Smeg STA60 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Smeg STA60 (24 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Smeg STA60 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
1
LAVABIANCHERIA
WASHING MACHINE
LAVE-LINGE
WASCHMASCHINE
LAVADORA
WASAUTOMAAT
LIBRETTO ISTRUZIONI IT
INSTRUCTIONS MANUAL GB
MANUEL D’INSTRUCTIONS F
GEBRAUCHSANWEISUNG D
MANUAL DE INSTRUCCIONES E
GEBRUIKSAANWIJZING NL

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Wasmachine
Model: STA60

Handleiding Smeg STA60 – volledige tekst

99 1. HET NIEUWE WASSYSTEEM Deze nieuwe wasautomaat is het resultaat van een jarenlang research. Hoge kwaliteitsvereisten, zowel bij het ontwerp, als bij de productie garanderen een lange levensduur ervan. Het ontwerp voldoet aan alle actuele en toekomstige vereisten van een moderne behandeling van de was. Het gematigde gebruik van water, energie en wasmiddel werkt mee aan de bescherming van het milieu en verzekert een maximale zuinigheid tijdens de werking van de wasautomaat. Het verbruik van water en energie is bij alle programma’s verminderd. Om dit te bereiken, maakt de wasautomaat gebruik van een , speciaal wassysteemdat efficiënt is bij alle programma’s en voor alle weefsels. De trommel is gemaakt met drie externe bladen, die het water continu laten circuleren en het op die manier mogelijk maken met minder water intensief en gelijkmatig te wassen.

Dankzij dit systeem wordt de was voorzichtig gewassen en behandeld. Het nieuwe wassysteem is zo efficiënt, dat de normaal vuile was altijd gewassen kan worden met een programma zonder voorwas. Op die manier worden ook de wastijden verkort. De voorwas is alleen raadzaam bij erg vuile was. Aangeraden wordt de gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen om volledig van alle mogelijkheden en voordelen gebruik te kunnen maken, die deze wasautomaat biedt. Waarschuwing. Wij raden u aan alle aanwijzingen in deze handleiding aandachtig door te lezen, om de meest geschikte omstandigheden te leren kennen voor een correct en veilig gebruik van het apparaat. De afzonderlijke paragrafen zijn zodanig opgesteld dat u alle functies van het apparaat stap voor stap leert kennen. De teksten zijn eenvoudig te begrijpen en voorzien van gedetailleerde afbeeldingen.

Met deze handleiding, die eenvoudig te raadplegen is, kunt u alle vragen beantwoorden die kunnen ontstaan met betrekking tot het gebruik van uw nieuwe wasmachine.

Het is erg belangrijk dat deze gebruiksaanwijzing bij de apparatuur bewaard wordt, om deze in de toekomst te kunnen raadplegen. Als de machine verkocht of verplaatst wordt, dient men zich ervan te verzekeren dat de gebruiksaanwijzing deze altijd begeleidt, zodat men zich over de werking kan informeren. NL.

100 2. AANWIJZINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK Waarschuwing. Deze aanwijzingen worden verschaft om veiligheidsredenen. Deze dienen voorafgaande aan de installatie en het gebruik aandachtig te worden doorgelezen. Deze gebruiksaanwijzing maakt integrerend deel uit van het apparaat: deze dient altijd onbeschadigd samen met het apparaat bewaard te worden. Vooraleer het apparaat te gebruiken, raden we aan alle aanwijzingen in deze handleiding aandachtig te lezen. De installatie dient te worden door gekwalificeerd personeel met inachtneming van de verrichtgeldende voorschriften. Dit apparaat is gemaakt voor huishoudelijk gebruik. Het is overeenkomstig de richt-lijnen 72/23 EG, 89/336 EG (inclusief de richtlijnen 92/31 EG en 93/68 EG), die op dit moment van kracht zijn.

Het apparaat is gemaakt voor de volgende functie: het wassen van was of weefsels, waarvan de fabrikant op het wasetiket verklaart dat deze geschikt zijn voor behandeling in de machine. Elk ander gebruik dient als oneigenlijk beschouwd te worden. De fabrikant wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor ander gebruik dan beschreven wordt. Het identificatieplaatje met de technische gegevens, het serienummer en de markering is zichtbaar aangebracht op het gedeelte dan men ziet, nadat het wasmachinedeurtje geopend is. Het identificatieplaatje mag nooit verwijderd worden. Laat de verpakkingsresten niet onbewaakt in huis achter. Scheid de verschillende afvalmaterialen die van de verpakking afkomstig zijn en breng deze naar de dichtstbijzijnde vuilstortplaats voor gescheiden afvalverwerking.

De fabrikant wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor eventuele schade aan personen of voorwerpen die voortkomen uit het ontbreken van de aansluiting of een ondeugdelijke aansluiting van de aardleiding. Indien het apparaat niet via een stekker aangesloten wordt, dient gezorgd te worden voor een omnipolair scheidingsmechanisme met een contactopening van minstens 3 mm. De stekker die op het stroomsnoer aangesloten dient te worden en het bijbehorende stopcontact dienen van hetzelfde type te zijn en overeenkomstig de geldende voorschriften. Controleer dat de waarden betreffende de netspanning en –frequentie overeenkomen met de op het identificatieplaatje weergegeven waarden. Gebruik geen verloopstekkers of shunts. Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan het stroomsnoer te trekken.

De machine is alleen dan van het elektriciteitsnet losgekoppeld, als de stekker uit het stopcontact genomen is, of als de hoofdschakelaar van de elektrische installatie uitgeschakeld is. De stekker dient na de installatie toegankelijk te zijn. Het apparaat dient te worden geïnstalleerd door nieuwe groepen flexibele slangen (die deel uitmaken van de uitrusting van de machine) te gebruiken. De oude groepen flexibele slangen dienen niet opnieuw te worden gebruikt. Let op dat het apparaat niet op het stroomsnoer staat. Voor het gebruik dient men zich ervan te verzekering dat de spoelruimte-eenheid gedeblokkeerd is (zie instructies). Indien de spoelruimte-eenheid niet gedeblokkeerd is, kan deze de wasautomaat en de meubels of zich in de buurt bevindende apparatuur tijdens het centrifugeren beschadigen.

De wasautomaat mag absoluut niet gebruikt worden op voertuigen, aan boord van schepen of vliegtuigen of in omgevingen met bijzondere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld, omgevingen met explosie- of corrosiegevaar (stoffen, dampen of gassen) of explosieve en/of bijtende vloeistoffen. Zet de wasautomaat niet in een omgeving die aan vrieskou blootstaat.

101 Verzeker u ervan dat de afvoerslang, die op de wasbak aangesloten is, stevig vastzit en zich niet kan bewegen. Als deze niet geblokkeerd is, kan de afstotende kracht van het water deze van de wasbak verplaatsen met gevaar voor overstroming. Controleer bovendien dat het water snel bij het bevestigen van de slang op een wasbak wegstroomt, om het gevaar dat de wasbak overloopt te voorkomen. Overbelast de machine niet. Gebruik bij het wassen in geen geval wasmiddelen voor de wasautomaat die oplosmiddelen of chemische producten bevatten. Deze zouden de machine kunnen beschadigen en giftige dampen kunnen vormen. Deze kunnen bovendien in brand vliegen en ontploffen. Kleding vol met olieproducten mag niet in de machine gewassen worden. Controleer voor het wassen dat er zich in de kleding geen brandbare voorwerpen bevinden (bijv. : aanstekers, lucifers, enz. ).

Indien vluchtige vloeistoffen gebruikt worden bij de reiniging, dient men zich ervan te verzekeren dat de stoffen van de kleding gehaald zijn, alvorens deze in de machine te doen. Alvorens de kleding erin te doen om deze te wassen, dient men zich ervan te verzekeren dat de zakken leeg zijn, de knopen goed dichtgeknoopt zijn en de ritssluitingen dicht zitten. Was geen rafelige of gescheurde kleding. Als u met hoge temperaturen wast, wordt het wasmachinedeurtje erg warm. Alvorens het wasmachinedeurtje te openen, dient men te controleren dat het water volledig afgevoerd is. Als er nog water is, open het deurtje dan alleen na het te hebben weggepompt. Lees de handleiding in geval van twijfel. Het water in de machine is geen drinkwater. Het inslikken van wasmiddelen voor wasmachines kan letsel in mond en keel veroorzaken.

Laat het wasmachinedeurtje als u de machine niet gebruikt op een kier staan om de dichting in goede staat te houden. Lange rustperiode. Indien de machine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, is het raadzaam: de elektrische en wateraansluitingen los te koppelen en het wasmachinedeurtje op een kier te laten om te voorkomen dat zich onaangename luchtjes vormen. Probeer de machine niet zelf te repareren in geval van storing. Koppel de machine van het elektriciteitsnet los en draai de waterkraan dicht. Neem vervolgens contact op met een erkende monteur. De reparaties dienen uitsluitend door erkende monteurs verricht te worden. Reparaties die niet door erkende monteurs verricht zijn, kunnen gevaren voor de gebruiker veroorzaken.

Het afgedankte apparaat dient onbruikbaar te worden gemaakt: zorg ervoor dat het oude wasmachinedeurtje onbruikbaar wordt (zo wordt vermeden dat kinderen zich al spelend op kunnen sluiten en zich in een levensgevaarlijke situatie bevinden) en snijd de stroomkabel door, na de stekker uit het stopcontact te hebben gehaald. Het apparaat dient vervolgens naar een vuilstortplaats voor gescheiden afvalverwerking te worden gebracht. Het apparaat mag alleen door volwassenen gebruikt worden. Sta kinderen niet toe aan de knoppen te komen of met de wasautomaat te spelen. Laat kinderen niet in de buurt komen als het programma loopt. Houd kinderen dus uit de buurt van de wasautomaat. Jonge dieren en kleine kinderen kunnen in de wasautomaat gaat zitten.

102 Controleer daarom voor gebruik altijd eerst de binnenkant van de trommel en voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. De materialen waar de verpakking uit bestaat (plastic zakken, piepschuim, metalen profielen, enz.) dienen buiten het bereik van kinderen gehouden te worden. Houd kinderen uit de buurt van de machine met open wasmachinedeurtje, of met open waspoederbakje. In het apparaat kunnen zich resten wasmiddel bevinden, die onherstelbare schade aan de ogen, mond en keel kunnen aanrichten en ook verstikkingsdood kunnen veroorzaken. Belangrijk! Deze apparatuur is gebruikersvriendelijk. Om de beste resultaten te bereiken is het echter belangrijk deze handleiding aandachtig door te lezen en alle aanwijzingen te verrichten, alvorens deze in werking te stellen.

De handleiding verschaft behalve aanwijzingen betreffende een correcte installatie, het gebruik en onderhoud, ook nuttig advies. De fabrikant wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor schade geleden door personen of voorwerpen, veroorzaakt door de niet-inachtneming van de bovenbeschreven voorschriften of die voortkomen uit het knoeien met ook slechts één enkel onderdeel van het apparaat en door het gebruik van niet originele reserveonderdelen.

103 3. AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE Belangrijk! Het apparaat dient volgens de geldende voorschriften door een erkende monteur te worden geïnstalleerd. De wasautomaat is behoorlijk zwaar. Kijk uit bij het optillen. 3.1 UITPAKKEN De binnenkant van de machine bestaat uit een oscillerende groep, die voor het transport geblokkeerd wordt door de schroeven ( aan de achterkant van de wasautomaat. A) 1. Deblokkeer de groep door bovengenoemde schroeven met een sleutel van 13 mm los te draaien. 2. Verwijder de schroeven ( en de bijbehorende afstandsstukken ( van de achterkant van de wasautomaat. A) B) 3. Om te voorkomen dat waterspetters in de machine kunnen komen of dat men met de vingers aan onder spanning staande delen komt, dienen de vier door de verwijderde schroeven ontstane open gaten absoluut met de bijgeleverde kunststof doppen (C) dichtgemaakt te worden. Let op!

• Zet de machine niet op zijn kop en leg deze ook niet op de zijkanten. • Het is raadzaam alle transportveiligheidssystemen te bewaren, die opnieuw dienen te worden aangebracht indien het apparaat verplaatst wordt. 3.2 HET PLAATSEN EN NIVELLEREN 1. Zet de machine op de gekozen plaats. 2. Nivelleer de machine met behulp van een waterpas zorgvuldig in alle richtingen. Stel indien nodig de hoogte van de pootjes af. Blokkeer de pootjes als u hiermee klaar bent met de hiervoor bestemde contramoeren. De slangen voor de water toe- en afvoer kunnen voor een goede installatie naar rechts of naar links gedraaid worden. Let op! • Aangeraden wordt deze operatie zorgvuldig uit te voeren om tijdens het gebruik trillingen, geluiden of het verplaatsen van de wasautomaat te voorkomen.

• Indien de machine op een vloer geïnstalleerd wordt die bedekt is met vaste vloerbedekking, dient men er zorg voor te dragen dat de openingen aan de onderkant niet versperd worden. • Verzeker u er bovendien van dat de wasautomaat tijdens de werking niet tegen muren, wanden, meubels, enz. staat.

104 3. 3 AANSLUITING OP DE WATERTOEVOER 1. Controleer dat de toevoerdruk zich binnen de volgende waarden bevindt:. 50-900kPaInstalleer een drukregelaar bij een hogere druk. 2. Sluit de ( ring) aan op de koudwaterkraan met ¾ gas koudwaterslang blauweopening met schroefdraad. Let er hierbij op deze stevig vast te draaien om lekken te voorkomen. De watertoevoerslang mag niet dubbelgevouwen of platgedrukt worden en mag niet verwisseld of kapotgesneden worden. 3. Indien er een warmwatertoevoer is, mag de temperatuur van het water dat geleverd worden niet hoger zijn dan 60°C en dient de slang met ring aangesloten te worden op de warmwaterkraan rode Let op. • Indien de aansluiting wordt verricht op nieuwe leidingen of die lange tijd niet gebruikt zijn, dient men een bepaalde hoeveelheid water weg te laten stromen, alvorens de toevoerslang aan te brengen.

Op die manier wordt voorkomen dat eventuele zandafzettingen en andere onzuiverheden de speciale bij de machine geleverde filters verstoppen, die dienen om de watervulkleppen te beschermen. 3. 4 AANSLUITING OP DE AFVOER 1. Doe het uiteinde van de afvoerslang in een afvoerleiding met een minimum interne doorsnede van 4 cm, op een hoogte tussen de 50 en 90 cm, of goed vastgehaakt (door de kunststof steun op de bocht van de slang te gebruiken) op een wasbak of een badkuip. 2. Controleer in ieder geval dat het uiteinde van de afvoerslang altijd goed bevestigd is, om te voorkomen dat de repulsieve kracht van het water deze kan verplaatsen. Let op. • Voorkom vouwen of vernauwingen, om het wegstromen van het water te bevorderen. • Een eventuele verlenging van de afvoerslang mag niet langer zijn dan 1 meter, dient dezelfde interne doorsnede te hebben en mag geen vernauwingen hebben.

• In geen geval mag het uiteinde van de afvoerslang in het water ondergedompeld zijn. 3. 5 AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET Alvorens de stekker in het stopcontact te doen, dient men zich ervan te verzekeren dat: 1.

De waarde van de toevoerspanning van de elektrische installatie overeenkomt met de waarde die op het kenmerkenplaatje weergegeven wordt, dat aan de voorkant aangebracht is, in het gebied dat zichtbaar is bij open wasmachinedeurtje. 2. De meter, de restrictiekleppen, de voedingslijn en het stopcontact gedimensioneerd zijn om de maximale vereiste belasting te verdragen, die op het kenmerkenplaatje weergegeven wordt. 3. Het stopcontact en de bij machine geleverde stekker onderling compatibel zijn zonder tussenschakeling van verloopstekkers, meervoudige contactdozen, verschillende adaptors, en verlengkabels die verwarming of verbrandingen kunnen veroorzaken. 4. Indien het stopcontact niet overeenkomt met de bijgeleverde stekker, dient men het stopcontact van de installatie met een geschikt type te vervangen.

105 Let op • De stekker dient na de installatie toegankelijk te zijn. • Doe de stekker in een stopcontact voorzien van een Het is absoluut noodzakelijk het apparaat te aarden. goed werkende aarding. Onze firma wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor eventuele schade aan personen of voorwerpen veroorzaakt door het niet aansluiten of gebrekkig aansluiten op de aardinstallatie. Een correcte elektrische aansluiting garandeert een maximale veiligheid. • Dit apparaat is overeenkomstig de voorschriften van de richtlijn EG 89/336 van 3.5.89 (inclusief de wijziging van de richtlijn 92/31 EG) betreffende het opheffen van radiostoringen. • Indien de stroomkabel beschadigd is, dient deze uitsluitend met een origineel reserveonderdeel vervangen te worden, dat verkrijgbaar is bij de Servicedienst. • Doe de stekker niet in het stopcontact en haal deze er niet uit als u natte handen heeft.

107 A Drukknop wasmachinedeurtje openen Door op de knop te drukken, gaat het wasmachinedeurtje open. De gebruiks- en werkwijzen van het wasmachinedeurtje worden beschreven in hoofdstuk 5 – Het gebruik van de machine. B ON-OFF draaiknop en programmaselectie Met de draaiknop kan men: • de machine starten en stoppen, door deze vanaf stand of (verticale stand van de aanduiding OFF Uitop de knop) beide kanten op te draaien. • de selecteren, binnenin de wastemperaturensectoren afhankelijk van het type weefsel, door deze in beide richtingen te draaien. De draaiknop van de programma’s draait niet als een programma afgewerkt wordt. Het verloop van het programma wordt gecontroleerd door de elektronica van de machine. C Controlelampjes programmafasen De controlelampjes van de programmafasen dienen om de gebruiker duidelijk te maken in welke werkfase de wasautomaat zich bevindt.

De werkfasen, die naast de controlelampjes weergegeven worden, zijn de volgende: BEGIN Het brandende controlelampje duidt aan dat de machine ingeschakeld is, maar dat het gekozen wasprogramma nog niet begonnen is. We bevinden ons in de fase, waarin aan de draaiknop voor de programmakeuze gedraaid is, maar de toets “Start/Pauze” nog niet ingedrukt is. WASSEN De drukknop “Start/pauze” is ingedrukt en het wasprogramma wordt uitgevoerd. Het controlelampje blijft tijdens de hele duur van het wasprogramma branden. EINDE Het controlelampje gaat branden als het wasprogramma beëindigd is. Het gaat samen met de machine uit (draaiknop programmakeuze op OFF of Uit) of door opnieuw op de drukknop “Start/pauze” te drukken. D Drukknop “Start/Pauze” Door op de drukknop te drukken, wordt het gekozen wasprogramma gestart.

108 E Optiedrukknoppen Vervolgens worden de opties beschreven die op de gekochte wasautomaat aanwezig kunnen zijn. Drukknop snelle cyclus Door op de drukknop te drukken wordt de totale duur van de wascyclus verminderd. De optie is geschikt om weinig was, die niet zo vuil is in kortere tijd te wassen. U moet de Rapido knop indrukken om de bleekfunctie te annuleren (voor de modellen uiterust met de bleekfunctie). Drukknop watertoename De wastechniek van deze wasautomaat is gemaakt voor een hoeveelheid water en energieverbruik die geschikt zijn voor een gewone werking. Druk alleen bij specifieke wensen op deze knop bijv. bij zeer fijne weefsels (in het bijzonder gordijnen en wol). Op deze manier wordt meer water gebruikt bij het wassen en uitspoelen en neemt het elektriciteitsverbruik toe voor de verwarming.

Drukknop kreukvermindering Door deze optie in te schakelen wordt de was aan het eind van het programma minder gekreukt. De machine centrifugeert voorzichtiger en beweegt de weefsels aan het einde van het programma. De centrifugesnelheid van alle programma’s is 600 toeren/minuut. Drukknop zuinig programma - e Door bij de programma’s voor katoenen weefsels op deze drukknop te drukken, wast de machine langer op een temperatuur van 35° (biologische stap), terwijl zo toch goed gewassen en tevens energie bezuinigd wordt. De machine gaat vervolgens verder met de cyclus op de gekozen temperatuur. Opmerking Door op de spaarknop te drukken bereiken alle programma’s een ,wastemperatuur van maximaal 60° C en is er geen voorwasprogramma.

Drukknop extra spoeling Schakel, in gebieden met zacht water of om een beter spoelresultaat te verkrijgen, de extra spoeling in (ongeveer 20% meer water), door op de knop te drukken (facultatief bij krachtige programma’s). Drukknop uitsluiting centrifuge Door op deze drukknop te drukken, verricht het programma de laatste centrifugefase niet. De machine stopt met de spoelruimte vol met water en de was blijft weken.

Als men de was er kletsnat en druppelend uit wil halen (strijkvrije weefsels), zet de draaiknop dan op het afvoer- en centrifugeprogramma (Afvoer ), druk op de drukknop “Start/Pauze”” en het water wordt bij alle programma’s automatisch afgevoerd zonder te centrifugeren. Drukknop voor fijne was Door op de drukknop te drukken worden de bewegingen van de trommel verminderd en dus ook die van de was. Dit is geschikt voor bijzonder fijne was (hemden, zijde, gordijnen, enz. ) Drukknop halfvolle trommel 1/2 Indien de machine gebruikt wordt voor minder was dan de volle lading die in de “Programmatabel” aangeduid wordt, wordt door op deze knop te drukken minder water, wasmiddel en elektriciteit gebruikt. Aangeraden wordt deze niet te gebruiken voor synthetische weefsels en wol. De hoeveelheden wasmiddel, die globaal aangeraden worden, kunnen evenredig met de lading verminderd worden.

109 F Controlelampjes inschakeling opties De controlelampjes gaan branden wanneer de bijbehorende optiedrukknop ingedrukt wordt en deze geven aan dat de optie ingeschakeld is. Deze blijven branden tot de machine uitgeschakeld wordt, of bij een nieuwe en andere selectie. G Drukknop voor snelheidskeuze of stoppen bij volle spoelruimte * Door op de drukknop te drukken, worden drie snelheidsniveaus geselecteerd, die benadrukt worden door de controlelampjes voor snelheid en stoppen bij volle spoelruimte. De niveaus zijn: • de machine verricht de Maximum snelheid:weergegeven snelheid • de machine verricht de Middelhoge snelheid:weergegeven snelheid • Uitsluiting eindcentrifuge en stop met volle spoelruimte: de machine verricht niet alle centrifugeprocessen en beëindigt het wasprogramma met water in de spoelruimte.

Zie, om het water af te voeren, de uitleg die beschreven wordt in de paragrafen 5.10 en 5.14 H Controlelampjes voor snelheid en stoppen bij volle spoelruimte * (max. snelheid) (middelhoge snelheid) De controlelampjes benadrukken, doordat deze gaan branden, het niveau van de gekozen snelheid. Het controlelampje dat overeenkomt met het gekozen niveau blijft branden tot de machine uitgaat of tot een nieuwe en andere snelheidskeuze. * Voor modellen met regeling van de centrifugesnelheid 4.2 WASMIDDELLADE Deze bevindt zich links van het bedieningspaneel en men verkrijgt de toegang ertoe door het naar buiten te trekken. Het bakje binnenin bestaat uit 4 delen, die gemerkt zijn met de nummers: “ : wasmiddel voor de voorwas 1”“2”: wasmiddel voor de was symbool “ ” of : voor de wasverzachter, appret, enz. “3”(producten voor de behandeling). Onderdeel is bestemd voor bleekmiddel.

Indien er op de “4”gekochte machine een dekseltje aanwezig is, gemerkt met het symbool , betekent dit dat de machine er niet voor gemaakt is met bleekmiddel te werken. Is dit niet het geval, dus als de machine met bleekmiddel gebruikt kan worden, ontbreekt dit.

110 5. GEBRUIK VAN DE MACHINE 5. 1 VOORBEREIDING VAN HET WASGOED 7. Sorteer het wasgoed afhankelijk van het type weefsel en de kleurvastheid. 8. Was witgoed en bont wasgoed gescheiden van elkaar. Aangeraden wordt nieuw, bont wasgoed de eerste keer afzonderlijk te wassen. Over het algemeen is wasgoed voorzien van een wasetiket, dat nuttige aanwijzingen verschaft over hoe het betreffende kledingstuk behandeld moet worden. We beschrijven de symbolen van deze etiketten hier even kort. WASSEN BLEKEN Wassen op max. 90°C Wassen op max. 60°C Bleekbaar Niet bleken STRIJKEN Wassen op max. 40°C Wassen op max. 30°C Hoge temperatuur Middelhoge temperatuur Lage temperatuur Niet strijken CHEMISCH REINIGEN Fijne was max. 60°C Fijne was max. 40°C Fijne was max.

30°C Alle oplosmiddelen Alle behalve trichloorethyleen Kerosine en R113 Niet chemisch reinigen DROGEN NA WASSEN Handwas Niet wassen Hoge temperatuur Temperatuur lager dan 60°C Niet drogen Let op. • Was geen ongezoomd of gescheurd wasgoed, omdat het zou kunnen gaan rafelen. • Vreemde voorwerpen kunnen kledingstukken of onderdelen van de wasautomaat beschadigen. Daarom: maak zakken leeg en keer deze, haal haakjes van de gordijnen of omwikkel deze met een netzakje. • Was erg klein wasgoed (ceintuurs, zakdoeken, sokken, beugel-bh’s, enz. ) door deze in een zakje van wit doek te doen. Doe drukknopen en ritssluitingen dicht, zet bungelende knopen aan. • Het gebruik van moderne wasmiddelen en de juiste wastemperatuur is over het algemeen voldoende om vlekken uit de weefsels te verwijderen. Sommige lastige vlekken, zoals gras, fruit, ei, bloed, roest, balpen, enz.

kunnen voor het wassen echter beter voorbehandeld worden. Afhankelijk van het weefseltype bestaan er in de handel ontelbare producten om vlekken te behandelen. Het is in ieder geval raadzaam de vlekken onmiddellijk schoon te maken of de verdunnen, want hoe ouder deze zijn, hoe moeilijker ze zijn te verwijderen.

• Indien men de symbolen voor de weefselbehandeling niet in acht neemt, kan het wasgoed beschadigd worden. Wol – Alleen wol die gemerkt is als pure scheerwol, aangeduid door het wolmerk of met het etiket kan met het speciale programma in de machine gewassen worden. Andere soorten wol kunnen beter op de hand gewassen worden of chemisch gereinigd. 5. 2 HET WASMACHINEDEURTJE OPENEN De machine is voorzien van een veiligheidsmechanisme, dat voorkomt dat het wasmachinedeurtje tijdens het verrichten van het programma geopend kan worden. 1. Wacht aan het eind van het wasprogramma (het programmafase controlelampje “Einde” brandt) 1 of 2 minuten alvorens het deurtje te openen, zodat het veiligheidsmechanisme uitgeschakeld kan worden. 2. Open het Controleer dat het water volledig uit de spoelruimte afgevoerd is en dat de trommel stilstaat.

deurtje door op de drukknop “Wasmachinedeurtje openen” te drukken, dat zich op het voorpaneel bevindt, en pak het deurtje vast om het volledig te openen. Let op. • Indien het wasprogramma onderbroken wordt, dient men afhankelijk van de temperatuur die binnenin de machine bereikt is 3 tot 15 minuten te wachten. Let op. Het water kan nog heet zijn, als het wasprogramma bij hoge temperatuur verricht is. Indien er zich binnenin de trommel nog water bevindt, mag het deurtje niet geopend worden.

111 5. 3 DE WASMACHINE VULLEN Voor zover mogelijk, is het om elektriciteit te besparen voordeliger een machine volledig te laden. Doe het wasgoed er goed losjes in en wissel hierbij grote stukken af met kleine. De eerste keren is het raadzaam het wasgoed te wegen. Vervolgens volstaat de opgedane ervaring. 5. 4 HET WASGOED AANBRENGEN 1. Open het wasmachinedeurtje en doe het wasgoed er gelijkmatig verdeeld in. Het moet goed opengevouwen zijn en niet in de trommel gepropt worden. Grote en kleine stukken dienen elkaar mogelijkerwijze af te wisselen. 2. De wasmachine, begeleid door deze handleiding, kan wasgoed per gevuld worden met maximaal 5 kgwasbeurt. Door er meer in te doen, is het resultaat onbevredigend en kan het zijn dat er zich storingen in de machine voordoen. 3.

met inachtneming van de Om energie te besparen is het voordeliger een machine volledig te laden, hoeveelheid die beschreven wordt in de “Programmatabel” die samen met deze handleiding verschaft wordt. 4. Doe het deurtje dicht door tegen het frame te drukken tot u het klikken van de sluiting hoort. Zorg ervoor dat geen wasgoed tussen het wasmachinedeurtje en de rubberen dichting komt. Let op. • Als het deurtje niet goed dicht zit, zorgt een veiligheidsmechanisme ervoor dat de wasautomaat niet gestart kan worden. • Overschrijd de maximum laadhoeveelheid niet: een te grote lading verslechtert het wasresultaat. 5. 5 WASMIDDEL EN ADDITIEF AANBRENGEN Door de aanwijzingen te volgen van de “Programmatabel” die samen met deze handleiding verschaft wordt, dient men alvorens het programma te starten wasmiddel en eventuele additieven in het speciale bakje te doen.

Doe het waspoeder voor de voorwas in het bakje dat gemerkt is met “ ”. 1 Het wasmiddel voor de hoofdwas moet in bakje “ ” gedaan worden. 2Bij de accessoires van de machine bevindt zich een rood inzetstuk “A” 2” dat, indien het in bakje “ van de hoofdwas gezet is, het mogelijk maakt vloeibaar wasmiddel te gebruiken.

De additieven worden tijdens de laatste spoeling automatisch in de wasruimte gedaan. In bakje “ ”, gemerkt met het symbool 3, worden, indien gewenst, de vloeibare additieven gedaan, zoals appret, blauwsel, wasverzachter. Doe bleekmiddel in bakje “ ”, als de machine geschikt is om met bleekmiddelen te werken (of de machine 4geschikt is, kan gecontroleerd worden doordat het dekseltje ontbreekt dat gemerkt is met het symbool ). De hoeveelheid van de vloeistoffen mag de maximum aanduiding echter niet overschrijden, omdat de bakjes anders te gauw leeggemaakt worden. Alvorens dikke additieven in het daarvoor bestemde bakje te doen, dient men deze met een beetje water te verdunnen om te voorkomen dat de sifon verstopt raakt. Gebruik alleen wasmiddelen met gecontroleerd schuim, die geschikt zijn voor gebruik in een wasautomaat.

Bepaal de hoeveelheid wasmiddel op grond van de hardheid van het water, het type en hoeveelheid geladen wasgoed en de vuilheidgraad ervan. Op die manier wordt het gewenste effect en een optimaal wasmiddelverbruik bereikt. Op de verpakkingen van de wordt de hoeveelheid van de dosering weergegeven op grond van de wasmiddelen4 hardheidniveaus en voor wasgoedladingen van 4-5 kg die gewoon vuil zijn. Win bij het bevoegde waterbedrijf informatie in over de hardheid van het water. Hardheid van het water Hardheidsgraad Franse hardheid Fh Duitse hardheid Dh Zacht Tot 15° Tot 8° Middelhard 15° - 25° 8° - 14° Hard 25° - 40° 14° - 22° Zeer hard Meer dan 40° Meer dan 22°.

112 5. 6 WASPOEDERDOSERING Gewoon vuil wasgoed 1. Kies een programma zonder voorwas. 2. Doe de totale hoeveelheid wasmiddel die op de verpakking weergegeven wordt in bakje “2” van de wasmiddellade. Bijzonder vuil wasgoed 1. Kies een programma met voorwas. 2. Doe ¼ van de aangeraden hoeveelheid wasmiddel in bakje “1” van de wasmiddellade en ¾ van het wasmiddel in bakje “2”. Let op. • Bij gebrek aan aanwijzingen over de dosering dient men voor de fijne synthetische was ½ tot 2/3 van de hoeveelheid te gebruiken die aangeduid wordt om stevige katoenen weefsels te wassen. • Voor het wolprogramma wordt aangeraden uitsluitend neutrale wasmiddelen voor de wolwas te gebruiken. • Doseer op grond van de gegevens van de wasmiddelfabrikant. 5. 7 DOSERING VLOEIBARE WASMIDDELEN 1.

Doe de gewenste dosis in de doseerder die bij de fles met vloeibaar wasmiddel geleverd wordt en doe deze in de trommel, of gebruik bakje “ ” van het wasmiddelbakje. Breng hiervoor het rode inzetstuk “ ” aan (zie 2 Aparagraaf 5. 5). 2. De schaal op het rode inzetstuk dient als hulpmiddel bij het doseren van het vloeibare wasmiddel. Let op. • Vloeibare wasmiddelen kunnen alleen voor de hoofdwas, ofwel bij alle programma’s zonder voorwas gebruikt worden, volgens de dosis die door de fabrikant voorzien is. • Wanneer bakje “2” gebruikt wordt voor waspoeder dient men het rode inzetstuk “A” persé te verwijderen. 5. 8 ONTKALKERS In de bakjes “ ” en “ ” kunnen ontkalkers toegevoegd worden volgens de aanwijzingen van de fabrikanten. 1 2Doe eerst het wasmiddel en vervolgens de ontkalker in de bakjes. 5.

Programma’s voor de fijne was Geschikt voor fijne weefsels van synthetische kunststof, gemengde of linnen weefsels. Deze voorkomen het ontstaan van diepe kreukels, die tijdens het strijken moeilijk te verwijderen zijn. Wolprogramma Alleen voor kledingstukken die “100% wol”, wasbaar, behandeld, krimpvrij gemerkt zijn. Andere soorten wol kunnen beter op de hand gewassen of chemisch gereinigd worden. Raadpleeg de “Programmatabel” die samen met deze handleiding verschaft wordt, voor de keuze van de programma’s op grond van het soort weefsel.

113 Handel voor het inschakelen en de programmakeuze als volgt: 1. Draai de draaiknop voor de programma’s in één van de twee richtingen. De machine wordt ingeschakeld en het programmafasen controlelampje “Begin” gaat branden. 2. Kies de wastemperatuur in de op het frontpaneel door de volgende opschriften gemerkte sectoren: • Katoen, bont • Wol • Synthetisch, fijne was Let op. • Met de draaiknop van de programma’s kunnen ook de volgende gedeeltelijke wasprogramma’s worden ingesteld: -Spoelen met additief -Afvoer en centrifugeren -Wasverzachter Deze gedeeltelijke programma’s bevinden zich in de sectoren katoen, synthetisch en wol, met uitzondering van het afvoer- en centrifugeprogramma (Afvoer ). • Waar de aangeduide temperaturen 0° zijn, wil dit zeggen dat het programma een koude was draait. Dezelfde koude was wordt ook verricht door het programma in de wolsector.

Handwas • De wasetiketten van de weefsels duiden aan welke wastemperatuur ingesteld moet worden. • Wanneer men stukken wast waarvoor verschillende wastemperaturen voorzien zijn, dient men de laagste temperatuur te kiezen. • Als het wasgoed slechts weinig vuil is en geen bleekbehandeling bij hoge temperatuur vereist is, kan om energie te besparen voor een lagere temperatuur gekozen worden. Niettegenstaande de lage temperatuur en dus de energiebesparing, zorgt een automatische tijdcontrole ervoor dat de duur van de hoofdwas onveranderd blijft ten opzichte van die van een programma met hoge temperatuur. Hierdoor bestaat de mogelijkheid te wassen dan die aangeduid is gewoon vuil wasgoed bij lagere wastemperatuur op het wasetiket. 5. 10 SNELHEIDSKEUZE De modellen waarop deze handleiding betrekking heeft, kunnen een vaste of een variabele centrifugesnelheid hebben.

Indien deze vast is, is er geen regeling, maar bestaat alleen de mogelijkheid de centrifuge uit te sluiten ( ), als het model van deze optie voorzien is.

Andere modellen zijn voorzien van de drukknop om de centrifugesnelheid te regelen (zie hoofdstuk 4 – Beschrijving van de bediening), waarmee drie centrifugesnelheden gekozen kunnen worden. Door op de drukknop te drukken, die aangeduid is met de letter “H” in hoofdstuk 4 – Beschrijving van de bediening, gaan de 3 controlelampjes boven de drukknop opeenvolgend branden en geven (van boven naar beneden) het volgende weer: • maximum centrifugesnelheid • middelhoge centrifugesnelheid • uitsluiting centrifuge en stoppen met volle spoelruimte ( ): indien deze optie geselecteerd wordt, wordt aan het einde van het wasprogramma niet gecentrifugeerd en stopt de machine met de spoelruimte vol water en blijft de was weken.

Als men de was er kletsnat en druppelend uit wil halen (strijkvrije weefsels), zet de draaiknop dan op het afvoer- en centrifugeprogramma “Afvoer ” en druk op de drukknop “Start/Pauze””. Het water wordt bij alle programma’s automatisch afgevoerd zonder te centrifugeren. Zet de draaiknop op stand “Afvoer ”, indien men het water dat zich in de spoelruimte bevindt wil afvoeren en men wil centrifugeren. Selecteer met de drukknop voor de snelheidskeuze één van de twee beschikbare snelheden (de waarde van de maximum snelheid of die van de middelhoge snelheid) en druk op de drukknop “Start-Pauze”. Deze gelden ook bij de machines met vaste snelheid, waar echter ook de optie tot uitsluiting van de centrifuge bestaat. Bij de programma’s van de Katoen/Bontsector kunnen de weefsels gecentrifugeerd worden tot de maximum snelheid die voor het model voorzien is.

114 5. 11 KEUZE VAN DE OPTIES Met behulp van de optiedrukknoppen (beschreven in hoofdstuk 4 – Beschrijving van de bediening) kunnen de opties ingeschakeld worden die op de machine aanwezig zijn. De keuze van de optie wordt gevisualiseerd, doordat het optiecontrolelampje gaat branden dat zich boven de ingedrukte knop bevindt. 5. 12 HET WASPROGRAMMA STARTEN 1. Alvorens het gekozen programma te starten, dient men het wasmachinedeurtje goed te sluiten, de kraan open te draaien en het wasmiddel en het additief in de machine te doen. 2. Druk op de toets “Start-pauze” en het controlelampje van de programmafase “Wassen” gaat branden. De machine gaat na 10 seconden automatisch lopen en verricht de geprogrammeerde cyclus. Tijdens de werking blijft het controlelampje “Wassen” branden. 5.

13 HET WASPROGRAMMA ONDERBREKEN OF WIJZIGEN Het wasprogramma kan tijdens de uitvoering op elk moment onderbroken worden: 1. door gedurende ongeveer 3 seconden op de drukknop “Start/pauze” te drukken. Tijdens de pauze knippert het programmafasen controlelampje “Wassen”. De pauze wordt ook verkregen door tijdens het uitvoeren van de cyclus aan de draaiknop voor de programma’s/temperatuurkeuze te draaien. 2. Indien men het wasprogramma wil veranderen, is het voldoende het nieuwe programma te kiezen door aan de draaiknop voor de programma’s te draaien, zonder de machine op de pauzestand te moeten zetten. De nieuwe wascyclus wordt volledig vanaf het begin uitgevoerd. Indien bij de voorgaande cyclus reeds water in de spoelruimte gelopen was, begint het nieuwe programma zonder de fase om water te vullen. 3. Druk opnieuw op de start-pauze drukknop om weer met de cyclus verder te gaan. 5.

14 EINDE VAN HET PROGRAMMA De wasprogramma’s worden automatisch voltooid en het controlelampje voor de programmafase “Einde” gaat branden. 1. Schakel de machine uit door de draaiknop van de programma’s op de OFF of Uit stand te zetten. 2.

Alvorens het wasmachinedeurtje te openen, dient men 1 of 2 minuten te wachten, zodat het veiligheidsmechanisme uitgeschakeld kan worden. 3. Haal het wasgoed uit de trommel. 4. Laat het wasmachinedeurtje op een kier staan, zodat de ruimte binnenin de wasautomaat kan opdrogen. 5. Doe de kraan voor de watertoevoer dicht. Verricht de volgende handelingen, als de optie uitsluiting centrifuge geselecteerd is ( ): 1. zet de draaiknop van de programma’s op stand “Afvoer ”; 2. druk op de “start-pauze” drukknop. Het water wordt bij alle programma’s automatisch afgevoerd zonder dat er gecentrifugeerd wordt. Indien men het water wil afvoeren en centrifugeren: 1. zet de draaiknop op stand “Afvoer ” 2. Schakel de optie om de centrifuge uit te sluiten ( ) uit, of selecteer bij de modellen met regeling één van de twee snelheidswaarden. 3. druk op de “start-pauze” drukknop.

115 6. SCHOONMAAK EN ONDERHOUD Belangrijk – Alvorens schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden te verrichten, dient men de stekker uit het stopcontact te halen. 6. 1 HET SCHOONMAKEN VAN DE BUITENKANT • Door het apparaat regelmatig schoon te maken blijft het aanzien van uw apparaat onveranderd. • Het meubel dient alleen met water en zeep te worden schoongemaakt. Droog het vervolgens met een zachte doek zorgvuldig af. • De kunststof gedeeltes dienen alleen met een vochtige doek te worden schoongemaakt. • Schuurniet met puntige voorwerpen en gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen, omdat deze de oppervlakken beschadigen. • Sproei uit veiligheidsoverwegingen nooit waterstralen op de wasautomaat. 6.

2 HET SCHOONMAKEN VAN DE TROMMEL • Verwijder eventuele roestvlekken van de trommel met een speciaal schoonmaakmiddel voor roestvrij staal of bij bijzonder hardnekkige gevallen, met zeer fijn schuurpapier. • Om de wasautomaat te ontkalken, dient men uitsluitend merkontkalkers met antiroest voor wasmachines te gebruiken. • Houd u bij het gebruik en de dosering strikt aan de aanwijzingen van de fabrikant. • Verricht bij het ontkalken en verwijderen van de roest van de trommel enkele spoelcycli om alle zuurresten te verwijderen die de machine kunnen beschadigen. Gebruik in geen geval reinigingsmiddelen die oplosmiddelen bevatten. Het gevaar bestaat dat hierbij dampen ontstaan die in brand kunnen vliegen en ontploffen. 6.

3 HET RUBBER VAN HET WASMACHINERAAM SCHOONMAKEN Controleer periodiek dat zich geen gespen, knopen, spijkers, spelden in de vouwen van het rubber van het wasmachineraam bevinden. 6. 4 HET SCHOONMAKEN VAN DE AFVOERPOMP De afvoerpomp dient alleen schoon te worden gemaakt indien de pomp geblokkeerd is door knopen, gespen of dergelijke voorwerpen en het water niet afgevoerd wordt. Handel in dit geval als volgt: 1. Neem de stekker uit het stopcontact om de machine van het elektriciteitsnet los te koppelen. 2.

Handel, afhankelijk van het model, als volgt: MODEL A – Draai de kunststof schroeven, die de sokkel aan het voordeurtje van de wasmachine bevestigen, met een muntje naar links. MODEL B – Steek een kleine schroevendraaier in de openingen in het voordeurtje van de sokkel. Wip de schroevendraaier vervolgens een beetje omhoog om het bovenste gedeelte van de sokkel zelf van het meubel te bevrijden. Duw de sokkel een beetje naar voren en trek deze naar boven om hem volledig te verwijderen. 2.

116 3. Verwijder afvoerslang ”A”. Let op: een warm slangetje betekent warm of heet water. Zet een laag bakje op de vloer en verwijder dop “B” om het water weg te laten stromen. Afhankelijk van de hoeveelheid water kan het nodig zijn de bak meerdere keren te legen. Sluit de slang weer als er geen water meer uitkomt, door dop “B” er weer stevig op aan te brengen. 4. Draai het deksel van de pomp “D” los, door het naar links te draaien. Maak deze schoon en verwijder vreemde voorwerpen uit de pomp. Controleer ook de binnenkant “E” en verzeker u ervan dat de rotor vrij draait. Er kunnen vreemde voorwerpen in vastzitten, die verwijderd moeten worden. 5. Draai het deksel van de pomp weer aan. Bevestig de afvoerslang door de dop op zijn plaats “C” te klikken. Breng de sokkel, afhankelijk van het model, aan als volgt: MODEL A – Breng de sokkel eerst in het onderste gedeelte aan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg STA60 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden