Skoda Octavia (2003) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Skoda Octavia (2003) (183 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Skoda Octavia (2003) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Skoda |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Octavia (2003) |
Handleiding Skoda Octavia (2003) – volledige tekst
1U hebt gekozen voor een koda,wij danken u hartelijk voor uw vertrouwenAanspraken op garantie vervallen als de schade aan de autowordt veroorzaakt door niet door de koda Auto vrijgegeven on-derdelen of accessoires of door het niet aanhouden van de onder-houds- en reparatievoorschriften.De koda-dealer informeert u gaarne over bijzonderheden metbetrekking tot de genoemde punten en eventuele afwijkingen inde verschillende exportuitvoeringen.
Zie hiervoor ook de aanwij-zingen in het Serviceplan.Wij wensen u veel rijplezierUw koda AutoUw koda is een betrouwbare, universeel inzetbare auto.Bij de constructie, materiaalkeuze en fabricage speelden functio-naliteit, klanttevredenheid en milieutechnische aspecten een be-langrijke rol.Het resultaat mag dan ook gezien worden:Uw koda springt zuinig met benzine om, stoot weinig schade-lijke stoffen uit, heeft lange onderhoudsintervallen en ook de aanslijtage onderhevige delen hebben een lange levensduur.De wagen beschikt zodoende over alle voor een moderne autotyperende kenmerken zoals zuinigheid, hoge kwaliteit, betrouw-baarheid en waardevastheid.Voor het onderhoud van uw koda staat een goed georganiseerddealernet ter beschikking.
3DOCUMENTATIETot de documentatie van uw auto behoortnaast dit Instructieboekje een Service-plan, een Hulp onderweg, Techni-sche gegevens en alle overige met hetgebruik samenhangende aanwijzingen. Bovendien kunnen er al naargelang hetmodel en de uitvoering verschillendeinstructieboekjes/supplementen aanwe-zig zijn (b. v. instructieboekje autoradio). Als een van de genoemde boekjes ont-breekt of als u de indruk heeft dat de infor-matie bij een bepaalde uitrusting of model-uitvoering niet volledig is, verzoeken wij ucontact op te nemen met uw koda-dealer. Deze staat u graag met raad en daad ter-zijde. Houd er rekening mee dat de gegevensop het kentekenbewijs bepalend zijn. De technische gegevens van uw autostaan in de technische documentatievan de auto of in het supplement voorhet instructieboekje.
Het instructieboekjeWij verzoeken u het instructieboekje ende supplementen zorgvuldig door te lezen,zodat u snel met de eigenschappen vanuw nieuwe koda vertrouwd raakt. Speciale aandacht verdient het hoofdstukRijtips in dit instructieboekje. Hier wordtbeschreven hoe u veilig, zuinig en milieu-bewust kunt rijden. Lees uit veiligheidsoverwegingen be-slist ook de informatie betreffende ac-cessoires, wijzigingen en het vervangenvan onderdelen op bladzijde 156. Maar ook de andere hoofdstukken zijn be-langrijk, want een deskundige behandelingvan de auto komt - naast regelmatig onder-houd -, ten goede aan de inruilwaarde en isbovendien in veel gevallen één van de voor-waarden voor het recht op garantie.
Het serviceplanbevat:- specificaties van uw auto- onderhoudsintervallen- Bevestiging met betrekking tot uitvoe-ring van Grote Onderhoud Services enmobiliteitsgarantie- onderhoudswerkzaamheden- garantieaanwijzingenDe bevestigingen met betrekking tot uitge-voerde onderhoudswerkzaamheden zijneen voorwaarde om aanspraak te kunnenmaken op garantie. Het serviceplan moet u steeds overleggenwanneer u uw auto bij een koda-dealerafgeeft.
Bij verlies, ontvreemding of verlopen van hetserviceplan, verzoeken wij u contact op te ne-men met uw Skoda-dealer waar aan uw autoregelmatig onderhoudswerkzaamheden wor-den uitgevoerd. Hier ontvangt u een duplicaatwaarin de dealer alle gegevens over de tot nutoe uitgevoerde onderhoudswerkzaamhedeninvult. Hulp onderwegbevat adressen en telefoonnummers vankoda-importeurs. Technische gegevensbevat alle belangrijke gegevens met betrek-king tot uw auto. Opmerkingen m. b. t. de indeling van ditinstructieboekje:Beschreven wordt de ten tijde van de drukbekende meest uitgebreide uitrusting. En-kele uitrustingen zijn mogelijk slechts in eenlater stadium of geheel niet leverbaar resp. worden in bepaalde exportuitvoering nietaangeboden. De met een * aangegeven accessoires/voor-zieningen zijn alleen standaard bij bepaaldemodeluitvoeringen, of zijn slechts als optieleverbaar.
De met Attentie aangeduide en metdeze kleur gemerkte tekst geven eenmogelijke kans op ongeval of letsel aan. Met dit symbool gemerkte en incursiefschrift geschreven tekstenzijn belangrijke aanwijzingen ter be-scherming van het milieu. Tot slot nog een verzoek:Wij verzoeken u de volledige documenta-tie bij verkoop van uw auto aan de nieuweeigenaar te overhandigen, daar deze do-cumentatie bij de auto hoort.
keuzehendel (automaat) 6020 Handrem 5521 Bedieningselementen voor verwarming en 92,95,airconditioning* 9422 Radio 1) -23 Dashboardkastje 107nDe plaatsing van de bedieningselementen en de dashboard-uitvoering zijn afhankelijk van het modelnDe met een * gemerkte uitvoeringen zijn alleen standaard bijbepaalde modellen of zijn opties voor bepaalde modellen.nBij autos met stuur rechts is de montage van de bedienings-elementen gedeeltelijk afwijkend. De symbolen op de bedienings-elementen komen echter overeen met die voor autos met stuurlinks.1) Bij autos met een af fabriek ingebouwde radio wordt een radiobedienings-handleiding meegeleverd.
6BEDIENINGSleutelsDe auto wordt afgeleverd met twee sleu-tels. Deze passen op alle sloten van deauto.AttentieOok bij het slechts kortstondig ver-laten van de auto moet in elk gevalde contactsleutel uit het slot wordengetrokken.OpmerkingHoud de sleutelgroef beslist schoon, om-dat verontreinigingen (pluisjes, stof enz.) dewerking van de sloten, de afstandsbedie-ning enz. negatief kunnen beïnvloeden.SleutelhangerOp de sleutelhanger staan de voor het na-bestellen noodzakelijke sleutelnummers. Aande hand van deze nummers kunt u bij dekoda-dealer een reservesleutel bestellen.OpmerkingDe sleutelhanger moet apart en veiligworden bewaard omdat alleen aan dehand van dit nummer een sleutel kanworden besteld.Wij verzoeken u dan ook bij het doorverko-pen van uw auto de nieuwe eigenaar dezesleutelhanger te overhandigen.
Sleutel met lampje*Door in het midden op de sleutel te druk-ken (pijl 1) wordt het lampje ingeschakeld.Batterijen, resp. gloeilamp vervangennSteek een muntje in de sleuf aan de zij-kant van de sleutelhouder (pijl 2) en wip hetbovenste deel op.nBatterijen, resp. gloeilamp vervangen.Reservebatterijen of gloeilampen zijn lever-baar via uw koda-dealer.De lege batterij moet bij een che-misch verzameldepot worden inge-leverd.
7BEDIENINGSleutel met afstandsbediening*Nadere informatie - zie blz. 12ElektronischewegrijblokkeringDe wegrijblokkering voorkomt het onbe-voegd wegrijden met uw auto.In de kop van de contactsleutel bevindt zicheen elektronische chip met een ingevoerdecode. Met behulp van de sleutel met dejuiste codering wordt het motorregelappa-raat geactiveerd. Het starten van de motoris nu mogelijk.Bij verlies of beschadiging van de con-tactsleutel verzoeken wij u contact op tenemen met uw koda-dealer die a.d.h.v.het label met het oude nummer eennieuwe sleutel kan leveren.De label moet op een aparte plaats vei-lig worden bewaard.Afhankelijk van de uitrusting kan de sleutel-uitvoering afwijken.Meer informatie, zie tekst blz. 12.
8BEDIENINGCentrale vergrendeling*In de afbeelding wordt de bediening vanautos, die met het comfortsysteem* zijnuitgerust, getoond. Alle vier de deuren en de achterklep kun-nen via de centrale vergrendeling tegelij-kertijd worden ver- of ontgrendeld. De centrale vergrendeling kan worden in-/uitgeschakeld:-vanaf de buitenzijde met de contactsleutel,- van binnenuit met de drukschakelaars1 en 2 in het bestuurdersportier - zie af-beeldingschakelaar 1 indrukken - auto vergrendelenschakelaar 2 indrukken - auto ontgrendelen- via de vergrendelknoppen in de portie-ren (zie afb. boven)alleen bij autos die niet zijn uitgerust metcomfortsluiting. VergrendelenVoor autos zonder centrale vergren-deling geldt:Vergrendeling van buitenafBij het ontgrendelen met behulp van desleutel gaat de vergrendelingsknop in hetportier naar boven - zie afb. blz. 8.
Bij het vergrendelen gaat de vergren-delingsknop naar beneden - zie afb. blz. 8. Vergrendelen van binnenuitAlle gesloten portieren kunnen van binnen-uit door het naar beneden drukken van devergrendelingsknop worden vergrendeld. Bij naar beneden gedrukte vergrendelings-knoppen kunnen de portieren van buitenafniet worden geopend. De portieren kunnenvan binnenuit als volgt worden geopend:ndoor eerst de portierkruk uit te trekkenwordt het portier ontgrendeldndoor de portierkruk nogmaals uit te trek-ken wordt het portier geopend. OpmerkingnHet openstaande bestuurdersportier kanniet met behulp van de vergrendelingsknopworden vergrendeld. Hierdoor wordt voor-komen dat u de sleutel in het contactslotvan de vergrendelde auto vergeet. nDe openstaande achterportieren en hetpassagiersportier kunnen worden vergren-deld door de vergrendelingsknoppen in tedrukken en de portieren te sluiten.
nLet op de veiligheidsvoorschriften - zieblz. 10KinderslotDe achterportieren zijn bovendien nogvoorzien van een kinderslot. nDe sleutel in de sleuf steken. nDe sleutel in de pijlrichting op het sym-bool draaien. Het slot wordt geactiveerd.
9BEDIENING- met de afstandsbedieningAanwijzingennBij het ontgrendelen worden alle verg-rendelingsknoppen naar boven geschoven. nBij het vergrendelen moet het bestuur-dersportier gesloten zijn. De andere por-tieren kunnen ook na het vergrendelen wor-den gesloten. nBij het vergrendelen moeten alle verg-rendelingsknoppen naar beneden gaan. Als dit niet het geval is, moet het betref-fende portier nogmaals worden geopend encorrect worden gesloten. nHet correct vergrendelen van de autowordt door het knipperen van de controle-lamp in het bestuurdersportier - naast devergrendelingsknop - bevestigd. De controlelamp knippert niet als de Safe-beveiliging werd uitgeschakeld - zie blz. 9. Dit geldt echter niet bij autos die zijn uit-gerust met een alarmsysteem* omdat diecontrolelamp aangeeft dat het systeemactief is.
nMet behulp van de toets 1 2 en in deportierhandgreep kan de auto worden ont-en vergrendeld, ook als het contact is uit-gezet (voorzover de auto van buitenaf nietwerd vergrendeld). nHet ont- en vergrendelen van de ach-terklep kan worden uitgevoerd met behulpvan de schakelaar 1 en 2 of met behulpvan de sleutel - zie hoofdstuk Achter-klep (instructieboekje)nBij het uitvallen van de centrale vergren-deling kunnen alleen de voorportieren ende achterklep met behulp van de sleutelont- en vergrendeld worden. Een-portier-ontgrendelingMet deze te kiezen functie kunt u alleen hetbestuurdersportier ontgrendelen. De an-dere portieren blijven vergrendeld enontgrendelen pas nadat nogmaals het com-mando ontgrendelen is gegeven. Daarvoormoet het regelapparaat voor de centralevergrendeling qua codering worden gewij-zigd. Deze werkzaamheden worden dooreen koda-dealer uitgevoerd.
Deze kan uhieromtrent nadere informatie geven. Safe-beveiligingNadat de auto van buitenaf gesloten is, zijnalle portieren automatisch geblokkeerd. Devergrendelingsknoppen aan de binnenzijdekunnen niet meer naar boven worden ge-trokken. Het controlelampje in het bestuur-dersportier knippert.
De portieren kunnennoch van binnenuit noch van buitenaf wor-den geopend. Hierdoor wordt inbraak be-moeilijkt. nDe safe-beveiliging kan worden uitgescha-keld. Hiertoe moet de auto met de sleutel ofde afstandsbediening binnen twee secondentijd tweemaal worden vergrendeld. nAls de safe-beveiliging is uitgeschakeld,knippert het controlelampje naast de vergren-delingsknop in het bestuurdersportier niet. Dit geldt echter niet bij autos die voorzienzijn van alarmsysteem* omdat het controle-lampje aangeeft dat het systeem actief is. nBij het opnieuw ont- en vergrendelen vande auto staat de safe-beveiliging weerstand-by.
10BEDIENINGAanwijzingAls de auto vergrendeld is en de safe-be-veiliging gedeactiveerd, kunnen de portie-ren van binnenuit als volgt worden geo-pend:nDoor het bedienen van de portierhendelwordt het portier ontgrendeld.nDoor het nogmaals bedienen van dehendel wordt het portier geopend.ComfortsluitingBij het afsluiten of openen van de auto kanmen de elektrisch bediende ruiten als volgtopenen en sluiten (schuif-/kanteldak alleensluiten):nHoud de contactsleutel in de openings-/vergrendelstand tot alle ruiten geopend ofgesloten zijn. Bij het loslaten van de sleu-tel wordt de procedure direct onderbroken.Bij de comfortbediening is de beveili-ging tegen verwonding door knellen nietactief. Verdere informatie - zie blz.
16.AttentienBij van buitenaf vergrendelde au-tos mogen geen personen of huis-dieren in de auto achterblijven, om-dat bij vergrendelde portieren in ge-val van nood hulp van buitenaf wordtbemoeilijkt. Daarom mogen kinderenen huisdieren nooit zonder toezichtin de auto worden achtergelaten.nDankzij de vergrendeling wordtverhinderd dat de portieren in onge-wone situaties (ongeval) onwillekeu-rig worden geopend.Vergrendelde portieren voorkomenook het ongewenst binnendringenvan buitenstaanders - b.v. bij eenverkeerslicht. Zij zijn echter een extrabelasting voor reddingsdiensten omin geval van nood de portieren tekunnen openen.nDe vergrendelingsprocedure moetvisueel worden gecontroleerd - devergrendelingsknoppen moeten naarbeneden gaan.nZodra de airbag wordt geacti-veerd, wordt de auto automatischontgrendeld.
11BEDIENINGAchterklepOntgrendelen en openen van de achterklep:Steek de sleutel verticaal in het slot, draaihem linksom en laat de sleutel los. Deachterklephandgreep omhoogtrekken en deachterklep naar boven openen. De hand-greep bevindt zich tussen de kentekenplaat-verlichting. Vergrendelen van de achterklep:De achterklep blijft door de gasdrukveer inde bovenste stand staan. Trek de achterklep naar beneden en drukhem zachtjes dicht. Draai de sleutel naar rechts en trek hemuit het slot. De achterklep is vergrendeld als de slot-sleuf verticaal staat. AanwijzingBij autos met centrale vergrendeling* wordtde achterklep automatisch met de anderesloten ontgrendeld en vergrendeld. Bij autos met alarmsysteem* kan de ach-terklep alleen met behulp van de radio-grafische afstandsbediening worden ont-grendeld, omdat na het ontgrendelen metde sleutel het alarm wordt ingeschakeld.
AttentienLet op de procedure bij het ont-grendelen en openen. Het gelijktijdigontgrendelen met de sleutel en hetoplichten van de handgreep kan leidentot het blokkeren van het openings-mechanisme. Een blokkering kan wor-den opgeheven door de handgreep loste laten en de achterklep met de sleu-tel te vergrendelen. Het meermaals af-wijken van de juiste procedure be-schadigt het openingsmechanisme. nControleer na het sluiten altijddoor aan de achterklep te trekken, ofdeze goed is vergrendeld. De achter-klep zou anders onder het rijden plot-seling kunnen opengaan, terwijl hetslot toch is afgesloten. nRijd nooit met een iets openstaan-de of geheel geopende achterklep,hierdoor komen er uitlaatgassen inde auto terecht. nAls u constateert, dat de sleuf vande sleutel niet verticaal staat heeftmen geprobeerd in uw auto in te bre-ken. Wij adviseren, de uitrusting tecontroleren.
Voor een correcte sluit-functie moet de sleutelsleuf in deverticale stand worden gedraaid. Tercontrole moet de auto eenmaal wor-den afgesloten en worden openge-maakt.
12BEDIENINGVia de in de sleutel geïntegreerde afstands-bediening is het de- en activeren van de cen-trale vergrendeling en het alarmsysteem - zieblz. 8 en 13 - mogelijk.De centrale vergrendeling en het alarmsys-teem kunnen vanaf een afstand tot 10 me-ter worden bediend. Bij zwakker wordendebatterijen zal de reikwijdte teruglopen.Afstandsbediening*Auto ont- en vergrendelenDruk voor het ontgrendelen van de autoeven op de toets (pos. 2).Druk voor het vergrendelen van de autoeven op de toets (pos. 1).Door het tweemaal indrukken van de toets(pos. 1) binnen twee seconden bij het verg-rendelen worden de safe-beveiliging ende interieurbewaking uitgeschakeld.OpmerkingNa het indrukken van een van de beidetoetsen knippert de controlelamp op desleutel. Als het controlelampje niet knippert,kan de oorzaak hiervan zijn dat de batte-rijen in de sleutel zijn ontladen.
Laat debatterijen door een koda-dealer controle-ren en indien nodig vervangen.Via de radiografische afstandsbedieningis het mogelijk het alarmsysteem te active-ren en de auto te vergrendelen of het alarm-systeem uit te schakelen en de auto teontgrendelen. Als de auto wordt ontgren-deld, zonder dat de portieren worden geo-pend (b.v. bij onbedoeld indrukken van detoets op de afstandsbediening), wordt deauto na 30 seconden automatisch weervergrendeld.Tijdens deze 30 seconden is de safe-be-veiliging met het alarmsysteem* uitgescha-keld.Voor het ontgrendelen van de auto evenop de toets (pos. 1) drukkenVoor het vergrendelen van de auto evenop de toets (pos. 2) drukkenSleutel openklappen - druk toets (pos. 3)inSleutel inklappen - druk toets (pos.
13BEDIENINGSynchronisatie van de autosleutel-codeAls de auto bij het indrukken van de af-standsbediening niet wordt ontgrendeld, isde mogelijkheid aanwezig dat de code vande sleutel en het regelapparaat in de autoniet meer met elkaar corresponderen. Ditkan gebeuren als de zendtoets van de sleu-tel meerdere malen buiten het werkgebiedvan het systeem is ingedrukt of als de bat-terij werd vervangen. De code moet opnieuw worden gesynchro-niseerd. Druk hiervoor een willekeurige toetsvan de afstandsbediening in en open bin-nen 1 minuut het portier van de auto met desleutel. Alarmsysteem*Algemene opmerkingHet alarmsysteem verhoogt de beveiligingtegen inbraak in de auto. De volgende delen worden door hetalarmsysteem beveiligd:- portieren- achterklep- motorkap- contactslot- interieur 1)- spanningsterugval van de elektrischeinstallatie.
Het alarm wordt ingeschakeld door:nOpenen van de portierennOpenen van de achterklepnOpenen van de motorkapnInschakelen van de ontstekingnBewegingen in het interieurHet alarm is herkenbaar door optische enakoestische signalen 2) (door het knipperenvan de richtingaanwijzers en door het loeienvan de sirene) gedurende 30 seconden. 1) Het alarm wordt ingeschakeld door beweging vanpersonen in het interieur of bij een poging deautoradio te verwijderen. Het interieur achterinwordt onder bepaalde omstandigheden niet ge-heel bewaakt. 2) De karakteristiek van het optische, resp. akoesti-sche signaal is afhankelijk van de exportuitvoering. Als er na deze 30 seconden opnieuw wordtgepoogd in te breken wordt het alarm op-nieuw ingeschakeld.
Bediening van het alarmsysteemActiveringDeze vindt plaats door het vergrendelenvan de auto met de sleutel of door het in-drukken van de vergrendelingstoets van deradiografische afstandsbediening. Decontrolefuncties worden hiermee ingescha-keld. Deactiveringwordt door het indrukken van de ontgren-delingstoets op de afstandsbediening. Decontrolefuncties zijn hierdoor uitgescha-keld.
14BEDIENINGDe radiografische afstandsbedieningmaakt het mogelijk het alarmsysteem teactiveren en de auto te vergrendelen of hetalarmsysteem te deactiveren en de auto teontgrendelen.Interieurbewaking uitschakelenDe procedure voor het in- en uitschakelenvan het alarm is gelijk aan het uitschake-len/inschakelen van de safe-beveiliging -zie blz. 9.Door deze functie is het bijvoorbeeld mo-gelijk huisdieren in de auto achter te laten.Alarm uitschakelenAls het alarm werd ingeschakeld moet voorhet uitschakelen de ontgrendelingstoetsvan de afstandsbediening ca. een secondeworden ingedrukt. Het alarm wordt hierdooruitgeschakeld en de auto wordt ontgren-deld. Het alarm kunt u ook door het ontgren-delen van de auto met behulp van de sleu-tel en het direct aanzetten van het contactuitschakelen.
Door de toets opnieuw in tedrukken (auto vergrendelen) wordt hetalarmsysteem weer geactiveerd.Algemene opmerkingennDe levensduur van de batterij voor dealarmclaxon bedraagt 5 jaar. Neem voornadere informatie contact op met uwkoda-dealer.nDe frequentiecodering van de afstands-bediening en de ontvanger sluit het gebruikvan de radiografische afstandsbedieningvan andere autos uit.nAls de sleutel met afstandsbedieningzoekgeraakt is, verzoeken wij u contact opte nemen met uw koda-dealer.nDe voeding voor de afstandsbedieningwordt verzorgd door batterijen. Als hetalarmsysteem pas reageert op een afstandvan minder dan 3 meter, of het controle-lampje in de sleutel tijdens het indrukkenvan de toets niet brandt, dienen de batte-rijen te worden vervangen, bij voorkeurdoor een koda-dealer.
15BEDIENINGElektrische ruitbediening*De schakelaars voor de ruiten bevindenzich in de armleuningen van het bestuur-dersportier, het passagiersportier en in deachterportieren*. De elektrische ruitbediening functioneertook bij uitgeschakeld contact. Bij uitgeschakeld contact kunnen de elek-trisch bediende portierruiten nog gedu-rende 10 minuten worden geopend of ge-sloten, maar niet meer zodra een portierwerd geopend of gesloten. Met behulp van de veiligheidsschakelaar* 1kunnen de schakelaars* in de achterportierenworden uitgeschakeld. De ruiten moeten zijngesloten. De ruiten van de achterportierenkunnen nu alleen via de schakelaars in dearmleuning worden geopend of gesloten. Door de schakelaar nogmaals in te drukkenzijn de schakelaars voor de portierruiten ach-ter weer ingeschakeld. Openings- en sluitvarianten van deruiten d. m. v.
schakelaars in hetbestuurdersportierOpeningsvariantennDe ruit wordt geopend door het evenindrukken van de betreffende schakelaarop het portier. Nadat de schakelaar is los-gelaten, wordt de procedure gestopt. nDoor het indrukken van de schakelaartot de aanslag worden de voorste ruitenautomatisch geheel geopend. Bij het opnieuw indrukken van de schake-laar blijft de ruit direct staan. SluitingsvariantennDe ruit wordt gesloten door de betref-fende schakelaar iets uit te trekken. Bij loslaten van de schakelaar wordt desluitprocedure direct onderbroken. nDoor het uittrekken van de schakelaartot de aanslag worden de voorste ruitenautomatisch geheel gesloten. Door het opnieuw uittrekken van de scha-kelaar blijft de ruit direct staan. OpmerkingennDe beide schakelaars voor de achterrui-ten hebben maar één sluit- en één ope-ningsstand. De schakelaar moet tijdens degehele sluit-, resp.
16BEDIENINGGebruik in de winterIn de winter kan het sluiten van de ruit doorde hogere weerstand, b. v. door ijs wordenonderbroken. De ruit keert terug in zijnuitgangsstand. De ruit moet op de volgende wijze wordengesloten:nTrek de schakelaar uit (bij het passa-giersportier en de achterportieren indruk-ken) en de schakelaar net zolang in dezestand houden tot de ruit is gesloten. nAls de handeling wordt onderbroken, desluitprocedure herhalen. Comfortsluiten/-openen van de rui-tenBij het openmaken en afsluiten van de autokan men de elektrisch bediende ruiten alsvolgt openen en sluiten (schuif-/kanteldakalleen sluiten):nHoud de sleutel in de open- en sluitstandin het slot totdat alle ruiten zijn geopend ofgesloten. Bij het loslaten van de sleutelwordt de procedure direct onderbroken. Bij de comfortbediening is de beveili-ging tegen verwonding door knellen nietactief.
Verdere informatie - zie volgendetekst. AttentienHet systeem is voorzien van eenbeveiliging tegen verwonding doorknellen. Bij het inklemmen van eenlichaamsdeel wordt het sluiten directonderbroken en de ruit een paar cen-timeter teruggeschoven. Wees des-ondanks voorzichtig bij het sluitenvan de ruiten. Door ondoordacht ofongecontroleerd sluiten van de rui-ten kunnen verwondingen ontstaan. nBij vanaf de buitenzijde afgeslotenautos mogen geen personen in deauto achterblijven. Ca. 10 minuten nahet afsluiten van de auto of na hetopenen en sluiten van het bestuur-dersportier bij uitgeschakeld contactkunnen de ruiten niet meer wordengeopend. nOm te voorkomen dat bij het slui-ten van de ruiten iemand wordt ge-wond, moet bij het sluiten de groot-ste voorzichtigheid in acht wordengenomen.
Buitenspiegel afstellenDe buitenspiegel moet zo worden afgestelddat op elk moment een goed zicht naar ach-teren gegarandeerd is. Binnenspiegel met anti-verblindings-standVoor de basisafstelling van de spiegel moetde hendel aan de onderzijde van de spie-gel naar voren zijn gericht.
Degewenste instelling wordt verkregen doorde schakelaar in alle richtingen te bewe-gen.Standbuitenspiegelverwarming (alleen bij autosmet elektrisch bediende ruiten)Stand L- linker en rechter spiegel gelijktijdig (geldtvoor autos met comfortsluiting)- linker spiegel (geldt voor autos zonderelektrisch bediende ruiten)Stand RVerstelling van de rechter buitenspiegelAls de elektrische verstelling van de buiten-spiegel is uitgevallen, kan de spiegel metde hand worden versteld door op de randvan het spiegelvlak te drukken.Buitenspiegelverwarming(alleen bij autos met elektrische ruitbedie-ning)De buitenspiegels worden bij ingeschakeldcontact verwarmd zolang de achterruit-verwarming is ingeschakeld (alleen bij au-tos zonder elektrische ruitbediening).Opmerking voor het gebruik van con-vexe of asferische buitenspiegels:Convexe (bolle) buitenspiegels vergrotenhet gezichtsveld, maar objecten die in hetspiegelglas zichtbaar zijn, zijn dichterbij danhet lijkt.Het schatten van de afstand tot het ach-ter u rijdende verkeer is slechts ten delemogelijk.Asferische buitenspiegels hebben eenspiegelvlak met verschillende bollingen.Deze breedhoekspiegels vergroten het ge-zichtsveld nog meer dan convexe spiegels.Het schatten van de afstand tot het ach-ter u rijdende verkeer is slechts ten delemogelijk.
18BEDIENINGVeiligheidsgordelsWaarom veiligheidsgordels?Het is bewezen dat veiligheidsgordelsbij ongevallen een goede beschermingbieden. In de meeste landen is dan ookhet dragen van veiligheidsgordels wet-telijk verplicht.AttentienDraag de veiligheidsgordel voorelke rit, ook in het stadsverkeer. Ditgeldt ook voor de achterbank.nOok bij zwangerschap moeten deveiligheidsgordels steeds wordengedragen.nNaast hun normale beschermendefunctie hebben de veiligheidsgordelsook als taak de bestuurder en de voor-passagier bij een aanrijding zo op hunplaats te houden dat de airbag demaximale bescherming biedt.Hoe kinderen veilig vervoerd kunnen wor-den staat op bladzijde 30.Bij een frontale aanrijding worden inzitten-den die geen gordel dragen naar vorengeslingerd en raken ongecontroleerd de-len in het interieur zoals b.v.
het stuurwiel,het dashboard, de voorruit.De heersende opvatting dat men zich bijeen lichte aanrijding met de handen kanafzetten is verkeerd. Al bij een lage bots-snelheid staat het lichaam aan zulke grotekrachten bloot, dat deze niet meer met dehanden kunnen worden opgevangen.Ook voor de passagiers op de achterbankis het belangrijk een veiligheidsgordel tedragen, daar zij bij een ongeval oncontro-leerbaar door de auto worden geslingerd.Een passagier die dan ook geen veilig-heidsgordel draagt brengt niet alleen zich-zelf in gevaar, maar ook de inzittendenvoorin.
19BEDIENINGAlgemene aanwijzingennDe gordelband mag niet zijn inge-klemd, verdraaid of langs scherpe ran-den lopen.nEén veiligheidsgordel mag nooit wordengebruikt voor twee personen, (ook geenkleine kinderen).nDe maximale bescherming van de gor-del wordt alleen in de juiste zitpositie be-reikt, zie bladzijde 39.nDe gordel mag niet over vaste of breek-bare voorwerpen (bril, balpen, enz.) liggen,daar anders letsel kan ontstaan.nDikke kleding, b.v.
een regenjas over hetcolbertjasje, hebben een negatieve invloedop de zithouding en de werking van de vei-ligheidsgordels.nHet fixeren of afstellen van de veilig-heidsgordel op de lichaamslengte doorvastklemmen of op een andere wijze vast-zetten is verboden!nDe slottong mag alleen in het bij de be-treffende stoel behorende slotdeel wordengestoken, omdat anders de beschermendewerking nadelig wordt beïnvloed en de kansop letsel toeneemt.nDe gordelriem moet worden schoonge-houden, daar door vervuiling de werkingvan de gordelautomaat negatief kan wor-den beïnvloed- zie hoofdstuk Verzorgingvan de auto.nHet gordelslot mag niet door papier ofiets dergelijks zijn verstopt, daar anders deslottong niet goed in het slot valt.nVeiligheidsgordels die zijn beschadigd oftijdens een ongeval zijn belast en daardoorzijn uitgerekt moeten worden vervangen, bijvoorkeur door een koda-dealer.
Boven-dien moeten de bevestigingspunten van degordel worden gecontroleerd.nIn bepaalde landen kunnen veiligheids-gordels zijn gemonteerd waarvan de wer-king afwijkt van de op de volgende bladzij-den beschreven driepuntsrol- en heup-gordel.DriepuntsrolgordelDe gordels geven als ze langzaam wordenuitgetrokken voldoende bewegingsvrijheid.Bij het plotseling uittrekken blokkeren zijechter.De oprolautomaat blokkeert de gordel ookbij het accelereren, bij het rijden in de ber-gen en in bochten.De rugleuningen van de stoelen mogenniet te ver naar achteren staan, daaranders het effect van de veiligheidsgor-del verloren gaat.
20BEDIENINGDriepuntsgordel omdoenTrek de gordel aan de slottong langzaamen gelijkmatig over de borst en het bekkenen steek de tong in het bij de stoel beho-rende slot tot hij hoorbaar wordt vergren-deld (controleer dit door aan het slot te trek-ken).Het schouderdeel moet zoals afgebeeldongeveer over het midden van de schou-der - in geen geval tegen de hals - lopenen goed tegen het bovenlichaam liggen.De heupgordel moet vast tegen de heupliggen - trek de gordel als dit niet het ge-val is na.GordelhoogteverstellingM.b.v.
de gordelhoogteverstelling kan degordel van de voorstoel worden aangepastaan de lichaamsgrootte.nDruk voor het verstellen de knop naarbeneden en til het beslag op en verschuifdit naar boven of beneden, zodat de schou-dergordel ongeveer over het midden vande schouder - maar in geen geval tegende hals - loopt.nControleer na het afstellen door met eenruk aan de gordel te trekken of het beslagcorrect geborgd is.De hoogte kan ook via de stoelverstellingworden gecorrigeerd - zie blz. 40.Ook tijdens de zwangerschap moet steedsde veiligheidsgordel worden gedragen.Hierbij moet de heupgordel laag op deheup liggen, zodat deze niet tegen hetonderlichaam drukt.Een te loszittende veiligheidsgordel kantot letsel leiden.
Een kunststofgeleider op de gordelband zorgt ervoor datde slottong gemakkelijk kan worden vast-gepakt.Driepunts veiligheidsgordel metInterlock-systeem*Bij enkele autos wordt in plaats van deheupgordel de driepunts veiligheidsgordelmet Interlock-systeem gemonteerd.Als de rugleuning niet is vergrendeld, blok-keert de oprolautomaat de gordel zodatdeze niet kan worden afgerold.Heupgordel*De middelste zitting is voorzien van eentweepunts heupgordel.Het slot van de tweepunts heupgordel wordtop dezelfde wijze bediend als dat van dedriepunts automatische veiligheidsgordel.Om veiligheidsredenen moet de niet-ge-bruikte heupgordel in het slot worden ge-stoken.Middelste driepunts veiligheidsgor-del, achter met kinderzitjeVoor de bevestiging van een kinderzitje kande middelste driepunts veiligheidsgordelachter worden geblokkeerd (zogenaamdekinderbeveiliging).Kinderbeveiliging inschakelennHet kinderzitje kan met een driepuntsveiligheidsgordel volgens de handleidingvan de fabrikant worden bevestigd.nDe schoudergordel volledig afwikkelen.Het opwikkelen wordt gekenmerkt door hetkarakteristieke ratelen.nLaat de gordel, nadat deze in het gor-delslot is gestoken, los opwikkelen.
Dekinderbeveiliging is nu actief. U kunt de gor-del niet meer afwikkelen. Controleer hetinschakelen van de beveiliging door aan deveiligheidsgordel te trekken.Kinderbeveiliging uitschakelenDe veiligheidsgordel wordt ontgrendelddoor de toets in te drukken en kan wordenopgewikkeld. Na het volledig oprollen kande gordel weer ongehinderd worden uitge-rold.
22BEDIENINGDe heupgordel moet altijd strak tegen deheup liggen, trek zo nodig de gordel ietsna.Houd voor het verlengen van de gordelde slottong haaks ten opzichte van degordelband en trek de gordelband tot opde benodigde lengte door - zie afbeelding.Het afstellen van de gordel wordt verge-makkelijkt als de slottong en de -kap ge-lijktijdig ingedrukt worden.Trek voor het inkorten aan het vrije uitein-de van de gordel.De overtollige gordellengte wordt door hetverschuiven van de kunststof schuif opge-vangen.Gordelspanner*De veiligheid van de bestuurder en de voor-passagier die een gordel dragen, wordtnaast het airbagsysteem nog verder ver-hoogd door een gordelspanner op de oprol-automaat van de voorste driepunts-veilig-heidsgordels.Het systeem wordt bij een frontale aanrij-ding met een hoge botssnelheid door desensoren geactiveerd.
Na de activering vanbeide oprolautomaten wordt een poeder-lading ontstoken. De oprolautomaat trektde gordel strak aan, door de gordel op tewinden.Bij een lichte frontale aanrijding, bij aanrij-dingen aan de zijkant of aan de achterkant,bij het over de kop slaan of bij ongevallenwaarbij geen sterke krachten aan de voor-zijde werken, worden de gordelspannersniet geactiveerd.AttentieDe levensduur van de veiligheidsgor-dels met gordelspanner bedraagt 15 jaarna productiedatum van de auto. Na dezeperiode is het noodzakelijk de veilig-heidsgordels met gordelspanner dooreen koda-dealer te laten vervangen.
23BEDIENINGAttentienWerkzaamheden aan het gordels-pannersysteem, alsmede het uit- eninbouwen van systeemdelen ten be-hoeve van andere reparatiewerk-zaamheden, mogen alleen door eenkoda-dealer worden uitgevoerd. nHet systeem beschermt slechtseenmaal bij een ongeval. Als eengordelspanner eenmaal is geacti-veerd, moet het systeem worden ver-vangen. nBij het doorverkopen van de automoet de verkoper dit instructie-boekje aan de nieuwe eigenaar over-handigen. OpmerkingennBij het in werking treden van de gordels-panner komt een kleine hoeveelheid rookvrij. Deze rook duidt niet op brand in deauto. nBij het verschrotten van de auto of deonderdelen van het systeem moeten beslistde betreffende veiligheidsvoorschriften inacht worden genomen. Deze voorschriftenzijn bekend bij de koda-dealer en kunnendaar worden ingezien.
Airbagsysteem*FrontairbagHet frontairbagsysteem is na het aanzet-ten van het contact standby. Autos met airbagsysteem (veiligheids-luchtzak) voor bestuurder en voorpassagierzijn herkenbaar aan het opschrift AIRBAGop de bekledingsplaat van het stuurwiel enrechts op het dashboard. Het airbagsysteem biedt in combinatiemet de driepuntsveiligheidsgordels metgordelspanners een extra beschermingvoor hoofd en bovenlichaam van de be-stuurder en de voorpassagier bij een fron-tale aanrijding met een hoge botssnelheid. Naast hun normale beschermende functiehebben de veiligheidsgordels ook tot doelde bestuurder of de voorpassagier bij eenfrontale aanrijding zo op hun plaats te hou-den dat de airbag een maximale bescher-ming kan bieden. Draag de veiligheidsgordels dan ookniet alleen op basis van de wettelijke re-gels, maar meer uit het oogpunt van deveiligheid.
Het frontairbagsysteem wordt niet geac-tiveerd bij:naanrijdingen aan de zijkantnaanrijdingen aan de achterkantnover de kop slaannlichte frontale aanrijdingen. Het systeem bestaat in principe uit:neen elektronisch regel- en controle-systeem (regelapparaat)néén, resp.
twee airbags (luchtzak metgasgenerator) voor de:- bestuurder (in het stuurwiel)- voorpassagier (rechts op het dashboard)neen controlelampje op het dashboard- zie bladzijde 77. nEen controlelampje in de binnenverlichting(voor)*- zie bladzijde 27. De bedrijfsgereedheid van het airbagsys-teem wordt elektronisch bewaakt. Elke keer na het inschakelen van het con-tact brandt het airbagcontrolelampje gedu-rende enkele seconden (zelfdiagnose). OpmerkingHet airbagsysteem is gedurende de gehelelevensduur van de auto onderhoudsvrij.
24BEDIENINGEr is een storing in het systeem, wanneer:nBij het inschakelen van het contact hetcontrolelampje niet gaat branden,nNa het inschakelen van het contact hetcontrolelampje niet na enkele secondendooft,nNa het inschakelen van het contact hetcontrolelampje dooft en weer gaat branden,nHet controlelampje tijdens het rijdengaat branden of knipperen.AttentieAls er een storing aanwezig is, moethet systeem direct door een koda-dealer worden gecontroleerd.
De kansis aanwezig dat de airbag bij een aan-rijding niet wordt geactiveerd.Werking van de frontairbagHet airbagsysteem is zo geconstrueerd dathet systeem bij een frontale aanrijding meteen hoge botssnelheid wordt geactiveerd.De afbeelding toont het gebied waarin hetsysteem wordt geactiveerd.Als het systeem wordt geactiveerd, worden deluchtzakken met drijfgas gevuld en vóór debestuurder en de voorpassagier opgeblazen.De airbag wordt in een fractie van een se-conde met een grote snelheid opgeblazen,om bij een ongeval de juiste beschermingte kunnen bieden.De voorwaartse beweging van de voorpassa-gier en de bestuurder worden door de geheelopgeblazen luchtzak (zie rechter afbeelding)gedempt, waardoor de kans op letsel aanhoofd en bovenlichaam wordt gereduceerd.De speciaal ontwikkelde luchtzak laat on-der belasting van de inzittenden een voorafbepaalde hoeveelheid gas wegstromen omzo het hoofd en het bovenlichaam zacht tekunnen opvangen.
Na een ongeval is deluchtzak dan ook zo ver leeg gelopen dathet zicht naar voren weer vrij is.Door een verkeerde zithouding kan eenverhoogd risico op letsel ontstaan door devrijkomende krachten bij het activeren vande airbag.
25BEDIENINGAttentienHet is uitermate belangrijk dat ervoldoende afstand t. o. v. het stuurwielresp. dashboard wordt aangehouden,zodat de inzittenden bij een geacti-veerd systeem met de grootst moge-lijke effectiviteit worden beschermd. Bovendien moeten de voorstoelensteeds overeenkomstig de lichaams-grootte zijn afgesteld (zie bladzijde 39). nAan alle componenten van het air-bagsysteem mogen in principe geenwerkzaamheden worden uitgevoerd. De airbag kan door een onvakkundigebehandeling worden geactiveerd. nDe levensduur van de frontairbag-module bedraagt 15 jaar na produc-tiedatum van de auto. Na deze perio-de is het noodzakelijk de module dooreen koda-dealer te laten vervangen. OpmerkingBij het verschrotten van de auto, of van losseonderdelen van het airbagsysteem moetenbeslist de daarvoor geldende veiligheids-voorschriften in acht worden genomen.
Dezevoorschriften zijn bekend bij de koda-dealer. Als u tijdens het rijden niet de veiligheids-gordel draagt, naar voren leunt of een ver-keerde zithouding aanneemt, stelt u zich inhet geval van een ongeval bloot aan eenverhoogd risico op letsel. AttentienDe bekledingsplaat op het stuur-wiel en de bovenplaat van de airbag-moduul aan de bijrijderszijde tussenhet middelste en rechter ventilatie-rooster (vlak met opschrift airbag)mogen niet met stickers worden be-plakt, noch worden overtrokken of opeen andere wijze worden bewerkt. Deze delen mogen alleen met eendroge, of met een iets met water be-vochtigde doek worden gereinigd. nAan de onderdelen van het airbag-systeem mogen op geen enkele wijzewijzigingen worden aangebracht. Allewerkzaamheden aan het airbagsys-teem alsmede het uit- en inbouwenvan systeemdelen t. b. v. andere repa-ratiewerkzaamheden (b. v.
nTussen de voorste inzittenden enhet werkgebied van de airbag mogenzich geen andere personen, huisdie-ren of voorwerpen bevinden. nAls deze auto wordt doorverkochtmoet dit instructieboekje aan de nieu-we eigenaar worden overhandigd. Bijzonderheden bij een uitgescha-kelde passagiersairbag. Laat, zodra het mogelijk is, de airbags weerinschakelen zodat de veiligheid van uwauto weer optimaal wordt. Uw auto heeft de technische mogelijkheid defrontairbag of ook de zijairbag uit te schakelen. Het uitschakelen van de airbag of ook van dezijairbag kan door een Skoda-dealer wordenuitgevoerd. Bij autos met airbagschakelaar kan de passa-giersairbag, maar ook de passagierszijairbagmet behulp van deze schakelaar* in het dash-boardkastje worden uitgeschakeld - zie blz. 26.
AttentieWilt u toch op de voorpassagiersstoeleen kinderzitje gebruiken waarbij hetkind met de rug in de rijrichting zit (insommige landen ook bij kinderzitjeswaarbij het kind in de rijrichting zit) ishet beslist noodzakelijk de frontairbaguit te schakelen - blz. 26. De kans be-staat dat het kind bij het in werking tre-den van de airbag ernstig of zelfs do-delijk letsel oploopt. In sommige landenis volgens de wettelijke voorschriftenook het uitschakelen van de zijairbagnodig. Als u een kind op de voorpassa-giersstoel wilt meenemen, neem dan dewettelijke voorschriften voor het ge-bruik van kinderzitjes in acht. 1) Let op eventuele afwijkende wettelijke voorschrif-ten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Skoda Octavia (2003) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Skoda
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto