Smeg SNLK916MFA9 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg SNLK916MFA9 (38 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Smeg SNLK916MFA9 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SNLK916MFA9 |
Handleiding Smeg SNLK916MFA9 – volledige tekst
Inhoudsopgave3NL 1 Waarschuwingen 4 1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 4 1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 5 1.3 Beoogd gebruik 5 1.4 Verwerking 5 1.5 Identificatieplaatje 6 1.6 Deze gebruiksaanwijzing 6 1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 6 2 Beschrijving 7 2.1 Algemene beschrijving 7 2.2 Kookplaat 8 2.3 Bedieningspaneel 8 2.4 Andere onderdelen 9 2.5 Beschikbare accessoires 10 3 Gebruik 11 3.1 Waarschuwingen 11 3.2 Eerste gebruik 12 3.3 Gebruik van de accessoires 12 3.4 Het gebruik van de kookplaat 13 3.5 Het gebruik van de oven 14 3.6 Gebruik van de bergruimte 16 3.7 Advies voor bereidingen 16 3.8 Klok programmeereenheid 18 4 Reiniging en onderhoud 22 4.1 Waarschuwingen 22 4.2 Reiniging van het apparaat 22 4.3 Demontage van de deur 23 4.4 Reiniging van de ruiten van de deur 24 4.5 Demontage van de interne ruiten 24 4.6 Vapor Clean 26 4.7 Buitengewoon onderhoud 27 5 Installatie 29 5.1 Gasaansluiting 29 5.2 Aanpassing aan de verschillende gastypes 32 5.3 Plaatsing 35 5.4 Elektrische aansluiting 36We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
Waarschuwingen41 Waarschuwingen1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingenPersoonlijk letsel• Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden heel warm tijdens het gebruik.• Raak geen warmte-elementen delen aan tijdens gebruik van het apparaat.• Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat.• Laat kinderen niet spelen met het apparaat.• Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels op het apparaat tijdens gebruik ervan.• Schakel het apparaat uit na gebruik ervan.• Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.• Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.• Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.• Voer geen wijzigingen uit op het apparaat.• Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.• Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.• Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen.Beschadiging van het apparaat• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv.
poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik eventueel houten of plastic gereedschappen.• Ga niet op het apparaat zitten.• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.• Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.
Waarschuwingen5NLVoor dit apparaat• Voordat de lamp wordt vervangen, moet gecontroleerd worden dat het apparaat is uitgeschakeld.• Ga niet steunen of zitten op de geopende deur van het apparaat.• Controleer of er geen voorwerpen in de deur vastzitten.1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikantDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen tengevolge:• een ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien;• het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing;• het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;• gebruik van niet-originele reserveonderdelen.1.3 Beoogd gebruik• Dit apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in een huishoudelijke omgeving.
Elk ander gebruik is oneigenlijk.• Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.• Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbedieningssystemen.1.4 VerwerkingHet apparaat moet gescheiden ingezameld worden (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG).
Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.Verwijdering van het apparaat:• Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.• De gebruiker moet het apparaat dus aan het einde van het gebruik toekennen aan geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of het overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.Elektrische spanningGevaar voor elektrische schok• Schakel de stroomtoevoer uit.• Haal de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwingen6Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.• Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.1.5 IdentificatieplaatjeHet identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.1.6 Deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en dient gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard.Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzingIn deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:1.
Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.• Enkele gebruiksaanwijzing.Plastic verpakkingGevaar voor verstikking• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.• Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.WaarschuwingenAlgemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.BeschrijvingBeschrijving van het apparaat en de accessoires.GebruikInformatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, kooktips.Reiniging en onderhoudInformatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.InstallatieInformatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.VeiligheidswaarschuwingenInformatieSuggestie
Beschrijving82.2 KookplaatAUX = HulpbranderSR = Halfsnelle branderR = Snelle branderUR = Ultra snelle brander2.3 Bedieningspaneel1 Klok programmeereenheidHandig voor de weergave van het actuele tijdstip en de geprogrammeerde bereidingen en voor de instelling van de kookwekker.2 TemperatuurknopMet deze knop kan de temperatuur van de bereiding geselecteerd worden.Draai de knop rechtsom op de gewenste waarde tussen het minimum en het maximum.3 ControlelampLicht op om te melden dat de oven zich in de verwarmingsfase bevindt. Wordt uitgeschakeld als de temperatuur is bereikt. Een regelmatig knipperend lampje geeft aan dat de ingestelde temperatuur in de oven constant wordt gehouden.
Beschrijving9NL4 FunctieknopDe verschillende functies van de oven zijn geschikt voor verschillende bereidingswijzen. Nadat u de gewenste functie heeft geselecteerd, moet u de bereidingstemperatuur instellen met de temperatuurknop.5 Knoppen van de branders van de kookplaatNuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de plaat.Druk op de knoppen, en draai deze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden.Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op positie geplaatst worden.2.4 Andere onderdelenPlaatsbare niveausHet apparaat beschikt over niveaus om roosters en ovenschalen op verschillende hoogtes te plaatsen.
De plaatsbare hoogtes worden begrepen van laag naar hoog (zie 2.1 Algemene beschrijving).KoelventilatorDe ventilator zorgt voor de afkoeling van de oven, en wordt tijdens de bereiding in werking gesteld.De werking van de ventilator veroorzaakt een normale luchtstroom die aan de achterzijde van het apparaat uitkomt, en die ook na de uitschakeling van het apparaat kort doorgaat.Interne verlichtingDe interne verlichting van het apparaat wordt ingeschakeld:• als de deur wordt geopend;• als een willekeurige functie wordt gekozen, met uitzondering van de functie .Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.
Beschrijving102.5 Beschikbare accessoiresReductieroosterNuttig voor het gebruik van kleine recipiënten.Reductierooster WokNuttig voor het gebruik van een Wok.RoosterNuttig voor het plaatsen van recipiënten met voedsel in bereiding.Diepe ovenschaalNuttig voor het opvangen van vet dat afkomstig is van het voedsel op het rooster erboven.Op sommige modellen zijn niet alle accessoires aanwezig.
Gebruik11NL3 Gebruik3.1 WaarschuwingenHoge temperatuur in de oven tijdens het gebruikGevaar op verbranding• Houd de deur dicht tijdens de bereiding.• Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de oven• Raak de verwarmingselementen binnenin het apparaat niet aan.• Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.• Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.• Als er bewerkingen nodig zijn aan de etenswaren of aan het einde van de bereiding, opent u een aantal seconden lang de deur 5 centimeter, zodat de stoom ontsnapt. Vervolgens kunt u de deur volledig openen.Incorrect gebruikGevaar op verbranding• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting.
Wees heel voorzichtig.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.• Bij gebruik van bakpapier moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.• Plaats geen potten of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.• Gebruik de open deur niet als steun door potten of schalen te plaatsen op het binnenglas.• Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
• Alle recipiënten moeten een effen en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming over overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.De temperatuur in de bergruimte kan hoog oplopenGevaar op verbranding• Open de bergruimte niet wanneer de oven ingeschakeld of warm is.• De voorwerpen in de bergruimte kunnen erg heet zijn tijdens het gebruik van de oven.
Gebruik123.2 Eerste gebruik1. Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires en uit de ruimten.3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).4. Verwarm de lege oven op de hoogste temperatuur om eventuele productieresten te verwijderen.3.3 Gebruik van de accessoiresReductieroostersDe reductieroosters moeten op de roosters van de kookplaat gelegd worden.
Controleer dat deze correct gepositioneerd zijn.De temperatuur in de bergruimte kan hoog oplopen tijdens gebruik van de ovenBrand- en ontploffingsgevaar• Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.• Laat geen ontvlambare materialen in de nabijheid van de oven of bergruimte.• Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.• Plaats geen dichte schotels of houders in de oven.• Laat de oven niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waar vetten en oliën kunnen vrijkomen.• Verwijder ongebruikte ovenschalen en roosters tijdens de bereiding uit de ovenruimte.
Gebruik13NLRoosters en ovenschalenRoosters en ovenschalen moeten in de zijgeleiders worden geplaatst tot aan het eindpunt.De mechanische veiligheidsblokkeringen om ongewenste verwijdering van de roosters te voorkomen moeten naar beneden en naar de binnenzijde van de oven gericht zijn.3.4 Het gebruik van de kookplaatAlle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Als de brander niet wordt ontstoken binnen 15 seconden, moet de knop op geplaatst worden en moet 60 seconden gewacht worden tot de volgende poging.
Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen.Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken, en herhaal de handeling. Houd de knop langer ingedrukt.Plaats de roosters en de schalen helemaal in de oven, tot ze vast komen te zitten.Maak de ovenschalen schoon voor het eerste gebruik, om eventuele productieresten te verwijderen.In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gaslevering, ook wanneer de kraan open staat. Plaats de knop op en wacht minstens 60 seconden om nogmaals te ontsteken.
Gebruik14Correcte positie van de vlamverdelers en van de dekselsVoordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct gepositioneerd zijn met de respectievelijke deksels. Let op dat de openingen van de vlamverdelers 1 overeenstemmen met de thermokoppels 2 en de vonkontstekers 3.Praktisch advies voor het gebruik van de kookplaatVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipiënten gebruikt worden met een deksel en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt. Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.3.5 Het gebruik van de ovenInschakelen van de ovenOm de oven in te schakelen:1. Selecteer de gewenste bereidingsfunctie met de functieknop.2.
Selecteer de gewenste temperatuur met de temperatuurknop.Lijst van de functiesDiameter van de recipiënten:• Hulpbrander: 12 - 14 cm.• Halfsnelle brander: 16 - 24 cm.• Snelle brander: 18 - 26 cm.• Zeer snelle brander: 18 - 28 cm.Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet worden ingeschakeld als dit niet het geval is. Druk gelijktijdig op de toetsen en om de klok van de programmeereenheid te resetten.StatischDe warmte wordt gelijktijdig bovenaan en onderaan afgegeven, en maakt dit systeem geschikt voor het bereiden van speciale types van voedsel. De traditionele bereiding, die ook statisch wordt genoemd, is geschikt voor het klaarmaken van één gerecht per keer. Het is ideaal voor alle types van gebraden, brood en gevulde taarten, en het is vooral geschikt voor vet vlees zoals gans en eend.
Gebruik15NLGeventileerde onderwarmteMet de combinatie van de ventilator en enkel de onderwarmte zal de bereiding sneller klaar zijn. Dit systeem wordt aanbevolen voor het steriliseren of voor het voltooien van voedsel dat reeds goed oppervlakkig gaar is, maar nog niet binnenin, en waarvoor dus een gematigde bovenwarmte nodig is. Ideaal voor elk type van voedsel. Kleine grillMet deze functie kan door middel van de warmte, enkel afkomstig van het centrale element, kleine hoeveelheden vlees en vis gegrild worden om spiezen, toasts en bijspijzen van groenten te bereiden. GrillMet de warmte die van het grill element komt, kunnen uitstekende resultaten bereikt worden zoals het roosteren van dun en iets dikker vlees, en in combinatie met het draaispit (waar voorzien) wordt op het einde van de bereiding een uniforme goudbruine kleur verkregen. Ideaal voor worsten, ribbetjes en bacon.
Met deze functie kan een grote hoeveelheid voedsel, en vooral vlees, uniform gegrild worden. Geventileerde grillDe lucht afkomstig van de ventilator verzacht de warmtegolven die worden verkregen door de grill, zodat ook dik voedsel uitstekend wordt gegrild. Ideaal voor grote stukken vlees (bijv. varkensscheenbeen). Statisch+ventilatorDe werking van de ventilator, gecombineerd met de traditionele bereiding, verzekert ook voor ingewikkelde recepten homogene bereidingen. Ideaal voor koekjes en taarten, die ook gelijktijdig op meerdere niveaus kunnen bereid worden.
(Voor bereidingen op meerdere niveaus wordt aanbevolen om het 2de en het 4de vlak te gebruiken)Circulatie + ventilatorMet de combinatie van de ventilator en het luchtcirculatie element (ingebouwd in de achterkant van de oven) kan verschillend voedsel op meerdere vlakken bereid worden waarvoor dezelfde temperatuur en hetzelfde type van bereiding nodig is. De warmeluchtcirculatie verzekert een onmiddellijke en uniforme verdeling van de warmte.
Gebruik163.6 Gebruik van de bergruimteOnderaan het fornuis is er een bergruimte die toegankelijk is door de handgreep naar u toe te trekken. Deze bergruimte is geschikt om potten en pannen of metalen voorwerpen voor gebruik met het apparaat te bewaren.3.7 Advies voor bereidingenAlgemeen advies• Gebruik de geventileerde functie om een gelijkmatige bereiding te bekomen op verschillende niveaus.• Algemeen gezien is het niet mogelijk om de bereidingstijden te verkorten door de temperatuur te verhogen (het voedsel zou aan de buitenkant goed gebakken kunnen zijn, maar binnenin minder).Advies voor het bereiden van vleesgerechten• De bereidingstijden hangen af van de dikte en van de kwaliteit van het voedsel, en van de smaak van de consument.• Gebruik een vleesthermometer voor gebraad, of druk met een lepel op het gebraad.
Als het gebraad stevig aanvoelt is het klaar, anders moet de bereiding nog een aantal minuten doorgaan.Advies voor bereidingen met de grill en de geventileerde grill• Het grillen van vlees kan zowel uitgevoerd worden bij koude als bij voorverwarmde oven, als het resultaat van de bereiding gewijzigd moet worden.• Bij de functie van de geventileerde grill wordt daarentegen aanbevolen om de oven eerst voor te verwarmen.• Er wordt aanbevolen om het voedsel in het midden van het rooster te plaatsen.EcoDe combinatie van de grill en de onderwarmte wordt aanbevolen voor de bereiding op één vlak, met een laag energieverbruik. Ideaal voor de bereiding van vlees, vis en groenten. Niet geschikt voor desserts die moeten rijzen.Vapor CleanDeze functie vergemakkelijkt het schoonmaken aan de hand van stoom afkomstig van een kleine hoeveelheid water in de daartoe voorziene houder op de bodem.
Gebruik17NL• In de grillfunctie is het aanbevolen om de temperatuurknop op de hoogste waarde in te stellen (symbool ), voor een optimale bereiding. • Het voedsel moet gekruid worden voordat het wordt bereid. Ook olie of vloeibare boter moet vóór de bereiding toegevoegd worden. • Gebruik de ovenschaal op het eerste vlak onderaan om de vloeistoffen afkomstig van het grillen op te vangen. • De grill mag nooit langer dan 60 minuten worden gebruikt. Advies voor het bereiden van gebak en koekjes• Gebruik bij voorkeur metalen en donkerkleurige bakvormen; deze helpen de warmte beter te absorberen. • De temperatuur en de tijdsduur van de bereiding hangen af van de kwaliteit en de dikte van het deeg. • U kunt nagaan of het gebak voldoende gebakken is binnenin door een tandenstoker in het hoogste deel te prikken. Wanneer het deeg niet aan de tandenstoker blijft plakken, is het gebak klaar.
• Wanneer het gebak verslapt wanneer het uit de oven wordt gehaald, moet bij de volgende bereiding de temperatuur ongeveer 10ºC lager worden ingesteld, en moet eventueel een langere kooktijd geselecteerd worden. • Tijdens het bereiden van gebak of groenten kan excessief condens op de ruit gevormd worden. Om dit te vermijden, opent u de deur enkele keren zeer voorzichtig tijdens de bereiding. Advies voor het ontdooien en het rijzen• Er wordt aangeraden om het ingevroren voedsel zonder de verpakking in een recipiënt zonder deksel te plaatsen, op het eerste niveau van de oven. • Vermijd opeenstapeling van voedingsmiddelen. • Om vlees te ontdooien kunt u een rooster gebruiken op het tweede niveau, en een ovenschaal op het eerste niveau. Op deze manier blijft het voedsel niet in contact met de vloeistof van de ontdooiing. • De meest delicate delen kunnen bedekt worden met aluminiumfolie.
Om energie te besparen• Stop de bereiding enkele minuten voordat de normale kooktijd verstrijkt. De bereiding zal voortgezet worden door de warmte die zich in de oven heeft opgehoopt. • Open de deur van de oven zo weinig mogelijk, zodat de warmte niet verloren gaat. • Houd de binnenkant van het apparaat constant rein.
Gebruik183.8 Klok programmeereenheid1 Toets timer kookwekker2 Toets duur bereiding3 Toets einde bereiding4 Toets afname waarde5 Toets toename waardeInstelling van het uurBij het eerste gebruik of na een stroomonderbreking zullen de cijfers op het display van het apparaat knipperen. 1. Druk tegelijkertijd op de toetsen en . De stip tussen de uren en de minuten knippert. 2. Met de toetsen of kan het uur ingesteld worden. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan. 3. Druk op de toets of wacht 5 seconden. De stip tussen de uren en de minuten stopt met knipperen. 4. Het symbool op het display duidt aan dat het apparaat klaar is om de bereiding te starten.Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk gelijktijdig op de toetsen en om de klok van de programmeereenheid te resetten.De oven kan niet worden aangeschakeld als de tijd niet is ingesteld.
Gebruik19NLBereiding met tijdinstelling1. Selecteer bereidingsfunctie en - temperatuur, en druk op de toets . Het display zal de cijfers en het symbool weergeven tussen de uren en de minuten. 2. Druk op de toetsen of om de gewenste minuten in te stellen.3. Wacht ongeveer 5 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt het actuele uur samen met de symbolen en .4. Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd. Op het display wordt het symbool uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal geactiveerd.5. Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op eender welke toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden. 6. Druk gelijktijdig op de toetsen en om de klok van de programmeereenheid te resetten.Geprogrammeerde bereiding1.
Stel de bereidingsduur in zoals beschreven werd in de vorige paragraaf „Bereiding met tijdinstelling”. 2. Druk op de toets . Op het display verschijnt de som van het actuele uur en de eerder ingestelde bereidingsduur. 3. Druk op de toetsen of om de gewenste minuten in te stellen.Met bereiding met tijdinstelling wordt de functie bedoeld waarmee u met de bereiding kunt beginnen, en deze na een ingestelde tijd kan doen eindigen.
Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 10 uur in te stellen.Wanneer u na de instelling de resterende tijd wilt weergeven, moet u op de toets drukken.Om de ingestelde programmering op nul te stellen, moet gelijktijdig op de toetsen en gedrukt worden, en moet de oven manueel uitgeschakeld worden.Met geprogrammeerde bereiding wordt de functie bedoeld waarmee u op een vooraf bepaalde tijd met de bereiding kan beginnen, om ze na een vooraf ingestelde periode te doen eindigen.
Gebruik204. Wacht ongeveer 5 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt het actuele uur samen met de symbolen en .5. Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd. Op het display wordt het symbool uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal geactiveerd.6. Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op eender welke toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden. 7. Druk gelijktijdig op de toetsen en om de klok van de programmeereenheid te resetten.Het annuleren van de ingestelde gegevens Druk gelijktijdig op de toetsen en om de ingestelde programmeringen op nul te stellen.Schakel de oven daarna manueel uit als geen bereiding bezig is.Timer kookwekkerDe kookwekker kan op eender welk ogenblik geactiveerd worden. 1. Druk op de toets .
Het display toont de cijfers en de knipperende controlelamp tussen de uren en de minuten. 2. Druk op de toetsen of om de gewenste minuten in te stellen.3. Wacht ongeveer 5 seconden zonder een toets in te drukken om de instelling van de kookwekker te beëindigen. Op het display verschijnen het actuele uur en de symbolen en .Regeling van het volume van het geluidssignaalHet geluidssignaal heeft 3 verschillende toonhoogten. Druk wanneer het geluidssignaal wordt geproduceerd op de toets om de instelling te wijzigen.Wanneer u na de instelling de resterende tijd wilt weergeven, moet u op de toets drukken.
Druk op de toets om het uur van het einde van de bereiding weer te geven.De timer kookwekker onderbreekt de bereiding niet, maar waarschuwt de gebruiker wanneer de ingestelde minuten verstreken zijn.Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 24 uur in te stellen.Nadat de kookwekker werd geprogrammeerd, toont de display het huidige uur. Om de resterende tijd weer te geven, moet op de toets gedrukt worden.
Gebruik224 Reiniging en onderhoud4.1 Waarschuwingen4.2 Reiniging van het apparaatAdvies voor de reiniging van de kookplaatOm de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat de oven afgekoeld is.Reiniging van de kookplaat1. Breng een niet-schurend reinigingsmiddel aan op een vochtige doek en haal de doek over het oppervlak.2. Spoel nauwgezet af.3. Maak droog met een zachte doek of een microvezeldoek.Reiniging van de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels1. Verwijder de elementen van de kookplaat.2. Reinig met behulp van lauwwarm water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen3. Maak zorgvuldig droog met een zachte doek of een microvezeldoek.4.
Breng de elementen weer op de kookplaat aan.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.Er wordt aanbevolen om reinigingsproducten van de fabrikant te gebruiken.De roosters staan steeds in contact met de vlam zodat de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen.
Gebruik23NLReiniging van de vonkontstekers en de thermokoppels• Maak, wanneer nodig, de vonkontstekers en de thermokoppels met een vochtige doek schoon.• Verwijder eventuele droge resten met een satéstokje of een naald.Reiniging van de ovenruimteOm de ovenruimte in goede staat te houden, moet hij na afkoeling regelmatig gereinigd worden.Laat geen voedselresten in de ovenruimte opdrogen aangezien daardoor de lak beschadigd kan raken.Verwijder de uitneembare delen alvorens de ovenruimte te reinigen.Voor een gemakkelijke schoonmaak is het aanbevolen om het volgende te demonteren:• de deur• de frames voor roosters/ovenschalen• de pakking4.3 Demontage van de deurOm de reiniging van de oven te vergemakkelijken, kunt u de ovendeur verwijderen en op een theedoek leggen.Voor een correcte demontage moet als volgt gehandeld worden:1.
Gebruik243. Om de deur weer te monteren, moeten de scharnieren in de daarvoor bestemde openingen in de oven geplaatst worden, zodat de gleuven A helemaal op de openingen steunen. Laat de deur zakken zodat ze geplaatst wordt, en verwijder de pinnetjes uit de openingen in de scharnieren.4.4 Reiniging van de ruiten van de deurEr wordt aangeraden om deze steeds schoon te houden. Gebruik absorberend keukenpapier. Bij hardnekkig vuil moet u schoonmaken met een vochtige spons en een gewoon reinigingsmiddel.4.5 Demontage van de interne ruitenVoor een gemakkelijke schoonmaak, kunnen de interne ruiten van de deur worden gedemonteerd.1. Verwijder de interne ruit door ze achteraan naar boven te trekken, en volg de beweging die wordt aangeduid door de pijlen (1).2. Trek de ruit naar boven aan de voorzijde (2).
Reiniging en onderhoud25NL4. Maak de buitenruit schoon, evenals de voorheen verwijderde ruiten. Gebruik absorberend keukenpapier. Bij hardnekkig vuil moet een vochtige spons en een neutraal reinigingsmiddel gebruikt worden.5. Plaats de ruiten weer door de omgekeerde volgorde van de verwijdering te volgen.• Plaats de interne ruit.
Centreer en klem de 4 pinnen in de zittingen op de deur, door er lichtjes op te drukken.Verwijdering van de geleiderframes voor de roosters/ovenschalenAls de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen worden verwijderd, kan de reiniging van de zijdelen makkelijker uitgevoerd worden.Om de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen te verwijderen:• Trek het frame naar de binnenkant van de oven zodat het uit de klemverbinding A komt, en verwijder het uit de zittingen achteraan B.• Herhaal na de reiniging de net beschreven handelingen om de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen weer aan te brengen.
Reiniging en onderhoud264.6 Vapor CleanVoorbereidingVoor het inschakelen van de reinigingscyclus Vapor Clean:• Verwijder alle accessoires uit de oven.• Giet ongeveer 40cc water in de ovenschaal. Let op dat het water niet uit de insnijding komt.• Sproei met een spray een oplossing van water en afwasmiddel op de binnenzijde van de oven. Sproei op de zijwanden, de bovenwand, het bodemvlak en de deflector.• Sluit de deur.Vapor Clean is een reinigingsprocedure die de verwijdering van vuil vergemakkelijkt. Dankzij deze procedure is het mogelijk om de binnenkant van de oven zeer makkelijk te reinigen.
De vuilresten worden verzacht door de warmte en door de waterdamp, zodat ze makkelijker kunnen verwijderd worden.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Verwijder voedselresten of gemorste sporen van vroegere bereidingen binnenin de oven.• Voer deze reinigingsprocedure enkel uit als de oven koud staat.Er wordt aanbevolen om maximaal 20 maal te sproeien.
Reiniging en onderhoud27NLInstelling van de functie Vapor Clean1. Draai de functieknop op het symbool en draai de temperatuurknop op het symbool .2. Stel een bereidingsduur van 18 minuten in op de klok van de programmeereenheid.Een enkele seconde na de laatste handeling met de toetsen van de klok, begint de Vapor Clean-reinigingscyclus.3. Aan het einde van de Vapor Clean-cyclus zal de timer de verwarmingselementen van de oven uitschakelen, zal het geluidssignaal afgaan en zullen de cijfers op het display van de klok-programmeereenheid gaan knipperen.Einde van de reinigingscyclus Vapor Clean4. Open de deur en verwijder het minst hardnekkige vuil met een microvezeldoek.5. Gebruik een sponsje met messingdraden voor het hardnekkige vuil.6. Voor vetresten kunt u een specifiek ovenreinigingsproduct gebruiken.7.
Verwijder het resterende water uit de oven.Voor een betere hygiëne en om te vermijden dat het voedsel een onaangename geur krijgt, wordt aanbevolen om de oven te drogen door een geventileerde functie ongeveer 10 minuten in te schakelen op 160 °C.4.7 Buitengewoon onderhoudDemontage en hermontage van de pakkingDe pakking demonteren:• Haak de haken in de 4 hoeken en in het midden los en trek de pakking naar buiten.De pakking monteren:• Haak de haken in de 4 hoeken en in het midden van de pakking vast.Advies voor het onderhoud van de pakkingDe pakking moet elastisch en zacht zijn.• Gebruik een niet-schurende spons en lauwwarm water om de pakking schoon te houden.Draag rubberen handschoenen tijdens deze bewerkingen.Het is aanbevolen om de deur te verwijderen om moeilijk bereikbare delen makkelijker schoon te maken.
Reiniging en onderhoud28Vervanging van de lamp voor de binnenverlichting1. Verwijder alle accessoires uit de oven.2. Verwijder de geleiderframes voor roosters/ovenschalen.3. Verwijder de kap van de lamp met gereedschap (bijv. een schroevendraaier).4. Draai de lamp los en verwijder ze.5. De nieuwe lamp aanbrengen.6. Hermonteer het deksel. Keer de geprofileerde binnenkant van het glas (A) naar de deur.7. Druk goed op de bedekking zodat ze perfect aan de fitting hecht.Delen onder elektrische stroomGevaar voor elektrische schok• Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.In de ovenruimte is een 40W-lamp aangebracht.Zorg ervoor dat het email op de wanden van de ovenruimte geen krassen oplopen.Raak ze niet direct met de vingers aan, gebruik altijd isolerend materiaal.
Installatie29NL5 Installatie5. 1 GasaansluitingAlgemene informatieDe aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een flexibele stalen buis op een rechte wand, en volgens de voorschriften die aangeduid worden door de van kracht zijnde norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk „5. 2 Aanpassing aan de verschillende gastypes”. De toevoerverbinding van het gas heeft een schroefdraad ½” gas extern (ISO 228-1). Aansluiting met rubberleidingControleer of alle volgende voorwaarden gerespecteerd worden:• of de leiding op het rubber bevestigd is met veiligheidsklemmen; • of de leiding op geen enkele plaats in aanraking komt met hete wanden (max.
50 °C);• of de leiding niet wordt onderworpen aan trekkrachten of spanningen, en geen strakke bochten maakt of vernauwingen heeft; • of de leiding niet in aanraking komt met snijdende voorwerpen of scherpe hoeken; • wanneer de buis niet perfect dicht is, en er dus gas kan ontsnappen, mag de buis niet hersteld worden; vervang met een nieuwe buis;• controleer of de vervaldatum van de leiding, die wordt aangeduid op de leiding zelf, niet overschreden werd. Voer de aansluiting op het gasnetwerk uit met een rubberleiding conform de kenmerken van de van kracht zijnde norm (controleer of de afkorting van deze norm op de leiding gedrukt is). Draai de slangaansluiting 3 zorgvuldig vast op de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1) van het apparaat, en breng de pakking 2 aan.
Afhankelijk van de diameter van de gebruikte gasleiding kan ook de slangaansluiting 4 vastgedraaid worden op de slangaansluiting 3. GaslekExplosiegevaar• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt. • Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm. • Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.
• Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking voor flexibele stalen buizen en 1,5 meter voor rubberen buizen. • De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet verpletterd worden.
Installatie30Plaats, als de slangaansluiting(en) is(zijn) vastgedraaid, de gasleiding 6 op de slangaansluiting en bevestig ze met de klem 5 conform de van kracht zijnde norm.Aansluiting met een flexibele stalen buisVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de aansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting 1 van het apparaat, en breng de pakking 2 ertussen aan.Aansluiting met een flexibele stalen buis met bajonetsluitingVoer de aansluiting op het gasnet uit met behulp van een flexibele stalen buis met bajonetsluiting, in overeenstemming met B.S. 669. Breng isolerend materiaal aan op de schroefdraad van de gasleiding 4, en draai de adapter 3 vast.
Draai het blok vast op de mobiele verbinding 1 van het apparaat, en voorzie steeds de bijgeleverde pakking 2.De aansluiting met rubberleiding conform de van kracht zijnde normen mag enkel uitgevoerd worden wanneer de leiding over de volledige lengte geïnspecteerd kan worden.De binnendiameter van de buis moet 8 mm zijn voor vloeibaar gas, en 13 mm voor methaan en stadsgas.
Installatie31NLAansluiting met een flexibele stalen buis met conische verbindingVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm. Draai de verbinding 3 zorgvuldig vast op de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking 2 aan. Breng isolatiemateriaal aan op de schroefdraad van de verbinding 3, en draai de flexibele stalen leiding 4 vast op de verbinding 3. Aansluiten op LPGGebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen. De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel „TTabel eigenschappen brander en gasmondstukken”.
Ventilatie van de vertrekkenHet apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden. De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid geëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt werd, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.
Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte trek of met een geforceerde afzuiging.
Installatie32Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.1 Evacuatie door middel van een afzuigkap2 Evacuatie zonder afzuigkapA Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trekB Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilatorC Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruitD Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand Lucht Verbrandingsproducten Elektrische ventilator5.2 Aanpassing aan de verschillende gastypesWanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de minimum vlam op de gaskranen geregeld worden.Vervanging van de straalpijpen1. Verwijder de roosters, de deksels en de vlamverdelers om de branderdoppen te bereiken.2.
Installatie33NLRegeling van het minimum voor methaan of stadsgasSchakel de brander in, en stel in op de minimum positie. Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.Monteer de knoppen opnieuw, en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander. Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan. Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.Regeling van het minimum voor vloeibaar gasDraai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.
Reinig ze intern, en vervang het smeervet.Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat werd aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig).De smering van de gaskranen moet uitgevoerd worden door een gespecialiseerde technicus.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg SNLK916MFA9 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Smeg
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis