Skoda Roomster (2014) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Skoda Roomster (2014) (225 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 71 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Skoda Roomster (2014) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Skoda |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Roomster (2014) |
Handleiding Skoda Roomster (2014) – volledige tekst
Het actuele hoofdstuk staat geaccentu-eerd vermeld aan onderzijde van de rechterpagina.De in hoofdstukken ingedeelde inhoudsopgave en de uitgebreide trefwoorden-lijst aan het einde van het instructieboekje helpen u de gewenste informatie snelte vinden.RichtingsinformatieAlle richtingsinformatie, zoals "links", "rechts", "voor", "achter", heeft betrekking opde rijrichting van de wagen.EenhedenDe waarden worden in metrische eenheden weergegeven.Verklaring van symbolenVerwijst binnen een hoofdstuk naar een paragraaf met belangrijke infor-matie en veiligheidsaanwijzingen.Markeert het einde van een paragraaf.Geeft aan dat de paragraaf op de volgende pagina wordt voortgezet.Geeft situaties aan waarin de wagen zo snel mogelijk tot stilstand dientte worden gebracht.® Geeft een geregistreerd handelsmerk aan.Geeft een weergave op het MAXI DOT-display aan.Geeft een weergave op het segmentdisplay aan.DisplayweergaveIn dit instructieboekje wordt voor de displayweergave de weergave op het seg-mentdisplay gebruikt, voor zover niet anders is aangegeven.AanwijzingenATTENTIEDe belangrijkste aanwijzingen zijn voorzien van de titel ATTENTIE.
Deze AT-TENTIE-aanwijzingen wijzen u op ernstig gevaar voor ongevallen of verwon-dingen.VOORZICHTIGEen Voorzichtig-aanwijzing wijst u op mogelijke schade aan uw wagen (bijvoor-beeld schade aan de versnellingsbak) of op algemene gevaren voor ongevallen.Milieu-aanwijzingEen Milieu-aanwijzing wijst u op het behoud van het milieu. Hier vindt u bijvoor-beeld adviezen voor een lager brandstofverbruik.Let opEen normale aanwijzing wijst u op belangrijke informatie bij het gebruik van uwwagen.
Documentatie van de aflevering van dewagen Afleveringsdatum/1e kentekenregisratiea) (VIN) Chassisnummer ŠKODA PartnerStempel en handtekening verkoper Ik bevestig dat ik de hier vermelde wagen in correcte staat in ontvangstheb genomen en vertrouwd ben gemaakt met het juiste gebruik ervan ende garantiebepalingen. Handtekening van de klant a) Afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt. ŠKODA garantieverlenging Stempel van de ŠKODA Partner Beperking van de ŠKODA garantieverlenginga) Jaar: of Km: Geldig vanaf: a) Afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt.
VoorwoordU heeft gekozen voor een ŠKODA Hartelijk dank voor uw vertrouwen.U heeft een wagen met de modernste techniek en talrijke uitrustingen aangeschaft. Dit instructieboekjedaarom aandachtig doorlezen omdat dit een voorwaarde vormt voor een juiste bediening van de wagen.Bij eventuele vragen kunt u contact opnemen met een ŠKODA Partner.Wij wensen u veel plezier met uw ŠKODA en te allen tijde een goede reis.ŠKODA AUTO a.s. (hierna ŠKODA resp. fabrikant)
Gebruikte begrippenIn de wagendocumentatie worden de volgende begrippen gebruikt voor de servi-ce aan uw wagen.›"Erkend reparateur" - Werkplaats die vakkundig servicewerkzaamheden aanwagens van het merk ŠKODA uitvoert Een erkend reparateur kan zowel eenŠKODA Partner, een ŠKODA Servicepartner als ook een onafhankelijke werk-plaats zijn.›"ŠKODA Servicepartner" - Werkplaats die contractueel door de fabrikant ŠKODAAUTO a.s. of de importeur is geautoriseerd servicewerkzaamheden aan wagensvan het merk ŠKODA uit te voeren en ŠKODA originele onderdelen te verkopen.›"ŠKODA Partner" - Onderneming die door de fabrikant ŠKODA AUTO a.s.
of deimporteur is geautoriseerd om nieuwe wagens van het merk ŠKODA te verko-pen en, indien van toepassing, servicewerkzaamheden hieraan uit te voerenmet gebruik van ŠKODA originele onderdelen en ŠKODA originele onderdelen teverkopen.InstructieboekjeDit instructieboekje geldt voor alle carrosserievarianten van de wagen en voor al-le bijbehorende modelvarianten.In dit instructieboekje worden altijd alle uitrustingsvarianten beschreven, zonderdat deze als meeruitvoering, modelvariant of marktafhankelijke uitrusting wordenaangegeven.Daarom hoeven in uw wagen niet alle uitrustingscomponenten die in dit instruc-tieboekje worden beschreven, aanwezig te zijn.De uitrustingsomvang van uw wagen heeft betrekking op het koopcontract vanuw wagen.
InhoudsopgaveProductaansprakelijkheid en ŠKODA garantievoor nieuwe wagens 5Mobiliteitsgarantie en ŠKODAgarantieverlenging 6Gebruikte afkortingenBedieningBestuurdersruimte 9Overzicht 8Instrumenten en controlelampjes 10Instrumentenpaneel 10Multifunctie-indicatie 13Service-intervalindicatie 16MAXI DOT-display 18Controlelampjes 20Openen en sluiten 28Ontgrendelen en vergrendelen 28Centrale vergrendeling 31Afstandsbediening 34Alarmsysteem 36Achterklep 37Elektrische ruitbediening 38Licht en zicht 41Licht 41Binnenverlichtingen 46Zicht 47Ruitenwissers en -sproeiers 48Achteruitkijkspiegels 51Zitten en opbergen 53Voorstoelen 53Zitplaatsen achterin 55Hoofdsteunen 58Bagageruimte 59Variabele bagageruimtevloer 63Fietsdrager in de bagageruimte 65Dakdragersysteem 67Praktische uitrusting 68Opbergvakken 71Praktik 76Verwarming en airconditioning 79Verwarming, ventilatie, koeling 79Verwarming 80Airconditioning (handbediendeairconditioning) 82Climatronic (automatische airconditioning) 85Communicatie en multimedia 88Universele telefoonvoorbereiding GSM II 88Spraakbediening 93Multimedia 95RijdenWegrijden en rijden 97Stuurinrichting 97Motor starten en afzetten 98Remmen 100Handmatig schakelen en pedalen 101Automatische versnellingsbak 102Inrijden 106Economisch en milieubewust rijden 107Schade aan de wagen voorkomen 110Rijden in het buitenland 111Hulpsystemen 113Remhulpsystemen 113Parkeerhulp 115Snelheidsregelsysteem 116Start-stopsysteem 118Aanhangwagengebruik 121Trekhaak 121Aanhangwagen 124VeiligheidPassieve veiligheid 127Algemene aanwijzingen 127Juiste zithouding 128Veiligheidsgordels 131Veiligheidsgordels gebruiken 131Gordeloprolautomaten en gordelspanners 135Airbagsysteem 136Beschrijving van het airbagsysteem 136Airbagoverzicht 137Airbags buiten werking stellen 140Veilig vervoer van kinderen 143Kinderzitje 143Bevestigingssystemen 146Raadgevingen voor het gebruikVerzorging van de wagen 148Service-intervallen 148Servicewerkzaamheden, aanpassingen entechnische wijzigingen 150Wagen wassen 153Exterieur verzorgen 154Interieur verzorgen 158Controleren en bijvullen 161Brandstof 161Motorruimte 163Motorolie 167Koelvloeistof 1693Inhoudsopgave.
Onder doorroesten wordt binnen de ŠKODA garantieuitsluitend het doorroesten van carrosseriedelen van binnenuit verstaan. Het garantiebegin is het moment waarop de ŠKODA Partner de wagen aan deeerste eigenaar overhandigd of de datum van de 1e kentekenregistratie. Beslis-send is hierbij hetgeen het eerst plaatsvindt. Dit wordt door de ŠKODA Partner inhet Serviceplan gedocumenteerd. De reparatie van defecten kan plaatsvinden door vervanging of reparatie van hetdefecte onderdeel. Vervangen onderdelen worden eigendom van de ŠKODA Ser-vicepartner. Verdere aanspraken kunnen niet aan de ŠKODA garantie worden ontleend. In hetbijzonder kan geen aanspraak worden gemaakt op de levering van een vervan-gend product, op ontbinding van de koopovereenkomst, op een vervangende wa-gen gedurende de duur van de reparatie of op een schadevergoeding.
Indien uw ŠKODA bij een ŠKODA Partner in een land van de Europese Economi-sche Ruimte (dus de landen van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liech-tenstein) of Zwitserland is gekocht, kan in elk van deze landen bij een ŠKODA Ser-vicepartner aanspraak worden gemaakt op de ŠKODA garantie. Indien uw ŠKODA bij een ŠKODA Partner in een land buiten de Europese Economi-sche Ruimte en Zwitserland is gekocht, kan ook bij een ŠKODA Servicepartnerbuiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland aanspraak worden ge-maakt op de ŠKODA garantie. Het tijdig en vakkundig uitvoeren van alle voorgeschreven servicewerkzaamhe-den vormt een voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op de ŠKODA garan-tie.
In geval van aanspraken op de ŠKODA garantie dient te kunnen worden aan-getoond dat alle voorgeschreven servicewerkzaamheden tijdig en vakkundig vol-gens de voorschriften van de fabrikant zijn uitgevoerd. In geval van niet of nietconform de voorschriften van de fabrikant uitgevoerde servicewerkzaamhedenblijven evenwel garantie-aanspraken bestaan indien u kunt aantonen dat het de-fect niet is ontstaan door het niet of niet conform de voorschriften van de fabri-kant uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Natuurlijke slijtage van uw wagen valt niet onder de ŠKODA garantie. Onder deŠKODA garantie vallen ook geen defecten aan naderhand gemonteerde onderde-len evenals defecten aan de wagen die hierdoor zijn veroorzaakt. Hetzelfde geldtvoor accessoires die niet af fabriek zijn ingebouwd en/of zijn geleverd.
Eveneens bestaan geen garantie-aanspraken indien het defect door een van devolgende oorzaken is ontstaan:›Ongeoorloofd gebruik, ondeskundige behandeling (bijvoorbeeld bij autosporte-venementen of overbelading), ondeskundige verzorging of ongeoorloofde ver-anderingen aan de wagen. ›Het niet opvolgen van de voorschriften in het Serviceplan en het instructie-boekje resp. in andere af fabriek geleverde handleidingen.
›Invloeden van buitenaf (bijvoorbeeld een ongeval, hagel, overstroming enz. ). ›Aan de wagen zijn onderdelen gemonteerd waarvan het gebruik door ŠKODAAUTO a. s. niet is vrijgegeven of waardoor de wagen op een door ŠKODA AUTOa. s. niet toegestane wijze is veranderd (bijvoorbeeld tuning). ›Een niet tijdig bij een erkend reparateur gemeld defect of een defect dat nietvakkundig is verholpen. De bewijsvoering van het ontbrekende oorzakelijk verband ligt bij de klant. Door de ŠKODA garantie worden de wettelijke rechten van de koper aangaandede aansprakelijkheid van de verkoper voor gebreken en mogelijke aanspraken uitde productaansprakelijkheidswetgeving niet beperkt. 5Productaansprakelijkheid en ŠKODA garantie voor nieuwe wagens.
Indien voor uw wa-gen geen mobiliteitsgarantie geldt, informeert u dan bij een ŠKODA Servicepart-ner naar de mogelijkheden.Let opDeze mobiliteitsgarantie geldt alleen voor sommige landen.Optionele ŠKODA garantieverlengingIndien u bij aanschaf van de nieuwe wagen een ŠKODA garantieverlenging heeftaangeschaft, wordt hiermee de 2-jarige ŠKODA garantie op defecten van uwŠKODA verlengd tot de door u gekozen duur resp. tot het bereiken van het geko-zen kilometrage.De beschreven lakgarantie en de garantie tegen doorroesten blijven door de ga-rantieverlenging ongewijzigd.De gedetailleerde voorwaarden staan vermeld in de voorwaarden voor de garan-tieverlenging die uw ŠKODA Partner u bij aanschaf van uw wagen heeft overhan-digd.Let opDe mobiliteitsgarantie en de optionele ŠKODA garantieverlenging gelden alleenvoor sommige landen. 6Mobiliteitsgarantie en ŠKODA garantieverlenging
Gebruikte afkortingenAfkorting Betekenis1/min Omwentelingen per minuut van de motorABS AntiblokkeersysteemAG Automatische versnellingsbakASR TractiecontroleCO2 in g/km Uitgestoten hoeveelheid koolstofdioxide in gram per geredenkilometerDPF RoetfilterDSG Automatische versnellingsbak met 2-voudige koppelingECE Europese Economische CommissieESC StabiliteitscontroleEU Europese UniekW Kilowatt, eenheid voor het motorvermogenMG SchakelbakMFD Multifunctie-indicatieN1 een uitsluitend of voornamelijk voor het transport van goede-ren ontworpen bestelwagenNm Newtonmeter, eenheid voor het motorkoppelTDI CR Dieselmotor met uitlaatgasturbo en common rail inspuitsys-teemTSI Benzinemotor met uitlaatgasturbo en directe inspuiting 7Gebruikte afkortingen
BedieningBestuurdersruimteOverzichtSlotgreep 30Elektrische ruitbediening 38Elektrische buitenspiegelverstelling 51Luchtroosters 79Parkeertickethouder 71Bedieningshendel:›Knipperlichten, grootlicht en parkeerlicht, grootlichtsignaal 43›Snelheidsregelsysteem 116Stuurwiel:›Met claxon›Met bestuurdersvoorairbag 138›Met bedieningstoetsen voor radio, navigatiesysteem en tele-foon 88Instrumentenpaneel: instrumenten en controlelampjes 10Bedieningshendel:›Ruitenwisser- en sproeierinstallatie 49›Multifunctie-indicatie 13›MAXI DOT-display 18Toets voor achterruitverwarming 47ASR-schakelaar 114Luchtroosters in het middelste deel van het dashboard 79Toets voor alarmlichten 45Controlelampje voor buiten werking gestelde bijrijdersvoorairbag 141Afhankelijk van de uitrusting:›Bediening voor verwarming 80›Bediening voor airconditioning 82›Bediening voor Climatronic 85Opbergvakken aan bijrijderszijde 71Bijrijdersvoorairbag 138Luchtroosters 79123456789101112131415161718Sleutelschakelaar voor bijrijdersvoorairbag 141Slotgreep 30Schakelaar afhankelijk van de uitrusting:›Ontgrendeling van de achterklep 37›Interieurbewaking 36Lichtschakelaar en lichtbundelhoogteverstelling 41, 42Zekeringenhouder in het dashboard 198Ontgrendelingshendel van motorkap 165Hendel voor stuurwielverstelling 97Contactslot 99Pedalen 102Afhankelijk van de uitrusting:›Versnellingshendel (schakelbak) 102›Keuzehendel (automatische versnellingsbak) 103Regelaar voor stoelverwarming linksvoor 54Toets voor de centrale vergrendeling 34Handrem 101Regelaar voor stoelverwarming rechtsvoor 54Afhankelijk van de uitrusting:›Asbak 69›Opbergvak 73Afhankelijk van de uitrusting:›Radio›NavigatiesysteemMDI 96Let opBij wagens met rechts stuur zijn de bedieningselementen gedeeltelijk anders ge-rangschikt dan weergegeven op » Afbeelding 1.
Instrumenten en controlelampjesInstrumentenpaneelInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Overzicht 10Toerenteller 11Snelheidsmeter 11Koelvloeistoftemperatuurmeter 11Brandstofmeter 12Kilometerteller 12Digitale klok 12Weergave van de tweede snelheid 12Schakeladvies 13StoringsindicatieAls een storing in het instrumentenpaneel aanwezig is, wordt op het display demelding Error weergegeven. De storing zo snel mogelijk door een erkend repara-teur laten verhelpen.ATTENTIE■Houd uw aandacht altijd bij het verkeer! Als bestuurder draagt u de volledi-ge verantwoordelijkheid voor een veilig verkeersgedrag.■Alleen bij stilstaande wagen de bedieningselementen in het instrumenten-paneel bedienen en nooit tijdens het rijden!
mijlen tot de eerstvolgende Grote Onderhoud Servi-ce3) » pagina 16 123451) Geldt voor wagens met het MAXI DOT-display.2) Geldt voor wagens met het segmentdisplay.3) Geldt voor types waarbij de waarden in Britse maateenheden worden aangeduid.10 Bediening
Knop voor:›Dagteller terugzetten » pagina 12›Uren/minuten instellen›De met toets 5 gekozen modus activeren/deactiverenBrandstofmeter 1) » pagina 12 ToerentellerLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. Het rode bereik van de schaal van de toerenteller 1 » Afbeelding 2 op pagina 10geeft het bereik aan waarin het motorregelapparaat begint het motortoerental tebegrenzen. Het motorregelapparaat begrenst het motortoerental op een veiligegrenswaarde. Vóór het bereiken van het rode bereik van de toerentellerschaal naar de eerstvol-gende versnelling opschakelen resp. keuzehendelstand D kiezen van de automa-tische versnellingsbak. Voor het aanhouden van het optimale motortoerental op het schakeladvies let-ten » pagina 13. Milieu-aanwijzingTijdig opschakelen heeft de volgende voordelen.
■Het helpt bij het verlagen van het brandstofverbruik. ■Het vermindert de bedrijfsgeluiden. ■Het bespaart het milieu. ■Het komt de levensduur en betrouwbaarheid van de motor ten goede. 67SnelheidsmeterLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. SnelheidswaarschuwingBij het overschrijden van een snelheid van 120 km/h klinkt er een signaaltoon2). Als weer langzamer dan 120 km/h wordt gereden, verdwijnt de signaaltoon. KoelvloeistoftemperatuurmeterLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. De koelvloeistoftemperatuurmeter 4 » Afbeelding 2 op pagina 10 werkt alleenbij ingeschakeld contact. Bij wagens met segmentdisplay wordt de koelvloeistoftemperatuur alleen weer-gegeven door het branden resp. doven van een controlelampje » pagina 22, Koelvloeistof.
Zo wordt mogelijke schade aan de motor voorko-men. Bereik bedrijfswarme motorDe motor heeft zijn bedrijfstemperatuur bereikt als de naald in het middelste ge-deelte van de schaal staat. Bij zware motorbelasting of hoge buitentemperaturenkan de naald ook verder naar rechts lopen. Bereik te hoge temperatuurAls de naald het rode gedeelte van de schaal bereikt, is de koelvloeistoftempera-tuur te hoog. Meer informatie » pagina 22. VOORZICHTIGVerstralers en andere aanbouwdelen voor de luchttoevoer verslechteren de koel-werking van de koelvloeistof. 1) Geldt voor wagens met het MAXI DOT-display. 2) Deze functie geldt alleen voor sommige landen. 11Instrumenten en controlelampjes.
BrandstofmeterLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. De brandstofmeter 7 » Afbeelding 2 op pagina 10 werkt alleen bij ingeschakeldcontact. Bij wagens met segmentdisplay wordt de brandstofmeter op dit display weerge-geven. De tankinhoud bedraagt circa 45 liter. Wanneer de naald de reservemarkering be-reikt, gaat het controlelampje » pagina 26 branden. VOORZICHTIGDe brandstoftank nooit helemaal leegrijden. Door de onregelmatige brandstof-toevoer kan de verbranding overslaan. Dit kan leiden tot zware schade aan moto-ronderdelen en het uitlaatsysteem. KilometertellerLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. De weergave van de afgelegde afstand vindt plaats in km. In sommige landenwordt de eenheid "mijlen" gebruikt.
Dagteller (trip)De dagteller geeft de afstand aan die is afgelegd sinds de teller voor het laatst isteruggezet - in stappen van 100 m resp. 1/10 mijlen. Dagteller terugzettenDe teller kan worden teruggezet door toets 6 » Afbeelding 2 op pagina 10 langin te drukken. KilometertotaaltellerDe kilometertotaalteller geeft het aantal kilometers, resp. mijlen weer die de wa-gen in totaal heeft afgelegd. Let opIndien bij wagens met segmentdisplay de weergave van de tweede snelheid isgeactiveerd, dan wordt deze snelheid weergegeven in plaats van de kilometerto-taalteller. Digitale klokLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. De klok kan worden ingesteld met de toetsen 5 en 6 » Afbeelding 2 op pagina10. Met de toets 5 de te wijzigen weergave selecteren en met de toets 6 de wijzi-ging uitvoeren.
Bij wagens met MAXI DOT-display kan de klok ook in het menupunt Tijd wordeningesteld » pagina 18. Weergave van de tweede snelheidLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op.
Op het display kan de actuele snelheid in mph1) worden weergegeven. Deze functie is alleen bedoeld voor het rijden in landen met andere snelheidseen-heden. MAXI DOT-displayDe weergave van de tweede snelheid wordt in het menupunt Instellingen inge-steld » pagina 18, Instellingen. Segmentdisplay›Herhaaldelijk op toets 5 » Afbeelding 2 op pagina 10 drukken, tot de weergavevan de kilometertotaalteller knippert » pagina 12. ›Zolang de weergave knippert, de toets 6 indrukken. De tweede snelheid wordt weergegeven in plaats van de kilometertotaalteller. 1) Bij types met een snelheidsweergave in mph wordt de tweede snelheid in km/h weergegeven. 12 Bediening.
De weergave van de tweede snelheid kan op dezelfde wijze worden gedeacti-veerd. SchakeladviesAfbeelding 3SchakeladviesLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 10 en volg deze op. Op het display in het instrumentenpaneel wordt de ingeschakelde versnelling Aweergegeven » Afbeelding 3. Om een zo laag mogelijk brandstofverbruik te bereiken, wordt op het display ad-vies gegeven voor het inschakelen van een andere versnelling. Als het regelapparaat herkent dat het gunstig is om van versnelling te verande-ren, wordt op het display een pijl B weergegeven. De pijl wijst omhoog of om-laag, afhankelijk van het advies om op of terug te schakelen. Bij wagens met schakelbak wordt tegelijkertijd bij A in plaats van de ingescha-kelde versnelling de aanbevolen versnelling weergegeven.
VOORZICHTIGDe bestuurder is verantwoordelijk voor het kiezen van de juiste versnelling in ver-schillende rijsituaties, bijvoorbeeld bij het inhalen. Multifunctie-indicatieInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Geheugen 14Bediening 14Gegevens van de multifunctie-indicatie 15Snelheidswaarschuwing 16De multifunctie-indicatie kan alleen worden bediend bij ingeschakeld contact. Nahet inschakelen van het contact wordt de functie weergegeven die voor het uit-schakelen als laatste werd gekozen. De multifunctie-indicatie wordt afhankelijk van de uitvoering van de wagen ophet segmentdisplay » Afbeelding 4 op pagina 14 of op het MAXI DOT-displayweergegeven » pagina 18. Bij wagens met MAXI DOT-display » pagina 18 is het mogelijk de weergave vanenkele gegevens uit te schakelen. ATTENTIE■Houd uw aandacht altijd bij het verkeer.
GeheugenAfbeelding 4Multifunctie-indicatieLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 13 en volg deze op. De multifunctie-indicatie is uitgerust met twee automatisch werkende geheu-gens. Het gekozen geheugen wordt op het display » Afbeelding 4 weergegeven. De gegevens van het ritgeheugen (geheugen 1) worden weergegeven als op hetdisplay een 1 verschijnt. Als er een 2 verschijnt worden de gegevens van het reis-geheugen (geheugen 2) weergegeven. Het omschakelen tussen de geheugens gebeurt met toets B » Afbeelding 5 oppagina 14 in de ruitenwisserhendel. Ritgeheugen (geheugen 1)Het ritgeheugen verzamelt de rij-informatie vanaf het inschakelen tot aan hetuitschakelen van het contact. Als de rit binnen 2 uur na het uitschakelen van hetcontact wordt voortgezet, worden de bijkomende waarden meegenomen in deberekening van de actuele rij-informatie.
Bij een onderbreking van de rit van meerdan 2 uur wordt het geheugen automatisch gewist. Reisgeheugen (geheugen 2)Het reisgeheugen verzamelt de ritgegevens van een willekeurig aantal individue-le ritten tot in totaal 19 uur en 59 minuten rijtijd of 1 999 km gereden kilometersresp. 99 uur en 59 minuten of 9. 999 gereden kilometers bij wagens met MAXIDOT-display. Als een van de genoemde waarden wordt overschreden, wordt hetgeheugen gewist en begint de berekening opnieuw. Het reisgeheugen wordt in tegenstelling tot het ritgeheugen niet na een onder-breking van meer dan 2 uur gewist. Let opAls de accuklemmen worden losgemaakt, worden alle waarden in de geheugens 1en 2 gewist. BedieningAfbeelding 5Multifunctie-indicatie: Bedie-ningselementenLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 13 en volg deze op.
Daarmee worden de afzonderlijke menupunten van de multifunctie-indicatie naelkaar opgeroepen. Geheugen kiezen›Op toets B » Afbeelding 5 drukken. Geheugen terugzetten›Het gewenste geheugen selecteren. ›Langer op toets B » Afbeelding 5 drukken. De volgende waarden van het gekozen geheugen worden met behulp van toetsB op nul gezet. ›Gemiddeld brandstofverbruik. ›Afgelegde afstand. ›Gemiddelde snelheid. ›Rijtijd. 14 Bediening.
Gegevens van de multifunctie-indicatieLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 13 en volg deze op. BuitentemperatuurDe actuele buitentemperatuur wordt weergegeven1). Als de buitentemperatuur onder +4 °C ligt, verschijnt de temperatuurweergavemet het sneeuwvloksymbool (waarschuwing voor gladheid). Deze weergave knippert enkele seconden, vervolgens verschijnt de laatst weer-gegeven functie2). Daalt de temperatuur onder +4 °C tijdens het rijden met een snelheid boven circa10 km/h, dan klinkt bovendien een akoestisch signaal. RijtijdDe rijtijd wordt weergegeven die is verstreken sinds het geheugen voor het laatstis gewist. Als u de rijtijd vanaf een bepaald tijdstip wilt meten, moet u op dat tijd-stip het geheugen wissen door op de toets te drukken » pagina 14, Bediening.
De hoogste waarde die kan worden weergegeven bedraagt voor beide geheu-gens 19 uur en 59 minuten resp. 99 uur en 59 minuten bij wagens met MAXI DOT-display. Als deze waarde wordt overschreden, start de weergave weer vanaf nul. Actueel brandstofverbruikHet actuele brandstofverbruik wordt in l/100 km weergegeven3). Met behulp vandeze weergave kunt u uw rijgedrag aanpassen aan het gewenste verbruik. Bij een stilstaande of langzaam rijdende wagen wordt het brandstofverbruikweergegeven in l/h4). Gemiddeld brandstofverbruikEr wordt het gemiddelde brandstofverbruik in l/100 km3) weergegeven sinds hetgeheugen voor het laatst is gewist. Als u het gemiddelde brandstofverbruik gedurende een bepaalde periode wiltvaststellen, moet u bij het begin van de nieuwe meetperiode het geheugen wis-sen » pagina 14, Bediening. Na het wissen verschijnt op het display gedurende deeerste circa 300 m geen waarde.
Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde regelmatig geactualiseerd. ActieradiusDe geschatte actieradius in kilometers wordt aangegeven. Deze geeft aan welkeafstand uw wagen met de huidige tankvulling en bij dezelfde rijstijl nog kan af-leggen.
De weergave vindt plaats in stappen van 10 km. Als het controlelampje gaatbranden, verandert de weergave in stappen van 5 km. Bij het berekenen van de actieradius wordt het brandstofverbruik gedurende delaatste 50 km als basis genomen. Als u zuiniger rijdt, neemt de actieradius toe. Als het geheugen is gewist (na het losmaken van de accuklemmen), wordt voorde actieradius uitgegaan van een brandstofverbruik van 10 l/100 km; daarna vindteen aanpassing plaats overeenkomstig uw rijstijl. Afgelegde afstandOp het display verschijnt de afgelegde afstand sinds het geheugen voor het laatstis gewist. Als u de afgelegde afstand vanaf een bepaald tijdstip wilt meten, moetu op dat tijdstip het geheugen wissen » pagina 14, Bediening. De maximaal weer te geven waarde voor beide geheugens is 1. 999 km, resp. 9. 999 km bij wagens met MAXI DOT-display.
Als deze waarde wordt overschre-den, start de weergave weer vanaf nul. Gemiddelde snelheidOp het display wordt de gemiddelde snelheid in km/h sinds de laatste keer wis-sen van het geheugen weergegeven. Als u de gemiddelde snelheid gedurendeeen bepaalde periode wilt meten, moet u bij het begin van de meting het geheu-gen wissen » pagina 14, Bediening. Na het wissen verschijnt gedurende de eerste circa 300 m geen waarde. Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde regelmatig geactualiseerd. Actuele snelheidOp het display wordt de actuele snelheid aangegeven, die identiek is aan deweergave van de snelheidsmeter 3 » Afbeelding 2 op pagina 10. 1) Bij wagens met MAXI DOT-display wordt deze informatie altijd weergegeven. 2) Geldt niet voor het MAXI DOT-display. 3) Bij modellen voor sommige landen wordt het brandstofverbruik in km/l weergegeven.
Olietemperatuur1)De actuele motorolietemperatuur wordt weergegeven. Als de olietemperatuur la-ger is dan 50 °C of als in het systeem voor het controleren van de olietemperatuureen storing aanwezig is, wordt in plaats van de olietemperatuur alleen - -. - aan-gegeven. SnelheidswaarschuwingOp het display kan de waarschuwing bij een snelheidsoverschrijding worden inge-steld en worden geactiveerd/gedeactiveerd » pagina 16. SnelheidswaarschuwingLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 13 en volg deze op. Snelheidslimiet bij stilstaande wagen instellen›Met de toets A » Afbeelding 5 op pagina 14 het menupunt Waarsch. bij (MAXIDOT-display) resp. (segmentdisplay) selecteren. ›Door het indrukken van toets B wordt de instelmogelijkheid voor de snelheids-limiet2) geactiveerd (waarde knippert).
›Met de toets A de gewenste snelheidslimiet instellen, bijvoorbeeld 50 km/h. ›De ingestelde snelheidslimiet bevestigen met de toets B of circa 5 secondenwachten, de instelling wordt automatisch opgeslagen (de waarde stopt metknipperen). Zo kan de snelheidslimiet in stappen van 5 km/h worden ingesteld. Snelheidslimiet bij rijdende wagen instellen›Met de toets A » Afbeelding 5 op pagina 14 het menupunt Waarsch. bij (MAXIDOT-display) resp. (segmentdisplay) selecteren. ›Met de gewenste snelheid gaan rijden, bijvoorbeeld 50 km/h. ›Door het indrukken van toets B wordt de actuele snelheid als snelheidslimietovergenomen (waarde knippert). Als u de ingestelde snelheidslimiet wilt wijzigen, gebeurt dit in stappen van 5 km/h (bijvoorbeeld de overgenomen snelheid van 47 km/h wordt verhoogd naar 50km/h resp. verlaagd naar 45 km/h).
(segmentdisplay) selecteren. ›Door op toets B te drukken, wordt de snelheidslimiet gedeactiveerd. ›Door opnieuw op toets B te drukken, wordt de mogelijkheid tot het wijzigenvan de snelheidslimiet geactiveerd. Wanneer de ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden, klinkt ter waarschu-wing een akoestisch signaal. Tegelijkertijd verschijnt op het display het menu-puntWaarsch. bij(MAXI DOT-display) resp. (segmentdisplay) met de ingesteldelimiet. De ingestelde snelheidslimiet blijft ook na het uit- en inschakelen van het contactbewaard.
Service-intervalindicatieInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Weergave op het segmentdisplay 17Weergave op het MAXI DOT-display 17Vóór het bereiken van de servicetermijn wordt na het inschakelen van het con-tact gedurende 10 seconden een melding over het nog resterende aantal kilo-meters en dagen tot de volgende servicebeurt weergegeven. De kilometerweergave of de dagweergave loopt tot de vastgestelde serviceter-mijn in stappen van 100 km of hele dagen terug. 1) Geldt voor wagens met het MAXI DOT-display. 2) Indien geen waarde is ingesteld, wordt automatisch de uitgangswaarde van 30 km/h weergegeven. 16 Bediening.
Let op■Wanneer de accuklemmen worden losgemaakt, blijven de waarden van de ser-vice-intervalindicatie behouden. ■Als het instrumentenpaneel na een reparatie wordt vervangen, moeten in deteller voor de service-intervalindicatie de juiste waarden worden ingevoerd. Dezewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkend reparateur. ■Meer informatie over de service-intervallen » pagina 148, Service-intervallen. Weergave op het segmentdisplayAfbeelding 6VoorbeeldweergaveLees eerst de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op. Kleine Onderhoud ServiceAls een Kleine Onderhoud Service moet worden uitgevoerd, wordt gedurende cir-ca 10 seconden het symbool en op de met de pijl aangegeven plaats het num-mer 1 weergegeven » Afbeelding 6. Tegelijkertijd wordt het symbool samen met de nog resterende dagen en kilo-meters tot de volgende servicetermijn weergegeven.
Als de servicetermijn is bereikt, verschijnt na het inschakelen van het contact ge-durende 20 seconden een knipperend symbool en de melding OLIEVER_. Grote Onderhoud ServiceAls een Grote Onderhoud Service moet worden uitgevoerd, wordt gedurende cir-ca 10 seconden het symbool en op de met de pijl aangegeven plaats het num-mer 2 weergegeven » Afbeelding 6. Tegelijkertijd wordt het symbool samen met de nog resterende dagen en kilo-meters tot de volgende servicetermijn weergegeven. Als de servicetermijn is bereikt, verschijnt na het inschakelen van het contact ge-durende 20 seconden een knipperend symbool en de melding INSPEC_. Afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn weergevenDe nog resterende afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn kan opelk moment bij ingeschakeld contact door herhaald indrukken van toets 5 » Af-beelding 2 op pagina 10 worden opgeroepen.
Eerst worden de nog resterende afstand en dagen tot de volgende Kleine Onder-houd Service weergegeven, na opnieuw indrukken van toets 5 de nog resteren-de afstand en dagen tot de volgende Grote Onderhoud Service. Let opDe nog resterende kilometers tot de volgende servicetermijn worden weergege-ven in plaats van de kilometertotaalteller. Weergave op het MAXI DOT-displayLees eerst de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op. Kleine Onderhoud ServiceAls een Kleine Onderhoud Service moet worden uitgevoerd, verschijnt de mel-ding Olie verversen in. km of. dagen. Als het service-interval is bereikt, verschijnt na het inschakelen van het contactde melding Olie verversen nu. Grote Onderhoud ServiceAls een Grote Onderhoud Service moet worden uitgevoerd, verschijnt de meldingInspectie in. km of. dagen.
Als het service-interval is bereikt, verschijnt na het inschakelen van het contactde melding Inspectie nu. Afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn weergevenDe nog resterende afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn kan bijingeschakeld contact op elk moment in het menu Instellingen » pagina 18 wor-den opgeroepen. Gedurende 10 seconden wordt de volgende melding weergegeven. 17Instrumenten en controlelampjes.
Olie verversen. km /. dagenInspectie. km /. dagen MAXI DOT-displayInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Hoofdmenu 18Instellingen 18Waarschuwing portier, bagageruimte en motorkap 19Auto-Check-Control 19Het MAXI DOT-display informeert u over de actuele bedrijfstoestand van uw wa-gen. Bovendien toont het display (afhankelijk van de wagenuitvoering) informatievan de radio, telefoon, multifunctie-indicatie, navigatiesysteem, een op de MDI-ingang aangesloten apparaat en de automatische versnellingsbak » pagina 102. Het verschijnen van sommige symbolen gaat gepaard met een akoestisch waar-schuwingssignaal. ATTENTIEHoud uw aandacht altijd bij het verkeer. Als bestuurder draagt u de volledigeverantwoordelijkheid voor de besturing van de wagen.
HoofdmenuAfbeelding 7Bedieningshendel: Bedienings-elementen van het MAXI DOT-displayLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 18 en volg deze op. ›Het hoofdmenu (HOOFDMENU) wordt geactiveerd door tuimelschakelaarA » Afbeelding 7 lang in te drukken. ›Door indrukken van tuimelschakelaar A kunnen de afzonderlijke menupuntenworden geselecteerd. Na het kort aantippen van toets B wordt de geselecteer-de informatie aangegeven. Overzicht van de menupunten in het hoofdmenu. ■MFA (multifunctie-indicatie) » pagina 13■Audio » Gebruiksaanwijzing van de radio■Audio » Gebruiksaanwijzing van het navigatiesysteem■Telefoon » pagina 88■Wagenstatus » pagina 19■Instellingen » pagina 18De menupunten Audio en Navigatie worden alleen weergegeven als de af fabriekingebouwde autoradio of het navigatiesysteem is ingeschakeld.
Let op■Als op het display waarschuwingsmeldingen worden weergegeven, moeten de-ze meldingen door kort indrukken van toets B » Afbeelding 7 worden bevestigdom het hoofdmenu op te roepen. ■Als het display niet wordt bediend, schakelt het menu na 10 seconden altijdover naar een van de hogere niveaus.
■De bediening van de af fabriek ingebouwde radio resp. navigatiesysteem » In-structieboekje van de radio resp. » Instructieboekje van het navigatiesysteem. InstellingenLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 18 en volg deze op. U kunt via het MAXI DOT-display bepaalde instellingen zelf wijzigen. Het actuelemenupunt wordt op het display boven onder een streep weergegeven. De volgende menupunten kunnen worden geselecteerd. Taal/LanguageHier kunt u instellen, in welke taal de waarschuwings- en informatieteksten moe-ten worden aangegeven. 18 Bediening.
MFA-dataHier kunt u enkele weergaven van de multifunctie-indicatie in- resp. uitschakelen. TijdHier kunt u de tijd, het tijdformaat (12- resp. 24-uursaanduiding) en de omschake-ling tussen zomer- en wintertijd instellen. WinterbandenHier kunt u instellen bij welke snelheid een akoestisch signaal moet klinken. Dezefunctie kunt u bijvoorbeeld gebruiken bij winterbanden, waarbij de toegestanemaximumsnelheid lager is dan de maximumsnelheid van de wagen. Bij het overschrijden van de snelheid verschijnt het volgende op het display:Winterbanden: maximaal. km/hEenhedenHier kunt u de eenheden voor temperatuur, verbruik en afgelegde afstand instel-len. 2e snelheidHier kan de weergave van de tweede snelheid in mph1) worden ingeschakeld. ServicebeurtHier kunnen de nog resterende kilometers en dagen tot de volgende serviceter-mijn weergegeven. Fabrieksinst.
Hier kan de fabrieksinstelling van het display weer worden ingesteld. Waarschuwing portier, bagageruimte en motorkapLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 18 en volg deze op. Indien een portier, de achterklep resp. de motorkap geopend is, wordt op hetMAXI DOT-display de wagen met een geopend portier, achterklep resp. motorkapweergegeven. Bovendient klinkt een akoestisch signaal als met de wagen sneller dan 6 km/hwordt gereden. Auto-Check-ControlLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 18 en volg deze op. WagentoestandBij ingeschakeld contact en tijdens het rijden worden in de wagen continu dewerking en toestanden van de afzonderlijke wagensystemen gecontroleerd. Enkele storingsmeldingen en andere aanwijzingen worden op het MAXI DOT-dis-play weergegeven.
Het menupunt Wagenstatus wordt in het hoofdmenu van het MAXI DOT-displayweergegeven indien minimaal één storingsmelding aanwezig is. Na het selecte-ren van dit menupunt wordt de eerste storingsmelding aangegeven. Als meerde-re storingsmeldingen aanwezig zijn, verschijnt op het display onder de meldingbijvoorbeeld 1/3. Dat betekent dat de eerste van in totaal drie meldingen wordtaangegeven. Zolang de functiestoringen niet zijn verholpen, worden de symbolen telkens weeraangegeven. Na de eerste weergave worden de symbolen zonder aanwijzingenvoor de bestuurder aangegeven.
WaarschuwingssymbolenMotoroliedruk te laag » pagina 22Koppelingen van de automatische versnel-lingsbak te heet » pagina 19Motoroliepeil controleren,Motoroliesensor defect » pagina 22Koppelingen van de automatische versnellingsbak te heetAls op het MAXI DOT-display het symbool verschijnt, is de temperatuur van dekoppelingen van de automatische versnellingsbak te hoog. Op het MAXI DOT-display wordt de volgende melding weergegeven. Versnellingsbak oververhit: Stop. Instructieboekje. 1) Bij types met een snelheidsweergave in mph wordt de tweede snelheid in km/h weergegeven. 19Instrumenten en controlelampjes.
Stoppen, de motor afzetten en wachten tot het symbool dooft - gevaar voorschade aan de versnellingsbak. Na het verdwijnen van het symbool kan de ritworden voortgezet. ATTENTIEAls om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in » pagina 45. Let op■Als op het MAXI DOT-display waarschuwingsmeldingen worden weergegeven,moeten deze meldingen met de toets B » Afbeelding 7 op pagina 18 worden be-vestigd om het hoofdmenu op te roepen. ■Zolang de functiestoringen niet zijn verholpen, worden de symbolen telkensweer aangegeven. Na de eerste weergave worden de symbolen zonder aanwij-zingen voor de bestuurder aangegeven.
Bij werkzaamhe-den in de motorruimte, bijvoorbeeld het controleren en bijvullen van bedrijfs-vloeistoffen, kunnen letsel, verbrandingen, ongevallen en brand ontstaan. Be-slist op de waarschuwingsaanwijzingen letten » pagina 163, Motorruimte. HandremLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 20 en volg deze op. Het controlelampje brandt bij aangetrokken handrem. Bovendien wordt eenakoestische waarschuwing gegeven, als u met de wagen minstens 3 secondenmet een snelheid van meer dan 6 km/h hebt gereden. Op het MAXI DOT-display wordt de volgende melding weergegeven. Parkeerrem loszetten. 20 Bediening.
RemsysteemLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 20 en volg deze op. Het controlelampje brandt bij een laag remvloeistofpeil in het remsysteem ofeen storing van het ABS. Op het MAXI DOT-display wordt de volgende melding weergegeven. Remvloeistof: Instructieboekje. Stoppen, de motor afzetten en het remvloeistofpeil controleren » pagina 172. Meer informatie » pagina 100, Remmen. ATTENTIE■Als om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in » pagina 45. ■Let bij het openen van de motorkap en het controleren van het remvloei-stofpeil op de aanwijzingen » pagina 163, Motorruimte. ■Als het controlelampje samen met het controlelampje » pagina 24,Antiblokkeersysteem (ABS) brandt, de rit niet voortzetten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Skoda Roomster (2014) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Skoda
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto