Skoda Octavia (2018) Handleiding

Skoda Auto Octavia (2018)

Bekijk gratis de handleiding van Skoda Octavia (2018) (352 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Skoda Octavia (2018) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/352
INSTRUCTIEBOEKJE
Wagen en infotainment
ŠKODA OCTAVIA

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Skoda
Categorie: Auto
Model: Octavia (2018)

Handleiding Skoda Octavia (2018) – volledige tekst

Documentatie van de aflevering van de wagen Datum van aflevering vande wagena)   ŠKODA Partner Stempel en handtekening verkoper Ik bevestig dat de wagen in correcte staat is afgeleverd en ik vertrouwdben gemaakt met het juiste gebruik ervan en de garantievoorwaarden. Handtekening van de klant Heeft de wagen verlengde garantie? Ja Nee  Beperking van de ŠKODA garantieverlengingb) Jaar: of Km: resp. Mijlen: a) Vanwege eisen op grond van algemeen geldende landspecifieke wettelijke be-palingen, kan in plaats van de datum van aflevering van de wagen de datum vande 1e kentekenregistratie worden vermeld.b) Afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt. 5E0012732AQ

InhoudsopgaveProductaansprakelijkheid en ŠKODA garantievoor nieuwe wagens 6Ongevalgegevens-recorder (Event DataRecorder) 8Radio-apparatuur - informatie over richtlijn2014/53/EU 9Over dit instructieboekjeInleidende informatie 10Algemeen 10Gedrukt instructieboekje 10Elektronische versie van het instructieboekje 10Videohandleidingen 11MyŠKODA App applicatie 11Toelichtingen 12Online-dienstenŠKODA Connect 13Dienstenpakket "ŠKODA Connect" 13Internetpagina "ŠKODA Connect" 13Gebruikers- en wagenregistratie, activeringvan de online-diensten 14Beheer van de online-diensten 15Noodoproep 16"Care Connect"-diensten 17"Infotainment Online"-diensten 18VeiligheidPassieve veiligheid 20Algemene aanwijzingen 20Juiste en veilige zithouding 20Veiligheidsgordels 23Veiligheidsgordels gebruiken 23Gordeloprolautomaten en gordelspanners 25Airbagsysteem 26Beschrijving van het airbagsysteem 26Airbags buiten werking stellen 28Veilig vervoer van kinderen 30Kinderzitje 30Bevestigingssystemen 33BedieningBestuurdersruimte 37Overzicht 36Instrumenten en controlelampjes 38Instrumentenpaneel 38Digitaal instrumentenpaneel 40Controlelampjes 41Informatiesysteem 51Bestuurdersinformatiesysteem 51Bediening van het informatiesysteem 54Ritgegevens (multifunctie-indicatie) 55Menu's op het display van hetinstrumentenpaneel 57Service-intervallen 59Personalisering 60Ontgrendelen en openen 62Ontgrendelen en vergrendelen 62Alarmsysteem 66Achterklep met handmatige bediening 67Elektrische achterklep 68Ruitbediening 70Panorama-schuif-kanteldak 73Licht en zicht 75Licht 75Binnenverlichting 80Zicht 82Ruitenwissers en -sproeiers 83Binnenspiegel 85Stoelen en hoofdsteunen 88Voorstoelen 88Zitplaatsen achterin 90Hoofdsteunen 92Stoelverwarming 93Stuurwielverwarming 93Praktische uitrusting 94Interieuruitrusting 94Elektrische stopcontacten 102Asbakken en sigarettenaansteker 103Tablethouder 104Vervoeren van lading 106Bagageruimte en transport 106Variabele bagageruimtevloer 114Scheidingsnet 116Transport op de dakdragers 117Verwarming en ventilatie 118Verwarming, handmatige airconditioning,Climatronic 118Extra verwarming (interieurvoorverwarmingen -ventilatie) 123InfotainmentInleidende informatie 126Belangrijke aanwijzingen 126Infotainmentoverzicht 1263Inhoudsopgave.

Infotainmentbediening 129Infotainmentbediening 129Spraakbediening 134Update van de infotainment-software 136Infotainment-instellingen - Columbus,Amundsen, Bolero 137Infotainment-systeeminstellingen 137Instellingen van het menu Radio 141Instellingen van het menu Media 142Instellingen van het menu Afbeeldingen 142Instellingen van het menu Video-dvd 142Instellingen van het menu Telefoon 142Instellingen van het menu SmartLink+ 144Instellingen van het menu Navigatie 144Infotainment-instellingen - Swing 146Infotainment-systeeminstellingen 146Instellingen van het menu Radio 148Instellingen van het menu Media 149Instellingen van het menu Telefoon 149Instellingen van het menu SmartLink+ 149Radio 150Bediening 150Media 153Bediening 153Audiobronnen 155Afbeeldingen 160Viewer 160Video-dvd 162Videospeler 162Media Command 164Bediening 164Telefoon 166Inleidende informatie 166Koppeling en verbinding 167Gebruik van de simkaart in de externemodule 170Telefoonfuncties 171Tekstberichten (Sms) 174Dataverbinding 176Internetverbinding 176Verbindingsopbouw met het CarStick-apparaat 177Verbindingsopbouw met een simkaart in deexterne module 177Verbindingsopbouw met de telefoon met hetBluetooth®-profiel rSAP 178Verbindingsopbouw via WLAN 178SmartLink+ 180Inleidende informatie 180Android Auto 181Apple CarPlay 182MirrorLink®182"ŠKODA OneApp" applicatie 184Navigatie 185Inleidende informatie 185Reisdoel zoeken en invoeren 188Opgeslagen reisdoelen 191Import eigen reisdoelen 192Kaart 195Routegeleiding 198Route 201Wegpuntmodus 203Verkeersinformatie 205Wagensystemen 207CAR - Wageninstellingen 207RijdenWegrijden en rijden 209Motor starten en afzetten 209Start-stopsysteem 211Remmen en parkeren 213Handmatig schakelen en pedalen 214Automatische versnellingsbak 215Motor inrijden en zuinig rijden 218Schade aan de wagen voorkomen 219Hulpsystemen 220Algemene aanwijzingen 220Rem- en stabiliteitssystemen 221Offroad-modus 224Parkeerhulp (ParkPilot) 226Uitparkeerhulp en assistent voor "dodehoek"-herkenning 229Achteruitrijcamera 232Inparkeersysteem 236Aanhangwagenmanoeuvreerhulp (TrailerAssist) 241Snelheidsregelsysteem 243Snelheidsbegrenzer 244Automatische afstandsregeling (ACC) 246Front Assist 251Keuze van de rijmodus (Driving ModeSelection) 254Proactieve inzittendenbescherming (CrewProtect Assist) 256Rijstrookassistent (Lane Assist) 257Verkeerstekenherkenning 259Vermoeidheidsherkenningsassistent 261Bandenspanningscontrole 262Trekhaak en aanhangwagen 263Trekhaak 263Trekhaak gebruiken 2684Inhoudsopgave.

Raadgevingen voor het gebruikVerzorging en onderhoud 273Servicewerkzaamheden, aanpassingen entechnische wijzigingen 273Verzorging en onderhoud 275Controleren en bijvullen 279Brandstof 279AdBlue® en het bijvullen ervan 284Motorruimte 285Motorolie 287Koelvloeistof 288Remvloeistof 290Accu 290Wielen 293Velgen en banden 293Gebruik bij winterse omstandigheden 295Tips om het zelf te doenNooduitrusting en tips om het zelf te doen 297Nooduitrusting 297Wiel verwisselen 298Bandenafdichtset 302Starthulp 304Wagen afslepen 305Afstandsbediening en uitneembare lamp -batterij/accu's vervangen 307Noodontgrendeling/-vergrendeling 308Ruitenwisserbladen vervangen 309Zekeringen en gloeilampjes 311Zekeringen 311Gloeilampjes 315Technische gegevensTechnische gegevens 320Fundamentele wagengegevens 320Wagenspecifieke gegevens afhankelijk vanhet motortype 327Trefwoordenlijst5Inhoudsopgave

Productaansprakelijkheid en ŠKODA garantie voornieuwe wagensProductaansprakelijkheidUw ŠKODA Partner is als verkopende partij conform de wettelijke voorschrif-ten en het koopcontract aansprakelijk voor gebreken aan uw nieuwe ŠKODA,aan ŠKODA originele onderdelen en aan ŠKODA originele accessoires. ŠKODA garantie voor nieuwe wagensNaast de aansprakelijkheid voor het product biedt de firma ŠKODA AUTO u deŠKODA garantie voor nieuwe wagens (hierna "ŠKODA garantie" genoemd). Hiervoor gelden de hierna beschreven voorwaarden. Binnen het kader van de ŠKODA garantie garandeert de firma ŠKODA AUTOhet volgende. ▶Kosteloze reparatie van defecten door een gebrek aan uw wagen die binnentwee jaar na begin van de ŠKODA garantie aan uw wagen optreden. ▶Kosteloze reparatie van defecten door een gebrek aan de lak van uw wagendie binnen drie jaar na begin van de ŠKODA garantie aan uw wagen optreden.

▶Kosteloze reparatie van carrosserieschade door doorroesten die binnen 12jaar na begin van de garantie aan uw wagen optreedt. Onder doorroestenwordt binnen de ŠKODA garantie uitsluitend het doorroesten van carrosse-riedelen van binnenuit verstaan. Het begin van de garantie is de dag, waarop aan de eerste koper na aankoopde nieuwe wagen door de ŠKODA Partner wordt overhandigd1). De ŠKODAPartner dient deze datum middels het chassisnummer van uw wagen te ver-melden in de systemen van de fabrikant. De reparatie van de wagen kan plaatsvinden door vervanging of reparatie vanhet defecte onderdeel. Vervangen onderdelen worden eigendom van deŠKODA Servicepartner. Verdere aanspraken kunnen niet aan de ŠKODA garantie worden ontleend.

Inhet bijzonder kan geen aanspraak worden gemaakt op de levering van een ver-vangend product, op ontbinding van de koopovereenkomst, op een vervangen-de wagen gedurende de duur van de reparatie of op een schadevergoeding. De ŠKODA garantie is geldig bij elke willekeurige ŠKODA Servicepartner.

De tijdige en vakkundige uitvoering van alle door de firma ŠKODA AUTO voor-geschreven servicewerkzaamheden vormt een voorwaarde om aanspraak tekunnen maken op de ŠKODA garantie. In geval van aanspraken op de ŠKODAgarantie dient te worden aangetoond dat alle door de firma ŠKODA AUTOvoorgeschreven servicewerkzaamheden tijdig en vakkundig zijn uitgevoerd. Ingeval van niet of niet conform de voorschriften van de firma ŠKODA AUTOuitgevoerde servicewerkzaamheden blijven evenwel garantie-aanspraken be-staan indien u kunt aantonen dat het defect niet is ontstaan door het niet ofniet conform de voorschriften van de firma ŠKODA AUTO uitvoeren van deservicewerkzaamheden. Uitgesloten van de ŠKODA-garantie zijn onderdelen die onderhevig zijn aan na-tuurlijke slijtage, zoals bv. banden, bougies, wisserbladen, remblokken en rem-schijven, koppeling, gloeilampjes, synchromeshringen, accu's enz.

De ŠKODA-garantie dekt ook geen gebreken aan opbouwen van derden, door derden uit-gevoerde installaties en aansluitingen, evenals defecten aan de wagen die hier-door zijn veroorzaakt. Hetzelfde geldt voor accessoires die niet af fabriek zijningebouwd en/of zijn geleverd. Eveneens bestaan geen garantie-aanspraken indien het defect door een van devolgende oorzaken is ontstaan. ▶Ongeoorloofd gebruik, ondeskundige behandeling (bv. bij autosportevene-menten of overbelading), ondeskundige verzorging en onderhoud of onge-oorloofde veranderingen aan de wagen. ▶Het niet opvolgen van de voorschriften in het instructieboekje resp. in andereaf fabriek geleverde handleidingen. ▶Invloeden van buitenaf (bv. een ongeval, hagel, overstroming enz. ).

▶Aan of in de wagen zijn onderdelen gemonteerd waarvan het gebruik doorŠKODA AUTO niet is vrijgegeven of waardoor de wagen op een door ŠKODAAUTO niet goedgekeurde wijze is veranderd (bv. tuning). ▶Een niet tijdig bij een specialist gemeld defect of een defect dat niet vakkun-dig is verholpen.

Ongevalgegevens-recorder (Event Data Recorder)De wagen is met een apparaat uitgerust dat als ongevalgegevens-recorder(hierna alleen "EDR") dient. Het belangrijkste doel van de EDR is het opslaanvan gegevens tijdens het verkeersongeval of een andere buitengewone ver-keerssituatie (hierna alleen "ongeval") waarbij de veiligheidssystemen wordengeactiveerd. De EDR slaat gedurende een korte periode de gegevens van het ongeval op(ongeveer 10 s), zoals bv. :▶de werking van bepaalde systemen in de wagen,▶de status van de veiligheidsgordel van de bestuurder en bijrijder,▶de bediening van het rem- en gaspedaal,▶de rijsnelheid van de wagen ten tijde van het ongeval.

De opgeslagen gegevens dienen ter ondersteuning bij de analyse, hoe de wa-gensystemen zich kort vóór, tijdens of kort na het ongeval gedroegen, zodatde omstandigheden duidelijker worden waaronder het ongeval zich voordeedwaarbij materiële schade en mogelijk persoonlijk letsel is opgetreden. Daarnaast worden eveneens de gegevens van de hulpsystemen in de wagenopgeslagen. Op deze manier is niet alleen de informatie beschikbaar of de be-treffende systemen op het bijbehorende tijdstip waren in- of uitgeschakeld,slechts gedeeltelijk beschikbaar waren of inactief waren, maar kan ook wordenachterhaald of deze wagenfuncties ervoor hebben gezorgd dat de wagen tij-dens het ongeval werd aangestuurd, versneld of afgeremd. Afhankelijk van deuitvoering van de wagen vallen bv.

de volgende functies hieronder:▶Automatische afstandsregeling (ACC)▶Rijstrookhulp (Lane Assist)▶Inparkeersysteem (Park Assist)▶Parkeerhulp▶Noodremfunctie (Front Assist)EDR-gegevens worden alleen opgeslagen als zich een ongeval voordoet waar-bij de veiligheidssystemen worden geactiveerd. Onder normale rij-omstandig-heden worden geen gegevens opgeslagen en vindt er geen audio- of video-op-name in het interieur of de omgeving van de wagen plaats.

Persoonlijke gege-vens, bijvoorbeeld naam, geslacht, leeftijd of de plaats waar het ongeveer heeftplaatsgevonden, worden eveneens niet in de EDR opgeslagen. Derden, waar-onder bv. justitiële instanties, kunnen echter met behulp van bepaalde hulp-middelen informatie uit de EDR aan andere gegevensbronnen koppelen, om opdie manier bij het onderzoek naar de oorzaak van het ongeval de identiteit vanbetrokkenen bij het ongeval te achterhalen. Voor het uitlezen van de EDR-gegevens is een speciale uitrusting met een spe-ciale toegangsbevoegdheid en een wettelijk voorgeschreven diagnose-aanslui-ting ("On-Board-Diagnostics") in de wagen noodzakelijk en moet het contactingeschakeld zijn.

De firma ŠKODA AUTO zal zonder toestemming van de eigenaar van de wagenof andere voor gebruik van de wagen geautoriseerde persoon geen gegevensover de toedracht van het ongeval uit de EDR uitlezen of op enigerlei anderewijze verwerken. Uitzonderingen zijn in de contractuele overeenkomsten vast-gelegd of zijn aan algemene bindende voorschriften onderhevig. De firma ŠKODA AUTO is op grond van wettelijke voorschriften verplicht omde kwaliteit en veiligheid van de eigen producten te bewaken. Daarom mogenwij gegevens uit de EDR alleen gebruiken voor het toezicht houden op het pro-duct op de markt, voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden en voor kwa-liteitsverbetering van de veiligheidssystemen van de wagen. In het kader vanonderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden stelt de firma ŠKODA AUTO gege-vens eveneens aan derden beschikbaar. Dit vindt uitsluitend plaats in geanoni-miseerde vorm, d. w.

Online-dienstenŠKODA ConnectDienstenpakket "ŠKODA Connect"De "ŠKODA Connect" online-diensten breiden de wagen- en infotainment-functies uit met de dienstenpakketten "Care Connect" en "InfotainmentOnline". De "ŠKODA Connect" online-diensten behoren niet tot de leveringsomvangvan de wagen. Deze worden afzonderlijk besteld via de "ŠKODA ConnectPortal" internetpagina» pag. 14, ŠKODA Connect Portal "internetpagina". Derechten en plichten van de contractpartners met betrekking tot de leveringvan deze diensten worden geregeld in een afzonderlijke overeenkomst. "Care Connect" online-dienstenDe "Care Connect"-diensten omvatten de volgende functies. ▶Nood-, informatie- en pechoproep. ▶Pro-actieve servicedienst voor de verbinding met uw ŠKODA Servicepartner. ▶Toegang op afstand tot de wagen met behulp van de "ŠKODA Connect" ap-plicatie en de "ŠKODA Connect Portal" internetpagina.

Voor de werking van de "Care Connect"-diensten moet de wagen zich in hetbereik van een mobiel telefoonnetwerk bevinden, waarover de "CareConnect"-diensten worden aangeboden. "Infotainment Online" online-dienstenDe "Infotainment Online"-diensten breiden de infotainment-functies uit metbv. de volgende functies. ▶Weersvoorspelling. ▶Zoeken van tankstations met informatie over brandstofprijzen. ▶Online-verkeersinformatie. ▶Online-reisdoelzoeken. Voor de werking van de "Infotainment Online"-diensten moet het infotainmentmet het internet verbonden zijn » pag. 176. Gebruiksvoorwaarden en beschikbaarheid van de dienstenDe actuele "voorwaarden voor het gebruik van het gebruikersaccount" incl. "verklaring bescherming persoonsgegevens" is te vinden op de "ŠKODAConnect Portal"» pag. 14, ŠKODA Connect Portal "internetpagina" internetpa-gina.

Let opDe beschikbaarheid van de vermelde diensten is altijd afhankelijk van de gel-digheidsduur van het contract. Gedurende de looptijd van het contract zijn tus-sentijdse inhoudelijke wijzigingen van deze diensten mogelijk. Internetpagina "ŠKODA Connect"Afb. 5 ŠKODA Connect internetpagina startenDe "ŠKODA Connect" internetpagina bevat informatie met betrekking tot deonline diensten en de betreffende functies, de toegang tot de "ŠKODAConnect Portal" internetpagina en de optie om de "ŠKODA Connect" applicatiete downloaden. De "ŠKODA Connect" internetpagina kan worden geopend door het inlezenvan de QR-code » afb. 5 of na het invoeren van het volgende adres in de web-browser. http://go. skoda. eu/skoda-connect13ŠKODA Connect.

Gebruikers- en wagenregistratie, activering van de online-dienstenŠKODA Connect Portal "internetpagina"Afb. 6 ŠKODA Connect Portal internetpagina startenVoor het gebruik van de "ŠKODA Connect" online-diensten is eerst een regi-stratie van de gebruiker en de wagen op de "ŠKODA Connect Portal" internet-pagina en een activering van de online-diensten in het infotainment noodzake-lijk. De "ŠKODA Connect Portal" internetpagina kan worden geopend door het in-lezen van de QR-code » afb. 6 of na het invoeren van het volgende adres in dewebbrowser. http://go. skoda. eu/connect-portalInformatie over de registratie en activering van de online-dienstenAfb. 7 Instructievideo over de registratie en activering van de dienstenAfb.

8 Elektronische versie van de handleiding voor de registratie en ac-tivering van de dienstenInstructievideo over de registratie en activering van de dienstenDe registratie en activering vinden plaats volgens de instructievideo. De instructievideo kan worden geopend door het inlezen van de QR-code» afb. 7 of na het invoeren van het volgende adres in de webbrowser. http://go. skoda. eu/connect-videoElektronische versie van de handleiding voor de registratie en activeringvan de dienstenActuele informatie over de registratie en activering van de online-diensten iste vinden in de elektronische versie van de handleiding over de online-dien-sten op de "ŠKODA Connect" internetpagina. De elektronische versie van de handleiding kan worden geopend door het inle-zen van de QR-code » afb. 8 of na het invoeren van het volgende adres in dewebbrowser. http://go. skoda.

eu/connect-manualLet opVoor hulp bij de registratie, activering en de internetverbinding kunt u contactopnemen met een ŠKODA Servicepartner. Activering van de online-diensten in het infotainment›Het contact en het infotainment inschakelen. ›Het sensorveld  en vervolgens de functietoets  → ŠKODA Connect (Online-diensten) → Registratie aantippen.

›De melding bevestigen. Let op■Voor de activering is de beschikbaarheid van het GPS-signaal en een mobieltelefoonnetwerk onontbeerlijk. ■Bij wagen die alleen over de "Infotainment Online"-diensten beschikken,moet voor de activering het GPS-signaal beschikbaar zijn en moet het infotain-ment met het internet zijn verbonden. ■Het overzicht van de diensten kan worden weergegeven » pag. 15, Weerga-ve van het dienstenbeheer. Wissen/wisselen van wagengebruikerGebruiker wissen›Het contact en het infotainment inschakelen. ›Het sensorveld  en vervolgens de functietoets  → ŠKODA Connect (Online-diensten) → Registratie aantippen. ›De functietoets Houder wissen → Wissen aantippen en het wissen bevestigen. Van gebruiker wisselen›Het contact en het infotainment inschakelen. ›Het sensorveld  en vervolgens de functietoets  → ŠKODA Connect (Online-diensten) → Registratie aantippen.

›De functietoets Nieuwe houder → Houderwisseling aantippen. ›De bij de registratie van de nieuwe gebruiker en bij de wagenregistratie opde ŠKODA Connect Portal internetpagina ontvangen registratie-pincode in-geven en bevestigen. ›Eventueel de gebruikerswisseling door het aantippen van de functietoetsHoofdgebr. wijzigen bevestigen. Let opDoor de geregistreerde wagen in het gebruikersaccount op de "ŠKODAConnect Portal" internetpagina te wissen, wordt de gebruiker in het infotain-ment gewist. Beheer van de online-dienstenWeergave van het dienstenbeheerIn het dienstenbeheer is het mogelijk om informatie over de online-diensten enover de geldigheid van de betreffende licentie weer te geven of de diensten inof uit te schakelen. ›Het contact en het infotainment inschakelen. ›Het sensorveld  en vervolgens de functietoets  → ŠKODA Connect (Online-diensten) → Dienstenbeheer aantippen.

›Voor uitgebreide informatie over de dienst de functietoets  aantippen. ›Om de diensten in of uit te schakelen, de functietoets met "checkbox" aan-tippen. Online-diensten in het infotainment uit-/inschakelenFunctie Privémodus in-/uitschakelenDoor het inschakelen van de functie Privémodus worden de diensten uitgescha-keld met betrekking tot het verzenden van wageninformatie en persoonsge-gevens, die voor de levering van diensten onontbeerlijk zijn. ›Het sensorveld  en vervolgens de functietoets  → ŠKODA Connect (Online-diensten) → Dienstenbeheer → Privémodus aantippen. "Care Connect"-diensten uit-/inschakelenDoor het uitschakelen van de "Care Connect"-diensten worden de dienstenuitgeschakeld met betrekking tot het verzenden van wageninformatie en per-soonsgegevens, die voor de levering van diensten onontbeerlijk zijn.

Online-diensten bij de ŠKODA Servicepartner uit-/inschakelenAfb. 9Sticker met de informatie overde uitgeschakelde online-dien-stenHet is mogelijk om de online-diensten door een ŠKODA Servicepartner te la-ten uit-/inschakelen. Na het uitschakelen van de online-diensten werken de "ŠKODA Connect" onli-ne-diensten niet meer. Om de gebruiker van de wagen te informeren over het feit dat de "ŠKODAConnect" online-diensten incl. noodoproep niet meer werken, brengt de Servi-cepartner op een zichtbare plaats in de wagen (bv. op de hemelbekleding) desticker » afb. 9 aan. Deze sticker mag, zolang de online-diensten zijn uitge-schakeld, niet worden verwijderd. VOORZICHTIGHoud er rekening mee dat de nood-, informatie- en pechoproep na het uit-schakelen van de online-diensten niet beschikbaar is. Om deze reden vindtbij een zwaar ongeval geen automatisch noodoproep plaats.

Statussymbolen van de online-dienstenAfb. 10Statussymbolen van de online-dienstenIn de statusregel van het infotainment » afb. 10 wordt informatie over de toe-stand van de online-diensten getoond. De "ŠKODA Connect" online-diensten zijn beschikbaar. Tegelijkertijd kanhet symbool van het verbonden netwerktype worden weergegeven. De verbinding met de "ŠKODA Connect" online-diensten wordt opge-bouwd. De lokaliseringsdiensten zijn beperkt of gedeactiveerd. Gedetailleerde in-formatie over de online-diensten kan worden weergegeven » pag. 15,Weergave van het dienstenbeheer. De lokaliseringsdiensten zijn geactiveerd. Gedetailleerde informatie overde online-diensten kan worden weergegeven » pag. 15, Weergave van hetdienstenbeheer. LokaliseringsdienstenVoor de volledige functionaliteit van sommige online-diensten zijn geactiveer-de lokalisatiediensten vereist. De lokalisatiediensten omvatten bv.

informatie over de laatste parkeerpositie,gebiedswaarschuwingen en snelheidswaarschuwingen. Bij actieve lokalisatiediensten wordt in de statusregel op het infotainment-beeldscherm een van de volgende symbolen D » afb.

Ernstig ongevalBij een ongeval waarbij airbags of gordelspanners zijn geactiveerd, wordt auto-matisch een gesprek met de noodoproepcentrale gestart. De noodoproepcen-trale ontvangt tegelijkertijd informatie over het ongeval, bv. over de locatie vande wagen, het aantal gordeldragende inzittenden en het chassisnummer (VIN). Licht ongevalOp het infotainmentbeeldscherm verschijnt de optie voor het opbouwen vaneen verbinding met de noodoproepcentrale of de reparatiedienst. Handmatige verbindingsopbouw met de noodoproepcentrale›De toets B » afb. 11 ingedrukt houden. ›Op het infotainmentbeeldscherm of op het display van het instrumentenpa-neel de verbindingsopbouw bevestigen. De handmatige verbindingsopbouw kan zo bv. worden gebruikt om een onge-val te melden waarbij u niet direct betrokken bent.

De systeemtoestand wordt na het inschakelen van het contact door het bran-den van het controlelampje A » afb. 11 aangegeven. ▶Groen - het systeem functioneert. ▶Rood - er is een systeemstoring aanwezig. ▶Brandt niet - het systeem is uitgeschakeld » pag. 16. Let opDe noodoproepdienst werkt ook zonder gebruikersregistratie en activeringvan de diensten. "Care Connect"-dienstenProactieve serviceAfb. 12 Toetsen en controlelampje van de Care Connect-dienstenDe proactieve service dienst geeft u een overzicht van de technische toe-stand van uw wagen en over vereiste servicewerkzaamheden. Een verbin-dingsopbouw met de informatieoproep- of noodoproepcentrale is eveneensmogelijk. Toetsen en controlelampje van de "Care Connect"-diensten » afb. 12Controlelampje voor de systeemtoestand.

Door op de toets te drukken, wordt de verbinding met het informatie-nummer opgebouwd bij problemen met de online-diensten of voor infor-matie over de producten en diensten van het merk ŠKODA. Door op de toets te drukken, wordt de verbinding met het pechnummeropgebouwd in geval van pech. De systeemtoestand wordt na het inschakelen van het contact door het bran-den van het controlelampje A » afb.

12 aangegeven. ▶Groen - het systeem functioneert. ▶Rood - er is een systeemstoring aanwezig. Let opDe beschikbaarheid van de vermelde diensten is altijd afhankelijk van de gel-digheidsduur van het contract. Gedurende de looptijd van het contract zijn tus-sentijdse inhoudelijke wijzigingen van deze diensten mogelijk. Actuele informa-tie is te vinden op de "ŠKODA Connect" internetpagina » pag. 13. ABC17ŠKODA Connect.

Toegang op afstand tot de wagenAfb. 13 ŠKODA Connect applicatieMet de dienst toegang op afstand tot de wagen heeft u toegang tot een aan-tal functies van de wagen via de "ŠKODA Connect Portal" internetpagina of deop het mobiele apparaat geïnstalleerde app "ŠKODA Connect". Na het ingeven van het volgende adres in de webbrowser wordt de internetpa-gina met informatie over de mobiele ŠKODA applicaties geopend. http://go. skoda. eu/service-appMobiele toepassing "ŠKODA Connect" installeren›De QR-code » afb. 13 inlezen. De toegang op afstand tot de wagen omvat bv. de volgende diensten. ▶Rijgegevens. ▶Wagentoestand. ▶Laatste parkeerpositie. ▶Wagenontgrendeling en -vergrendeling. ▶Online-bediening van de interieurvoorverwarming. Let opDe beschikbaarheid van de vermelde diensten is altijd afhankelijk van de gel-digheidsduur van het contract.

Gedurende de looptijd van het contract zijn tus-sentijdse inhoudelijke wijzigingen van deze diensten mogelijk. Actuele informa-tie is te vinden op de "ŠKODA Connect" internetpagina » pag. 13. "Infotainment Online"-dienstenHoofdmenu en overzicht van de dienstenGeldt voor het infotainment Columbus, Amundsen. Afb. 14HoofdmenuDeze diensten vormen een functie-uitbreiding van het met het internet ver-bonden infotainment. Voor de weergave van het hoofdmenu » afb. 14 het sensorveld  en vervol-gens de functietoets  aantippen. Nieuws uit de in het gebruikersprofiel op de "ŠKODA Connect Portal" in-ternetpagina ingestelde RSS-kanalenOnline-zoeken van tankstations met informatie over brandstofprijzen» pag. 190Online-zoeken van parkeerplaatsen met informatie over vrije plaatsen» pag.

194Import van de in het gebruikersprofiel op de "ŠKODA Connect Portal" in-ternetpagina aangemaakte routes » pag. 202Online-update van de navigatiegegevens (geldt voor het infotainment Co-lumbus) en import van de categorieën bijzondere reisdoelen » pag. 186Voorwaarden voor het gebruik van de online-dienstenInstellingen van de online-diensten » pag. 140 18 Online-diensten.

Meer informatie over de beschikbare diensten kunt u op de "ŠKODA Connect"internetpagina vinden » pag. 13.Let opDe beschikbaarheid van de vermelde diensten is altijd afhankelijk van de gel-digheidsduur van het contract. Gedurende de looptijd van het contract zijn tus-sentijdse inhoudelijke wijzigingen van deze diensten mogelijk. Actuele informa-tie is te vinden op de "ŠKODA Connect" internetpagina » pag. 13.19ŠKODA Connect

VeiligheidPassieve veiligheidAlgemene aanwijzingenInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk van het instructieboekje vindt u belangrijke informatie metbetrekking tot het thema passieve veiligheid. We hebben hier alles samengevatwat u bv. over veiligheidsgordels, airbags, de veiligheid van kinderen enz. moetweten. Verdere belangrijke informatie met betrekking tot de veiligheid kunt u ook vin-den in de volgende hoofdstukken van dit instructieboekje. Het instructieboek-je moet daarom altijd in de wagen aanwezig zijn. Vóór elke ritVoor uw eigen veiligheid en voor de veiligheid van uw passagiers moet voorelke rit op de onderstaande punten worden gelet. ▶De werking van de verlichting en de knipperlichten controleren. ▶De werking van de ruitenwissers en de toestand van de ruitenwisserbladencontroleren. Het ruitensproeiervloeistofpeil controleren.

▶Ervoor zorgen dat alle ruiten een helder en goed zicht naar buiten bieden. ▶De spiegels zo instellen dat het zicht naar achteren is gewaarborgd. Ervoorzorgen dat de spiegels niet afgedekt zijn. ▶De bandenspanning controleren. ▶Motorolie-, remvloeistof- en koelvloeistofpeil controleren. ▶Aanwezige bagage goed bevestigen. ▶De toegestane asbelastingen en het maximaal toegestaan gewicht van dewagen niet overschrijden. ▶Alle portieren, de motorkap en de achterklep sluiten. ▶Controleren of geen onderdelen en componenten in de wagen zichtbaar los-zitten. ▶Controleren of er geen voorwerpen zijn die de bediening van de pedalen kun-nen beïnvloeden. ▶Kinderen beschermen in een geschikt kinderzitje » pag. 30, Veilig vervoervan kinderen. ▶De juiste zithouding innemen. Uw passagiers erop wijzen de juiste zithoudingin te nemen. » pag. 20, Juiste en veilige zithouding.

door medicijnen, alcohol ofverdovende middelen). ▶De verkeersregels en de aangegeven snelheid aanhouden. ▶Uw rijsnelheid steeds aan de toestand van de weg en de verkeers- en weers-omstandigheden aanpassen. ▶Op lange ritten regelmatig pauzeren (ten minste eens in de twee uur). Juiste en veilige zithoudingInleiding voor het onderwerpVóór elke rit de juiste zithouding innemen en deze houding ook tijdens de ritniet wijzigen. Ook de passagiers erop wijzen de juiste zithouding in te nemenen deze houding ook tijdens de rit niet te wijzigen. Voor de bijrijder gelden de volgende aanwijzingen die, indien ze niet wordenopgevolgd, tot zwaar of dodelijk letsel kunnen leiden. ▶Niet tegen het dashboard leunen. ▶De voeten niet op het dashboard leggen. Voor alle inzittenden gelden de volgende aanwijzingen die, indien ze niet wor-den opgevolgd, tot zwaar of dodelijk letsel kunnen leiden.

▶Niet alleen op het voorste deel van de zitting gaan zitten. ▶Niet dwars op de stoel gaan zitten. ▶Niet uit de ruiten leunen. ▶De ledematen niet uit het raam steken. ▶De voeten niet op de zitting leggen. 20 Veiligheid.

ATTENTIE■Instelbare stoelen en alle hoofdsteunen moeten altijd overeenkomstig delichaamslengte worden ingesteld en de veiligheidsgordels moeten altijdgoed omgegespt zijn, zodat de inzittenden zo optimaal mogelijk worden be-schermd. ■Iedere inzittende in de wagen moet de bij die zitplaats horende veilig-heidsgordel juist omgespen en dragen. Kinderen moeten met een geschiktveiligheidssysteem worden vastgezet » pag. 30, Veilig vervoer van kinde-ren. ■Tijdens het rijden mag de leuning niet te schuin naar achteren staan, om-dat anders de werking van de veiligheidsgordels en de airbags in negatievezin worden beïnvloed - gevaar voor verwondingen. ATTENTIEDoor een verkeerde zithouding stelt de inzittende zich bloot aan levensge-vaarlijke verwondingen. Juiste zithouding van de bestuurderAfb.

15 Juiste zithouding van de bestuurder / juiste stand van handenaan het stuurwielLees en bekijk eerst op bladzijde 21. Met het oog op uw eigen veiligheid en om het gevaar voor verwondingen bijeen ongeval te verminderen, moeten de volgende aanwijzingen in acht wordengenomen. De bestuurdersstoel in lengterichting zo instellen dat u de pedalen metlicht gebogen benen volledig kunt intrappen. Bij wagens met bestuurdersknie-airbag de bestuurdersstoel in lengterich-ting zo instellen, dat de afstand van de benen tot het dashboard op knie-hoogte ten minste 6 cm bedraagt » afb. 15 - B. De leuning zodanig verstellen, dat u het stuurwiel op het bovenste puntmet licht gebogen armen kunt vastpakken. Het stuurwiel zo instellen dat de afstand tussen stuurwiel en borstkas tenminste 25 cm bedraagt » afb. 15 - A.

ATTENTIE■Een afstand tot het stuurwiel van minimaal 25 cm en een afstand van debenen tot het dashboard op kniehoogte van ten minste 6 cm aanhouden. Als de minimumafstand niet wordt aangehouden, kan het airbagsysteem uniet beschermen - levensgevaar. ■Het stuurwiel tijdens het rijden met beide handen vasthouden aan de bui-tenzijde van het stuur op "kwart" over "negen" » afb. 15. Nooit het stuurwielop "12 uur" vasthouden of in een andere stand (bv. in het midden, aan debinnenzijde van het stuurwiel enz. ). Anders kunt u bij de activering van deairbag zware verwondingen aan uw armen, handen en hoofd oplopen. ■Ervoor zorgen dat zich geen voorwerpen in de bestuurdersvoetenruimtebevinden, omdat deze tijdens het rijden tussen de pedalen kunnen komen. U zou dan niet in staat zijn om het koppelingspedaal in te trappen, te rem-men of gas te geven. 21Passieve veiligheid.

Stand van het stuurwiel instellenAfb. 16 Stuurwielstand instellenLees en bekijk eerst op bladzijde 21. De stand van het stuurwiel kan in hoogte en in lengterichting worden versteld. ›De borghendel onder het stuurwiel in pijlrichting 1 zwenken » afb. 16. ›Het stuurwiel in de gewenste stand zetten. Het stuurwiel kan in pijlrichting2 worden versteld. ›De borghendel tot de aanslag in pijlrichting 3 drukken. ATTENTIE■Het stuurwiel nooit tijdens het rijden verstellen, maar alleen als de wagenstilstaat. ■De borghendel na de instelling altijd vergrendelen, zodat de stand van hetstuurwiel niet onbedoeld verandert - gevaar voor ongevallen. Juiste zithouding van de bijrijderLees en bekijk eerst op bladzijde 21. Met het oog op de veiligheid van de passagier en om het gevaar voor verwon-dingen bij een ongeval te verminderen, moeten de volgende aanwijzingen inacht worden genomen.

De bijrijdersstoel zo ver mogelijk naar achteren schuiven. De bijrijder moeteen minimale afstand van 25 cm ten opzichte van het dashboard aanhou-den, zodat de airbag bij een activering de grootst mogelijke veiligheidbiedt. De hoofdsteun zodanig instellen, dat de bovenzijde van de hoofdsteun zo-veel mogelijk in lijn ligt met het bovenste gedeelte van het hoofd » afb. 15op pag. 21 - C (geldt niet voor stoelen met geïntegreerde hoofdsteunen). De veiligheidsgordel juist omgespen » pag. 23, Veiligheidsgordels gebrui-ken. ATTENTIE■Een afstand tot het dashboard van ten minste 25 cm in acht nemen, an-ders kan het airbagsysteem u niet beschermen - levensgevaar. ■De voeten altijd tijdens het rijden in de voetenruimte houden - leg uwvoeten nooit op het dashboard, uit het raam of op de zitting.

Door een ver-keerde zithouding stelt u zich bij remmen of een aanrijding bloot aan eenverhoogd risico van lichamelijk letsel. Bij een activering van de airbag kunt uzich door een verkeerde zithouding dodelijk verwonden.

Juiste zithouding van de passagiers op de zitplaatsen achterinLees en bekijk eerst op bladzijde 21. Met het oog op de veiligheid van de passagiers op de zitplaatsen achterin enom het gevaar voor verwondingen bij een ongeval te verminderen, moeten devolgende aanwijzingen in acht worden genomen. De hoofdsteunen zodanig instellen, dat de bovenzijde van de hoofdsteunzoveel mogelijk in lijn ligt met het bovenste gedeelte van het hoofd » afb. 15 op pag. 21 - C. De veiligheidsgordel juist omgespen » pag. 23, Veiligheidsgordels gebrui-ken. 22 Veiligheid.

VeiligheidsgordelsVeiligheidsgordels gebruikenInleiding voor het onderwerpCorrect omgegespte veiligheidsgordels bieden een goede bescherming bij on-gelukken. Ze verkleinen het risico op lichamelijk letsel aanzienlijk en vergrotende kans een zwaar ongeval te overleven. De gordels reduceren de bewegingsenergie aanzienlijk. Verder voorkomen zeongecontroleerde bewegingen die zwaar letsel tot gevolg kunnen hebben. Bij het vervoeren van kinderen de volgende aanwijzingen in acht nemen » pag. 30, Veilig vervoer van kinderen. ATTENTIE■Vóór elke rit de veiligheidsgordel correct omgespen. Dat geldt ook voorandere passagiers - er bestaat gevaar voor verwondingen. ■De maximale beschermende werking van de veiligheidsgordels wordt al-leen bij een correcte zithouding bereikt » pag. 20, Juiste en veilige zithou-ding.

■De leuningen mogen niet te ver naar achteren staan, omdat anders dewerking van de veiligheidsgordel teniet kan worden gedaan. ATTENTIEAanwijzingen voor het bedienen van de veiligheidsgordels■De gordel mag niet zijn vastgeklemd, zijn verdraaid of langs scherpe rand-en schuren. ■Let erop dat de veiligheidsgordel bij het sluiten van het portier niet wordtingeklemd. ATTENTIEAanwijzingen voor het juiste gebruik van de veiligheidsgordels■De hoogte van de veiligheidsgordel zo instellen, dat de schoudergordelongeveer over het midden van de schouder - maar in geen geval langs dehals - loopt. ■Met een veiligheidsgordel mogen nooit twee personen (ook geen kinde-ren) worden vastgegespt. ATTENTIE (vervolg)■De slotgesp mag alleen in het bij de betreffende zitting behorende slot-deel worden gestoken.

Het verkeerd omdoen van de veiligheidsgordel be-invloedt de beschermende werking hiervan en de kans op letsel neemt toe. ■Veel lagen kleding en ook losse kleding (bv. een mantel over een colbert)belemmeren het correct aanliggen en de werking van de veiligheidsgordels.

■Aan de gordel geen clips of vergelijkbare voorwerpen bevestigen - hier-door kan de werking van de gordeloprolautomaat worden beperkt. ■De veiligheidsgordels voor de zitplaatsen achterin kunnen alleen goedfunctioneren als de achterbankleuning correct is vergrendeld » pag. 90. ATTENTIEAanwijzingen voor het onderhoud van de veiligheidsgordels■De gordelband moet schoon worden gehouden. Een vervuilde veiligheids-gordel kan de werking van de veiligheidsgordel negatief beïnvloeden » pag. 278. ■De veiligheidsgordels mogen niet worden uitgebouwd en op geen enkelemanier worden gewijzigd. Nooit proberen om de veiligheidsgordels zelf terepareren. ■De staat van de veiligheidsgordels regelmatig controleren. Indien een be-schadiging aan een van de onderdelen van het veiligheidsgordelsysteem(bv.

de gordelband, de gordelverbindingen, de oprolautomaat, het gordel-slot) wordt vastgesteld, moet de betreffende veiligheidsgordel direct dooreen specialist worden vervangen. ■Veiligheidsgordels die tijdens een ongeval zijn belast door een specialistlaten vervangen. Ook de verankeringen van de veiligheidsgordels controle-ren. 23Veiligheidsgordels.

Goed verloop van gordelbandAfb. 17 Verloop van de gordelband van de schouder- en heupgordel /gordelverloop bij zwangere vrouwenAfb. 18 Gordelhoogteverstelling voor de voorstoelenLees en bekijk eerst op bladzijde 23. Voor de optimale beschermende werking van de veiligheidsgordels is het gor-delverloop van groot belang. Het schoudergordelgedeelte moet ongeveer over het midden van de schou-der (in geen geval langs de nek) lopen en goed tegen het bovenlichaam aanlig-gen » afb. 17 - . Het heupgordelgedeelte moet vóór het bekken worden gelegd, mag niet overde buik lopen en moet altijd strak tegen het lichaam aanliggen » afb. 17 - . Bij zwangere vrouwen moet het heupgordelgedeelte zo laag mogelijk tegenhet bekken aanliggen, zodat er geen druk op de onderbuik wordt uitgeoefend» afb. 17 - . Gordelhoogteverstelling voor de voorstoelen›De doorvoerplaat in pijlrichting omhoog verschuiven » afb.

18 - . ›Of: De borgklem in de richting van de pijlen 1 samendrukken en de door-voerplaat omlaag verschuiven in pijlrichting 2 » afb. 18 - . ›Na het verstellen met een ruk aan de veiligheidsgordel trekken om te contro-leren of de doorvoerplaat goed is vergrendeld en of de gordel goed blok-keert » pag. 25, Gordeloprolautomaten. ATTENTIE■Altijd op het juiste verloop van de veiligheidsgordel letten. Een verkeerdgedragen veiligheidsgordel kan zelfs bij een lichte aanrijding tot letsel lei-den. ■Een te los gedragen veiligheidsgordel kan tot letsel leiden, omdat uw li-chaam bij een ongeval door de bewegingsenergie verder naar voren komten dan abrupt door de veiligheidsgordel wordt afgeremd. ■De gordel nooit over vaste of breekbare voorwerpen leiden (bv. pennen,brillen, balpennen, sleutels). Deze voorwerpen kunnen tot verwondingenleiden. Veiligheidsgordels omgespen en losmakenAfb.

Omgespen›De gordelband langzaam over borst en bekken trekken. ›De slotgesp in het bij de stoel behorende gordelslot » afb. 19 -  steken totdeze hoorbaar vastklikt. ›Aan de veiligheidsgordel trekken om te controleren of de slotgesp goed inhet slot is vastgeklikt. Losmaken›De slotgesp vastpakken en de rode knop in het gordelslot indrukken » afb. 19- , de slotgesp springt uit het slot. ›De gordel met de hand teruggeleiden, zodat de veiligheidsgordel niet wordtgedraaid en de gordelband volledig wordt opgerold. ATTENTIEDe invoertrechter van de slotgesp mag niet verstopt zijn, omdat anders deslotgesp niet kan vergrendelen. Gordeloprolautomaten en gordelspannersGordeloprolautomatenElke veiligheidsgordel is uitgerust met een gordeloprolautomaat. Bij langzaam trekken aan de veiligheidsgordel is de volledige bewegingsvrijheidvan de gordel gegarandeerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Skoda Octavia (2018) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden