Stiebel Eltron WPF 27 HT Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPF 27 HT (40 pagina’s), behorend tot de categorie Waterpomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPF 27 HT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
BEDIENING EN INSTALLATIE
Brine-water-warmtepomp
»WPF 20
»WPF 27
»WPF 35
»WPF 40
»WPF 52
»WPF 66
»WPF 27 HT

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Stiebel Eltron
Categorie: Waterpomp
Model: WPF 27 HT

Handleiding Stiebel Eltron WPF 27 HT – volledige tekst

2 | WPF 20-66 www. stiebel-eltron. comINHOUD BIJZONDERE INFOBEDIENING1. Algemene info ������������������������������������������������31. 1 Geldende documenten ������������������������������������������ 31. 2 Veiligheidsaanwijzingen ��������������������������������������� 31. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie ���������� 41. 4 Maateenheden ��������������������������������������������������� 41. 5 Prestatiegegevens conform norm ���������������������������� 42. Veiligheid �����������������������������������������������������42. 1 Reglementair gebruik ������������������������������������������� 42. 2 Veiligheidsaanwijzingen ��������������������������������������� 42. 3 Keurmerk ���������������������������������������������������������� 43. beschrijving van het toestel ���������������������������������53. 1 Gebruikseigenschappen ���������������������������������������� 53.

BIJZONDERE INFO Algemene infowww. stiebel-eltron. com WPF 20-66 | 3BZONDERE INFO - Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, als-mede door personen met verminderde fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinde-ren mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebrui-kersonderhoud uitvoeren. - Aansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld.

- Houd de minimale afstanden aan om een sto-ringsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk te maken. - Op de WPM moet de parameter INGEBRUIKNA-ME / BRON / BRONMEDIUM op “Ethyleenglycol” worden gezet, omdat de warmtepomp anders bij temperaturen lager dan 7 °C wordt uitgeschakeld door de vorstbeveiligingsbewaking. - Onderhoudswerkzaamheden, zoals het controle-ren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur. - Wij adviseren om periodiek een inspectie (reële toestand vaststellen) en desgevallend een onder-houd (standaard toestand herstellen) door een installateur te laten uitvoeren. - De stroomvoorziening mag u ook buiten de verwarmingsperiode niet onderbreken. Als de stroomvoorziening wordt onderbroken, wordt de actieve vorstbescherming van de installatie niet meer gegarandeerd.

- U hoeft de installatie ‘s zomers niet uit te schake-len. De warmtepompmanager beschikt over een automatische zomer-/winteromschakeling. BEDIENING1. Algemene infoDe hoofdstukken „Bijzondere info“ en „Bediening“ zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en voor de installateur.

Het hoofdstuk „Installatie“ is bestemd voor de installateur. InfoLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze op een veilige plaats. Overhandig de handleiding in voorkomende gevallen aan een volgende gebruiker. 1. 1 Geldende documenten  Handleidingen van de warmtepompmanager WPM  Bedienings- en installatiehandleiding van de componen-ten die bij de installatie horen1. 2 Veiligheidsaanwijzingen1. 2. 1 Structuur veiligheidsaanwijzingen. TREFWOORD Soort gevaarHier staan mogelijke gevolgen, wanneer de veiligheids-aanwijzing genegeerd wordt.  Hier staan maatregelen om het gevaar af te wen-den. 1. 2. 2 Symbolen, soort gevaarSymbool Soort gevaar Letsel Elektrische schok 1. 2. 3 TrefwoordenTREFWOORD BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wan-neer deze niet in acht genomen worden.

WAARSCHUWING Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlij-den, wanneer deze niet in acht genomen worden. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht genomen worden.

BEDIENING Veiligheid4 | WPF 20-66 www. stiebel-eltron. com1. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie InfoAanwijzingen worden door horizontale lijnen boven en onder de tekst begrensd. Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het symbool dat hiernaast staat.  Lees de aanwijzingsteksten grondig door. Symbool Betekenis Materiële schade (toestel-, gevolg-, milieuschade) Het toestel afdanken  Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste han-delingen worden stapsgewijs beschreven. 1. 4 Maateenheden InfoTenzij anders wordt vermeld, worden alle maten in mil-limeter aangegeven. 1. 5 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegeven prestatiegegevens conform norm. 1. 5.

1 Norm: EN 14511De prestatiegegevens die met name in tekst, grafieken en het tech-nisch blad zijn vermeld, werden volgens de meetomstandigheden van de in de titel van deze paragraaf aangegeven norm berekend. Deze genormeerde meetomstandigheden komen doorgaans niet volledig overeen met de bestaande omstandigheden bij de ge-bruiker. Afhankelijk van de geselecteerde meetmethode en de mate waarin de geselecteerde methode afwijkt van de omstandigheden van de in de titel van deze paragraaf aangegeven norm, kunnen de afwijkingen aanzienlijk zijn. Andere factoren die de meetwaarden beïnvloeden, zijn de meet-middelen, de constellatie en ouderdom van de installatie en de debieten. Bevestiging van de aangegeven prestatiegegevens is slechts mo-gelijk, wanneer ook de hiervoor uitgevoerde meting volgens de omstandigheden van de in de titel van deze paragraaf aangegeven norm wordt uitgevoerd. 2.

Veiligheid2. 1 Reglementair gebruikHet toestel is bestemd voor het verwarmen van ruimtes binnen het werkingsgebied dat in de technische gegevens wordt vermeld. Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omge-ving. Het kan veilig worden bediend door personen die daarover niet zijn geïnstrueerd.

Het toestel kan eveneens ook buiten een huishouden gebruikt worden, bijv. in het kleinbedrijf, voor zover het op dezelfde wijze wordt gebruikt. Elk ander gebruik geldt niet als gebruik conform de voorschrif-ten. Het voorgeschreven gebruik omvat ook de naleving van deze handleiding. In geval van wijzigingen of aanpassingen aan dit toestel vervalt de garantie. 2. 2 VeiligheidsaanwijzingenLeef de volgende veiligheidsaanwijzingen en voorschriften na. De elektrische installatie en de installatie van het verwarmings-circuit mogen alleen uitgevoerd worden door een erkende, ge-kwalificeerde installateur. De erkende vakman is bij de installatie en de inbedrijfname ver-antwoordelijk voor het naleven van de geldende voorschriften. Gebruik het apparaat uitsluitend compleet geïnstalleerd en met alle veiligheidsinrichtingen.

WAARSCHUWING LetselHet toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met verminderde fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinde-ren mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren. WAARSCHUWING Letsel Gebruik het toestel om veiligheidsredenen alleen met een gesloten behuizing. 2. 3 KeurmerkZie het typeplaatje op het toestel.

BEDIENING beschrijving van het toestelwww. stiebel-eltron. com WPF 20-66 | 53. beschrijving van het toestel3. 1 GebruikseigenschappenDe WPF is een verwarmingswarmtepomp die voor het gebruik als brine-water-warmtepomp geschikt is. Aan het warmtebron-medium brine wordt door de warmtepomp op een laag tempera-tuurniveau warmte onttrokken die dan tezamen met de door de compressor opgenomen energie op een hoger temperatuurniveau aan het verwarmingswater wordt afgegeven. Bij het WP-type WPF. HT kan het verwarmingswater, afhankelijk van de temperatuur van de warmtebron, worden opgewarmd tot 75 °C aanvoertemperatuur. Afhankelijk van de temperatuur van de warmtebron kan het ver-warmingswater tot op maximaal 60 °C aanvoertemperatuur wor-den verwarmd. Met de WPF is modulair gebruik mogelijk. 3. 2 WerkwijzeHet warmtebronmedium (brine) komt in de verdamper van de warm-tepomp terecht.

Daar wordt er warmte aan onttrokken, zodat het vervolgens de warmtepomp met een lagere temperatuur verlaat. De door de warmtepomp bruikbaar gemaakte energie wordt in de condensor op het verwarmingswater overgedragen. Het verwarmingswater geeft zijn warmte vervolgens af aan het verwarmingscircuit. 4. Bediening De bediening van de warmtepomp vindt uitsluitend plaats met de warmtepompmanager WPM. Houd rekening met de handleiding van warmtepompmanager WPM. Materiële schadeDroogverwarmen van de dekvloer met vloerverwarming mag niet met de warmtepomp uitgevoerd worden. Door het droogverwarmen en de extra bedrijfsuren die daar-door ontstaan, neemt de capaciteit van de warmtebron af. Voor de daaropvolgende verwarmingswerking is de warmtebron niet meer beschikbaar.

U mag droogverwarmen niet uitvoeren met de warmtepomp, omdat bij het verwarmen met de warmtepomp de warmtebron te sterk wordt belast en beschadigd kan raken. Hier moet de elektri-sche nood-/bijverwarming voor het opwarmprogramma gebruikt worden.

Daarvoor moeten de parameters OND WERKINGSGEBIED HZG en BIVALENTIETEMPERATUUR HZG op 30°C gezet worden en moet het opwarmprogramma gestart worden. Een uitzondering hierop is slechts toegestaan, indien de fabrikant van de warmte-bron een schriftelijke goedkeuring voor droogverwarmen heeft gegeven. 5. Onderhoud en verzorging. Materiële schadeOnderhoudswerkzaamheden zoals bijv. controle van de elektrische veiligheid, mogen uitsluitend door een vak-man worden uitgevoerd. Gedurende de bouwfase moet het apparaat tegen stof en vuil worden beschermd. Wij adviseren om periodiek een inspectie (reële toestand vaststel-len) en desgevallend een onderhoud (standaard toestand herstel-len) door een installateur te laten uitvoeren. Ter verzorging van de kunststof- en metaaldelen is een vochtige doek voldoende. Gebruik geen schurende of oplossende reini-gingsmiddelen. 6.

Problemen verhelpenStoring Oorzaak OplossingGeen warm water be-schikbaar of de verwar-ming blijft koud. De zekering is defect. Controleer de zekeringen van de huisinstallatie. Waarschuw de installateur als u de oorzaak zelf niet kunt verhel-pen. Om u nog beter en sneller te kunnen helpen, deelt u hem het nummer op het typeplaatje mee. Het typeplaatje zit aan de achterzijde van het toestel. Voorbeeld van het typeplaatjeMontageanweisung beachten. Dichtheit geprüft. Made in Germany*xxxxxxxxxxxxxxxxxx*26�03�01�173611 Nummer op het typeplaatje.

INSTALLATIE Veiligheid6 | WPF 20-66 www.stiebel-eltron.comINSTALLATIE7. VeiligheidInstallatie, ingebruikneming, evenals onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur worden uitgevoerd.7.1 Algemene veiligheidsaanwijzingenWij waarborgen de goede werking en de bedrijfsveiligheid uit-sluitend bij gebruik van originele accessoires en vervangingson-derdelen voor de apparatuur.7.2 Voorschriften, normen en bepalingen InfoNeem alle nationale en regionale voorschriften en be-palingen in acht.8.

INSTALLATIE Leveringsomvangwww.stiebel-eltron.com WPF 20-66 | 79. LeveringsomvangDe warmtepomp wordt in twee verpakkingseenheden geleverd. - Warmtepomp-basistoestel - Behuizing9.1 Accessoires - Warmtepompmanager WPM - Warmtepompuitbreiding WPE - Voorraadreservoir SBP 700 E - Voorraadreservoir SBP 700 E SOL - Bouwset WPVB - Verwarmings-afstandsbediening FE 7 - Verwarmings-afstandsbediening FET - Dompel-/aanlegvoeler TAF PT - Warmtemedium concentraat (10 liter jerrycan) - Warmtemedium concentraat (30 liter jerrycan)10. Installatie10.1 TransportOpdat het toestel tegen beschadigingen beschermd is, dient het in de verpakking verticaal te worden getransporteerd.

Bewaring en transport bij temperaturen onder – 20 °C en boven + 50 °C zijn niet toegestaan.Boven in het frame bevinden zich aan de vier hoeken gaten voor de montage van hijsogen M 12, die gebruikt kunnen worden als transporthulpmiddel.De behuizing is een aparte transporteenheid en wordt pas op de installatieplaats aan het basistoestel gemonteerd.10.1.1 Demontage voor geringere diepte InfoOm het toestel door een deur met een breedte van 80cm te vervoeren, moet u de aansluitstompen en de aansluit-kast demonteren.D0000073483 Draai de schroeven op de vier aansluitstompen los. Druk de vier aansluitstompen zover in het toestel totdat de aansluitstompen niet meer boven de achterzijde van het toe-stel uitsteken.D0000073484 Maak de schroeven aan de aansluitkast los.798D000007348110.2 PlaatsingRicht de warmtepomp horizontaal uit door de poten van het toestel te verstellen.Om bevriezing van de warmtepomp bij buitenopstelling of bij op-stelling in een niet-vorstvrije ruimte te voorkomen, moet als vorst-bescherming op de cv-retour van de warmtepomp de dompel-/aanlegsensor TAF PT worden geïnstalleerd en elektrisch worden aangesloten.

INSTALLATIE Installatie8 | WPF 20-66 www.stiebel-eltron.com≥500≥500≥500≥500≥1000D0000019260U kunt ook 2 warmtepompen boven elkaar plaatsen. Gebruik hiervoor de verbindingsmodule WPVB.1154 11152269D000002035510.2.1 BuitenplaatsingAls ondergrond wordt een fundament (zie afb. D) aanbevolen. 26�03�01�0803Om de aansluiting van het apparaat te vergemakkelijken, advise-ren wij om voor de buitenopstelling flexibele voedingsleidingen te gebruiken.Alle netspanningskabels dienen vorstvrij in een installatiebuis (beschermbuis) te worden aangelegd. Laat de installatiebuizen voor de voedingsleidingen iets over de fundering uitsteken.

Let erop dat er geen water in de installatie-buizen lopen kan.Het aansluitgedeelte op de achterwand dient te worden be-schermd tegen weersinvloeden en zonnestraling.10.2.2 BinnenplaatsingDe ruimte waarin de WPF dient te worden geïnstalleerd, moet aan de volgende voorwaarden voldoen: - Stabiele vloer. Gewicht van de WPF; zie “Technische gegevens“. - Bij een zwevende vloer dienen voor een geluidsarm gebruik van de warmtepomp de vloer en de geluidsisolatie rond-om de plaatsingslocatie van de warmtepomp te worden uitgespaard.

INSTALLATIE Installatiewww. stiebel-eltron. com WPF 20-66 | 926�03�01�08021 2 341 Betonnen vloer2 Geluidsisolatie3 Zwevende vloer4 Uitsparing - De ruimte mag niet door stof, gassen of dampen explosiege-vaarlijk zijn. De in de tabel vermelde minimumwaarden voor het plaatsingsoppervlak en voor het volume in de plaatsings-ruimte mogen niet worden onderschreden. Type Volume GrondvlakWPF 20 14 m³ 5 m²WPF 27 | WPF 27 HT 16 m³ 7 m²WPF 35 23 m³ 9 m²WPF 40 23 m³ 9 m²WPF 52 28 m³ 11 m²WPF 66 33 m³ 13 m² - Bij plaatsing van de WPF in een verwarmingsruimte in combinatie met andere verwarmingsapparaten dient ervoor te worden gezorgd dat het gebruik van de andere verwar-mingstoestellen niet nadelig wordt beïnvloed. 10. 2. 3 GeluidsemissieDe warmtepomp mag niet onder of naast slaapvertrekken worden geplaatst. Buisdoorvoeropeningen in wanden en plafonds dienen te worden voorzien van trillingsdemping. 10.

3 Installatie van de warmtebroninstallatieDe warmtebroninstallatie voor de brine-water-warmtepomp dient conform de voorschriften van Stiebel Eltron te worden uitgevoerd. Toegelaten warmtedragers: - Warmtedragervloeistof als concentraat op basis van ethy-leenglycol, ordernr. : 231109 - Warmtedragervloeistof als concentraat op basis van ethy-leenglycol, ordernr. : 16169610. 3. 1 Circulatiepomp en vereiste volumestroomVoor het brinetransport dient een circulatiepomp met gegoten wikkelingen te worden gebruikt om massakortsluiting door con-denswater in het elektrische pompgedeelte te voorkomen (koud-wateruitvoering). De circulatiepomp dient overeenkomstig de installatiespecifie-ke omstandigheden te worden opgevat, d. w. z. nominale volu-mestroom en drukverliezen dienen in aanmerking te worden genomen (zie „Technische gegevens“).

Bij iedere mogelijke brinetemperatuur moet een voldoende grote volumestroom gegarandeerd zijn, dat wil zeggen: nominale volumestroom berekenen bij brinetemperatuur 0 °C met een tolerantie van + 10 %. 10. 3.

2 Aansluiting en brinevullingVóór de warmtepomp aangesloten wordt, moet het warmtebron-circuit gecontroleerd worden op dichtheid en grondig met brine gespoeld worden. Het volume van het warmtebroncircuit moet worden bepaald. Het brinevolume in de warmtepomp is te vinden in de tabel „Gege-venstabel“. Het totale volume komt overeen met het vereiste brinevolume, dat moet worden gemengd uit onverdund mono-ethyleenglycol en water. Het chloridegehalte van het water mag 300 ppm niet overschrijden. MengverhoudingDe warmtedragerconcentratie is verschillend wanneer een bo-demcollector of een aardwarmtesonde als warmtebron wordt gebruikt. De mengverhouding kan uit de volgende tabel worden afgeleid.

Ethyleenglycol WaterAardwarmtesonde 25 % 75 %Bodemcollector 33 % 67 %Na het vullen van de installatie met brine en voor de eerste inge-bruikname moet u het brinecircuit zo lang ontluchten tot er geen lucht meer in het brinecircuit aanwezig is. 10. 3. 3 Brineconcentratie controleren: Bepaal de densiteit van het ethyleenglycol-watermengsel bij-voorbeeld met behulp van een densiteitmeter/refractometer. Aan de hand van de gemeten densiteit en temperatuur kunt u de beschikbare concentratie uit het diagram aflezen. InfoDe vermelde vermogensgegevens hebben betrekking op ethyleenglycol (zie "Technische gegevens").

Materiële schadeAan de WPM moet de parameter INGEBRUIKNAME/ BRON van de inbedrijfnamelijst op „Ethyleenglycol“ gezet worden, omdat anders bij temperaturen onder 7 °C de warmtepomp door de bevriezingsveiligheidsschakelaar wordt uitgeschakeld. De broninlaattemperatuur kan in het display van de WPM onder de installatieparameter INFO/ WARMTEPOMP SYSTEEM/ BRON worden afge-lezen. 10. 4 Installatie van de CV installatieDe CV installatie (verwarmingscircuit) dient overeenkomstig de geldende technische richtlijnen te worden uitgevoerd. Voor de veiligheidstechnische uitrusting van een verwarmingsinstallatie moet de norm DIN 12828 worden gebruikt. Men dient op de juiste aansluiting van de verwarmingsaanvoer en -retour te letten.

Bescherming van de heetwaterleidingen tegen vorst en vocht (al-leen bij buitenplaatsing) aanvoer- en retourleiding moeten bij bui-tenplaatsing door een voldoende thermische isolatie tegen vorst en door het aanleggen van installatiebuizen tegen vocht worden beschermd. De vereiste dikte van de isolatiestof dient conform de verwar-mingsinstallatieverordening te worden nageleefd.

Aanvullende bescherming tegen bevriezing biedt de in de warmte-pomp geïntegreerde antivriesschakeling, die bij + 8 °C condensor-temperatuur automatisch de circulatiepomp in het warmtepomp-circuit inschakelt en op die manier in alle watervoerende delen een circulatie garandeert. Als de temperatuur in het buffervat daalt, dan wordt op zijn laatst wanneer een temperatuur van + 5 °C wordt onderschreden, automatisch de warmtepomp ingeschakeld. Voor het aansluiten op de warmtepomp dient de verwarmingsin-stallatie op dichtheid te worden gecontroleerd, grondig te worden doorgespoeld, te worden gevuld en zorgvuldig te worden ontlucht. 10. 4. 1 Zuurstofdiffusie. Materiële schadeVermijd open verwarmingsinstallaties. Gebruik bij vloer-verwarmingen met kunststofleidingen zuurstofdiffusie-dichte leidingen.

INSTALLATIE Installatiewww. stiebel-eltron. com WPF 20-66 | 1110. 4. 2 Verwarmingsinstallatie vullenWatertoestandVoor de installatie wordt gevuld, moet een analyse van het vulwa-ter beschikbaar zijn. Deze kan bijvoorbeeld opgevraagd worden bij de bevoegde watermaatschappij. Materiële schadeOm schade door steenvorming te voorkomen, moet het vulwater eventueel behandeld worden door het te ont-harden of te ontzouten. De in het hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel" vermelde grenswaarden voor het vulwater moeten absoluut nageleefd worden.  Controleer de grenswaarden 8-12 weken na de inge-bruikname en tijdens het jaarlijkse onderhoud van de installatie. Info Bij een geleidbaarheid van >1000 µS/cm is waterbehan-deling door ontzouting beter geschikt om corrosie te vermijden.

Info Geschikte toestellen voor ontharden en ontzouten en om verwarmingsinstallaties te vullen en te spoelen, kunt u via de vakhandel aankopen. Info Wanneer u het vulwater behandelt met inhibitoren of additieven, gelden de grenswaarden zoals bij ontzouting. 10. 4. 3 BuffervatOm een storingsvrij gebruik van de warmtepomp te garanderen, verdient het gebruik van een buffervat aanbeveling. Het buffervat dient voor de hydraulische ontkoppeling van de volumestroom in het warmtepompcircuit en verwarmingscircuit. Wanneer bijv. de volumestroom in het verwarmingscircuit via thermostaatkleppen wordt verminderd, dan blijft de volumestroom in het warmte-pompcircuit constant. 10. 4.

4 Circulatiepomp (bufferlaadpomp)Bij toepassing van een buffervat moet bij de uitvoering van de in te bouwen circulatiepomp rekening worden gehouden met de drukverliezen in de condensor, verbindingsleidingen, bochtstuk-ken, ventielen etc. 10. 4. 5 Circulatiepomp (verwarmingspomp)Wanneer er geen voorraadreservoir (buffervat) wordt gebruikt, dan dient de verwarmingszijdige circulatiepomp van het verwar-mingscircuit met inachtneming van het condensordrukverlies te worden uitgevoerd.

De nominale volumestroom bij ΔT = 10 K (zie “Technische gegevens“) van de warmtepomp moet door de in-bouw van een overstroomklep bij iedere bedrijfstoestand van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd zijn. 10. 4. 6 Tweede externe warmtebronBij bivalente verwarmingssystemen moet de warmtepomp altijd in de retourloop van de tweede warmtebron (bijv. olieketel) worden geïntegreerd. Hoge verwarmingswatertemperatuur:Bij bivalente verwarmingssystemen mag het retourwater van de tweede warmtebron vlak na het uitschakelen van de warmte-pomp met een temperatuur van max. 60 °C door de warmtepomp stromen. Op zijn vroegst 10 minuten na het uitschakelen mag de temperatuur 65 °C bedragen. 10. 4. 7 Warmte-energiemetersBij de inbouw van warmte-energiemeters aan de verwarmings-zijde moet het extra drukverlies in aanmerking worden genomen.

De filtersin de warmte-energiemeters gaan door de in het verwarmingscir-cuit meegevoerde vuildeeltjes gemakkelijk dichtzitten, waardoor het drukverlies verder wordt verhoogd. 10. 5 Behuizing monterenSokkelafdekking en zijdelingse afdekkingen monteren26�03�01�07911121. 2. 3.  Sokkel 1 in het toestelframe ophangen en met behulp van drie schroeven bevestigen.  Afdekkingen 2 positioneren en met elk twee schroeven aan de zijkant bevestigen.

INSTALLATIE Installatie12 | WPF 20-66 www.stiebel-eltron.comBeschermplaat en schakelkastframe monteren26�03�01�079221 Afdekplaat 1 met vier schroeven bevestigen, waarbij onder de voorste schroeven elk een tandring moet worden aangebracht. Schakelkastframe 2 met vijf schroeven bevestigen.Zijwanden en geluidsisolatie monteren26�03�01�0793112 Zijwanden 1 van boven in de beoogde gleuven en haken in het toestelframe ophangen en met een schroef onder in het schakelkastframe bevestigen. Isolatie 2 in het raamwerk aanbrengenFrontplaat monterenC26�03�01�0795 Frontplaat onderaan in het schakelkastframe ophangen, tegen het frame aandrukken en aan de zijkant met elk een schroef bevestigen.Middelste afdekkingen monterenC26�03�01�0794 De afdekking vooraan op het apparaat leggen en naar achte-ren schuiven en met twee schroeven bevestigen.

InfoVoordat de middelste afdekking en de frontplaat worden gemonteerd, moet de elektrische aansluiting tot stand worden gebracht.10.6 Behuizing demonterenDe demontage van de behuizing vindt in omgekeerde volgorde plaats.

INSTALLATIE Elektrische aansluitingwww. stiebel-eltron. com WPF 20-66 | 1311. Elektrische aansluitingDe elektrische aansluiting moet bij het bevoegde elektriciteitsbe-drijf worden aangemeld. Aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend door een erkend vak-man conform deze aanwijzing worden uitgevoerd. WAARSCHUWING elektrische schokHet apparaat moet voor het uitvoeren van werkzaam-heden aan de schakelkast van de spanning worden los-gekoppeld. WAARSCHUWING elektrische schokAansluiting op het elektriciteitsnet is alleen als vaste aansluiting mogelijk. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld. Aan deze vereiste wordt voldaan met schakelaars, vermogensschakelaars, zekeringen enz. Houdt u zich aan de NEN 1010 en aan de voorschriften van het plaatselijke elektriciteitsbedrijf (EVU).

De aansluitklemmen bevinden zich boven de schakelkast. Om het toestel op het elektrische net te kunnen aansluiten, moet de af-dekking (zie afb. K) worden gedemonteerd. In de schakelkast worden aangesloten: - de spanningsvoorziening van de warmtepompen besturing IWS - de spanningsvoorziening van de compressor - de stroomvoorziening van de brinepomp de BUS-leiding (J-Y (St) 2x2x0,8)Er dient op te worden gelet dat High, Low en Ground correct aangesloten worden. - het vrijgavesignaal voor de Stand-alone-stand op aansluit-klem X4/2. Hierbij moet de brug tussen X4/L en X4/2 worden verwijderd. De IWS (afkorting voor geïntegreerde warmtepompen besturing) is een sokkel die standaard in de schakelkast van de warmte-pompen ingebouwd is.

Hiervoor dienen in de tabel „Technische ge-gevens“ de elektrische gegevens en het elektrisch aansluitschema in acht te worden genomen. De functie van de trekontlasting dient te worden gecontroleerd. Bedieningshandleiding van de warmtepompmanager WPM in acht nemen. De circulatiepomp voor de warmtegebruikzijde dient overeen-komstig het elektrische aansluitschema resp. de voorschriften te worden aangesloten. Bij buitenplaatsing alleen weerbestendige aansluitkabels conform NEN 1010 gebruiken. Er zijn ten minste rubberen slangen met de code 60245 IEC 57 vereist. De kabels dienen in een installatiebuis (beschermbuis) te worden gelegd. Om bevriezing van de warmtepomp bij buitenopstelling of bij op-stelling in een niet-vorstvrije ruimte te voorkomen, moet op de cv-retour van de warmtepomp de dompel-/aanlegsensor TAF PT worden geïnstalleerd.

De aanlegvoeler wordt op het elektrisch net aangesloten via de aansluitklemmen X2/4 en X2/5. Wanneer de verwarmingsretour temperatuur daalt tot + 8 °C, worden de pompen van het verwarmingscircuit ingeschakeld. De terugschakelhysterese bedraagt 4K. Montage als aanlegvoelerD0000070237 Maak de buis schoon. InfoDe uitsparingen in de klembeugels hebben een verschil-lend formaat.  Duw de kleinere uitsparing van de klembeugel in een van de inkervingen van de voeler.  Duw de grotere uitsparing van de klembeugel op de voeler.  Breng warmtegeleidende pasta aan op de voeler.  Bevestig de voeler met de klembeugel en de kabelbinder. Stand-alone-functieIn geval van nood kan de warmtepomp ook zonder de warmte-pompmanager worden gebruikt (zie maatregelen bij storingen).

INSTALLATIE Eerste inbedrijfname14 | WPF 20-66 www. stiebel-eltron. com11. 1 ModulesBij modulaire constructie moeten de afzonderlijke warmtepom-pen via de klem bus 1,2,3 worden verbonden. Let erop dat zowel op WPM als aan de warmtepomp High, Low en Ground correct worden aangesloten. Elektrische aansluiting WPF 20, WPF 27, WPF 35, WPF 40, WPF 52, WPF 66, WPF 27 HTX3X5X43/N/PE ~400V 50Hz3/N/PE ~400V 50Hz~230V 50HzX2WPMBUS / SensorStörung26�03�01�0796X3 Compressor (WP)L1, L2, L3, N, PE netaansluitingX2 BeveiligingslaagspanningB6 TemperatuursensorB6 Temperatuursensor⊥BUS GroundL BUS LowH BUS HighX4 StuurspanningL, N, PE netaansluitingExt. Steuer. (Externe besturing)Stand-alone-functieON Uitgangssignaal compressorStörung (Storing) Uitgangssignaal storingX5 BrinepompL1, L2. L3, N, PE netaansluiting Info Bij iedere fout aan het toestel schakelt uitgang “Storing” een 230 V-signaal.

De uitgang geeft het signaal aan de externe regelaar door. Bij tijdelijke fouten schakelt de uitgang gedurende een bepaalde periode het signaal door. Bij fouten die tot een permanente uitschakeling van het toestel leiden, schakelt de uitgang voortdurend door. Info Zodra een compressor in werking is, schakelt de uitgang “ON” een 230 V-signaal. 12. Eerste inbedrijfname InfoGeldt niet voor de WPF27HT. Bij directe start worden de aanloopweerstanden niet bijgeschakeld.  Gebruik bij de meting van de aanloopstroom niet de directe start. De eerste inbedrijfname van het toestel alsmede de instructie van de gebruiker mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd. De ingebruikname van de WPF moet overeenkomstig deze instal-latiehandleiding en de handleiding van de warmtepompmanager WPM uitgevoerd worden.

Wanneer deze warmtepomp wordt gebruikt voor een installatie die dient voor handelsgerelateerde of economische doeleinden, moeten voor de inbedrijfname eventueel de bepalingen van de Duitse Bedrijfsveiligheidsverordening (BetrSichV) in acht worden genomen. Neem voor meer informatie contact op met de verant-woordelijke toezichthoudende instantie (bijv. TÜV). Een werkings-test van de toestellen inclusief de controle van de ingebouwde veiligheidsvoorzieningen is reeds bij de fabricage in de fabriek uitgevoerd.

INSTALLATIE Eerste inbedrijfnamewww. stiebel-eltron. com WPF 20-66 | 15Na de inbedrijfname moet het in deze handleiding opgenomen inbedrijfnameprotocol door de installateur worden ingevuld. Voor de inbedrijfname dienen de volgende punten te worden ge-controleerd: VerwarmingsinstallatieWerd de verwarmingsinstallatie op de correcte druk gevuld en de snelontluchter geopend. TemperatuurvoelerWerden buitenvoeler en retourvoeler (in combinatie met het buf-fervat) correct aangesloten en geplaatst. NetaansluitingWerd de netaansluiting vakkundig uitgevoerd. Materiële schadeDe compressor in het toestel kan slechts in één draairich-ting werken. Als het toestel verkeerd wordt aangesloten, blijft de compressor 30 seconden in werking, waarna hij uitschakelt. In dit geval verschijnt de storingsmelding „Geen vermogen“ op de warmtepompmanager.

Verander dan de richting van het draaiveld door twee fasen om te keren. Wanneer alles correct is uitgevoerd, kan het systeem tot de maxi-male bedrijfstemperatuur worden verwarmd en nogmaals worden ontlucht. Materiële schadeBij vloerverwarming dient op de maximale systeemtem-peratuur te worden gelet. 12. 1 Instelling stooklijn bij eerste ingebruiknameHet rendement van een warmtepomp neemt af naarmate de aanvoertemperatuur stijgt. Stel de stooklijn zorgvuldig in. Als de stooklijn te hoog wordt ingesteld, sluiten de zone- of thermosta-tische kranen, zodat het vereiste minimale debiet in het verwar-mingscircuit eventueel niet kan worden gehaald. Aan de hand van de volgende procedure kunt u de stooklijn correct instellen: Open volledig de thermostatische of zonekranen in een re-gelkamer (bijvoorbeeld woon- en badkamer).

Het is aan te bevelen geen thermostatische kranen of zone-kranen te monteren in de regelkamer. Regel voor deze ruim-tes de temperatuur met behulp van een afstandsbediening.  Pas bij verschillende buitentemperaturen (bv.

–10°C en 10 °C) de stooklijn zo aan dat de gewenste temperatuur in de regelkamer wordt behaald. Richtwaarden voor het begin:Parameters Vloerverwarming RadiatorverwarmingVerwarmingscurve 0,4 0,8Regeldynamiek 10 10Comfort temperatuur 20 °C 20 °CAls de kamertemperatuur in het overgangsseizoen (ca. 10°C buitentemperatuur) te laag is, moet u de parameter COMFORT TEMPERATUUR verhogen. InfoAls er geen afstandsbediening geïnstalleerd is, leidt een verhoging van de parameter COMFORT TEMPERATUUR tot een parallelle verschuiving van de stooklijn. Als de kamertemperatuur bij lage buitentemperaturen te laag is, moet u de parameter Stooklijn verhogen. Als u de parameter Stooklijn heeft verhoogd, moet u bij hogere buitentemperaturen de zonekraan of de thermostatische kraan in de referentieruimte op de gewenste temperatuur instellen.

InfoVerlaag de temperatuur in het volledige gebouw niet door alle zonekranen of thermostatische kranen dicht te draaien, maar door gebruik te maken van de verlagings-programma's. 12. 2 Bediening en bedrijfVoor het gebruik van de warmtepomp is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk. De warmtepompmanager regelt de gehele ver-warmingsinstallatie. Hier worden alle noodzakelijke instellingen voor en tijdens het bedrijfsgebruik tot stand gebracht. Alle instellingen in de inbedrijfnamelijst van de warmtepompma-nager WPM moeten door de vakman worden uitgevoerd. Materiële schadeNormaal gesproken is het niet nodig om de installatie in de zomer uit te schakelen, omdat de WPM over een automatische zomer / winter- omschakeling beschikt. Bij uitschakeling van de installatie dient de WPM op stand-by te worden gezet. De veiligheidsfuncties ter bescherming van de installatie (bijv.

vorstbescherming) blijven zo be-houden. Wanneer de warmtepomp bij buitenplaatsing of in een plaatsings-ruimte waarin vorstgevaar bestaat wordt uitgeschakeld, moet het water uit de installatie worden afgetapt.

Het in de condensor aanwezige water moet na het verwijderen van de rechter zijwand via de toegankelijke vul- en aftapkraan (zie afb. “Opbouw van het toestel”) worden afgetapt. 12. 3 Overdracht van het toestelLeg aan de gebruiker de werking van het toestel uit en maak hem vertrouwd met het gebruik. InfoOverhandig deze bedienings- en installatiehandleiding om deze zorgvuldig te bewaren. Alle informatie in deze aanwijzing moet zeer nauwkeurig worden opgevolgd. Hier vindt u instructies voor de veiligheid, de bediening, de installatie en het onderhoud van het toestel.

INSTALLATIE Onderhoud16 | WPF 20-66 www. stiebel-eltron. com13. Onderhoud WAARSCHUWING Elektrische schokHet apparaat moet voor het uitvoeren van werkzaam-heden aan de schakelkast van de spanning worden los-gekoppeld. Materiële schadeEén keer per jaar moet het koelcircuit van de warmte-pomp WPF 20, 27, 35, 40, 52, 66 overeenkomstig DECREET (EG) nr. 517/2014 op dichtheid worden gecontroleerd. De dichtheidscontrole moet in het logboek worden ge-documenteerd. Wij adviseren om periodiek een inspectie (controleren van de ac-tuele toestand) en, indien nodig, een onderhoudsbeurt (herstellen van de nominale toestand) uit te voeren. Indien er warmtehoeveelheidmeters ingebouwd zijn, dienen de licht verstopt rakende zeven ervan regelmatig te worden gerei-nigd. Bij storingen in de werking van de warmtepomp (bijv.

aanspreken van de hogedrukbeveiliging) door afzettingen van corrosiepro-ducten (roestneerslag) in de condensor helpt alleen het chemisch losweken met behulp van geschikte oplosmiddelen door de sto-ringsdienst. In de compressor is een vast ingestelde motorbeveiligingsscha-kelaar ingebouwd. 14. Storingen opheffen WAARSCHUWING Elektrische schokSchakel het toestel voor aanvang van de werkzaamheden spanningsvrij in de schakelkast. Controle van de instellingen op de IWSBA321426�03�01�06611 Lichtdioden2 Schuifschakelaar (BA)3 Resettoets4 Schuifschakelaar (WP-type)De schakelkast met de „geïntegreerde WP-besturing“ (IWS) is toe-gankelijk na verwijdering van de frontplaat. Hieronder worden de vereiste instellingen van de IWS voor de WPF vermeld:14. 1 Schuifschakelaar (WP-type)FabrieksinstellingWP - TypON1 2 3 4D0000057058 Controleer of de schuifschakelaar correct is ingesteld. 14.

Als de warmtepompmanager WPM defect is, kan de warmtepomp in noodgevallen ook in STAND-ALONE-werking worden gebruikt. In deze werkwijze bestaat er geen communicatie met de WPM. Er wordt op een vaste nominale waarde geregeld: de warmtepomp schakelt bij 50 °C aan en bij 55 °C uit. Daartoe moet op de klem X4/2 230 V worden aangelegd en moet op de klemmen voeler X2/4 en X2/5 een aanlegvoeler AV F 6 als retourvoeler worden aangesloten. De voeler moet worden aangesloten op de verwar-mingsretour (hoofdstuk Opbouw van het toestel). De functie wordt door de rechter groene LED-indicator aangegeven. Materiële schadeIn de STAND-ALONE-stand moet de brug tussen X4/1 en 2 worden verwijderd. 14.

3 LichtdiodenRode LED-indicator (links)Storingen die door de LED-indicator worden weergegeven: - Hogedrukstoring - Lagedrukstoring - Hardwarestoring op de IWS (zie de meldingslijst van de warmtepompmanager)Storing Oorzaak OplossingHet toestel schakelt uit en start opnieuw na het ver-strijken van de stilstand-tijd. De rode LED-indica-tor knippert. Er is een storing in de warmtepomp opge-treden. Controleer de foutmelding in de WPM. Zoek de oplossing in de handleiding van de WPM (storingslijst). Voer een reset van de IWS uit.

INSTALLATIE Technische Gegevenswww.stiebel-eltron.com WPF 20-66 | 17Storing Oorzaak OplossingHet toestel schakelt voortdurend uit. De rode LED-indicator blijft verlicht. Er zijn vijf storingen opgetreden binnen een looptijd van de com-pressor van 2 uur. Controleer de foutmelding in de WPM. Zoek de oplossing in de handleiding van de WPM (storingslijst). Voer een reset van de IWS uit.Groene LED-indicator (midden)De LED-indicator knippert tijdens de initialisering en is constant verlicht nadat het toekennen van het busadres is geslaagd. Er is een verbinding met de WPM.Groene LED (rechts)Brandt bij ingestelde STAND-ALONE-stand continu.14.4 ResettoetsZie hoofdstuk “Ingebruikname/resetmogelijkheden IWS” in de Bedienings- en installatiehandleiding van de WPM bij verkeerde initialisatie.15.

INSTALLATIE Technische Gegevens36 | WPF 20-66 www. stiebel-eltron. com15. 13 GegevenstabelPrestatiegegevens gelden voor nieuwe toestellen met schone warmtewisselaars. Het vermogensverbruik van de geïntegreerde hulpaandrijvingen is aangegeven als maximumwaarde en kan variëren afhankelijk van het bedrijfspunt. Het vermogensverbruik van de geïntegreerde hulpaandrijvingen is al aangegeven in de vermogensgegevens van de warmtepomp in overeenstemming met EN14511.

38 | WPF 20-66 www.stiebel-eltron.comGARANTIE | MILIEU EN RECYCLING GarantieVoor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaat-schappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze doch-termaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.Milieu en recyclingWij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPF 27 HT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden