Smeg P261XGHNLK Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg P261XGHNLK (22 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Smeg P261XGHNLK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | P261XGHNLK |
Handleiding Smeg P261XGHNLK – volledige tekst
Inhoudsopgave3NL1 Waarschuwingen 41.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 41.2 Identificatieplaatje 51.3 Aansprakelijkheid van de fabrikant 51.4 Beoogd gebruik 51.5 Verwerking 51.6 Deze gebruiksaanwijzing 61.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 62 Beschrijving 72.1 Algemene beschrijving 72.2 Symbolen 83 Gebruik 93.1 Waarschuwingen 93.2 Eerste gebruik 93.3 Het gebruik van de kookplaat 104 Reiniging en onderhoud 124.1 Waarschuwingen 124.2 Reiniging van het apparaat 125 Installatie 145.1 Veiligheidswaarschuwingen 145.2 Insnijding van het werkblad 145.3 Inbouw 155.4 Bevestigingsbeugels 165.5 Gasaansluiting 175.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes 195.7 Elektrische aansluiting 23We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.comDeze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat zijn aangeduid.Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.
Waarschuwingen41 Waarschuwingen1. 1 Algemene veiligheidswaarschuwingenPersoonlijk letsel• Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden heel warm tijdens het gebruik. • Raak geen warmte-elementen delen aan tijdens gebruik van het apparaat. • Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat. • Laat kinderen niet spelen met het apparaat. • Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. • Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels op het apparaat tijdens gebruik ervan. • Schakel het apparaat uit na gebruik ervan.
• Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken. • Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan. • Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen. • Voer geen wijzigingen uit op het apparaat. • Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat. • Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus. • Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen. Beschadiging van het apparaat• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv.
poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes). • Gebruik eventueel houten of plastic gereedschappen. • Ga niet op het apparaat zitten. • Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
Waarschuwingen5NL• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.• Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.1.2 Identificatieplaatje• Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.1.3 Aansprakelijkheid van de fabrikantDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen tengevolge:• een ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien;• het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing;• het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;• gebruik van niet-originele reserveonderdelen.1.4 Beoogd gebruik• Dit apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in een huishoudelijke omgeving.
Elk ander gebruik is oneigenlijk.• Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbediningssystemen.1.5 VerwerkingHet apparaat moet gescheiden ingezameld worden (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG). Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.Verwijdering van het apparaat:• Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.• De gebruiker moet het apparaat dus aan het einde van het gebruik toekennen aan geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of het overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok• Schakel de stroomtoevoer uit.• Haal de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwingen6Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.• Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.1.6 Deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en dient gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard.Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzingIn deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:1.
Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.• Enkele gebruiksaanwijzing.Plastic verpakkingGevaar voor verstikking• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.• Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.WaarschuwingenAlgemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.BeschrijvingBeschrijving van het apparaat en de accessoires.GebruikInformatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, kooktips.Reiniging en onderhoudInformatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.InstallatieInformatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.VeiligheidswaarschuwingenInformatieAdvies
Beschrijving8AUX = HulpbranderSR = Halfsnelle branderRR = Gered. snelle branderR = Snelle branderUR = Ultrasnelle branderUR2 int = Ultrasnelle brander interne vlamverdelerUR2 est = Ultrasnelle brander externe vlamverdeler2.2 SymbolenKookzones Links vooraan Centraal links Links achteraan Centraal intern Centraal extern Rechts vooraan Centraal rechts Rechts achteraanKnoppen brandersNuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de plaat. Druk op de knoppen, en draai deze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden. Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op positie geplaatst worden.(enkel op de voorziene modellen)De brander met dubbele kroon bestaat uit een hulpbrander en een snelbrander.
Gebruik9NL3 Gebruik3.1 Waarschuwingen3.2 Eerste gebruik1. Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires.3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).Incorrect gebruikGevaar op verbranding• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Hete vetten en oliën kunnen vlam vatten. Let erg goed op.• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en olies kunnen vrijkomen.• Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.• Raak de warmte-elementen niet aan als het apparaat in werking is.
Laat ze afkoelen vóór u het apparaat eventueel reinigt.• Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Dek de branders of de kookplaat niet af met zilverfolie.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden. • Alle recipiënten moeten een effen en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
Gebruik103.3 Het gebruik van de kookplaatAlle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Als de brander niet wordt ontstoken binnen 15 seconden, moet de knop op geplaatst worden en moet 60 seconden gewacht worden tot de volgende poging. Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen. Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken, en herhaal de handeling.
Houd de knop langer ingedrukt.De roosters correct plaatsenOnder de roosters zijn holle, siliconen rubbertjes aanwezig die op de desbetreffende bevestigingspen op de kookplaat moeten worden aangebracht.Controleer of de roosters gecentreerd zijn op de respectievelijke branders zonder dat deze laatsten opgeheven of geheld zijn; in dat geval moet de positionering herhaald worden.Als een onstabiliteit van een pan opgemerkt wordt, moet gecontroleerd worden of de roosters niet fout geplaatst werden.Correcte positie van de vlamverdelers en van de dekselsVoordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct gepositioneerd zijn met de respectievelijke deksels. Let op dat de openingen van de brander overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels.
Controleer bovendien of de pinnen van de vlamverdelers perfect in de openingen van de brander zijn aangebracht.In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gaslevering, ook wanneer de kraan open staat. Plaats de knop op en wacht minstens 60 seconden om nogmaals te ontsteken.
Gebruik11NLPraktisch advies voor het gebruik van de kookplaatVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipiënten gebruikt worden met een deksel en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt.
Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam zodanig verminderd worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het werkblad te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat blijven.Gebruiksbeperkingen van de vleesroostersWanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies opgevolgd worden:• gebruik vleesroosters van aluminium en eventueel een antiaanbaklaag met het maximum formaat van 35 x 26 cm;• om schade aan het apparaat en de teflon bekleding te vermijden, mogen de aluminium vleesroosters met teflonlaag maximaal 5 minuten leeg worden opgewarmd. Breng vervolgens het voedsel aan op het vleesrooster en bereid het.
Gebruik het vleesrooster maximaal 40 minuten lang;• let erop dat de vlammen van de brander niet onder de rand van het vleesrooster uit komen;• houd de zijwand op minimaal 150 mm van de rand van het vleesrooster;• plaats het vleesrooster niet op meerdere branders tegelijkertijd.Diameter van de recipiënten:• Hulpbrander: 7 - 18 cm.• Halfsnelle brander: 10 - 24 cm.• Gered. snelle brander: 12 - 24 cm.• Snelle brander: 14 - 26 cm.• Ultrasnelle brander: 12 - 26 cm• Ultrasnelle brander 2: 12 - 26 cm.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• gebruik geen vleesroosters van gietijzer.
Reiniging en onderhoud124 Reiniging en onderhoud4.1 Waarschuwingen4.2 Reiniging van het apparaatOm de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat ze afgekoeld zijn.Dagelijkse gewone reinigingGebruik steeds en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig af, en droog met een zachte doek of met een microfiber doek.Voedselresten of -vlekkenGebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.Gebruik normale en niet-schurende producten, en eventueel houten of plastic gerei. Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een microfiber doek.Laat etensresten op basis van suiker (bijv.
marmelade) in het apparaat niet opdrogen, dit kan het email binnenin aantasten.Incorrect gebruikBeschadiging van de oppervlakken• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
Reiniging en onderhoud13NLRoosters van de kookplaatVerwijder de roosters, en reinig deze met behulp van lauw water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen. Droog de roosters, en plaats ze weer op de kookplaat.Vlamverdelers en dekselsDe deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is. Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.Vonkontstekers en thermokoppelsVoor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek.
Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.De roosters staan steeds in contact met de vlam zodat de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.
Installatie145 Installatie5.1 VeiligheidswaarschuwingenFineerbewerkingen, kleefstoffen of kunststof bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn (>90°C), anders kunnen deze mettertijd vervormen.Ook de minimum afstanden van de vrije delen van het vlak op de achterzijde moeten gerespecteerd worden, zoals wordt aangeduid op de afbeelding van de montage.5.2 Insnijding van het werkbladMaak een opening (zie de aangeduide afmetingen) in het werkblad van het meubel.Warmteontwikkeling tijdens de werking van het apparaatBrandgevaar• Controleer of het materiaal van het meubel brandbestendig is.• Controleer of het meubel voorzien is van de vereiste openingen.De minimum afstand die gerespecteerd moet worden tussen afzuigkappen en de kookvlakken moet minstens overeenkomen met diegene die aangeduid wordt in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap.De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd worden door een bevoegd technicus.De installatie kan uitgevoerd worden op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met kunststof gelamineerd hout, mits het hittebestendig is (>90°C).L (mm) X (mm) Y (mm)600 - 720 555÷560 478÷482A (mm) B (mm) C (mm) D (mm) E (mm)min 150 min 460 min 750 20÷60 min 50
Installatie15NL5.3 InbouwOp inbouwruimte voor ovenDe afstand tussen de kookplaat en de keukenmeubels of de inbouwtoestellen moet zodanig zijn dat een voldoende ventilatie en een voldoende luchtafvoer gegarandeerd wordt.Bij installatie boven een oven moet een tussenruimte worden gelaten tussen de onderkant van de kookplaat en de bovenzijde van het onderaan geplaatste toestel.met opening onderaanmet opening onderaan en achteraanOp neutrale ruimte of ladenWanneer andere meubelen (zijwanden, laden, enz.), afwasautomaten of koelkasten aanwezig zijn onder de kookplaat, moet een dubbele houten bodem worden geïnstalleerd op een minimum afstand van 10 mm van de onderkant van de kookplaat, zodat toevallig contact wordt vermeden.
De dubbele bodem mag alleen met geschikt gereedschap worden verwijderd.met opening onderaanmet opening achteraanWanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien worden van een ventilator voor de koeling. Als geen dubbele houten bodem wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker ongewenst hete of scherpe onderdelen raken.
Installatie16Pakking van de kookplaatBreng voor de montage de bijgeleverde pakking aan om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.1. Raadpleeg de afmetingen die worden aangeduid op de afbeelding; de voorzijde met het gat net raken.2. Breng de pakking met een lichte druk aan over de hele omtrek van het gat in het werkblad.3. Snijd de rand van de pakking die te veel is zorgvuldig af.5.4 BevestigingsbeugelsDraai de bevestigingsbeugels (A) vast in de daarvoor bestemde openingen in de zijkanten van de carter onderaan om de kookplaat correct op de structuur te bevestigen.Bevestig de kookplaat niet met behulp van silicone. Indien dit toch wordt gedaan, kan de kookplaat niet verwijderd worden zonder deze te beschadigen.
Installatie17NL5.5 GasaansluitingAlgemene informatieDe aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen buis of met een flexibele stalen buis op een doorlopende wand volgens de voorschriften van de van kracht zijnde norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes”.
De toevoerverbinding van het gas heeft een schroefdraad ½” gas extern (ISO 228-1).Aansluiting met een flexibele stalen buisVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de aansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting 1 van het apparaat, en breng de pakking 2 ertussen aan.Aansluiting met een flexibele stalen buis met conische verbindingVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de verbinding 3 zorgvuldig vast op de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking 2 aan.
Breng isolatiemateriaal aan op de schroefdraad GaslekExplosiegevaar• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet verpletterd worden.
Installatie18van de verbinding 3, en draai de flexibele stalen leiding 4 vast op de verbinding 3.Aansluiting op vloeibaar gasGebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel “Tabellen met kenmerken van de branders en de straalpijpen”Ventilatie van de vertrekkenHet apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf.
De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden.De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid geëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt werd, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte trek of met een geforceerde afzuiging.
Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een bevoegde specialist, en moet uitgevoerd worden door de posities en de afstanden te respecteren die voorzien worden door de normen.
Installatie19NLNa de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.1 Evacuatie door middel van een afzuigkap2 Evacuatie zonder afzuigkapA Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trekB Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilatorC Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruitD Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand Lucht Verbrandingsproducten Elektrische ventilator5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypesWanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de primaire lucht geregeld worden. Voor het vervangen van de straalpijpen en het afstellen van de branders moet het vlak verwijderd worden.Verwijdering van het vlak1. Verwijder de roosters van het vlak.2. Verwijder de vlamverdelers en de deksels.
Installatie203. Verwijder de knoppen door ze omhoog te trekken.4. Verwijder de bevestigingsschroeven van het vlak en de relatieve plaatjes van elke zone van de branders.5. Enkel voor de modellen van 70 cm is het bovendien noodzakelijk om de twee schroeven achteraan te verwijderen.6. Verwijder het vlak.Vervanging van de straalpijpen
Installatie21NL1. Draai de schroef A los en duw de luchtregelaar B helemaal in.2. Verwijder de straalpijpen C met een steeksleutel en monteer de straalpijpen die voor het nieuwe gastype geschikt zijn, neem daarbij de aanwijzingen van de desbetreffende tabellen in acht (zie “Tabellen met kenmerken van de branders en de straalpijpen”).3. Stel de luchtstroom af door de luchtregelaar B te verplaatsen tot u de afstand D, aangeduid in de desbetreffende tabel (zie “Tabellen met kenmerken van de branders en de straalpijpen”), heeft verkregen.4. Hermonteer het apparaat op correcte wijze als u iedere brander heeft afgesteld.Regeling van het minimum voor methaan of stadsgasSchakel de brander in, en stel in op de minimum positie.
Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.Monteer de knoppen opnieuw, en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander. Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan. Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.Regeling van het minimum voor vloeibaar gasDraai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.
Reinig ze intern, en vervang het smeervet.Het aandraaimoment van de straalpijp mag niet meer dan 3 Nm bedragen.Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat werd aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig).De smering van de gaskranen moet uitgevoerd worden door een gespecialiseerde technicus.
Installatie23NL5.7 Elektrische aansluitingAlgemene informatieControleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het identificatieplaatje.Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat.Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.Voorzie de aarding met een kabel van minimaal 20 mm langer dan de andere.Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:• 220-240 V 1N~Gebruik een driepolige kabel 3 x 1 mm².Vaste aansluitingVoorzie een meerpolige onderbreking voor de voeding, overeenkomstig de installatienormen.De schakelaar dient op een eenvoudig te bereiken plaats en in de nabijheid van het apparaat te zijn aangebracht.Aansluiting met stekker en stopcontactControleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.Gebruik geen verloopstekkers, adapters of aftakkingen, omdat ze oververhitting of brand zouden kunnen veroorzaken.Elektrische spanningGevaar voor elektrische schok• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• Gebruik een persoonlijk beschermingsmiddel.• De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.• Schakel de stroomtoevoer uit.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aanhaalmoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.De waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider.220-240V~ 1 mm220 mm
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg P261XGHNLK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Smeg
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis