Smeg CS20NLA6 Handleiding

Smeg Fornuis CS20NLA6

Bekijk gratis de handleiding van Smeg CS20NLA6 (35 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Smeg CS20NLA6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/35
Inhoudsopgave
1.WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK_75
2.INSTALLATIE VAN HET TOESTEL__________________________77
3.AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES_____________81
4.AFSLUITENDE HANDELINGEN____________________________83
5.BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGEN_____________________85
6.GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT___________________________91
7.GEBRUIK VAN DE OVENS ________________________________93
8.BESCHIKBARE ACCESSOIRES____________________________95
9.ADVIES VOOR DE BEREIDING____________________________96
10.REINIGING EN ONDERHOUD____________________________103
11.BUITENGEWOON ONDERHOUD__________________________107
DEZE AANWIJZINGEN ZIJN ENKEL GELDIG VOOR DE LANDEN VAN BESTEMMING
WAARVAN DE IDENTIFICATIESYMBOLEN AANGEDUID WORDEN OP DE COVER VAN
DEZE HANDLEIDING.
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR: deze zijn bestemd voor
de gekwalificeerde technicus die moet zorgen voor een gepaste
controle van de gasinstallatie, en die de installatie, de inwerkingstelling
en het uittesten van het toestel moet uitvoeren.
AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER: hier vindt u advies
betreffende het gebruik, de beschrijving van de bedieningen en de
correcte handelingen voor de reiniging en het onderhoud van het
toestel.
74

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Fornuis
Model: CS20NLA6

Handleiding Smeg CS20NLA6 – volledige tekst

Inhoudsopgave 1. WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK _ 75 2. INSTALLATIE VAN HET TOESTEL __________________________ 77 3. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES_____________ 81 4. AFSLUITENDE HANDELINGEN ____________________________ 83 5. BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGEN _____________________ 85 6. GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT ___________________________ 91 7. GEBRUIK VAN DE OVENS ________________________________ 93 8. BESCHIKBARE ACCESSOIRES ____________________________ 95 9. ADVIES VOOR DE BEREIDING ____________________________ 96 10. REINIGING EN ONDERHOUD ____________________________ 103 11. BUITENGEWOON ONDERHOUD __________________________ 107 DEZE AANWIJZINGEN ZIJN ENKEL GELDIG VOOR DE LANDEN VAN BESTEMMING WAARVAN DE IDENTIFICATIESYMBOLEN AANGEDUID WORDEN OP DE COVER VAN DEZE HANDLEIDING.

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR: deze zijn bestemd voor de gekwalificeerde technicus die moet zorgen voor een gepaste controle van de gasinstallatie, en die de installatie, de inwerkingstelling en het uittesten van het toestel moet uitvoeren. AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER: hier vindt u advies betreffende het gebruik, de beschrijving van de bedieningen en de correcte handelingen voor de reiniging en het onderhoud van het toestel. 74

Presentatie 1. WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK DE HANDLEIDING IS EEN INTEGREREND DEEL VAN HET TOESTEL. DE HANDLEIDING MOET GEDURENDE DE VOLLEDIGE LEVENSDUUR VAN HET FORNUIS INTACT EN BINNEN HANDBEREIK WORDEN BEWAARD. WIJ BEVELEN AAN OM DEZE HANDLEIDING EN ALLE ERIN OPGENOMEN AANWIJZINGEN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN ALVORENS HET FORNUIS IN GEBRUIK TE NEMEN. BEWAAR EVENEENS DE REEKS BIJGELEVERDE STRAALPIJPEN. DE INSTALLATIE MOET UITGEVOERD WORDEN DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL EN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE RESPECTEREN. DIT TOESTEL IS BESTEMD VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK, EN IS CONFORM DE EEG-RICHTLIJNEN DIE ACTUEEL VAN KRACHT ZIJN. HET TOESTEL WERD GEBOUWD VOOR DE VOLGENDE FUNCTIE: HET BEREIDEN EN VERWARMEN VAN VOEDSEL; ELK ANDER GEBRUIK DIENT ALS ONEIGENLIJK TE WORDEN BESCHOUWD.

DE CONSTRUCTEUR KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ANDERE DAN DE VERMELDE GEBRUIKSTOEPASSINGEN. LAAT DE RESTEN VAN DE VERPAKKING NIET ONBEWAAKT IN HUIS ACHTER. SORTEER HET VERSCHILLENDE VERPAKKINGSAFVAL, EN BEZORG HET AAN HET DICHTST BIJZIJNDE CENTRUM VOOR GESCHEIDEN AFVALVERWERKING. DE AARDING MOET VERPLICHT VOORZIEN WORDEN VOLGENS DE VOORZIENE VEILIGHEIDSNORMEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE. DE STEKKER DIE WORDT AANGESLOTEN OP DE STROOMKABEL EN HET RELATIEVE STOPCONTACT MOETEN VAN HETZELFDE TYPE EN CONFORM DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN ZIJN. HET STOPCONTACT MOET BEREIKBAAR BLIJVEN NA INBOUW VAN HET TOESTEL. TREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT TE VERWIJDEREN. VOER ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE EEN KORTE KEURING VAN HET TOESTEL UIT, VOLGENS DE AANWIJZINGEN DIE VERDER WORDEN AANGEDUID.

BIJ EEN SLECHTE WERKING MOET HET TOESTEL LOSGEKOPPELD WORDEN VAN HET ELEKTRICITEITSNET, EN MOET U HET DICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE ASSISTENTICENTRUM CONTACTEREN. PROBEER NOOIT OM HET TOESTEL ZELF TE HERSTELLEN. NA HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT MOET STEEDS GECONTROLEERD WORDEN OF DE BEDIENINGSKNOPPEN ZICH IN DE POSITIE (UIT) BEVINDEN. 75

Presentatie ZET NOOIT ONTVLAMBARE VOORWERPEN IN DE OVENS: EEN ONVERWACHTE ONTSTEKING ERVAN ZOU TOT BRAND KUNNEN LEIDEN. DIT TOESTEL MAG NIET GEÏNSTALLEERD WORDEN OP VERHOOGDEVLAKKEN. HET TOESTEL WORDT TIJDENS HET GEBRUIK ZEER HEET. LET OP DAT U DE WARMTE-ELEMENTEN IN DE OVEN NIET AANRAAKT. HET IDENTIFICATIEPLAATJE MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMER EN HET MERK IS GOED ZICHTBAAR AANGEBRACHT IN DE BERGRUIMTE. DIT PLAATJE MAG NOOIT VERWIJDERD WORDEN. PLAATS NOOIT PANNEN DIE GEEN PERFECT EFFEN EN REGELMATIGE BODEM HEBBEN OP DE ROOSTERS VAN DE KOOKPLAAT. GEBRUIK GEEN RECIPIËNTEN OF GRILLPLATEN WAARVAN DE DIAMETER GROTER IS DAN DE BUITENOMTREK VAN DE KOOKPLAAT.

DIT TOESTEL MAG NIET WORDEN GEBRUIKT DOOR PERSONEN (KINDEREN INBEGREPEN) MET VERMINDERDE FYSISCHE OF PSYCHISCHE VERMOGENS, OF DOOR PERSONEN DIE GEEN ERVARING HEBBEN IN HET GEBRUIK VAN ELEKTRISCHE APPARATUUR, TENZIJ DIT GEBEURT ONDER TOEZICHT OF INSTRUCTIE VAN VOLWASSENEN DIE VOOR HUN VEILIGHEID INSTAAN. DIT TOESTEL IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN VOLGENS DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/96/EG IN VERBAND MET ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE TOESTELLEN (WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT - WEEE). DEZE RICHTLIJN BEPAALT DE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLEREN VAN AFGEDANKTE TOESTELLEN, EN GELDT VOOR HET VOLLEDIGE GRONDGEBIED VAN DE EUROPESE UNIE. VOORDAT HET TOESTEL IN WERKING WORDT GESTELD, MOETEN ALLE OP EN IN HET TOESTEL AANGEBRACHTE ETIKETTEN EN BESCHERMENDE FOLIES VERWIJDERD WORDEN.

De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor letsels aan personen of materiële schade die wordt veroorzaakt door het niet in acht nemen van deze voorschriften, of door het onklaar maken van zelfs maar een enkel onderdeel van het toestel, of door het gebruik van niet-originele reserveonderdelen. 76

Aanwijzingen voor de installateur 2. INSTALLATIE VAN HET TOESTEL Het aansluiten van Smeg apparatuur. Alle Smeg apparaten die Smeg Nederland verkoopt moeten op 220-240 volt worden aangesloten. Geen van de apparaten mag op 380 volt worden aangesloten. Dit in tegenstelling van wat er in de diverse gebruiksaanwijzingen staat. Apparaten die op 380 volt worden aangesloten kunnen beschadigd raken. De spanning bij 380 volt installaties noemt men krachtstoom. Ook bij krachtstroom heeft men 220-240 volt, die meet men alleen tussen de fase en de nul. Waar het echter fout gaat, is dat de spanning tussen 2 fasen in Nederland 380 volt is, bij een aantal apparaten kunnen componenten doorbranden. In Nederland komt bij de meeste woningen maar één fase, één nul en één aarde draad binnen.

Deze inkomende leiding wordt door het energiebedrijf voor de meter afgezekerd met een hoog Ampèrage zekering en na de meter wordt deze onderverdeeld in meerdere groepen van 16 amp. Als men nu tussen de fase en de nul meet men nog steeds 220 volt, maar als je op de onderlinge groepen meet wordt er geen waarden aangegeven. Hier is geen spanningsverschil aanwezig. Een zekering van 16 ampère kan met een vermogen van 3520 Watt tot 3840 Watt belast worden. (afhankelijk van de spanning (220/240 Volt)). Dit houdt in dat als een apparaat een aansluitwaard van 6,60 KW heeft, er gezekerd moet worden met minimaal 2 zekeringen van ieder 16 Ampère. Deze zekeringen moeten geschakeld zijn, zodat ze altijd samen uit of samen aan gaan. De wandcontactdoos dient een Perilex aansluiting te zijn Apparaten die op een geschakelde zekering (ovengroep) worden aangesloten dienen een Perilexstekker te hebben.

In de volgende catalogi wordt bij ieder apparaat de benodigde spanning vermeld, dus altijd 220/240 Volt. Het toestel moet geïnstalleerd worden door een bevoegd technicus, en volgens de van kracht zijnde normen.

Het toestel kan geïnstalleerd worden tegen wanden die hoger zijn dan het werkblad, op een minimum afstand van 50 mm van de zijkant van het toestel, zoals wordt aangeduid in de tekeningen A en B betreffende de installatieklassen. Keukenkasten of afzuigkappen die zich boven het werkblad bevinden, moeten zich op een afstand van minstens 750 mm bevinden. A B Ingebouwd toestel Vrijstaand 77.

Aanwijzingen voor de installateur 78 2.1 Elektrische aansluiting Controleer of het voltage en de afmeting van de stroomtoevoerlijn overeenstemmen met de kenmerken die worden aangeduid op het plaatje in de bergruimte. Dit plaatje mag nooit worden verwijderd. De stekker en het stopcontact in de wand moeten van hetzelfde type zijn (in overeenstemming met de geldende normen). Controleer of de stroomvoorziening is uitgerust met een goede aarding. Vermijd het gebruik van reductiestukken, adapters of afleidingen. Wanneer een vaste aansluiting gebruikt wordt, moet op de toevoerlijn van het toestel een omnipolair onderbrekingsmechanisme aanwezig zijn met openingsafstand van de contacten van minstens 3 mm, op een positie die makkelijk bereikbaar is en die zich nabij het toestel bevindt.

Werking op 380-415V3N∼∼∼∼∼ of 220-240V3N∼∼∼∼∼: gebruik een vijfpolige kabel van het type H05RR-F (kabel van 5 x 1.5 mm2). Werking op 380-415V2N∼∼∼∼∼ of 220-240V2N∼∼∼∼∼: gebruik een vierpolige kabel van het type H05RR-F (kabel van 4 x 1.5 mm2). Werking op 220-240V∼∼∼∼∼: gebruik een driepolige kabel van het type H05RR-F (kabel van 3 x 2.5 mm2). Het uiteinde dat verbonden moet worden met het apparaat moet een (geel-groene) aardingsdraad hebben die minstens 20 mm langer is. De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor persoonlijke letsels of materiële schade als gevolg van het niet in acht nemen van die voorschriften of door het onklaar maken van eender welk deel van het toestel.

Aanwijzingen voor de installateur 2. 2 Ventilatie van de ruimten Het toestel mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de van kracht zijnde normen. In de ruimte waar het toestel geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeeltelijk, verstopt worden. 2. 3 Afvoer van verbrandingsproducten De afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel van een afzuigkap die verbonden is met een rookkanaal met een efficiënte trek of met een geforceerde afzuiging.

Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een bevoegde specialist, en moet uitgevoerd worden door de posities en de afstanden te respecteren die voorzien worden door de normen. Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven. 2. 4 Gasaansluiting De aansluiting met rubberen buis moet zo worden verricht dat de leidingen niet langer zijn dan 2 meter in volledige extensie; vergewis u ervan dat de leidingen niet in aanraking komen met bewegende delen en niet bekneld raken. De binnendiameter van de leiding moet 8 mm zijn voor VLOEIBAAR GAS, en 13 mm voor METHAANGAS. Controleer of aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: • of de leiding bevestigd is aan een slanghouder met veiligheidsklembandje; • of de leiding over de hele lengte (max.

50°C); • of hij niet blootstaat aan trekkrachten of spanningen, en geen scherpe bochten maakt of afgekneld wordt; • of hij niet in aanraking komt met snijdende voorwerpen of scherpe hoeken; • als de leiding niet perfect afgedicht is en gaslekkages in de omgeving veroorzaakt, probeer hem dan niet te repareren: vervang hem door een nieuwe slang; • controleer of de houdbaarheidsdatum van de slang niet overschreden is. 79.

Aanwijzingen voor de installateur 80 2.4.1 Aansluiting voor methaangas Verricht de aansluiting op het gasnet met een rubberen slang die voldoet aan de voorschriften van de geldende norm (controleer of de afkorting van de betreffende norm op de slang afgedrukt is). Schroef de slanghouder Azorgvuldig op het gasverbindingsstuk Bvan het apparaat en breng er de pakking C tussen aan. Steek de rubberen slang Dop de slanghouder A en zet hem vast met het klembandje E. 2.4.2 Aansluiting op vloeibaar gas Gebruik een drukregelaar en sluit de fles aan volgens de voorschriften van de normen. Vergewis u ervan dat de voedingsdruk in overeenstemming is met de waarden die vermeld worden in de tabel in paragraaf “3.4 Tabel met kenmerken van de branders en de straalpijpen”.

Schroef de kleine slanghouder Fop de grote slanghouder A; sluit het zo verkregen blok aan op het gasverbindingsstuk B (of gebruik de slanghouder Gdie rechtstreeks moet worden aangesloten op het gasverbindingsstuk B) en breng de pakking Certussen aan. Steek de uiteinden van de rubberen slang H op de slanghouder A F+ (of G) en op de uitlaataansluiting van de drukverminderaar op de gasfles. Bevestig het uiteinde van de slang Hop de slanghouders A F G I+ (of ) met het klembandje . 2.4.3 Aansluiting met flexibele stalen stang (voor alle types gas) Als het apparaat moet worden aangesloten tussen meubels, moet de aansluiting van het gas geschieden met een flexibele stalen slang met een continue wand, in overeenstemming met de geldende norm. Schroef het uiteinde van de flexibele slang Lmet de pakking C ertussen op de gasverbinding Bmet mannelijk schroefdraad ½” gas.

Aanwijzingen voor de installateur 3. AANPASSING AAN VERSCHILLENDE GASTYPES Voordat de volgende handelingen uitgevoerd worden, moet de stroomtoevoer naar het toestel uitgeschakeld worden. De kookplaat van het fornuis is getest op methaangas G20/G25 (2E+) bij een druk van 20 mbar. Als hij op andere gassoorten moet werken, moeten de sproeiers op de branders worden vervangen en moet tenslotte de minimum vlam op de gaskranen worden ingesteld. De sproeiers moeten worden vervangen volgens de beschrijving in de volgende paragraaf. 3.1 Vervanging van de straalpijpen van de kookplaat Bij deze ingreep hoeft de primaire lucht niet te worden geregeld. 1. Verwijder de roosters, alle deksels en de vlamverdelers; 2. Draai alle straalpijpen van de branders los met met een buissleutel van 7 mm; 3.

Aanwijzingen voor de installateur 4. AFSLUITENDE HANDELINGEN Na vervanging van de sproeiers moeten de vlamverdelerkransen, de kapjes van de branders en de roosters worden teruggeplaatst. Na de instelling met een andere soort gas dan bij de keuring dient het etiket in de opbergruimte voor het voedsel te worden vervangen door het etiket dat correspondeert met de nieuwe gassoort. Het etiket is verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde Erkende Assistentiecentrum. 4.1 Instelling van het minimum voor methaangas Ontsteek de brander en zet hem op de minimumstand . Trek de knop van het gaskraantje eraf en verdraai het schroefje in of naast de stang van het kraantje (afhankelijk van de modellen) tot u een minimale en regelmatig brandende vlam heeft.

Plaats de knop weer terug en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander (wanneer u de knop snel van de maximum- naar de minimumstand draait mag de vlam niet uitgaan). Herhaal deze handeling voor alle gaskraantjes. 4.2 Instelling van het minimum voor vloeibaar gas Voor het instellen van het minimum met vloeibaar gas moet de schroef rechts van het staafje van de kraan geheel met de klok meegedraaid worden. De diameters van de bypass worden vermeld in paragraaf “3.2 Tabel met kenmerken van de branders en de straalpijpen” voor elke brander afzonderlijk. Herstel na de regeling de verzegeling van de bypass met verf of een ander materiaal. 4.3 Plaatsing en nivellering van het toestel Nadat de gasaansluiting en de elektrische aansluiting werden uitgevoerd, moet het toestel genivelleerd worden met behulp van de vier regelbare pootjes. 83

Aanwijzingen voor de gebruiker 5. BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGEN 5.1 Het frontpaneel Alle controle- en bedieningsknoppen van het fornuis bevinden zich op het frontpaneel. Bij het eerste gebruik of na een stroomonderbreking moet voor een halve seconde op de centrale toets gedrukt worden om de oven te activeren voor de bereiding. BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN BRANDER LINKS ACHTER BRANDER RECHTS ACHTER BRANDER LINKS VOOR BRANDER RECHTS VOOR BRANDER MIDDEN VOOR BRANDER MIDDEN ACHTER THERMOSTAAT HOOFDOVEN THERMOSTAAT HULPOVEN FUNCTIES HOOFDOVEN FUNCTIES HULPOVEN BEDIENINGSKNOP BRANDERS VAN DE PLAAT Om de vlam te ontsteken, moet u de knop indrukken en de knop in tegenwijzerszin draaien op de waarde van de grote vlam . Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum ( ) en het minimum ( )gedraaid worden.

Aanwijzingen voor de gebruiker 86 THERMOSTAATKNOP (OVENS) De bereidingstemperatuur wordt gekozen door de kop met de klok mee op de gewenste temperatuur te draaien, tussen 50° en 250°C. Als het controlelampje gaat branden, wil dat zeggen dat de oven wordt opgewarmd. Als het lampje uitgaat wil dat zeggen dat de ingestelde temperatuur is bereikt. Als het lampje regelmatig knippert betekent dat, dat de temperatuur in de oven constant op het ingestelde niveau gehouden wordt. Hoofdoven Hulpoven FUNCTIEKEUZEKNOP (OVENS) Draai de knop om één van de volgende functies te kiezen: Hoofdoven Hulpoven HOOFDOVEN HULPOVEN GEEN FUNCTIE INGESTELD GEEN FUNCTIE INGESTELD VERWARMINGSELEMENT BOVEN EN ONDER VERWARMINGSELEMENT BOVEN EN ONDER VERWARMINGSELEMENT BOVEN EN ONDER + VENTILATIE BOVENSTE VERWARMINGSELEMENT GRILL-ELEMENT ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT GRILL-ELEMENT + VENTILATIE GRILL-ELEMENT OND.

Aanwijzingen voor de gebruiker 5.2 Analoge Elektronische Klok (enkel op sommige modellen) LIJST MET FUNCTIES TOETS KOOKWEKKER KNOP EINDE BEREIDING INSTELLING JUISTE TIJD EN RESET TOETS AFNAME WAARDE TOETS TOENAME WAARDE Het alarmsignaal dat op het einde van elke programmering zal afgaan, bestaat uit 10 geluidssignalen die 3 maal met intervals van ongeveer 1 minuut worden herhaald. Het kan echter op elk moment worden onderbroken, door een willekeurige toets in te drukken. 5.2.1 Instelling van het uur Bij het eerste gebruik van de oven, of na een stroomonderbreking, zal het display met regelmatige onderbrekingen knipperen. Wanneer u op de toets drukt, wordt het knipperen van het display beëindigd. Druk nogmaals 2 seconden op de toets ; nu kan de juiste tijd ingesteld worden.

Aanwijzingen voor de gebruiker 88 5.2.2 Kookwekker Deze functie zal de bereiding niet onderbreken, maar enkel het geluidssignaal activeren. - Wanneer u op de toets drukt, wordt het display verlicht zoals aangeduid wordt in afbeelding 1; - Druk binnen 5 seconden op de toetsen of om de timer van de kookwekker in te stellen. Bij elke druk zal 1 extern segment oplichten of uitgaan, overeenkomstig 1 minuut van bereiding (in afbeelding 2 wordt 1 uur en 10 minuten weergegeven). - 5 Seconden na de laatste druk op de toets zal het aftellen beginnen, en nadien zal het geluidssignaal afgaan. - Tijdens het aftellen kan de juiste tijd weergegeven worden door 1 maal op de toets te drukken, en wanneer u hem opnieuw indrukt wordt teruggekeerd naar het kookwekkerdisplay.

1 2 Na het aftellen moet u de oven manueel uitschakelen door de thermostaat en de keuzeschakelaar van de functies op positie 0 te draaien. Het is niet mogelijk om een langere tijdsduur dan 4 uren in te stellen.

Aanwijzingen voor de gebruiker 5.2.3 Programmering Duur van bereiding: wanneer op de tweede toets gedrukt wordt, kan de duur van de bereiding ingesteld worden. Vóór het instellen, moet u de thermostaat op de voor de bereiding gewenste temperatuur draaien en de keuzeschakelaar voor de functies in een willekeurige positie plaatsen. Om de duur van de bereiding in te stellen, moet u als volgt te werk gaan: - Druk op de toets ; de wijzer zal zich op positie 12 plaatsen en het symbool zal knipperen (Afb. 1). - Druk binnen 5 seconden op de toetsen of om de duur van de bereiding in te stellen: iedere keer u de toets indrukt, zal de duur van de bereiding met 1 minuut worden verlengd, en iedere 12 minuten zal een volledig nieuw intern segment oplichten (in figuur 2 ziet u een duur van 1 uur afgebeeld).

- Wanneer u eenmaal de gewenste duur heeft bereikt, zal de bereiding ongeveer 5 seconden na de laatste druk op de toetsen of starten. - Wanneer de bereiding eenmaal is begonnen, zal op het display de juiste tijd worden weergegeven met vaste segmenten en de resterende minuten met knipperende segmenten (ieder knipperend segment verwijst naar 12 overgebleven minuten). - Op het einde van de bereidingstijd zal de timer de verwarmingselementen van de oven uitschakelen, zal het geluidssignaal afgaan en zullen de cijfers op het scherm gaan knipperen. - Het is eveneens mogelijk om de duur op nul te stellen door het ingestelde programma te resetten: Druk 2 seconden op de centrale toets zodat de ingestelde duur wordt geannuleerd en de oven manueel kan uitgeschakeld worden. 1 2 Aandacht: u kan geen duur van de bereidingstijd instellen van meer dan 12 uur. 89

Aanwijzingen voor de gebruiker 90 Begin bereiding: naast de duur van de bereiding kunt u ook de starttijd van de bereiding instellen (met een maximaal uitstel van 12 uur tegenover de actuele tijd). Om het begintijdstip/eindtijdstip in te stellen, moet u als volgt handelen. Stel de duur van de bereidingstijd in zoals beschreven werd in de vorige paragraaf. - Binnen 5 seconden na de laatste druk op de toetsen of moet u nogmaals op de toets drukken om het uur van het einde van de bereiding te bepalen. Op het display zal het symbool knipperen en zal de juiste tijd worden weergegeven, en zullen de interne segmenten oplichten die het einde van de bereiding aangeven. Met de toetsen en moet u het tijdstip voor het einde van de bereiding instellen.

- 5 Seconden na de laatste druk op een toets zal het display de juiste tijd en het begin- en eindtijdstip van de bereiding aanduiden, die weergegeven worden door de verlichte interne segmenten. Zolang de juiste tijd niet overeenstemt met het begintijdstip van de bereiding zullen de segmenten op het display vast zijn; zodra de juiste tijd overeenstemt met het ingestelde begintijdstip zullen alle interne segmenten gaan knipperen en aangeven dat de oven met de bereiding is begonnen. - Op het einde van de bereidingstijd zal de timer de verwarmingselementen van de oven uitschakelen, zal het geluidssignaal afgaan en zullen de cijfers op het scherm gaan knipperen. - Om het hele ingestelde programma te resetten, moet u de centrale toets 2 seconden ingedrukt houden; wanneer de bereiding reeds is begonnen, zult u de oven manueel moeten uitschakelen.

- In de figuur hiernaast ziet u een voorbeeld van een programmering: de juiste tijd is 7:06, het begintijdstip is geprogrammeerd op 8 uur en het einde op 9 uur. - Om 8 uur zullen de interne segmenten tussen 8 en 9 gaan knipperen, en zal de urenwijzer stil blijven staan.

1 Aandacht: na de net beschreven programmering zal de oven echter pas met de bereiding beginnen wanneer de thermostaatknop en de functiekeuzeschakelaar op de gewenste temperatuur en functie geplaatst zijn. 5. 2. 4 " Beperkte helderheid display Om het energieverbruik in stand-by te beperken, kan door eventjes op de toets te drukken de helderheid van het display in de beperkte modaliteit ingesteld worden. Om de normale helderheid weer in te stellen, moet nogmaals op de toets gedrukt worden.

Aanwijzingen voor de gebruiker 6. GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT 6.1 Inschakeling van de branders van de kookplaat Voordat de branders van de kookplaat aangeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers in hun zitten met de bijbehorende deksels geplaatst zijn, door op te letten dat de gaten A van de vlamverdelers overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels. Het rooster B moet gebruikt worden om te "wokken" (chinese kookpan). Boven elke knop wordt de overeenkomstige brander aangeduid. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem in tegenwijzerszin te draaien op het symbool van de maximum vlam , tot de brander wordt aangeschakeld. Bij de modellen met klep moet na de aanschakeling de knop nog enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel warm wordt.

Het kan zijn dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel nog niet voldoende was verwarmd. Wacht enkele ogenblikken, en herhaal de handeling door de knop langer ingedrukt te houden. Bij de branders zonder thermokoppel is deze handeling niet nodig. Eens de brander aangeschakeld is, kan de vlam naar wens geregeld worden. Controleer altijd elk gebruik van de plaat of de bedieningsknoppen in de positie “ ” (uit) staan. Als de branders toevallig uitgaan, grijpt na ongeveer 20 seconden een veiligheidsmechanisme in dat de levering van het gas blokkeert, ook al staat de kraan open. 91

Aanwijzingen voor de gebruiker 92 6.2 Praktisch advies voor het gebruik van de branders van de kookplaat Voor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipiënten gebruikt worden met een platte bodem en met een deksel, en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt (raadpleeg de paragraaf “6.3 Diameter van de recipiënten”). Op het moment dat de vloeistof aan de kook raakt moet u de vlam zover verminderen dat hij niet overkookt. Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat blijven. Alle recipiënten moet een vlakke en regelmatige bodem hebben. Wanneer olies of vetten worden gebruikt, moet goed opgelet worden dat ze bij het heet worden niet gaan branden.

Wanneer de vlam toevallig uitgaat, moet de bedieningsknop gesloten worden en moet minstens 1 minuut gewacht worden voordat een nieuwe aanschakeling geprobeerd wordt. 6.3 Diameter van de recipiënten BRANDERS 1 Hulpbrander 2 Halfsnelle 3 Snel 4 Zeer snel 5 Zeer snel Ø min. en max. (in cm) 12-14 16-20 18-24 20-24 20-26

Aanwijzingen voor de gebruiker 7. GEBRUIK VAN DE OVENS 7. 1 Algemene waarschuwingen en advies Wanneer de oven voor het eerst wordt gebruikt, wordt aangeraden om op te warmen tot de maximum temperatuur (250°C), en dit lang genoeg zodat eventuele oliehoudende productieresten verbrand worden die aan het voedsel een onaangename geur zouden kunnen verlenen. Indien u de oven voor het eerst ontsteekt, of na een onderbreking van de stroomtoevoer, moet u de middelste programmeringstoets 1 / 2 seconde lang ingedrukt houden om de hoofdoven voor het koken gereed te maken. Bedek tijdens de bereiding de bodem van de oven niet met aluminiumfolie of dergelijk, en plaats hierop geen pannen of ovenschalen om beschadiging aan het email te vermijden. Bij gebruik van bakpapier moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.

Wanneer beide ovens gelijktijdig gebruikt worden, kan dit tot problemen leiden met de delicate bereidingen. Teneinde te voorkomen dat de eventuele damp binnen in de oven last veroorzaakt, de ovendeur in twee ogenblikken openen: de deur half open houden (ongeveer 5 cm. ) gedurende 4-5 seconden, en ze daarna volledig openen. Wanneer gerechten moeten gecontroleerd worden tijdens de bereiding, moet u de ovendeur zo weinig mogelijk openhouden om te vermijden dat de temperatuur in de oven zodanig zakt dat het slagen van de bereiding in gedrang komt. 5 cm 7. 2 Ovenverlichting Door de keuzeschakelaar van de functies op een willekeurig symbool te plaatsen, wordt de ovenlamp ingeschakeld. 7. 3 Koelventilatie Het toestel is uitgerust met een koelsysteem, dat onmiddellijk in werking wordt gesteld wanneer een bereidingsfunctie wordt geselecteerd. Dit geldt eveneens voor de ingestelde bereidingen.

Aanwijzingen voor de gebruiker 94 7.4 Bergruimte Onderaan het fornuis, onder de ovens, bevindt zich de bergruimte. Ze kan bereikt worden door aan de bovenkant van het deurtje te trekken. Bewaar er absoluut geen ontvlambare materialen zoals vodden, papier en dergelijk, maar eventueel enkel de metalen accessoires van het toestel. Open de bergruimte niet wanneer de oven aangeschakeld of warm is. De temperaturen in deze ruimte kunnen zeer hoog zijn.

Aanwijzingen voor de gebruiker 8. BESCHIKBARE ACCESSOIRES De oven beschikt over 4 geleiders voor het plaatsen van roosters en ovenschalen op verschillende hoogtes. Ovenrooster: voor het koken van voedsel in schalen, kleine taarten, braadstukken of voedsel dat licht moet worden geroosterd. Rooster voor ovenschaal: om bovenop een ovenschaal te zetten voor het bereiden van voedsel dat kan lekken. Ovenschaal: nuttig voor het opvangen van het vet dat van het voedsel op het rooster erboven druipt. Gebakschaal: voor taarten, pizza’s en ovengebak. Braadspit: handig voor het roosteren van kip, braadworstjes en al het voedsel dat gelijkmatig over het volledige oppervlak moet worden gebakken. Alleen voor de hulpoven. Spitframe: aan te brengen op de geleiders van de hulpoven voordat het spit gebruikt wordt.

Aanwijzingen voor de gebruiker 96 9. ADVIES VOOR DE BEREIDING Wij raden aan om bij het voorverwarmen de geventileerde stand te gebruiken en de temperatuur altijd 30/40°C hoger dan de kooktemperatuur in te stellen. Dit zal de kooktijden aanzienlijk verkorten, het energieverbruik verminderen en de kookresultaten verbeteren. De ovendeur moet tijdens de bereiding gesloten blijven 9.1 Traditionele bereidingen (hoofd- en hulpoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP MET KEUZE TUSSEN 50 - 250°C Dit klassieke kooksysteem, waarbij de hitte van boven en van onderen komt, is geschikt voor het bakken van voedsel op een enkel niveau. U moet de oven voorverwarmen tot de ingestelde temperatuur is bereikt. Plaats het gerecht pas in de oven nadat het controlelampje van de thermostaat is uitgegaan. Bijzonder vet vlees moet in de nog koude oven worden gezet.

Diepvriesvlees kunt u rechtstreeks, zonder vooraf ontdooien, in de oven zetten. Als enige voorzorgsmaatregel moet u ongeveer 20°C lagere temperaturen instellen en kooktijden van ongeveer een 1/4 langer ten opzichte van die voor vers vlees gebruiken. Gebruik recipiënten met een hoge rand om te voorkomen dat spatten de wanden van de oven bevuilen.

Aanwijzingen voor de gebruiker 9.2 Bereidingen met warme lucht (hoofdoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP MET KEUZE TUSSEN 50 - 250°C Dit systeem is geschikt voor bereidingen op verschillende vlakken, ook van verschillende voedseltypes (vis, vlees, enz.) zonder dat de smaak of geur wordt overgedragen. De circulatie van de lucht in de oven garandeert een gelijkmatige verspreiding van de hitte. Voorverwarming is niet nodig. Bereidingen op verschillende vlakken is mogelijk op voorwaarde dat de bereidingstijden van de gerechten overeenstemmen. 9.3 Grillen (hoofd- en hulpoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP OP MAXIMUM Geschikt voor het snel goudbruin braden van het voedsel. Wij raden aan om de ovenschaal in de bovenste stand te zetten. Bij korte kooktijden en kleine hoeveelheden moet u het rooster op de derde geleiderail van onderen plaatsen.

Bij langere kooktijden en grillschotels moet u het rooster lager zetten afhankelijk van de grootte van de stukken vlees. De ovendeur moet tijdens de bereiding gesloten blijven. Tijdens het grillen moet de ovendeur gesloten blijven. Grillen met de deur open kan blijvende schade toebrengen aan de oven, en kan de veiligheid in het gedrang brengen. 97

Aanwijzingen voor de gebruiker 98 9.4 Grillen met warme lucht (hoofdoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP MET KEUZE TUSSEN50° EN 200°C Maakt een gelijkmatige verspreiding mogelijk van de warmte die beter en dieper door kan dringen in het voedsel. Het voedsel zal van buiten licht goudbruin worden en van binnen mals blijven. Tijdens het koken moet de ovendeur gesloten blijven en mag de maximale duur van de verwarming niet langer zijn dan 60 minuten. Tijdens het grillen moet de ovendeur gesloten blijven. Grillen met de deur open kan blijvende schade toebrengen aan de oven, en kan de veiligheid in het gedrang brengen. 9.5 Delicate bereidingen (hulpoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP MET KEUZE TUSSEN 50 - 250°C Aangewezen voor gebak en taarten in bakvormen. Zeer goede resultaten worden ook behaald bij bereidingen die vooral warmte vanaf de bodem vereisen.

Aanwijzingen voor de gebruiker 9.6 Ontdooien (hoofdoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP OP STAND 0 Uitsluitend de verplaatsing van de lucht door de ventilator zal voor een snellere ontdooiing van het voedsel zorgen. De in de oven circulerende lucht is op omgevingstemperatuur. Het ontdooien op omgevingstemperatuur heeft als voordeel dat de smaak en het aanzien van het voedsel er niet door worden veranderd. 99

Aanwijzingen voor de gebruiker 100 9.7 Bereidingen met het draaispit (hulpoven) FUNCTIEKEUZEKNOP THERMOSTAATKNOP OP MAXIMUM Dit type bereiding is alleen voorzien voor de hulpoven. Het wordt geadviseerd hiervan gebruik te maken voor kleine stukken. Bereid het spit voor met het voedsel, door de schroeven A van de vorken vast te zetten. Zet het frame B in de derde geleider van beneden af. Verwijder de handgreep D en plaats de stang van het spit zo, dat de poelie E op de uitholling van het frame B blijft. Schuif het frame B helemaal naar binnen totdat de stang van het spit in de behuizing C komt, waarin hij wordt aangedreven door de motor van het spit achter in de oven. Plaats de schaal F op de onderste geleider en giet er een beetje water op om rookvorming te vermijden. De ovendeur moet tijdens de bereiding gesloten blijven.

Aanwijzingen voor de gebruiker 10. REINIGING EN ONDERHOUD 10.1 Reiniging van het roestvrij staal Vóór elke handeling moet de stroomtoevoer van het toestel uitgeschakeld worden. Voor een goed behoud van het roestvrij staal moet u het na ieder gebruik en nadat het is afgekoeld schoonmaken. 10.1.1 Gewone dagelijkse reiniging Gebruik voor het schoonmaken en conserveren van de roestvrij stalen oppervlakken altijd specifieke producten die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten. Gebruikswijze: giet het product op een vochtige doek en maak hiermee het oppervlak schoon, nauwkeurig afnemen en drogen met een zachte doek of een zeem van damhertenleer. 10.1.2 Voedselvlekken of -resten Het gebruik van metalen schuursponsjes en scherpe spatels moet worden vermeden om de oppervlakken niet te beschadigen.

Gebruik de normale, niet schurende producten voor staal en eventueel houten of plastic gerei. Goed afspoelen en afdrogen met een zachte doek of een zeem.Zorg ervoor dat in de oven geen suikerhoudende voedselresten opdrogen (bijv. jam). Wanneer die te lang uitdrogen zouden ze het email aan de binnenkant van de oven kunnen beschadigen. 10.2 Reiniging van de onderdelen van de kookplaat 10.2.1 De pandragers Verwijder de pandragers (eerst die in het midden, daarna die aan de zijkant). Was ze in lauw water met een niet schurend schoonmaakmiddel en zorg ervoor dat u alle aankoekingen verwijdert. Zet eerst die aan de zijkant en vervolgens die in het midden weer terug. 103

Aanwijzingen voor de gebruiker 104 10.2.2 De deksels, vlamverdelers en branders De deksels, vlamverdelers en branders kunnen voor het reinigen gemakkelijk worden verwijderd. Was alle onderdelen in warm water met een niet schurend schoonmaakmiddel en zorg ervoor dat u alle aankoekingen verwijdert en wacht tot ze volledig zullen zijn opgedroogd. Plaats de vlamverdelers terug en controleer of de vlamverdelers in hun zetels liggen met de bijbehorende deksels, waarbij u ervoor moet opletten dat de gaten A van de vlamverdelers overeenstemmen met de vonkontstekers en thermokoppels. 10.2.3 De vonkontstekers en de thermokoppels Voor een goede werking moeten de vonkontstekers en thermokoppels altijd goed schoon zijn. Controleer ze regelmatig en maak ze, indien noodzakelijk, schoon met een vochtige doek. Eventuele droge resten moeten worden verwijderd met een houten stokje of een naald.

10.3 Reiniging van de oven Voor een goed behoud van de oven moet u hem regelmatig en nadat hij is afgekoeld, schoonmaken. Verwijder alle losse onderdelen. In de hulpoven moet u de geleiderails aan de zijkant verwijderen door ze aan de voorkant op te heffen en vervolgens uit hun gat aan de achterkant te trekken. • GEBRUIK GEEN STOOMSTRAAL OM DE BINNENKANT VAN DE OVEN MEE TE REINIGEN • Maak de ovenroosters en de geleiders aan de zijkanten schoon met warm water en niet-schurende reinigingsmiddelen, neem hen af en maak hen droog.

Aanwijzingen voor de gebruiker Om de handelingen van de reiniging te vergemakkelijken, kan de opberglade onder de oven helemaal verwijderd worden. Trek hem er helemaal uit en til hem bij de voorkant naar boven (net als bij een gewone lade). 10.3.1 Zelfreinigende Panelen (hoofdoven) De hoofdoven is uitgerust met panelen met continu zelfreinigend email. Dergelijke panelen maken het schoonmaken van de oven veeleenvoudiger en u bent verzekerd van een langdurige goede werking. 10.3.2 Gebruik van de zelfreinigende panelen Om alle voedselresten en onprettige luchtjes uit de binnenkant van deoven te verwijderen wordt het aanbevolen om van tijd tot tijd het apparaat30 tot 60 minuten lang leeg te laten werken op een temperatuur vanminimaal 200°C.

Dit zal de zelfreinigende panelen in staat stellen om deaanwezige resten te verbranden die, als de oven is afgekoeld, met eenvochtige spons kunnen worden verwijderd. 10.3.3 Onderhoud van de zelfreinigende panelen Voor het schoonmaken van de zelfreinigende panelen raden wij hetgebruik van schuurmiddelen en gewone detergenten af. Beperk u tot eenvochtige doek om de bijzondere karakteristieken van het email dat depanelen bedekt niet aan te tasten. 105

Aanwijzingen voor de gebruiker 106 10.3.4 Demontage van de zelfreinigende panelen Verwijder alle accessoires uit de ovenruimte en ga als volgt te werk: 1. Verwijder de roosters aan de zijkant (fig. 1); 2. Trek de zijpanelen “F” en “G” eruit (fig. 2); 3. Verwijder het paneel aan de achterkant “A” na eerst de ring metschroefdraad “C” te hebben losgedraaid (fig. 2); 4. Plaats de panelen weer terug in de oorspronkelijke stand. 1) 2) 10.4 Ruit van de deur Het wordt geadviseerd deze altijd goed schoon de houden. Gebruik absorberend keukenpapier of was de ruit, in geval van hardnekkig vuil, met een vochtige spons en een gewoon reinigingsmiddel.

Aanwijzingen voor de gebruiker 11. BUITENGEWOON ONDERHOUD De ovens behoeven op gezette tijdens kleine onderhoudswerkzaamheden of vervanging van aan slijtage onderhevige onderdelen, zoals pakkingen, lampjes, enz.. Hier volgen de specifieke instructies voor deze types ingrepen. Vóór elke handeling moet de stroomtoevoer van het toestel uitgeschakeld worden. 11.1 Vervanging van de lampjes van de verlichting Het beschermingsdeksel A wegnemen. door het los te vijzen tegen de wijzers van de klok in, de lamp B vervangen met een andere van hetzelfde type. Het beschermingsdeksel A terugplaatsen. Uitsluitend lampen voor ovens gebruiken (T 300°C). 107

Aanwijzingen voor de gebruiker 108 11.2 Demontage van de deur Open de deur volledig en steek de (geleverde) pinnen in de gaten aan debinnenkant. Sluit de deur in een hoek van circa 45°, til hem op en trek hemuit zijn behuizing. Om hem weer terug te monteren moet u de scharnieren in de speciale gleuven laten vallen, de deur laten zakken en de pinnenweghalen. Wanneer de pinnen zijn zoekgeraakt kunt u ook tweeschroevendraaiers gebruiken. 11.3 Pakkingen ovendeuren De pakkingen kunnen worden verwijderd om de ovens accuraat schoon te maken. Alvorens de pakkingen te verwijderen moeten de ovendeuren worden gedemonteerd zoals eerder beschreven. Til, als de deuren verwijderd zijn, de lipjes op de hoeken op, zoals te zien is op de afbeelding. 11.4 Smering van de gaskranen Het kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken. Reinig ze intern, en vervang het smeervet.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg CS20NLA6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden