQool9 (42 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 109 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over TCL iQool9 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/42
USER AND INSTALLATION MANUAL
WHITE
BLACK
iQool9
iQool9B
9,000 BTU
iQool12
iQool12B
12,000 BTU
iQool18
iQool18B
18,000 BTU
iQool24
iQool24B
24,000 BTU
SMART WIFI CONTROLLED WALL MOUNTED
INVERTER SPLIT AIR CONDITIONER WITH HEAT PUMP
Thank you for choosing TCL Air Conditioner a
Please read this user manual before using this innovative
Air Conditioner and keep it safe for future reference.

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: TCL
Categorie: Airco
Model: iQool9

Foutcodes TCL iQool9

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
E0 Communicatiestoring tussen binnen- en buiteneenheid 1. Controleer de verbindingskabels tussen binnen- en buiteneenheid op losheid of beschadiging 2. Zorg ervoor dat beide eenheden correct zijn aangesloten 3. Schakel het apparaat uit en weer aan 4. Neem contact op met de servicelijn als het probleem aanhoudt
E1 Storing in de binnenkamerthermistor (kamertemperatuursensor) 1. Controleer of de sensor in de binnenunit niet beschadigd is 2. Verifieer dat er geen stof op de sensor is opgehoopt 3. Zorg ervoor dat de sensor correct is aangesloten 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E2 Storing in de binnenspoel-thermistor (spiraaltemperatuursensor) 1. Controleer of de sensor in de binnenunit niet beschadigd is 2. Verifieer dat de sensor correct is aangesloten 3. Zorg voor goede ventilatie rond de binnenunit 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E3 Storing in de buitenspoel-thermistor (buitenspiraaltemperatuursensor) 1. Controleer of de sensor in de buiteneenheid niet beschadigd is 2. Verifieer dat de sensor correct is aangesloten 3. Zorg dat de buiteneenheid niet bedekt is met vuil of ijs 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E4 Systeemafwijking/abnormaliteit 1. Controleer of alle verbindingen correct zijn aangesloten 2. Verifieer dat de voeding stabiel is (geen spanningsschommelingen) 3. Schakel het apparaat volledig uit en wacht 10 minuten 4. Zet het apparaat weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E5 Modelconfiguratie onjuist 1. Controleer of het juiste model is ingesteld in de systeemconfiguratie 2. Verifieer de modelgegevens op het typeplaatje 3. Schakel het apparaat uit en weer aan 4. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel of de fabrikant
E6 Storing in binnenventilatormotor 1. Controleer of de binnenventilator vrij kan draaien 2. Verwijder eventueel vuil of obstakels rond de ventilator 3. Zorg dat het luchtfilter niet verstopt is 4. Controleer de motorverbindingen 5. Schakel het apparaat uit en weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E7 Storing in buitentemperatuursensor 1. Controleer of de buitentemperatuursensor niet beschadigd is 2. Verifieer dat de sensor correct is aangesloten 3. Zorg dat de sensor vrij is van vuil en ijs 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E8 Storing in uitlaat-temperatuursensor 1. Controleer of de uitlaatsensor niet beschadigd is 2. Verifieer dat de sensor correct is aangesloten 3. Zorg dat de sensor vrij van vuil is 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
E9 IPM-aandrijving en modulestoring 1. Schakel het apparaat volledig uit 2. Controleer alle elektische verbindingen 3. Zorg dat er geen water in elektrische onderdelen is gekomen 4. Wacht 10 minuten en zet het apparaat weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
EA Storing in stromsensor 1. Controleer alle elektrische verbindingen 2. Verifieer dat er geen beschadigde kabels zijn 3. Zorg dat er geen water in elektrische onderdelen is gekomen 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
EC Communicatiestoring met buiteneenheid 1. Controleer de verbindingskabels tussen binnen- en buiteneenheid 2. Verifieer dat de buiteneenheid correct is aangesloten op het elektriciteitsnet 3. Schakel het apparaat uit en wacht 5 minuten, schakel dan weer in 4. Neem contact op met de servicelijn als het probleem aanhoudt
EE EEPROM-storing (geheugen-module) 1. Schakel het apparaat uit en verwijder de stekker 2. Wacht 30 seconden 3. Steek de stekker weer in en zet het apparaat aan 4. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel als het probleem aanhoudt
EF Storing in buitenventilatormotor (DC-motor) 1. Controleer of de buitenventilator vrij kan draaien 2. Verwijder eventueel vuil, bladeren of obstakels rond de motor 3. Zorg dat de motorverbindingen niet loszitten 4. Controleer op fysieke beschadiging van de motor 5. Schakel het apparaat uit en weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
EP Storing in temperatuurschakelaar (boven op compressor) 1. Zorg dat de compressor geen zichtbare schade heeft 2. Controleer of alle verbindingen naar de temperatuurschakelaar goed zijn 3. Schakel het apparaat uit en weer aan 4. Zorg voor voldoende ventilatie rond de buiteneenheid 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
EU Storing in spanningssensor 1. Controleer de ingangsspanning (220-240V, 50Hz) 2. Zorg dat er geen spanningsschommelingen zijn 3. Controleer of alle elektische verbindingen goed zijn 4. Schakel het apparaat uit en weer aan 5. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P0 Modulebeveiliging (hardwarebestuurd) 1. Schakel het apparaat uit en verwijder de stekker 2. Controleer alle verbindingen 3. Zorg dat er geen beschadigde onderdelen zijn 4. Wacht 10 minuten 5. Steek de stekker weer in en zet het apparaat aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P1 Overspanning / Onderspanning beveiliging 1. Controleer of de voedingsspanning tussen 220-240V ligt 2. Schakel het apparaat uit en wacht 5 minuten 3. Zet het apparaat weer aan 4. Controleer of er spanningsschommelingen in het huishoudnetwerk zijn 5. Neem contact op met een elektricien als het probleem aanhoudt
P2 Overstroombeveiliging 1. Schakel het apparaat uit 2. Controleer of alle verbindingen correct zijn aangesloten 3. Verifieer dat de juiste zekering (13A of 16A) is gebruikt 4. Zorg dat het apparaat niet overbelast is 5. Wacht 10 minuten en zet het apparaat weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P4 Uitlaat overtemperatuur beveiliging 1. Zorg dat de buiteneenheid goed kan ventileren 2. Verwijder eventueel vuil of obstakels rond de unit 3. Controleer of het temperatuursysteem correct werkt 4. Schakel het apparaat uit en laat het 30 minuten afkoelen 5. Zet het apparaat weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P5 Te koude beveiliging in koelmodus 1. Controleer of de thermostaat correct is ingesteld 2. Zorg dat de binnenunit goed kan ventileren 3. Verwijder eventueel obstakels rond de luchtuitlaat 4. Stel een hogere temperatuur in 5. Schakel het apparaat uit en weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P6 Oververhitting beveiliging in koelmodus 1. Controleer of de thermostaat correct is ingesteld 2. Zorg dat de buiteneenheid goed kan ventileren 3. Verwijder eventueel vuil of obstakels rond de buitenunit 4. Stel een lagere temperatuur in 5. Schakel het apparaat uit en laat het 30 minuten afkoelen 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P7 Oververhitting beveiliging in verwarmingsmodus 1. Controleer of de thermostaat correct is ingesteld 2. Zorg dat beide eenheden goed kunnen ventileren 3. Verwijder eventueel obstakels rond de units 4. Stel een lagere temperatuur in 5. Schakel het apparaat uit en laat het 30 minuten afkoelen 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P8 Buiten oververhitting / onderkoelings beveiliging 1. Controleer de buitentemperatuur (mag niet lager zijn dan -15°C of hoger dan 53°C) 2. Zorg dat de buiteneenheid goed kan ventileren 3. Verwijder eventueel vuil, sneeuw of ijsvorming 4. Controleer of de buitentemperatuursensor correct werkt 5. Schakel het apparaat uit en weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel
P9 Aandrijfbeveiliging (softwarebestuurd) 1. Schakel het apparaat uit 2. Controleer alle verbindingen 3. Zorg dat er geen water in elektrische onderdelen is gekomen 4. Wacht 10 minuten 5. Zet het apparaat weer aan 6. Neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met TCL iQool9 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden