Smeg SE2931ID1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg SE2931ID1 (17 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 68 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Smeg SE2931ID1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SE2931ID1 |
Handleiding Smeg SE2931ID1 – volledige tekst
50NLVerwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet echter naareen plaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correctemanier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijkvoor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnenvoordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meerdetails in verband met het recyclen van dit product, neemt u hetbest contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of dedienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkelwaar u het product hebt gekocht.
Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderebestemming worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontageaanwijzing ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. Veiligheidsinstructies. 51Voor aansluiting en werking. 51Voor de kookplaat. 51Voor personen. 51Beschrijving van het apparaat. 52Bediening.
VeiligheidsinstructiesNL51Veiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werken vormen een risico voor uw veilig-heid. Voor de kookplaat• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingesteldekookstand (powerstand) de inductiekookplaat niet zondertoezicht gebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid vande kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daar-bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken.
Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit enniet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en de klantenservice contacte-ren.
• Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoudze-kering uitschakelen en de klantenservice contacteren. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.
Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogenniet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heetkunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen onmiddellijk onder de kookplaat leggen.
• Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen,kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaatheet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve-ren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kook-plaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
• Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen• Opgelet. Personen die niet vertrouwd zijn met de inbouwkookplaatmogen er alleen onder toezicht mee werken.
Kleine kinderensteeds uit de buurt houden en ervoor zorgen dat ze niet methet apparaat spelen. • Let op:De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompenmoeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet doorde inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereikvan de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
52Beschrijving van het apparaatNLBeschrijvingvanhetapparaatHet decor kan van de afbeeldingen afwijken. 1. Inductiekookzone links voor2. Inductiekookzone links achter3. Inductiekookzone rechts achter4. Inductiekookzone rechts voor5. Touch-Control-bedieningsveld6. De keramische kookplaat7. Inductiekookzone links8. Inductiekookzone midden9. Inductiekookzone rechts10. Aan/Uit-toets11. Kookzonekeuzetoets12. Symbool voor het aanwijzen van de kookzonepositie op dekeramische kookplaat13. Plus-toets (verhogen)14. Min-toets (verlagen)15. Kookstandweergave16. Gereedheidspunt (kookzone)17. Power-toets18. Timer-selectietoets19. Uitschakelduur-aanwijzing20. Controlelampje voor het aanwijzen van de kookzonepositieop de keramische kookplaat21. Kookwekkerlampje22. STOP-toetsBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren.
De sensoren functioneren als volgt: met devingertop een symbool op het keramische oppervlak even aan-raken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoonbevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensoren het woord „toets“ gebruikt. Aan/Uit-toets (10)Met deze toets wordt de volledige kookplaat in- en uitgeschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Kookzonekeuzetoets (11) (bijv. voor links voor). Door op een van de beschikbare kookzonekeuzetoetsen te druk-ken wordt een kookzone geselecteerd, waarvoor vervolgens metde plus-toets of min-toets een kookstand kan worden inge-steld. Min-toets (14) / Plus-toets (13) Met deze toetsen worden de kookstanden, de automatische uit-schakeling en de kookwekker ingesteld. Met de min-toets wordtde aangetoonde waarde verlaagd, met de plus-toets verhoogd.
BedieningNL53BedieningDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductie-spoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne-tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in debodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechten over-gedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen directin de pan gevormd.
Voordelen van de inductiekookplaat– Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover-dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaarmateriaal zijn noodzakelijk),– meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegevenals er een pan op de kookzone staat,– energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem meteen hoog rendement, – hoge opwarmsnelheid,– weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen doorde panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran-den niet vast,– snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. PandetectieAls er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als dekookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energie ver-zorgd. Een knipperende in de kookstandweergave maaktdaarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordtde ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergavebrandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordtverwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherken-ning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toege-voerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenDe minimum diameter van de panbodem is bij een aantal model-len als binnenste kring op de kookzone afgebeeld. GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper-king. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke-lijk van de gekozen kookstand (zie tabel).
De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt de kook-zone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aan-wijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfs-duurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld alsde tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. auto-matische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is moge-lijk). Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijdeen signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgescha-keld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen.
Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kanbij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer vol-doende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronicaoptreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatischgereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamer-temperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijkonvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaakzijn. Ev. moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstukbeluchting). Kookzonediameter(mm)Minimum diameterpanbodem (mm)1451601802102602809090120135170170IngesteldekookstandGebruiksduurbeperkingin uren1, 23, 456, 7, 8, 96541,5.
54BedieningNLServies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt moe-ten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en eenvoldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductiegeschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan hetsymbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag-neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaatgebruiken. Opmerking:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc-tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw-wijze van deze pannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat.
De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om tegaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kook-zonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken.
In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweer-gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest-warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm tehouden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maaralleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
BedieningNL55Bediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-)toets daarna de bediening van een volgende toets.De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend,anders wordt de keuze geannuleerd.De plus-/min-toetsen kunnen apart aangeraakt of ingedrukt gehouden wor-den.Kookplaat en kookzone inschakelen1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergaven 0aantonen. De gereedheidspunten knipperen. De besturing is klaar voorgebruik. 2. Vervolgens een kookzonekeuzetoets bedienen (bijv. voor links voor).Het gereedheidspunt van de gekozen kookzone brandt.3. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen.Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingeschakeld, door de min-toetsde kookstand 9.4. Een metalen pan op de kookzone plaatsen.
De panherkenning schakeltde inductiespoel in.Zolang geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt deaanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool . Zonderpan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgescha-keld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”.Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herhalen.Kookzone uitschakelen5. Gereedheidspunt van de gekozen kookzone moet branden. Hiervoor ev.op de kookzonekeuzetoets drukken. 6. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0aantoont, ofb) één keer tegelijk op de min-toets en de plus-toets drukken. Dekookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, ofc) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitge-schakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld).Kookplaat uitschakelen7. Op de Aan/Uit-toets drukken.
56BedieningNLSTOP-functieHet koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld. 1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijningesteld. 2. Op de STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstandenverschijnen na elkaar de letters S-T-O-P. 3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de STOP-toets endaarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) tedrukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anderswordt de kookplaat uitgeschakeld.
KinderbeveiligingDe kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat perongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd. Kinderbeveiliging inschakelen1. Op de Aan/Uit-toets drukken om de kookplaat in te schakelen. 2. Meteen daarna tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken. 3. Vervolgens op de plus-toets drukken om de kinderbeveiliging te acti-veren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; debediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Kinderbeveiliging uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken. 5. Meteen daarna tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken. 6. Vervolgens op de min-toets drukken om de kinderbeveiliging uit teschakelen. De L verdwijnt. Kinderbeveiliging slechts voor één kookproces uitschakelenVoorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens punt 1-3 ingeschakeld.
BedieningNL57Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 tot99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 3. Op de timer-selectietoets drukken. Het gereedheidspunt van deautomatische uitschakeling brandt. Blijven op de toets drukken tot het timer-controlelampje voor degewenste kookzone knippert. Belangrijk: timer-controlelampen kunnen alleen knipperen als de kook-zones eerst werden ingeschakeld (kookstand groter dan 0). 4. Meteen daarna met de min-toets of de plus-toets de kooktijd van1 tot 99 minuten ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toetsbij 30. Door gelijktijdig aanraken van de plus- en min-toets wordt de instellingteruggezet (00).
5. Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te program-meren, zo vaak op de timer-selectietoets drukken tot de timer-con-trolelamp voor de gewenste kookzone knippert. Vervolgens met de min-toets of de plus-toets de gewenste tijd instellen. 6. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd langeen signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een wille-keurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen• Om de afgelopen tijd (automatische uitschakeling) te controleren, zo vaakop de timer-selectietoets drukken tot de timer-controlelamp voor degewenste kookzone knippert. De aangetoonde waarde kan afgelezen enveranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de betreffende kookzoneselecteren (timer-controlelamp knippert) en één keer tegelijk op de plus- enmin-toets drukken.
• Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-den uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Noot:De kookwekker blijft ook dan in werking als de inductiekookplaat uitgescha-keld is. Om de tijd te wijzigen de kookplaat met de Aan/Uit-toets inscha-kelen. controlelamp timergereedheidspunt van de kookwekkerlampjeautomatische uitschakeling.
58BedieningNLAankookautomatiekBij de aankookautomatiek gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot8) teruggeschakeld. Bij het gebruik van de aankookautomatiek moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt. De aankookautomatiek is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet,op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet perma-nent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. Een kookzone in werking nemen. Het gereedheidspunt van de gekozenkookzone moet branden. Hiervoor ev. op een kookzonekeuzetoetsdrukken. 2. Kookstand 9 instellen. Door de plus-toets opnieuw aan te rakenwordt de aankookautomatiek geactiveerd. De kookstandweergave toont afwisselend A en 9.
Bij inductie verschijnt A en , als er nog geen pan werd opgezet. 3. Meteen daarna met de min-toets een lagere kookstand 1 tot 8 kiezen. A en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend. 4. De aankookautomatiek verloopt volgens de programmering. Na eenbepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort-gezet. Opmerkingen• Tijdens de aankookautomatiek kan met de plus-toets de doorkookstandworden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordt de aankook-automatiek uitgeschakeld. • Behoudt men na activering van de aankookautomatiek de stand 9 en kiestmen geen lagere kookstand, wordt de aankookautomatiek na 10 sec. auto-matisch uitgeschakeld en stand 9 blijft behouden. • Indien een hoge kookstand of de powerstand wordt ingeschakeld, kan deaankookautomatiek eventueel wegens overschrijding van het maximalevermogen worden uitgeschakeld (zie powermanagement).
WarmhoudfunctieMet de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kook-zone warmgehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogengebruikt. 1. Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen.
BedieningNL59Powerstand (kookzones met P)De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschik-king. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.De powerstand werkt gedurende 10 minuten, vervolgens wordt automatischnaar kookstand 9 teruggeschakeld.1. Een kookzone moet ingeschakeld zijn. Het gereedheidspunt van dekookzone moet branden. Hiervoor ev. op de kookzonekeuzetoets druk-ken. 2. Vervolgens één keer op de power-toets drukken om de powerstandte activeren. In de kookstandweergave verschijnt een P.3. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld.
De Pverdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.Noot:Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op de min-toets of depower-toets drukken.PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een modulegecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of depowerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kook-stand van de bijbehorende module-kookzone.De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst; daarna wordt de maximaalmogelijke kookstand constant aangetoond.Modules (powermanagement)
60Reiniging en onderhoudNLReiniging en onderh oud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. De keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week gron-dig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij tewerk zoals onder punt 2 beschre-ven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook-plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui-ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geenzandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed opde werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier-bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver-wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, inhet bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium-bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnenalleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen wor-den verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en doorschurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijdafgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
Wat te doen bij problemen. NL61Wat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Contacteer de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.
• Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. wordteen L aangetoond. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voorinductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaaldetijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt aangetoond. De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controle-ren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. De foutcode U400 wordt aangetoond.
De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1suitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correctenetspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) aangetoond. Er is een technisch defect. A. u. b.
de service contacteren. Het pansymbool verschijnt. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwachtdat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pasdan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een panwerd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diame-ter. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voorde inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen.
62MontagehandleidingNLMonta gehandle idingVeiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur• Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze zich vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het aanrecht-blad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespec-teerd. • De minimum afstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist.
De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gebracht omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderde-len kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkingsge-vaar. Beluchting• De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubelsof de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat deinductieve gedeelten voldoende geventileerd worden. • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gere-duceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk Oververhittings-beveiliging), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onder-kast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen ende voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedtevan de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcircula-tie mogelijk is.
InbouwBelangrijke opmerkingen• Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminsteter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwij-derd. • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door eenoven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat ergeen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kun-nen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven hakenen de lade blokkeren. • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt,moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat20 mm bedragen om een voldoende beluchting van de kook-plaat te garanderen. • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, was-machines of droogkasten worden ingebouwd.
• Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat wordengeplaatst of gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen inde daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnenindringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. meteen keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. ) moetde pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden ver-wijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kook-plaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit)worden afgedicht. • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven.
Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk meteen goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geenvocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijkehoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnende glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledigafsluit.
64MontagehandleidingNLElektrische aansluiting• De elektrische aansluiting mag uitsluitend door eenerkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt wordennageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren. • Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van dezeinstallaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselek-tronica worden vernield. Geen aansluitkabel standaard meegeleverd • Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van het scha-kelelement aan de onderkant van het apparaat losgemaaktworden om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluitingmoet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding metde snoerklem beveiligd worden. • De aansluitkabel moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moetze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijk-aardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico'ste vermijden.
• De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschemauitgevoerd, tenzij dat de aansluitkabel al met een stekker is uit-gerust. • De ingebouwde aansluitkabel moet in geval van beschadigingdoor een speciale aansluitkabel van de fabrikant of zijn klan-tenservice worden vervangen. Aansluitingsmogelijkheden*Let op. Speciale aansluiting 230 - 240 V 3~. (voor voedingsspanning 220 - 240 V/ 127 - 139 V. )groen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwartgroen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwartgroen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwartgroen-geelgroen-geelblauwwitbruinzwart.
MontagehandleidingNL65Technische gegevens* Vermogen bij ingeschakelde powerstand* Vermogen bij ingeschakelde powerstand* Vermogen bij ingeschakelde powerstandInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice.Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van dekookplaat vegen en vervolgens droogwrijven.Afmetingen kookplaathoogte/ breedte/ diepte . . . . . mm 50 x 950 x 520Kookzoneslinks voor . . . . . . . . . . .Ø cm / kWlinks achter. . . . . . . . . .Ø cm / kWrechts achter . . . . . . . .Ø cm / kWrechts voor . . . . . . . . . .Ø cm / kW26/ 2,4 (3,2)*14,5/ 1,4 (1,8*)18/ 1,85 (2,5)*21/ 2,3 (3,2)*Kookplaat, totaal . . . . . . . . . . kW 7,4Aansluitwaardennetspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg SE2931ID1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Smeg
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis