Soler & Palau TD SILENT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Soler & Palau TD SILENT (92 pagina’s), behorend tot de categorie Ventilator. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Soler & Palau TD SILENT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Soler & Palau |
| Categorie: | Ventilator |
| Model: | TD SILENT |
Handleiding Soler & Palau TD SILENT – volledige tekst
38NLNEDERLANDSDeze handleiding bevat belangrijke informatie en moet zorgvuldig worden gelezen door be-voegde personen vóór enig gebruik, het trans-port, de inspectie en de installatie van het pro-duct. Hoewel alle aandacht aan het opstellen van deze instructies en de gegeven informatie is besteed, is het echter de verantwoordelijk-heid van de monteur ervoor te zorgen dat het systeem voldoet aan de nationale en interna-tionale voorschriften, in het bijzonder met be-trekking tot de veiligheid. De fabrikant, Soler & Palau Sistemas de Ventilación SLU is niet verantwoordelijk voor breuken, ongelukken of andere problemen als gevolg van het niet nale-ven van de instructies in deze handleiding. De ventilatoren in deze handleiding zijn ver-vaardigd volgens de strenge voorschriften betreffende kwaliteitscontrole, zoals de inter-nationale norm ISO 9001.
Zodra het product is geïnstalleerd, moet deze handleiding worden doorgegeven aan de eindgebruiker. AANBEVELINGENAlle handelingen, inclusief het transport, de installatie, de controle, het onderhoud, de vervanging van reserveonderdelen, de re-paratie en het beheer van het einde van de levensduur, moeten worden uitgevoerd door bevoegd en gekwalifi ceerd personeel. Alvorens dit apparaat te gebruiken, zorg er-voor dat het is afgesloten van het stroomnet, zelfs als het apparaat is uitgeschakeld. Dit apparaat niet gebruiken in explosieve of corrosieve omgevingen. De koper, de monteur, de gebruiker, is ver-antwoordelijk om er op toe te zien dat deze ventilator is geïnstalleerd, gebruikt en onder-houden door bevoegd personeel, en daarbij alle veiligheidsmaatregelen toepast, zoals de voorschriften en normen van toepassing in het land.
Indien nodig, zijn beschermings- en veiligheidsaccessoires be-schikbaar in de S&P-catalogus volgens de in-stallatiebehoeften. Deze handleiding is onderhevig aan wijzigin-gen wegens technische ontwikkelingen van de ventilator; de afbeeldingen en tekeningen zijn mogelijk vereenvoudigde weergaves. De verbeteringen en wijzigingen van de ventila-tor kunnen leiden tot kleine verschillen in de weergave van de handleiding. S&P behoudt zich het recht het product te herzien zonder voorafgaande kennisgeving. De omgevingstemperatuur van de ventilator mag niet worden overschreden. Deze ligt door-gaans tussen -20°C en +40°C, tenzij anders aangegeven. Geef vrije toegang tot de ventilator voor in-spectie, onderhoud en reparatiewerken. De gebruiker is verantwoordelijk voor het on-derhoud van de ventilator, vooral als stof en ma-terialen zich kunnen ophopen in de ventilator.
De beschermroosters niet verwijderen, noch de inspectiedeuren openen wanneer de venti-lator draait. Indien de ventilator wordt gebruikt in omgevin-gen met een relatieve vochtigheidsgraad hoger dan 95%, raadpleeg eerst de technische dienst van S&P. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden ge-nomen om te voorkomen dat er uitlaatgassen terugstromen vanuit rookkanalen of andere, in dezelfde ruimte geïnstalleerde toestellen die werken op gas of andere brandstoffen. De volgende risico’s zijn geïdentifi ceerd en moeten in acht worden genomen:• Een onjuiste installatie of andere toepassing vormt een veiligheidsrisico. • Draaisnelheid: wordt aangeduid op de ven-tilatorplaat. Nooit deze snelheid overschrij-den. • Draairichting van de turbine: doorgaans aangeduid op de ventilator met een pijl. De turbine niet in tegengestelde richting laten draaien.
39NL• Bedrijfstemperaturen: worden aangeduid op de ventilatorplaat. De grenzen niet over-schrijden. • Vreemde voorwerpen: zorg ervoor dat er geen enkel voorwerp of overblijvende mon-tagematerialen achterblijven in de buurt van de ventilator die kunnen worden opge-zogen of verplaatst. Indien de ventilator is verbonden met leidingen, controleer of deze schoon zijn alvorens ze aan te sluiten. • Elektrische gevaren: de waarden op het ty-peplaatje niet overschrijden, controleer of de aarding correct is uitgevoerd en contro-leer regelmatig, elke zes maanden, de waar-den. • Thermische beveiliging: moet telkens ope-rationeel zijn, en mag nooit worden afgeslo-ten. • In de vaste bedrading moeten uitschakelin-richtingen worden opgenomen overeenkom-stig de bedradingsvoorschriften.
Er moet een externe uitschakelinrichting aanwezig zijn, die als “aangewezen” uitschakelinrich-ting zal functioneren, en:1) Het moet de «Leiding» uitschakelen, ter-wijl uitschakeling van de «Neutrale» op-tioneel is;2) De UIT-stand moet duidelijk worden aan-gegeven;3) De apparatuur mag niet zo worden ge-plaatst dat deze moeilijk te bedienen is; en4) De beveiligingsinrichting moet ten minste 10A, 250 V, kromme type C zijn. TRANSPORT, MANIPULATIE• De verpakking van dit apparaat is ontworpen voor normale transportomstandigheden en om het apparaat te beschermen tegen vuil. Het apparaat mag niet worden vervoerd zon-der de originele verpakking, aangezien het kan worden vervormd of beschadigd. • Aanvaard geen apparaat dat niet in zijn ori-ginele verpakking zit of tekenen van gebruik vertoont. • Schokken of vallen vermijden. Niet te veel gewicht op de verpakking plaatsen.
• Het apparaat nooit optillen met de kabels, de klemmenkast, de propeller, de turbine of het beschermrooster. • Gebruik bij zware producten hefapparatuur om schade aan personen en het product te voorkomen. • Het liftsysteem moet veilig en geschikt voor hetgewicht en de grootte van het te verplaat-sen product zijn.
Speciale aandacht is nodig voor de ventilatie-eenheden met risico op vervorming of kanteling. • Zodra de ventilator is opgesteld, moet deze op een vlak oppervlak worden geplaatst om vervorming te voorkomen. OPSLAGHet product moet worden opgeslagen in de originele verpakking en op een droge plaats, beschermd tegen vuil, vochtigheid, corrosie en belangrijke temperatuurverschillen. Indien deze toegankelijk zijn, wordt aangera-den de invoer en uitvoer van de ventilator te bedekken om te voorkomen dat vreemde voor-werpen binnendringen. INSTALLATIE Alvorens de ventilator te gebruiken, zorg er-voor dat deze is afgesloten van het stroomnet, zelfs als deze is uitgeschakeld, en dat niemand hem kan aanzetten tijdens de interventie. Alvorens de installatie te starten, garandeer dat de ventilator geschikt is voor de toepas-sing.
Controleer of de structuur waarin de ven-tilator wordt geïnstalleerd voldoende bestand is om het apparaat te ondersteunen, zodat deze op volle kracht kan draaien. Gebruik alle bevestigingen. De ventilator moet op een stevige basis op niveau worden ge-plaatst en de luchtstroom moet in acht worden genomen. Voorzie alle nodige accessoires voor een cor-recte en veilige montage, zoals bevestigingen, anti-trilmiddelen, beschermroosters, etc. De fl exibele koppelingen moeten worden ge-spannen om verstoring van de luchtstroom te vermijden. INBEDRIJFSTELLING• Controleer of de spannings- en frequentie-waarden van het stroomnet gelijk zijn aan de.
40NLwaarden op het typeplaatje (maximale span-ningsvariatie ± 10%). • Controleer of de aarding, de aansluitingen aan de klemmen, de afdichtingen in de ka-belingangen correct zijn uitgevoerd. • In overeenstemming met de machinericht-lijn, indien de ventilator toegankelijk is voor de gebruiker en er sprake is van een gezond-heidsrisico, moeten de nodige beveiligingen worden geïnstalleerd (zie S&P-catalogus). • Controleer of de bewegende delen vrij kun-nen bewegen. • Controleer dat er geen overblijvende mon-tagematerialen of vreemde voorwerpen kunnen worden opgezogen door de ventila-tor of zich in de buurt of in de leidingen van de ventilator bevinden. • Controleer of alle steunen goed zijn beves-tigd en niet beschadigd. • Bescherm het werkgebied en zet de motor aan. • Controleer of de draairichting van de propel-ler en de luchtstroom correct zijn.
• Controleer dat er geen abnormale trillingen worden waargenomen, dat het verbruik de aangeduide waarden op het typeplaatje van de ventilator niet overschrijdt. • Controleer na twee uur bedrijf of de bevesti-gingen nog steeds vastzitten. •Deze apparaat wordt geschikt geacht voor toepassing in landen met een warm en vochtig klimaat, zoals wordt gespecifi ceerd in de norm IEC 60721-2-1. Ook in andere landen mag hij toe-gepast worden. ELEKTROMOTORENVolg voor de elektrische aansluiting het aan-sluitschema in de handleiding of de klemmen-kast van de motor. Bescherm de stroomkabels tegen mechani-sche schade aan de motor. Er mag geen enkel thermisch beschermtoestel in het stroomcircuit in modus rookafvoer staan. In ventilatiemodus moet de motor beschermd worden door een thermisch magnetische be-scherming.
De meeste ventilatoren van S&P worden ge-leverd met wartels aangepast aan kabels die doorgaans worden gebruikt in elektrische in-stallaties. Als de monteur echter een kabel ge-bruikt waarbij de wartel moet worden vervan-gen, levert S&P geen alternatief.
De monteur is verantwoordelijk voor de goede pasvorm van de kabel en de wartel met de toepassing en in overeenstemming met de richtlijnen van het land. Zorg ervoor dat de thermische beveiligingen zijn aangesloten en functioneren. Zorg ervoor dat het systeem veilig is in geval van stroomstoring van de ventilator. Zorg er-voor dat er geen gevaar is voor oververhitting van de onderdelen (elektrische baterijen,. ). Voorzie voorzorgsmaatregelen om de ventila-tor te starten na een stroomstoring. De motoren zijn uitgerust met levenslang ge-smeerde lagers. Opgelet: Nooit verschillende soorten smeer mengen. De motoren verbonden met een frequen-tieomvormer mogen niet draaien tegen een snelheid hoger dan de snelheid aangeduid op het typeplaatje, evenmin tegen een snelheid lager dan 20% van de snelheid op het type-plaatje, zonder eerst te overleggen met de fabrikant.
Men raadt echter een minimum-snelheid van 20 Hz aan. Indien de lengte van de kabel tussen de om-vormer en de motor langer is dan 20 meter, voeg een sinusvormige fi lter toe aan de uit-gang van de omvormer. Indien de lengte van de kabel tussen de om-vormer en de motor langer is dan 50 meter, voeg een EMC-fi lter toe aan de uitgang van de omvormer. ONDERHOUD – REPARATIESHet onderhoud en de reparaties van het pro-duct moeten worden uitgevoerd door bevoeg-de personen en volgens de lokale en inter-nationale normen. Alvorens dit apparaat te gebruiken, zorg ervoor dat dit is afgesloten van het stroomnet, zelfs als het apparaat is uitgeschakeld, en dat niemand het apparaat kan aanzetten tijdens de interventie. Het apparaat moet regelmatig worden ge-controleerd. De frequentie hiervan moet zijn gebaseerd op de arbeidsomstandigheden om vuilophoping in de propeller, turbines, motores.
41NLen roosters te voorkomen, wat kan leiden tot risico’s en de levensduur ervan aanzienlijk kan verminderen. De verifi catieprocedure moet gebeuren in functie van de gebruiksvoorwaarden. Bij alle onderhouds- en reparatiewerken moe-ten de geldende veiligheidsnormen van elk land in acht worden genomen. Bij de schoon-maak moet heel voorzichtig te werk worden gegaan om de propeller of turbine niet uit ba-lans te brengen. Besteed aandacht aan de geluiden, trillingen of ongewone temperaturen. Indien een pro-bleem wordt gedetecteerd, moet de ventilator onmiddellijk worden gestopt om de oorzaak te achterhalen. De staat van de propellers of turbines moet re-gelmatig worden gecontroleerd om het risico op onbalans en trillingen te vermijden. RESERVEONDERDELENStart niet voordat u de veiligheidsprocedure hebt gelezen, begrepen en correct hebt uitge-voerd.
Zorg ervoor dat de personen bevoegd zijn voor het vereiste werk, dat de reserveonderdelen geschikt zijn voor de toepassingen, dat de ge-bruikte instrumenten en materialen beschik-baar zijn en zonder gevaar voor de omgeving. Identifi ceer de onderdelen en debevestigingen die moeten worden gedemonteerd om deze opnieuw op hun plaats te bevestigen. Duid de gebruikte schroeven en afstellingen aan. Dit is belangrijk bij de bevestiging van de motor waarbij vulstukken worden gebruikt om te garanderen dat de propeller of de turbine worden gecentreerd. CORRECTE INSTALLATIEDe ventilatoren zijn ontworpen en getest om te worden aangesloten aan een net die de nadelige gevolgen van een onjuiste installa-tie beperkt. De ventilatoren moeten zodanig worden geïnstalleerd dat de luchtinlaat niet wordt geblokkeerd en goed afgemeten, en dat de luchtstroom bij de uitlaat niet te veel wordt verstoord.
Koppel de ventilator los van het stroomnet, evenals alle gerelationeerde elektrische uit-rusting en zorg ervoor dat niemand deze op-nieuw kan aansluiten tijdens de bediening. Scheid de ventilator van het ventilatienet en bescherm de openingen om te vermijden dat vuil of andere materialen binnenkomenVerwijder en demonteer de reserveonderdelen volgens de nationale en internationale nor-men. De regelgeving van de EG en onze ver-plichtingen t. o. v. de komende genera-ties verplichten ons materialen te re-cycleren. Wij verzoeken u dringend de verpakkingsresten in de overeenkom-stige recyclagecontainer te deponeren. Als uw apparaat ook van dit symbool is voorzien, wilt u het dan afvoeren bij een milieustraat, wanneer het niet meer te maken is. De ventilatoreenheid is hoofdzakelijk gemaakt van staal, koper, ferriet, aluminium en kunst-stof.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Soler & Palau TD SILENT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ventilator Soler & Palau
Handleiding Ventilator
Nieuwste handleidingen voor Ventilator