Skoda Superb (2011) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Skoda Superb (2011) (272 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Skoda Superb (2011) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Skoda |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Superb (2011) |
Handleiding Skoda Superb (2011) – volledige tekst
InleidingU heeft gekozen voor een ŠKODA Hartelijk dank voor uw vertrouwen.Met uw nieuwe ŠKODA krijgt u een wagen in uw bezit met de modernste techniek en talrijke uitrustingen,die u in het dagelijkse verkeer zeker zult willen gebruiken. Met het oog hierop adviseren wij u dan ook, ditinstructieboekje aandachtig door te lezen, zodat u uw auto snel en grondig leert kennen.Mocht u verdere vragen met betrekking tot uw auto of eventuele problemen hebben, verzoeken wij u con-tact op te nemen met een Škoda-dealer/vakgarage of de importeur. Daar zijn vragen, opmerkingen en kritiekaltijd welkom.Afwijkende nationale wettelijke bepalingen hebben voorrang op de in dit instructieboekje verstrekte infor-matie.Wij wensen u veel plezier met uw ŠKODA en te allen tijde een goede reis.ŠKODA AUTO a.s. (hierna ŠKODA) £
WagendocumentatieIn de wagendocumentatie van uw wagen vindt u naast dit "instructie-boekje Serviceplan Hulp onderweg" ook het " " en " ". Bovendien kunnenal naargelang het model en de uitvoering verschillende gebruiksaanwij-zingen en extra aanwijzingen aanwezig zijn (bijv. radio-instructieboek-je). Mocht een van de bovengenoemde documenten ontbreken, neem dandirect contact op met een geautoriseerde ŠKODA Servicepartner. Dezehelpt u graag verder. Let erop dat de informatie in de technische wagendocumentatie altijdvoorrang heeft op de in dit instructieboekje verstrekte informatie. InstructieboekjeIn dit instructieboekje worden altijd beschre-alle uitrustingsvariantenven, zonder dat deze als speciale uitvoering, modelvariant of marktaf-hankelijke uitrusting worden aangegeven.
Daarom hoeven in uw wagen die inniet alle uitrustingscomponentendit instructieboekje worden beschreven, aanwezig te zijn. De uitrustingsomvang van uw wagen wordt beschreven in de verkoop-documentatie die u bij de aanschaf van de wagen hebt ontvangen. Meerinformatie krijgt u bij uw ŠKODA-dealer. De kunnen in enkele onbelangrijke details afwijken vanafbeeldingenuw auto; de afbeeldingen moeten echter alleen maar worden gezien alsalgemene informatie. Naast de informatie met betrekking tot de bediening staan in het in-structieboekje ook belangrijke gebruiks- en onderhoudstips ten behoe-ve van uw veiligheid alsmede voor het behouden van de inruilwaardevan uw auto. Hier staan belangrijke tips en helpinformatie in. Bovendienkomt u te weten, hoe u , en met uwveilig economisch milieuvriendelijk wagen kunt rijden.
Maar ook de andere hoofdstukken van dit instructieboekje zijn belang-rijk, want een vakkundige behandeling van de auto draagt - naast re-gelmatig onderhoud - bij aan het behouden van een goede inruilwaardeen is bovendien in de meeste gevallen één van de voorwaarden voorhet recht op een garantieaanspraak. Het serviceplanbevat:●gegevens van de auto,●onderhoudsintervallen,●overzicht van de onderhoudswerkzaamheden,●bewijs van uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden,●bevestiging van de mobiliteitsgarantie (geldt alleen in sommige lan-den),●belangrijke aanwijzingen met betrekking tot de garantie. De bevestigingen van de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden zijneen van de voorwaarden voor een eventuele garantieaanspraak. Geef het Serviceplan daarom altijd af als u uw wagen naar een geautori-seerde ŠKODA Servicepartner brengt.
Airbagsysteem. 163Beschrijving van het airbagsysteem. 163Voorairbags. 164Knieairbag bestuurder. 166Zij-airbags. 167Hoofdairbags. 169Airbag uitschakelen. 171Veilig vervoer van kinderen. 173Wat u moet weten als u kinderen vervoert. 173Kinderzitje. 175Kinderzitje bevestigen met het "ISOFIX"-systeem. 178Bevestiging kinderzitje met het "Top Tether"-systeem. 179Aanwijzingen voor het rijden. 180Intelligente techniek. 180Algemene aanwijzingen. 180Elektronisch stabiliseringsprogramma (ESP). 180Remmen. 182Rembekrachtiger. 183Antiblokkeersysteem (ABS). 184Remassistent. 184Bergwegrijhulp. 185Elektromechanische stuurbekrachtiging. 185Bandenspanningscontrole. 185Roetfilter (dieselmotor). 186Rijden en milieu. 188De eerste 1. 500 kilometer - en daarna. 188Katalysator. 188Economisch en milieubewust rijden. 189Milieu-aspecten. 192Rijden in het buitenland. 193Voorkomen van schade aan de auto.
Structuur van dit instructieboekje (toelichtingen)Dit instructieboekje is systematisch opgebouwd om het vinden en opnemen vande benodigde informatie te vergemakkelijken. Hoofdstuk, inhoudsopgave en trefwoordenregisterDe tekst in dit instructieboekje is in relatief korte paragrafen ingedeeld, die inoverzichtelijke zijn samengevat. Het actuele hoofdstuk staat geac-hoofdstukkencentueerd vermeld aan onderzijde van de rechterpagina. De aan de hand van de hoofdstukken ingedeelde en het uitge-inhoudsopgavebreide achter in het instructieboekje helpen u de gewenstetrefwoordenregisterinformatie snel te vinden. HoofdstukkenDe meeste gelden voor alle auto's. alinea'sOmdat de uitvoeringsvarianten echter zeer veelvuldig kunnen zijn, is het niet tevoorkomen, dat ondanks de indeling in alinea's soms ook uitvoeringen worden ge-noemd waar uw auto niet mee is uitgerust.
Samenvatting en uitlegElke alinea is voorzien van een. kopEr volgt (in groot cursief schrift) waarover het in deze alineabeknopte informatiegaat. Na een afbeelding volgt een (in grotere letters) met de manier waarop u teuitlegwerk moet gaan. De uit te voeren beginnen met een koppelteken. handelingenRichtingaanwijzingenAlle richtingaanwijzingen zoals "links", "rechts", "voor", "achter" zijn gebaseerd opde rijrichting van de auto. Verklaring van symbolen Einde van een paragraaf. £ De paragraaf gaat op de volgende bladzijde verder. AanwijzingenAlle vier soorten aanwijzingen die in de tekst worden gebruikt, zijn altijd aan heteinde van de betreffende paragraaf aangegeven. ATTENTIEDe belangrijkste aanwijzingen worden aangeduid met de kop ATTENTIE. DezeATTENTIE-aanwijzingen attenderen op een ernstige kans op ongevallen ofletsel.
In de tekst staat vaak een dubbele pijl, gevolgd door een kleine drie-hoek met uitroepteken. Dit symbool wijst u op een ATTENTIE-aanwijzing aanhet einde van de paragraaf waarmee absoluut rekening moet worden gehou-den. VOORZICHTIGEen -aanwijzing attendeert op mogelijke defecten aan uw auto (bijv.
voorzichtigdefecte versnellingsbak), of attendeert op de kans op een ongeval. Milieu-aanwijzingEen -aanwijzing attendeert op de milieubescherming. Hier vindt u bijv. ad-milieuviezen voor een lager brandstofverbruik. Let opEe normale wijst u op belangrijke informatie bij het gebruik van uwAanwijzingwagen. 6Structuur van dit instructieboekje (toelichtingen).
Let op●Bij wagens die af fabriek met een radio of radio-navigatiesysteem zijn uitge-rust, is een apart instructieboekje voor de bediening van deze apparaten bijge-voegd.
Instrumenten en controlelampjesAlgemene aanwijzingenATTENTIE●Houd uw aandacht altijd bij het verkeer! Als bestuurder draagt u de volle-dige verantwoordelijkheid voor een veilig verkeersgedrag.●Alleen bij stilstaande wagen de knoppen in het instrumentenpaneel bedie-nen en nooit tijdens het rijden! Overzicht instrumentenpaneelAfbeelding 2 InstrumentenpaneelToerenteller pagina 11⇒ Snelheidsmeter ⇒ pagina 1112Toets voor weergavemodus:–Instellen van uren/minuten–Activeren/deactiveren van de tweede snelheid in mph resp. in km/h–Service-intervallen - Weergave van de resterende dagen en het aantal kilo-meters resp. mijlen tot de eerstvolgende Grote Onderhoud Service/Reset 1) £31) Geldt voor landen waarin de waarden in Britse maateenheden worden aangeduid.10 Instrumenten en controlelampjes
Koelvloeistoftemperatuurmeter pagina 11⇒ Display:–met kilometertotaalteller ⇒ pagina 12–met service-interval-indicatie pagina 12⇒ –met digitale klok pagina 13⇒ –met multifunctie-indicatie pagina 14⇒ –met informatiedisplay pagina 18⇒ Brandstofmeter pagina 11⇒ Toets voor:–Dagteller voor de afgelegde rijafstand terugzetten–Service-interval-indicatie resetten–Instellen van uren/minuten–Weergavemodus activeren/deactiveren ToerentellerHet rode bereik van de schaal van de toerenteller 1 ⇒ Afbeelding 2 geeft het be-reik aan waarin het motorregelapparaat begint het motortoerental te begrenzen. Het motorregelapparaat begrenst het motortoerental op een veilige grenswaarde. Vóór het bereiken van het rode bereik van de toerentellerschaal naar de eerstvol-gende versnelling opschakelen resp. keuzehendelstand D kiezen van de automati-sche versnellingsbak.
Hoge motortoerentallen vermijden tijdens de inrijperiode en voordat de motor opbedrijfstemperatuur is pagina 188. ⇒ Milieu-aanwijzingTijdig opschakelen bespaart brandstof, vermindert het motorgeluid, spaart het mi-lieu en heeft een positief effect op de levensduur en betrouwbaarheid van de mo-tor. SnelheidsmeterWaarschuwing bij snelheidsovertredingBij het overschrijden van de rijsnelheid van 120 km/h klinkt een akoestisch waar-schuwingssignaal. Als de snelheid weer terugloopt tot onder deze snelheidsgrens,wordt het akoestische waarschuwingssignaal uitgeschakeld. 4567KoelvloeistoftemperatuurmeterDe koelvloeistoftemperatuurmeter 4 ⇒ Afbeelding 2 werkt alleen maar bij inge-schakeld contact.
Bereik bedrijfswarme motorDe motor heeft zijn bedrijfstemperatuur bereikt als de wijzer in het middelste ge-deelte van de meterschaal staat. Bij sterke motorbelasting en hoge buitentempe-raturen kan de wijzer ook verder naar rechts lopen. Dit kan geen kwaad, zolanghet waarschuwingssymbool in het instrumentenpaneel niet knippert. Als het symbool in het instrumentenpaneel knippert, is de koelvloeistoftempe-ratuur peil te hoog of het koelvoeistof te laag. Let op de aanwijzingen pagina⇒ 27, Koelvloeistoftemperatuur/koelvloeistofpeil. ATTENTIENeem de waarschuwingsaanwijzingen in acht pagina ⇒ 206, Werkzaamhedenin de motorruimte voordat u de motorkap opent en het koelvloeistofpeil con-troleert. VOORZICHTIGVerstralers en andere aanbouwdelen voor de verseluchtinlaat verslechteren dekoelwerking van de koelvloeistof.
Bij hoge buitentemperaturen en zware motor-belasting is de kans aanwezig dat de motor oververhit raakt. BrandstofmeterDe brandstofmeter 6 ⇒ Afbeelding 2 werkt alleen maar bij ingeschakeld contact. De tankinhoud bedraagt ca. 60 liter. Wanneer de naald de reservemarkering be-reikt, gaat het waarschuwingssymbool in het instrumentenpaneel branden Erzit nog ca. 10,5 liter brandstof in de tank. Dit symbool herinnert eraan, dat u moettanken. £11Instrumenten en controlelampjesBediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-den Raadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.
Op het informatiedisplay verschijnt:Please refuel. (Tanken a. u. b. )Als waarschuwing klinkt bovendien een akoestisch signaal. VOORZICHTIGDe brandstoftank nooit volledig leegrijden. Een onregelmatige brandstoftoevoerkan tot een onregelmatig draaiende motor leiden. Er kan dan onverbrande brand-stof in het uitlaatsysteem terechtkomen en de katalysator beschadigen. Let opNa het voltanken kan het voorkomen dat bij een dynamische rit (bijvoorbeeld veelbochten, remmen, bergafwaarts en bergopwaarts rijden) de brandstofmeter ietsminder aangeeft. Als wordt gestopt of bij een minder dynamische rit wordt dejuiste brandstofhoeveelheid weer weergegeven. Dit effect is geen storing. KilometertotaaltellerDe indicatie van de afgelegde afstand vindt plaats in kilometers (km). In sommigelanden wordt de eenheid "mijlen" gebruikt. TerugstelknopAls de terugstelknop 7 pagina 10⇒ ca.
1 seconde ingedrukt wordt gehouden,wordt de dagteller op nul teruggezet. Kilometerdagteller (trip)De kilometerdagteller geeft de afstand weer die is afgelegd nadat de kilometer-teller voor de laatste keer op nul is teruggezet - en wel in stappen van 100 m,resp. 1/10 mijl. KilometertotaaltellerDe kilometertotaalteller geeft het aantal kilometers, resp. mijlen weer die de autoin totaal heeft afgelegd. StoringindicatieAls een storing in het instrumentenpaneel aanwezig is, wordt op het display con-tinu weergegeven. Laat de storing zo snel mogelijk door een Škoda-dealerErroropheffen. ATTENTIEOm veiligheidsredenen de dagteller nooit terugstellen tijdens het rijden. Let opAls bij wagens die met een informatiedisplay zijn uitgerust de weergave van detweede snelheid in mph resp. in km/h is geactiveerd, wordt deze rijsnelheid inplaats van de kilometertotaalteller weergegeven.
Service-interval-indicatieVóór het bereiken van de servicetermijn wordt na het inschakelen van het contacteen sleutelsymbool en het nog resterende aantal kilometers weergegeven⇒ Afbeelding 3. Tegelijkertijd verschijnt het resterende aantal dagen tot de vol-gende servicetermijn. Op het informatiedisplay verschijnt:Service in. km or. days. (Servicebeurt na. km of. dagen. )De kilometerindicatie of de dagindicatie loopt voor de servicebeurt in stappen van100 km of hele dagen terug. Als de vastgestelde servicetermijn is bereikt, verschijnt op het display gedurende20 seconden een knipperend sleutelsymbool en de tekst. ServiceOp het informatiedisplay verschijnt:Service now. (service nu. ) £12 Instrumenten en controlelampjes.
Indicatie over de nog af te leggen afstand en dagen tot aan de eerstvolgendeonderhoudsbeurtDe nog resterende afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn kan opelk moment met toets 3 worden opgeroepen ⇒ pagina 10. Op het display verschijnt gedurende 10 seconden een sleutelsymbool en eenweergave van het resterende aantal kilometers. Tegelijkertijd verschijnt het res-terende aantal dagen tot de volgende servicetermijn. Bij wagens met een informatiedisplay kan deze weergave in het menu Settings(Instellingen) pagina 20 worden opgeroepen. ⇒ Op het informatiedisplay wordt gedurende 10 seconden weergegeven:Service in. km or. days. (Servicebeurt na. km of. dagen. )Service-interval-indicatie resettenTerugzetten van de service-intervalindicatie is pas mogelijk als op het display inhet instrumentenpaneel een servicemelding of ten minste een waarschuwing ver-schijnt.
Wij adviseren het resetten door een Škoda-dealer te laten uitvoeren. De dealer:●zet na de betreffende Grote Onderhoud Service het geheugen van de indicatieterug,●noteert de onderhoudsbeurt in het serviceplan,●plakt de sticker, met de aantekening voor de volgende onderhoudsbeurt aande zijkant van het instrumentenpaneel aan de bestuurderszijde. De service-intervalindicaties kunnen ook met terugstelknop 7 pagina ⇒ 10 wor-den teruggezet. Bij wagens met een informatiedisplay kan deze weergave in het menu Settings(Instellingen) pagina 20 worden opgeroepen. ⇒ VOORZICHTIGWij adviseren de service-interval-indicatie niet zelf te resetten omdat dit kan lei-den tot een verkeerde instelling van de service-interval-indicatie, waardoor er sto-ringen in de auto kunnen optreden. Let op●Reset de indicatie nooit tussen de onderhoudsintervallen in omdat er andersverkeerde gegevens worden weergegeven.
●Als het instrumentenpaneel na een reparatie wordt vervangen, moeten in deteller voor de service-intervalindicatie de juiste waarden worden ingevoerd. Dezewerkzaamheden worden door een Škoda-dealer uitgevoerd. ●Na het terugzetten van de indicatie met variabele onderhoudsintervallen (QG1)worden de gegevens net als bij wagens met vaste onderhoudsintervallen (QG2)weergegeven. Om deze reden adviseren wij de service-intervalindicatie alleen telaten terugzetten door een geautoriseerde ŠKODA, die het terugzetten uitvoertmet behulp van een wagensysteemtester. ●Uitgebreide informatie met betrekking tot de onderhoudsintervallen - zie bro-chure Serviceplan. Digitale klokDe klok kan worden ingesteld met de toetsen 3 en 7 ⇒ Afbeelding 2. Met toets 3 selecteert u de weergave die u wilt wijzigen en met toets 7 voert ude wijziging uit.
Bij wagens die met een informatiedisplay zijn uitgerust, kan de klok worden inge-steld in het menu Time (Tijd) ⇒ pagina 20. ATTENTIEDe tijd mag om veiligheidsredenen niet tijdens het rijden, maar alleen bij stil-staande motor worden ingesteld. 13Instrumenten en controlelampjesBediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-den Raadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.
SchakeladviesAfbeelding 4 SchakeladviesOp het display in het instrumentenpaneel wordt informatie over de ingeschakeldeversnelling A weergegeven. ⇒ Afbeelding 4Om een zo laag mogelijk brandstofverbruik te bereiken, wordt op het display ad-vies gegeven voor het inschakelen van een andere versnelling. Als het regelapparaat herkent dat het gunstig is om van versnelling te verande-ren, wordt op het display een pijl B weergegeven. De pijl wijst omhoog of omlaag,afhankelijk van het advies om op of terug te schakelen. Tegelijkertijd wordt in plaats van de momenteel ingeschakelde versnelling A deaanbevolen versnelling getoond. Multifunctie-indicatie (boordcomputer)InleidingDe multi-functie-indicatie wordt, afhankelijk van de uitrusting van de auto, op hetdisplay of op het informatiedisplay weergegeven ⇒ Afbeelding 5 ⇒ pagina 18. De multi-functie-indicatie biedt een reeks nuttige informatie.
Buitentemperatuur pagina ⇒ 15Rijtijd pagina ⇒ 16Actueel brandstofverbruik pagina ⇒ 16Gemiddeld brandstofverbruik pagina ⇒ 16Actieradius pagina ⇒ 16Afgelegde afstand pagina ⇒ 16Gemiddelde snelheid pagina ⇒ 17Actuele snelheid pagina ⇒ 17Olietemperatuur pagina ⇒ 17Waarschuwing bij snelheidsovertreding pagina ⇒ 17Bij wagens die met een informatiedisplay zijn uitgerust, is het mogelijk de weer-gave van enkele gegevens uit te schakelen. VOORZICHTIGOm eventuele beschadigingen te voorkomen, bij contact met het display (bijvoor-beeld reinigen) de contactsleutel verwijderen. Let op●In bepaalde exportuitvoeringen worden de waarden in het Engelse stelselweergegeven. ●Als de weergave van de tweede snelheid in mph wordt geactiveerd, wordt deactuele snelheid in km/h op het display niet weergegeven.
GeheugenAfbeelding 5 Multi-functie-indicatieDe multi-functie-indicatie is uitgevoerd met twee automatisch werkende geheu-gens. In het midden van het displayveld wordt het geselecteerde geheugen weer-gegeven ⇒ Afbeelding 5.
Het omschakelen van het geheugen gebeurt met toets B ⇒ Afbeelding 6 op deruitenwisserhendel of met toets D op het multifunctiestuurwiel. ⇒ Afbeelding 6Ritgeheugen (geheugen 1)Het ritgeheugen verzamelt de rij-informatie vanaf het inschakelen tot aan het uit-schakelen van het contact. Als de rit na het uitschakelen van hetbinnen 2 uurcontact wordt voortgezet worden de er dan nog bijkomende waarden meegeno-men in de berekening van de actuele rij-informatie. Bij een onderbreking van de ritmet wordt het geheugen automatisch gewist. meer dan 2 uurReisgeheugen (geheugen 2)Een reisgeheugen verzamelt de rijgegevens van een willekeurig aantal ritten toteen totale rijtijd van 19 uur en 59 minuten of een afstand van 1. 999 km. 99 uuren 59 minuten rijtijd of een traject van 9. 999 km bij wagens met een informatie-display.
Als een van de genoemde waarden wordt overschreden, wordt het ge-heugen gewist en begint de berekening opnieuw. Het reisgeheugen wordt in tegenstelling tot het ritgeheugen niet na een onder-breking van meer dan 2 uur gewist. Let opAls de accuklemmen worden losgemaakt, worden alle waarden in de geheugens 1en gewist. 2Bediening met de toetsen op de ruitenwisserhendel en op hetmultifunctiestuurwielAfbeelding 6 Multi-functie-indicatie: Bedieningselementen op de ruitenwisserhendel / bedie-ningselementen op het multifunctiestuurwielTuimelschakelaar A en toets ⇒ Afbeelding 6 B bevinden zich op de ruitenwis-serhendel. Het omschakelen en terugzetten op het multifunctiestuurwiel vindtplaats met kartelwiel D ⇒ Afbeelding 6.
Geheugen kiezen–Door het kort aantippen van toets B op de ruitenwisserhendel of door kortaantippen van toets D op het multifunctiestuurwiel wordt het gewenste ge-heugen geselecteerd. Functies met behulp van de ruitenwisserhendel selecteren–Tuimelschakelaar A aan de boven- of onderzijde langer dan 0,5 seconden in-drukken. Daardoor worden na elkaar de afzonderlijke functies van de multi-functie-indicatie opgeroepen.
Functies met behulp van het multifunctiestuurwiel selecteren–Het menu van de multifunctie-indicatie wordt opgeroepen door op toets C tedrukken. –Het kartelwiel D naar boven of naar beneden draaien. Hiermee worden deverschillende functies van de multifunctie-indicatie na elkaar opgeroepen. Functie op nul zetten–Kies het gewenste geheugen. –Toets B of toets D langer dan 1 seconde indrukken. Met toets B op de ruitenwisserhendel of toets D op het multifunctiestuurwielworden de volgende waarden van het geselecteerde geheugen op nul gezet:●gemiddeld brandstofverbruik,●afgelegde afstand,●gemiddelde snelheid,●rijtijd. De multi-functie-indicatie kan alleen bij ingeschakeld contact worden bediend. Nahet inschakelen van het contact wordt de functie weergegeven die voor het uit-schakelen als laatste werd gekozen.
BuitentemperatuurDe buitentemperatuur wordt bij ingeschakeld contact op het display weergege-ven. £15Instrumenten en controlelampjesBediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-den Raadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.
Als de buitentemperatuur tot beneden +4 °C daalt, verschijnt een sneeuwvlok-symbool voor de temperatuurweergave (waarschuwingssignaal gladheid) en klinkter een waarschuwingssignaal. Na het indrukken van tuimelschakelaar A op deruitenwisserhendel resp. toets ⇒ Afbeelding 6 C op het multifunctiestuurwiel⇒ Afbeelding 6 wordt de functie getoond die het laatst werd weergegeven. ATTENTIEGa er niet alleen op basis van de buitentemperatuurindicatie vanuit dat ergeen sprake is van ijzel. Denk eraan dat ook bij buitentemperaturen van rond+4 °C er sprake kan zijn van ijzel - waarschuwing tegen ijzel. RijtijdOp het display verschijnt de rijtijd die is verstreken sinds het geheugen voor delaatste keer is gewist.
Als u de rijtijd vanaf een bepaald tijdstip wilt meten, moet uop dat tijdstip het geheugen wissen door toets B op de ruitenwisserhendel ⇒ Af-beelding 6 of het kartelwiel D op het multifunctiestuurwiel ⇒ Afbeelding 6 langerdan 1 seconde ingedrukt te houden. De maximale weergegeven waarde voor de beide geheugens bedraagt 19 uur en59 minuten. 99 uur en 59 minuten bij wagens met een informatiedisplay. Als dezewaarde wordt overschreden, start de weergave weer vanaf nul. Huidig verbruikOp het display wordt het huidige brandstofverbruik in l/100 km weergegeven. Metbehulp van deze weergegeven gegevens kunt u uw rijgedrag aanpassen aan hetgewenste verbruik. Bij een stilstaande of langzaam rijdende auto wordt het brandstofverbruik in l/hweergegeven. Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde elke 0,5 seconden geactualiseerd.
Gemiddeld brandstofverbruikOp het display verschijnt het gemiddelde brandstofverbruik in l/100 km sinds hetgeheugen voor de laatste keer is gewist ⇒ pagina 14. Met behulp van deze weer-gegeven gegevens kunt u uw rijgedrag aanpassen aan het gewenste verbruik.
Als u het gemiddelde brandstofverbruik vanaf een bepaald tijdstip wilt meten,moet u op dat tijdstip het geheugen wissen met toets Bop de ruitenwisserhen-del of kartelwiel ⇒ Afbeelding 6 D op het multifunctiestuurwiel ⇒ Afbeelding 6. Na het wissen verschijnen op het display gedurende de eerste 100 meter streep-jes. Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde elke 5 seconden geactualiseerd. Let opDe verbruikte hoeveelheid benzine wordt niet weergegeven. ActieradiusOp het display wordt de geschatte actieradius in kilometers weergegeven. Dezewaarde geeft aan welke afstand uw auto met de huidige brandstofvoorraad enmet dezelfde rijstijl nog kan afleggen. De weergave vindt plaats in sprongen van 10 km. Als het controlelampje voor debrandstofreserve gaat branden, verandert de weergave in stappen van 5 km.
Bij de berekening van de actieradius wordt het brandstofverbruik van de laatste50 km als basis genomen. Als u zuiniger rijdt, wordt de actieradius groter. Als het geheugen is gewist (na het losmaken van de accuklemmen), wordt voor deactieradius uitgegaan van een brandstofverbruik van 10 l/100 km; daarna vindteen aanpassing plaats overeenkomstig uw rijstijl. Afgelegde afstandOp het display verschijnt de afgelegde rijafstand sinds het geheugen voor de laat-ste keer pagina 14 is gewist. Als u de afgelegde afstand vanaf een bepaald tijd-⇒ stip wilt meten, moet u op dat tijdstip het geheugen wissen met toets B op deruitenwisserhendel of kartelwiel ⇒ Afbeelding 6 D op het multifunctiestuurwiel⇒ Afbeelding 6. De maximaal weer te geven waarde voor beide geheugens is 1. 999 km, resp. 9. 999 km bij wagens met informatiedisplay. Als deze waarde wordt overschreden,start de weergave weer vanaf nul.
Gemiddelde snelheidOp het display verschijnt de gemiddelde snelheid in km/h sinds het geheugenvoor de laatste keer is gewist ⇒ pagina 14. Als u de gemiddelde snelheid vanaf eenbepaald tijdstip wilt meten, moet u bij het begin van de meting het geheugen opnul zetten met toets B op de ruitenwisserhendel of kartelwiel ⇒ Afbeelding 6 Dop het multifunctiestuurwiel. ⇒ Afbeelding 6Na het wissen verschijnen op het display gedurende de eerste ca. 300 m streep-jes. Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde elke 5 seconden geactualiseerd. Actuele snelheidOp het display wordt de actuele snelheid aangegeven, die identiek is aan de weer-gave van de snelheidsmeter 2⇒ Afbeelding 2. OlietemperatuurAls de olietemperatuur lager is dan 50 °C of als in het systeem voor het controle-ren van de olietemperatuur een storing aanwezig is, worden in plaats van de olie-temperatuur drie streepjes aangegeven.
Waarschuwing bij snelheidsovertredingSnelheidslimiet bij stilstaande wagen instellen–Met toets A op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel⇒ Afbeelding 6D op het multifunctiestuurwiel het menupunt ⇒ Afbeelding 6 Waarschuwingbij snelheidsoverschrijding selecteren. –Met toets B op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel kunt u de mogelijkheid voor het instellen van de snelheidsli-miet activeren (waarde knippert). –Met toets A op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel de gewenste snelheidslimiet instellen, bijvoorbeeld 50 km/h. –Met toets B op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel de gewenste snelheidslimiet bevestigen of 5 seconden wach-ten, de instelling wordt automatisch opgeslagen (de waarde knippert nietmeer).
Snelheidslimiet bij rijdende wagen instellen–Met toets A op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel het menupunt se-Waarschuwing bij snelheidsoverschrijdinglecteren. –Rijd met de gewenste snelheid, bijv. 50 km/h. –Met toets B op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel kunt u de actuele snelheid als snelheidslimiet overnemen(waarde knippert). Als u de ingestelde snelheidslimiet wilt wijzigen, gebeurt dit in stappen van 5 km/h (bijvoorbeeld de overgenomen snelheid 47 km/h wordt verhoogd naar 50 km/hresp. verlaagd naar 45 km/h). –Met toets B op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel de gewenste snelheidslimiet bevestigen of 5 seconden wach-ten, de instelling wordt automatisch opgeslagen (de waarde knippert nietmeer).
Snelheidslimiet wijzigen of wissen–Met toets A op de ruitenwisserhendel of met het kartelwiel D op het multi-functiestuurwiel het menupunt se-Waarschuwing bij snelheidsoverschrijdinglecteren. –De snelheidslimiet kan worden gewist door op toets B op de ruitenwisser-hendel of het kartelwiel D op het multifunctiestuurwiel te drukken. –Meerdere malen op toets B op de ruitenwisserhendel of het kartelwiel D ophet multifunctiestuurwiel drukken en de mogelijkheid tot het wijzigen van desnelheidslimiet wordt geactiveerd. Als de ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden, klinkt een akoestisch waar-schuwingsignaal. Tegelijkertijd verschijnt op het display de melding Waarschu-wing bij snelheidsoverschrijding met de waarde van de ingestelde limiet. De ingestelde snelheidslimiet blijft ook na het uitschakelen van het contact opge-slagen. ATTENTIEHoud uw aandacht altijd bij het verkeer.
MAXI DOT-display (informatiedisplay)InleidingHet informatiedisplay informeert op comfortabele wijze over de actuele bedrijfs-toestand van de auto. Bovendien toont het informatiedisplay (afhankelijk van deuitvoering van de wagen) informatie van de radio, telefoon, multifunctie-indicatie,het radionavigatiesysteem, een op de MDI-ingang aangesloten apparaat en de au-tomatische versnellingsbak. Bij ingeschakeld contact en tijdens het rijden worden in de auto altijd bepaaldefuncties en statussen gecontroleerd. Functiestoringen of noodzakelijke reparaties of andere informatie wordt doormiddel van rode symbolen pagina 19⇒ en gele symbolen pagina 20 weerge-⇒ geven. Het verschijnen van sommige symbolen gaat gepaard met een akoestisch waar-schuwingssignaal. Bovendien verschijnen op het display informatie- en waarschuwingsmeldingen⇒ pagina 22.
Op het display kunnen (al naargelang de uitrusting) de volgende gegevens wor-den weergegeven:Hoofdmenu pagina 18⇒ Portier-, kofferklep-, achterklep- en motorkapwaar-schuwing⇒ pagina 19Service-interval-indicatie pagina 12⇒ Keuzehendelstand van de automatische versnellings-bak⇒ pagina 130VOORZICHTIGOm eventuele beschadigingen te voorkomen, bij contact met het display (bijvoor-beeld reinigen) de contactsleutel verwijderen. HoofdmenuAfbeelding 7 Informatiedisplay: Bedieningselementen op de ruitenwisserhendel / bedie-ningselementen op het multifunctiestuurwielBediening met de toetsen op de ruitenwisserhendel–Het wordt geactiveerd als tuimelschakelaar Main menu (Hoofdmenu) A ⇒ Af-beelding 7 langer dan 1 seconde wordt ingedrukt. –Met behulp van tuimelschakelaar A kunnen de afzonderlijke menu's wordengeselecteerd. Na het even aantippen van de schakelaar B wordt de gekozeninformatie weergegeven.
Bediening met de toetsen op het multifunctiestuurwiel–Het Main menu (Hoofdmenu) wordt geactiveerd als tuimelschakelaar C ⇒ Af-beelding 7 langer dan 1 seconde wordt ingedrukt.
–Door kort op toets C te drukken, komt u een niveau hoger. –Door aan het kartelwiel D te draaien, kunnen de afzonderlijke menu's wordengeselecteerd. Na het kort aantippen van kartelwiel D wordt het geselecteer-de menu aangegeven. U kunt (al naargelang de uitrusting van de auto) de volgende menu's kiezen:■MFD (MFA) pagina 14⇒ ■Audio (Audio)■Navigation (Navigatie)■Phone (Telefoon) ⇒ pagina 145■Aux. heating (Interieurvoorverwarming) pagina 109⇒ ■Vehicle status (Wagenstatus) pagina 19⇒ £18 Instrumenten en controlelampjes.
■Settings (Instellingen) ⇒ pagina 20Het menupunt wordt alleen weergegeven als de af fabriek inge-Audio (Audio)bouwde autoradio is ingeschakeld. Het menupunt wordt alleen weergegeven als het af fa-Navigation (Navigatie)briek ingebouwde radionavigatiesysteem is ingeschakeld. Het menupunt wordt alleen weergege-Aux. heating (Interieurvoorverwarming)ven als de wagen af fabriek met een interieurvoorverwarming is uitgerust. Let op●Als op het informatiedisplay waarschuwingsmeldingen worden weergegeven,moeten deze meldingen met toets B op de ruitenwisserhendel resp. met toetsD op het multifunctiestuurwiel worden bevestigd om het hoofdmenu op te roe-pen. ●Als het informatiedisplay niet wordt bediend, schakelt het menu steeds na10 seconden een niveau hoger in. ●De bediening van de af fabriek ingebouwde autoradio resp.
het radionavigatie-systeem wordt in een afzonderlijke instructieboekje beschreven, dat bij de wa-gendocumentatie is gevoegd. Portier-, kofferklep-, achterklep- en motorkapwaarschuwingDe waarschuwing voor portier, achterklep en motorkap verschijnt als ten minsteéén portier, de achterklep of de motorkap niet gesloten is. Het symbool geeft aanwelk portier resp. dat de achterklep of motorkap is. niet geslotenHet symbool dooft zodra de portieren, de kofferklep/achterklep en de motorkapgeheel zijn gesloten. Bij geopend portier, achterklep en motorkap en een snelheid van meer dan 6 km/hklinkt er een waarschuwingssignaal. Auto-Check-ControlToestand autoDe Auto-Check-Control controleert de staat van bepaalde functies en autocompo-nenten. De controle vindt bij ingeschakeld contact continu plaats, zowel bij stil-staande auto alsook tijdens het rijden.
Enkele functiestoringen, dringend noodzakelijke reparaties, onderhoudswerk-zaamheden of andere gegevens worden op het display in het instrumentenpaneelaangegeven. Deze indicaties zijn al naargelang de prioriteit ingedeeld in rode engele lichtsymbolen.
De rode symbolen geven een aan (prioriteit 1) terwijl de gele een gevaar waar-schuwing aangeven (prioriteit 2). Daarnaast verschijnen als aanvulling op de sym-bolen aanwijzingen voor de bestuurder pagina 22. ⇒ Als in het menu het punt wordt aangegeven, is tenVehicle status (Wagenstatus)minste een storingsmelding aanwezig. Na het selecteren van dit menu wordt deeerste van de storingmeldingen weergegeven. Als meerdere storingsmeldingenaanwezig zijn, verschijnt op het display onder de melding bijvoorbeeld. Dat be-1/3tekent dat de eerste van in totaal drie meldingen wordt aangegeven. Controleerde aangegeven storingmeldingen zo snel als mogelijk is. Zolang de functiestoringen niet zijn verholpen, worden de symbolen telkens weeraangegeven. Na de eerste melding worden de symbolen zonder aanwijzingenvoor de bestuurder weergegeven.
Als er een storing optreedt, klinkt naast de weergave van het symbool en de tekstook een waarschuwingssignaal:●Prioriteit 1 - drie waarschuwingstonen●Prioriteit 2 - één waarschuwingstoon Rode symbolenEen rood symbool geeft een gevaar aan. –Stoppen. –Zet de motor af. –Controleer de aangegeven functie. –Doe, in geval van nood een beroep op de vakkundige hulp van uw Škoda-dea-ler. Betekenis van de rode symbolen:Motoroliedruk te laag pagina 26⇒ Oververhitte koppelingen van de automati-sche versnellingsbak DSG ⇒ pagina 31 £19Instrumenten en controlelampjesBediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-den Raadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.
Als er een rood symbool verschijnt, weerklinken opeenvolgende waarschu-driewingstonen. Gele symbolenEen geel symbool geeft een waarschuwing aan. Controleer de betreffende functie zo snel mogelijk. Betekenis van de gele symbolen:Motoroliepeil controleren,motoroliesensor defect⇒ pagina26Remvoering versleten ⇒ pagina29Probleem met demotoroliedrukDe wagen direct door een specialist laten controle-ren. Samen met dit symbool wordt informatie overhet maximaal toelaatbare motortoerental weerge-geven. Als een geel symbool verschijnt, klinkt in sommige landen ook waarschu-eenwingstoon. Als er sprake is van meerdere functiestoringen met prioriteit 5, verschijnen dezesymbolen na elkaar en zijn ze steeds gedurende circa 2 seconden zichtbaar. InstellingU kunt met behulp van het informatiedisplay bepaalde instellingen zelf wijzigen.
De actuele instelling wordt op het informatiedisplay in het betreffende menu bo-ven onder de streep aangegeven. U kunt (al naargelang de uitrusting van de auto) de volgende menu's kiezen:■Language (Taal/Language)■Autom. blind (Auto rolgord. )■MFD Data (MFA-data)■Convenience (Comfort)■Lights & Vision (Licht & Zicht)■Time (Tijd)■Winter tires (Winterbanden)■Units (Eenheden)■Assistants (Hulpsyst. )■Alt. speed dis. (2e snelheid)■Service (Service )■Factory setting (Fabrieksinst. )■Back (Terug)Na het selecteren van het menupunt komt u een niveau hoger in hetBack (Terug)menu. TaalHiermee kunt u instellen in welke taal de waarschuwings- en informatietekstenmoeten worden weergegeven. Automatisch rolgordijn (Combi)Hier kunt u de functie automatisch oprollen van de bagageruimteafdekking bij hetopenen van de achterklep deactiveren/activeren.
ComfortHier kunt u de volgende functies inschakelen, uitschakelen of instellen:Rain closing(Regensluiting)In-/uitschakelen van de functie automatisch sluiten vande ruiten en het schuif-kanteldak bij regen bij een ver-grendelde wagena). Als het niet regent en de functie isingesteld, worden de ruiten inclusief het schuif-kantel-dak automatisch na ca. 12 uur gesloten. ATA confirm(Bev. alarm)In-/uitschakelen van de akoestische signalering van deactivering van het alarmsysteem. Central locking(Centrale vergr. )In-/uitschakelen van de functie enkel portier ontgren-delen en automatische sluiting, geldt ook voor het KES-SY-systeem. Window op. (Ruitbediening)Hier kunt u de comfortbediening voor alleen de ruit aanbestuurderszijde of voor alle ruiten instellen.
Mirror adjust. (spiegelverstelling)In-/uitschakelen van de functie gelijktijdige buitenspie-gelverstelling links en rechts. Factory setting(Fabrieksinst. ) Fabrieksinstelling voor comfort herstellen. a) Deze functie is alleen aanwezig bij wagens met regensensor. b) Deze functie is alleen aanwezig bij wagens met elektrische verstelbare bestuurdersstoel. Verlichting en zichtHier kunt u de volgende functies inschakelen, uitschakelen of instellen:Coming Home(Coming Home)In-/uitschakelen en instelling van de brandduur van defunctie Coming Home. Leaving Home(Leaving Home)In-/uitschakelen en instelling van de brandduur van defunctie Leaving Home. Footwell light(voetenruimteverlich-ting)In-/uitschakelen en instelling van de helderheid van devoetenruimteverlichting. Dayl. dri. light(Dagrijverl. ) In-/uitschakelen van de functie "DAY LIGHT". Rear wiper(A.
ruitwisser)In-/uitschakelen van de functie automatisch wissen vande achterruit. Lane ch. flash(Comf. knip. ) In-/uitschakelen van de functie comfortknipperen. Travel mode(Reismodus) In-/uitschakelen van de functie reismodus. Factory setting(Fabrieksinst. ) Fabrieksinstelling van de verlichting herstellen. TijdHier kunt u de tijd, het tijdsformaat (12- of 24-uursweergave) en de omschakelingzomer-/wintertijd instellen. VinterdäckHiermee kunt u instellen bij welke snelheid een waarschuwingstoon moet klinken. Deze functie kunt u bijvoorbeeld gebruiken bij winterbanden, waarbij de toege-stane maximumsnelheid lager is dan de maximumsnelheid van de wagen. Bij het overschrijden van de snelheid verschijnt er op het informatiedisplay:Winter tyres max. speed. km/h (Winterbanden maximaal. km/h)EenhedenHiermee kunt u de eenheden voor temperatuur, brandstofverbruik en afgelegdeafstand instellen.
OnderhoudHier kunt u het resterende aantal kilometers en dagen tot de volgende serviceter-mijn oproepen en de service-intervalindicatie terugzetten. Fabrieksinst. Na het selecteren van het menu wordt de fabrieksinstelling voor hetFabrieksinst. informatiedisplay weer ingesteld. Opbergvak achterin de middenconsoleAfbeelding 8 Middenconsole achter: Dis-playOp het display in de middenconsole achterin wordt bij ingeschakeld contact de tijden de buitentemperatuur weegegeven ⇒ Afbeelding 8. £1) Geldt voor landen waarin de waarden in Britse maateenheden worden aangeduid. 21Instrumenten en controlelampjesBediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-den Raadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.
● De motorruimte van de auto is een gevaarlijke omgeving. Bij werkzaamhe-den in de motorruimte, bijv. controleren en bijvullen van de bedrijfsvloeistof-fen, kunnen letsel, verbrandingen, ongevallen en brand ontstaan. Neem be-slist de waarschuwingsaanwijzingen in acht ⇒ pagina 206, Werkzaamheden inde motorruimte. Let op●De plaatsing van de controlelampjes is afhankelijk van het motortype. De afge-beelde symbolen in de hiernavolgende beschrijving kunt u terugvinden als contro-lelampje in het instrumentenpaneel. ●Storingen worden in het instrumentenpaneel als rode symbolen (prioriteit 1 -gevaar) of gele symbolen (prioriteit 2 - waarschuwing) aangegeven. Knipperlichten Afhankelijk van de stand van de knipperlichtschakelaar knippert het linker ofrechter controlelampje.
Als er een gloeilamp voor een knipperlicht uitvalt, knippert het controlelampje bij-na twee keer zo snel. Dit geldt niet bij het rijden met aanhangwagen. Bij ingeschakelde alarmlichten knipperen alle knipperlichten alsmede de beidecontrolelampjes. Zie voor nog meer aanwijzingen met betrekking tot de knipperlichtinstallatie⇒ pagina 62. 23Instrumenten en controlelampjesBediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-den Raadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.
Mistlampen Het controlelampje brandt bij ingeschakelde mistlampen pagina 59⇒. Groot licht Het controlelampje brandt bij ingeschakeld groot licht of bij ingeschakeld licht-signaal. Zie voor nog meer aanwijzingen met betrekking tot het grootlichtsysteem pagi-⇒ na 62. Dimlicht Het controlelampje brandt bij ingeschakeld dimlicht pagina ⇒ 55. Mistachterlicht Het controlelampje brandt bij ingeschakeld mistachterlicht pagina 60⇒. Snelheidsregelsysteem Het controlelampje brandt als het snelheidsregelsysteem actief is. Defecte lamp Het controlelampje brandt bij een defecte gloeilamp:● tot 2 seconden na het inschakelen van het contact,● bij het inschakelen van de defecte gloeilamp. Op het informatiedisplay aangeven tekst, bijvoorbeeld:Check front right dipped beam. (Dimlicht rechtsvoor controleren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Skoda Superb (2011) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Skoda
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto