Smeg FA 390 X Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Smeg FA 390 X (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Smeg FA 390 X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smeg |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | FA 390 X |
Handleiding Smeg FA 390 X – volledige tekst
64NLAfvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriftenAfvoeren van de verpakkingen van uw oude apparaatOude apparaten zijn niet per definitiewaardeloos. Door een milieuvriendelijkeafvoer van uw oude apparaat kunnenwaardevolle grondstoffen opnieuw gebruiktworden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel door-knippen en samen met de stekker ver-wijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomtu dat kinderen zichzelf tijdens het spelen inhet apparaat opsluiten en in levensgevaargeraken. Koel- en diepvriesapparaten bevattenkoelmiddelen en isolatiegassen diezorgvuldig moeten worden afgevoerd. Leterop dat de leidingen tot het moment vantransport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens hettransport naar u door de verpakkingbeschermd.
Voor de verpakking wordtgebruik gemaakt van materialen die hetmilieu kan verdragen en die geschikt zijnvoor hergebruik. Help daarom mee en zorgervoor dat de verpakking milieuvriendelijkwordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en deonderdelen daarvan spelen. Kans op stikkendoor vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uwgemeente informeren hoe u uw oudeapparaat en het verpakkingsmateriaal vanhet nieuwe apparaat kunt (laten) afvoerenvoor een milieuvriendelijke verwerking. VeiligheidsvoorschriftenLees voordat u het nieuwe apparaat ingebruik neemt de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift nauwkeurig door. U vindtdaarin belangrijke informatie over installatie,gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift voor een eventuelelatere bezitter van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-heid als de volgende aanwijzingen niet inacht worden genomen:lEen (bijv. tijdens het transport)beschadigd apparaat niet in gebruiknemen. In twijfelgevallen eerst contactopnemen met uw leverancier. lHet apparaat uitsluitend volgens hetbijgesloten installatievoorschrift plaatsenen aansluiten.
De elektrische aansluit-voorwaarden moeten overeenkomen metde gegevens op het typeplaatje. lBij het schoonmaken nooit een stoom-apparaat gebruiken. De stoom kan in deonder spanning staande onderdelen vanhet apparaat terechtkomen en kortsluitingof een electrische schok veroorzaken. lDe elektrische veiligheid van het apparaatwordt alleen dan gegarandeerd als hetaardingssysteem van de huisinstallatievolgens de geldende elektrotechnischevoorschriften is geïnstalleerd. lIn geval van een storing, bij onderhouds-werkzaamheden en vóór het schoonmakende stekker uit het stopcontact trekkenresp. de zekering in de meterkastuitschakelen of losdraaien. Altijd aan destekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. lReparaties aan elektrische apparatenmogen alleen door vakkundige monteursworden uitgevoerd. Door ondeskundigereparatie kan er gevaar voor de gebruikerontstaan.
66NL65NLPlaatsing van het apparaatDe juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte isgeschikt. Het apparaat liefst niet in de zon ofnaast een fornuis, verwarmingsradiator ofandere warmtebron plaatsen. Is plaatsingnaast een warmtebron niet te vermijden,maak dan gebruik van een isolerende plaatof neem de volgende minimumafstanden inacht:naast een elektrisch fornuis 3 cmnaast een CV-installatie 30 cmBij plaatsing naast een ander koel- ofvriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om hetontstaan van condensatiewater te vermijden. Het apparaat moet waterpas en stevig op devloer staan. Eventuele oneffenheden in devloer d. m. v. de schroefvoetjes aan devoorkant opheffen (afb. G). Twee rollen aan de achterkant maken hetgemakkelijker om het apparaat in een nis teschuiven.
Elektrische aansluitingHet apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften aangebracht, randgeaardstopcontact, met een zekering van10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hzwisselstroom aansluiten. Bij apparaten voor niet Europese landen ophet typeplaatje controleren of de aansluit-spanning en de stroomsoort overeenkomenmet de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaanin het apparaat (afb. F). Een eventueel noodzakelijke vervanging vande stroomkabel mag alleen wordenuitgevoerd door de klantenservice van defabrikant. Waarschuwing. Het apparaat mag nooitworden aangesloten op elektronische„energiebesparende stekkers” (bijv. SavaPlug) of omvormers die gelijkstroom om-zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal-laties voor zonneënergie of netwerkenvoor schepen). VentilatieAfb.
3De aan de achterwand van het apparaatvrijkomende warme lucht moet ongehinderdafgevoerd kunnen worden. Anders moet dekoelmachine meer presteren waardoor hetenergieverbruik toeneemt. De be- enontluchtingsopeningen mogen dan ooknooit worden afgedekt. Na het transport. Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staanvoordat het voor het eerst wordtingeschakeld.
lFlessen en blikjes met vloeistoffen –vooral koolzuurhoudende dranken – nietin de diepvriesruimte opslaan. De flessenen blikjes springen. lDe be- en ontluchtingsopeningen mogennooit afgedekt worden. lPlint, uittrekbare manden of laden, deurenetc. niet als opstapje gebruiken of om opte leunen. lKinderen niet met het apparaat latenspelen. lAls u een apparaat met een slot hebt,bewaar de sleutel dan buiten het bereikvan kinderen. lIJslollies en ijsblokjes niet direct uit dediepvriesruimte in de mond nemen(gevaar voor verbranding door de zeerlage temperatuur). lDiepvrieswaren nooit met natte handenaanraken. Uw handen kunnen eraanvastvriezen. Het koelcircuit van dit apparaatbevat isobutaan (R 600a), eennatuurlijk gas dat in hoge matemilieuvriendelijk is maar welbrandbaar. Let erop bij het vervoeren enverplaatsen van het apparaat dat er geenonderdelen van het koelcircuitbeschadigd worden.
Bij eventuelebeschadigingen open vuur of andereontstekingsbronnen vermijden. De ruimtewaarin het apparaat is opgesteld, eenpaar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces teversnellen geen andere mechanischetoestellen of kunstmatige hulpmiddelengebruiken dan door de fabrikantaanbevolen. BepalingenHet apparaat is geschikt voor het koelen eninvriezen van levensmiddelen en omijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moetende daarvoor geldende bepalingen in achtworden genomen. Het apparaat voldoet aan de voorschriftenvoor koel- en vriesinstallaties ter voorkomingvan ongevallen (VBG 20). Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
totSN +10 °C tot 32 °CN +16 °C tot 32 °CST +18 °C tot 38 °CT +18 °C tot 43 °CAls de omgevingstemperatuur lager is, danwordt het in de koelruimte te koud; als deomgevingstemperatuur hoger is, dan wordthet in de diepvriesruimte te warm. Als de temperatuur in de ruimte waar hetapparaat staat opgesteld, lager is dan deingestelde temperatuur in de koelruimte, danwordt het in de koelruimte net zo koud alsde omgevingstemperatuur. Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °Ckan dit tot storingen bij het volautomatischeontdooien van de koelruimte leiden. Onze bijdrage aan het beschermen vanhet milieu: wij maken gebruik vankringlooppapier. Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriften.
68NL67NLKennismaking met het apparaatDoor het volautomatische No-Frost-systeem zet zich in de diepvriesruimtegeen ijs af. Ontdooien is overbodig. Functie:De diepvrieswaren worden door gekoeldelucht ingevroren. Een verdamper die zich in het No-Frost-systeem bevindt, koelt de lucht in hetapparaat af. De koude lucht wordt d. m. v. een ventilator rondgeblazen. Een tweedeventilator zorgt voor de luchtcirculatie in dekoelruimte. De vochtigheid in de lucht zetzich af op de verdamper. Indien nodig wordtde verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachinegeleid waar het verdampt. In de diepvries-ruimte en op de levensmiddelen zet zichgeen ijs af. Functie van de schakel- en controle-elementenAfb. 21 -toetsHoofdschakelaar, om het hele apparaat inen uit te schakelen. 2 -toetsDient voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaal.
Het waarschuwingssignaal wordtgeactiveerd wanneer het te warm is in devriesruimte en de diepvriesproductengevaar lopen (tegelijkertijd knippertindicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geengevaar lopen, kan hetwaarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat- bij het toevoegen van verselevensmiddelen zonder inschakeling vande supervriesstand- en als de vriesruimtedeur te lang openstaat. Na uitschakeling van hetwaarschuwingssignaal wordt de"akoestische waarschuwing" automatischweer operationeel zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. 3 "super"-toetsDient voor het in- en uitschakelen van desupervriesstand. Indicatie 8 "super" geeftaan dat deze stand is ingeschakeld. De supervriesstand dient voor hetinvriezen van grote hoeveelheden verselevensmiddelen en kan maximaal 24 uurvoordat de verse levensmiddelenworden toegevoegd, wordeningeschakeld.
De vriesmachine werkt na inschakelingcontinu, de vriesruimte bereikt een zeerlage temperatuur. 4 "Freezer"-toetsDient voor het weergeven van de actuelevriesruimtetemperatuur op indicatie (zie9 beschrijving 9b). Kennismaking met het apparaatA. u. b.
vóór het lezen de laatste bladzijdenmet afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer danéén type van toepassing. Afwijkingen inde afbeeldingen zijn hierdoor niet uit-gesloten. OverzichtAfb. 11-9 Bedieningspaneel10 Luchtafvoeropeningen11 Verlichting12 Multiflow system(koudeluchtverdeler)13 Legplateau14* Lade voor yoghurtbekers15 Groentelade16* "Chiller"-vak17 Eierrekje18 Boter- en kaasvak19 Legplateau voor blikjes, tubes20 Flessenhouder21 Flessenvak22 Vriesplateau23 DiepvriesvakA KoelruimteB Vriesruimte* niet bij alle modellenBedieningspaneel (kort overzicht)Afb. 21 -toetshoofdschakelaar aan/uit2 - toets ("alarm-uit"-toets)a) voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaalb) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeftgeheerst (alleen wanneer indicatie 9knippert). 3 Super-toetsvoor max. vriesvermogen.
4 Freezer-toetsDient voor het weergeven van de actuele vriesruimtetemperatuur. 5 Cooler-toetsDient voor het weergeven van de actuele koelruimtetemperatuur. 6 Insteltoets vriesruimte- en koelruimtetemperatuur0C = kouder, warmer7 Indicatie "alarm"brandt alleen wanneer de alarmfunctie wordt geactiveerd8 Indicatie "super"Brandt alleen wanneer de "super"-toets wordt ingedrukt. 9 Indicatie vana) actuele koelruimte- en vriesruimtetemperatuurb) "warmste temperatuur"c) insteltemperatuur voor koelruimted) insteltemperatuur voor vriesruimte.
70NL69NLInschakelen en temperatuurkeuzeAfb. 2lStekker in het stopcontact steken. lHoofdschakelaar 1 indrukkenWaarschuwingssignaal klinkt, indicatie 9knippert. l-toets 2 indrukkenWaarschuwingssignaal gaat uit en de"memory"-functie wordt geactiveerd. lTemperatuur van de vriesruimteinstellenHiertoe de -toets en daarna de"freezer"0C-toets indrukken. 0C-toets meermaalsindrukken of ingedrukt houden totdat degewenste temperatuur wordtweergegeven (doorlopende weergave, na–26 0C wordt –16 0C opnieuwweergegeven). Wij raden u aan devriesruimtetemperatuur in te stellen op–20 0C. lTemperatuur van de koelruimteinstellenHiertoe de "cooler"-toets en daarna de0C-toets indrukken. 0C-toets meermaalsindrukken of ingedrukt houden totdat degewenste temperatuur wordtweergegeven (doorlopende weergave, na8 0C wordt 2 0C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan dekoelruimtetemperatuur in te stellen op 40C.
Ook na een correctie van detemperatuurinstelling verandert detemperatuur in de koelruimte pas nageruime. Kennismaking met het apparaat5 "Cooler"-toetsDient voor het weergeven van de actuelekoelruimtetemperatuur op indicatie (zie9 beschrijving indicatie 9a). 6 Insteltoets voor koelruimte- envriesruimtetemperatuura) (De koelruimtetemperatuur kan wordeningesteld tussen 2 0C en 8 0C). De"cooler"-toets en daarna de 0C-toetsindrukken. De insteltemperatuur wordt 5sec. lang weergegeven op indicatie 9. De insteltoets meermaals indrukken ofingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt weergegeven. (Deinsteltemperatuur wordt aflopend van 80C tot 2 0C weergegeven. Na 2 0C wordtopnieuw 8 0C weergegeven). b) (De vriesruimtetemperatuur kan wordeningesteld tussen –16 0C en –26 0C). Voorhet instellen van de gewenstevriesruimtetemperatuur de "freezer"-toets en daarna de 0C-toets indrukken.
7 Indicatie "alarm"Brandt alleen wanneer de alarmfunctieis geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het tewarm wordt in de vriesruimte en dediepvriesproducten gevaar lopen. Deindicatie gaat uit zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. 8 Indicatie "super"Brandt alleen wanneer de "super"-toets is ingedrukt en daardoor desupervriesstand is ingeschakeld. De indicatie gaat uit wanneer de "super"-toets opnieuw wordt ingedrukt om desupervriesstand uit te schakelen. De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uurna inschakeling van de supervriesstandautomatisch uit. 9 Multifunctionele indicatieGeeft de verschillende temperaturenweera) actuele koelruimtetemperatuurDoor indrukken van de -toets"cooler"wordt de actuele temperatuur in dekoelruimte weergegeven. b) actuele vriesruimtetemperatuurDoor indrukken van de -toets"freezer"wordt de actuele temperatuur in devriesruimte weergegeven.
c) Vriesruimtetemperatuur te warmAls indicatie 9 knippert, wordt de actuelevriesruimtetemperatuur weergegeven. Dit betekent dat het momenteel te warmis, of dat het te warm is geweest in devriesruimte (bijv. door een stroomstoringof een storing in de vriesruimte). Door opde -toets te drukken, wordt opindicatie (niet knipperend) de warmste9 temperatuur weergegeven die in devriesruimte heeft geheerst. Daarna wordtdeze waarde gewist. Daarna geeftindicatie 9 de actuelevriesruimtetemperatuur weer zonder teknipperen. d) Insteltemperatuur voor koelruimteDoor indrukken van de -toets en"cooler"daarna de 0C-toets, wordt deinsteltemperatuur 5 sec. langweergegeven. Daarna geeft indicatie 9 deactuele koelruimtetemperatuur weer. e) Insteltemperatuur voor vriesruimteDoor indrukken van de -toets en"freezer"daarna de 0C-toets, wordt deinsteltemperatuur 5 sec. langweergegeven.
Attentie:lDe temperatuur in de koelruimte kanschommelen– doordat de deur van het apparaat vaakgeopend werd,– door het inladen van grote hoeveelhedenverse levensmiddelen in de koelruimteen de diepvriesruimte,– door een verandering van deomgevingstemperatuur,– door een verandering van de instellingvan de temperatuurkiezer voor dediepvriesruimte of door inschakelen vanhet supervriessysteem. lAls er bij de ingebruikneming van hetapparaat geen temperatuur wordtweergegeven, is het nog te warm in dekoel- of vriesruimte. lDe voorzijde van het apparaat wordtgedeeltelijk licht verwarmd waardoorde vorming van condensatiewater inde buurt van de deurafdichting wordtvoorkomen.
72NL71NLLevensmiddelen inruimenLevensmiddelen inruimenAttentie bij het inruimenlWarme dranken en gerechten buiten hetapparaat laten afkoelen. lDe levensmiddelen liefst verpakt of goedafgedekt bewaren. Hierdoor blijven nietalleen geur, smaak, kleur en vochtigheidbehouden, maar wordt bovendienvoorkomen dat de opgeslagen levens-middelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moetenonverpakt in de groenteladen wordenopgeslagen. lZorg dat de kunststof delen en dedeurafdichting niet met olie of vet inaanraking komen (ze kunnen poreusworden). lGeen explosieve stoffen in het apparaatopslaan. Dranken met een hoogalcoholpercentage rechtop en goedgesloten bewaren. – Gevaar voor explosie. lFlessen met vloeistoffen die kunnenbevriezen, niet in de diepvriesruimtebewaren. De flessen springen. Een voorbeeld van hetinruimenafb.
1Koelruimte (A)Op de schappen (13) van boven naarbeneden bakwaren, toebereide gerechten,zuivelproducten. * n de lade (14) kaas, worst, yoghurt. In de groentebak (15) groente, fruit, salade. In het vak (18) boter en kaas. In het vakje (19) kleine flessen, blikken. In het flessenvak (21) grote flessen. Vriesruimte (B)Op het diepvriestableau (22) kleinediepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden. In de bovenste diepvriesbakken (23)diepvriesgerechten bewaren. Indeling van het interieurDe legroosters/plateaus in de koelruimtekunnen – ook als de deur 90° openstaat –worden verplaatst: legrooster/plateau naarvoren trekken, iets laten zakken, eruit nemenen op de gewenste plaats opnieuw erinzetten (afb. 4). FlessenrekIn de holten kunnen de flessen veilig wordenneergelegd en opgestapeld (afb. 5). De onderkant van het flessenrek is glad.
Alsu deze plaats voor andere levensmiddelennodig hebt, dan kunt u het flessenrekomdraaien (afb. 6). Om hoge flessen of pakken neer te zetten kande voorste helft van het flessenrek in de richeleronder naar achteren worden geschoven(afb. 7). * "Chiller"-vak (afb. A)Bodem van het vak naar voren trekken, deklep gaat open.
In het "Chiller"-vak heersen lageretemperaturen dan in de koelruimte waarbijook temperaturen onder 0 °C kunnenoptreden. Ideaal voor het bewaren van vis,vlees en worst. Niet geschikt voor sla,groente en koudegevoeligelevensmiddelen. De kleine lade kan eruit genomen wordenom levensmiddelen in- en uit te laden. (afb. 9). Uitschakelen van hetapparaat Hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen vanhet apparaatAls het apparaat langere tijd niet gebruiktwordt: hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken,apparaat schoonmaken en de deurenopenlaten. * niet bij alle modellenUitschakelen en buitenwerking stellen van hetapparaat * De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnenomhoog geklapt worden waardoor er plaatsis voor tubes, blikjes etc. Met de flessehouder wordt voorkomen dat deflessen omvallen bij het openen en sluiten vande deur (afb. 0).
74NL73NLInvriezen en opslaan1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijnsneller helemaal bevroren. Zo blijft dekwaliteit bij het ontdooien en bereidenhet beste behouden. De levensmiddelen luchtdicht verpakkenzodat ze niet uitdrogen of hun smaakverliezen. Voor verpakking geschikt:kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,diepvriesdozen. Deze produkten zijn in dehandel verkrijgbaar. Niet geschikt:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruitpersen en het geheel van een goede sluitingvoorzien. Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,koudebestendig plakband e. d. Zakjes enfolie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datumvoordat u ze in de diepvriesruimte legt.
InvriescapaciteitDe levensmiddelen moeten zo snel mogelijkdoor en door worden ingevroren. Alleen zoblijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat nietoverschreden worden. De volgende hoeveelheden levensmiddelenkunnen binnen 24 uur worden ingevroren inde bovenste diepvriesbakbij 70 cm brede apparaten max. 12 kg. bij 60 cm brede aparaten max. 9 kg. Zorg dat de verse levensmiddelen nietin aanraking komen met al ingevrorenlevensmiddelen. Warme spijzen en dranken, voordat u zein de diepvriesruimte opslaat, op kamer-temperatuur laten afkoelen. SupervriezenAls er al levensmiddelen in de diepvriesruimteliggen, dan moet een paar uur vóór hetinladen van verse levensmiddelen hetsupervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevorenvoldoende. Wilt u de max.
invriescapaciteitbenutten, dan moet u het supervriessysteem24 uur van tevoren inschakelen. Kleinerehoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg)kunnen zonder gebruik van hetsupervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem:de supervriestoets (afb. 2/3) indrukken.
De indicatie geeft aan dat het"super" supervriessysteem is ingeschakeld. Nainschakeling bereikt de vriesruimte een zeerlage temperatuur. Ca. 52 uur na hetinschakelen wordt de supervriesstandautomatisch uitgeschakeld. Levensmiddelen opslaanLet er altijd op dat alle diepvriesladenhelemaal tot de aanslag in de diepvries-ruimte zijn geschoven. Dit is belangrijk voor een goede lucht-circulatie in het apparaat. * niet bij alle modellenInvriezen en opslaanAttentie bij het inkopen vandiepvriesproduktenlLet erop dat de verpakking nietbeschadigd is. lDe op de verpakking aangegevenhoudbaarheidsdatum mag niet verstrekenzijn. lIn de winkel moet de temperatuur in dediepvrieskist –18 °C of kouder zijn. lKoop de diepvriesprodukten op hetallerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in eenkoeltas snel naar huis en leg ze in dediepvriesruimte.
Levensmiddelen zelf invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen alsu zelf gaat invriezen. Geschikt om in te vriezen:vlees en worst, gevogelte en wild, vis,groente, kruiden, fruit, brood en gebak,pizza, kant en klare gerechten, kliekjes,eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen:eieren met schaal, zure room en mayonaise,sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien. Blancheren van groente en fruit:groente en fruit moeten vóór het invriezengeblancheerd worden om te voorkomen datkleur, smaak, aroma en vitamine „C”verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of hetfruit kort in kokend water wordt gedompeld. In de boekhandel zijn boeken over invriezenverkrijgbaar, waarin ook blancheren wordtbeschreven. ). Verpakken van levens-middelenDe levensmiddelen in voor uw huishoudengeschikte porties verdelen. Groente en fruit in porties niet zwaarder dan* VriestableauAfb.
DOp het vriestableau kunt u de ijsbakjesbewaren en bessen, klein gesneden fruit,kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen delevensmiddelen op het vriestableaugelijkmatig verdelen en ca.
76NLlHet apparaat in een koele, goed teventileren ruimte plaatsen. Niet in de zonof in de buurt van een warmtebron(verwarmingsradiator enz. ) plaatsen. lDe be- en ontluchtingsopeningen nooitafdekken. lWarme gerechten pas nadat ze zijnafgekoeld in het apparaat zetten. lAls u diepvrieswaren wilt ontdooien, legdeze dan eerst in de koelruimte. U benuthierdoor de in de diepvrieswarenaanwezige koude voor het koelen vande levensmiddelen in de koelruimte. lBij het in- en uitladen de deuren van hetapparaat zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimtegeopend wordt, des te minder ijs zich kanafzetten op de vriesroosters. lWarmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat om de tweejaar schoonmaken. Tips om energie tebesparenSchoonmakenVóór het schoonmaken altijd de stekkeruit het stopcontact trekken resp. dezekering uitschakelen of losdraaien.
Geen stoom- of hogedrukapparatengebruiken. Door de hete stoom kunnen deoppervlakte en de electrische onderdelenbeschadigd worden – kans op eenelectrische schok. Zorg dat het sop niet in de controle-armatuurof de verlichting terechtkomt. Behalve dedeurafdichting kan het hele apparaat metlauw water met een scheutje mild, lichtdesinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand-afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geenschoonmaakmiddelen gebruiken die zand,schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geenchemische oplosmiddelen gebruiken. De deurafdichting alleen met schoon waterafnemen en grondig droogwrijven. Indien mogelijk om de twee jaar ook dewarmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat met een kwastof met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoorblijft het apparaat optimaal presterenwaardoor u energie bespaart.
IJsblokjes makenHet ijsbakje voor 3/4met water vullen en inde diepvriesruimte zetten. Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten deijsblokjes gemakkelijker los. Aanwijzingen bijbedrijfsgeluidenBedrijfsgeluidenOm de gekozen temperatuur constant tehouden schakelt uw apparaat van tijd tottijd de compressor in. De geluiden die daarbij ontstaan zijnnormaal. Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuurheeft bereikt, worden de geluidenautomatisch minder. Het komt van de motorgebrom (compressor). Het kan korte tijd iets luiderworden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt vanhet koelmiddel dat door de leidingenstroomt. Het is alleen te horen als degeklik thermostaat de motor in- of uitschakelt. Kraakgeluiden kunnen optredenwanneer. - automatische ontdooiing plaatsvindt. - het apparaat afkoelt of opwarmt (materiaaluitzetting).
Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kaneen zacht geruis te horen zijn van deluchtstroom in de binnenruimte van hetapparaat. Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, danheeft dit wellicht eenvoudige oorzakendie vaak heel gemakkelijk kunnen wordenopgeheven. Het apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpasstellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjesof leg er iets onder. Het apparaat staat tegen een andermeubel of apparaatHet apparaat van het meubel of hetapparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateauswiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaaldkunnen worden en zet ze eventueel opnieuwin het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaarzetten.
78NL77NLstroom of door een storing in de diepvries-ruimte te warm. Door op de -toets te drukken, wordt opindicatie (niet knipperend) de warmste9 temperatuur weergegeven die in devriesruimte heeft geheerst. Daarna wordtdeze waarde gewist. Daarna geeft indicatie9 de actuele vriesruimtetemperatuur weerzonder te knipperen. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeftaangegeven, dan moeten de diepvrieswarengecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderdzijn de diepvrieswaren door koken of bradentot een kant en klaar gerecht verwerken enopnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Indien na lang gebruik de indicatie 9knippert en het waarschuwingssignaalklinkt:Storing, het is te warm in de vriesruimte. Deindicatie geeft de warmstevriesruimtetemperatuur aan. Om hetwaarschuwingssignaal uit te schakelen, de-toets indrukken.
Dan wordt dewarmste temperatuur weergegeven die werdbereikt. Eventuele oorzaken van de storing:– de ventilatie-opening aan de bovenkant vanhet apparaat resp. in de plint is afgedekt,– de deur van de diepvriesruimte is nietgoed dicht,– er werden verse levensmiddelen ingevrorenzonder het supervriessysteem in teschakelen,– er werden te veel verse levensmiddeleningeladen om in één keer in te vriezen,– hoge omgevingstemperatuur. Na het verhelpen van de storing de-toets indrukken; de indicatie knippertGa, alvorens de Servicedienst in teschakelen, aan de hand van de volgendepunten eerst even na of u de storing zelfkunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijktdat hij alleen maar een advies (bijv. overde bediening of het onderhoud van hetapparaat) hoeft te geven om de storingte verhelpen, dan moet u, ook in degarantietijd, de volledige kosten vandat bezoek betalen.
Indien tijdens de ingebruikneming deindicatie 9 "E1" (knipperend) weergeeft:De temperatuur in de koelruimte is zeerhoog. Enkele minuten na deingebruikneming van het apparaat wordt deactuele koelruimtetemperatuurweergegeven. Indien tijdens de ingebruikneming deindicatie 9 "E2" (knipperend) weergeeft:De temperatuur in de vriesruimte is zeerhoog. Enkele minuten na deingebruikneming van het apparaat wordt deactuele vriesruimtetemperatuurweergegeven. Als de verlichting in de koelruimte nietfunctioneert:– De gloeilamp is defect. Stekker uit hetstopcontact trekken, afscherming (afb. E/A) verwijderen en de gloeilampvervangen door een gloeilamp vanhetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fittingE14). – De lichtschakelaar zit klem (afb. E/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met deklantenservice. Als de indicatie (afb.
2/9) knippert maarhet akoestische waarschuwingssignaalniet afgaat,dan was het door het uitvallen van deServicedienstKleine storingen zelfverhelpenTypeplaatjeAfb. FAls u de hulp van de Servicedienst inroept,geef dan de typegegevens van het apparaatop en het daarbij behorendefabricagenummer dat u kunt vinden op degrijze sticker (links onderaan in dekoelruimte, naast de groentelade). De typegegevens bevinden zich rechtsbovenaan op de sticker, hetfabricagenummer bevindt zich linksonderaan (naast de tekst "Made in Italy"). Adres en telefoonnummer van deServicedienst kunt u vinden in de lijst metservice-adressen of in de telefoongids vooruw woonplaats. niet meer als in de diepvriesruimte debedrijfstemperatuur weer is bereikt.
Als de deur van de diepvriesruimte te langopen stond en de ingestelde temperatuurin de diepvriesruimte niet meer bereiktwordt, dan heeft zich zoveel ijs op deverdamper afgezet dat het volautomatischeontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meerkan ontdooien. In dit geval de diepvrieswarenuit het apparaat halen en goed geïsoleerd opeen koele plaats leggen.
Het apparaat uitschakelen en de deur vande diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries-waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoorgenoemde punten niet verholpen kanworden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren nietonnodig openen. Voer zelf geen apparaties aan het apparaatuit, vooral niet aan de electrische onder-delen. Kleine storingen zelf verhelpen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smeg FA 390 X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Smeg
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast