Smeg Linea PX1402 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg Linea PX1402 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Smeg Linea PX1402 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | Linea PX1402 |
Handleiding Smeg Linea PX1402 – volledige tekst
Waarschuwingen voor de veiligheid en het gebruik 100 1. Waarschuwingen voor de veiligheid en het gebruik DEZE HANDLEIDING IS EEN INTEGREREND ONDERDEEL VAN HET APPARAAT. U MOET HEM GEDURENDE DE VOLLEDIGE LEVENSDUUR VAN DE KOOKPLAAT INTACT EN OP EEN GEMAKKELIJK BEREIKBARE PLAATS BEWAREN. WIJ BEVELEN AAN OM DEZE HANDLEIDING EN ALLE ERIN OPGENOMEN AANWIJZINGEN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN ALVORENS DE KOOKPLAAT IN GEBRUIK TE NEMEN BEWAAR OOK DE BIJGEVOEGDE SERIE VAN SPUITSTUKKEN. DE INSTALLATIE ZAL MOETEN WORDEN UITGEVOERD DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL EN IN OVEREENSTEMMING MET DE GELDENDE NORMEN. DIT APPARAAT IS BESTEMD VOOR EEN HUISHOUDELIJK GEBRUIK EN BEANTWOORDT AAN DE EEG RICHTLIJNEN DIE MOMENTEEL VAN TOEPASSING ZIJN.
HET APPARAAT IS GEFABRICEERD VOOR HET UITOEFENEN VAN DE VOLGENDE FUNCTIE: HET KOKEN EN OPWARMEN VAN VOEDSEL; IEDER ANDER GEBRUIK MOET ALS ONEIGENLIJK WORDEN BESCHOUWD DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ANDERE DAN DE VERMELDE GEBRUIKSTOEPASSINGEN. LAAT DE RESTEN VAN HET VERPAKKINGSMATERIAAL NIET ONBEHEERD ACHTER IN DE HUISELIJKE OMGEVING. SCHEID DE VERSCHILLENDE VAN DE VERPAKKING AFKOMSTIGE AFVALMATERIALEN EN BRENG ZE NAAR HET DICHTSTBIJZIJNDE CENTRUM VOOR DE GEDIFFERENTIEERDE INZAMELING VAN AFVAL. EEN AARDAANSLUITING IN OVEREENSTEMMING MET DE WIJZEN VOORZIEN DOOR DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE IS VERPLICHT. DE STEKKER DIE OP DE VOEDINGSKABEL WORDT AANGESLOTEN EN HET BIJBEHORENDE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE ZIJN IN OVEREENSTEMMING MET DE GELDENDE VOORSCHRIFTEN.
HET STOPCONTACT MOET TOEGANKELIJK ZIJN WANNEER HET APPARAAT IS INGEBOUWD. TREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE VERWIJDEREN. ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE MOET U DE KOOKPLAAT KORT TESTEN IN OVEREENSTEMMING MET DE HIERNA VERSTREKTE INSTRUCTIES. WANNEER HET APPARAAT NIET FUNCTIONEERT MOET U HET LOSKOPPELEN VAN HET ELEKTRICITEITSNET EN HET DICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE SERVICECENTRUM RAADPLEGEN.
PROBEER NOOIT OM HET APPARAAT ZELF TE REPAREREN. NA IEDER GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT MOET U ALTIJD CONTROLEREN OF DE BEDIENINGSKNOPPEN IN DE STAND "NUL" (UIT) STAAN. PLAATS NOOIT PANNEN DIE GEEN PERFECT GLADDE EN REGELMATIGE BODEM HEBBEN OP DE PANDRAGERS VAN DE KOOKPLAAT. GEBRUIK GEEN RECIPIËNTEN OF GRILLPLATEN WAARVAN DE DIAMETER GROTER IS DAN DE BUITENOMTREK VAN DE KOOKPLAAT. U VINDT HET TYPEPLAATJE MET DE TECHNISCHE SPECIFICATIES, HET SERIENUMMER EN HET MERKTEKEN ZICHTBAAR AANGEBRACHT ONDER HET CARTER, ALS BIJLAGE BIJ DEZE HANDLEIDING EN VERMELD OP HET KWALITEITSCERTIFICAAT. HET PLAATJE OP HET CARTER MAG NOOIT WORDEN VERWIJDERD. HET APPARAAT IS BESTEMD OM TE WORDEN GEBRUIKT DOOR VOLWASSENEN. STA NIET TOE DAT KINDEREN ERBIJ IN DE BUURT KOMEN OF ERMEE SPELEN.
DIT APPARAAT IS VOORZIEN VAN EEN MERKTEKEN IN DE ZIN VAN DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/96/EG BETREFFENDE AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR (AEEA). IN DEZE RICHTLIJN WORDEN DE VOOR HET GEHELE TERRITORIUM VAN DE EUROPESE UNIE GELDENDE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLEN VAN AFGEDANKTE APPARATEN VASTGELEGD.
Instructies voor de installateur 102 2.2 De pakking plaatsen Plaats de geleverde isolerende pakking zorgvuldig langs de buitenomtrek van het gat in het werkblad, zoals aangegeven in de onderstaande figuren, waarbij u er met een lichte druk van de handen voor moet zorgen dat hij goed over het hele oppervlak hecht. Houdt u zich aan de in de figuur verstrekte maten en houd er rekening mee dat de lange zijde aan de voorkant vlak langs het gat moet komen. 2.3 Blokkering met klemmen Bevestig de kookplaat met de speciale bijgevoegde klemmen A op de structuur. Verwijder zorgvuldig de overtollige pakking langs de rand B. De hoogten van de onderstaande tekening verwijzen naar het gat aan de binnenzijde van de pakking. In de figuur hiernaast ziet u de exacte boringen om de kookplaat op correcte wijze met de klemmen mee op het werkblad te bevestigen.
Instructies voor de installateur 103 3. Elektrische aansluiting Controleer of de spanning en de capaciteit van de stroomvoorziening overeenstemmen met de karakteristieken vermeld op het typeplaatje onder het carter van het apparaat. Dit plaatje mag nooit worden verwijderd. De stekker aan het uiteinde van de voedingskabel en het bijbehorende stopcontact moeten van hetzelfde type zijn en overeenstemmen met de geldende normen met betrekking tot elektrische installaties. Controleer of de stroomvoorziening is uitgerust met een goede aarding. Laat de voedingskabel door de achterkant van het meubel lopen en let ervoor op dat hij niet in aanraking komt met de onderkant van het carter van de kookplaat of met een eventueel eronder ingebouwde oven.
Op een gemakkelijk bereikbare plaats in de nabijheid van het apparaat moet u op de voedingslijn ervan een meerpolige scheidingsinrichting aanbrengen met een minimale contactopening van 3 mm. Vermijd het gebruik van reductiestukken, adapters of afleidingen. Bij een eventuele vervanging van de voedingskabel mag de sectie van de draden van de nieuwe kabel niet kleiner zijn dan 0,75 mm2 (kabel van 3 x 0,75), waarbij u er rekening mee moet houden dat aan de zijde die op het apparaat moet worden aangesloten de aardleiding (geel-groen) tenminste 20 mm langer moet zijn. Gebruik uitsluitend een kabel van het H05V2V2-F of vergelijkbaar type die bestendig moet zijn tegen een maximumtemperatuur van 90°C. De kabel moet worden vervangen door een gespecialiseerde technicus die zich voor de aansluiting op het elektriciteitsnet aan het onderstaande schema zal moeten houden.
Instructies voor de installateur 104 4. Gasaansluiting De aansluiting op het gasnet kan worden verricht met een starre koperbuis of met een flexibele buis met doorgaande wand en in overeenstemming met de voorschriften van de normen. Om de aansluiting te vergemakkelijken kan de verbinding A aan de achterkant van het apparaat zijwaarts worden gericht; draai de zeskantmoer B los, draai de verbinding A in de gewenste positie en span de zeskantmoer B opnieuw (de afdichting ervan wordt verzekerd door een biconische messing ring). Controleer na de handeling met behulp van een zeepoplossing, en nooit met een vlam, of de afdichting perfect is. De kookplaat is goedgekeurd voor methaangas G25 (2L 3B/P) - G20/G25 (2E+) met een druk van 25 mbar - 20/25 mbar . Voor voeding met andere types gas zie Hoofdstuk “5 AANPASSING AAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN GAS ”.
Het verbindingsstuk heeft een externe schroefdraad van ½” gas (ISO 7-1). Plaats altijd een geschikte afdichting tussen het verbindingsstuk A en buis C (bijvoorbeeld teflon pakkingtape). Aansluiting met flexibele buis: gebruik uitsluitend flexibele buisen volgens de geldende voorschriften. Aansluiting met flexibele buis: gebruik uitsluitend flexibele buisen volgens de geldende voorschriften (op de buis moet het opschrift AGREE AGB/BGV leesbaar zijn).
Instructies voor de installateur 105 4.1 Aansluiting op vloeibaar gas Gebruik een drukregelaar en sluit de fles aan in naleving van de voorschriften bepaald in de geldende normen. Verzeker u ervan dat de voedingsdruk beantwoordt aan de waarden aangegeven in de tabel van hoofdstuk "5.2 Regeling voor vloeibaar gas". 4.2 Ventilatie van de ruimten Het apparaat mag alleen in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien door de geldende normen. In de ruimte waar het apparaat is geplaatst moet voldoende lucht kunnen toestromen ter vervanging van die noodzakelijk voor de normale verbranding van het gas en de normale verversing van de lucht de ruimte zelf. De door roosters beschermde luchtinlaatopeningen moeten voldoende groot zijn, in overeenstemming met de geldende normen, en zo geplaatst dat ze, ook niet gedeeltelijk, kunnen worden verstopt.
De ruimte moet altijd voldoende worden geventileerd om de door het koken veroorzaakte hitte en vocht af te voeren: vooral na langdurig gebruik verdient het aanbeveling om een venster te openen of de snelheid van de eventuele ventilatoren te verhogen. 4.3 Afvoer van de verbrandingsproducten De afvoer van de verbrandingsproducten moet worden verzekerd met behulp van afvoerkappen aangesloten op een schoorsteen met voldoende trek, of met een geforceerde afvoer. Een efficiënt afzuigsysteem vereist een zorgvuldige planning door een voor deze werkzaamheden bevoegde specialist, die zich zal moeten houden aan de door de normen voorgeschreven posities en afstanden. Na voltooiing van de werkzaamheden zal de installateur een verklaring van overeenstemming moeten afgeven.
Instructies voor de installateur 106 5. Aanpassing aan de verschillende soorten gas Alvorens de onderstaande handelingen uit te voeren moet u het apparaat loskoppelen van de voeding. De kookplaat is goedgekeurd voor methaangas G25 (2L 3B/P) - G20/G25 (2E+) met een druk van 25 mbar - 20/25 mbar . In geval van werking met andere types gas moeten de mondstukken worden vervangen en moet de primaire lucht worden ingesteld. Om de mondstukken te vervangen en de branders in te stellen, moet de plaat worden weggehaald zoals beschreven in de volgende paragraaf. 5.1 Verwijdering van de vangschaal Verwijder alle componenten van de brander volgens de numerieke volgorde getoond in de onderstaande figuren: • Verwijderd alle knoppen door ze naar boven te trekken. • Trek alle onderdelen van de branders van de plaat naar boven. 1 • Verwijder de bevestigingsschroeven van de vangschaal.
2 • Nadat u alle bovenstaande onderdelen heeft verwijderd moet u de vangschaal naar boven toe optillen. Trek de vastgeklemde delen tegelijkertijd los (de kookplaat heeft 5 koppelingspunten met het carter eronder). 3 Wanneer u de vangschaal vervolgens weer terugmonteert moet u, na hem te hebben geplaatst, op de eerder aangeduide punten drukken om ze weer vast te klemmen.
Instructies voor de installateur 107 5.2 Regeling voor vloeibaar gas Draai schroef C los en duw de luchtregelaar D helemaal aan. Verwijder inspuiter E met een sleutel van 7 mm en monteer het geschikte type volgens de aanwijzingen van de referentietabellen voor het te gebruiken type gas. Het aandraaimoment van de inspuiter mag nooit hoger zijn dan 3 Nm. Regel de luchtaanvoerstroom door de regelaar D te verplaatsen tot u de afstand “X”, vermeld in de tabel van paragraaf "Errore. L'origine riferimento non è stata trovata. Errore. L'origine riferimento non è stata trovata.”, heeft verkregen. Blokkeer regelaar D met schroef C.
Instructies voor de installateur 108 5.3 Regeling voor methaan Het apparaat is goedgekeurd voor methaangas G20/G25 (2E+) bij een druk van 20/25 mbar. Om het apparaat weer terug te brengen in de werkstand voor dit type gas moet u dezelfde handelingen uitvoeren zoals beschreven in paragraaf “5.2 Regeling voor vloeibaar gas” met keuze van de spuitstukken en regeling van de primaire lucht voor methaan, zoals aangegeven in de onderstaande tabel en in paragraaf “5.5 Regeling van de primaire lucht”. Brander Nominale warmte- afgifte (kW) Methaangas - G20/G25 20/25 mbar Diameter spuitstuk 1/100 mm Verminderde afgifte (W) Hulpbrander 1.05 73 400 Halfsnelle brander 1.7 92 500 Snelle brander 3.0 123 1050 Ultrasnelle brander 4.2 150 1400 5.4 Regeling voor methaan Het apparaat is goedgekeurd voor methaangas G25 (2L 3B/P) bij een druk van 25 mbar.
Instructies voor de installateur 109 5.6 Montage van de vangschaal Ga in de omgekeerde volgorde te werk ten opzichte van de instructies weergegeven in paragraaf “5.1 Verwijdering van de vangschaal”. Plaats de pandragers zoals beschreven in hoofdstuk “7.1 Plaatsing van de pandragers” 5.7 Regeling van het minimum voor methaan Plaats de onderdelen weer op de brander en druk de knoppen op de staafjes van de kraantjes. Ontsteek de brander en zet hem in de minimumstand . Trek de knop weer van het gaskraantje af en verdraai het schroefje in of naast de stang van het kraantje (afhankelijk van de modellen) tot u een regelmatig brandende minimumvlam heeft. Plaats de knop weer terug en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander (wanneer u de knop snel van de maximum- naar de minimumstand draait mag de vlam niet uitgaan).
5.8 Regeling van het minimum voor vloeibaar gas Voor de regeling van het minimum met vloeibaar gas moet u de schroef in of naast de staaf van het kraantje (afhankelijk van de modellen) volledig rechtsom draaien. De diameters van de bypassen staan voor iedere afzonderlijke brander vermeld in de paragraaf “5.2 Regeling voor vloeibaar gas”. 5.9 Opstelling van de branders op de kookplaat Type brander 1 Hulpbrander 2 Halfsnelle brander 3 Snelle brander 4 Ultrasnelle brander 5.10 Smering van de gaskraantjes In de loop der tijd kan het gebeuren dat het gaskraantje moeilijk gaat draaien en geblokkeerd raakt. Maak hem van binnen schoon en vervang er het smeervet van. Deze handeling moet worden uitgevoerd door een gespecialiseerd technicus.
Instructies voor de gebruiker 110 6. Beschrijving van de bedieningsorganen 6.1 Het frontpaneel Alle bedieningsorganen en controle-eenheden van de kookplaat bevinden zich op het frontpaneel. BEDIENINGSPANEEL Kookplaat 4 branders BESCHRIJVING VAN DE KNOP Om de brander te ontsteken moet u de knop indrukken en tegelijkertijd linksom draaien naar de waarde van de minimumvlam . Om de vlam te regelen moet u de knop in het gebied tussen het maximum en het minimum zetten. U schakelt de brander uit door de knop terug te draaien naar de stand O. KNOP- BRANDERCOMBINATIE
Instructies voor de gebruiker 111 7. Gebruik van de kookplaat ABDC 7.1 Plaatsing van de pandragers Bij de levering liggen de pandragers niet op de plaat. Voor de correcte plaatsing van iedere pandrager op de bijbehorende brander moet u de onderstaande instructies opvolgen: Elke pandrager moet op de bijbehorende brander worden geplaatst voor de juiste werking. Let goed op de verschillende diameters van de pandragers en op de vlamverdelers. Op het uiteinde van de pootjes van de pandragers zijn siliconen dopjes aangebracht; deze hebben een opening waarmee de betreffende bevestigingspen op zijn plaats kan worden gecentreerd. Plaats de pandrager door de bevestigingspennen (1 2) en ( ) te centreren en daarna te laten zakken op het oppervlak. De pootjes van de pandragers mogen na plaatsing niet boven het fornuis zweven, maar moeten op het fornuis rusten.
Instructies voor de gebruiker 112 Verzeker u ervan dat de pandragers gewoon middenop de bijbehorende branders staan, zonder dat deze laatste elementen omhoog of schuin komen te staan. In zo'n geval moet u de plaatsing herhalen. FOUT JUIST FOUT JUIST Na de hierboven beschreven handelingen te hebben uitgevoerd (voor elk van deroosters), zal de kookplaat eruit zien zoals afgebeeld in de onderstaande figuur, met de pootjes van de pandragers opgesteld volgens een patroon van horizontale en verticalelijnen. Indien een pan uitzonderlijk onstabiel staat moet u controleren of u de pandragers niet op verkeerde wijze heeft geplaatst.
Instructies voor de gebruiker 113 7.2 Ontsteking van de branders met veiligheidsinrichting Naast iedere knop staat de bijbehorende brander aangegeven (het nevenstaande voorbeeld verwijst naar de brander linksvoor). Het apparaat is uitgerust met een elektronische ontsteking. U hoeft slechts de knop in te drukken en tegelijkertijd linksom te draaien op het symbool van de minimumvlam , tot de brander zal zijn ontstoken. Houd de knop nog circa 2 seconden lang ingedrukt om de vlam te laten blijven branden en de veiligheidsinrichting te activeren. Het kan gebeuren dat de brander uitgaat op het moment dat u de knop loslaat: In zo'n geval moet u de handeling herhalen en de knop iets langer ingedrukt houden. (Enkel op sommige modellen) Wanneer de brander ontstoken is zal de bijbehorende bedieningsknop gaan branden en er de ontsteking van aangeven.
De knop zal na enkele seconden uitgaan wanneer hij op de stand O gedraaid wordt, of bij het ongewenste doven van de brander. Het ontsteken en het uitgaan van de brander gebeurt geleidelijk. 7.3 Praktische wenken voor het gebruik van de branders Voor een beter rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moet u recipiënten gebruiken met een platte en effen bodem en een deksel en qua grootte aangepast is aan de brander (zie paragraaf “7.4 Diameter van de recipiënten”). Om tijdens het koken brandwonden en schade aan het werkblad te vermijden moeten alle recipiënten of grillplaten binnen de buitenomtrek van de kookplaat en op een afstand van minimaal 5-7 cm van de knoppen blijven. 7.4 Diameter van de recipiënten BRANDERS 1 Hulpbrander 2 Halfsnelle brander 3 Snelle brander 4 Ultrasnelle brander Ø min. en max. (in cm) 7-18 10-24 18-24 20-26
Instructies voor de gebruiker 114 8. Reiniging en onderhoud Vóór alle werkzaamheden moet u de elektrische voeding van het apparaat loskoppelen. Gebruik geen stoomstraal om het apparaat mee schoon te maken. 8. 1 Reiniging van de kookplaat 8. 1. 1 Gewone dagelijkse reiniging van de glazen plaat Om de glazen oppervlakken schoon te maken en intact te houden moet u altijd en uitsluitend de speciaal hiervoor bestemde producten gebruiken die geen schuurmiddelen of zuren op chloorbasis mogen bevatten. Gebruikswijze: giet het product op een vochtige doek en wrijf het uit op het oppervlak, spoel het zorgvuldig af en droog het met een zachte doek of een zeem. 8. 1. 2 Voedselvlekken of -resten Het gebruik van metalen schuursponsjes en scherpe spatels moet worden vermeden om de oppervlakken niet te beschadigen.
Gebruik de normale, niet-schurende producten voor glas met niet-schurende sponzen en eventueel houten of plastic gerei. Spoel en droog het apparaat vervolgens goed af met een zachte doek of een zeem. 8. 2 Reiniging van de componenten De onderstaand beschreven componenten mogen nooit in de vaatwasser worden schoongemaakt. 8. 2. 1 De draaiknoppen De draaiknoppen moeten worden schoongemaakt met een met lauw water bevochtigde zachte doek en daarna goed worden afgedroogd. U kunt ze gemakkelijk verwijderen door ze naar boven te trekken. 8. 2. 2 De pandragers Verwijder de pandragers en was ze in lauw water met een niet-schurend schoonmaakmiddel en zorg ervoor dat u alle aankoekingen verwijdert. Plaats ze weer op de kookplaat terug zoals beschreven in paragraaf “7. 1 Plaatsing van de pandragers”. 8. 2.
De gaten C van deze laatste dienen voor de vonkontstekers en de thermokoppels D van de plaat. 8. 2. 4 De vonkontstekers en de thermokoppels Voor een goede werking moeten de vonkontstekers en thermokoppels altijd goed schoon zijn. Controleer ze regelmatig en maak ze, indien noodzakelijk, schoon met een vochtige doek. Eventuele droge resten moeten worden verwijderd met een houten stokje of een naald.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg Linea PX1402 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Smeg
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis