Smeg STA6444 Handleiding

Smeg Vaatwasser STA6444

Bekijk gratis de handleiding van Smeg STA6444 (42 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Smeg STA6444 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/42
GEBRUIKSAANWIJZING
LEIDRAAD VOOR HET GEBRUIK VAN DE VAATWASSER

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Vaatwasser
Model: STA6444

Handleiding Smeg STA6444 – volledige tekst

Inhoudsopgave 1 1. Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik ______________________ 2 2. Installatie en inbedrijfstelling _______________________________ 5 3. Beschrijving van het bedieningspaneel _______________________ 9 4. Gebruiksinstructies _____________________________________ 20 5. Schoonmak en onderhoud________________________________ 33 6. Oplossingen voor storingen in de werking____________________ 37 Wij wensen u van harte te bedanken voor uw keuze voor dit product van ons. Wij bevelen aan om alle instructies in deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen om op de hoogte te zijn van de meest geschikte voorwaarden voor een correct en veilig gebruik van uw vaatwasser.

De volgorde van de afzonderlijke paragrafen is erop gebaseerd dat u stap voor stap alle functies van het apparaat leert kennen, de teksten zijn gemakkelijk te begrijpen en worden geïllustreerd met gedetailleerde afbeeldingen. U zult hier tevens praktische aanbevelingen vinden voor het gebruik van korven, sproeiarmen, bakjes, filters, wasprogramma's en de juiste instelling van de bedieningsorganen. De hier verstrekte reinigingsadviezen stellen u in staat om de prestaties van uw vaatwasser altijd optimaal te houden. In deze eenvoudig te raadplegen gebruiksaanwijzing zult u de antwoorden kunnen vinden op al uw vragen met betrekking tot het gebruik van de vaatwasser. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR: deze instructies zijn bestemd voor de bevoegde installateur die is belast met de installatie, inbedrijfstelling en het uitproberen van het apparaat.

Aanwijzingen 2 1. Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik DEZE HANDLEIDING IS EEN WEZENLIJK ONDERDEEL VAN HET APPARAAT: HIJ DIENT ALTIJD IN ZIJN GEHEEL SAMEN BIJ HET APPARAAT TE WORDEN BEWAARD. VÓÓR DE INGEBRUIKNEMING BEVELEN WIJ AAN OM DE IN DEZE HANDLEIDING OPGENOMEN AANWIJZINGEN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN. DE INSTALLATIE MOET DOOR BEVOEGD PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD MET INACHTNEMING VAN DE GELDENDE NORMEN. DIT APPARAAT IS BESTEMD VOOR EEN HUISHOUDELIJK GEBRUIK EN BEANTWOORDT AAN DE MOMENTEEL VAN TOEPASSING ZIJNDE RICHTLIJNEN 2006/95 EEG EN 2004/108 EEG, MET INBEGRIP VAN HET VOORKOMEN EN ELIMINEREN VAN RADIOSTORINGEN. HET APPARAAT IS ONTWIKKELD VOOR DE VOLGENDE WERKZAAAMHEDEN: HET WASSEN EN DROGEN VAN DE VAAT; IEDER ANDER GEBRUIK DIENT ALS ONEIGENLIJK TE WORDEN BESCHOUWD. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ENIG GEBRUIK DAT AFWIJKT VAN HETGEEN IS VOORZIEN.

HET TYPEPLAATJE MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMER EN DE MERKING IS ZICHTBAAR OP DE RAND AAN DE BINNENKANT VAN DE DEUR. HET PLAATJE OP DE RAND AAN DE BINNENKANT VAN DE DEUR MAG NOOIT WORDEN VERWIJDERD. LAAT DE RESTEN VAN DE VERPAKKING NIET ONBEWAAKT IN DE HUISELIJKE OMGEVING LIGGEN. VERDEEL DE VERSCHILLENDE VAN DE VERPAKKING AFKOMSTIGE AFVALMATERIALEN EN BRENG ZE NAAR HET DICHTSBIJZIJNDE CENTRUM VOOR GESCHEIDEN AFVALINZAMELING. DE AARDAANSLUITING IS VERPLICHT OP DE DOOR DE VEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE INSTALLATIES VOORZIENE WIJZE. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ENIG LETSEL AAN PERSONEN OF SCHADE AAN ZAKEN ALS GEVOLG VAN EEN ONTBREKENDE OF GEBREKKIGE AARDAANSLUITING. BIJ PLAATSING VAN HET APPARAAT OP VLOEREN MET VLOERBEDEKKING MOET U CONTROLEREN OF DE OPENINGEN AAN DE ONDERZIJDE NIET WORDEN AFGESLOTEN.

Aanwijzingen 3 HET AFGEDANKTE APPARAAT MOET ONBRUIKBAAR WORDEN GEMAAKT. SNIJD, NA DE STEKER UIT HET STOPCONTACT TE HEBBEN GETROKKEN, DE VOEDINGSKABEL DOOR. MAAK DE VOOR KINDEREN GEVAARLIJKE DELEN (SLUITINGEN, DEUREN ENZ. ) ONGEVAARLIJK. DIT APPARAAT IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN VOLGENS DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/96/EG INZAKE AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATEN (AEEA). DOOR ERVOOR TE ZORGEN DAT DIT PRODUCT OP DE JUISTE MANIER ALS AFVAL WORDT VERWERKT, HELPT U MOGELIJK NEGATIEVE CONSEQUENTIES VOOR HET MILIEU EN DE MENSELIJKE GEZONDHEID TE VOORKOMEN DIE ANDERS ZOUDEN KUNNEN WORDEN VEROORZAAKT DOOR ONJUISTE VERWERKING VAN DIT PRODUCT ALS AFVAL. HET SYMBOOL OP HET PRODUCT OF OP DE BIJBEHORENDE DOCUMENTATIE GEEFT AAN DAT DIT PRODUCT NIET ALS HUISHOUDELIJK AFVAL MAG WORDEN BEHANDELD.

IN PLAATS DAARVAN MOET HET WORDEN AFGEGEVEN BIJ EEN VERZAMELPUNT VOOR RECYCLING VAN ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATEN. AFDANKING MOET WORDEN UITGEVOERD IN OVEREENSTEMMING MET DE PLAATSELIJKE MILIEUVOORSCHRIFTEN VOOR AFVALVERWERKING. VOOR NADERE INFORMATIE OVER DE BEHANDELING, TERUGWINNING EN RECYCLING VAN DIT PRODUCT WORDT U VERZOCHT CONTACT OP TE NEMEN MET HET STADSKANTOOR IN UW WOONPLAATS, UW AFVALOPHAALDIENST OF DE WINKEL WAAR U HET PRODUCT HEEFT AANGESCHAFT. BIJ STORINGEN MOET U HET APPARAAT VAN HET ELEKRICITEITSNET LOSKOPPELEN EN DE WATERKRAAN SLUITEN. GEBRUIK GEEN TIJDENS HET TRANSPORT BESCHADIGDE APPARATEN. RAADPLEEG, BIJ TWIJFEL, UW WEDERVERKOPER. HET APPARAAT MOET WORDEN GEÏNSTALLEERD EN AANGESLOTEN OVEREENKOMSTIG DE DOOR DE FABRIKANT VERSTREKTE INSTRUCTIES OF DOOR BEVOEGD PERSONEEL. DE VAATWASSER MOET WORDEN GEBRUIKT DOOR VOLWASSEN PERSONEN.

HET GEBRUIK ERVAN DOOR PERSONEN MET BEPERKTE LICHAMELIJKE EN/OF VERSTANDELIJKE VERMOGENS IS UITSLUITEND TOEGESTAAN ONDER TOEZICHT VAN EEN PERSOON DIE VERANTWOORDELIJK IS VOOR HUN VEILIGHEID. HOUD KINDEREN UIT DE BUURT VAN DE AFWASMIDDELEN EN VAN DE VERPAKKINGSMATERIALEN (PLASTIC ZAKJES, POLYSTYROL, ENZ.

); STA NIET TOE DAT ZE IN DE BUURT VAN DE VAATWASSER KOMEN EN ERMEE SPELEN, ER ZOUDEN RESTEN AFWASMIDDEL IN KUNNEN ZIJN ACHTERGEBLEVEN DIE ONHERSTELBARE SCHADE AAN DE OGEN, MOND EN KEEL KUNNEN VEROORZAKEN EN ZELFS TOT VERSTIKKING KUNNEN LEIDEN. GEBRUIK GEEN OPLOSMIDDELEN ZOALS ALCOHOL EN TERPENTINE IN HET APPARAAT DIE TOT ONTPLOFFINGEN KUNNEN LEIDEN. PLAATS GEEN MET AS, WAS OF VERF BEVUILDE VAAT IN HET APPARAAT.

Aanwijzingen 4 DE VAATWASSER KAN KANTELEN ALS GEVOLG VAN HET LEUNEN OF ZITTEN OP DE OPEN DEUR, MET ALLE RISICO'S VAN DIEN VOOR DE PERSONEN. OM TE VOORKOMEN DAT U EROVER STRUIKELT MOET U DE DEUR VAN DE VAATWASSER NIET OPEN LATEN STAAN. DRINK, NA BEËINDIGING VAN HET WASPROGRAMMA EN VOOR HET DROGEN, NIET VAN HET EVENTUEEL IN DE VAAT OF DE VAATWASSER ACHTERGEBLEVEN WATER. MESSEN EN ANDER KEUKENGEREI MET SCHERPE PUNTEN MOETEN MET DE PUNT NAAR BENEDEN IN DE CONTAINER WORDEN GEZET OF HORIZONTAAL IN DE BOVENSTE KORF GELEGD, WAARBIJ U ERVOOR MOET OPLETTEN DAT U ZICH NIET VERWONDT EN DAT ZE NIET UIT DE CONTAINER NAAR BUITEN STEKEN. MET ACQUASTOP UITGEVOERDE MODELLEN ACQUASTOP IS EEN INRICHTING DIE BIJ LEKKAGES OVERSTROMINGEN VOORKOMT. NA DE INTERVENTIE VAN DE ACQUASTOP MOET EEN BEVOEGD TECHNICUS WORDEN GERAADPLEEGD OM DE OORZAAK VAN DE STORING OP TE SPOREN EN TE VERHELPEN.

BIJ DE MET ACQUASTOP UITGEVOERDE MODELLEN BEVAT DE TOEVOERSLANG EEN ELEKTROMAGNETISCHE KLEP. SNIJD DE SLANG NIET DOOR EN LAAT DE ELEKTROMAGNETISCHE KLEP NIET IN HET WATER VALLEN. BIJ BESCHADIGING VAN DE TOEVOERSLANG MOET U HET APPARAAT LOSKOPPELEN VAN DE WATERLEIDING EN HET ELEKTRICITEITSNET. ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE MOET HET APPARAAT KORT WORDEN UITGEPROBEERD OVEREENKOMSTIG DE HIERNA VERSTREKTE INSTRUCTIES. ALS HET APPARAAT NIET MOCHT FUNCTIONEREN MOET U HET VAN DE ELEKTRICITEITSNET LOSKOPPELEN EN DE DICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE DIENST WAARSCHUWEN. PROBEER NIET OM HET APPARAAT TE REPAREREN. DE VAATWASSER BEANTWOORDT AAN ALLE DOOR DE GELDENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN OPGELEGDE EISEN MET BETREKKING TOT ELEKTRISCHE APPARATEN.

EVENTUELE TECHNISCHE CONTROLES MOGEN UITSLUITEND DOOR GESPECIALISEERD EN ERKEND PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD: REPARATIES UITGEVOERD DOOR NIET ERKEND PERSONEEL, ZULLEN DE GARANTIE DOEN VERVALLEN EN KUNNEN EEN BRON VAN GEVAAR VOOR DE GEBRUIKER WORDEN.

Instructies Voor de Installateur 5 2. Installatie en inbedrijfstelling Verwijder de polystyrol korfblokkeringen. Plaats het apparaat op de daarvoor bestemde. De vaatwasser kan met de zijkanten of de achterkant tegen meubels of wanden worden geplaatst. Als de vaatwasser naast een warmtebron wordt geplaatst moet een warmteïsolerende wand worden geplaatst om oververhitting en een slechte werking te voorkomen. Voor de stabilteit moeten de inbouwapparaten voor onderbouw of integratie uitsluitend onder ononderbroken werkbladen worden geplaatst en aan de ernaast geplaatste meubels worden vastgeschroefd. Om de inbouw te vergemakkelijken kunnen de toevoer- en afvoerslangen in alle richtingen worden gedraaid; zorg ervoor dat ze niet worden geknikt of afgeklemd en dat ze niet te strak gespannen komen te staan.

Zorg ervoor dat u de borgring aandraait nadat u de buizen in de gewenste richting heeft gedraaid. Voor de passage van de buizen en de voedingskabel is een gat nodig van minimaal Ø 8 cm. Zet het apparaat waterpas op de grond met behulp van de regelbare voetjes. Dit is vereist voor de correcte werking van de vaatwasser. Het is ten strengste verboden om de vaatwasser in te bouwen onder een glaskeramische kookplaat. U kunt de vaatwasser inbouwen onder een traditionele kookplaat, op voorwaarde dat het werkblad van de keuken ononderbroken doorloopt, en dat zowel de vaatwasser als de kookplaat op correcte wijze zijn gemonteerd en vastgezet, zodat ze geen enkele gevaarlijke situatie kunnen creëren.

Bij installatie van de vaatwasser in een ruimte die tegen andere huishoudelijke apparaten aangrenst zult u zich nauwkeurig aan de voorschriften van de fabrikant van die apparaten zelf moeten houden (minimumafstanden, installatiewijzen, enz. ). Sommige modellen hebben een centrale regelbare voet achter die met behulp van een schroef onderaan de voorkant van het apparaat kan worden afgesteld. 2.

1 Aansluiting op de waterleiding Voorkom het risico van verstoppingen of beschadigingen: als de waterleiding nieuw is of langdurig ongebruikt gebleven, moet u, voordat u de aansluiting op de waterleiding uitvoert, controleren of het water helder is en zonder vervuiling om schade aan het apparaat te voorkomen. Gebruik voor de aansluiting van de vaatwasser op de waterleiding, uitsluitend nieuwe slangen; gebruik nooit oude of reeds gebruikte slangen.

Instructies Voor de Installateur 6 AANSLUITING OP DE WATERKRAAN Sluit de toevoerslang, na plaatsing van het bij de vaatwasser geleverde filter A, aan op een koudwaterkraan met een schroefdraad van ¾" gas. Draai de slang met de hand stevig vast en draai hem nog circa een kwartslag na met een tang. Bij de met ACQUASTOP uitgeruste modellen is het filter al in de ring met schroefdraad aangebracht. De vaatwasser kan worden gevuld met water van maximaal 60°C. Bij gebruik van warm water zal de wastijd met circa 20 minuten worden teruggebracht, hoewel de efficiëntie iets minder zal zijn. De aansluiting moet worden uitgevoerd op de warmwaterleiding van het huis en op dezelfde wijze als beschreven voor het koude water.

AANSLUITING OP DE AFVOER Plaats de afvoerslang in een afvoerpijp met een minimum-diameter van 4 cm; de slang kan ook in de gootsteen worden gehangen met behulp van de bijgesloten slanghouder, waarbij er echter voor moet worden opgelet dat hij niet wordt geknikt of afgeklemd. Het is belangrijk dat de slang niet kan losraken en vallen. Om deze reden heeft de slanghouder een gat waarmee hij met behulp van een touwtje aan de pijp of kraan kan worden bevestigd. Het vrije eind moet op een hoogte tussen de 30 100 cm en worden aangebracht en mag nooit onder water staan. Horizontaal geplaatste verlengstukken mogen maximaal 3 m lang zijn en in dat geval moet de afvoerslang maximaal 85 cm van de grond af worden aangebracht.

Instructies Voor de Installateur 7 2.2 Elektrische aansluiting en waarschuwingen CONTROLEER OF DE SPANNINGS- EN FREQUENTIEWAARDEN VAN HET ELEKTRICITEITSNET OVEREENSTEMMEN MET DIE VERMELD OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT OP DE RAND AAN DE BINNENZIJDE VAN DE DEUR. DE STEKKER AAN HET UITEINDE VAN DE VOEDINGSKABEL EN HET BIJBEHORENDE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE ZIJN EN OVEREENSTEMMEN MET DE GELDENDE NORMEN MET BETREKKING TOT DE ELEKTRISCHE INSTALLATIES. NA DE INSTALLATIE MOET DE STEKKER TOEGANKELIJK ZIJN. TREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE VERWIJDEREN. DE BESCHADIGDE VOEDINGSKABEL MOET WORDEN VERVANGEN DOOR DE FABRIKANT OF EEN ERKEND SERVICECENTRUM. VERMIJD HET GEBRUIK VAN ADAPTERS OF AFLEIDINGEN DIE TOT OVERVERHITTING OF BRAND ZOUDEN KUNNEN LEIDEN.

WANNEER HET APPARAAT UITSLUITEND EEN VOEDINGSKABEL ZONDER STEKKER HEEFT: MOET U, OP EEN GEMAKKELIJK BEREIKBARE PLAATS IN DE NABIJHEID VAN HET APPARAAT EEN MEERPOLIGE SCHEIDINGSINRICHTING MET EEN MINIMALE CONTACTOPENING VAN 3,5MM OP DE VOEDINGSLIJN ERVAN AANBRENGEN. DE AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET MAG UITSLUITEND WORDEN UITGEVOERD DOOR EEN GESPECIALISEERDE TECHNICUS, IN OVEREENSTEMMING MET HET ONDERSTAANDE SCHEMA EN DE GELDENDE WETTEN. L = bruin N = blauw = geel-groen Om ieder risico te voorkomen moet een eventueel beschadigde voedingskabel worden vervangen door de fabrikant of een erkend servicecentrum.

Instructies Voor de Installateur 8 ALLEEN VOOR GROOT-BRITTANNIË: DIT APPARAAT MOET WORDEN AANGESLOTEN OP EEN AARDVERBINDING. Vervanging van de zekering Wanneer het apparaat wordt geleverd met een BS 1363A 13A zekering in de stekker voor de aansluiting op het elektrische voedingsnet, moet u, bij vervanging van de zekering in dit type stekker een ASTAgekeurde zekering gebruiken van het type BS 1362 en als volgt te werk gaan: 1. Verwijder het deksel A B en de zekering .2. Plaats de nieuwe zekering in het deksel. 3. Plaats beide weer terug in de stekker. Het deksel van de zekering moet bij de vervanging van de zekering weer worden teruggeplaatst. Wanneer het deksel zoek mocht raken mag de stekker pas weer worden gebruikt nadat u een geschikt vervangingsonderdeel heeft gemonteerd.

De geschikte vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het gekleurde insteekstuk of aan het opschrift in reliëf op de basis van de stekker die er de kleur van beschrijft. U kunt de vervangingsdeksels voor de zekeringen bij de plaatselijke wederverkopers van elektriciteitsmateriaal vinden.

Instructies Voor de Gebruiker 9 3. Beschrijving van het bedieningspaneel 3.1 Het bedieningspaneel Alle bedieningsorganen en controle-instrumenten van de vaatwasser zijn aanwezig op het bedieningspaneel aan de bovenzijde. De handelingen voor het inschakelen, programmeren, uitschakelen enz. kunnen uitsluitend bij een geopende deur plaatsvinden. Het afgebeelde paneel dient slechts ter indicatie; afhankelijk van het model zullen de vorm, controlelampjes en drukknoppen kunnen afwijken. 1 AAN/UIT TOETS Met het indrukken van deze toets schakelt u de wasmachine in of uit.2 CONTROLELAMPJE GESELECTEERD PROGRAMMA Het verlichte controlelampje verwijst naar het geselecteerde programma en eventuele storingen (oplossingen voor de storingen).

3 DRUKKNOP PROGRAMMAKEUZE + Dient voor de keuze van het gewenste wasprogramma en de regeling van de waterontharder.4 INDICATOR REGELING HARDHEID WATER GEACTIVEERD Het knipperende controlelampje wijst erop dat de machine in de “regeling hardheid water” modus staat. CONTROLELAMPJE ZOUT BIJVULLEN (afhankelijk van de modellen) Bij aanwezigheid van het symbool zal het brandende controlelampje wijzen op het ontbreken van regeneratiezout. 5 CONTROLELAMPJE GLANSSPOELMIDDEL BIJVULLEN (afhankelijk van de modellen) Het brandende controlelampje wijst op het ontbreken van glansspoelmiddel in het daarvoor bestemde reservoir. 6 UITSTEL PROGRAMMA DRUKKNOP Wanneer u deze drukknop indrukt kunt het begin van het programma uitstellen. 7 INFORMATIEDISPLAY (1 of 3 cijfers, afhankelijk van de modellen) 8 OPTIES (alleen op bepaalde modellen)

Instructies Voor de Gebruiker 10 weergegeven informatie nee Voorziene programmaduur janee Resterende tijd programma ja1 – 9 uur Uitgestelde start 1 – 24 uurEFoutbericht Err > In deze zone vindt u, afhankelijk van het model, één of meer van de volgende opties, herkenbaar aan de bijbehorende symbolen en verderop verklaard in de respectievelijke paragrafen.U kunt geen opties kiezen tijdens het weken programma. Alle opties, uitgezonderd de “3/1” wordt op het eind van de wascyclus gedesactiveerd. Om optie “3/1” te desactiveren moet u het bijbehorende drukknopje indrukken (het controlelampje gaat uit). 3/1 Dient specifiek voor het gebruik van producten met wasmiddel, zout en glansmiddel erin geïntegreerd. HYCLEAN Voegt op het eind een aan het geselecteerde programma. WASSEN MET HALVE BELADING verspreid Maakt het wassen mogelijk van weinig vaat verspreid over beide korven.

UITSTEL PROGRAMMA U kunt het begin van het wasprogramma instellen met een uitstel 9, 12, 24 uur. QUICK TIME OPTIE Geselecteerd samen met een ander wasprogramma (uitgezonderd het weken programma), VERKORT deze optie DE DUUR van de cyclus.

Instructies Voor de Gebruiker 11 PROGRAMMATABEL De handleiding bevat de programmatabel van meerdere modellen. Om de tabel voor uw vaatwasser te identificeren moet u de programmasymbolen boven de tabel vergelijken met die van uw bedieningspaneel. INSTELLING VAN HET WASPROGRAMMA EN INSCHAKELEN VAN DE MACHINE Na aan de hand van de programmatabel het meest geschikte programma te hebben geselecteerd moet u: • de toets AAN/UIT (1) indrukken en wachten tot het PROGRAMMACONTROLELAMPJE (2) gaat branden; • de PROGRAMMAKEUZE (3) drukknop meerdere malen indrukken tot het controlelampje van het gewenste programma gaat branden; • de gewenste optie selecteren (facultatief, bij aanwezigheid van de opties); • de deur sluiten; na ongeveer 2" zal het programma starten, tijdens het verloop ervan zal het betreffende CONTROLELAMPJE knipperen (signalering programma in uitvoering).

Instructies Voor de Gebruiker 12 PROGRAMMATABEL DUUR VERBRUIKPROGRAMMA NUMMER EN SYMBOOL LADEN VAN VAAT EN BESTEK PROGRAMMA’S MINUTEN (1) WATER LITER (2) ENERGIE KWh (1) 1 WEKEN Pannen en vaatwerk in afwachting van de voltooiing van de belading Koud voorwassen 15'*** 3,5 0,02 2 KRISTALWERK Weing vies kristalwerk, porselein en gemengde vaat. Wassen op 45°C Koud spoelen Spoelen op 70°C Drogen 65'*** 9,5 1,10 3 ECO (*) EN 50242 Normaal vieze vaat, ook met opgedroogde resten. Koud voorwassen Wassen op 50°C (3) Spoelen op 66°C Drogen 180' ** ** 4 NORMAAL IEC/DIN Normaal vieze vaat, ook met opgedroogde resten. Koud voorwassen Wassen op 65°C Koud spoelen Spoelen op 70°C Drogen 105’*** 13,5 1,35 5 SUPER **** Zeer vieze pannen en vaat, ook met opgedroogde resten.

Heet voorwassen Wassen op 70°C Koud spoelen (4) Spoelen op 70°C Drogen 150'*** 15,5 1,70 Gebruik het weken uitsluitend bij een gedeeltelijke belading. Die opties kunnen niet met het weken programma gebruikt worden. (*) Referentieprogramma volgens de EN 50242 norm. (**) Zie informatiedisplay (***) Voor de 3-cijfer modellen verwijzen we naar de display. (***) Referentieprogramma voor de laboratoria. Wasmiddel: in het 20g doseerbakje + 10g op de deur of als tablet. Indeling: zie de foto in de paragraaf “gebruik van de manden”. (1) Gemiddeld verbruik bij een regeling van de ontharder op niveau 2. (2) De duur van de cyclus en het energieverbruik kunnen variëren afhankelijk van de temperatuur van het water en de omgeving en van het type en de hoeveelheid vaat. (3) Sommige modellen hebben een tussenspoeling. (4) 1 of 2 koude spoelbeurten, afhankelijk van het model.

Instructies Voor de Gebruiker 13 QUICK TIME PROGRAMMA'S (lees de paragraaf waarin de werking ervan wordt beschreven). DUUR VERBRUIK PROGRAMMA NUMMER EN SYMBOOL LADEN VAN VAAT EN BESTEK AFWIKKELING PROGRAMMA’S MINUUT (2) WATER LITER (1) ENERGIE KWh (2) 6 SNEL 27’ + Weinig vieze vaat die onmiddellijk na het gebruik wordt gewassen Wassen op 38°C Spoelen op 50°C 27'*** 6,5 0,70 7 ECO SNEL + Weinig vieze, delicate vaat die onmiddellijk na het gebruik gewassen wordt. Koud voorwassen Wassen op 55°C Koud spoelen Spoelen op 70°C 80’*** 12,5 1,25 8 NORMAAL SNEL + Normaal vieze die onmiddellijk na het gebruik gewassen wordt. Koud voorwassen Wassen op 70°C Koud spoelen Spoelen op 70°C 85’*** 13 1,40 9 KRACHTIG en SNEL + Normaal vieze, gemengde vaat zonder opgedroogde resten.

Wassen op 65°C Koud spoelen Spoelen op 70° 50'*** 10 1,20 (***) Voor de 3-cijfer modellen verwijzen we naar de display.(1) Gemiddeld verbruik bij een regeling van de ontharder op livello 2. (2) De duur van de cyclus en het energieverbruik kunnen varëren afhankelijk van de temperatuur van het water en de omgeving en van het type en de hoeveelheid vaat. De wascyclus zal niet worden gestart als de deur van de vaatwasser niet of niet op de juiste manier gesloten is.

Instructies Voor de Gebruiker 14 PROGRAMMATABEL DUUR VERBRUIKPROGRAMMA NUMMER EN SYMBOOL LADEN VAN VAAT EN BESTEK PROGRAMMA’S MINUTEN (1) WATER LITER (2) ENERGIE KWh (1) 1 WEKEN Pannen en vaatwerk in afwachting van de voltooiing van de belading Koud voorwassen 15'*** 3,5 0,02 2 KRISTALWERK Weing vies kristalwerk, porselein en gemengde vaat. Wassen op 45°C Koud spoelen Spoelen op 70°C Drogen 65'*** 9,5 1,10 3 ECO (*) EN 50242 Normaal vieze vaat, ook met opgedroogde resten. Koud voorwassen Wassen op 50°C (3) Spoelen op 66°C Drogen 180' ** ** 4 AUTO 60-70 IEC/DIN Normaal vieze pannen en vaat, ook met opgedroogde resten. Wanneer u het programma “AUTO” selecteert, zal de vaatwasser het type vuil herkennen en de wasparameters automatisch aanpassen. 5 SUPER **** Zeer vieze pannen en vaat, ook met opgedroogde resten.

Heet voorwassen Wassen op 70°C Koud spoelen (4) Spoelen op 70°C Drogen 150'*** 15,5 1,70 Gebruik het weken uitsluitend bij een gedeeltelijke belading. Die opties kunnen niet met het weken programma gebruikt worden. (*) Referentieprogramma volgens de EN 50242 norm. (**) Zie informatiedisplay (***) Voor de 3-cijfer modellen verwijzen we naar de display. (***) Referentieprogramma voor de laboratoria. Wasmiddel: 20g in het doseerbakje + 10g op de deur of als tablet. Indeling: zie de foto in de paragraaf “gebruik van de manden”. (1) Gemiddeld verbruik bij een regeling van de ontharder op niveau 2. (2) De duur van de cyclus en het energieverbruik kunnen variëren afhankelijk van de temperatuur van het water en de omgeving en van het type en de hoeveelheid vaat. (3) Sommige modellen hebben een tussenspoeling. (4) 1 of 2 koude spoelbeurten, afhankelijk van het model.

Instructies Voor de Gebruiker 15 QUICK TIME PROGRAMMA'S (lees de paragraaf waarin de werking ervan wordt beschreven). DUUR VERBRUIK PROGRAMMA NUMMER EN SYMBOOL LADEN VAN VAAT EN BESTEK AFWIKKELING PROGRAMMA’S MINUUT (2) WATER LITER (1) ENERGIE KWh (2) 6 SNEL 27’ + Weinig vieze vaat die onmiddellijk na het gebruik wordt gewassen Wassen op 38°C Spoelen op 50°C 27'*** 6,5 0,70 7 ECO SNEL + Weinig vieze, delicate vaat die onmiddellijk na het gebruik gewassen wordt. Koud voorwassen Wassen op 55°C Koud spoelen Spoelen op 70°C 80’*** 12,5 1,25 8 NORMAAL SNEL + Normaal vieze die onmiddellijk na het gebruik gewassen wordt. Koud voorwassen Wassen op 70°C Koud spoelen Spoelen op 70°C 85’*** 13 1,40 9 KRACHTIG en SNEL + Normaal vieze, gemengde vaat zonder opgedroogde resten.

Wassen op 65°C Koud spoelen Spoelen op 70° 50'*** 10 1,20 (***) Voor de 3-cijfer modellen verwijzen we naar de display.(1) Gemiddeld verbruik bij een regeling van de ontharder op livello 2. (2) De duur van de cyclus en het energieverbruik kunnen varëren afhankelijk van de temperatuur van het water en de omgeving en van het type en de hoeveelheid vaat. De wascyclus zal niet worden gestart als de deur van de vaatwasser niet of niet op de juiste manier gesloten is.

Instructies Voor de Gebruiker 16 3.2 Wasprogramma’s Alvorens een wasprogramma te starten moet u controleren of: • de waterkraan geopend is; • er regeneratiezout in het reservoir aanwezig is; • er voldoende afwasmiddel in het bakje is gedaan; • de korven op de juiste wijze zijn beladen; • de sproeiarmen vrij, onbelemmerd kunnen draaien; • de deur van de vaatwasser goed is gesloten. OPTIES SELECTEREN De opties kunnen worden geselecteerd met de betreffende drukknop vlakbij het symbool van de gewenste optie; de activering wordt bevestigd door het gaan branden van het controlelampje. • U kunt geen opties kiezen tijdens het weken programma. • Alle opties, uitgezonderd de “3/1” worden op het eind van de wascyclus gedesactiveerd. Om optie “3/1” te desactiveren moet u het bijbehorende drukknopje indrukken (het controlelampje gaat uit).

• Alle opties, inclusief de “3/1” worden gedesactiveerd wanneer een gestart programma wordt GEANNULEERD. EXTRA OPTIES Sommige modellen zijn uitgerust met extra opties die worden geactiveerd door het gelijktijdig indrukken van twee drukknoppen. In zo’n geval zal in de grafische weergave het symbool van de extra optie met een streepje worden verbonden met de twee drukknoppen welke tegelijkertijd moeten worden ingedrukt voor de activering ervan. (bijv. “3/1” in de afbeelding)

Instructies Voor de Gebruiker 17 QUICK TIME OPTIE Geselecteerd samen met een ander wasprogramma (uitgezonderd het weken programma), VERKORT deze optie DE DUUR van de cyclus. Druk, na de selectie van het gewenste programma, op drukknop OPTIE QUICK TIME om hem te activieren (het controlelampje gaat branden). De optie wordt op het eind van het programma automatisch uitgeschekeld. "3/1" De optie is geoptimaliseerd voor het gebruik van afwasmiddelen met geïntegreerd zout en glansmiddel, in de handel bekend als “3 in 1”; indien geactiveerd zullen het eventueel reeds in de machine aanwezige zout en glansmiddel niet worden gebruikt. Opmerking: - bij selectie van de "3/1" drukknop is het normaal dat de controlelampjes zout/glansmiddel blijven branden wanneer de betreffende bakjes leeg zijn.

BELANGRIJK: wanneer de optie niet meer is vereist kunt u hem desactiveren door het bijbehorende drukknopje in te drukken (het controlelampje gaat uit). Wanneer de hardheid van het water is ingesteld op een waarde van meer dan H3 en de "3/1" optie wordt geactiveerd, zal het bijbehorende controlelampje gaan knipperen, en op een onjuiste instelling wijzen. “3 in 1” producten zijn niet geschikt voor gebruik met al te “hard“ water; dit zal het gebruik van de optie niet verhinderen, maar de wasresultaten zouden niet optimaal kunnen zijn. ULTRA CLEAN Het "ULTRA CLEAN" programma verlengt de laatste spoelbeurt om een verdere vermindering van het aantal bacteriën te garanderen.

Indien tijdens die fase van het wasprogramma de temperatuur niet constant wordt gehouden (vanwege bijvoorbeeld het openen van de deur of een stroomuitval), zullen het controlelampje van de optie en die van de programma's knipperen (2) om aan te geven dat deze extra fase van het wasprogramma niet naar wens is afgerond. Dit zal de resultaten van het wassen niet beïnvloeden.

Instructies Voor de Gebruiker 18 VERSPREIDE HALVE BELADING Geschikt indien u slechts weinig vaat hoeft te wassen. Maakt een bezuinig op het elektriciteitsverbruik mogelijk en beperkt de duur van het programma. De vaat moet over beide korven verspreid worden geplaatst en u moet minder afwasmiddel in het in het wasmiddelbakje doen dan voor een volle belading. GEPROGRAMMEERDE START (beschikbaar in alle programma's met uitzondering van het weken programma) U kunt u de start van het wasprogramma uitstellen om de werking van de vaatwasser voor een bepaald gewenst tijdstip (bijv. ’s nachts) te programmeren. Druk op de knop UITSTEL PROGRAMMA om de functie te activeren en het uitstel van 1 uur weer te geven. Druk de knop vervolgens meerdere malen in om het gewenste uitstel te kiezen tot maximaal 9, 12 of 24 uur, afhankelijk van de modellen.

Bij het sluiten van deur zal de vaatwasser een voorwas uitvoeren, op het eind waarvan de eerder ingestelde "programma-uitstel" in werking treedt. ANNULERING VAN HET LOPENDE PROGRAMMA • Om het lopende programma te annuleren moet u, na de deur te hebben geopend, de drukknop PROGRAMMAKEUZE (3) een paar seconden lang ingedrukt houden tot de controlelampjes van de programma's 4 en 5 gelijktijdig gaan branden (gekenmerkt met "end"). • De deur vervolgens weer sluiten. • Na ongeveer 1 minuut zal de vaatwasser naar de einde cyclus stand gaan. WIJZIGING VAN HET PROGRAMMA Om een programma waar de machine mee bezig is, te wijzigen, hoeft u alleen maar de deur te openen en het nieuwe programma te selecteren. Als u de deur weer sluit zal de vaatwasser automatisch het nieuwe programma uitvoeren.

Instructies Voor de Gebruiker 19 OM ENERGIE TE BESPAREN. … EN VOOR HET BEHOUD VAN HET MILIEU • Gebruik de vaatwasser altijd met een volledige belading. • Probeer om de vaatwasser altijd volledig gevuld te gebruiken. • Was de vaat niet onder stromend water. • Gebruik het voor de aard van de vaat meest geschikte programma. • Spoel niet vooraf eerst af. • Sluit, indien mogelijk, de vaatwasser aan op een warmwaterleiding tot 60°C. OM HET AFWASMIDDELVERBRUIK TE BEPERKEN. … EN VOOR HET BEHOUD VAN HET MILIEU De in de afwasmiddelen voor vaatwassers aanwezige fosfaten vormen een probleem voor het milieu. Om een overmatig afwasmiddel- en stroomverbruik te voorkomen, raden wij aan om: • de delicate vaat te scheiden van vaat die beter bestand is tegen agressieve afwasmiddelen en hoge temperaturen; • het afwasmiddel niet rechtstreeks op de vaat te gieten.

Wanneer het nodig mocht blijken om tijdens het wassen de deur te openen zal het programma worden onderbroken, zal het betreffende controlelampje blijven knipperen en zal een geluidssignaal erop wijzen dat de cyclus nog niet is voltooid. U zult circa 1 minuut moeten wachten voordat u de deur kunt sluiten om het programma weer te hervatten. Bij het sluiten van de deur zal het programma weer worden hervat vanaf het punt waarop het werd onderbroken. Het verdient aanbeveling om deze handeling uitsluitend indien noodzakelijk uit te voeren, omdat het onregelmatigheden in de afwerking van het programma zou kunnen veroorzaken. BEËINDIGING Op het eind van het programma zendt de vaatwasser een kort geluidssignaal uit en zullen de controlelampjes van de programma’s 4 en 5 (gekenmerkt met "end") knipperen.

Om de machine uit te schakelen moet de deur worden geopend en de drukknop AAN/UIT (1) worden ingedrukt. VERWIJDEREN VAN DE VAAT Na beëindiging van het wasprogramma moet u tenminste 20 minuten wachten alvorens de vaat er uit te halen, om hem te laten afkoelen.

Instructies Voor de Gebruiker 20 4. Gebruiksinstructies Na de vaatwasser op correcte wijze te hebben geïnstalleerd zijn de volgende handelingen noodzakelijk om hem te kunnen gebruiken: • Regeling van de ontharder; • Vullen met het regeneratiezout; • Vullen met glansspoelmiddel en afwasmiddel. 4. 1 Gebruik van de waterontharder De hoeveelheid kalk in het water (hardheidsgraad van het water) is verantwoordelijk voor de witte vlekken op de opgedroogde vaat, die, na verloop van tijd mat zullen worden. De vaatwasser is uitgerust met een automatische ontharder die met gebruikmaking van hiervoor specifiek bestemd regeneratiezout, de hardheids-elementen uit het water onttrekt. De vaatwasser is in de fabriek afgesteld op een hardheidsgraad van 3 (gemiddelde hardheid 41-60°dF – 24-31°dH). Bij gebruik van gemiddeld hard water zal het zout na ongeveer 20 wasbeurten moeten worden bijgevuld.

Het reservoir van de ontharder heeft een capaciteit van ongeveer 1,7 Kg grof zout. Sommige modellen zijn uitgerust met een venster voor het ontbreken van het zout. In deze modellen bevat de dop van het zoutreservoir een groene drijver die bij het verminderen van de zoutconcentratie in het water zal gaan zakken. Wanneer de groene drijver niet meer zichtbaar is door de doorzichtige dop moet het regeneratiezout worden bijgevuld. Het reservoir bevindt zich onderin de vaatwasser. Na de onderste korf te hebben verwijderd moet u de dop van het reservoir linksom losdraaien en het zout met behulp van de met de vaatwasser geleverde trechter toevoegen. Alvorens de dop weer vast te draaien moet u eventuele zoutresten bij de opening verwijderen. • Bij de eerste inwerkingstelling van de vaatwasser dient u, afgezien van het zout, tevens een liter water in het reservoir te gieten.

• Controleer altijd na het vullen van het reservoir of de dop goed is afgesloten. Het mengsel van water en afwasmiddel mag het reservoir niet binnendringen daar dit werking van het regeneratiesysteem zal beïnvloeden.

Instructies Voor de Gebruiker 21 • Gebruik geen keukenzout, omdat dit niet-oplosbare substanties bevat die na verloop van tijd het onthardingssysteem kunnen beschadigen. • Vul, indien noodzakelijk, het zout bij vóór u het wasprogramma start; op deze wijze zal de overtollige zoutoplossing onmiddellijk door het water worden verwijderd; een langdurige aanwezigheid van zout water in de waskuip kan tot corrosievorming leiden. Let ervoor op dat u het zout niet met het afwasmiddel verwisselt: de aanwezigheid van afwasmiddel in het zoutreservoir zal de ontharder beschadigen. REGELING VAN DE ONTHARDER De vaatwasser is uitgerust met een inrichting waarmee de waterontharder ingesteld kan worden afhankelijk van de hardheid van het water.

De hardheid van het water wordt geselecteerd met de DRUKKNOP PROGRAMMAKEUZE (3).Voor de regeling moet u de drukknop langer dan 15 seconden ingedrukt houden; de INDICATOR REGELING HARDHEID WATER (4) zal knipperen terwijl de CONTROLELAMPJES GESELECTEERD PROGRAMMA (2) aangeven dat de regeling is ingesteld. Afzonderlijke drukken op de knop zal de keuze wijzigen volgens de opeenvolging van de onderstaande tabel: >

Instructies Voor de Gebruiker 22 TABELLA DUREZZA DELL'ACQUA HARDHEID VAN HET WATER Duitse graden (°dH) Franse graden (°dH) REGELING 0 - 4 0 - 7 Alle controlelampjes uit 5 - 15 8 - 25 Één controlelampje aan 16 - 23 26 - 40 Twee controlelampjes aan 24 - 31 41 - 60 Drie controlelampjes aan 32 - 47 61 - 80 Vier controlelampjes aan 48 - 58 81 - 100 Vijf controlelampjes aan Vraag het waterleidingbedrijf om de informatie betreffende de hardheidsgraad van het water. Na de regeling of weergave van de ingestelde waarde volstaat het de knop slechts een paar seconden onberoerd te laten waarna de vaatwasser automatisch de regelmodus zal verlaten om terug te keren in de standaardstand.

4.2 Gebruik van de doseerbakjes voor het glansspoelmiddel en het afwasmiddel De doseerbakjes voor het afwasmiddel en het glansspoelmiddel bevinden zich aan de binnenkant van de deur: links dat van het afwasmiddel en rechts dat van het glansspoelmiddel. Uitgezonderd het WEEK programma, moet het afwasmiddelbakje vóór iedere wasbeurt met een geschikte dosis afwasmiddel worden gevuld. Het glansspoelmiddel hoeft alleen maar worden bijgevuld indien nodig.

Instructies Voor de Gebruiker 23 TOEVOEGING VAN HET GLANSSPOELMIDDEL Het glansspoelmiddel zal het opdrogen van de vaat versnellen en de vorming van vlekken en kalkafzettingen voorkomen; het wordt automatisch tijdens de laatste spoelbeurt aan het water toegevoegd vanuit het doseerbakje aan de binnenkant van de deur. Om het glansspoelmiddel toe te voegen: • Open de deur. • Draai de dop van het reservoir ¼ slag linksom en verwijder hem. • Vul het glansspoelmiddel bij tot het bakje vol is (circa 140 c.c.). Het venstertje naast de dop moet helemaal donker worden. Vul weer glansspoelmiddel bij als het venster lichter wordt of het controlelampje voor het ontbreken van het glansspoelmiddel gaat branden. • Plaats de dop weer terug en draai hem rechtsom. • Veeg het gemorste glansspoelmiddel met een doek af omdat dit tot schuimvorming kan leiden.

REGELING VAN DE DOSERING VAN HET GLANSSPOELMIDDEL De vaatwasser wordt in de fabriek op een gemiddelde waarde afgesteld. De dosering kan echter worden geregeld met behulp van de regelknop op de doseerder, de dosis zal proportioneel zijn aan de stand van de regelknop. • Voor de regeling van de dosering moet de dop van het reservoir ¼ slag linksom worden gedraaid en verwijderd. • Draai vervolgens met een schroevendraaier de regelaar van de dosering in de gewenste stand. • Plaats de dop weer terug en draai hem rechtsom vast. • De hoeveelheid glansspoelmiddel moet worden verhoogd als de gewassen vaat mat is of ronde vlekken vertoont. • Als de vaat daarentegen plakkerig aanvoelt of witte strepen vertoont moet de hoeveelheid glansspoelmiddel worden verminderd.

Instructies Voor de Gebruiker 24 VULLEN MET AFWASMIDDEL Om het deksel van het bakje te openen moet u drukknop P een weinig indrukken. Voeg het afwasmiddel toe en sluit het deksel zorgvuldig af. Tijdens het wassen zal het bakje automatisch worden geopend. • Wanneer u een programma met warme voorwas kiest (zie de programmatabel), moet u een extra hoeveelheid afwasmiddel in de holte G/H (afhankelijk van de modellen) doen. • Gebruik uitsluitend specifieke afwasmiddelen voor vaatwassers. Het gebruik van afwasmiddelen van goede kwaliteit is van groot belang voor optimale wasresultaten. • Bewaar het afwasmiddel in een gesloten verpakking op een droge plek om de vorming van klonten die de wasresultaten nadelig zullen beïnvloeden, te voorkomen. Eenmaal geopend zullen de afwasmiddelen niet al te lang bewaard kunnen blijven omdat het afwasmiddel aan efficiëntie zal inboeten.

• Gebruik geen afwasmiddel voor de handafwas omdat de hoge schuimproductie ervan de werking van de vaatwasser nadelig kan beïnvloeden. • Zorg voor een goede dosering van het afwasmiddel. Te weinig afwasmiddel zal leiden tot een onvolledige verwijdering van het vuil, terwijl een teveel ervan de efficiëntie niet zal verhogen, maar slechts verspilling is. • Er zijn vloeibare en afwasmiddelen in poedervorm in de handel, die onderling verschillen voor wat betreft hun chemische samenstelling en die fosfaten kunnen bevatten of niet, die in dat geval zijn vervangen door natuurlijke enzymen. - Fosfaathoudende afwasmiddelen zijn voornamelijk actief tegen vetten en amide bij temperaturen van meer dan 60°C. - De enzymen bevattende afwasmiddelen zijn ook al bij lagere temperaturen actief (vanaf 40 tot 55°C) en zijn biologisch beter afbreekbaar.

Met dit type afwasmiddel kunnen bij lagere temperaturen dezelfde wasresultaten worden bereikt die anders pas bij programma's van 65°C mogelijk zouden zijn. Voor het behoud van het milieu bevelen wij het gebruik aan van afwasmiddelen zonder fosfaten of chloor.

Instructies Voor de Gebruiker 25 Producten "3/1" Voor het gebruik van afwasmiddelen met geïntegreerd zout en glansmiddel moet u op de pagina "Beschrijving van de bedieningsorganen" controleren of de vaatwasser is uitgerust met de "drukknop optie 3/1" en vervolgens de paragraaf waar het gebruik ervan wordt beschreven raadplegen. Is dit niet het geval dan raden wij het gebruik aan van traditionele producten (gescheiden afwasmiddel, zout en glansmiddel), omdat de "3/1" producten met de traditionele wascycli problemen zouden kunnen veroorzaken, zoals aanslag van een witte patina, slechte droogresultaten, resten op de vaat. De aanwezigheid van, ook vloeibaar afwasmiddel, in het glansspoelmiddelreservoir zal de vaatwasser beschadigen.

4.3 Waarschuwingen en algemene aanbevelingen Vóór de eerste ingebruikneming van de vaatwasser verdient het aanbeveling om eerst de onderstaande aanbevelingen met betrekking tot de aard van de te wassen vaat en de plaatsing ervan te lezen. Over het algemeen bestaan er geen beperkingen voor het wassen van de huishoudelijke vaat, maar in sommige gevallen moet met hun eigenschappen rekening worden gehouden. Alvorens de vaat in de korven te plaatsen moet u: • de grootste etensresten, zoals bijvoorbeeld botjes, graten enz. die de filter zouden kunnen verstoppen en de waspomp beschadigen, verwijderen; • de pannen of koekenpannen met op de bodem verbrande etensresten laten weken om het vuil beter te laten loskomen; om ze vervolgens in de ONDERSTE KORF te zetten. Om niet onnodig water te verspillen moet u de vaat vooraf niet onder stromend water wassen voordat u hem in de korven laadt.

Instructies Voor de Gebruiker 26 LET OP. • Controleer of de couverts goed stevig staan en niet kunnen omvallen en de draaiing van de sproeiarmen tijdens de werking niet belemmeren; • plaats geen hele kleine voorwerpen in de korven die bij het vallen de sproeiarmen of de waspomp zouden kunnen blokkeren; • vaat zoals bijv. kopjes, schotels, glazen, bekers en pannen moeten altijd met de opening naar beneden en met eventuele holle kanten schuin worden gezet om het weglopen van het water te bevorderen; • de verschillende delen van de vaat niet in elkaar zetten omdat ze elkaar anders zouden afdekken; • plaats glazen niet te dicht op elkaar omdat ze met elkaar in aanraking zouden kunnen komen en breken. Ook kunnen zich vlekken vormen. CONTROLEER of de vaat met de vaatwasser kan worden gewassen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg STA6444 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden