Smeg SE2951ID Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg SE2951ID (14 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Smeg SE2951ID of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SE2951ID |
Handleiding Smeg SE2951ID – volledige tekst
NL41Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet naar eenplaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correctemanier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijkvoor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnenvoordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meerdetails in verband met het recyclen van dit product, neemt u hetbest contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of dedienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkelwaar u het product hebt gekocht.
Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. Veiligheidsinstructies. 42Voor aansluiting en werking. 42Voor de kookplaat. 42Voor personen. 42Beschrijving van het apparaat.
42Veiligheidsinstructies NLVeiligheidsinstructiesVoor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico vooruw veiligheid. Voor de kookplaat• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingesteldekookstand (powerstand) de inductiekookplaat niet zondertoezicht gebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid vande kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daar-bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken.
Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de aan/uit-toets uiten niet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en contact opnemen met deklantenservice.
• Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoud-zekering uitschakelen en contact opnemen met de klanten-service. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.
Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogenniet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heetkunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen direct onder de kookplaat leggen.
• Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen,kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaatheet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve-ren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kook-plaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
• Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen• Voorzichtig. Personen die niet vertrouwd zijn met de inbouwkookplaatmogen er alleen onder toezicht mee werken.
Kleine kinderensteeds uit de buurt houden en ervoor zorgen dat ze niet methet apparaat spelen. • Let op. De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompenmoeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet doorde inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereikvan de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
Beschrijving van het apparaat NL43Beschrijvingvanhetapparaat Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.1. Inductiekookzone links voor2. Inductiekookzone links achter3. Inductiekookzone rechts achter4. Inductiekookzone rechts voor5. Touch-Control-bedieningsveld6. De keramische kookplaat7. Inductiekookzone midden8. Aan/Uit-toets9. Min-toets (verlagen) / Plus-toets (verhogen)10. Kookstand-keuzetoetsen11. Kookstandweergave12. Power-toets13. Min-toets / Plus-toets van de automatische uitschakeling14. Aanwijzing automatische uitschakeling15. Symbool voor vergrendeling16. Symbool voor het aanwijzen van de kookzonepositie op dekeramische kookplaatBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met devingertop een symbool op het keramische oppervlak even aan-raken.
44Bediening NLBedieni ngDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductie-spoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne-tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in debodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechten over-gedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen directin de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld– Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover-dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaarmateriaal zijn noodzakelijk),– meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegevenals er een pan op de kookzone staat,– energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem meteen hoog rendement, – hoge opwarmsnelheid,– weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen doorde panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran-den niet vast,– snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. PanherkenningAls er geen of een te kleine pan op de kookzone staat, als dekookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energie ver-zorgd, de kookstandweergave knippert. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordtde ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergavebrandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordtverwijderd, de kookstandweergave knippert. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherken-ning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toege-voerd als nodig is. De panherkenningsgrens (minimum diameter van de panbodem)waarbij de kookzone nog inschakelt, bedraagt 100 mm en is bijeen aantal modellen als binnenste kring op de kookzone afge-beeld. GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper-king. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke-lijk van de gekozen kookstand (zie tabel).
De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt de kook-zone uitgeschakeld; er is een tijd lang een signaal te horen en inde aanwijzing verschijnt (Automatic Stop). Belangrijk. Na het uitschakelen door de gebruiksduurbeperkingverschijnt (Automatic Stop) in de aanwijzing. Om te bevesti-gen op een willekeurige toets van de overeenkomstige kookzonedrukken. Dat wordt met een dubbele signaaltoon bevestigd. Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Na 10 seconden wordt de elektronica uitgescha-keld en er worden streepjes aangetoond.
Uitzondering: ver-grendeling/ kinderbeveiligingAls een tiptoets na het bereiken van de hoogste stand nog altijdwordt bediend, wordt de elektronica na 10 seconden uitgescha-keld. Na een stroomstoring wordt het apparaat niet automatisch weerin gebruik genomen. Bij oververhitting van de elektronica wordt de kookplaat uitge-schakeld. Een reeks streepjes of F7 wordt aangetoond. OververhittingsbeveiligingAls de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kanbij een hoge kamertemperatuur de vermogenselektronica nietmeer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronicaoptreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatischgereduceerd. Indien bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamer-temperatuur in de kookstandweergave regelmatig een reeksstreepjes of F7 verschijnen, is de koeling waarschijnlijk onvol-doende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ont-brekende afscherming kunnen de oorzaak zijn. Ev. moet deinbouw worden gecontroleerd. Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperkingin uren1 - 910 - 1415, 821.
Bediening NL45Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moe-ten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en eenvoldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductiegeschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan hetsymbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag-neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaatgebruiken. Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc-tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw-wijze van deze pannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat.
De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om tegaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzone-diameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken.
In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweer-gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest-warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm tehouden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maaralleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
46Bediening NLKookzone inschakelen1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot in de kookstandweergave 0knippert. U hoort een een kort signaal.2. Meteen daarna op de plus-toets drukken om de kookstand te kiezen(1...15). Met de min-toets kan de instelling worden verlaagd. Dekookstandweergave toont de gekozen kookstand.Door op een van de kookstand-keuzetoetsen / / te drukken,wordt een kookstand direct gekozen.Toets - kookstand 7Toets - kookstand 11Toets - kookstand 15De kookstandweergave knippert (panherkenning).3. Meteen daarna voor inductie geschikt kookservies op de kookzone plaat-sen. De pan wordt verwarmd.Opmerking!• Indien na het inschakelen van de kookzone geen kookstand wordt geko-zen, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.Kookzone uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken.
De kookzone wordt vanuit elke kook-stand direct uitgeschakeld, de aanwijzing gaat uit of er verschijnt een Hvoor de restwarmteïndicatie.Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling kan de kookzone na een bepaalde tijdautomatisch worden uitgeschakeld. Er kunnen tijden van 1 tot 99 minutenworden ingesteld.1. Voor de kookzone een kookstand kiezen en een pan opzetten.2. Op de plus-toets van de automatische uitschakeling drukkenom de kookduur in te stellen. Met de min-toets van de automati-sche uitschakeling kan de instelling worden verlaagd. De weergavetoont de gekozen kookduur. De instelling kan tijdens het verloop op elkmoment worden gewijzigd.3. Na afloop wordt de kookzone uitgeschakeld en hoort u een tijd lang eensignaal.Om het signaal te bevestigen op een willekeurige toets van de kookzonedrukken.geschikt voor inductie
Bediening NL47Vergrendeling/ kinderbeveiligingDoor de vergrendeling kunnen de bediening en een instelling (bijv. kookstand4) worden geblokkeerd.De kookzones zijn in groepen samengevat (zie afb.) en kunnen samen wor-den vergrendeld (zie symbool ).De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitge-schakeld is! Op die manier dient de vergrendeling ook als kinderbeveiligingom de kookplaat tegen al dan niet gewenste bediening te blokkeren.Inschakelen1. Gelijktijdig op de plus-toets en min-toets met het symbool drukken tot het symbool wordt aangetoond. De kookzones zijngeblokkeerd. Zodra op een toets wordt gedrukt, verschijnt het symbool weer om aan de vergrendeling te herinneren.Uitschakelen2. Gelijktijdig op de plus-toets en min-toets met het symbool drukken tot het symbool verdwijnt.
De kookzones zijn weer vrij.Noot:• Uitschakelen met de Aan/Uit-toets is mogelijk als de vergrendelingactief is. De vergrendeling blijft behouden.Powerstand (P)De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschik-king. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.1. De kookzone moet ingeschakeld zijn. 2. Vervolgens één keer op de power-toets drukken om de powerstandte activeren. In de kookstandweergave verschijnt een (booster).3.
Om de powerstand uit te schakelen, op de min-toets of de Aan/Uit-toets drukken.PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een modulegecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of depowerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kook-stand van de bijbehorende module-kookzone.Dat wordt in de weergave van de overeenkomstige kookzone aangetoond.Modules (powermanagement)
48Reiniging en onderhoud NLReiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. De keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en verzorg de kookplaat een keer in de week grondigmet gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook-plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui-ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geenzandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed opde werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier-bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver-wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, inhet bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium-bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnenalleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen wor-den verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en doorschurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijdafgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
Wat te doen bij problemen. NL49Wat te doen bij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. Vallen de zekeringen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. Kan de kookplaat niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.
• Zijn de kookzones vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. wordthet symbool aangetoond. • Zijn de tiptoetsen gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voorinductiekookplaat“. Is de kookplaat c. q. de kookzone plots uitgeschakeld enworden er streepjes of F7 aangetoond. • Er bevinden zich overgekookte spijzen of andere voorwerpenop de touch-control tiptoetsen. A. u. b. schoonmaken of verwij-deren. • De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat contro-leren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Knippert de kookstandweergave. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwachtdat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pasdan wordt er energie afgegeven. Blijft de kookstandweergave knipperen, hoewel er een panwerd opgezet.
De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diame-ter. Maken de gebruikte kookpannen geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voorde inductiekookplaat of de pan.
Blijft de koelventilator na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. Maakt de kookplaat geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. Heeft de kookplaat barsten of breuken. Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en contact opnemen met de klan-tenservice.
50Montagehandleiding NLMontagehandleidingVeiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur• Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het aanrecht-blad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimum-afstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespec-teerd. • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed.
Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gebracht omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelenkunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkingsgevaar. MontageBelangrijke opmerkingen• Indien de kookplaat boven meubelgedeelten (zijwanden, ladene. d. ) ligt, moet een tussenbodem met een minimale afstand van20 mm t. o. v. de onderkant van de kookplaat worden ingebouwd,zodat een toevallig contact niet mogelijk is. De tussenbodemmag alleen met gereedschap kunnen worden verwijderd.
• Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast de kookplaat worden geplaatstof gelegd.
KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet aanrechtblad of tussen het aanrechtblad en de muur vloei-stoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparatenkunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen aanrechtblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. )moet de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt,worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbindingtussen kookplaat en aanrechtblad met plastische afdichtmate-rialen (kit) worden afgedicht. •De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer teverwijderen zonder ze te vernielen.
Beluchting• De achterwand van de onderkast moet ter hoogte van de uit-sparing in het aanrechtblad open zijn zodat de lucht kan circu-leren. • De voorste dwarslijst van het meubel moet worden verwijderd,zodat er onder het aanrechtblad over de hele breedte van hetapparaat een opening is waar de lucht door kan. • Eventuele dwarslijsten onder het aanrechtblad moeten tenmin-ste ter hoogte van de uitsparing in het aanrechtblad wordenverwijderd. • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubelsof de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat deinductieve gedeelten voldoende geventileerd worden. • De ventilatieopeningen moeten met de bijliggende afscher-ming van elkaar geïsoleerd zijn. Zo wordt vermeden dat deverwarmde lucht naar die plaats terugstroomt waar de koudelucht wordt aangezogen. •Let op. De afscherming mag de ventilatieopeningen nietafdekken.
Hiertoe moet men eventueel meubelen en appara-ten korter maken of aanpassen. • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door eenoven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt.
Uitsparing in het aanrechtbladDe uitsparing in het aanrechtblad moet zo nauwkeurig mogelijkmet een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitge-zaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodater geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kook-plaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramischekookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met hetaanrechtblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazenplaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaatcorrect zit en volledig afsluit. De keramische kookplaat wordt ofwel met clips of met plaatstripsbevestigd. AfschermingAfschermingOnderkant kookplaatvoor.
Montagehandleiding NL51Clips• De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het aanrechtbladinslaan.Door de horizontale aanslag is geen aan-passing in de hoogte nodig.Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het aanrechtblad liggen(breukgevaar vermijden).• De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (a), justeren (b) en vastclipsen(c).• Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk!Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogtePlaatstrip• De kookplaat inzetten en justeren.• Onderlangs de plaatstrips met schroevenaan de voorziene bevestigingsgaten inzet-ten, justeren en vastzetten.De schroeven alleen met een schroeven-draaier met de hand vastzetten; geenelektrische schroevendraaier gebruiken.• Bij dunne aanrechtbladen op de juistepositie van de plaatstrip letten.
Om deafstand te compenseren moet een metri-sche schroef in de plaatstrip worden inge-zet.Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogteBelangrijk!Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Afmetingen in mm
52Montagehandleiding NLElektrische aansluiting• De elektrische aansluiting mag uitsluitend door eenerkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt wordennageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren. • Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van dezeinstallaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselek-tronica worden vernield. Geen aansluitkabel standaard meegeleverd • Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van het scha-kelelement aan de onderkant van het apparaat losgemaaktworden om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluitingmoet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding metde snoerklem beveiligd worden. • De aansluitkabel moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moetze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijk-aardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico'ste vermijden.
• De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschemauitgevoerd, tenzij dat de aansluitkabel al met een stekker is uit-gerust. • De ingebouwde aansluitkabel moet in geval van beschadigingdoor een speciale aansluitkabel van de fabrikant of zijn klan-tenservice worden vervangen. Aansluitingsmogelijkheden*Let op. Speciale aansluiting 230 - 240 V 3~. groen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwartgroen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwartgroen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwartgroen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwart.
Montagehandleiding NL53Technische gegevens InbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice. Deze aanwijzing verdwijnt na 30 seconden of zodra op een wille-keurige toets wordt gedrukt. Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van dekookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. Afmetingen kookplaathoogte/ breedte/ diepte. mm 52 x 580/ 600/ 700 x 510Kookzoneslinks voor. Ø cm / kWlinks achter. Ø cm / kWmidden. Ø cm / kW 21 / 3,116 / 2,229 / 3,6Kookplaat totaal. kW 7,2Aansluitwaardennetspanning. 400-415V 2N~, 50-60 Hznominale componentenspanning. 230 - 240VAfmetingen kookplaathoogte/ breedte/ diepte. mm 52 x 580/ 600/ 700 x 510Kookzoneslinks voor. Ø cm / kWlinks achter. Ø cm / kWrechts achter.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg SE2951ID stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Smeg
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis