Smeg PS906NLK Handleiding

Smeg Fornuis PS906NLK

Bekijk gratis de handleiding van Smeg PS906NLK (30 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 142 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Smeg PS906NLK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/30
Inhoudsopgave
3
NL
1 Waarschuwingen4
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen4
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant7
1.3 Beoogd gebruik7
1.4 Identificatieplaatje7
1.5 Deze gebruiksaanwijzing7
1.6 Verwerking8
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing9
2 Beschrijving10
2.1 Algemene beschrijving10
2.2 Symbolen10
2.3 Beschikbare accessoires11
3 Gebruik12
3.1 Waarschuwingen12
3.2 Eerste gebruik12
3.3 Het gebruik van de kookplaat12
4 Reiniging en onderhoud15
4.1 Waarschuwingen15
4.2 Reiniging van het apparaat15
5 Installatie17
5.1 Veiligheidswaarschuwingen17
5.2 Plaatsing van het werkblad17
5.3 Inbouw21
5.4 Gasaansluiting22
5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes27
5.6 Elektrische aansluiting30
5.7 Voor de installateur31
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
Deze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat
zijn aangeduid.
Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Fornuis
Model: PS906NLK

Foutcodes Smeg PS906NLK

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
F1 Voorkamer aanduiding voor gasmondstuk bij Methaan G25 - 25 mbar / G25.3 - 25 mbar op AUX brander Controleer dat het gasmondstuk met voorkamer F1 correct is geïnstalleerd op de AUX brander. Zorg ervoor dat het gasmondstuk met een pijpsleutel van 7 mm correct is aangedraaid met een aandraaimoment van maximaal 3 Nm.
F3 Voorkamer aanduiding voor gasmondstuk bij Methaan G25 - 25 mbar / G25.3 - 25 mbar op RR brander Controleer dat het gasmondstuk met voorkamer F3 correct is geïnstalleerd op de RR brander. Zorg ervoor dat het gasmondstuk met een pijpsleutel van 7 mm correct is aangedraaid met een aandraaimoment van maximaal 3 Nm.

Handleiding Smeg PS906NLK – volledige tekst

Inhoudsopgave3NL 1 Waarschuwingen 4 1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 4 1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 7 1.3 Beoogd gebruik 7 1.4 Identificatieplaatje 7 1.5 Deze gebruiksaanwijzing 7 1.6 Verwerking 8 1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 9 2 Beschrijving 10 2.1 Algemene beschrijving 10 2.2 Symbolen 10 2.3 Beschikbare accessoires 11 3 Gebruik 12 3.1 Waarschuwingen 12 3.2 Eerste gebruik 12 3.3 Het gebruik van de kookplaat 12 4 Reiniging en onderhoud 15 4.1 Waarschuwingen 15 4.2 Reiniging van het apparaat 15 5 Installatie 17 5.1 Veiligheidswaarschuwingen 17 5.2 Plaatsing van het werkblad 17 5.3 Inbouw 21 5.4 Gasaansluiting 22 5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes 27 5.6 Elektrische aansluiting 30 5.7 Voor de installateur 31We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.comDeze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat zijn aangeduid.Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Waarschuwingen41 Waarschuwingen 1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingenPersoonlijk letsel• Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden heel warm tijdens het gebruik.

Raak geen verwarmingselementen aan tijdens gebruik van het apparaat.• Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.• Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.• Laat kinderen niet spelen met het apparaat.• Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat.• Kinderen jonger dan 8 jaar mogen het apparaat tijdens zijn werking niet benaderen.• Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Let op voor de snelle verwarming van de kookzones.

Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit.• Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.• Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken.• Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.

Waarschuwingen5NL• Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat terwijl het werkt.• Na gebruik het apparaat uitschakelen.• Voer geen wijzigingen uit op het apparaat.• Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen.Beschadiging van het apparaat• Ga niet op het apparaat zitten.• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.• Laat het apparaat niet onbeheerd tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die heet worden en vlam kunnen vatten.

Besteed de grootst mogelijke aandacht.• Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.• Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.• Gebruik geen plastic vaatwerk of recipiënten om voedsel te bereiden.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden. • Alle recipiënten moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.• Geen zure stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat morsen.• Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv.

Waarschuwingen6• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.Installatie• Dit apparaat mag niet geïnstalleerd worden in boten of caravans.• Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.• Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.• Om de mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden moet het niet achter een decoratieve deur of een paneel geïnstalleerd worden.• Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.• Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat moet de algemene elektrische voeding gedeactiveerd worden.• Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.• Laat de elektrische aansluiting verrichten door gekwalificeerd technisch personeel.

Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking voor flexibele stalen buizen.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.• Gebruik, daar waar nodig, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• De aardverbinding van het elektrische systeem is verplicht en moet in overeenstemming met de geldende veiligheidsnormen worden uitgevoerd.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.

Waarschuwingen7NL• Laat de voedingskabel uitsluitend door ervaren technisch personeel vervangen.Voor dit apparaat• Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.• Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.• Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbedieningssystemen.1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikantDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen ten gevolge van:• ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien,• het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing,• het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;• het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.1.3 Beoogd gebruikDit apparaat is bedoeld om thuis voedsel te bereiden.

Elk ander gebruik is oneigenlijk.1.4 IdentificatieplaatjeHet identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.1.5 Deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en moet gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard.Deze gebruiksaanwijzing aandachtig voor het gebruik van het apparaat doorlezen.

Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.Verwijdering van het apparaat:• Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.• Oude of gebruikte apparaten aan het einde van hun levensduur moeten door de gebruiker worden ingeleverd bij geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of overhandigd worden aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.Het apparaat is verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.• Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok• Schakel de algemene stroomtoevoer uit.• Haal de stekker uit het stopcontact.Plastic verpakkingGevaar voor verstikking• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.• Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.

Waarschuwingen9NL1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzingIn deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:1. Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.• Enkele gebruiksaanwijzing.WaarschuwingenAlgemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.BeschrijvingBeschrijving van het apparaat en de accessoires.GebruikInformatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, kooktips.Reiniging en onderhoudInformatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.InstallatieInformatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.VeiligheidswaarschuwingenInformatieSuggestie

Beschrijving11NL Knoppen brandersNuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de kookplaat. Druk op de knoppen, en draai deze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden.

Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op geplaatst worden.2.3 Beschikbare accessoiresVerhoogd rooster Om de aantasting van het werkblad te voorkomen is een verhoogd rooster verkrijgbaar dat moet worden aangebracht onder pannen met een grotere diameter dan is aangegeven in de tabel “Diameter van de recipiënten” in de paragraaf 3.3 “Gebruik van de kookplaat”.Het rooster moet worden aangebracht op het rooster van de kookplaat zoals is aangegeven in de bovenstaande afbeelding.In elk geval mogen pannen met een grotere diameter dan 26 cm uitsluitend geplaatst worden op de ultrasnelle brander (UR2 int. + ext.).Dit rooster kan ook gebruikt worden voor recipiënten om te “wokken” (Chinese kookpan).

Gebruik123 Gebruik3. 1 Waarschuwingen3. 2 Eerste gebruik1. Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires. 2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires. 3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud). 3. 3 Het gebruik van de kookplaatAlle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Draai de knop op als de brander niet binnen 15 seconden wordt ontstoken. Wacht vervolgens 60 seconden, alvorens de volgende poging te verrichten.

Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen. Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken en herhaal de handeling. Houd de knop langer ingedrukt. Incorrect gebruikGevaar op verbranding• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn. • Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting. Wees heel voorzichtig. • Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen. • Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat. • Raak de warmte-elementen niet aan als het apparaat werkt. Laat ze afkoelen vóór u het apparaat eventueel reinigt.

• Kinderen jonger dan 8 jaar mogen het apparaat tijdens zijn werking niet benaderen. Incorrect gebruikGevaar voor beschadiging van de oppervlakken• Dek de branders of de kookplaat niet af met zilverfolie. • De recipiënten moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.

• Alle recipiënten moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben. • In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden. In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gastoevoer, ook wanneer de kraan open staat. Draai de knop op. Wacht minstens 60 seconden, alvorens de brander opnieuw te ontsteken.

Gebruik13NLPlaatsing van de roostersDe roosters worden niet op de plaat gemonteerd geleverd. Om de roosters correct op de kookplaat te plaatsen moeten de aanwijzingen van de afbeelding gevolgd worden.Correcte positie van de vlamverdelers en van de dekselsVoordat de branders van de kookplaat aangeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers in hun zitten met de bijbehorende deksels geplaatst zijn, door op te letten dat de gaten (A) van de brander overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels (B).Praktisch advies voor het gebruik van de kookplaatVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipiënten met een deksel gebruikt worden die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt.

Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het werkblad te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat blijven.Diameter van de recipiënten:• AUX: 12 - 16 cm.• R: 18 - 26 cm.• UR2: 18 - 26 cm.Diameters van de recipiënten met verhoogd rooster:• UR2: 26 - 28 cm.Controleer na het gebruik altijd of de knoppen op (uit) zijn geplaatst.

Gebruik14Gebruiksbeperkingen van de vleesroostersWanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies opgevolgd worden:• De vleesroosters mogen niet buiten de omtrek van de kookplaat uitsteken;• Om schade aan het apparaat en de teflon bekleding te vermijden, mogen de aluminium vleesroosters met teflonlaag maximaal 5 minuten leeg worden opgewarmd. Breng vervolgens het voedsel aan op het vleesrooster en bereid het.

Gebruik het vleesrooster maximaal 40 minuten lang;• Gebruik geen vleesroosters of platen voor de bereiding of de verwarming van voedsel op de ultrasnelle brander (UR2).• Als een van de branders nabij de houten achterwand een ultrasnelle brander (UR2) is, moet u tussen het vleesrooster en die wand een afstand van 160 mm bewaren;• Let erop dat de vlammen van de brander niet onder de rand van het vleesrooster uit komen;• Houd de zijwand op minimaal 160 mm van de rand van het vleesrooster;• Plaats het vleesrooster niet op meerdere branders tegelijkertijd;• Gebruik het vleesrooster maximaal 40 minuten.

Reiniging en onderhoud15NL4 Reiniging en onderhoud4.1 Waarschuwingen4.2 Reiniging van het apparaatOm de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat ze afgekoeld zijn.Dagelijkse gewone reinigingGebruik steeds en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig af, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Voedselresten of -vlekkenGebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.Gebruik normale en niet-schurende producten, en eventueel houten of plastic gerei.

Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Roosters van de kookplaatVerwijder de roosters en reinig deze met behulp van lauw water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen. Droog de roosters en plaats ze weer op de kookplaat.Incorrect gebruikGevaar voor beschadiging van de oppervlakken• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv.

elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.De roosters staan steeds in contact met de vlam waardoor de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.

Reiniging en onderhoud16Vlamverdelers en dekselsDe deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is. Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.KnoppenDe knoppen moeten gereinigd worden met een zachte doek en lauw water, en moeten daarna goed gedroogd worden. Ze kunnen makkelijk verwijderd worden door ze omhoog te trekken.Vonkontstekers en thermokoppelsVoor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek.

Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.Gebruik voor de reiniging van de knoppen geen agressieve producten die alcohol bevatten of producten voor de reiniging van staal en van glas, omdat deze permanente schade kunnen veroorzaken.Na de reinigingshandelingen moet het apparaat zorgvuldig gedroogd worden omdat eventueel druipend reinigingsmiddel en water de correcte werking van het apparaat kunnen schaden en het uitzicht kunnen aantasten.

Installatie17NL5 Installatie5.1 VeiligheidswaarschuwingenFineerbewerkingen, kleefstoffen of kunststof bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn ( ), >90°Canders kunnen deze mettertijd vervormen.Ook de minimumafstanden van de vrije delen van het vlak op de achterzijde moeten gerespecteerd worden, zoals wordt aangeduid op de afbeelding van de montage.5.2 Plaatsing van het werkbladBevestiging op de ondersteunende structuur: traditioneel inbouwmodelMaak een opening met de in de afbeelding aangeduide afmetingen in het werkblad van het meubel.Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaatBrandgevaar• Controleer of het materiaal van het meubel brandbestendig is.• Controleer of het meubel voorzien is van de vereiste openingen.De minimumafstand die gerespecteerd moet worden tussen afzuigkappen en de kookvlakken moet minstens overeenkomen met diegene die aangeduid wordt in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap.De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd worden door een bevoegd technicus.De installatie kan uitgevoerd worden op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met kunststof gelamineerd hout, mits het hittebestendig is ( ).>90°C L (mm) X (mm) Y (mm) 899 878 490 A (mm) B (mm) C (mm) D (mm) E (mm) min 110 min 460 min 750 20 ÷ 50 min 50

Installatie18Breng voor de montage de bijgeleverde pakking ( ) nauwgezet aan om te Evoorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.1. Breng de pakking met een lichte druk aan over de hele omtrek van het gat in het werkblad.2. Plaats de kookplaat op de isolerende pakking en zet deze perfect vlak met de meegeleverde schroeven en bevestigingsbeugels ( ) vast aan de Aondersteunende structuur.3. Snij het overvloedige deel van de rand van de pakking zorgvuldig weg ( ).BBreng de beugels uitsluitend aan als de kookplaat op de pakking is aangebracht.

Installatie19NLBevestiging op de ondersteunende structuur: vlakbouw modelMaak een opening (zie de aangeduide afmetingen) in het werkblad van het meubel.Voor dit inbouwmodel moet een uitsparing van 3 mm uit het werkblad worden gefreesd (detail “ ” in de bovenstaande Bafbeelding).Breng de geleverde isolerende pakking (E) aan op het uitgefreesde deel alvorens het apparaat te plaatsen. L (mm) X (mm) Y (mm) 900 490 878 X (mm) Y (mm) G (mm) H (mm) 490 878 901 513 A (mm) B (mm) C (mm) D (mm) E (mm) min 110 min 460 min 750 20 ÷ 40 min 50

Installatie20Zet het apparaat met de specifiek geleverde beugels ( ) perfect vlak vast als Adeze handelingen zijn verricht volgens de aanwijzingen van de afbeelding.Dit apparaat kan eveneens geïnstalleerd worden in een .basis van 90 cmVoor de bevestiging moet het apparaat in de opening geplaatst worden die in het bovenblad gemaakt werd, en de rand moet op het bovenblad zelf rusten. Om de kookplaat zijdelings vast te maken, moeten de twee L-vormige winkelhaakjes op de zijkanten van het meubel ( ) 2bevestigd worden met behulp van de daarvoor bestemde bijgeleverde schroeven (4), en moet opgelet worden dat het gat ( ) in het winkelhaakje uitgelijnd is 3met de klinknagel ( ) op de onderkant van 1het apparaat.

Bevestig daarna de kookplaat door de schroef ( ) vast te 5draaien in de relatieve klinknagel ( ).1Breng de beugels uitsluitend aan als de kookplaat op de pakking is aangebracht.• Zet, wanneer nodig, de kookplaat niet met siliconenkit vast omdat het anders niet zonder het te beschadigen kan worden verwijderd.• In het geval van een laminaat werkblad wordt aanbevolen om een primer die tegen infiltratie beschermt op het uitgefreesde vlak aan te brengen.• Voor de bevestiging van dit apparaat op de steunende structuur wordt aangeraden om geen mechanische of elektrische schroevendraaiers te gebruiken, en om niet te krachtig te drukken op de bevestigingsmechaniek.• Op alle bevestigingspunten moeten de bijgeleverde beugels gebruikt worden.

Installatie21NLAfmetingen: plaats aansluiting gas en elektriciteit (afmetingen in mm)B Elektrische aansluitingC Aansluiting gasleidingAanzicht van rechtsAchteraanzicht5.3 InbouwOp inbouwruimte voor ovenDe afstand tussen de kookplaat en de keukenmeubels of de inbouwapparaten moet zodanig zijn dat een voldoende ventilatie en een voldoende luchtafvoer gegarandeerd wordt.Bij installatie boven een oven moet een tussenruimte worden gelaten tussen de onderkant van de kookplaat en de bovenzijde van het onderaan geplaatste apparaat.met opening onderaan Met opening onderaan en achteraanWanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien worden van een ventilator voor de koeling.

Installatie22Op neutrale ruimte of ladenWanneer andere meubelen (zijwanden, laden, enz.), afwasautomaten of koelkasten aanwezig zijn onder de kookplaat, moet een dubbele houten bodem worden geïnstalleerd op een minimum afstand van 10 mm van de onderkant van de kookplaat, zodat toevallig contact wordt vermeden. De dubbele bodem mag alleen met geschikt gereedschap worden verwijderd. Met opening achteraanMet opening onderaan5.4 GasaansluitingAlgemene informatieDe aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een flexibele stalen buis of met een flexibele stalen buis op een rechte wand met een conische aansluiting, en volgens de voorschriften die aangeduid worden door de van kracht zijnde norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes”.

De gasaansluiting heeft een extern schroefdraad ½” (ISO 228-1).Als geen dubbele houten bodem wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker ongewenst hete of scherpe onderdelen raken.GaslekkageExplosiegevaar• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Gebruik, daar waar nodig, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.

Installatie23NLAansluiting met een flexibele stalen slangVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de aansluiting zorgvuldig op de 3gasaansluiting van het apparaat, en 1breng de pakking ertussen aan.2Aansluiting met een flexibele stalen slang met conische verbindingVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de verbinding zorgvuldig vast op 3de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking aan.

2Breng isolatiemateriaal aan op de schroefdraad van de verbinding , en 3draai de flexibele stalen slang 4 vast op de verbinding .3Aansluiting met een flexibele stalen buis met bajonetsluitingSluit het apparaat aan met een flexibele buis met bajonetsluiting overeenkomstig B.S. 669. De aansluiting aan de achterkant van het apparaat heeft een uitwendig schroefdraad van 1/2” BSP. Breng isolerend materiaal aan op de schroefdraad van de aansluiting van de gasleiding , en draai de adapter vast 4 3zoals is aangegeven in de afbeelding. Sluit het aldus bekomen blok aan op de mobiele aansluiting 1 van het apparaat en breng de pakking aan ertussen .2

Installatie24Aansluiting met rubberleidingVoer de aansluiting op het gasnetwerk uit met een rubberslang conform de kenmerken van de van kracht zijnde norm (controleer of de afkorting van deze norm op de slang wordt aangegeven).Draai de slangaansluiting zorgvuldig op 3de gasverbinding van het apparaat, en 1breng de pakking 2 ertussen aan. Plaats de rubberen leiding 5 op slangaansluiting 3 en bevestig ze met de ring conform de 4geldende norm.Afhankelijk van de diameter van de gebruikte gasleiding kan ook de slangaansluiting 6 vastgedraaid worden op de slangaansluiting .

Plaats, na het 7aanspannen van de slangaansluiting, de gasleiding 5 op de slangaansluiting 6 of 6 + 7 en bevestig deze met de klemring 4conform de geldende norm.De aansluiting met rubberslang conform de van kracht zijnde normen mag enkel uitgevoerd worden wanneer de leiding over de volledige lengte geïnspecteerd kan worden.De binnendiameter van de buis moet 8 mm zijn voor vloeibaar gas en 13 mm voor methaan en stadsgas.

Installatie25NLAansluiten op LPGGebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel “Type van gas en toebehorende landen”.Ventilatie van de vertrekkenHet apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf.

De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen hebben in overeenstemming met de van kracht zijnde normen en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden.De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid, die door de bereidingen geproduceerd worden, geëlimineerd kunnen worden: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt is, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.

Installatie26Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten kan verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte natuurlijke trek of met een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een daarvoor bevoegde specialist, in overeenstemming met de in de normen aangegeven posities en afstanden. Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.1 Evacuatie door middel van een afzuigkap2 Evacuatie zonder afzuigkapA Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trekB Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilatorC Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruitD Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand Lucht Verbrandingsproducten Elektrische ventilator

Installatie27NL5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypesWanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de gasmondstukken op de branders vervangen worden en moet de lage vlam op de gaskranen geregeld worden.Vervanging van de gasmondstukken1. Verwijder de roosters van de plaat.2. Verwijder de vlamverdelers en de deksels.3. Draai de gasmondstukken van de branders met een pijpsleutel 7 mm los en vervang ze door de gasmondstukken voor het te gebruiken gas (zie “Tabellen met de kenmerken van de branders en de gasmondstukken”).4. Plaats de branders weer correct in de gepaste zittingen.Het aandraaimoment van het gasmondstuk mag niet meer dan 3 Nm bedragen.

Installatie28Regeling van het minimum voor methaan of stadsgas1. Schakel de brander in en laat hem op de lage stand branden.2. Verwijder de knoppen door ze omhoog te trekken.3. Draai aan de stelschroef naast het staafje van de kraan tot een regelmatige lage vlam is verkregen.4. Monteer de knop opnieuw en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander.5. Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de lage stand: de vlam mag niet uitgaan. Herhaal deze handeling voor alle gaskranenRegeling van het minimum voor vloeibaar gasDraai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.

Reinig ze van binnen, en vervang het smeervet.Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat is aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket bevindt zich in het zakje van de gasmondstukken (indien aanwezig).Laat de gaskranen door een gespecialiseerde technicus smeren.

Installatie305.6 Elektrische aansluitingAlgemene informatieControleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het identificatieplaatje.Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat en is zichtbaar op het apparaat aangebracht.Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.

Zorg voor de aardverbinding met een kabel die ten minste 20 mm langer is dan de andere kabels.Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:• 220-240 V 1N~ Gebruik een kabel driepolige 3 x 0,75 mm².Vaste aansluitingBreng op de lijn een omnipolaire onderbrekingsinrichting met een openingsafstand van de contacten die gelijk of groter is dan 3 mm, overeenkomstig de installatienormen.De onderbrekingsinrichting dient op een eenvoudig te bereiken plaats en in de nabijheid van het apparaat te zijn aangebracht.Elektrische spanningGevaar voor elektrische schok• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.• De aardverbinding van het elektrische systeem is verplicht en moet in overeenstemming met de geldende veiligheidsnormen worden uitgevoerd.• Schakel de algemene stroomtoevoer uit.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.Laat de stroomkabel achteraan het meubel passeren, en let op dat hij niet in contact komt met de ondercarter van de kookplaat of met een eventuele daaronder ingebouwde oven.De waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider.

Installatie31NLAansluiting met stekker en stopcontactControleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.Gebruik geen verloopstekkers, adapters of aftakkingen, omdat ze oververhitting of brand zouden kunnen veroorzaken.TestVoer na de installatie een korte test uit. Bij een slechte werking van het apparaat, terwijl u heeft geconstateerd dat u de instructies correct heeft uitgevoerd, moet u het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet en het dichtstbijzijnde Technische Servicecentrum informeren.5.7 Voor de installateur• De stekker moet na de installatie toegankelijk blijven. De kabel voor de verbinding met het stroomnet mag niet verbogen of vastgeklemd worden.• Het apparaat moet volgens de installatieschema’s worden geïnstalleerd.• Het schroefdraadelement van de verbinding niet losdraaien of forceren.

Daardoor kan dit deel van het apparaat beschadigd raken en wordt de fabrieksgarantie ongeldig.• Verifieer op alle aansluitingen met water en zeep of gas lekt. Zoek eventuele lekken op met open vuur.NIET• Ontsteek de branders een voor een en allemaal tegelijkertijd om de correcte werking van het gasventiel, de brander en de ontsteking te waarborgen.• Draai de knoppen van de branders op de stand lage vlam en observeer of de vlam van elke brander apart en van alle branders tegelijkertijd stabiel is.• In geval het apparaat, na het verrichten van alle controles, niet correct werkt, neem dan contact op met het plaatselijke erkende servicecentrum.• Na de correcte installatie van het apparaat wordt u verzocht de gebruiker te informeren over de correcte functioneringswijze.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg PS906NLK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden