Skoda Fabia (2011) Handleiding

Skoda Auto Fabia (2011)

Bekijk gratis de handleiding van Skoda Fabia (2011) (157 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 144 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Skoda Fabia (2011) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Skoda
Categorie: Auto
Model: Fabia (2011)

Handleiding Skoda Fabia (2011) – volledige tekst

Elektrohydraulische stuurbekrachtiging. 138 Bandenspanningscontrole. 138 Roetfilter (dieselmotor). 139 Rijden en milieu. 141 De eerste 1. 500 kilometer - en daarna. 141 Katalysator. 141 Economisch en milieubewust rijden. 142 Milieu-aspecten. 145 Rijden in het buitenland. 146 Voorkomen van schade aan de auto. 146 Rijden over ondergelopen wegen. 147 Rijden met aanhangwagen. 148 Gebruik aanhangwagen. 148 Raadgevingen voor het gebruik. 150 Verzorging en reiniging van de auto. 150 Algemeen. 150 Verzorging buitenzijde auto. 150 Verzorging binnenzijde auto. 154 Brandstof. 156 Benzine. 156 Diesel. 157 Tanken. 157 Controleren en bijvullen. 159 motorruimte. 159 Motorolie. 161 Koelsysteem. 163 Remvloeistof. 165 Accu. 166 Ruitensproeierinstallatie. 169 Wielen en banden. 171 Wielen. 171Accessoires, wijzigingen en vervanging van onderdelen. 177 Algemeen. 177 Raad en daad. 178 Raad en daad.

Structuur van dit instructieboekje (toelichtingen)Dit instructieboekje is systematisch opgebouwd om het vinden en opnemen vande benodigde informatie te vergemakkelijken. Hoofdstuk, inhoudsopgave en trefwoordenregisterDe tekst in dit instructieboekje is in relatief korte paragrafen ingedeeld, die inoverzichtelijke zijn samengevat. Het actuele hoofdstuk staathoofdstukkenrechtsonder op de pagina geaccentueerd. De aan de hand van de hoofdstukken ingedeelde en het uitge-inhoudsopgavebreide achter in het instructieboekje helpen u de gewenstetrefwoordenregisterinformatie snel te vinden. HoofdstukkenDe meeste gelden voor alle auto's. alinea'sOmdat de uitvoeringsvarianten echter zeer veelvuldig kunnen zijn, is het niet tevoorkomen, dat ondanks de indeling in alinea's soms ook uitvoeringen worden ge-noemd waar uw auto niet mee is uitgerust. Samenvatting en uitlegElke alinea is voorzien van een.

kopEr volgt (in groot cursief schrift) waarover het in deze alineabeknopte informatiegaat. De afbeelding wordt meestal gevolgd door een (in relatief groot schrift) dieuitlegin klare taal uitlegt hoe u te werk moet gaan. Uit te voeren wordenhandelingenaangegeven met een koppelteken. RichtingaanwijzingenAlle richtingaanwijzingen zoals "links", "rechts", "voor", "achter" zijn gebaseerd opde rijrichting van de auto. Verklaring van symbolen Einde van een paragraaf. £ De paragraaf gaat op de volgende bladzijde verder. AanwijzingenAlle vier soorten aanwijzingen die in de tekst worden gebruikt, zijn altijd aan heteinde van de betreffende paragraaf aangegeven. ATTENTIEDe belangrijkste aanwijzingen worden aangeduid met de kop ATTENTIE. DezeATTENTIE-aanwijzingen attenderen op een ernstige kans op ongevallen ofletsel.

In de tekst vindt u vaak een dubbele pijl die wordt gevolgd door eenklein attentiesymbool. Dit symbool wijst u op een ATTENTIE-aanwijzing aanhet einde van de paragraaf waarmee absoluut rekening moet worden gehou-den.

Let opWij adviseren de gloeilampen door een Škoda-dealer te laten vervangen. Binnenverlichting - uitvoering 2 Afbeelding 28 Binnenverlichting - uit-voering 2De binnenverlichting, achter wordt door het verschuiven van de⇒ Afbeelding 28schakelaar op het symbool , O of in de middenstand bediend. Voor de binnenverlichting - uitvoering 2 gelden dezelfde regelprincipes als voor debinnenverlichting - uitvoering 1 ⇒ pagina 48. Binnenverlichting achterin Afbeelding 29 Binnenverlichting achterDe interieurverlichting achter wordt door het indrukken van de toets ⇒ Afbeelding29 in-, uitgeschakeld.Voor de interieurverlichting, achter heeft de schakelaar twee standen. In de enestand is de interieurverlichting permanent ingeschakeld, in de tweede stand (naindrukken) is deze via de portiercontacten geschakeld.Let opWij adviseren de gloeilampen door een Škoda-dealer te laten vervangen.

Verlichting van het dashboardkastje aan bijrijderszijde –Bij het openen van de klep van het dashboardkastje gaat het lampje in hetdashboardkastje branden. –De lamp wordt bij ingeschakeld stadslicht automatisch ingeschakeld en zal bijhet sluiten van de klep weer worden uitgeschakeld. BagageruimteverlichtingDe verlichting wordt bij het openen van de kofferklep/achterklep automatisch in-geschakeld. Als de klep langer dan circa 10 minuten geopend blijft, wordt de baga-geruimteverlichting automatisch uitgeschakeld.

ZichtAchterruitverwarming Afbeelding 30 Schakelaar voor achter-ruitverwarming –De achterruitverwarming wordt door het indrukken van de schakelaar  ⇒ Af-beelding 30 in- of uitgeschakeld - het controlelampje in de schakelaar brandtof gaat uit.De achterruitverwarming werkt alleen bij draaiende motor.Na 7 minuten de achterruitverwarming automatisch .schakelt uit £49Verlichting en zicht Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens

Als de boordspanning daalt, wordt de achterruitverwarming automatisch uitge-schakeld en knippert het controlelampje in de toets.Milieu-aanwijzingZodra de ruit ontwasemd is, moet de verwarming worden uitgeschakeld. Hetdaardoor lagere stroomverbruik heeft een gunstig effect op het brandstofverbruik⇒ pagina 145, Stroom sparen. Zonnekleppen Afbeelding 31 Zonneklep: opzij klappenDe zonnekleppen voor de bestuurder of de voorpassagier kunnen uit de houderworden getrokken en in de richting van de pijl 1 naar de portie-⇒ Afbeelding 31ren worden gezwenkt.De make-upspiegel in de zonnekleppen is van een afdekkapje voorzien. Schuif deafdekkap in de richting van de pijl 2.ATTENTIEDe zonnekleppen mogen niet naar de zijruiten worden gezwenkt in het wer-kingsgebied van de hoofdairbags als er voorwerpen aan zijn bevestigd, zoalsbijv. een ballpoint.

–Laat de hendel los. De sproeierinstallatie stopt en de ruitenwissers maken nog1 tot 3 wisbewegingen (afhankelijk van de tijd dat de sproeierinstallatie wasingeschakeld). Achterruitenwisser –Druk de hendel weg van het stuurwiel in de stand 6 , de rui-⇒ Afbeelding 32tenwisser wist elke 6 seconden. Wis-/wasautomaat voor de achterruit –De hendel tegen de veerdruk in van het stuurwiel weg drukken in stand 7, deruitensproeier en de ruitenwisser treden in werken. –Na het loslaten van de hendel stopt de sproeierinstallatie en maakt de ruiten-wisser nog 1 tot 3 wisbewegingen (afhankelijk van de tijd dat de sproeierin-stallatie was ingeschakeld). Na het loslaten blijft de hendel in de stand 6staan. Ruitenwissers uitschakelen –Zet de hendel weer in de basisstand 0. De ruitenwissers en de ruitensproeiers werken alleen maar bij ingeschakeld con-tact.

Na het inschakelen van de achteruitversnelling wordt bij ingeschakelde ruitenwis-sers de achterruit eenmaal gewist. De sproeiers van de voorruit worden bij ingeschakeld contact verwarmd. Bijvullen van de ruitensproeiervloeistof pagina 169⇒ . ATTENTIE ●Voor helder zicht en veilig rijden zijn goede ruitenwisserbladen beslistnoodzakelijk pagina ⇒ 52. ●Gebruik de ruitensproeierinstallatie niet bij lage temperaturen voordatvooraf de voorruit werd verwarmd. De ruitensproeiervloeistof zou anders kun-nen vastvriezen op de voorruit en het zicht naar voren beperken. ●Als de ruiten bevroren zijn, eerst het ijs pagina 152 verwijderen en pas⇒ daarna de ruitenwissers bedienen, omdat anders de ruitenwisserbladen kun-nen worden beschadigd. VOORZICHTIG ●Bij lage temperaturen en in de winter alvorens weg te rijden resp.

vóór het in-schakelen van het contact controleren of de ruitenwisserbladen niet zijn vastge-vroren. Als de ruitenwissers worden ingeschakeld terwijl de ruitenwisserbladenzijn vastgevroren, kunnen zowel de ruitenwisserbladen als de ruitenwissermotorworden beschadigd.

●Als het contact wordt uitgeschakeld terwijl de ruitenwissers zijn ingeschakeld,wissen de ruitenwissers in dezelfde wisserstand verder als het contact weerwordt ingeschakeld. In de tijd tussen het uitschakelen en weer inschakelen vanhet contact kunnen de ruitenwissers bij lage temperaturen vastvriezen. ●Vastgevoren ruitenwisserbladen voorzichtig van de voor- resp. achterruit los-maken. ●Voor de rit sneeuw en ijs van de ruitenwissers verwijderen. Let opDe inhoud van het ruitensproeierreservoir bedraagt 3,5 liter. Bij wagens die metkoplampsproeiers zijn uitgerust, bedraagt de inhoud 5,4 liter. KoplampsproeiersDe koplampen worden gereinigd na elke vijfde keer inschakelen van de ruitenwis-sers van de voorruit en als het dim- of grote licht is ingeschakeld en de ruitenwis-serhendel ca. 1 seconde in de stand 5 ⇒ Afbeelding 32 wordt gehouden. Met regelmatige tussenpozen, bijv.

na het tanken, moet hardnekkig vastzittendvuil (bijv. insectenresten) van het koplampglas worden verwijderd. Let op de vol-gende aanwijzingen pagina 153, Koplampglazen. ⇒ Om ook in de winter een goede werking te kunnen garanderen moet u met eenontdooiingsspray sneeuw en ijs van de sproeierhouders verwijderen. VOORZICHTIGDe koplampsproeiers nooit met de hand naar buiten trekken - gevaar voor be-schadiging. 51Verlichting en zicht Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.

Ruitenwisserbladen voor de voorruit vervangen Afbeelding 33 Wisserblad voor voorruitRuitenwisserblad verwijderen –Kantel de ruitenwisserarm weg van de ruit. –Druk de borging, om het wisserblad te ontgrendelen, in en trek deze in de rich-ting van de pijl weg. Ruitenwisserblad bevestigen –Het ruitenwisserblad tegen de aanslag schuiven tot het vergrendelt. –Controleren of het ruitenwisserblad correct is bevestigd. –Klap de wisserarm terug op de ruit. Felfria vindrutetorkablad är absolut nödvändigt för klar sikt. Ruitenwisserbladenmogen niet door stof, insectenresten en conserveringswas verontreinigd zijn. Schrapen of strepen trekken door de ruitenwisserbladen kan te wijten zijn aanwasresten die op de ruit zijn achtergebleven bij het wassen van de wagen in eenautomatische wasstraat.

Daarom moeten steeds nadat de wagen in een automa-tische wasstraat worden ont- is gewassen de rubbers van de ruitenwisserbladen vet. ATTENTIE ●Als met de ruitenwissers niet voorzichtig wordt omgegaan, is de kans opbeschadiging van de voorruit aanwezig. ●För att förhindra uppkomsten av ränder ska vindrutetorkarbladen rengörasregelbundet med ett fönsterputsmedel. Bij sterke vervuiling, bijvoorbeelddoor insectenresten, moeten de ruitenwisserbladen met een spons of eendoek worden schoongemaakt. ●Av säkerhetsskäl ska vindrutetorkarbladen bytas en till två gånger per år. De ruitenwisserbladen zijn verkrijgbaar bij een specialist. Wisserblad van de achterruit vervangen - uitvoering 1 Afbeelding 34 Ruitenwisserblad voorachterruitRuitenwisserblad verwijderen –De ruitenwisserarm van de ruit wegklappen en het ruitenwisserblad haaks opde ruitenwisserarm zetten ⇒ Afbeelding 34.

Wisserblad van de achterruit vervangen - uitvoering 2 Afbeelding 35 Ruitenwisserblad voorachterruitRuitenwisserblad verwijderen –De ruitenwisserarm van de ruit wegklappen en het ruitenwisserblad haaks opde ruitenwisserarm zetten ⇒ Afbeelding 35. –Houd de wisserarm met een hand bij het bovenste deel vast. –Met de andere hand de vergrendeling 1 ontgrendelen en het wisserblad inpijlrichting 2 verwijderen. Ruitenwisserblad bevestigen –Het ruitenwisserblad tegen de aanslag schuiven tot het vergrendelt. –Controleren of het ruitenwisserblad correct is bevestigd. –Klap de wisserarm terug op de ruit. Hier gelden dezelfde opmerkingen als ⇒ pagina 52. AchteruitkijkspiegelBinnenspiegel handmatig dimbaarBasisinstelling –Zet de hendel aan de onderzijde van de spiegel naar voren. Spiegel dimmen –Trek de hendel aan de onderzijde van de spiegel naar achteren.

AchteruitkijkspiegelDe buitenspiegels zijn elektrisch verstelbaar. Afbeelding 36 Binnenzijde portier:DraaiknopDe buitenspiegel moet voor het begin van de rit zo worden ingesteld, dat het zichtnaar achteren is gewaarborgd. Dimbare binnenspiegel –Druk de hendel aan de onderzijde van de spiegel naar achteren (bij de basis-stand van de binnenspiegel moet de hendel naar voren zijn gericht). Buitenspiegelverwarming –Zet de draaiknop in de stand. ⇒ Afbeelding 36Linkerbuitenspiegel instellen –Zet de draaiknop in de stand. De beweging van de spiegel is identiek aan debeweging van de draaiknop. Buitenspiegel rechts instellen –Zet de draaiknop in de stand. De beweging van de spiegel is identiek aan debeweging van de draaiknop. ATTENTIE ●Convexe (bolvormige) buitenspiegels vergroten het gezichtsveld. Voorwer-pen in de spiegel lijken echter wel kleiner.

Let op ●De buitenspiegelverwarming werkt alleen bij draaiende motor. ●Raak de spiegelvlakken van de buitenspiegels niet aan als de spiegelverwar-ming is ingeschakeld. ●Mocht de elektrische instelling een keer uitvallen, dan kunt u beide buiten-spiegels met de hand instellen door op de rand van het spiegelvlak te drukken. ●Neem bij een storing aan de elektrische spiegelinstelling contact op met eenŠkoda-dealer.  54 Verlichting en zicht

Zitten en opbergenVoorstoelenPrincipesDe voorstoelen kunnen op vele manieren worden ingesteld en daardoor aan de li-chaamsbouw van de bestuurder en de voorpassagier worden aangepast. De juiste instelling van de stoelen is bijzonder belangrijk voor: ●het eenvoudig en snel bereiken van alle bedieningselementen, ●een ontspannen, minder vermoeiende lichaamshouding, ●de maximale bescherming door de veiligheidsgordels en het airbagsysteem. In de volgende hoofdstukken wordt beschreven op welke wijze u de stoelen kuntinstellen. ATTENTIE ●Neem nooit meer personen mee dan het aantal zitplaatsen dat uw autotelt. ●Elke inzittende moet de bij de zitplaats behorende veiligheidsgordel cor-rect dragen. Kinderen moeten met behulp van een hiervoor geschikt kinderzi-tje zijn beveiligd pagina ⇒ 126, Veilig vervoer van kinderen.

●De voorstoelen en alle hoofdsteunen moeten altijd overeenkomstig de li-chaamsgrootte worden ingesteld, terwijl ook de veiligheidsgordels altijd cor-rect moeten worden gedragen om u en uw passagiers een optimale bescher-ming te bieden. ●Houd de voeten tijdens het rijden altijd in de voetenruimte - leg de voetennooit op het dashboard, in de ruitsponning of op de zittingen. Dat geldt vooralvoor de passagiers. Bij een remactie of een aanrijding stelt u zich dan aan eenverhoogd letselrisico bloot. Bij een inschakeling van de airbag kunt u door deverkeerde zithouding dodelijk letsel oplopen. ●Voor de bestuurder en de voorpassagier is het belangrijk dat een afstandvan minstens 25 cm van het stuurwiel, resp. van het dashboard wordt aange-houden. Als deze minimale afstand niet wordt aangehouden, kan het airbag-ATTENTIE (vervolg)systeem u niet beschermen - levensgevaar.

Uzou dan niet in staat zijn te koppelen, te remmen of gas te geven. ●Geen voorwerpen op de bijrijdersstoel vervoeren, behalve als ze daarvoorbedoeld zijn (bijvoorbeeld een kinderzitje) - gevaar voor ongevallen. Voorstoelen instellen - uitvoering 1 Afbeelding 37 Bedieningspaneel opstoelStoel in lengterichting instellen –Trek de hendel 1 omhoog en schuif daarbij de stoel in de ge-⇒ Afbeelding 37wenste positie. –Laat de hendel 1 los en verschuif de stoel totdat de vergrendeling hoorbaarinklikt. Zittinghoogte instellen –Als u de stoel hoger wilt zetten, trek de hendel 2 dan naar boven of maakpompbewegingen met de hendel. –Als u de stoel lager wilt zetten, druk de hendel 2 dan naar beneden of maakpompbewegingen met de hendel. £55Zitten en opbergen Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.

Hoek van de rugleuning instellen –De rugleuning ontlasten (niet leunen tegen de rugleuning) en handwiel 3 ver-draaien om de stand van de rugleuning in te stellen. De bestuurdersstoel moet zodanig zijn ingesteld dat de pedalen met licht gebo-gen knieën geheel kunnen worden ingetrapt. De leuning van de bestuurdersstoel moet zo worden ingesteld, dat het bovenstepunt van het stuurwiel met licht gebogen armen kan worden bereikt. ATTENTIE ●Stel de bestuurdersstoel alleen bij stilstaande auto in - kans op ongeval-len. ●Ga voorzichtig te werk bij het instellen van de stoelen. Door ondoordachteinstellingen kan letsel door knellen ontstaan. ●Tijdens het rijden mag de leuning niet te schuin naar achteren staan, om-dat anders de werking van de veiligheidsgordels en de airbags in negatievezin worden beïnvloed - gevaar voor verwondingen.

Voorstoelen instellen - uitvoering 2 Afbeelding 38 Bedieningspaneel opstoelDeze uitvoering van de voorstoel wordt slechts in enkele landen geleverd. Stoel in lengterichting instellen –Hendel 1 ⇒ Afbeelding 38 in het midden naar boven trekken en de stoel in degewenste stand schuiven. –Laat de hendel 1 los en verschuif de stoel totdat de vergrendeling hoorbaarinklikt. Zittinghoogte instellen –Als u de stoel hoger wilt zetten, trek de hendel 2 dan naar boven of maakpompbewegingen met de hendel. –Als u de stoel lager wilt zetten, druk de hendel 2 dan naar beneden of maakpompbewegingen met de hendel. Hoek van de rugleuning instellen –De rugleuning ontlasten (niet leunen tegen de rugleuning) hendel 3 naar ach-teren trekken en met de rug de gewenste schuine stand van de rugleuning in-stellen. –Na het loslaten van de hendel 3 blijft de rugleuning in de ingestelde standstaan.

De leuning van de bestuurdersstoel moet zo worden ingesteld, dat het bovenstepunt van het stuurwiel met licht gebogen armen kan worden bereikt. ATTENTIE ●Stel de bestuurdersstoel alleen bij stilstaande auto in - kans op ongeval-len. ●Ga voorzichtig te werk bij het instellen van de stoelen. Door ondoordachteinstellingen kan letsel door knellen ontstaan. ●Tijdens het rijden mag de leuning niet te schuin naar achteren staan, om-dat anders de werking van de veiligheidsgordels en de airbags in negatievezin worden beïnvloed - gevaar voor verwondingen.  56 Zitten en opbergen.

De hoofdsteunen voor, de buitenste hoofdsteunen achter en de middelste hoofd-steun achter zijn in hoogte verstelbaar. De hoofdsteunen moeten zijn ingesteld in overeenstemming met de lichaams-grootte. Correct afgestelde hoofdsteunen bieden samen met de veiligheidsgor-dels een effectieve bescherming voor de inzittenden pagina 110. ⇒ ATTENTIE ●De hoofdsteunen moeten correct zijn ingesteld om de inzittenden bij eenaanrijding effectief te kunnen beschermen. ●Rijd nooit met uitgebouwde hoofdsteunen - kans op letsel. ●Als de achterzittingen zijn bezet, mogen de hoofdsteunen achter niet in deonderste stand staan. Verwarmbare voorstoelen Afbeelding 40 Tuimelschakelaar: Stoel-verwarming, voorDe zittingen en rugleuningen van de voorstoelen kunnen elektrisch worden ver-warmd. –Door de tuimelschakelaar in stand resp. te drukken, wordt de stoelverwar-1 2ming op 25 % resp.

100 % van de capaciteit ingeschakeld. ⇒ Afbeelding 40 –Voor het uitschakelen van de verwarming moet de tuimelschakelaar in de hori-zontale stand worden geplaatst.

ATTENTIE ●Bij beperkte pijn- en/of temperatuurwaarneming, bijvoorbeeld door medi-cijngebruik, door verlamming of door chronische ziekte (bijvoorbeeld diabe-tes), raden wij aan geheel af te zien van het gebruik van de stoelverwarming. Dit zou kunnen leiden tot moeilijk te genezen brandwonden aan rug, zitvlaken benen. Als u de stoelverwarming toch wilt gebruiken, adviseren wij, bij lan-gere ritten regelmatig een pauze in te lassen, zodat het lichaam zich kan her-stellen van de belasting die tijdens het rijden ontstaat. Neem voor de beoor-deling van uw concrete situatie contact op met de u behandelende arts. £57Zitten en opbergen Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.

VOORZICHTIG ●Om de verwarmingselementen van de stoelverwarming niet te beschadigen,mag u niet op de stoelen knielen en moet puntbelasting worden voorkomen. ●Indien de stoelen niet door personen zijn bezet of zich hierop voorwerpen be-vinden, bijvoorbeeld een kinderzitje, tas of dergelijke, de stoelverwarming niet ge-bruiken. Er kan een storing optreden in de verwarmingselementen van de stoel-verwarming. ●Reinig de stoelen niet met vocht ⇒ pagina 154. Let opWij adviseren, de stoelverwarming alleen bij draaiende motor in te schakelen. Daardoor wordt er een minder groot beroep op de accucapaciteit gedaan. AchterstoelenAchterbankzitting opklappen Afbeelding 41 Zitting naar voren klappen / rugleuning ontgrendelenVoor het vergroten van de bagageruimte kan de achterbank naar voren wordengeklapt of kan de zitting worden weggenomen pagina ⇒ 59.

Bij wagens met ge-deelde achterbank kunnen de stoelen ook afzonderlijk naar voren worden ge-klapt. Achterbank naar voren klappen –Alvorens de achterbank naar voren te klappen de voorstoelen zodanig verstel-len dat deze door de naar voren geklapte achterbank niet worden beschadigd. –Zitting in pijlrichting 1 ⇒ Afbeelding 41 omhoogtrekken en in pijlrichting 2naar voren klappen. –De rugleuning ontgrendelen door de vergrendelknop A in te drukken en deleuning naar voren te klappen rechts. ⇒ Afbeelding 41 –De hoofdsteun uit de rugleuning trekken. –De hoofdsteunen kunnen in de betreffende openingen van de naar voren ge-klapte zittingen worden gestoken ⇒ Afbeelding 42. –De rugleuning volledig naar voren klappen. Stoelen in de uitgangspositie brengen –De hoofdsteun in de iets opgetilde rugleuning aanbrengen.

ATTENTIE ●Let er bij het bedienen van de rugleuningen op dat de veiligheidsgordelsniet worden beschadigd. De veiligheidsgordels achterin mogen in geen gevaldoor de teruggeklapte rugleuning bekneld worden. ●Na het terugklappen van de zittingen en rugleuningen moeten de gordelsen gordelsloten zich in hun oorspronkelijke posities bevinden - ze moeten di-rect kunnen worden gebruikt. ●Let erop dat de rugleuning correct is vergrendeld. Alleen dan kan de drie-punts veiligheidsgordel goed zijn werk doen. ●De rugleuningen moeten correct vergrendeld zijn, zodat bij plotselingeremmanoeuvres geen voorwerpen uit de bagageruimte in de passagiersruimtekunnen schuiven - gevaar voor verwondingen. Let opAls de behuizing van het scheidingsnet is ingebouwd, eerst de linkerrugleuning endaarna de dubbele rechterrugleuning naar voren klappen.  58 Zitten en opbergen.

Hoofdsteunen in de zittingen steken Afbeelding 42 Achterbankzittingen:Hoofdsteunen in de zittingen –U kunt de hoofdsteunen achterin in de betreffende openingen van de naar vo-ren geklapte zittingen steken. Zittingen uitbouwen Afbeelding 43 Zittingen uitbouwenDe kofferruimte kan door het uitbouwen van de achterbankzittingen worden ver-groot. Uitbouwen –De zitting naar voren klappen. –De draadbeugel in pijlrichting drukken en de zitting uit de be-⇒ Afbeelding 43vestiging verwijderen. Inbouwen –De draadbeugel in pijlrichting drukken en in de bevestiging aanbrengen. –De zitting in de uitgangspositie terugklappen. PedalenMet het oog op een veilige bediening van de pedalen alleen vloermatten uit hetoriginele Škoda-accessoireprogramma aanbrengen. De pedalen moeten zonder belemmeringen kunnen worden bediend. ATTENTIE ●Storingen aan het remsysteem kunnen tot een langere pedaalslag leiden.

●Geen matten of andere extra vloerbedekking in de buurt van de pedalenleggen, omdat alle pedalen volledig moeten kunnen worden ingetrapt en on-gehinderd in hun uitgangsstand moeten kunnen terugkomen - gevaar voorongevallen. ●Er mogen daarom geen voorwerpen op de vloer worden gelegd die onderde pedalen kunnen glijden. U zou dan niet meer in staat zijn te remmen, tekoppelen of gas te geven - kans op ongevallen. BagageruimteBagageruimte beladenVoor het behouden van de goede rijeigenschappen van de wagen moet op hetvolgende worden gelet: –Verdeel de bagage zo gelijkmatig mogelijk. –Zware voorwerpen zo ver mogelijk naar voren leggen –De bagage aan de bevestigingsogen of met het bagagenet bevestigen ⇒ pagi-na 60. Bij een aanrijding krijgen kleine en lichte voorwerpen een zo hoge kinetischeenergie, dat zij ernstig letsel kunnen veroorzaken.

Voorbeeld: Een losliggend voorwerp met een gewicht van 4,5 kg krijgt bij eenfrontale aanrijding met 50 km/h een energie die 20 keer zo groot is dan zijn eigengewicht. Dit betekent dat er een kracht van ca. 90 kg ontstaat. U kunt zich voor-stellen wat voor letsel er zou ontstaan als deze door het interieur vliegende "kei"een inzittende raakt. £59Zitten en opbergen Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.

ATTENTIE ●Berg voorwerpen op in de bagageruimte en zet bagage vast met de beves-tigingsogen. ●Losse voorwerpen in het interieur kunnen bij een plotselinge manoeuvreof bij een aanrijding naar voren vliegen en de inzittenden of andere verkeers-deelnemers verwonden. Dit gevaar voor verwondingen wordt nog eens extravergroot als rondvliegende voorwerpen worden geraakt door een activerendeairbag. In dit geval kunnen de teruggeworpen voorwerpen de inzittenden ver-wonden - levensgevaar. ●Realiseert u zich dat bij het transport van zware voorwerpen de rijeigen-schappen zich wijzigen door de verplaatsing van het zwaartepunt. Snelheid enmanier van rijden moeten daarom daaraan worden aanpast. ●De lading moet op zo'n manier in de bagageruimte worden ondergebrachtdat bij plotselinge rij- en remacties geen voorwerpen naar voren kunnen glij-den - kans op letsel.

●Bij het vervoeren van scherpe, gevaarlijke voorwerpen die vastgezet zijn inde vergrote bagageruimte, die ontstaat door het naar voren klappen of uit-bouwen van stoelen achterin, beslist letten op het waarborgen van de veilig-heid van de personen die op de resterende stoelen achterin zitten pagina⇒ 111, Juiste zithouding voor de passagiers op de achterbankzittingen. ●Als de achterstoelen naast de naar voren geklapte stoel bezet zijn, zogoed mogelijk op het waarborgen van de veiligheid letten, bijvoorbeeld doorde te vervoeren lading op een zodanige wijze te plaatsen, dat het terugklap-pen van de stoel achterin bij een aanrijding van achteren wordt voorkomen. ●Rijd nooit met een openstaande of net niet gesloten kofferklep omdat erdan uitlaatgassen in het interieur kunnen komen - kans op vergiftiging.

●Overschrijd in geen geval de toegestane asbelasting en het toegestane to-taalgewicht van de auto - kans op ongevallen. ●Laat nooit personen plaatsnemen in de bagageruimte. VOORZICHTIGLet erop dat de verwarmingsdraden van de achterruitverwarming niet door schu-rende voorwerpen kunnen worden beschadigd.

Let opDe bandenspanning moet aan de belading worden aangepast. ⇒ Afbeelding 135 Voertuigen van de categorie N1Bij voertuigen van de categorie N1 die niet van een veiligheidsrek voorzien zijn,moet voor de bevestiging van de lading een vastsjorset worden gebruikt die vol-doet aan de norm EN 12195 (1 - 4). Bevestigingselementen Afbeelding 44 Bagageruimte: Bevestigingsogen en bevestigingselementen (Fabia) / (Combi)Aan beide zijkanten van de bagageruimte bevinden zich bevestigingsogen en be-vestigingselementen voor het vastzetten van bagage ⇒ Afbeelding 44. Aan deze bevestigingsogen en bevestigingselementen kunnen ook bagagenettenvoor het vastzetten van kleine voorwerpen worden aangebracht. ATTENTIE ●De te vervoeren lading moet zodanig bevestigd worden, dat ze tijdens derit en het remmen niet kan bewegen.

●Als de bagage of voorwerpen met een hiertoe niet geschikte of beschadig-de bevestigingsriem wordt vastgezet, kan bij het remmen of bij een aanrijdingletsel ontstaan. Om te voorkomen dat de bagage naar voren kan schuiven,moet altijd worden gebruikgemaakt van hiertoe geschikte riemen die veiligaan de bevestigingsogen zijn bevestigd.  60 Zitten en opbergen.

Bagagenetten Afbeelding 45 Bevestigingsnet: dubbele dwarstas, bodembagagenet / dubbele langstassenBevestigingsvoorbeelden van het bagagenet als dubbele dwarstas, bodembaga-genet - links en dubbele langstassen ⇒ Afbeelding 45 ⇒ Afbeelding 45 - rechts.De bevestigingsnetten zijn samen met de montagehandleiding in de bagageruim-te gelegd.ATTENTIE ●De sterkte van het net maakt het mogelijk de tas te beladen met voorwer-pen tot 1,5 kg. Zwaardere voorwerpen worden niet voldoende beveiligd - kansop letsel en beschadiging van het net! ●De te vervoeren lading moet zodanig bevestigd worden, dat ze tijdens derit en het remmen niet kan bewegen.VOORZICHTIGIn de netten geen voorwerpen met scherpe randen plaatsen - gevaar voor be-schadiging van het net.

Inklapbare haken Afbeelding 46 Bagageruimte: Uitklapba-re haak (Fabia)Aan beide zijden van de bagageruimte bevinden zich uitklapbare haken voor debevestiging van kleinere bagagestukken, zoals tassen en dergelijke ⇒ Afbeelding46.ATTENTIELet op de volgende aanwijzingen ⇒ pagina 59.VOORZICHTIGAan de haken kunnen bagagestukken met een gewicht tot 7,5 kg worden vastge-haakt. 61Zitten en opbergen Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens

HoedenplankDe hoedenplank achter de hoofdsteunen achterin kan alleen wor-den gebruikt voor het deponeren van lichte voorwerpen. Afbeelding 47 Uit- en inbouwen van de hoedenplankAls u grotere voorwerpen wilt vervoeren, kan zo nodig de hoedenplank wordenuitgebouwd. –De ophangkoorden loshaken 1. ⇒ Afbeelding 47 –De hoedenplank uit de houders 2 nemen door licht op de onderzijde van dehoedenplank in het gedeelte tussen de houders te kloppen. –Bij het inbouwen de hoedenplank op de aanligvlakken van de zijbekleding leg-gen en de steunen van de hoedenplank 3 over de houders 2 van de zijbe-kleding plaatsen. –Door licht te kloppen op de bovenzijde van de hoedenplank in het gedeeltetussen de houders klikt u de hoedenplank vast. –De ophangkoorden 1 aan de achterklep vasthaken.

ATTENTIEOp de hoedenplank mogen geen voorwerpen worden neergelegd, die de inzit-tenden in gevaar zouden kunnen brengen bij plotseling remmen of bij eenaanrijding. VOORZICHTIGBij het sluiten van de achterklep kan de hoedenplank door verkeerd gebruik kan-telen met als gevolg beschadiging van de hoedenplank of de zijbekleding. Daaromvoor het sluiten controleren: ●De steunen van de hoedenplank 3 moeten op de houders van de zijbekleding2 vastgeklikt zijn. ●De lading mag niet boven het niveau van de hoedenplank komen. ●De hoedenplank mag in geopende stand niet door kanteling tegen het afdicht-rubber van de achterklep drukken. ●In de spleet tussen de geopende hoedenplank en de rugleuning van de ach-terbank mag zich geen enkel voorwerp bevinden. ●Let erop dat de verwarmingsdraden van de achterruitverwarming niet bescha-digd raken door voorwerpen op de hoedenplank.

Let op ●Bij het openen van de kofferklep/achterklep wordt tevens de bagageruimteaf-dekking opgetild - let erop dat de hierop geplaatste voorwerpen naar voren kun-nen glijden. Overige posities van de hoedenplankDe hoedenplank achter de hoofdsteunen achterin kan alleen wor-den gebruikt voor het deponeren van lichte voorwerpen.

De hoedenplank kan ook achter de achterbank worden opgeborgen ⇒ Afbeelding48 - rechts. VOORZICHTIGIn deze stand is de hoedenplank geschikt voor het opbergen van kleine voorwer-pen tot 2,5 kg. Oprolbare bagageruimteafdekking (Combi) Afbeelding 49 Bagageruimte: Oprolbare bagageruimteafdekking / oprolbare bagageruimteaf-dekking uitnemenEruit trekken – De oprolbare bagageruimteafdekking in pijlrichting 1 tot aan de aanslag in deborgstand trekken. ⇒ Afbeelding 49Oprollen – Druk de hoes in de richting van de pijl 2, de hoes rolt zich automatisch op. Uitbouwen – Voor het vervoeren van grotere bagagestukken kan de oprolbare bagageruim-teafdekking worden uitgebouwd door op de zijkant van de dwarsstang in pijl-richting 3 te drukken en de bagageruimteafdekking in pijlrichting 4 te ver-wijderen.

⇒ Afbeelding 49ATTENTIEOp de hoedenplank mogen geen voorwerpen worden neergelegd, die de inzit-tenden in gevaar zouden kunnen brengen bij plotseling remmen of bij eenaanrijding. VOORZICHTIGLet erop dat de verwarmingsdraden van de achterruitverwarming niet door op debagageruimteafdekking neergelegde voorwerpen worden beschadigd. Variabele bagageruimtevloer in bagageruimte(Combi)Variabele bagageruimtevloer verwijderen Afbeelding 50 Bagageruimte: Variabele bagageruimtevloer samenklappen / verwijderenDe variabele bagageruimtevloer maakt het vervoeren van grotere bagagestukkeneenvoudiger en vormt met de naar voren geklapte achterbank een vlakke bagage-ruimtebodem. De maximaal toelaatbare laadbelasting van de variabele bagage-ruimtevloer bedraagt 75 kg.

– Door de borgpennen A circa 180° naar rechts te draaien wordt de variabelebagageruimtevloer vergrendeld.ATTENTIELet er bij het inbouwen op dat de geleidingen en de variabele bagageruimte-vloer correct bevestigd zijn, anders kan er gevaar voor de inzittenden ont-staan.Let opAls de variabele bagageruimtevloer in de bagageruimte is aangebracht, kan ergeen flexibel opbergvak resp. bagagenet worden ingebouwd pagina ⇒ 61. Geleidingen verwijderen Afbeelding 51 Bagageruimte: Borgpunten losmaken / geleidingen verwijderenGeleidingen uitbouwen – De borgpunten B van de geleidingen met de contactsleutel resp. met eenplatte schroevendraaier losmaken .⇒ Afbeelding 51 – De geleiding A bij positie 1 vastpakken en losmaken door te⇒ Afbeelding 51trekken in pijlrichting.

Om het uitbouwen te vergemakkelijken, kunnen de uit-neembare opbergvakken worden verwijderd pagina 74, Uitneembare op-⇒ bergvakken in de bagageruimte. – De geleiding A bij 2 vastpakken, losmaken door te trekken in pijlrichting enhem verwijderen. – Bij het uitbouwen van de geleiding aan de andere zijde van de bagageruimteop dezelfde manier te werk gaan.Geleidingen inbouwen – De geleidingen aan de zijkanten van de bagageruimte plaatsen. – Bij elke geleiding de borgpunten tot de aanslag vastdrukken. – Controleer de bevestiging van de geleidingen door eraan te trekken.ATTENTIELet er bij het inbouwen op dat de geleidingen en de variabele bagageruimte-vloer correct bevestigd zijn, anders kan er gevaar voor de inzittenden ont-staan.

Bagagescheidingsnet (Combi)Gebruik van het bagagescheidingsnet achter de zitplaatsenachterin Afbeelding 53 Bagagescheidingsnet eruit trekken / oprollenEruit trekken –Open het rechter achterportier. –De achterbankleuning iets naar voren klappen, waardoor toegang tot het af-rollen van het bagagescheidingsnet wordt verkregen. –Het bagagescheidingsnet aan lip A uit behuizing B in de richting van de be-vestigingen C trekken. ⇒ Afbeelding 53 –Plaats de dwarsstang in een van de opnames C. –Zet het andere uiteinde van de dwarsstang door deze in de tweede opname tedrukken vast. –Druk de dwarsstang aan de beide uiteinden naar voren in de werkingsstand. –Vervolgens de rugleuning terugklappen tot de vergrendelingsknop vastklikt -dit controleren door aan de rugleuning te trekken ⇒.

Oprollen –Trek de dwarsstang eerst aan de ene en daarna aan de andere zijde iets naarachteren en neem de dwarsstangen uit de opnamen C ⇒ Afbeelding 53. –De dwarsstang zo dat het bagagescheidingsnet langzaam en zonderhoudenbeschadiging in behuizing B kan oprollen. Als u de gehele bagageruimte wilt gebruiken, kan de oprolbare bagageruimteaf-dekking worden uitgebouwd pagina 63. ⇒ ATTENTIE ●Als de auto met een driepunts-veiligheidsgordel voor de middelste achter-zitting is uitgerust, moet erop worden gelet dat de rugleuning van de achter-zitting correct is vergrendeld. Alleen dan kan de driepunts veiligheidsgordelgoed zijn werk doen. ●Controleer of de dwarsstang in de voorste stand in de opnamen C is ge-stoken. ●Als het bagagescheidingsnet zich achter de achterbank bevindt, dan altijderop letten dat de rugleuning correct vergrendeld is.

Inbouwen –De uitsparingen van de bagagescheidingsnetbehuizing in de steunen in derugleuningen van de achterbank plaatsen. –De bagagescheidingsnetbehuizing tegen pijlrichting 1 tot aan de aanslagschuiven. –Klap de achterzitting terug in zijn uitgangspositie. Fietshouder in bagageruimteDwarsdrager inbouwen Afbeelding 56 Dwarsdrager inbouwen –De bagageruimteafdekking verwijderen ⇒ pagina 63, tevens adviseren wij zonodig het bagagescheidingsnet te verwijderen pagina 66. ⇒ –Neem de hoofdsteunen uit de rugleuningen en klap de achterzittingen op, omde bagageruimte zoals gewenst te vergroten. –De bevestigingen B aan de uiteinden van de dwarsdrager ontgrendelen doorde borgschroeven C volledig los te draaien en. Deiets omhoog te trekkenhouders gaan open, als deze al niet openstonden.

–Plaats de dwarsdrager met het vaste (niet uittrekbare) deel op het (vanuit derijrichting gezien) linkerbevestigingsoog en daarna het uittrekbare deel A inhet rechterbevestigingsoog. –Druk de houders B aan beide zijden van de dwarsdrager in, totdat dezevastklikken en draai de borgbouten C vast.

Fietsendrager inbouwen Afbeelding 57 Fietsendrager inbouwen –De goedgekeurde fietsdrager op de dwarsdrager plaatsen. Na het omhoogtrekken van de schroef A de langsdrager (aluminium onder-⇒ Afbeelding 57deel) verschuiven ten opzichte van de dwarsdrager tot de verbinding op zijnplaats valt en daarna de schroef A in de moer draaien. –Draai de bout B los en neem deze uit het verschuifbare deel van de houder;plaats het verschuifbare deel afhankelijk van de fietsmaat in een van de mo-gelijke standen, zodat deze geen contact maakt met de kofferklep/achterklep. Wij adviseren, het verschuifbare deel van de houder zo te plaatsen dat tussende bout A en het verschuifbare deel 7 boringen zichtbaar zijn. –De bout B in de gewenste stand aanbrengen en vastdraaien.

Fiets in de fietsendrager plaatsen Afbeelding 58 Fiets plaatsen / bevestiging van het voorwiel –Voor de montage van de fiets in de auto, moet het voorwiel worden uitge-bouwd. –De snelspanner van de bevestigingsas van de fietsdrager losmaken en over-eenkomstig de vorkbreedte van de fiets instellen. –De voorvork op de bevestigingsas plaatsen en met de snelspanner vastzetten⇒ Afbeelding 58 - links. –Plaats het linkerpedaal van de fiets naar voren, om het voorwiel gemakkelijkerte kunnen bevestigen. –Draai de bout A ⇒ Afbeelding 57 los en schuif de fietsendrager samen met debevestigde fiets naar links (vanuit de rijrichting gezien), zodat er geen contactkan ontstaan tussen het stuur en de zijruit van de bagageruimte. –Druk de kofferklep voorzichtig naar onderen zonder deze los te laten en con-troleer hierbij of er tussen het stuur van de fiets en de achterruit voldoendeplaats is.

–Het gedemonteerde voorwiel bij voorkeur tussen de crank van het linkerpe-daal en het fietsframe plaatsen; dit met een riem aan de voorvork ⇒ Afbeel-ding 58 - rechts, resp. aan een bevestigingspunt vastmaken. –Let erop dat de bekleding van de bagageruimte, de fiets of neergelegde voor-werpen niet worden beschadigd. –De inbouw van een tweede fietsendrager moet op dezelfde wijze worden uit-gevoerd. ATTENTIEPlaats de fietsen in de fietsendrager in een zodanige stand dat de sturen geencontact maken met de zijruiten of de achterruit. Let opAls het voorwiel is uitgerust met een schijfrem, moet het wiel zo worden beves-tigd, dat de remschijf van het frame is afgewend. 67Zitten en opbergen Bediening Veiligheid Aanwijzingen voor het rij-denRaadgevingen voor hetgebruik Raad en daad Technische gegevens.

Stabiliteit van de fietsen met behulp van een riem waarborgen Afbeelding 59 Beveiligen van de fietsen met klemmen / beveiligen van de fietsen met eenriem –Voor het losdraaien van het rubberdeel van de klem, de beide delen tegen elk-aar drukken en de klem losmaken. –De klem met het rubberdeel naar voren (in rijrichting) zo ver mogelijk naar on-deren op de zadelpen aanbrengen en de klem sluiten. ⇒ Afbeelding 59 –Bij het vervoeren van twee fietsen de riem tussen de zadels⇒ Afbeelding 59spannen en daarbij de fietsen van elkaar af duwen. –Haak de karabijnhaak in het uiteinde van de riem in de bevestigingsogen ach-ter de achterstoelen. –De riem eerst aan de ene en vervolgens aan de andere kant door de spangesptrekken. –Indien noodzakelijk, kan bovendien de stand van de fietsen in de auto wordengecorrigeerd.

ATTENTIE ●Bij het meenemen van personen en voorwerpen, waarbij het nodig is datde zittingen naar voren worden geklapt, moet op de veiligheid van de meerij-dende personen worden gelet. ●Plaats de fietsen in de fietsendrager in een zodanige stand dat de sturenniet in contact kunnen komen met de achterruit. DakdragerAlgemene aanwijzingenVOORZICHTIG ●Alleen door ŠKODA goedgekeurde dakdragers gebruiken. ●Als u andere imperiaalsystemen gebruikt of de dragers niet volgens voorschriftmonteert is daardoor ontstane schade aan de auto uitgesloten van de garantie. Neem daarom beslist de meegeleverde montagehandleiding van het imperiaalsys-teem in acht. ●Bij auto's met elektrisch schuif-/kanteldak moet erop worden gelet dat hetgeopende schuif-/kanteldak niet tegen de daklading aankomt. ●Let erop dat de geopende kofferklep niet tegen de lading op het dak stoot.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Skoda Fabia (2011) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden