Smeg PX175NLK Handleiding

Smeg Fornuis PX175NLK

Bekijk gratis de handleiding van Smeg PX175NLK (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 87 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Smeg PX175NLK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
Inhoudsopgave
3
NL
1 Waarschuwingen4
1.1Algemene veiligheidswaarschuwingen4
1.2Aansprakelijkheid van de fabrikant7
1.3Beoogd gebruik7
1.4 Verwerking8
1.5 Typeplaatje8
1.6Deze gebruiksaanwijzing8
1.7Wegwijs in de gebruiksaanwijzing9
2 Beschrijving10
2.1Algemene beschrijving10
2.2 Symbolen11
3 Gebruik12
3.1 Waarschuwingen12
3.2Eerste gebruik12
3.3Gebruik van de kookplaat13
4Reiniging en onderhoud16
4.1 Waarschuwingen16
4.2Reiniging van het apparaat16
5 Installatie18
5.1 Veiligheidswaarschuwingen18
5.2Insnijding van het werkblad18
5.3 Inbouw20
5.4Bevestiging met beugeltjes22
5.5 Gasaansluiting23
5.6Aanpassing aan de verschillende gastypes25
5.7Elektrische aansluiting32
5.8Voor de installateur33
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
Deze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat
zijn aangeduid.
Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Fornuis
Model: PX175NLK

Foutcodes Smeg PX175NLK

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
F163 Voorkamer (gedrukt op gasmondstuk) Controleer het gasmondstuk op de aanduiding F163 en zorg ervoor dat het correct geïnstalleerd is volgens de tabel voor uw gastype en brander

Handleiding Smeg PX175NLK – volledige tekst

Inhoudsopgave3NL1 Waarschuwingen 41.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 41.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 71.3 Beoogd gebruik 71.4 Verwerking 81.5 Typeplaatje 81.6 Deze gebruiksaanwijzing 81.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 92 Beschrijving 102.1 Algemene beschrijving 102.2 Symbolen 113 Gebruik 123.1 Waarschuwingen 123.2 Eerste gebruik 123.3 Gebruik van de kookplaat 134 Reiniging en onderhoud 164.1 Waarschuwingen 164.2 Reiniging van het apparaat 165 Installatie 185.1 Veiligheidswaarschuwingen 185.2 Insnijding van het werkblad 185.3 Inbouw 205.4 Bevestiging met beugeltjes 225.5 Gasaansluiting 235.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes 255.7 Elektrische aansluiting 325.8 Voor de installateur 33We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.comDeze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat zijn aangeduid.Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Waarschuwingen41 Waarschuwingen1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingenPersoonlijk letsel• Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden zeer heet tijdens het gebruik.

Raak geen verwarmingselementen aan tijdens gebruik van het apparaat.• Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de ovenruimte.• Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.• Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.• Laat kinderen niet spelen met het apparaat.• Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat.• Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.• Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Let op voor de snelle verwarming van de kookzones.

Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit.• Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.

Waarschuwingen5NL• Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken.• Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.• Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.• Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat terwijl het werkt.• Na gebruik het apparaat uitschakelen.• Voer geen wijzigingen uit op het apparaat.• Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen.Beschadiging van het apparaat• Ga niet op het apparaat zitten.• Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.• Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.• Laat het apparaat niet onbeheerd achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die bij heet worden vlam kunnen vatten.

Wees heel voorzichtig• Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.• Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.• Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.• De pannen of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden. • Alle pannen moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.

Waarschuwingen6• Mors geen zuurhoudende stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat.• Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.• Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidaties, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv.

poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.Installatie• Dit apparaat mag niet geïnstalleerd worden in boten of caravans.• Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.• Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.• Om mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden mag het niet achter een decoratieve deur of een paneel worden geïnstalleerd.• Voorafgaand aan iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.• Voorafgaand aan iedere ingreep op het apparaat moet de algemene elektrische voeding gedeactiveerd worden.• Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.• Laat de gasaansluiting uitvoeren door bevoegd technisch personeel.• Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking voor flexibele stalen buizen en 1,5 meter voor rubberen buizen.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.

Waarschuwingen7NL• Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.• De eventuele vervanging van elektrische aansluitkabel mag uitsluitend worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikantDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen ten gevolge van:• ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien,• het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing,• het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;• het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.1.3 Beoogd gebruik• Dit apparaat is bedoeld om thuis voedsel te bereiden.

Waarschuwingen81.4 VerwerkingHet apparaat moet op het einde van zijn gebruiksduur afzonderlijk ingezameld worden (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG).

Het apparaat bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.Verwijdering van het apparaat:• Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.• Oude of gebruikte apparaten aan het einde van hun levensduur moeten door de gebruiker worden ingeleverd bij geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of het overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.• Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.1.5 TypeplaatjeHet typeplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering.

Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.1.6 Deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en dient gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok• Schakel de stroomtoevoer uit.• Haal de stekker uit het stopcontact.Plastic verpakkingGevaar voor verstikking• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.• Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.

Waarschuwingen9NL1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzingIn deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:1. Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.• Enkele gebruiksaanwijzing.WaarschuwingenAlgemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.BeschrijvingBeschrijving van het apparaat en de accessoires.GebruikInformatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires.Reiniging en onderhoudInformatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.InstallatieInformatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.VeiligheidswaarschuwingenInformatieSuggestie

Beschrijving11NL2.2 SymbolenKookzones Links vooraan Linksmidden Links achteraan Midden Rechts achteraan Rechtsmidden Rechts vooraan Zijkant intern Zijkant externKnoppen brandersNuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de plaat. Druk op de knoppen, en draai deze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden. Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op geplaatst worden.

Gebruik123 Gebruik3.1 Waarschuwingen3.2 Eerste gebruik1. Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires.3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).Incorrect gebruik.Gevaar voor verbranding• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting. Wees heel voorzichtig.• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.• Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.• Raak de warmte-elementen niet aan als het apparaat in werking is.

Laat ze afkoelen vóór u het apparaat eventueel reinigt.• Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.Incorrect gebruik.Beschadiging van de oppervlakken• Dek de branders of de kookplaat niet af met zilverfolie.• De pannen of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden. • Alle pannen moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.• Er wordt afgeraden om potten in aardewerk of speksteen te gebruiken om voedsel te bereiden of te verwarmen

Gebruik13NL3.3 Gebruik van de kookplaatAlle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Als de brander niet wordt ontstoken binnen 15 seconden, moet de knop op geplaatst worden en moet 60 seconden gewacht worden tot de volgende poging. Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen. Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken en herhaal de handeling.

Houd de knop langer ingedrukt.Correcte positie van de vlamverdelers en van de dekselsVoordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct met de respectievelijke deksels gepositioneerd zijn. Let op dat de openingen van de brander overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels. Controleer bovendien of de pinnen van de vlamverdelers perfect in de openingen van de brander zijn aangebracht.In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gaslevering, ook wanneer de kraan open staat. Draai de knop op . Wacht minstens 60 seconden, alvorens de brander opnieuw te ontsteken.

Gebruik14De roosters correct plaatsenOm de roosters te monteren dient u de aanwijzingen te volgen in de afbeeldingen hieronder.1. Plaats de zijroosters op de kookplaat; let erop dat de voorste uitstekende lipjes aan de kant van de knoppen worden geplaatst.2. Plaats het middelste rooster en zorg dat de groeven op de lipjes van de zijroosters worden vastgezet.Let ook op het woord “ ” op de FRONTvoorkant van elk rooster; ook dit is een aanwijzing op de roosters op de juiste manier op de kookplaat te plaatsen.• Plaats de roosters zodanig dat de woorden “ ” naar de knoppen FRONTvan de kookplaat toe zijn gericht.

Gebruik15NLPraktisch advies voor het gebruik van de kookplaatVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten pannen gebruikt worden met een deksel en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt.

Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het werkblad te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat blijven.Een vleesrooster gebruikenWanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies opgevolgd worden:• het vleesrooster mag maximaal 10 minuten lang op het maximale vermogen van de brander worden opgewarmd.• let erop dat de vlammen van de brander niet onder de rand van het vleesrooster uit komen.• houd de zijwand op minimaal 160 mm van de rand van het vleesrooster.• plaats het vleesrooster niet op meerdere branders tegelijkertijd.• De vleesroosters mogen niet uitsteken buiten de omtrek van de kookplaat.• Als een van de branders nabij de houten achterwand een ultrasnelle brander is (“ ”, “ ” of “ + ”, zie hoofdstuk 2.1), 5 6 7 8moet u tussen het vleesrooster en die wand een afstand van 160 mm aanhouden;• Het wordt afgeraden om potten van aardewerk of speksteen te gebruiken om voedsel te bereiden of te verwarmen;• Gebruik het vleesrooster maximaal 40 minuten.Diameter van de pannen:• Hulpbrander: 12 - 18 cm.• Halfsnelle brander: 14 - 24 cm.• Snelle brander: 20 - 26 cm.• Ultrasnelle brander: 20 - 30 cm.

Reiniging en onderhoud164 Reiniging en onderhoud4.1 Waarschuwingen4.2 Reiniging van het apparaatOm de oppervlakken van het apparaat in uitstekende staat te houden, moet u ze na elk gebruik schoonmaken. Laat ze eerst afkoelen.Dagelijkse gewone reinigingGebruik altijd en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig af, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Voedselresten of -vlekkenGebruik onder geen beding metalen sponzen of scherpe schrapers om te voorkomen dat de oppervlakken beschadigd worden.Gebruik normale en niet-schurende producten, eventueel met behulp van houten of plastic keukengerei. Spoel zorgvuldig af en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Laat etensresten op basis van suiker (bijv.

marmelade) in het apparaat niet opdrogen, dit kan het email binnenin aantasten.Incorrect gebruik.Beschadiging van de oppervlakken• Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidaties, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Laat de kookplaat afkoelen en maak onmiddellijk schoon bij aanraking met te agressieve reinigingsmiddelen, hard water of overgekookte producten (water, sauzen, koffie, enz.).• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.

Reiniging en onderhoud17NLRoostersVerwijder de roosters en reinig ze met lauw water en een niet schurend reinigingsmiddel. Verwijder alle afzettingen. Droog de roosters en plaats ze terug.Vonkontstekers en thermokoppelsVoor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek. Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.Vlamverdelers en dekselsDe deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken.Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmid-del. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is.

Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.KnoppenDe knoppen moeten gereinigd worden met een zachte doek, met lauw water, en moeten daarna goed gedroogd worden. Ze kunnen makkelijk verwijderd worden door ze omhoog te trekken.De roosters staan steeds in contact met de vlam waardoor de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.Gebruik voor de reiniging van de knoppen geen agressieve producten die alcohol bevatten of producten voor de reiniging van staal en van glas, omdat deze permanente schade kunnen veroorzaken.

Installatie185 Installatie5.1 VeiligheidswaarschuwingenFineerbewerkingen, kleefstoffen of kunststof bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn ( ), >90°Canders kunnen deze mettertijd vervormen.Ook de minimumafstanden van de vrije delen van het vlak op de achterzijde moeten gerespecteerd worden, zoals wordt aangeduid op de afbeelding van de montage.5.2 Insnijding van het werkbladMaak een opening met de aangegeven afmetingen in het werkblad van het meubel.L: Modellen van 70 cm met ultrasnelle brander aan de zijkantC: Modellen van 70 cm met ultrasnelle brander in het midden.*Als er een meubel boven de kookplaat aanwezig is.

Houd u bij een afzuigkap aan de afstanden die aangegeven zijn in de betreffende handleiding.Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaatBrandgevaar• Controleer of het materiaal van het meubel brandbestendig is.• Controleer of het meubel voorzien is van de vereiste openingen.De minimumafstand die gerespecteerd moet worden tussen afzuigkappen en de kookvlakken moet ten minste overeenkomen met de afstand die aangegeven wordt in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap.De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd worden door een bevoegd technicus.De installatie kan uitgevoerd worden op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met kunststof gelamineerd hout, mits dit hittebestendig is ( ).>90°CL (cm) X (mm) Y (mm)60 - 70 555 ÷ 560 478 ÷ 482C70 655 ÷ 660 478÷ 482LA (mm) B (mm) C (mm)* D (mm) E (mm)min 150 min 460 min 750 20 ÷ 40 min 50

Installatie20Modellen van 70 cm met ultrasnelle brander aan de zijkant:G GasaansluitingE Elektrische aansluitingOnderaanzichtAchteraanzichtRechteraanzicht5.3 InbouwOp inbouwruimte voor ovenDe afstand tussen de kookplaat en de keukenmeubels of de inbouwapparaten moet zodanig zijn dat een voldoende ventilatie en een voldoende luchtafvoer gegarandeerd wordt.Bij installatie boven een oven moet een tussenruimte worden gelaten tussen de onderkant van de kookplaat en de bovenzijde van het onderaan geplaatste apparaat.met opening onderaanmet opening onderaan en achteraanWanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien worden van een ventilator voor de koeling.

Installatie21NLOp neutrale ruimte of ladenWanneer andere meubelen (zijwanden, laden enz.), afwasautomaten of koelkasten aanwezig zijn onder de kookplaat, moet een dubbele houten bodem worden geïnstalleerd op een minimum afstand van 10 mm van de onderkant van de kookplaat, zodat toevallig contact wordt vermeden. De dubbele bodem mag alleen met geschikt gereedschap worden verwijderd.met opening onderaanmet opening achteraanPakking van de kookplaatBreng voor de montage de bijgeleverde pakking aan om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.1. Breng de bijgeleverde pakking langs de omtrek van de kookplaat aan.2. Plaats het apparaat in het gemaakte opening in het werkblad (hoofdstuk 5.2 “Insnijding van het werkblad”).Als er geen dubbele houten bodem wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker per ongeluk hete of scherpe onderdelen raken.

Installatie225.4 Bevestiging met beugeltjesOp de afbeeldingen hieronder worden de exacte gaten aangeduid die gebruikt moeten worden om de plaat correct op het werkblad te bevestigen.Modellen van 60 cmModellen van 70 cm met ultrasnelle brander in het middenModellen van 70 cm met ultrasnelle brander aan de zijkantDraai de bevestigingsbeugels (A) vast in de daarvoor bestemde openingen in de zijkanten van de onderste afscherming om de kookplaat correct op de structuur te bevestigen.

Installatie23NL5.5 GasaansluitingAlgemene informatieDe aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen buis of met een flexibele stalen slang op een doorlopende wand volgens de voorschriften van de geldende norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes”.

De toevoerverbinding van het gas heeft een extern schroefdraad 1/2” (ISO 228-1).Aansluiting met een flexibele stalen buisVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de aansluiting zorgvuldig op de 3gasaansluiting van het apparaat, en 1breng de pakking ertussen aan.2Aansluiting met een flexibele stalen buis met conische verbindingVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de verbinding zorgvuldig vast op 3de gasaansluiting (schroefdraad ½” 1ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking 2 aan.

Breng isolatiemateriaal (½” ISO 7.1) aan op de schroefdraad van de verbinding 3 en draai daarna de flexibele stalen slang vast op 4de verbinding .3GaslekExplosiegevaar• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.Bevestig de kookplaat niet met behulp van silicone. Indien dit toch wordt gedaan, kan de kookplaat niet verwijderd worden zonder deze te beschadigen.

Installatie24Aansluiting op vloeibaar gasGebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel “”.Ventilatie van de vertrekkenHet apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf.

De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen hebben in overeenstemming met de van kracht zijnde normen en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, geblokkeerd zijn.De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid, die door de bereidingen geproduceerd worden, geëlimineerd kunnen worden: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt is, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten kan verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte natuurlijke trek of met een geforceerde afzuiging.

Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een daarvoor bevoegde specialist, in overeenstemming met de in de normen aangegeven posities en afstanden. Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.

Installatie25NL1 Evacuatie door middel van een afzuigkap2 Evacuatie zonder afzuigkapA Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trekB Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilatorC Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruitD Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand Lucht Verbrandingsproducten Elektrische ventilator5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypesWanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de gasmondstukken op de branders vervangen worden en moet de primaire lucht geregeld worden. Voor het vervangen van de gasmondstukken en het afstellen van de branders moet de plaat verwijderd worden.Verwijdering van de plaat1. Verwijder de roosters van de kookplaat; eerst het rooster in het midden en daarna de zijroosters.2. Verwijder de vlamverdelers en de deksels.

Installatie263. Verwijder de knoppen door ze omhoog te trekken.4. Alleen voor modellen met UR aan de zijkant: til het apparaat op uit zijn zitting en keer het ondersteboven.5. Alleen voor modellen met UR aan de zijkant: verwijder de bevestigingsschroef van de beugel.6. Alleen voor modellen met UR aan de zijkant: verwijder de beugel. 7. Alleen voor modellen met UR aan de zijkant: zet het apparaat recht.8. Draai voor elke brander de drie schroeven los waarmee de plaatjes aan de plaat zijn bevestigd.

Installatie284. Verwijder het gasmondstuk met een sleutel van 7 mm en vervang het door een mondstuk dat geschikt is voor het nieuwe gastype, neem daarbij de aanwijzingen van de desbetreffende tabellen in acht (zie “”).Regeling van de primaire luchtNadat u de plaat heeft verwijderd, gaat u als volgt te werk:1. Draai de schroef A los. Stel de luchtstroom af door de luchtregelaar B te verplaatsen tot u de afstand , Caangeduid in de desbetreffende tabel (zie “”), heeft verkregen.2. Hermonteer het apparaat op correcte wijze als u iedere brander heeft afgesteld.Het aandraaimoment van het gasmondstuk mag niet meer dan 3 Nm bedragen.

Installatie29NLRegeling van het minimum voor methaan of stadsgas1. Schakel de brander in en laat hem op de lage stand branden.2. Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.3. Monteer de knop opnieuw en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander.4. Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan.5. Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.Regeling van het minimum voor vloeibaar gas• Draai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken. Reinig ze van binnen, en vervang het smeervet.

Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat is aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de gasmondstukken gevoegd (indien aanwezig).Laat de gaskranen door een gespecialiseerde technicus smeren.

Installatie325.7 Elektrische aansluiting Algemene informatieControleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het typeplaatje.Het typeplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat.Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.Voorzie de aarding met een kabel van minimaal 20 mm langer dan de andere.Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:• 220-240 V 1N~Driepolige 3 x 1 mm² kabel .Vaste aansluitingInstalleer een meerpolige schakelaar voor de netvoeding, overeenkomstig de installatievoorschriften.De schakelaar dient op een eenvoudig te bereiken plaats en in de nabijheid van het apparaat te zijn aangebracht.Elektrische spanningGevaar voor elektrische schok• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• Gebruik een persoonlijk beschermingsmiddel.• De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.• Schakel de stroomtoevoer uit.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.

Installatie33NLAansluiting met stekker en stopcontactControleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.Gebruik geen verloopstekkers, adapters of aftakkingen, omdat ze oververhitting of brand zouden kunnen veroorzaken.TestVoer na de installatie een korte test uit. Bij een slechte werking van het apparaat, terwijl u heeft geconstateerd dat u de instructies correct heeft uitgevoerd, moet u het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet en het dichtstbijzijnde Technische Servicecentrum informeren.5.8 Voor de installateur• Na de installatie moet de stekker bereikt kunnen worden. De voedingskabel mag niet verbogen of vastgeklemd worden.• Het apparaat moet volgens de installatieschema’s worden geïnstalleerd.• Het schroefdraadelement van de verbinding niet losdraaien of forceren.

Daardoor kan dit deel van het apparaat beschadigd raken en wordt de fabrieksgarantie ongeldig.• Verifieer op alle aansluitingen met water en zeep of gas lekt. Zoek eventuele lekken op met open vuur.NIET• Ontsteek de branders een voor een en allemaal tegelijkertijd om de correcte werking van het gasventiel, de brander en de ontsteking te waarborgen.• Draai de knoppen van de branders op de stand lage vlam en observeer of de vlam van elke brander apart en van alle branders tegelijkertijd stabiel is.• Wend u tot het dichtstbijzijnde servicecentrum als het apparaat niet correct werkt na alle verificaties te hebben verricht.• Licht de gebruiker over de correcte werking in wanneer het apparaat correct is geïnstalleerd.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg PX175NLK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden