Smeg GKOC64 Handleiding

Smeg Fornuis GKOC64

Bekijk gratis de handleiding van Smeg GKOC64 (18 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Smeg GKOC64 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/18
3
Inhoudsopgave
NL
NL
NL
NLNL
DEZE AANWIJZINGEN ZIJN ENKEL GELDIG VOOR DE LANDEN VAN BESTEMMING
WAARVAN DE IDENTIFICATIESYMBOLEN AANGEDUID WORDEN OP DE COVER
VAN DEZE HANDLEIDING.
AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER: hier vindt u advies betreffende het
gebruik, de beschrijving van de bedieningen en de correcte handelingen
voor de reiniging en het onderhoud van het toestel.
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR: deze zijn bedoeld voor de
gekwalificeerde technicus die de installatie, de indienststelling en de
keuring van het toestel moet uitvoeren.
1.WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK...................................4
2.WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID.................. 6
3.MILIEUZORG......................................................................................8
4.HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT ............................................... 9
5.REINIGING EN ONDERHOUD.........................................................11
6.PLAATSING IN HET WERKBLAD.................................................... 12
7.AANPASSING AAN DE VERSCHILLENDE GASTYPES.................18
8.LAATSTE HANDELINGEN............................................................... 20

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Fornuis
Model: GKOC64

Handleiding Smeg GKOC64 – volledige tekst

Algemene waarschuwingenNLNLNLNLNL4 1. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIKDEZE HANDLEIDING IS EEN INTEGREREND DEEL VAN HET TOESTEL. ZE MOETINTEGER EN BINNEN HANDBEREIK BEWAARD WORDEN VOOR DE VOLLEDIGEGEBRUIKSDUUR VAN HET TOESTEL.DEZE GEBRUIKSAANWIJZING EN ALLE AANWEZIGE AANDUIDINGEN MOETENAANDACHTIG DOORGELEZEN WORDEN VOORDAT HET TOESTEL IN GEBRUIKWORDT GENOMEN. DE INSTALLATIE MOET UITGEVOERD WORDEN DOORGEKWALIFICEERD PERSONEEL, EN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TERESPECTEREN. DIT TOESTEL IS BESTEMD VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK ENIS CONFORM DE EEG-RICHTLIJNEN DIE ACTUEEL VAN KRACHT ZIJN.

HETTOESTEL WERD GEBOUWD VOOR DE VOLGENDE FUNCTIE: DE BEREIDING VANVOEDSEL; ELK ANDER GEBRUIK MOET ALS ONEIGENLIJJK BESCHOUWDWORDEN.DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ANDEREDAN DE VERMELDE GEBRUIKSTOEPASSINGEN.WANNEER HET TOESTEL IN BOTEN OF CARAVANS GEÏNSTALLEERD WORDT, MAGHET NIET GEBRUIKT WORDEN OM DE OMGEVINGEN TE VERWARMEN.GEBRUIK DIT TOESTEL NOOIT VOOR DE VERWARMING VAN DE WONING.DIT TOESTEL IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN VOLGENS DE EUROPESERICHTLIJN 2002/96/EG IN VERBAND MET ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHETOESTELLEN (WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT - WEEE).DEZE RICHTLIJN BEPAALT DE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLERENVAN AFGEDANKTE TOESTELLEN, EN GELDT VOOR HET VOLLEDIGEGRONDGEBIED VAN DE EUROPESE UNIE.VOORDAT HET TOESTEL IN WERKING WORDT GESTELD, MOETEN ALLEBESCHERMFOLIES VERWIJDERD WORDEN.ER WORDT AANBEVOLEN OM VOOR ELKE HANDELING SPECIALE THERMISCHEHANDSCHOENEN TE DRAGEN.GEBRUIK ABSOLUUT GEEN STALEN SPONZEN OF SCHERPEKRABBERS ZODAT DE VLAKKEN NIET WORDEN BESCHADIGD.GEBRUIK NORMALE EN NIET-SCHURENDE PRODUCTEN, ENEVENTUEEL HOUTEN OF PLASTIC KEUKENGEREI.

SPOELZORGVULDIG, EN DROOG MET EEN ZACHTE DOEK OF EEN DOEK INMICROFIBER.LAAT HET TOESTEL NIET ONBEWAAKT ACHTER TIJDENS BEREIDINGEN WAARVETTEN EN OLIES KUNNEN VRIJKOMEN.DE VETTEN EN DE OLIES KUNNEN VLAM VATTEN.

Algemene waarschuwingenNLNLNLNLNL6 2. WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEIDRAADPLEEG DE AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE VOOR DEVEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE TOESTELLEN OF TOESTELLEN OPGAS, EN VOOR DE VENTILATIEFUNCTIES. VOOR UW VEILIGHEID WERD WETTELIJK BEPAALD DAT DE INSTALLATIE EN DEASSISTENTIE VAN ALLE ELEKTRISCHE TOESTELLEN MOET UITGEVOERDWORDEN DOOR BEVOEGD PERSONEEL, MET INACHTNEMING VAN DE VANKRACHT ZIJNDE NORMEN. ONZE ERKENDE INSTALLATEURS GARANDEREN HET BESTE RESULTAAT. ELEKTRISCHE OF GASAPPARATEN MOETEN STEEDS DOOR EXPERTS WORDENLOSGEKOPPELD. CONTROLEER VOORDAT HET TOESTEL AANGESLOTEN WORDT OP HETSTROOMNET OF DE GEGEVENS DIE AANGEDUID WORDEN OP HET PLAATJEOVEREENKOMEN MET DIEGENE VAN HET STROOMNET ZELF. DE IDENTIFICATIEPLAAT MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMEREN DE MERKING IS ZICHTBAAR ONDER DE BESCHERMING GEPLAATST.

HET PLAATJE OP DE BEHUIZING MAG NOOIT VERWIJDERD WORDEN. VÒÒR HET AANSLUITEN VAN HET APPARAAT, ZICH ALTIJD ERVAN VERZEKERENDAT HET OP HETZELFDE SOORT GAS AFGESTEMD IS DAT HET ZAL VOEDEN. KONTROLEER DAAROM HET PLAATJE ONDER AAN HET KAP. VOORDAT DE HANDELINGEN VAN DE INSTALLATIE / ONDERHOUD UITGEVOERDWORDEN, MOET GECONTROLEERD WORDEN OF HET TOESTEL NIET VANSTROOM WORDT VOORZIEN. DE STEKKER DIE AANGESLOTEN MOET WORDEN OP DE STROOMKABEL EN HETRELATIEVE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE EN CONFORM DEVAN KRACHT ZIJNDE NORMEN ZIJN. HET STOPCONTACT MOET BEREIKBAAR BLIJVEN NA INBOUW VAN HET TOESTEL. TREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TEVERWIJDEREN. ALS DE STROOMKABEL BESCHADIGD IS, MOET ONMIDDELLIJK DE TECHNISCHEASSISTENTIEDIENST GECONTACTEERD WORDEN DIE VOOR DE VERVANGINGVAN DE KABEL ZAL ZORGEN.

DE AARDING MOET VERPLICHT AANGEBRACHT WORDEN VOLGENS DEVOORZIENE VEILIGHEIDSNORMEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE. VOER ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE EEN KORTE KEURING VAN HETTOESTEL UIT, VOLGENS DE AANWIJZINGEN DIE VERDER WORDEN AANGEDUID.

Algemene waarschuwingenNLNLNLNLNL7DIT TOESTEL MAG NIET WORDEN GEBRUIKT DOOR PERSONEN (KINDERENINBEGREPEN) MET VERMINDERDE FYSISCHE OF PSYCHISCHE VERMOGENS, OFDOOR PERSONEN DIE GEEN ERVARING HEBBEN MET HET GEBRUIK VANELEKTRISCHE APPARATUUR, TENZIJ DIT GEBEURT ONDER TOEZICHT OFINSTRUCTIE VAN VOLWASSENEN DIE VOOR HUN VEILIGHEID INSTAAN.HOUD KINDEREN UIT DE BUURT VAN HET TOESTEL WANNEER HETAANGESCHAKELD IS, EN LAAT ZE ER NIET MEE SPELEN.PLAATS GEEN METALEN EN PUNTIGE VOORWERPEN (BESTEK OFGEREEDSCHAPPEN) IN DE SPLETEN VAN HET TOESTEL.GEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL OM HET TOESTEL TE REINIGEN.

DE STOOM ZOU DE ELEKTRISCHE DELEN KUNNEN BEREIKEN, ZODAT DEZEBESCHADIGD KUNNEN WORDEN EN KORTSLUITING KUNNEN VEROORZAKEN.VOER GEEN WIJZIGINGEN AAN DIT TOESTEL UIT.GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN NABIJ HET TOESTEL WANNEER HET IN WERKINGIS.GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN WANNEER HET TOESTEL NOG WARM IS.De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor letsels aan personen ofmateriële schade die wordt veroorzaakt door het niet in acht nemen van dezevoorschriften, of door het onklaar maken van zelfs maar een enkel onderdeel van hettoestel, of door het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.

Waarschuwingen voor de afvalverwerkingNLNLNLNLNL8 3. MILIEUZORG 3. 1 Onze zorg voor het milieuAldus de Richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG in verband met debeperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronischetoestellen, en ook de verwerking van afval. Het symbool van de doorkruistevuilbak, aangebracht op de apparatuur, duidt aan dat het product op het eindevan zijn gebruiksduur afzonderlijk verzameld moet worden. De gebruiker moetdus de apparatuur op het einde van de gebruiksduur toekennen aan geschiktecentra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, ofoverhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw overeenkomstig toestelwordt gekocht.

Een gepaste gescheiden afvalinzameling voor de volgenderecyclage van de apparatuur en voor de behandeling en de ecologischcompatibele verwerking, draagt bij tot het vermijden van mogelijke negatievegevolgen voor het milieu en voor de gezondheid, en bevordert het recyclerenvan het materiaal waarvan de apparatuur gemaakt is. Wanneer de gebruiker hetproduct illegaal verwerkt, zullen administratieve sancties getroffen worden. Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en hetmilieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen. 3. 2 Uw zorg voor het milieuVoor het verpakken van onze producten worden niet-vervuilende materialengebruikt die het milieu niet schaden, en die recycleerbaar zijn. We verzoekenom mee te werken, en om te zorgen voor een correcte verwerking van deverpakking.

Vraag bij uw verkoper of bij de bevoegde diensten naar deadressen van inzamel-, afvalverwerkings- en recyclagecentra. Gooi de verpakking, of delen ervan, niet zomaar weg. Deze kunnen voorkinderen gevaar op verstikking vormen; vooral plastic zakken zijngevaarlijk. Ook uw oude toestel moet correct verwerkt worden. Belangrijk: lever het toestel in bij de plaatselijke dienst of zaak dieverantwoordelijk is voor de inzameling van afgedankte huishoudtoestellen.

Meteen correcte verwerking kunnen kostbare materialen gerecupereerd worden. Voordat u het toestel weggooit, is het belangrijk dat u de deuren verwijdert en dewerkvlakken niet verwijdert; dit om te vermijden dat kinderen zich al spelend inde oven zouden kunnen opsluiten. Bovendien moet de stroomkabeldoorgesneden worden en samen met de stekker verwijderd worden.

Aanwijzingen voor de gebruikerNLNLNLNLNL9 4. HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT 4.1 Aanschakeling van de branders van de kookplaatVoordat de branders van de kookplaat aangeschakeld worden, moetgecontroleerd worden of de vlamverdelers in hun zitten met de bijbehorendedeksels geplaatst zijn, door op te letten dat de gaten A van de vlamverdelersovereenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels.Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Hettoestel is voorzien van een elektrischontstekingsmechanisme.

Het is voldoende om op de knop tedrukken en hem in tegenwijzerszin te draaien op het symboolvan de maximum vlam , tot de brander wordtaangeschakeld.Bij de modellen met klep moet na de aanschakeling de knop nog enkeleseconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel warm wordt.Het kan zijn dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: ditbetekent dat het thermokoppel nog niet voldoende was verwarmd.Wacht enkele ogenblikken, en herhaal de handeling door de knop langeringedrukt te houden.

Bij de branders zonder thermokoppel is deze handelingniet nodig.Eens de brander aangeschakeld is, kan de vlam naar wens geregeld worden.Na het gebruik van de kookplaat moet steeds gecontroleerd worden of debedieningsknoppen zich in de positie O (uit) bevinden.Als de branders toevallig uitgaan, grijpt na ongeveer 20 seconden eenveiligheidsmechanisme in dat de levering van het gas blokkeert, ook al staat dekraan open. Moet de bedieningsknop gesloten worden en minstens 1 minuutgewacht worden voordat een nieuwe aanschakeling geprobeerd wordt.AAAAAHHHHHAAAAA

Aanwijzingen voor de gebruikerNLNLNLNLNL10 4.2 Praktisch advies voor het gebruik van de brandersVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruikmoeten recipiënten gebruikt worden met een platte bodem en met een deksel,en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs dezijkanten lekt (raadpleeg paragraaf “4.3 Diameter van de recipiënten”). Wanneerde vloeistof begint te koken, moet de vlam zodanig verminderd worden om tevermijden dat de vloeistof overkookt. Om brandwonden of schade aan de kookplaat te voorkomen, moeten tijdens debereiding alle recipiënten binnen de omtrek van de kookplaat blijven. Wanneer olies of vetten worden gebruikt, moet goed opgelet worden dat ze bijhet heet worden niet gaan branden. 4.3 Diameter van de recipiëntenVAN DE BRANDERSVAN DE KOOKPLAAT1 Hulpbrander2 Snelle brander3 Ultra snelMin. en Max.

Aanwijzingen voor de gebruikerNLNLNLNLNL11 5. REINIGING EN ONDERHOUDVóór elke handeling moet de stroomtoevoer naar het toestel uitgeschakeldwordenGEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL VOOR DE REINIGING VAN HETTOESTEL. 5.1 Reiniging van het roestvrij staalOm het roestvrij staal in goede staat te houden, moet het na elk gebruikgereinigd worden nadat het afgekoeld is. 5.1.1 Gewone dagelijkse reinigingGebruik voor het reinigen en bewaren van de roestvrije stalen oppervlakkenalleen specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasisbevatten.Gebruiksaanwijzing: giet het product op een vochtige doek en wrijf het over deoppervlakken, spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met eenzeemvel.

5.1.2 Voedselvlekken of -restenGebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers, zodatde oppervlakken niet worden beschadigd.Gebruik normale en niet-schurende producten voor staal, eneventueel houten of plastic gereedschappen.Spoel goed, en droog met een zachte doek of met een zeemvel. 5.2 Reiniging van de onderdelen van de kookplaatDe roosters, de deksels, de vlamverdelers en de branderskunnen verwijderd worden om de reiniging tevergemakkelijken; was ze in warm water en met een niet-schurend reinigingsmiddel, verwijder de afzettingen en wachttot ze perfect droog zijn. Hermonteer de deksels op derelatieve kronen, en controleer of de insnijdingen Agecentreerd worden met de pinnen B van de branders.Voor een goede werking van de vonkontstekers en dethermokoppels moeten deze steeds rein gehouden worden.Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met eenvochtige doek.

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL12 6. PLAATSING IN HET WERKBLADDe volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd wordendoor een bevoegd technicus.De installatie is mogelijk op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk,metaal, massief hout en met plastic gelamineerd hout, als het maar hittebestendig is (T90°C). 6.1 Bevestiging van de steunende structuur, inbouwmodel (afb. 1)Maak een opening in het bovenblad vanhet meubel met de afmetingen die op deafbeelding worden vermeld, en houddaarbij een minimum afstand tot deachterrand van 50 mm. Dit apparaat kantegen wanden geplaatst worden die hogerzijn dan het werkblad, op voorwaarde datde afstand "X" behouden wordt die op defiguur wordt aangeduid, ombeschadigingen door oververhitting tevermijden.

Controleer of de vuren van defornuizen een minimum afstand tot eeneventuele verticale plank erboven hebbenvan 750 mm.1)Plaats zorgvuldig de bijgeleverdeisolerende afdichting op de randen van hetgat in het bovenblad (zie afb. 2) en druk hetgoed met vingers aan. De voor- enachterkant van de afdichting moeten langsde opening lopen. 2)Hierna moet het werkblad op de isolerendeafdichting worden geplaatst en metbevestigingsbeugels (Afb. 3) aan dedraagconstructie worden vastgemaaktzodat het perfect vlak is.Snijd de rand A van de overvloedigeafdichting zorgvuldig af (Afb. 4). Deafmetingen in afbeelding 2 hebbenbetrekking op de opening aan debinnenkant van de afdichting. Debeugeltjes (zie afbeelding 3) moeten nainbouw van het toestel wordengemonteerd. 3) 4)

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL13 6.2 Bevestiging van de steunende structuur, inbouwmodelMaak een opening in het bovenblad vanhet meubel met de afmetingen die op deafbeelding worden vermeld, en houddaarbij een minimum afstand tot deachterrand van 50 mm.Het onderste deel van de carter zal volledigbereikbaar moeten zijn na de installatie vanhet toestel. Dit apparaat geplaatst wordentegen wanden die hoger zijn dan hetwerkblad op voorwaarde dat de afstand “X”in acht genomen wordt die op deafbeelding wordt aangeduid, ombeschadigingen door oververhitting tevermijden.1)Controleer of de vuren van de fornuizen een minimum afstand tot een eventueleverticale plank erboven hebben van 750 mm (Fig. 1).

Voor dit type toestel moetbovendien een freesbewerking op het bovenblad met een diepte van 3 mmuitgevoerd worden, waarvan de afmetingen aangeduid worden in figuur 4 (detailA van figuur 2).Voordat de kookplaat geplaatst wordt, moet op het volledige oppervlak van defreesbewerking met het bijgeleverde klevende sponsje “E” gewreven worden(fig. 2). Hierna moet het werkblad op de isolerende afdichting worden geplaatsten met bevestigingsbeugels (volgorde in Afb. 3) aan de draagconstructieworden vastgemaakt zodat het perfect vlak is. De beugeltjes (zie afbeelding 3)moeten na inbouw van het toestel worden gemonteerd. 2) 3) 4)In geval van laminaatbladen is het aanbevolen een laagje primer toe te passenom het werkblad vochtdicht te maken.Belangrijk: Andere installatietypes zijn mogelijk onder toezicht van deconstructeur!

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL14Afmetingen: plaats voor gasaansluiting en elektrische aansluiting (afmetingen inmm).BELANGRIJK: wanneer het toestel op een meubel gemonteerd is, moet u eenscheidend vlak installeren zoals wordt afgebeeld in de figuur.Wanneer het apparaat zich daarentegen boven een onder de plaatgeïnstalleerde oven bevindt is een dergelijk schap niet nodig.Wanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzienworden van een ventilator voor de koeling.

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL15 6.3 Elektrische aansluitingControleer of het voltage en de afmetingen van de stroomtoevoerlijnovereenstemmen met de kenmerken die aangeduid worden op de plaat die zichonder de carter van het toestel bevindt. Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.De stekker van de stroomkabel en het stopcontact moeten van hetzelfde typeen conform de van kracht zijnde normen betreffende de elektrische installatieszijn.

Controleer of de stroomtoevoerlijn voorzien is van een geschikte aarding.Wanneer een vaste aansluiting gebruikt wordt, moet op de toevoerlijn van hettoestel een omnipolair onderbrekingsmechanisme aanwezig zijn metopeningsafstand van de contacten van minstens 3 mm, op een positie diemakkelijk bereikbaar is en die zich nabij het toestel bevindt.Vermijd het gebruik van adapters, reducties of aftakkingen.In geval de stroomkabel wordt vervangen,mag de diameter van de draden van denieuwe kabel niet kleiner zijn dan 0.75mm2 (kabel van 3 x 0.75), door er meerekening te houden dat het uiteinde dat opde oven moet aangesloten worden eenaardedraad moet hebben (geel-groen) dieminstens 20 mm langer is. Gebruik uitsluitend een kabel van het type H05V2V2-F of gelijkaardig die bestand is tegen een maximum temperatuur van 90°C.

Devervanging moet uitgevoerd worden door een bevoegde technicus, die deaansluiting op het net moet uitvoeren volgens het onderstaande schema.L = bruinN = blauw = geel-groenDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor persoonlijk letsel ofmateriële schade als gevolg van het veronachtzamen van bovenstaandevoorschriften of door het onklaar maken van een afzonderlijk deel van hetapparaat .

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL16 6.4 Ventilatie in de ruimtesHet toestel mag enkel in permanent geventileerde ruimtes worden geïnstalleerd,zoals voorzien wordt door de van kracht zijnde normen. In de ruimte waar hettoestel geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer aanwezig zijn dienodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van deruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters,moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moetenzodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeeltelijk, verstopt worden.De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheidgeëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen: vooralnadat het toestel voor lange tijd niet gebruikt werd, wordt aanbevolen om eenvenster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.

6.5 Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten kan verzekerd worden door middel vaneen afzuigkap die verbonden is met een rookkanaal met een efficiënte trek ofmet een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldigontworpen worden door een bevoegd specialist, en moet uitgevoerd wordendoor de posities en de afstanden te respecteren die worden voorzien door denormen. Na afloop van de werkzaamheden moet de installateur eenconformiteitscertificaat afgeven.

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL17 6.6 GasaansluitingDe aansluiting op het gasnet kan worden verricht met een starre koperbuis ofmet een flexibele buis met doorgaande wand en in overeenstemming met devoorschriften van de normen. Controleer na de handeling met behulp van eenzeepoplossing, en nooit met een vlam, of de afdichting perfect is. De kookplaatis goedgekeurd voor (2L) met een druk van 25 mbar. Voormethaangas G25voeding met andere types gas zie Hoofdstuk "3 REGELING VAN HET GAS ".Het verbindingsstuk heeft een externe schroefdraad van ½" gas (EN 10226-1).Aansluiting met starre koperbuis: de aansluitingop het gasnet moet zodanig geschieden dat hetgeen belastingen van welke aard dan ook op hetapparaat veroorzaakt.

De aansluiting kan gebeurenmet een adapter D met biconus, waarbij altijd debijgeleverde pakking C ertussen moet wordenaangebracht.Aansluiting met flexibele buis: gebruik uitsluitendflexibele buisen volgens de geldende voorschriftenen zet altijd tussen het verbindingsstuk A en deflexibele buis E de geleverde pakking C.De aansluiting met de flexibile buis moet zodanig uitgevoerd worden dat hetbuizenstelsel niet langer is dan 2 meter maximaal; zorg ervoor dat de buizenniet in aanraking komen met delen van meubels of dat zij platgedrukt worden. 6.7 Aansluiting op vloeibaar gasGebruik een drukregelaar en sluit de fles aan volgens de voorschriften van denormen. Vergewis u ervan dat de voedingsdruk de waarden in acht neemt dieworden aangegeven in de tabel in paragraaf "7.2 Tabel met kenmerken van debranders en de straalpijpen".

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL18 7. AANPASSING AAN DE VERSCHILLENDE GASTYPESVoordat u de volgende handelingen gaat verrichten, het apparaat loskoppelenvan het elektriciteitsnet.Het apparaat is geschikt voor aardgas G25 met een druk van 25 mbar. In hetgeval van gebruik van andere soorten gas, dienen de sproeiers van de brandersvervangen te worden en dient de minimale vlam van de gaskranen opnieuwgeregeld te worden. Voor de vervanging van de sproeiers, te werk volgensvolgens de beschrijving in de volgende paragrafen.

Aanwijzingen voor de installateurNLNLNLNLNL20 8. LAATSTE HANDELINGENNa de inregeling met een gas anders als dat van het proefdraaien, het plaatjedat zich op de carter van het apparaat bevindt vervangen door een ander datovereenkomt met het nieuwe type gas.Het etiket is verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde Erkende Assistentiecentrum. 8.1 Regeling van het minimum voor stadsgas en voor methaanSchakel de brander aan, en plaats hem opde minimum stand. Verwijder de knop vande gaskraan en handel op de regelschroefdie zich in of naast het staafje van de kraanbevindt (afhankelijk van het model), tot eenregelmatige minimum vlam wordtverkregen.Monteer de draaiknop weer, en controleerde stabiliteit van de vlam van de brander(als de knop snel van het maximum naarhet minimum gedraaid wordt, mag de vlamniet uitgaan). Herhaal deze handeling vooralle gaskranen.

8.2 Regeling van het minimum voor vloeibaar gasVoor de regeling van het minimum met vloeibaar gas moet de schroef in ofnaast het stangetje van de kraan (afhankelijk van het model) helemaal inwijzerszin gedraaid worden.De diameters van de by-pass voor elke brander worden aangeduid in de tabel"7.2 Tabel met kenmerken van de branders en de straalpijpen". 8.3 Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.Reinig ze intern en vervang het smeervet. Deze handeling moet uitgevoerdworden door een gespecialiseerd technicus. 914774040/ C

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg GKOC64 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden