Skoda Rapid (2012) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Skoda Rapid (2012) (63 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Skoda Rapid (2012) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Skoda |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Rapid (2012) |
Handleiding Skoda Rapid (2012) – volledige tekst
Het actuele hoofdstuk staat geaccentu-hoofdstukkeneerd vermeld aan onderzijde van de rechterpagina.De in hoofdstukken ingedeelde en de uitgebreide inhoudsopgave trefwoorden-lijst aan het einde van het instructieboekje helpen u de gewenste informatie snelte vinden.RichtingsinformatieAlle richtingsinformatie, zoals "links", "rechts", "voor", "achter", heeft betrekking opde rijrichting van de wagen.EenhedenDe waarden worden in metrische eenheden weergegeven.Verklaring van symbolen Verwijst binnen een hoofdstuk naar een paragraaf met belangrijke infor-matie en veiligheidsaanwijzingen. Markeert het einde van een paragraaf. Geeft aan dat de paragraaf op de volgende pagina wordt voortgezet. Geeft situaties aan waarin de wagen zo snel mogelijk tot stilstand dientte worden gebracht.
® Geeft een geregistreerd handelsmerk aan.AanwijzingenATTENTIEDe belangrijkste aanwijzingen zijn voorzien van de titel . Deze ATTENTIE AT-TENTIE ernstig gevaar voor ongevallen of verwon--aanwijzingen wijzen u op dingen.VOORZICHTIGEen -aanwijzing wijst u op mogelijke schade aan uw wagen (bijvoor-Voorzichtigbeeld schade aan de versnellingsbak) of op algemene gevaren voor ongevallen.Milieu-aanwijzingEen -aanwijzing wijst u op het behoud van het milieu. Hier vindt u bijvoor-Milieubeeld adviezen voor een lager brandstofverbruik.Let opEen normale wijst u op belangrijke informatie bij het gebruik van uwaanwijzingwagen.
VoorwoordU heeft gekozen voor een ŠKODA Hartelijk dank voor uw vertrouwen.U heeft een wagen met de modernste techniek en talrijke uitrustingen aangeschaft. Dit instructieboekjedaarom aandachtig doorlezen omdat dit een voorwaarde vormt voor een juiste bediening van de wagen.Bij eventuele vragen kunt u contact opnemen met een ŠKODA Servicepartner.Wij wensen u veel plezier met uw ŠKODA en te allen tijde een goede reis.ŠKODA AUTO a.s. (hierna ŠKODA) £
De wagendocumentatieIn de wagendocumentatie van uw wagen vindt u naast dit " " ookinstructieboekjehet " " en de brochure " ". Serviceplan Hulp onderwegBovendien kunnen afhankelijk van type en uitrustingsniveau nog andere instruc-tieboekjes en aanvullingen op het instructieboekje aanwezig zijn (bijvoorbeeld ra-dio-instructieboekje). Wanneer u een van bovengenoemde documenten mist, neem dan contact op meteen ŠKODA Servicepartner. Het instructieboekjeIn dit instructieboekje worden altijd beschreven, zonderalle uitrustingsvariantendat deze als meeruitvoering, modelvariant of marktafhankelijke uitrusting wordenaangegeven. Daarom hoeven in uw wagen die in dit instruc-niet alle uitrustingscomponententieboekje worden beschreven, aanwezig te zijn. De uitrustingsomvang van uw wagen heeft betrekking op het koopcontract vanuw wagen. Meer informatie krijgt u bij uw ŠKODA Servicepartner.
De kunnen op kleine details afwijken van uw wagen; zij zijn slechtsafbeeldingenals algemene informatie op te vatten. Het Serviceplan:›bevat de wagengegevens inclusief de informatie over de uitgevoerde service-werkzaamheden,›is bedoeld voor het bewijs van uitgevoerde service-werkzaamheden,›is bedoeld voor aantekeningen betreffende de mobiliteitsgarantie (geldt alleenvoor sommige landen),›dient als garantiebewijs voor de ŠKODA Servicepartner. Het bewijs van uitgevoerde servicewerkzaamheden vormt een van de voorwaar-den voor garantie-aanspraken. Daarom altijd het Serviceplan overleggen als u uw wagen naar een ŠKODA erkendreparateur brengt. Als u het Serviceplan bent verloren of als dit versleten is, wendt u zich dan tot deŠKODA erkend reparateur die het regelmatige onderhoud aan uw wagen uitvoert.
500 kilometer 110 Katalysator 110 Economisch en milieubewust rijden 111 Milieuvriendelijkheid 113 Rijden in het buitenland 114 Schade aan de wagen voorkomen 114 Rijden over ondergelopen wegen 115 Rijden met aanhangwagen 116 Aanhangwagengebruik 116Raadgevingen voor het gebruik Verzorging en reiniging van de wagen 118 Verzorging van de wagen 118 Controleren en bijvullen 125 Brandstof 125 Motorruimte 127 Accu 1343Inhoudsopgave.
Velgen en banden 138 Wielen 138Accessoires, wijzigingen en vervanging van onderdelen 145 Inleidende informatie 145 Wijzigingen aan het airbagsysteem 145Tips om het zelf te doen Tips om het zelf te doen 147 Verbanddoos en gevarendriehoek 147 Brandblusser 147 Wagengereedschap 147 Wiel verwisselen 148 Bandenafdichtset 151 Starthulp 154 Wagen afslepen 155 Zekeringen en gloeilampjes 158 Zekeringen 158 Gloeilampjes 161Technische gegevens Technische gegevens 167 Inleidende informatie 167Gegevens op de sticker met wagengegevens en op het typeplaatje 167 Afmetingen 168 Specificaties en motorolievulhoeveelheid 169Wagenspecifieke gegevens afhankelijk van het motortype 170Trefwoordenlijst4Inhoudsopgave
Gebruikte afkortingen Afkorting Betekenis 1/min Omwentelingen per minuut van de motor ABS Antiblokkeersysteem ASR TractiecontroleCO2 in g/km Uitgestoten hoeveelheid koolstofdioxide in gram per geredenkilometer DSG Automatische versnellingsbak met 2-voudige koppeling EDS Elektronisch sperdifferentieel ESC Stabiliteitscontrole HBA Remassistent HHC Bergwegrijhulp kW Kilowatt, eenheid voor het motorvermogen MFD Multifunctie-indicatie N1 een uitsluitend of voornamelijk voor het transport van goede-ren ontworpen bestelwagen Nm Newtonmeter, eenheid voor het motorkoppel TDI CR Dieselmotor met uitlaatgasturbo en common rail inspuitsys-teem TSI Benzinemotor met uitlaatgasturbo en directe inspuiting Ð5Gebruikte afkortingen
Instrumenten en controlelampjesInstrumentenpaneel äInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Overzicht 8 Toerenteller 9 Snelheidsmeter 9 Koelvloeistoftemperatuurmeter 9 Brandstofmeter 9 Kilometerteller 10 Service-intervalindicatie 10 Digitale klok 11 Schakeladvies 11ATTENTIE■Houd uw aandacht altijd bij het verkeer! Als bestuurder draagt u de volledi-ge verantwoordelijkheid voor de besturing van de wagen.■Alleen bij stilstaande wagen de bedieningselementen in het instrumenten-paneel bedienen en nooit tijdens het rijden!
ToerentellerLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. Het rode bereik van de schaal van de toerenteller 1 op pagina 8» Afbeelding 2geeft het bereik aan waarin het motorregelapparaat begint het motortoerental tebegrenzen. Het motorregelapparaat begrenst het motortoerental op een veiligegrenswaarde. Vóór het bereiken van het rode bereik van de toerentellerschaal naar de eerstvol-gende versnelling opschakelen resp. keuzehendelstand D kiezen van de automa-tische versnellingsbak. Voor het aanhouden van het optimale motortoerental op het schakeladvies let-ten. » pagina 11Milieu-aanwijzingTijdig opschakelen bespaart brandstof, vermindert het motorgeluid, spaart hetmilieu en heeft een positief effect op de levensduur en betrouwbaarheid van demotor.
ÐSnelheidsmeterLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. SnelheidswaarschuwingBij het overschrijden van een snelheid van 120 km/h klinkt er een signaaltoon. Alsweer langzamer dan deze snelheidsgrens wordt gereden, verdwijnt de signaal-toon. Let opDeze functie is alleen geldig voor sommige landen. ÐKoelvloeistoftemperatuurmeterLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. äääDe koelvloeistoftemperatuurmeter 4 op pagina 8 werkt alleen bij» Afbeelding 2ingeschakeld contact. Om schade aan de motor te voorkomen, de volgende aanwijzingen met betrek-king tot de temperatuurbereiken in acht nemen:Koud bereikAls de naald zich nog in het linkergedeelte van de schaal bevindt, heeft de motorzijn bedrijfstemperatuur nog niet bereikt.
VOORZICHTIGVerstralers en andere aanbouwdelen voor de verseluchttoevoer verslechteren dekoelwerking van de koelvloeistof. Bij hoge buitentemperaturen en sterke motor-belasting bestaat dan gevaar voor oververhitting van de motor ,» pagina 19Koelvloeistoftemperatuur/koelvloeistofpeil . ÐBrandstofmeterLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. De brandstofmeter 7 op pagina 8 werkt alleen bij ingeschakeld» Afbeelding 2contact. De tankinhoud bedraagt circa 55 liter. Wanneer de naald de reservemarkering be-reikt, gaat het controlelampje in het instrumentenpaneel bran-» pagina 22den. VOORZICHTIGDe brandstoftank nooit helemaal leegrijden. Een onregelmatige brandstoftoevoerkan tot een onregelmatig draaiende motor leiden. Onverbrande brandstof kan inhet uitlaatsysteem komen en de katalysator beschadigen. £ä9Instrumenten en controlelampjes.
Let opBij sommige wagens wordt de brandstofmeter op het display in het instrumen-tenpaneel weergegeven. ÐKilometertellerLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. Dagteller (trip)De dagteller geeft de afstand aan die na de laatste keer terugzetten van de telleris afgelegd. Om de weergave van de dagteller terug te zetten langer op toets 6 » Afbeelding2 op pagina 8 drukken. KilometertotaaltellerDe kilometertotaalteller geeft het aantal kilometers, resp. mijlen weer die de wa-gen in totaal heeft afgelegd. StoringsindicatieAls een storing in het instrumentenpaneel aanwezig is, wordt op het display con-tinu weergegeven. De storing zo snel mogelijk door een ŠKODA erkend re-Errorparateur laten verhelpen. Let opAls bij wagens die met een informatiedisplay zijn uitgerust de weergave van detweede snelheid in mph resp.
in km/h is geactiveerd, wordt deze rijsnelheid inplaats van de kilometertotaalteller weergegeven. ÐService-intervalindicatieLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. Service-intervalindicatieVóór het bereiken van de servicetermijn wordt na het inschakelen van het con-tact op het display gedurende enkele seconden een sleutelsymbool en hetnog resterende aantal kilometers weergegeven. Tegelijkertijd worden de nog res-terende dagen tot de volgende servicetermijn weergegeven. ääOp het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Service in. km or. days. (Servicebeurt na. km of. dagen. )De kilometerweergave of de dagweergave loopt tot de vastgestelde serviceter-mijn in stappen van 100 km of hele dagen terug.
Als de vastgestelde servicetermijn is bereikt, verschijnt na het inschakelen vanhet contact op het display gedurende enkele seconden een knipperend sleutel-symbool en de tekst. ServiceOp het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Service now. (Servicebeurt nu.
)Afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn weergevenDe nog resterende afstand en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn kan opelk moment met toets 5 worden opgeroepen op pagina 8. » Afbeelding 2Op het display verschijnt gedurende enkele seconden een sleutelsymbool ende nog resterende afstand. Tegelijkertijd worden de nog resterende dagen tot devolgende servicetermijn weergegeven. Bij wagens met een informatiedisplay kan deze weergave in het menu Settings(Instellingen) worden opgeroepen. » pagina 15Service-intervalindicatie terugzettenHet terugzetten van de service-intervalindicatie is pas mogelijk als op het displayin het instrumentenpaneel een servicemelding of ten minste een waarschuwingverschijnt. Wij adviseren het terugzetten door een ŠKODA erkend reparateur te laten uitvoe-ren.
De ŠKODA erkend reparateur:›zet na de betreffende Grote Onderhoud Service het geheugen van de indicatieterug,›noteert de onderhoudsbeurt in het Serviceplan,›brengt de sticker met de aantekening voor de volgende onderhoudsbeurt aanop de zijkant van het dashboard aan bestuurderszijde. De service-intervalindicatie kan ook met terugstelknop 6 worden terugge-zet op pagina 8. » Afbeelding 2Bij wagens met een informatiedisplay kan de service-intervalindicatie in het menuSettings (Instellingen) worden teruggezet. » pagina 15 £10 Bediening.
VOORZICHTIGWij adviseren het terugzetten niet zelf uit te voeren, omdat dit tot een verkeerdeinstelling van de service-intervalindicatie en daardoor ook tot storingen in de wa-gen kan leiden. Let op■De weergave nooit tussen de service-intervallen terugzetten, omdat dit tot on-juiste weergaven kan leiden. ■Wanneer de accuklemmen worden losgemaakt, blijven de waarden van de ser-vice-intervalindicatie behouden. ■Als het instrumentenpaneel na een reparatie wordt vervangen, moeten in deteller voor de service-intervalindicatie de juiste waarden worden ingevoerd. Dezewerkzaamheden moeten door een ŠKODA erkend reparateur worden uitgevoerd. ■Na het terugzetten van de indicatie met variabele onderhoudsintervallen wor-den de gegevens net als bij wagens met vaste onderhoudsintervallen weergege-ven.
Om deze reden adviseren wij de service-intervalindicatie alleen te laten te-rugzetten door een ŠKODA Servicepartner, die het terugzetten uitvoert met be-hulp van een wagensysteemtester. ■Voor meer informatie over de service-intervallen. » Serviceplan ÐDigitale klokLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. De klok kan worden ingesteld met de toetsen 5 en 6 op pagina» Afbeelding 28. Met de toets 5 de te wijzigen weergave selecteren en met de toets 6 de wijzi-ging uitvoeren. Bij wagens die met een informatiedisplay zijn uitgerust, kan de klok ook in hetmenu worden ingesteld. Time (Tijd) » pagina 15 ÐäSchakeladviesAfbeelding 3SchakeladviesLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 8 en volg deze op. Op het display in het instrumentenpaneel wordt de ingeschakelde versnelling Bweergegeven.
» Afbeelding 3Om een zo laag mogelijk brandstofverbruik te bereiken, wordt op het display ad-vies gegeven voor het inschakelen van een andere versnelling. Als het regelapparaat herkent dat het gunstig is om van versnelling te verande-ren, wordt op het display een pijl A weergegeven.
De pijl wijst omhoog of om-laag, afhankelijk van het advies om op of terug te schakelen. Tegelijkertijd wordt in plaats van de actueel gekozen versnelling B de aanbevo-len versnelling getoond. VOORZICHTIGDe bestuurder is verantwoordelijk voor het kiezen van de juiste versnelling in ver-schillende rijsituaties, bijvoorbeeld bij het inhalen. ÐMultifunctie-indicatie (boordcomputer) äInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Geheugen 12 Bediening 13 £ä11Instrumenten en controlelampjes.
Gegevens van de multifunctie-indicatie 13 Snelheidswaarschuwing 14De multifunctie-indicatie kan alleen worden bediend bij ingeschakeld contact. Nahet inschakelen van het contact wordt de functie weergegeven die voor het uit-schakelen als laatste werd gekozen. De multifunctie-indicatie wordt op het display op pagina 12» Afbeelding 4weergegeven. Bij wagens die met een informatiedisplay zijn uitgerust, is het mo-» pagina 15gelijk de weergave van enkele gegevens uit te schakelen. ATTENTIE■Houd uw aandacht altijd bij het verkeer. Als bestuurder draagt u de volledi-ge verantwoordelijkheid voor de besturing van de wagen. ■Ga er niet alleen op basis van de buitentemperatuurmeter van uit dat het opde weg niet glad is. Ook bij buitentemperaturen van rond +4 °C kan gladheidoptreden - waarschuwing voor gladheid. Let op■Bij bepaalde landuitvoeringen geschiedt de weergave in het Engelse maatstel-sel.
■Als de weergave van de tweede snelheid in mph wordt geactiveerd, wordt deactuele snelheid in km/h op het display niet weergegeven. ÐGeheugenAfbeelding 4Multifunctie-indicatieLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 11 en volg deze op. äDe multifunctie-indicatie is uitgerust met twee automatisch werkende geheu-gens. Het gekozen geheugen wordt op het display weergegeven. » Afbeelding 4De gegevens van het ritgeheugen (geheugen 1) worden weergegeven als op hetdisplay een verschijnt. Als er een verschijnt worden de gegevens van het reis-1 2geheugen (geheugen 2) weergegeven. Het omschakelen tussen de geheugens gebeurt met toets B op» Afbeelding 5pagina 13. Ritgeheugen (geheugen 1)Het ritgeheugen verzamelt de rij-informatie vanaf het inschakelen tot aan hetuitschakelen van het contact.
Als de rit na het uitschakelen van hetbinnen 2 uurcontact wordt voortgezet, worden de bijkomende waarden meegenomen in deberekening van de actuele rij-informatie. Bij een onderbreking van de rit van meerdan 2 uur wordt het geheugen automatisch gewist.
Reisgeheugen (geheugen 2)Het reisgeheugen verzamelt de ritgegevens van een willekeurig aantal individue-le ritten tot in totaal 19 uur en 59 minuten rijtijd of 1. 999 km gereden kilometersresp. 99 uur en 59 minuten of 9. 999 gereden kilometers bij auto's met een infor-matiedisplay. Als een van de genoemde waarden wordt overschreden, wordt hetgeheugen gewist en begint de berekening opnieuw. Het reisgeheugen wordt in tegenstelling tot het ritgeheugen niet na een onder-breking van meer dan 2 uur gewist. Let opAls de accuklemmen worden losgemaakt, worden alle waarden in de geheugens 1en gewist. 2Ð12 Bediening.
BedieningAfbeelding 5Multifunctie-indicatie: Bedie-ningselementenLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 11 en volg deze op. Tuimelschakelaar A en toets » Afbeelding 5 B bevinden zich op de ruitenwis-serhendel. Geheugen kiezen›Op de toets B drukken. » Afbeelding 5Functies selecteren›Tuimelschakelaar A aan boven- of onderzijde kort indrukken. » Afbeelding 5Daarmee worden de verschillende functies van de multifunctie-indicatie na elk-aar opgeroepen. Terugzetten›Het gewenste geheugen selecteren. ›Langer op toets B drukken. » Afbeelding 5De volgende waarden van het gekozen geheugen worden met behulp van toetsB op nul gezet:›gemiddeld brandstofverbruik,›afgelegd traject,›gemiddelde snelheid,›rijtijd. ÐäGegevens van de multifunctie-indicatieLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 11 en volg deze op.
BuitentemperatuurOp het display wordt de actuele buitentemperatuur weergegeven. Als de buitentemperatuur tot beneden +4 °C daalt, verschijnt een sneeuwvlok-symbool voor de temperatuurweergave (waarschuwingssignaal voor gladheid) enklinkt er een waarschuwingssignaal. Na het indrukken van tuimelschakelaarA op pagina 13 wordt de functie getoond die het laatst werd» Afbeelding 5weergegeven. RijtijdOp het display verschijnt de rijtijd die is verstreken sinds het geheugen voor hetlaatst is gewist. Als u de rijtijd vanaf een bepaald tijdstip wilt meten, moet u opdat tijdstip het geheugen wissen door op toets B op pagina 13 te» Afbeelding 5drukken. De hoogste waarde die kan worden weergegeven bedraagt voor beide geheu-gens 19 uur en 59 minuten resp. 99 uur en 59 minuten bij wagens met een infor-matiedisplay. Als deze waarde wordt overschreden, start de weergave weer vanafnul.
Actueel brandstofverbruikOp het display wordt het actuele brandstofverbruik in l/100 km weergegeven1). Met behulp van deze weergave kunt u uw rijgedrag aanpassen aan het gewensteverbruik.
Bij een stilstaande of langzaam rijdende wagen wordt het brandstofverbruikweergegeven in l/h2). Gemiddeld brandstofverbruikOp het display wordt het gemiddelde brandstofverbruik in l/100 km1) aangegevensinds het geheugen voor het laatst is gewist. » pagina 12Als u het gemiddelde brandstofverbruik gedurende een bepaalde periode wiltvaststellen, moet u bij het begin van de nieuwe meetperiode het geheugen wis-sen met toets B op pagina 13. Na het wissen verschijnt op het dis-» Afbeelding 5play gedurende de eerste circa 300 m geen waarde. £ä1) Bij modellen voor sommige landen wordt het brandstofverbruik in km/l weergegeven. 2) Bij modellen voor sommige landen wordt bij stilstaande wagen --,- km/l weergegeven. 13Instrumenten en controlelampjes.
Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde regelmatig geactualiseerd. ActieradiusOp het display wordt de geschatte actieradius in kilometers aangegeven. Dezegeeft aan welke afstand uw wagen met de huidige tankvulling en bij dezelfderijstijl nog kan afleggen. De weergave vindt plaats in stappen van 10 km. Wanneer de naald van de brand-stofmeter de reservemarkering bereikt, vindt de weergave van de actieradius instappen van 5 km plaats. Bij het berekenen van de actieradius wordt het brandstofverbruik gedurende delaatste 50 km als basis genomen. Als u zuiniger rijdt, neemt de actieradius toe. Als het geheugen is gewist (na het losmaken van de accuklemmen), wordt voorde actieradius uitgegaan van een brandstofverbruik van 10 l/100 km; daarna vindteen aanpassing plaats overeenkomstig uw rijstijl.
RijafstandOp het display verschijnt de afgelegde afstand sinds het geheugen voor het laatstis gewist. Als u de afgelegde afstand vanaf een bepaald tijdstip wilt» pagina 12meten, moet u op dat tijdstip het geheugen wissen door op toets B » Afbeelding5 op pagina 13 te drukken. De maximaal weer te geven waarde voor beide geheugens is 1999 km, resp. 9999km bij wagens met informatiedisplay. Als deze waarde wordt overschreden, startde weergave weer vanaf nul. Gemiddelde snelheidOp het display wordt de gemiddelde snelheid in km/h sinds de laatste keer wis-sen van het geheugen weergegeven. Als u de gemiddelde snelheid» pagina 12gedurende een bepaalde periode wilt meten, moet u bij het begin van de metinghet geheugen wissen door op toets B op pagina 13 te drukken. » Afbeelding 5Na het wissen verschijnt op het display gedurende de eerste circa 300 m geenwaarde.
Tijdens de rit wordt de weergegeven waarde regelmatig geactualiseerd. Actuele snelheidOp het display wordt de actuele snelheid aangegeven, die identiek is aan deweergave van de snelheidsmeter 3 op pagina 8.
» Afbeelding 2OlietemperatuurAls de olietemperatuur lager is dan 50 °C of als in het systeem voor het controle-ren van de olietemperatuur een storing aanwezig is, wordt in plaats van de olie-temperatuur alleen - -. - aangegeven. ÐSnelheidswaarschuwingLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 11 en volg deze op. Snelheidslimiet bij stilstaande wagen instellen›Met toets A op pagina 13 het menupunt » Afbeelding 5 Waarschuwing bijsnelheidsoverschrijding selecteren. ›Door het indrukken van toets B wordt de instelmogelijkheid voor de snel-heidslimiet geactiveerd. ›Met de toets A de gewenste snelheidslimiet instellen, bijvoorbeeld 50 km/h. ›Door het indrukken van toets B de ingestelde snelheidslimiet bevestigen ofenkele seconden wachten, de instelling wordt automatisch opgeslagen. Zo kan de snelheidslimiet in stappen van 5 km/h worden ingesteld.
Snelheidslimiet bij rijdende wagen instellen›Met toets A op pagina 13 het menupunt » Afbeelding 5 Waarschuwing bijsnelheidsoverschrijding selecteren. ›Met de gewenste snelheid gaan rijden, bijvoorbeeld 50 km/h. ›Door het indrukken van toets B wordt de actuele snelheid als snelheidslimietovergenomen. Als u de ingestelde snelheidslimiet wilt wijzigen, gebeurt dit in stappen van 5 km/h (bijvoorbeeld de overgenomen snelheid 47 km/h wordt verhoogd naar 50 km/hresp. verlaagd naar 45 km/h). ›Door het indrukken van toets B de ingestelde snelheidslimiet bevestigen ofenkele seconden wachten, de instelling wordt automatisch opgeslagen. Snelheidslimiet wijzigen of wissen›Met toets A op pagina 13 het menupunt » Afbeelding 5 Waarschuwing bijsnelheidsoverschrijding selecteren. ›Door op toets B te drukken, wordt de snelheidslimiet gewist.
›Door opnieuw op toets B te drukken, wordt de mogelijkheid tot het wijzigenvan de snelheidslimiet geactiveerd. Wanneer de ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden, klinkt ter waarschu-wing een akoestisch signaal.
MAXI DOT (informatiedisplay) äInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Hoofdmenu 15 Instellingen 15 Waarschuwing portier, bagageruimte en motorkap 16 Auto-Check-Control 16Het informatiedisplay informeert u over de actuele bedrijfstoestand van uw wa-gen. Bovendien toont het informatiedisplay informatie van de radio, telefoon,multifunctie-indicatie, navigatiesysteem, een op de MDI-ingang aangesloten ap-paraat en de automatische versnellingsbak. » pagina 80ATTENTIEHoud uw aandacht altijd bij het verkeer. Als bestuurder draagt u de volledigeverantwoordelijkheid voor de besturing van de wagen. ÐHoofdmenuAfbeelding 6Ruitenwisserhendel: Bedie-ningselementen voor het infor-matiedisplayLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 15 en volg deze op.
›Het wordt geactiveerd door de tuimelschakelaarMain menu (Hoofdmenu)A langer in te drukken. » Afbeelding 6ä›Met behulp van tuimelschakelaar A kunnen de afzonderlijke menu's wordengeselecteerd. Na het kort aantippen van toets B wordt de geselecteerde infor-matie aangegeven. De volgende informatie kan worden geselecteerd:■MFD (MFA) » pagina 11■Audio (Audio) » Handleiding van de radio■Navigation (Navigatie) » Handleiding van het navigatiesysteem■Phone (Telefoon) » pagina 85■Vehicle status (Wagenstatus) » pagina 16■Settings (Instellingen) » pagina 15De menupunten en worden alleen weerge-Audio (Audio) Navigation (Navigatie)geven als de af fabriek ingebouwde autoradio resp. het navigatiesysteem is inge-schakeld. Let op■Als het informatiedisplay niet wordt bediend, schakelt het menu na 10 secon-den altijd over naar een van de hogere niveaus.
ÐInstellingenLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 15 en volg deze op. U kunt via het informatiedisplay bepaalde instellingen zelf wijzigen.
De actueleinstelling wordt op het informatiedisplay in het betreffende menu boven onder destreep aangegeven. De volgende informatie kan worden geselecteerd:■Language (Taal/Language)■MFD data (MFA-data)■Time (Tijd)■Winter tyres (Winterbanden)■Units (Eenheden)■Alt. speed dis. (2e snelheid)■Service (Servicebeurt)■Factory setting (Fabrieksinst. )■Back (Terug)Na het selecteren van het menupunt komt u een niveau hoger inBack (Zurück)het menu. £ä15Instrumenten en controlelampjes.
TaalHier kunt u instellen, in welke taal de waarschuwings- en informatieteksten moe-ten worden aangegeven. Weergaven van de multifunctie-indicatieHier kunt u enkele weergaven van de multifunctie-indicatie in- resp. uitschakelen. TijdHier kunt u de tijd, het tijdformaat (12- resp. 24-uursaanduiding) en de omschake-ling tussen zomer- en wintertijd instellen. WinterbandenHier kunt u instellen bij welke snelheid een akoestisch signaal moet klinken. Dezefunctie kunt u bijvoorbeeld gebruiken bij winterbanden, waarbij de toegestanemaximumsnelheid lager is dan de maximumsnelheid van de wagen. Bij het overschrijden van de snelheid verschijnt er op het informatiedisplay:Winter tyres: max. speed. km/h (Winterbanden: maximaal. km/h)EenhedenHier kunt u de eenheden voor temperatuur, verbruik en afgelegde afstand instel-len. Tweede snelheidHier kunt u de weergave van de tweede snelheid in mph resp.
in km/h inschake-len. ServicebeurtHier kunt u het resterende aantal kilometers en dagen tot de volgende service-termijn oproepen en de service-intervalindicatie terugzetten. Fabrieksinst. Na het selecteren van het menu wordt de fa-Factory setting (Fabrieksinst. )brieksinstelling voor het informatiedisplay weer ingesteld. ÐWaarschuwing portier, bagageruimte en motorkapLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 15 en volg deze op. Indien een portier, de achterklep resp. de motorkap geopend is, wordt op het in-formatiedisplay de wagen met een portier, achterklep resp. motorkapgeopendweergegeven. äBovendient klinkt een akoestisch signaal als met de wagen sneller dan 6 km/hwordt gereden. ÐAuto-Check-ControlLees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 15 en volg deze op.
Enkele storingsmeldingen en andere aanwijzingen worden op het informatiedis-play weergegeven. De meldingen worden tegelijkertijd met de symbolen op hetinformatiedisplay resp. met de controlelampjes in het instrumentenpaneel weer-gegeven. » pagina 17Als in het menu het punt wordt aangegeven, is tenVehicle status (Wagenstatus)minste een storingsmelding aanwezig. Na het selecteren van dit menupunt wordtde eerste storingsmelding aangegeven. Als meerdere storingsmeldingen aanwe-zig zijn, verschijnt op het display onder de melding bijvoorbeeld. Dat betekent1/3dat de eerste van in totaal drie meldingen wordt aangegeven.
Waarschuwingssymbolen Motoroliedruk te laag » pagina 19Koppelingen van de automatische versnel-lingsbak te heet » pagina 16Motoroliepeil controleren,Motoroliesensor defect » pagina 19 Probleem met de motoroliedruk » pagina 17Koppelingen van de automatische versnellingsbak te heet Als op het informatiedisplay het symbool verschijnt, is de temperatuur van dekoppelingen van de automatische versnellingsbak te hoog. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Gearbox overheated. Stop. Owner's man. (Versnellingsbak oververhit: Stop. Instructieboekje. ). £ä16 Bediening.
De wagen afremmen tot stilstand, de motor afzetten en wachten tot het symbool verdwijnt - gevaar voor schade aan de versnellingsbak. Na het verdwijnen vanhet symbool kan de rit worden voortgezet. Probleem met de motoroliedruk Als op het informatiedisplay het symbool verschijnt, dient de wagen zo snelmogelijk door een ŠKODA erkend reparateur te worden gecontroleerd. Samenmet dit symbool wordt informatie over het maximaal toelaatbare motortoerentalweergegeven. ATTENTIEAls om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in. » pagina 37Let op■Als op het informatiedisplay waarschuwingsmeldingen worden weergegeven,moeten deze meldingen met toets B op pagina 15 worden beves-» Afbeelding 6tigd om het hoofdmenu op te roepen.
■Zolang de functiestoringen niet zijn verholpen, worden de symbolen telkensweer aangegeven. Na de eerste weergave worden de symbolen zonder aanwij-zingen voor de bestuurder aangegeven. ÐControlelampjesOverzichtDe controlelampjes geven bepaalde functies resp. storingen aan en kunnen doorakoestische signalen worden vergezeld. Bij het inschakelen van het contact gaan enkele controlelampjes ter controle vande werking van de wagensystemen kort branden. Deze controlelampjes dienenenkele seconden na het starten uit te gaan.
Bandencontrole » pagina 22 Ruitensproeiervloeistofpeil » pagina 23 Knipperlicht (links/rechts) » pagina 23 Mistlampen » pagina 23 Snelheidsregelsysteem » pagina 23 Keuzehendelvergrendeling » pagina 23 Grootlicht » pagina 23ATTENTIE■Als brandende controlelampjes en de bijbehorende meldingen en waarschu-wingsaanwijzingen worden genegeerd, kan dit leiden tot ernstig lichamelijkletsel of ernstige schade aan de wagen. ■De motorruimte van de wagen is een gevaarlijke omgeving. Bij werkzaamhe-den in de motorruimte, bijvoorbeeld het controleren en bijvullen van bedrijfs-vloeistoffen, kunnen letsel, verbrandingen, ongevallen en brand ontstaan. Be-slist op de waarschuwingsaanwijzingen letten ,. » pagina 127 Motorruimte ÐHandrem Het controlelampje brandt bij aangetrokken handrem.
Bovendien wordt eenakoestische waarschuwing gegeven, als u met de wagen minstens 3 secondenmet een snelheid van meer dan 6 km/h hebt gereden. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Release parking brake. (Parkeerrem loszetten. ) ÐRemsysteem Het controlelampje brandt bij een laag remvloeistofpeil of een storing van hetABS. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Brake fluid: Owner's manual. (Remvloeistof: Instructieboekje. )Stoppen, de motor afzetten en het remvloeistofpeil controleren. » pagina 133ATTENTIE■Als om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in. » pagina 37■Let bij het openen van de motorkap en het controleren van het remvloei-stofpeil op de aanwijzingen ,.
» pagina 127 Motorruimte■Als het controlelampje samen met het controlelampje ,» pagina 20Antiblokkeersysteem (ABS) brandt, De hulp vande rit niet voortzetten. een ŠKODA erkend reparateur inroepen. ■Een storing aan het remsysteem resp. aan het ABS kan leiden tot een lange-re remweg bij het remmen - gevaar voor ongevallen.
ÐGordelwaarschuwingslampje Het controlelampje gaat branden na het inschakelen van het contact, als herin-nering dat de bestuurder resp. bijrijder de veiligheidsgordel moet omgespen. Hetcontrolelampje dooft pas als de bestuurder resp. bijrijder de veiligheidsgordelheeft omgegespt. Als de bestuurder resp. bijrijder de veiligheidsgordel niet heeft omgegespt, klinktbij wagensnelheden boven 20 km/h een continue waarschuwingstoon en knip-pert tegelijkertijd het controlelampje. Als de bestuurder resp. bijrijder de veiligheidsgordel vervolgens niet binnen90 seconden omgespt, wordt de waarschuwingstoon uitgeschakeld en brandthet controlelampje continu. ÐDynamo Als het controlelampje bij draaiende motor brandt, wordt de accu niet geladen. De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. De elektrische installatiedient te worden gecontroleerd. £18 Bediening.
ATTENTIEAls om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in ,. » pagina 37 Schakelaar voor alarmlichtenVOORZICHTIGAls tijdens het rijden behalve het controlelampje ook het controlelampje (koelsysteemstoring) gaat branden, moet u direct stoppen en de motor afzetten -gevaar voor motorschade. ÐGeopend portier Het controlelampje gaat branden bij het openen van een of meerdere portierenof bij het openen van de achterklep. ATTENTIEAls om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in. » pagina 37 ÐMotorolie Het controlelampje knippert rood (lage oliedruk)Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Oil pressure: Engine off. Owner's manual. (Oliedruk: motor uit.
Instructieboek-je. )Stoppen, de motor afzetten en het motoroliepeil controleren. » pagina 130Als het controlelampje knippert, , ook als het oliepeil in ordeniet verder rijdenis. De motor ook niet stationair laten draaien. De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. Het controlelampje brandt geel (oliepeil te laag)Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Check oil level. (Oliepeil controleren. )Stoppen, de motor afzetten en het motoroliepeil controleren. » pagina 130Als de motorkap langer dan 30 seconden geopend blijft, dooft het controlelampje. Als er geen motorolie wordt bijgevuld, gaat het controlelampje na circa 100 kmweer branden. Het controlelampje knippert geel (motoroliepeilsensor defect)Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Oil sensor: Workshop. (Oliesensor: Werkplaats.
)Bij een defecte motoroliepeilsensor knippert het controlelampje meerderemalen na het inschakelen van het contact en klinkt een akoestisch signaal. De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen.
ATTENTIEAls om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in. » pagina 37 ÐKoelvloeistoftemperatuur/koelvloeistofpeil Het controlelampje brandt totdat de motor de bedrijfstemperatuur heeft be-reikt1). Hoge motortoerentallen, volgas en sterke motorbelasting voorkomen. Als het controlelampje brandt resp. knippert, is de koelvloeistoftemperatuur tehoog of is het koelvloeistofpeil te laag. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Check coolant. Instructieboekje (koelvloeistof controleren. Instructieboekje. )Stoppen, de motor afzetten en het koelvloeistofpeil controleren , zo» pagina 131nodig koelvloeistof bijvullen.
» pagina 132Als het koelvloeistofpeil binnen het voorgeschreven bereik ligt, kan een te hogetemperatuur worden veroorzaakt door een storing van de koelluchtventilator. Dezekering voor de koelluchtventilator controleren en deze zo nodig vervan-gen ,. » pagina 161 Zekeringen in de motorruimte vervangen £1) Geldt niet voor wagens met informatiedisplay. 19Instrumenten en controlelampjes.
Als het controlelampje brandt, hoewel het koelvloeistofpeil en ook de ventila-torzekering in orde zijn,. de rit niet voortzetten. De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. ATTENTIE■Als om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in. » pagina 37■Voorzichtig het koelvloeistofexpansiereservoir openen. Bij een warme mo-tor staat het koelsysteem onder druk - gevaar voor verbranding. Laat daaromvoor het losdraaien van de vuldop de motor afkoelen. ■De koelluchtventilator niet aanraken. De koelluchtventilator kan ook bij uit-geschakeld contact vanzelf worden ingeschakeld. ÐStuurbekrachtiging Als het controlelampje brandt, is er een storing in de stuurbekrachtiging aan-wezig. De stuurbekrachtiging biedt minder ondersteuning of werkt helemaal niet.
De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. ÐStabiliseringscontrole (ESC) Als het controlelampje knippert, doet de ESC momenteel een ingreep. Als het controlelampje direct na het starten van de motor gaat branden, kan deESC om technische redenen uitgeschakeld zijn. Het contact uit- en weer inscha-kelen. Als het controlelampje na het opnieuw starten van de motor niet meerbrandt, functioneert de ESC weer volledig. Als het controlelampje brandt, is er een storing in de ESC aanwezig. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Error: stabilisation control (ESC) (Storing: stabiliseringscontrole (ESC))ofError: traction control (ASR) (Storing: aandrijfslipregeling (ASR))De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. Meer informatie ,.
» pagina 74 Stabiliseringscontrole (ESC)Let opAls de accukabels zijn losgemaakt en weer zijn aangesloten, gaat na het inscha-kelen van het contact het controlelampje branden. Na even te hebben gere-den, moet het controlelampje doven. ÐAandrijfslipregeling (ASR) Als het controlelampje knippert, doet de ASR momenteel een ingreep.
Als het controlelampje direct na het starten van de motor gaat branden, kan deASR om technische redenen uitgeschakeld zijn. Het contact uit- en weer inscha-kelen. Als het controlelampje na het opnieuw starten van de motor niet meerbrandt, functioneert de ASR weer volledig. Als het controlelampje brandt, is er een storing in de ASR aanwezig. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Error: traction control (ASR) (Storing: aandrijfslipregeling (ASR))De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. Meer informatie ,. » pagina 75 Aandrijfslipregeling (ASR) ÐAntiblokkeersysteem (ABS) Als het controlelampje brandt, is er een storing in het ABS aanwezig. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Error: ABS (Storing: ABS)Voor het afremmen van de wagen wordt alleen nog het gewone remsysteemzonder het ABS gebruikt. De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen.
ATTENTIE■Als om technische redenen moet worden gestopt, parkeer de wagen dan opeen veilige afstand van het verkeer, zet de motor af en schakel de alarmlich-ten in. » pagina 37■Als het controlelampje » pagina 18 samen met het controlelampje brandt, De hulp van een ŠKODA erkend reparateurde rit niet voortzetten. inroepen. ■Een storing aan het remsysteem resp. aan het ABS kan leiden tot een lange-re remweg bij het remmen - gevaar voor ongevallen. ÐMistachterlicht Het controlelampje brandt bij ingeschakeld mistachterlicht. » pagina 35 ÐDefecte lamp Het controlelampje brandt bij een defecte gloeilamp:›binnen enkele seconden na het inschakelen van het contact,›bij het inschakelen van de defecte gloeilamp. Op het informatiedisplay wordt het volgende weergegeven:Check front right dipped beam. (Dimlicht rechtsvoor controleren.
)Let opHet achterlicht en de kentekenplaatverlichting bevatten meerdere gloeilampen. Het controlelampje gaat alleen branden als alle gloeilampen van de kenteken-plaatverlichting resp. het achterlicht (in een achterlichtunit) defect zijn. De werk-ing van deze gloeilampen moet daarom regelmatig worden gecontroleerd. ÐUitlaatgascontrolesysteem Als het controlelampje brandt, is er een storing in het uitlaatgascontrolesys-teem aanwezig. Er kan in de noodloopmodus worden gereden. De hulp van een ŠKODA erkend reparateur inroepen. ÐVoorgloeisysteem (dieselmotor)Na het inschakelen van het contact gaat het controlelampje branden. Direct nahet doven van het controlelampje voorgloeitijd moet de motor worden gestart. Als het controlelampje of brandt, is er een storing in het voor-niet continugloeisysteem aanwezig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Skoda Rapid (2012) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Skoda
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto