Smeg PV632CNXNLK Handleiding

Smeg Fornuis PV632CNXNLK

Bekijk gratis de handleiding van Smeg PV632CNXNLK (28 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Smeg PV632CNXNLK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
Inhoudsopgave
3
NL
1 Waarschuwingen4
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen4
1.2 Identificatieplaatje7
1.3 Aansprakelijkheid van de fabrikant8
1.4 Beoogd gebruik8
1.5 Verwerking8
1.6 Deze gebruiksaanwijzing9
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing9
2 Beschrijving10
2.1 Algemene beschrijving10
2.2 Symbolen11
2.3 Beschikbare accessoires12
3 Gebruik13
3.1 Waarschuwingen13
3.2 Eerste gebruik13
3.3 Het gebruik van de kookplaat14
4 Reiniging en onderhoud17
4.1 Waarschuwingen17
4.2 Reiniging van het apparaat17
5 Installatie19
5.1 Veiligheidswaarschuwingen19
5.2 Insnijding van het werkblad19
5.3 Inbouw20
5.4 Gasaansluiting22
5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes25
5.6 Elektrische aansluiting29
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
Deze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat
zijn aangeduid.
Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Fornuis
Model: PV632CNXNLK

Handleiding Smeg PV632CNXNLK – volledige tekst

Inhoudsopgave3NL1 Waarschuwingen 41.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 41.2 Identificatieplaatje 71.3 Aansprakelijkheid van de fabrikant 81.4 Beoogd gebruik 81.5 Verwerking 81.6 Deze gebruiksaanwijzing 91.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 92 Beschrijving 102.1 Algemene beschrijving 102.2 Symbolen 112.3 Beschikbare accessoires 123 Gebruik 133.1 Waarschuwingen 133.2 Eerste gebruik 133.3 Het gebruik van de kookplaat 144 Reiniging en onderhoud 174.1 Waarschuwingen 174.2 Reiniging van het apparaat 175 Installatie 195.1 Veiligheidswaarschuwingen 195.2 Insnijding van het werkblad 195.3 Inbouw 205.4 Gasaansluiting 225.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes 255.6 Elektrische aansluiting 29We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.comDeze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat zijn aangeduid.Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Waarschuwingen41 Waarschuwingen1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingenPersoonlijk letsel• Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden heel warm tijdens het gebruik.

Raak geen verwarmingselementen aan tijdens gebruik van het apparaat.• Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de ovenruimte.• Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.• Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.• Laat kinderen niet spelen met het apparaat.• Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat.• Kinderen jonger dan 8 jaar mogen het apparaat tijdens zijn werking niet benaderen.• Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Let op voor de snelle verwarming van de kookzones.

Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit.• Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.

Waarschuwingen5NL• Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken.• Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.• Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.• Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat terwijl het werkt.• Na gebruik het apparaat uitschakelen.• Voer geen wijzigingen uit op het apparaat.• Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen.Beschadiging van het apparaat• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv.

poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik eventueel houten of plastic gereedschappen.• Ga niet op het apparaat zitten.• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.• Laat het apparaat niet onbeheerd tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die heet worden en vlam kunnen vatten. Besteed de grootst mogelijke aandacht.• Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.• Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.• Gebruik geen plastic vaatwerk of recipiënten om voedsel te bereiden.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.

Waarschuwingen6• Alle recipiënten moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.• Geen zure stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat morsen.• Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv.

poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.Installatie• Dit apparaat mag niet geïnstalleerd worden in boten of caravans.• Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.• Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.• Om de mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden moet het niet achter een decoratieve deur of een paneel geïnstalleerd worden.• Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.• Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat moet de algemene elektrische voeding gedeactiveerd worden.• Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.• Laat de gasaansluiting uitvoeren door bevoegd technische personeel.

Waarschuwingen7NL• Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de buis niet langer is dan 2 meter bij maximale uitschuiving voor flexibele stalen buizen en 1,5 meter voor rubberen buizen.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.• Gebruik, daar waar nodig, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• De aardverbinding van het elektrische systeem is verplicht en moet in overeenstemming met de geldende veiligheidsnormen worden uitgevoerd.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.• Laat de voedingskabel uitsluitend door ervaren technisch personeel vervangen.Voor dit apparaat• Het glaskeramische oppervlak is schokbestendig, maar u dient te voorkomen dat er zware en harde voorwerpen vallen op de kookplaat: die zou kunnen breken als het om puntige voorwerpen gaat.• Het glaskeramische kookoppervlak mag niet als steunvlak gebruikt worden.• Als barsten of scheuren opgemerkt worden, of als het oppervlak van de glaskeramische plaat zou breken, moet het apparaat onmiddellijk uitgeschakeld worden.

Schakel de stroom uit en neem contact op met de Technische Dienst.1.2 IdentificatieplaatjeHet identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.

Waarschuwingen81.3 Aansprakelijkheid van de fabrikantDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen ten gevolge van:• een ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien;• het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing;• het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;• het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.1.4 Beoogd gebruik• Dit apparaat is bedoeld om thuis voedsel te bereiden. Elk ander gebruik is oneigenlijk.• Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbedieningssystemen.1.5 VerwerkingHet apparaat moet gescheiden ingezameld worden (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG).

Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.Verwijdering van het apparaat:• Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.• Oude of gebruikte apparaten aan het einde van hun levensduur moeten door de gebruiker worden ingeleverd bij geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of het overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.• Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok• Schakel de stroomtoevoer uit.• Haal de stekker uit het stopcontact.Plastic verpakkingGevaar voor verstikking• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.• Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.

Waarschuwingen9NL1.6 Deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en dient gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard.Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzingIn deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:1.

Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.• Enkele gebruiksaanwijzing.WaarschuwingenAlgemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.BeschrijvingBeschrijving van het apparaat en de accessoires.GebruikInformatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, kooktips.Reiniging en onderhoudInformatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.InstallatieInformatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.VeiligheidswaarschuwingenInformatieSuggestie

Beschrijving11NL90 cmAUX = HulpbranderSR = Halfsnelle branderRR = Gereduceerde snelle branderR = Snelle branderUR = Ultra snelle branderUR* = Ultra snelle brander2.2 SymbolenKookzones Links vooraan Linksmidden Links achteraan Midden Rechts achteraan Rechtsmidden Rechts vooraanKnoppen brandersNuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de plaat. Druk op de knoppen, en draai deze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden. Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op geplaatst worden.

Beschrijving122.3 Beschikbare accessoiresReductierooster WokNuttig voor het gebruik van een Wok.De accessoires die in contact kunnen komen met het voedsel zijn gemaakt van materialen conform de van kracht zijnde wetsbepalingen.De originele bijgeleverde of optionele accessoires kunnen worden aangevraagd bij erkende servicecentra. Gebruik enkel de originele accessoires van de fabrikant.

Gebruik13NL3 Gebruik3.1 Waarschuwingen3.2 Eerste gebruik1. Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires.3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).Incorrect gebruikGevaar op verbranding• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting. Wees heel voorzichtig.• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.• Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.• Raak de warmte-elementen niet aan als het apparaat in werking is.

Laat ze afkoelen vóór u het apparaat eventueel reinigt.• Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Dek de branders of de kookplaat niet af met zilverfolie.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden. • Alle recipiënten moeten een effen en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.• Er wordt afgeraden om potten in aardewerk of speksteen te gebruiken om voedsel te bereiden of te verwarmen

Gebruik143.3 Het gebruik van de kookplaatAlle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Draai de knop op als de brander niet binnen seconden wordt ontstoken. Wacht vervolgens 60 seconden, alvorens de volgende poging te verrichten. Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen.Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken en herhaal de handeling.

Houd de knop langer ingedrukt.Correcte positie van de vlamverdelers en van de dekselsVoordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct met de respectievelijke deksels gepositioneerd zijn. Let op dat de openingen van de brander overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels. Controleer bovendien of de pinnen van de vlamverdelers perfect in de openingen van de brander zijn aangebracht.In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gaslevering, ook wanneer de kraan open staat. Draai de knop op . Wacht minstens 60 seconden, alvorens de brander opnieuw te ontsteken.

Gebruik15NLDe roosters correct plaatsenOnder de roosters zijn holle, siliconen rubbertjes aanwezig die op de desbetreffende bevestigingspen op de kookplaat moeten worden aangebracht.Controleer of de roosters gecentreerd zijn op de respectievelijke branders zonder dat de roosters opgeheven zijn of scheef staan; in dat geval moet de positionering herhaald worden.Als een pan onstabiel is, moet gecontroleerd worden of de roosters correct zijn aangebracht.ReductieroostersHet reductierooster moeten op de roosters van het vlak gelegd worden. Controleer dat deze correct gepositioneerd zijn.

Gebruik16Praktisch advies voor het gebruik van de kookplaatVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipiënten gebruikt worden met een deksel en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt.

Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het werkblad te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters (niet bijgeleverd) binnen de omtrek van de kookplaat blijven.Een vleesrooster gebruikenWanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies opgevolgd worden:• het vleesrooster mag maximaal 10 minuten lang op het maximale vermogen van de brander worden opgewarmd.• het wordt aanbevolen om voor de bereiding van de levensmiddelen een lager vermogen in te stellen;• let erop dat de vlammen van de brander niet onder de rand van het vleesrooster uit komen;• houd de zijwand op minimaal 150 mm van de rand van het vleesrooster;• plaats het vleesrooster niet op meerdere branders tegelijkertijd.Diameter van de recipiënten:• Hulpbrander: 8 - 18 cm.• Halfsnelle brander: 10 - 24 cm.• Gereduceerde snelle brander: 18 - 24 cm.• Snelle brander: 20 - 26 cm.• Zeer snelle brander: 20 - 30 cm.

Reiniging en onderhoud17NL4 Reiniging en onderhoud4.1 Waarschuwingen4.2 Reiniging van het apparaatOm de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat ze afgekoeld zijn.Dagelijkse gewone reinigingGebruik steeds en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig af, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Voedselresten of -vlekkenGebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.Gebruik normale en niet-schurende producten, en eventueel houten of plastic gerei. Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Laat etensresten op basis van suiker (bijv.

marmelade) in het apparaat niet opdrogen, dit kan het email binnenin aantasten.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.

Reiniging en onderhoud18Roosters van de kookplaatVerwijder de roosters en reinig deze met behulp van lauw water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen. Droog de roosters en plaats ze weer op de kookplaat.Vlamverdelers en dekselsDe deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is. Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.Vonkontstekers en thermokoppelsVoor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek.

Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.De roosters staan steeds in contact met de vlam waardoor de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.

Installatie19NL5 Installatie5.1 VeiligheidswaarschuwingenFineerbewerkingen, kleefstoffen of kunststof bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn ( ), >90°Canders kunnen deze mettertijd vervormen.Ook de minimumafstanden van de vrije delen van het vlak op de achterzijde moeten gerespecteerd worden, zoals wordt aangeduid op de afbeelding van de montage.5.2 Insnijding van het werkbladMaak een opening (zie de aangeduide afmetingen) in het werkblad van het meubel.Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaatBrandgevaar• Controleer of het materiaal van het meubel brandbestendig is.• Controleer of het meubel voorzien is van de vereiste openingen.De minimumafstand die gerespecteerd moet worden tussen afzuigkappen en de kookvlakken moet minstens overeenkomen met diegene die aangeduid wordt in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap.De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd worden door een bevoegd technicus.De installatie kan uitgevoerd worden op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met kunststof gelamineerd hout, mits het hittebestendig is ( ).>90°CL (mm) X (mm) Y (mm)380 252 ÷ 256 482 ÷ 486650 560 ÷ 564 482 ÷ 486750 560 ÷ 564 482 ÷ 486900 844 ÷ 848 482 ÷ 486A (mm) B (mm) C (mm) D (mm) E (mm)min 200 min 460 min 750 40 ÷ 60 min 50

Installatie205.3 InbouwOp inbouwruimte voor ovenDe afstand tussen de kookplaat en de keukenmeubels of de inbouwapparaten moet zodanig zijn dat een voldoende ventilatie en een voldoende luchtafvoer gegarandeerd wordt.Bij installatie boven een oven moet een tussenruimte worden gelaten tussen de onderkant van de kookplaat en de bovenzijde van het onderaan geplaatste apparaat.met opening onderaanmet opening onderaan en achteraanOp neutrale ruimte of ladenWanneer andere meubelen (zijwanden, laden, enz.), afwasautomaten of koelkasten aanwezig zijn onder de kookplaat, moet een dubbele houten bodem worden geïnstalleerd op een minimum afstand van 20 mm van de onderkant van de kookplaat, zodat toevallig contact wordt vermeden.

De dubbele bodem mag alleen met geschikt gereedschap worden verwijderd.150 x 150 (mm)nodig voor de gasaansluitingmet opening onderaanmet opening achteraanWanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien worden van een ventilator voor de koeling.Als geen dubbele houten bodem wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker ongewenst hete of scherpe onderdelen raken.

Installatie21NLBevestigingsbeugelsDraai de bevestigingsbeugels (A) vast in de daarvoor bestemde openingen in de zijkanten van de bekleding onderaan om de kookplaat correct op de structuur te bevestigen.Pakking van de kookplaatMet glazen plaatVoordat de montage wordt uitgevoerd, moet de bijgeleverde pakking langs de omtrek van de kookplaat worden aangebracht om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.Met stalen plaatBreng voor de montage de bijgeleverde pakking aan om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.1. Raadpleeg de afmetingen die worden aangeduid op de afbeelding; de voorzijde met het gat net raken.2. Breng de pakking met een lichte druk aan over de hele omtrek van het gat in het werkblad.3.

Snijd de rand van de pakking die te veel is zorgvuldig af.Bevestig de kookplaat niet met behulp van silicone. Indien dit toch wordt gedaan, kan de kookplaat niet verwijderd worden zonder deze te beschadigen.

Installatie225.4 GasaansluitingAlgemene informatieDe aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen buis of met een flexibele stalen slang op een doorlopende wand volgens de voorschriften van de van kracht zijnde norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes”.

De toevoerverbinding van het gas heeft een extern schroefdraad 1/2” (ISO 228-1).Aansluiting met een flexibele stalen slangVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de aansluiting zorgvuldig op de 3gasaansluiting van het apparaat, en 1breng de pakking ertussen aan.2GaslekExplosiegevaar• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.

Installatie23NLAansluiting met een flexibele stalen slang met conische verbindingVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de verbinding zorgvuldig vast op 3de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking aan.

Breng 2isolatiemateriaal aan op de schroefdraad van de verbinding , en draai de flexibele 3stalen slang vast op de verbinding .4 3Aansluiten op LPGGebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel „Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken”.Ventilatie van de vertrekkenHet apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf.

De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden.De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid, die door de bereidingen geproduceerd worden, geelimineerd kunnen worden: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt is, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.

Installatie24Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte trek of met een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een bevoegde specialist, en moet uitgevoerd worden door de posities en de afstanden te respecteren die voorzien worden door de normen. Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.1 Evacuatie door middel van een afzuigkap2 Evacuatie zonder afzuigkapA Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trekB Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilatorC Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruitD Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand Lucht Verbrandingsproducten Elektrische ventilator

Installatie25NL5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypesWanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de primaire lucht geregeld worden. Voor het vervangen van de straalpijpen en het afstellen van de branders moet het vlak verwijderd worden.Verwijdering van het vlak1. Verwijder de roosters van het vlak.2. Verwijder de vlamverdelers en de deksels.3. Verwijder de knoppen en de ringen van de knoppen door ze omhoog te trekken.Tussen de knop en de ring is een veer aangebracht die niet op de afbeelding is weergegeven.

Installatie264. Verwijder de bevestigingsschroeven van het vlak en de relatieve plaatjes van elke zone van de branders.5. Verwijder de plaatjes en het vlak.Vervanging van de straalpijpen1. Draai de schroef A los en duw de luchtregelaar helemaal in.B2. Verwijder de straalpijpen C met een steeksleutel en monteer de straalpijpen die voor het nieuwe gastype geschikt zijn, neem daarbij de aanwijzingen van de desbetreffende tabellen in acht (zie “Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken”).3. Stel de luchtstroom af door de luchtregelaar te verplaatsen tot u de Bafstand , aangeduid in de Ddesbetreffende tabel (zie „Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken”), heeft verkregen.4. Hermonteer het apparaat op correcte wijze als u iedere brander heeft afgesteld.Het aandraaimoment van de straalpijp mag niet meer dan 3 Nm bedragen.

Installatie27NLRegeling van het minimum voor methaan of stadsgas1. Schakel de brander in en laat hem op de lage stand branden.2. Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.3. Monteer de knop opnieuw en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander.4. Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan.5. Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.Regeling van het minimum voor vloeibaar gasDraai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.

Reinig ze van binnen, en vervang het smeervet.Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat is aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig).Laat de gaskranen door een gespecialiseerde technicus smeren.

Installatie29NL5.6 Elektrische aansluitingAlgemene informatieControleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het identificatieplaatje.Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat.Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.Voorzie de aarding met een kabel van minimaal 20 mm langer dan de andere.Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:• 220-240 V 1N~Driepolige 3 x 1 mm² kabel .Vaste aansluitingVoorzie een meerpolige onderbreking voor de voeding, overeenkomstig de installatienormen.De schakelaar dient op een eenvoudig te bereiken plaats en in de nabijheid van het apparaat te zijn aangebracht.Aansluiting met stekker en stopcontactControleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.Gebruik geen verloopstekkers, adapters of aftakkingen, omdat ze oververhitting of brand zouden kunnen veroorzaken.Elektrische spanningGevaar voor elektrische schok• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.• De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.• Schakel de stroomtoevoer uit.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.De waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider.220-240V~ 1 mm220 mm

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg PV632CNXNLK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden