Smeg PDXS31P Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg PDXS31P (34 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Smeg PDXS31P of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | PDXS31P |
Handleiding Smeg PDXS31P – volledige tekst
Waarschuwingen voor het gebruik 1. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIKDEZE HANDLEIDING IS EEN INTEGREREND DEEL VAN HET TOESTEL. ZE MOETINTEGER EN BINNEN HANDBEREIK BEWAARD WORDEN VOOR DE VOLLEDIGEGEBRUIKSDUUR VAN HET KOOKVLAK. WE RADEN AAN DEZE HANDLEIDING EN ALLE AANWIJZINGEN AANDACHTIG DOORTE LEZEN ALVORENS HET TOESTEL IN GEBRUIK TE NEMEN. DE INSTALLATIE MOET UITGEVOERD WORDEN DOOR BEVOEGD PERSONEEL ENVOLGENS DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN. DIT TOESTEL IS BEDOELD VOORHUISHOUDELIJK GEBRUIK, EN IS CONFORM DE EEG-RICHTLIJNEN DIE ACTUEELVAN KRACHT ZIJN. HET TOESTEL WERD GEBOUWD VOOR DE VOLGENDE FUNCTIE:DE BEREIDING EN VERWARMING VAN VOEDSEL; ELK ANDER GEBRUIK MOET ALSONEIGENLIJK BESCHOUWD WORDEN. DE CONSTRUCTEUR WIJST ELKE AANSPRAKELIJKHEID AF VOOR ANDER GEBRUIKDAN HETGENE DAT AANGEDUID WORDT. GEBRUIK DIT TOESTEL NOOIT VOOR DE VERWARMING VAN DE WONING.
LAAT DE RESTEN VAN DE VERPAKKING NIET ONBEWAAKT IN HUIS ACHTER. SORTEER HET VERSCHILLENDE VERPAKKINGSAFVAL, EN BEZORG HET AAN HETDICHTSTBIJZIJNDE CENTRUM VOOR GESCHEIDEN AFVALVERWERKING. DIT TOESTEL IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN VOLGENS DE EUROPESERICHTLIJN 2002/96/EG IN VERBAND MET ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHETOESTELLEN (WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT - WEEE). DEZE RICHTLIJN BEPAALT DE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLERENVAN AFGEDANKTE TOESTELLEN, EN GELDT VOOR HET VOLLEDIGE GRONDGEBIEDVAN DE EUROPESE UNIE. ZORG ERVOOR DAT DE OPENINGEN EN DE SPLETEN VOOR DE VENTILATIE EN DEWARMTE-AFVOER NIET VERSTOPT RAKEN. HET IDENTIFICATIEPLAATJE, DAT DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMEREN DE MARKERING BEVAT, WERD AANGEBRACHT ONDER DE CARTER. DIT PLAATJE MAG NOOIT VERWIJDERD WORDEN.
(ENKEL VOOR DE MODELLEN MET INDUCTIE) LET ERVOOR OP DAT U TIJDENS DE BEREIDING GEEN SUIKER OF ZOETEMENGSELS OP DE KOOKPLAAT MORST, OF ER MATERIALEN OP PLAATSTDIE ZOUDEN KUNNEN SMELTEN (PLASTIC OF ALUMINIUMFOLIE); INDIENDIT MOCHT GEBEUREN, DAN MOET U, OM DE STAAT VAN HETOPPERVLAK NIET TE BESCHADIGEN, DE VERWARMING UITSCHAKELENEN DE PLAAT MET DE BIJGEVOEGDE SCHRAPER REINIGEN ZOLANG DEPLAAT NOG LAUWWARM IS. WANNEER DE GLASKERAMISCHE PLAATNIET ONMIDDELLIJK GEREINIGD WORDT, BESTAAT HET RISICO DATKORSTEN GEVORMD WORDEN DIE NIET MEER VERWIJDERD KUNNENWORDEN EENS DE PLAAT AFGEKOELD IS.
Waarschuwingen voor de afvalverwerking 2. WAARSCHUWINGEN VOOR DEAFVALVERWERKING – ONZE ZORG VOOR HETMILIEUVoor het verpakken van onze producten worden niet-vervuilendematerialen gebruikt die het milieu niet schaden, en die recycleerbaar zijn.We verzoeken om hieraan mee te werken, en om te zorgen voor eencorrecte verwerking van de verpakking. Vraag bij uw verkoper of bij debevoegde diensten naar de adressen van inzamel-, afvalverwerkings- enrecyclagecentra.Gooi de verpakking, of delen ervan, niet zomaar weg.
Deze kunnen voorkinderen gevaar op verstikking vormen; vooral plastic zakken zijngevaarlijk.Ook uw oude toestel moet correct verwerkt wordenBelangrijk: lever het toestel in bij de plaatselijke dienst of zaak dieverantwoordelijk is voor de inzameling van afgedankte huishoudtoestellen.Met een correcte verwerking kunnen kostbare materialen gerecupereerdworden.Bovendien is het nodig dat u de elektriciteitskabel doorsnijdt, en samenmet de stekker verwijdert.
IN HET BELANG VAN UWVEILIGHEID WERD BIJ WET BEPAALD DAT DE INSTALLATIE EN DEASSISTENTIE VAN ALLE ELEKTRISCHE TOESTELLEN MOET UITGEVOERDWORDEN DOOR BEVOEGD PERSONEEL, MET INACHTNEMING VAN DE VANKRACHT ZIJNDE NORMEN.ONZE ERKENDE INSTALLATEURS GARANDEREN HET BESTE RESULTAAT.ELEKTRISCHE OF GASAPPARATEN MOETEN STEEDS DOOR EXPERTSWORDEN LOSGEKOPPELD.DE STEKKER DIE AANGESLOTEN MOET WORDEN OP DE STROOMKABEL ENHET RELATIEVE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE ENCONFORM DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN ZIJN.HET STOPCONTACT MOET BEREIKBAAR BLIJVEN NA INBOUW VAN HETTOESTEL.VERWIJDER DE STEKKER NOOIT DOOR AAN DE KABEL TE TREKKEN.DE AARDING IS VERPLICHT VOLGENS DE VOORZIENEVEILIGHEIDSNORMEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE.VOER ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE EEN KORTE KEURING VAN HETTOESTEL UIT, VOLGENS DE AANWIJZINGEN DIE VERDER WORDENAANGEDUID.
BIJ EEN SLECHTE WERKING MOET HET TOESTELLOSGEKOPPELD WORDEN VAN HET ELEKTRICITEITSNET, EN MOET U HETDICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE ASSISTENTICENTRUM CONTACTEREN.PROBEER NOOIT OM HET TOESTEL ZELF TE HERSTELLEN.HET TOESTEL WORDT TIJDENS HET GEBRUIK ZEER HEET. ER WORDTAANBEVOLEN OM VOOR ELKE HANDELING SPECIALE THERMISCHEHANDSCHOENEN TE DRAGEN.HET TOESTEL MAG ENKEL GEBRUIKT WORDEN DOOR VOLWASSENEN.STA NIET TOE DAT KINDEREN IN DE BUURT KOMEN OF ERMEE SPELEN.CONTROLEER NA ELK GEBRUIK STEEDS OF DE BEDIENINGSKNOPPENZICH IN DE POSITIE 0 (UIT) BEVINDEN.ALS U EEN BARST OF EEN SCHEUR OPMERKT IN HET OPPERVLAK VAN DEINDUCTIEPLAAT, MOET U HET TOESTEL ONMIDDELLIJK UITSCHAKELEN ENMOET U ZICH WENDEN TOT EEN ERKEND SERVICECENTRUM.
Waarschuwingen voor de veiligheidMENSEN MET EEN PACEMAKER OF EEN GELIJKSOORTIG TOESTELMOETEN CONTROLEREN OF DE WERKING VAN DEZE TOESTELLEN NIETWORDT BEÏNVLOED DOOR HET INDUCTIEVELD, WAARVAN HETFREQUENTIEBEREIK TUSSEN 20 EN 50 KHZ LIGT.DE ELEKTROMAGNETISCHE INDUCTIEKOOKPLAAT BEHOORT OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN BETREFFENDE DE ELEKTROMAGNETISCHE COMPATIBILITEIT TOT GROEP 2 EN KLASSE B (EN 55011)
Aanwijzingen voor de gebruiker 5. VÓÓR DE INSTALLATIELaat de resten van het verpakkingsmateriaal niet onbewaakt achter in dehuishoudelijke omgeving. Sorteer de verschillende afvalmaterialen van deverpakking, en breng ze naar het dichtstbijzijnde centrum voor gescheidenafvalinzameling.Nadat u alle fabrikatieresten heeft verwijderd, wordt aangeraden om hettoestel te reinigen. Meer informatie in verband met de reiniging vindt u inhet hoofdstuk "7. REINIGING EN ONDERHOUD".Wanneer de elektrische platen of de barbecue (indien voorzien) voor heteerst worden gebruikt, wordt aangeraden om op te warmen tot demaximum temperatuur, en dit lang genoeg zodat eventuele oliehoudendeproductieresten verbrand worden die aan het voedsel een onaangenamegeur zouden kunnen verlenen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6. HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT 6.1 GaskookplaatA B C. C Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid.Het toestel is voorzien van een elektronischontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op deknop te drukken en hem in tegenwijzerszin te draaien ophet symbool van de maximum vlam, tot de brander wordtaangeschakeld. Wanneer de aanschakeling niet binnen15 seconden gebeurt, moet de knop op 0 geplaatstworden en moet 60 seconden gewacht worden.Bij de modellen met klep moet na de aanschakeling de knop nog enkeleseconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel warmwordt. Het kan zijn dat de brander uitgaat wanneer de knop losgelatenwordt: dit wil zeggen dat het thermokoppel nog niet voldoende opgewarmdis. Wacht enkele ogenblikken, en herhaal de handeling door de knoplanger ingedrukt te houden.
Deze handeling moet niet uitgevoerd wordenvoor branders zonder thermokoppel. Eens de brander aangeschakeld is,kan de vlam naar wens geregeld worden. Na het gebruik van de kookplaatmoet steeds gecontroleerd worden of de bedieningsknoppen zich in depositie (uit) bevinden.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.2 Praktisch advies voor het gebruik van de branders Voor een optimaal rendement van de branders en een minimaalgasverbruik moeten recipiënten gebruikt worden met een platte bodem enmet een deksel, en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen datde vlam langs de zijkanten lekt (raadpleeg de paragraaf "6.3 Diameter vande recipiënten"). Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlamzodanig verminderd worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat tevoorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroostersbinnen de omtrek van de kookplaat blijven.Wanneer olies of vetten worden gebruikt, moet goed opgelet worden datze bij het heet worden niet gaan branden.
6.3 Diameter van de recipiënten BRANDERS 1 Hulpbrander 2 Halfsnelle brander 3 Snelle brander 4 Zeer snelle brander 5 Zeer snelle brander met verhoogde spaken 6 VisplaatMIN. EN MAX. Ø (IN CM)12 - 1616 - 2418 - 2620 - 2620 - 30SPECIALE OVALE RECIPIËNTEN Vervolgens worden de diameters van de pannen aangeduid die gebruiktkunnen worden met het verhoogde rooster:BRANDERS 1 Hulpbrander 2 Halfsnelle brander 3 Snelle branderMIN. EN MAX. Ø (IN CM)16 - 2424 - 2826 - 28
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.4 Glaskeramische plaatHet toestel heeft twee kookzones met verschillendediameters en vermogens.De posities zijn duidelijk aangeduid door cirkels, ende verwarming gebeurt enkel binnen de diametersdie aangeduid worden op de plaat. Destralingszones worden na enkele secondeningeschakeld, en de verwarming wordt geregelddoor middel van de knop die op de gewenste positietussen 1 en 9 kan geplaatst worden. De regeling is progressief, dus alle waarden tussen de aangeduide cijferskunnen gebruikt worden. De controlelampen naast de draaiknoppenduiden de restwarmte aan: ze lichten op wanneer de elektrische platen50°C overschrijden, en worden uitgeschakeld wanneer ze onder diewaarde dalen. Voor de reiniging moet de paragraaf "7.3 Reiniging van deglaskeramische plaat" geraadpleegd worden.
Aanwijzingen voor de gebruikerVoor een goed rendement en een juist energieverbruik mogen alleen pannenworden gebruikt die geschikt zijn voor gebruik op elektrische kookzones: • De bodem van de pannen moet erg dik en perfectvlak zijn en moet bovendien rein en droog zijn,zoals ook de kookplaat zelf. • Gebruik geen gietijzeren pannen of pannen meteen ruwe bodem omdat deze het oppervlak van dekookplaat zouden kunnen krassen. • De diameter van de bodem van de pannen moetgelijk zijn aan de diameter van de getekende cirkelop de kookzones; als deze niet overeenkomen,wordt energie verspild. 6.5 Barbecueplaat U kan de roosters gebruiken om te grillen, tegratineren , of als barbecue.In de kuip onder de weerstand kan het volgendegeplaatst worden: • water (Fig.
1) om de vetten afkomstig van debereiding op te vangen (giet maximum 1,5 literwater in het kuipje), of; • een laag lavastenen zodat de warmte langer behoudenwordt, waardoor de bereidingstijden korter worden ende kwaliteit van de bereiding verbeterd wordt.In beide gevallen moet opgelet worden dat de randvan het bakje niet overschreden wordt.Voordat het water ingegoten wordt of de lavastenengeplaatst worden, moet de weerstand geblokkeerdworden zoals aangeduid wordt in fig. 2.1) 2)
Aanwijzingen voor de gebruikerDe regeling van het vermogen van de barbecueplaatgebeurt door middel van de bedieningsknop tussen degewenste positie van 1 tot 9 te plaatsen.De regeling is progressief, dus alle waarden tussen deaangeduide cijfers kunnen gebruikt worden. Het oplichtenvan de controlelamp duidt erop dat de oven aan hetopwarmen is. Wanneer de controlelamp uitgeschakeldwordt, werd het ingestelde vermogensniveau bereikt.Wanneer het regelmatig knippert, wordt het vermogen van de plaat constant ophet ingestelde niveau gehouden. Raadpleeg voor de verwijdering van hetrooster en de reiniging de paragraaf "7.4 Reiniging van de barbecueplaat". 6.6 FriteuseDe keuze van de temperatuur voor het bakken wordtuitgevoerd door de knop op 1 2, en 3 te plaatsen.Vervolgens wordt een tabel weergegeven die het typevan bakken voor de geselecteerde waarde samenvat.
Het oplichten van de groene controlelamp meldt dathet toestel onder spanning staat (ook wanneer het nietin werking is).Het oplichten van de oranje controlelamp duidt aan dat de weerstand aanhet opwarmen is. Wanneer de controlelamp uitgeschakeld wordt, werd hetingestelde vermogensniveau bereikt.Wanneer het regelmatig knippert, wordt het vermogen van de plaatconstant op het ingestelde niveau gehouden.In de onderstaande tabel worden de vermogenswaarden weergegeven dieingesteld kunnen worden, en bij iedere waarde wordt het type van tebereiden voedsel vermeld.
De waarden kunnen variëren afhankelijk van dehoeveelheid voedsel en de smaak van de consument.Positie van de draaiknop Geschikt type van bereidingIdeale hoeveel-heid(g)Maximum hoeveelheid(g) 1 (160°C) Frietjes 500 750 Kippenbout - Kippenvleugels * * 1-2 (170°C) Het bakken van vis * * 2 (180°C) Beignets - Vis 250 350 2-3 (185°C) Kroketten - Kaaskroketten 500 750*= deze waarden hangen hoofdzakelijk af van het volume van het voedsel. Zorg er voor dat deze helemaal ondergedompeld zijn in de olie.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.6.1 Praktisch advies om perfect te bakkenHet oliepeil in de kuip moet zich tussen 3 liter (minimum referentie in dekuip) en 3,5 liter (maximum referentie in de kuip) bevinden. De weerstandkan niet werken als ze niet ondergedompeld is in olie of vet.De ideale temperatuur om te bakken bevindt zich tussen 160°C en 185°C.Lagere of hogere waarden doen de olie zeer snel bederven.Als de temperatuur te laag is, raakt het voedsel enkel doordrenkt met veten zal het slecht bereid worden. Hoe groter de stukken, hoe langer ze moeten bakken. Er moet dus eentemperatuur voor de bereiding gekozen worden waardoor het voedselbinnenin klaargemaakt wordt zonder dat de buitenkant verbrandt.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.6.2 Na het bakkenDe mand dat het voedsel bevat, kan eersteeen beetje “uitlekken” voordat de inhoudverwijderd wordt. De mand kan dusvasgehaakt worden op het bovenste deel vande weerstand, zoals aangeduid wordt in defiguur hiernaast.Nadat de mand verwijderd is, kan de weerstand op twee positiesbevestigd worden door middel van de daarvoor bestemde blokkering: 1 positie 1 voor het “uitlekken” van de frituurolie voordat de mandhelemaal wordt verwijderd; 2 positie 2 voor het makkelijk verwijderen van de kuip uit de zit.Raadpleeg de paragraaf “7.5 Reiniging van de friteuse”. 1) 2)
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.7 Inductieplaat 6.7.1 KookzonesHet toestel is voorzien van 2 kookzones metverschillende diameters en vermogens. Hunpositie wordt duidelijk aangeduid door cirkels,en de warmte wordt beperkt binnen degetekende diameters op het glas.De 2 kookzones zijn van het type HIGH-LIGHT, ze worden na enkele secondenaangeschakeld en de verwarming kangeregeld worden door middel van debedieningen op het frontpaneel, van eenminimum tot een maximum.Onder elke kookzone bevindt zich een die gevoed wordtdoor een elektronisch systeem, en die een variabel magnetisch veldcreëert.
Wanneer in een dergelijk magnetisch veld een pan wordtgeplaatst, richten de hogefrequentiestromen zich rechtstreeks op de panen wordt de warmte geproduceerd die nodig is voor de bereiding van hetvoedsel.De 2 controlelampen vooraan tussen dekookzones lichten op wanneer één of meerderekookzones warmer zijn dan 60°C. Decontrolelampen zullen pas uitgaan wanneer detemperatuur tot onder ongeveer 60° gedaald is.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.7.2 VerwarmingsversnellerElke kookzone heeft een verwarmingsversneller.Met dit systeem kan de plaat werken aan het maximum vermogen vooreen tijd die evenredig is aan het geselecteerde vermogen.Om de verwarmingsversneller te starten: draai de knop naar links,selecteer de positie “A”, en laat de knop los. De letter “A” zal op hetdisplay van de kookplaat verschijnen.Nu heeft u 3 seconden om de gewenste verwarmingspositie te kiezen.Nadat de positie tussen 1 en 9 geregeld werd, zullen de letter “A” en degeselecteerde positie om de beurt op het display knipperen.Tijdens de werking van de verwarmingsversneller kan deverwarmingsintensiteit op elk moment verhoogd worden.
De periode vanhet "maximum vermogen" wordt bijgevolg gewijzigd.Wanneer het vermogen daarentegen beperkt wordt, wordt de optie "A"automatisch gedesactiveerd wanneer de knop in tegenwijzerszin wordtgedraaid. 6.7.3 WerkingsvermogensHier volgt een tabel met het verbruik van de platen die in werking zijn.Zone-nummer: Diameter Zone Geabsorbeerd vermogen 1 210 mm Normale werking: 1850 W Met de functie power: 2500 W 2 145 mm Normale werking: 1400 W Met de functie power: 1800 W
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.7.4 Types van pannenVoor dit type van toestel zijn speciale pannen nodig.De bodem van de pan moet in ijzer of staal/ijzer zijn, zodat hetmagnetisch veld geproduceerd kan worden dat nodig is voor deverwarming.De volgende recipiënten zijn niet geschikt:• glas;• keramiek:• terracotta; • staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem;Om te controleren of de pan geschikt is, kan u een magneet op de bodemplaatsen: wanneer deze aangetrokken wordt, is de pan geschikt voor deinductieplaat. Wanneer u niet over een magneet beschikt, giet u eenbeetje water in de pan, plaats u ze op een kookzone, en schakelt u de plaat aan.
Wanneer op het display het symbool verschijnt in plaats vanhet vermogen, is de pan niet geschikt.De pannen die gebruikt worden voor de bereiding moeten een minimumdiameter hebben zodat de correcte werking gegarandeerd wordt.Hier volgt een tabel met de minimum diameters van de pannen in functievan de kookzones.Zone-nummer: Minimum diameter van de panU kan ook pannen gebruiken diegroter zijn dan de kookzones, maar ermoet dan wel opgelet worden dat debodem van de pan niet in contact komtmet andere kookzones en dat de panaltijd goed in het midden van dekookzone wordt geplaatst. 1 140 mm 2 90 mm
Aanwijzingen voor de gebruikerGebruik uitsluitend recipiënten die ontworpen werden voor gebruik opinductieplaten, die een dikke en volledig platte bodem hebben. U kanook recipiënten gebruiken met een bodem zonder welvingen (holle ofbolle bodems).JA NEE NEE 6.7.5 Signaal van aanwezigheid van de pannenElke kookzone heeft een mechanisme dat de "aanwezigheid van depannen" detecteert, dat de bereiding enkel toelaat wanneer een geschikten correct geplaatst recipiënt aanwezig is op die plaat.Wanneer het recipiënt niet correct geplaatst is of wanneer het uitongeschikt materiaal bestaat, en u wil de plaat toch inschakelen, zal ophet display enkele seconden na de inschakeling het symbool verschijnen, dat de fout aanduidt.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.7.6 RestwarmteElke plaat is voorzien van een mechanisme dat de restwarmte aanduidt.Op het display kan na de uitschakeling van eender welke plaat een knipperende " " worden weergegeven. Dit signaal wijst erop dat die kookzone nog zeer heet is. Ook als de “ ” nog knippert, kan u debereiding van het voedsel hervatten: ga in dat geval te werk zoalsbeschreven wordt in paragraaf "3".
6.7.7 Blokkering van de plaatWanneer de plaat niet in werking gesteld is, kan ze "geblokkeerd" wordenzodat toevallige inschakelingen door kinderen vermeden worden.Draai de draaiknoppen gelijktijdig naar links wanneer de platenuitgeschakeld zijn, tot op het vermogensdisplay de letter ”L” verschijnt, enlaat de draaiknoppen daarna los.Herhaal dezelfde handeling om de deblokkering uit te voeren: de displaysvan de platen zullen het cijfer 0 tonen, wat aanduidt dat de blokkering vande platen gedesactiveerd werd.
6.7.8 Warmtebescherming van de elektronische kaartHet toestel heeft een mechanisme dat voortdurend de temperatuur van deelektronische kaart meet.Wanneer de temperatuur een bepaalde waarde overschrijdt, activeert hetmechanisme bepaalde functies om de temperatuur te verlagen zodat deglaskeramische plaat correct kan blijven werken.Hier volgt een tabel met handelingen die automatisch geactiveerd worden,met de relatieve begintemperatuur:Handeling Temperatuur van de ingreep Inschakeling van de ventilator aan de lage snelheid 50° C Inschakeling van de ventilator aan de hoge snelheid 60° C Terugkeer van de ventilator naar de lage snelheid 55° C Uitschakeling van de ventilator 45° C Beperking van het werkingsvermogen van Power naar 9 76° CBeperking van het vermogen met een punt voor elkekookzone85° C Uitschakeling van alle kookzones 90° C Herinschakeling van de kookzones met beperkt vermogen 85° C Normale werking van alle kookzones 80° CElke ingreep van dit type wordt op de kookplaat aangeduid door eenknippering van de vermogensdisplays.
Wanneer de temperatuur een bepaalde waarde overschrijdt, activeert hetmechanisme bepaalde functies om de temperatuur te verlagen zodat deglaskeramische plaat correct kan blijven werken.Hier volgt een tabel met handelingen die automatisch geactiveerd worden,met de relatieve begintemperatuur:Handeling Temperatuur van de ingreep Beperking van het werkingsvermogen van Power naar 9 250° C Beperking van het vermogen met een punt 280° C Uitschakeling van de kookzone 300° C Terugkeer van het vermogen naar de ingestelde waarde 250° CElke ingreep van dit type wordt op de kookplaat aangeduid door eenknippering van de vermogensdisplaysWanneer de inductieplaat nietonmiddellijk gereinigd wordt, kan het zijn dat deafzettingen niet meer kunnen gereinigd wordeneens de plaats afgkoeld is.
Aanwijzingen voor de gebruikerBelangrijk!Hou kinderen dus uit de buurt, zodat ze hun handenniet verbranden. 6.7.10 VerwarmingsfunctieHet doel van deze functie is het regelen van de temperatuur van debodem van de pan op ongeveer 65°C. Op deze manier kan het voedsel warm gehouden, met een optimaal energetisch niveau, enwordt het delicaat opgewarmd. De maximum duur van deverwarmingsfunctie wordt beperkt tot 2 uur. De verwarmingsfunctie ligt tussen [0] en [1], en wordt aangeduid door desymbolen op de kookzones
Aanwijzingen voor de gebruiker 7. REINIGING EN ONDERHOUDGEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL VOOR DE REINIGING VAN HETTOESTEL.Vóór elke handeling moet de stroomtoevoer naar het toesteluitgeschakeld worden. 7.1 Reiniging van roestvrij staal 7.1.1 Gewone dagelijkse reiniging Gebruik voor het reinigen en bewaren van de roestvrije stalen oppervlakken enkel specifieke producten, die geen schurende of zurestoffen op chloorbasis bevatten. Gebruiksaanwijzing: giet het product op een vochtige doek en reinighiermee het oppervlak, spoel grondig, en droog met een zacht doek ofmet een zeemvel. 7.1.2 Voedselvlekken of -resten Gebruik absoluut geen metalen sponsjes en snijdendeschrapers, zodat de oppervlakken niet beschadigd worden.Gebruik normale en niet-schurende producten voor staal, eneventueel houten of plastic gereedschappen. Spoel goed, endroog met een zachte doek of met een zeemvel.
Aanwijzingen voor de gebruikerVoor een goede werking van de vonkontstekers en dethermokoppels, moeten deze steeds rein gehouden worden.Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met eenvochtige doek. Eventuele droge resten moeten verwijderdworden met een houten tandenstoker of met een naald. 7.3 Reiniging van de glaskeramische plaat Eventuele lichtgekleurde strepen, veroorzaakt doorpannen met een aluminium bodem, kunnen wordenverwijderd met een in azijn vochtig gemaakte doek. Alser na het gebruik van de kookplaat verbrande restenachterblijven, moeten deze worden verwijderd met hetbijgeleverde schrapertje. Afnemen met water en goedafdrogen met een schone doek. Als het schrapertje constant wordt gebruikt, wordt het gebruik van chemischeproducten voor de dagelijkse reiniging van de plaat aanzienlijk teruggebracht.Gebruik in geen geval schurende of bijtende middelen (bijv.
producten inpoedervorm, ovensprays, vlekkenmiddelen en metalen sponsjes). 7.4 Reiniging van de barbecueplaat Verwijder de plaat uit haar zit nadat ze afgekoeld is,door ze aan de voorkant op te heffen zoals wordtaangeduid in figuur 1.Reinig ze met een gewoon reinigingsmiddel en eenniet schurende spons.Om het bakje onder de weerstand van de barbecuete verwijderen: 1 Verwijder de plaat zoals beschreven werd; 2 Hef de weerstand op, en blokkeer hem door deblokkering naar rechts te verschuiven (zoalsaangeduid wordt in de figuur 2/3); 3 Verwijder het bakje door gebruik te maken vande twee handgrepen, en voer de reiniging uitdoor gebruik te maken van specifiekereinigingsmiddelen voor roestvrij staal en vaneen niet schurende spons.1) 2) 3)
Aanwijzingen voor de gebruiker 7.5 Reiniging van de friteuse Raadpleeg de aanwijzingen in de paragraaf “7.1 Reiniging van roestvrijstaal”, en volg het volgende advies om de kuip te reinigen.Na het bakken en na de verwijdering van de mand (die in de vaatwasserkan gewassen worden), moet de kuip met de frituurolie verwijderd wordenmet behulp van de daarvoor bestemde handgrepen.Nadat op gepaste wijze de frituurolie verwijderd werd, kan de kuip samenmet de mand gewassen worden in de vaatwasser.
Aanwijzingen voor de installateur 8. DE INSTALLATIE VAN HET TOESTEL 8.1 De plaatsing van het bovenblad 8.1.1 Bevestiging van de steunende structuurMaak een opening in het bovenblad van hetmeubel, met de afmetingen die op de figuurworden vermeld, en hou daarbij een minimumafstand tot de achterrand van 50 mm. Ditapparaat kan tegen wanden geplaatst wordendie hoger zijn dan het werkblad, opvoorwaarde dat de afstand "X" behoudenwordt die op de figuur wordt aangeduid, ombeschadigingen door oververhitting tevermijden.
Controleer of de vuren van defornuizen een minimum afstand tot eeneventuele verticale plank erboven hebben van 750 mm.AANDACHT: WANNEER EEN PLAAT WORDT GEÏNSTALLEERD DIEVOORZIEN IS VAN EEN BRANDER VOOR DE VISPLAAT MOET DEAFSTAND “X” TOT DE ZIJWAND NIET 110 mm MAAR 300 mmBEDRAGEN.Plaats zorgvuldig de bijgeleverde isolerende pakking op de buitenomtrekvan het gat in het bovenblad, en doe het goed hechtenover de volledige lengte door lichtjes te drukken met de handen. Gebruikna deze handelingen de 7 bijgeleverde beugeltjes om het blad aan destructuur te bevestigen. De onderstaande figuren tonen hoe de beugeltjesmoeten gebruikt worden.
Aanwijzingen voor de installateur 8.1.2 Bevestiging van de steunende structuur, inbouwmodelMaak een opening in het bovenblad van het meubel, met de afmetingendie op de figuur worden vermeld, en hou daarbij een minimum afstand totde achterrand van 40 mm. Het onderste deel van de carter zal volledigbereikbaar moeten zijn na de installatie van het toestel.Dit toestel kan tegen wanden geplaatst worden diehoger zijn dan het werkblad, op voorwaarde dat deafstand “X” behouden wordt die op de figuur wordtaangeduid, om beschadigingen door oververhittingte vermijden. Controleer of de vuren van de fornuizeneen minimum afstand tot een eventuele verticaleplank erboven hebben van 750 mm (Fig.
1).AANDACHT: WANNEER EEN PLAAT WORDT GEÏNSTALLEERD DIEVOORZIEN IS VAN EEN BRANDER VOOR DE VISPLAAT MOET DEAFSTAND “X” TOT DE ZIJWAND NIET 100 mm MAAR 300 mmBEDRAGEN.Voor dit type van toestel moet bovendieneen freesbewerking op het bovenblad meteen diepte van 3 mm uitgevoerd worden,waarvan de afmetingen aangeduid wordenin figuur 2 (detail A). Voordat de kookplaatgeplaatst wordt, moet op het volledigeoppervlak van de freesbewerking met hetbijgeleverde klevende sponsje “E”gewreven worden (fig. 2). Gebruik na dezehandelingen de 7 bijgeleverde beugeltjesom het blad aan de structuur te bevestigen.De onderstaande figuren tonen hoe debeugeltjes moeten gebruikt worden.Het rechter deel wordt aanbevolen voorbladen in laminaat waarvan de dikteminder dan 3 mm bedraagt
Aanwijzingen voor de installateur Belangrijk (enkel voor de zeer snelle brander (UR3) (5) met verhoogteroosters) 8.2 Elektrische aansluitingControleer of het voltage en de afmetingen van de stroomtoevoerlijnovereenstemmen met de kenmerken die aangeduid worden op de plaatdie zich onder de carter van het toestel bevindt.Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.De stekker van de stroomkabel en het stopcontact moeten van hetzelfdetype en conform de van kracht zijnde normen betreffende de elektrischeinstallaties zijn. Vóór de aansluiting moet gecontroleerd worden of destroomtoevoerlijn voorzien is van een geschikte aarding.
Aanwijzingen voor de installateurWanneer een vaste aansluiting gebruikt wordt, moet op de toevoerlijn vanhet toestel een omnipolair onderbrekingsmechanisme aanwezig zijn metopeningsafstand van de contacten die gelijk of groter is dan 3 mm, op eenpositie die makkelijk bereikbaar is en die zich nabij het toestel bevindt.Vermijdt het gebruik van adapters, reducties of aftakkingen.LNDe constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden
Aanwijzingen voor de installateur 9. GASAANSLUITINGVóór de installatie moet gecontroleerd worden of de plaatselijkedistributiecondities (de aard en de druk van het gas) en de staat van deregeling van het toestel compatibel zijn.De aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vastekoperen buis of met een flexibele stalen buis op een rechte wand, envolgens de voorschriften die aangeduid worden door de van kracht zijndenorm.Controleer na de handeling of de dichting perfect is, door gebruik temaken van een zeepoplossing en nooit met een vlam.
De kookplaat werdgekeurd voor methaan G20 (2H) aan een druk van 20 mbar.Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk "10.AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES".De toevoerverbinding van het gas heeft een schroefdraad ½” gas externAansluiting met een vastekoperen buis: De aansluiting op hetgasnet moet zodanig uitgevoerdworden dat op het toestel geenbelastingen veroorzaakt worden. Deaansluiting kan uitgevoerd wordendoor gebruik te maken van de adaptergroep D met dubbelkegel,maar door steeds de bijgeleverdepakking C aan te brengen.Aansluiting met een flexibelestalen buis: Gebruik enkel buizen inroestvrij staal op de rechte wandconform de van kracht zijnde norm,door steeds de bijgeleverde pakkingC te plaatsen tussen de verbinding Aen de flexibele buis B.
Aanwijzingen voor de installateur 9.1 Aansluiting op vloeibaar gasGebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasflesvolgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijndenormen.Controleer of de druktoevoer de waarden respecteert die wordenaangeduid in de tabel in de paragraaf "10.2 Tabel met kenmerken van debranders en de straalpijpen". 9.2 Ventilatie van de ruimte Het toestel mag enkel in permanent geventileerde ruimten wordengeïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de van kracht zijnde normen. Inde ruimte waarin het toestel geïnstalleerd is, moet een voldoendeluchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatigegasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf.
Deluchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moetenafmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moetenzodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeeltelijk, verstopt worden.De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheidgeëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen:vooral nadat het toestel voor lange tijd niet gebruikt werd, wordtaangeraden om een venster te openen of om de snelheid van eventueleventilatoren te verhogen. 9.3 Afvoer van de verbrandingsproducten De afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden doormiddel van afzuigkappen, die verbonden zijn aan een rookkanaal met eenefficiënte trek of met een geforceerde afzuiging.
Een efficiëntafzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een bevoegdspecialist, en moet uitgevoerd worden door de posities en de afstanden terespecteren die voorzien worden door de normen. Na de handeling moetde installateur een conformiteitscertificaat afgeven.
Aanwijzingen voor de installateur 10. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPESHet toestel werd getest voor methaan G20 (2H) aan een druk van 20mbar. Wanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpenop de branders vervangen worden, en moet de minimum vlam op degaskranen geregeld worden. Voor de vervanging van de straalpijpen moetgehandeld worden zoals wordt beschreven in de volgende paragrafen. 10.1 Vervanging van de straalpijpen van de kookplaat 1 Verwijder de roosters, alle deksels en de vlamverdelers; 2 Draai alle straalpijpen van de branders los met behulp van eenbuissleutel van 7 mm; 3 Vervang de straalpijpen van de branders met diegene voor het gas datgebruikt zal worden (raadpleeg paragraaf"10.2 Tabel met kenmerkenvan de branders en de straalpijpen"). 4 Plaats de branders weer correct in de gepaste zitten.
Aanwijzingen voor de installateur 11. UITEINDELIJKE HANDELINGEN VOOR DEGASTOESTELLEN Na de regelingen moet het toestel weer gemonteerd worden door deomgekeerde zin te volgen van de aanwijzingen die aangeduid worden inde paragraaf "10.1 Vervanging van de straalpijpen van de kookplaat". 11.1 Regeling van het minimum voor stadsgas en voormethaanSchakel de brander aan, en plaats hem op deminimum stand. Verwijder de knop van degaskraan en handel op de regelschroef die zichintern of naast het staafje van de kraan bevindt(afhankelijk van het model), tot een regelmatigeminimum vlam wordt verkregen. Monteer deknop weer, en controleer de stabiliteit van devlam van de brander (wanneer de knop snel vande maximum positie naar de minimum positiewordt gedraaid, mag de vlam niet doven).Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.
11.2 Regeling van het minimum voor vloeibaar gas Voor de regeling van het minimum met vloeibaar gas moet de schroef diezich intern of naast het staafje van de kraan bevindt volledig in wijzerszingedraaid worden (afhankelijk van het model). De diameters van de by-pass voor elke brander kan u vinden in de tabel "10.2 Tabel metkenmerken van de branders en de straalpijpen". 11.3 Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerdraken. Reinig ze intern en vervang het smeervet. Deze handeling moetuitgevoerd worden door een gespecialiseerd technicus.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg PDXS31P stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Smeg
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis