Skoda Citigo e iV (2019) Handleiding

Skoda Auto Citigo e iV (2019)

Bekijk gratis de handleiding van Skoda Citigo e iV (2019) (94 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Skoda Citigo e iV (2019) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/94
Instructieboekje
ŠKODA CITIGOe iV
Uw instructieboekje
Elektronische versie op internet
http://go.skoda.eu/owners-manuals
ŠKODA CITIGOe iV 09.2019
Holandština/Dutch

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Skoda
Categorie: Auto
Model: Citigo e iV (2019)

Handleiding Skoda Citigo e iV (2019) – volledige tekst

Documentatie van de van de wagenafleveringChassisnummer (VIN) Datum van van de wagen ________ / ________ / ________________aflevering ŠKODA Partner Stempel en handtekening verkoper Ik bevestig dat de wagen in correcte staat is afgeleverd en ik vertrouwd ben gemaakt met het juiste gebruikervan en de garantievoorwaarden. Handtekening van de klantHeeft de wagen verlengde garantie? JA NEEBeperking van de ŠKODA garantieverlenginga)_______________of_______________resp._______________a) Afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt.Jaar:Km:Mijlen:Nadruk, reproductie, vertaling of andere vormen van gebruik, ook van gedeelten, is zonder schriftelijke toe-stemming van ŠKODA AUTO a.s. niet toegestaan.ŠKODA AUTO a.s. behoudt zich uitdrukkelijk alle rechten op grond van het auteursrecht voor.Wijzigingen voorbehouden.Uitgegeven door: ŠKODA AUTO a.s.© ŠKODA AUTO a.s. 2019

Inhoudsopgave1 Eigenaar4 Over dit instructieboekje4 Over dit instructieboekje5 Omschrijvingen6 Wagenoverzichten6 Voorzijde wagen7 Achterzijde wagen8 Bestuurdersplaats8 Middenconsole en bijrijdersplaats9 Motorruimte9 Controlelampjes9 Werking9 Controlelampjesoverzicht11 Veilig en op de juiste wijze11 Inleidende aanwijzingen voor een correctgebruik11 Nieuwe wagen of nieuwe onderdelen11 Periodieke controles11 Geen ondeskundige aanpassingen aan dewagen11 Werking van sensoren en camera's behouden12 Motorruimte12 Accu12 Aanwijzingen over het hoogvoltsysteem13 Elektrische stopcontacten in de wagengebruiken13 Voor de rit15 Veilig rijden16 Na een ongeval17 Sleutels, sloten en alarmsysteem17 Sleutel17 Centrale vergrendeling18 Portieren, ruiten en achterklep18 Portieren18 Kindersloten aan de achterportieren19 Ruiten - handmatig bediend19 Ruiten - elektrisch bediend19 Zonnekleppen19 Ruitverwarming20 Achterklep - handmatig bediend20 Achterklep ontgrendelen21 Stoelen, stuurwiel en spiegels21 Voorstoel - handmatig bediend21 Achterbank21 Hoofdsteunen22 Stoelverwarming22 Stuurwiel22 Binnenspiegel22 Buitenspiegels23 Veiligheidssystemen en airbags23 Veiligheidsgordels24 Kinderzitje25 Bevestigingselementen voor kinderzitjes27 Airbags28 Sleutelschakelaar voor bijrijdersvoorairbag29 Verlichting, ruitenwissers en -sproeiers29 Buitenverlichting31 Buitenverlichting COMING HOME, LEAVINGHOME31 Gloeilampjes vervangen34 Binnenverlichting34 Interieurverlichting sfeerverlichting35 Ruitenwissers en -sproeiers36 Verwarming en airconditioning36 Automatische airconditioning Climatronic37 Voorklimatisering38 Bestuurdersinformatiesysteem38 Analoog instrumentenpaneel38 Display in het instrumentenpaneel39 Rijgegevens40 Waarschuwing bij snelheidsoverschrijding40 Wagentoestand40 Infotainment Swing40 Infotainmentoverzicht40 Systeem41 Radio43 Media45 Telefoon47 ŠKODA Connect online-diensten48 ŠKODA Move&Fun applicatie49 Starten en rijden49 Start50 Startproblemen50 Automatische versnellingsbak51 Rijmodus van de wagen51 Zuinige rijstijl52 Sleepoog en afslepen52 Remmen53 Handrem54 Bestuurdershulpsystemen54 Rem- en stabiliseringssystemen54 Snelheidsregelsysteem55 Rijstrookbehoudassistent Lane Assist56 Parkeerhulpsystemen56 Parkeerhulp Park Pilot57 Hoogvoltsysteem57 Hoogvoltsysteem en hoogvoltaccu59 Opladen van de hoogvoltaccu62 Laadkabel63 Motorruimte63 Motorkap2 Inhoudsopgave.

Over dit instructieboekjeAlgemeenDit instructieboekje geldt voor alle carrosserievari-anten mo- van de wagen en voor alle bijbehorende delvarianten uitrustingsniveaus alsmede voor alle. Hier worden alle mogelijke be-uitrustingsvariantenschreven, zonder dat deze als meeruitvoering, mo-delvariant of landafhankelijke uitrusting worden aan-gegeven. Daarom zijn in uw wagen niet alle uitrus-tingscomponenten die in dit instructieboekje wor-den beschreven, aanwezig. De in dit instructieboekje dienen alleenafbeeldingenter illustratie. De afbeeldingen kunnen afwijken vanuw wagen; zij zijn slechts als algemene informatie opte vatten. ŠKODA AUTO werkt continu aan de verdere verbe-tering van alle wagens. Te allen tijde zijn er daaromwijzigingen in de leveringsomvang in vorm, uitrustingen techniek mogelijk.

De in dit instructieboekje ver-melde informatie komt overeen met de stand van degegevens ten tijde van de redactiesluiting. Uit de technische gegevens, afbeeldingen en infor-matie in dit instructieboekje kunnen daarom geenaanspraken worden afgeleid. Elektronische versie van het instructieboekjeIn het gedrukte instructieboekje staat de belangrijk-ste informatie vermeld aangaande de bediening enhet onderhoud van de wagen. De volledige informatie staat in de elektronische ver-sie van het instructieboekje. Dit staat op de ŠKODA-internetpagina's en in de mobiele app MyŠKODAklaar om te worden gedownload. ▶http://go. skoda. eu/owners-manualsOver dit instructieboekjeAlgemeenDit instructieboekje geldt voor alle carrosserievari-anten mo- van de wagen en voor alle bijbehorende delvarianten uitrustingsniveaus alsmede voor alle.

Hier worden alle mogelijke be-uitrustingsvariantenschreven, zonder dat deze als meeruitvoering, mo-delvariant of landafhankelijke uitrusting worden aan-gegeven. Daarom zijn in uw wagen niet alle uitrus-tingscomponenten die in dit instructieboekje wor-den beschreven, aanwezig. De in dit instructieboekje dienen alleenafbeeldingenter illustratie.

OmschrijvingenGebruikte begrippen- Werkplaats die vakkundig service-werkzaamheden aan wagens van het merk ŠKO-DA uitvoert. Een specialist kan zowel een ŠKO-DA Partner, een ŠKODA Servicepartner als ookeen onafhankelijke werkplaats zijn.- Werkplaats die con-tractueel door de ŠKODA AUTO of de be-firmatreende importeur is geautoriseerd service-werkzaamheden aan wagens van het merk ŠKO-DA uit te voeren en ŠKODA originele onderdelente verkopen.- Onderneming die contractueeldoor de ŠKODA AUTO of de firma betreendeimporteur is geautoriseerd om nieuwe wagensvan het merk ŠKODA te verkopen en, indien vantoepassing, servicewerkzaamheden hieraan uitte voeren met gebruik van ŠKODA originele on-derdelen en ŠKODA originele onderdelen te ver-kopen.Tekstaanwijzingen- kort indrukken (bv. van een toets) < 1s- lang indrukken (bv.

BestuurdersplaatsAPortiergreep » Pagina 18BLichtschakelaar » Pagina 30CLuchtroosterDBedieningshendel (afhankelijk van de uitrusting):▶Knipper- en grootlicht » Pagina 30▶Snelheidsregelsysteem » Pagina 55EToetsen/instelwieltjes op het multifunctiestuur-wiel » Pagina 41 » Pagina 43 » Pagina 45, , FInstrumentenpaneel » Pagina 38GBedieningshendel:▶Ruitenwissers en -sproeiers » Pagina 35▶Informatiesysteem » Pagina 39HContactslot » Pagina 49IStuurwiel met claxon / met bestuurdersvoorair-bag » Pagina 27JVergrendelingshendel voor stuurwielverstel-ling » Pagina 22KOntgrendeling van de motorkap » Pagina 63LBuitenspiegelbediening » Pagina 22MToetsen▶Ruitbediening » Pagina 19▶Centrale vergrendeling » Pagina 17Middenconsole en bijrijdersplaatsAInfotainment » Pagina 40BToetsen (afhankelijk van de uitrusting):▶Bediening van de Climatronic » Pagina 36▶ Voorruitverwarming » Pagina 19▶ Achterruitverwarming » Pagina 19▶ Stoelverwarming links » Pagina 22▶ Toets voor alarmlichten » Pagina 30▶ Rijstrookbehoudassistent Lane Assist -Uit-/inschakelen » Pagina 55▶ Stoelverwarming rechts » Pagina 22CLuchtroosterDPortiergreep » Pagina 18ERuitbediening in het bijrijdersportier » Pagi-na 19FIn het opbergvak: Knop voor de bandencontrole » Pagina 73GKeuzehendel » Pagina 50HParkeerrem » Pagina 53IToetsen (afhankelijk van de uitrusting):▶/ Selectie van de rijmodus » Pagi-na 51▶ Inschakelen van het opladen van de hoogvol-taccu » Pagina 598 Wagenoverzichten › Bestuurdersplaats

MotorruimteARemvloeistofreservoir » Pagina 52BAccu » Pagina 65CZekeringenhouder » Pagina 68DRuitensproeiervloeistofreservoir » Pagina 35EKoelvloeistofexpansiereservoir » Pagina 64ControlelampjesWerkingWAARSCHUWINGHet negeren van brandende controlelampjes en debijbehorende meldingen op het display van het in-strumentenpaneel kan leiden tot ongevallen, zwareverwondingen of schade aan de wagen.De controlelampjes in het instrumentenpaneel gevende actuele toestand van bepaalde functies resp. sto-ringen aan.Bij sommige controlelampjes die gaan branden, klin-ken bovendien akoestische signalen en verschijnenmeldingen op het display in het instrumentenpaneel.ControlelampjesoverzichtNa het inschakelen van het contact gaan enkele con-trolelampjes ter controle van de werking van de wa-gensystemen kort branden.

Indien de gecontroleerdesystemen in orde zijn, gaan de controle-betreendelampjes enkele seconden na het inschakelen van hetcontact of na het starten van de motor uit.Symbool BetekenisVeiligheidsgordel voorin niet omge-gespt .» Pagina 23Koelvloeistofpeil te laag » Pagi-na 64.Remvloeistofpeil te laag » Pagi-na 53.Storing elektromechanische rem-bekrachtiger .» Pagina 54Samen met - Storing remsysteemen ABS .» Pagina 54Parkeerrem ingeschakeld » Pagi-na 53.Storing stuurbekrachtiging » Pagi-na 22.Storing van het elektrische aandrij-vingssysteem .» Pagina 58brandt samen met - Elektrischsysteem oververhit .» Pagina 58Brandt- lage ladingstoestand van dehoogvoltaccu .» Pagina 61Knippert - de hoogvoltaccu wordtgeladen .» Pagina 60Lage ladingstoestand van de hoog-voltaccu .» Pagina 619Wagenoverzichten › Motorruimte

Symbool BetekenisMistachterlicht ingeschakeld » Pagi-na 30.Samen met - Storing van de recu-peratie .» Pagina 51Storing van het elektrische aandrij-vingssysteem .» Pagina 58Samen met - Storing remsys-teem .» Pagina 53Storing ABS .» Pagina 54Remblokken versleten .» Pagina 53Storing bandenspanningscontrole-systeem » Pagina 74.Bandenspanningsverandering » Pagi-na 70 » Pagina 73, .Storing stuurbekrachtiging » Pagi-na 22.Storing in het motorregelingsys-teem .» Pagina 59Knippert samen met - Storingsleutelschakelaar voor buiten werk-ing stelling airbag .» Pagina 29Bijrijdersvoorairbag buiten werkinggesteld .» Pagina 29Bijrijdersvoorairbag in paraatheid ge-bracht .» Pagina 29Storing airbagsysteem .» Pagina 28Brandt en knippert vervolgens 4 s -Airbag of gordelspanner met diagno-seapparaat buiten werking ge-steld .» Pagina 28Brandt 4 s - Bijrijdersvoorairg metsleutelschakelaar buiten werking ge-steld .» Pagina 29Brandt - Storing ESC of ASR » Pagi-na 54.Knippert - ESC of ASR grijpt in » Pa-gina 54.Lane Assist grijpt in .» Pagina 55Knipperlicht links , » Pagina 30 » Pa-gina 31.Knipperlicht rechts » Pagi-na 30 » Pagina 31, .Mistlampen ingeschakeld » Pagi-na 30.Symbool BetekenisDe keuzehendel is geblokkeerd » Pa-gina 50.Lane Assist is geactiveerd en gereedvoor een ingreep .» Pagina 55Snelheidsregelsysteem regelt de rij-snelheid .» Pagina 54Grootlicht of grootlichtsignaal inge-schakeld .» Pagina 30Veiligheidsgordel op de zitplaats ach-terin niet omgegespt .» Pagina 23Omgegespte veiligheidsgordel op dezitplaats achterin .» Pagina 23Lage buitentemperatuur » Pagi-na 38.De laadstekker is aangesloten op hetlaadstopcontact .» Pagina 60Snelheidsregelsysteem geacti-veerd .» Pagina 5410 Controlelampjes › Controlelampjesoverzicht

Veilig en op de juiste wijzeInleidende aanwijzingen voor een correctgebruik▶Dit instructieboekje aandachtig doorlezen, omdatdit een voorwaarde vormt voor een juiste bedie-ning van de wagen. Het instructieboekje moetdaarom altijd in de wagen aanwezig zijn. ▶Bij het gebruik van de wagen dienen de algemeenbindende, wettelijke bepalingen inlandspecifiekete acht worden genomen. Bijvoorbeeld die voor hetvervoer van kinderen, het buiten werking stellenvan airbags, het gebruik van banden, het wegver-keer en dergelijke. ▶De maximaal toegestane gewichten en lasten nietoverschrijden. ▶De maximaal toegestane dakbelasting niet over-schrijden. ▶Voorgeschreven gebruiken. bedrijfsvloeistoen▶Rijd alleen op wegen die overeenkomen met detechnische wagenparameters. Het rijden over ob-stakels die groter zijn dan de bodemvrijheid kanschade aan de wagen toebrengen.

▶Tijdens werkzaamheden die verband houden metde bediening, onderhoud en zelfhulp moet zorgvul-digheid worden betracht om schade aan de wagenof letsel te voorkomen. Zo nodig de hulp van eenspecialist inroepen. ▶Alle werkzaamheden aan de veiligheidssystemenvan de wagen, bv. aan de veiligheidsgordels of aanhet airbagsysteem, mogen alleen door een specia-list worden uitgevoerd. ▶Bij het gebruik van accessoires de in de gebruiks-aanwijzing van de accessoirefabrikant vermeldeaanwijzingen in acht nemen. Het gaat hierbij bv. omkinderzitjes, dakdragers, compressor enz. ▶De service-intervallen opvolgen. Nieuwe wagen of nieuwe onderdelenNieuwe remblokkenNieuwe remblokken hebben tijdens de eerste 200km nog niet de optimale remwerking en moeteneerst worden ingeremd. Daarom bijzonder voorzich-tig rijden. Nieuwe bandenNieuwe banden hebben tijdens de eerste 500 kmnog niet de maximale grip.

Zo nodigde hulp van een specialist inroepen. Let met name op de volgende punten. ▶Banden onbeschadigd. ▶Bandenprofiel voldoende. ▶Bandenspanning voldoende. ▶Werken koplampen, remlichten en knipperlichten. ▶Is de voorruit onbeschadigd. ▶Is het remvloeistof- en koelvloeistofpeil in orde. ▶Luchtroosters of luchtinlaat voor de voorruit nietafgedekt. ▶Werken ruitenwissers en sproeierinstallatie en zijnde ruitenwisserbladen in orde. ▶Ruitensproeiervloeistofpeil voldoende. ▶Ruitenwisserbladen niet vastgevroren. ▶Alle onderdelen van het veiligheidsgordelsysteemin orde. Veiligheidsgordels niet verontreinigd engordelsloten niet verstopt. ▶Spoiler onbeschadigd. ▶Onderdelen en componenten van de wagen zittenniet zichtbaar los. ▶Geen vlekken door onder debedrijfsvloeistoenwagen aanwezig.

Geen ondeskundige aanpassingen aan dewagenOndeskundig uitgevoerde veranderingen kunnenstoringen veroorzaken en een negatieve invloed heb-ben op veiligheidsrelevante en overige functies vande wagen. ▶Laat reparaties en technische wijzigingen aan dewagen alleen door een specialist uitvoeren. ▶De motor niet met extra dempingsmateriaal (bv. een deken) afdekken. Werking van sensoren en camera'sbehoudenSommige functies van de wagen worden onder-steund door sensoren en camera's in en aan buiten-zijde van de wagen. Aan de achterzijde van de wagen gemonteerde ac-cessoires, bv. een kunnen de werking vanfietsdrager,de systemen en camera's hinderen. ▶De sensoren en camera's niet afdekken of afplak-ken en schoon houden. 11Veilig en op de juiste wijze › Inleidende aanwijzingen voor een correct gebruik.

▶In geval van vermoedelijk beschadigde sensoren ofcamera's de hulp van een specialist inroepen. MotorruimteAlvorens de motorkap te openenVerbrandingsgevaar. De motorkap niet openen als erstoom of koelvloeistof uit de motorruimte komt. ▶De motor afzetten en laten afkoelen. ▶De sleutel uit het contact trekken. Bij werkzaamheden in de motorruimte▶Kinderen bij de motorruimte weghouden. ▶De in het hoofdstuk over het hoogvoltsysteem ver-melde veiligheidsaanwijzingen in acht nemen » Pa-gina 12. ▶Elektrische kabels niet aanraken. Kortsluiting in deinstallatie voorkomen. ▶Niet roken in de omgeving van de motorruimte engeen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken. ▶Geen voorwerpen in de motorruimte laten liggen. Werken met bedrijfsvloeistoenUw wagen heeft verschillende bedrijfsvloeistoennodig die bij lekkage schadelijk kunnen zijn voor degezondheid of het milieu. Hiertoe behoren bv.

accu-zuur, koelvloeistof en remvloeistof. ▶Bedrijfsvloeistoen alleen in de open lucht of ingoed geventileerde ruimtes gebruiken. Indiennoodzakelijk beschermende middelen dragen. ▶Bedrijfsvloeistoen niet gebruiken of controlerenbij draaiende motor. ▶In geval van contact met debedrijfsvloeistoenbetreende plaatsen met warm water afspoelen. Zo nodig medische hulp opzoeken. ▶Met remvloeistof verontreinigde doeken tot hetmoment van afvoer op een goed geventileerdeplaats bewaren. AccuWerken met de accuAccuzuur heeft een sterke bijtende werking. Een on-deskundige omgang met de accu kan explosie, brand,corrosie of vergiftiging veroorzaken. ▶Bij het werken met de accu oog- en huidbescher-ming dragen. ▶De accu niet kantelen, omdat er accuzuur uit kanlopen. ▶Bij huidcontact met accuzuur de plaatsbetreendeenkele minuten met water afspoelen. Onmiddellijkmedische hulp inroepen.

Aanwijzingen over het hoogvoltsysteemGEVAAROnjuist gebruik van het hoogvoltsysteem en dehoogvoltaccu kan brandwonden, letsel of een dode-lijke elektrische schok tot gevolg hebben. ▶Er dient altijd vanuit te worden gegaan dat dehoogvoltaccu is opgeladen en het hoogvoltsys-teem onder spanning staat. Dit geldt ook wanneerde elektro-aandrijving is uitgeschakeld en het con-tact is uitgeschakeld. ▶De hoogvoltkabels en de hoogvoltaccu niet aanra-ken, ook niet met behulp van voorwerpen. ▶Geen werkzaamheden aan het hoogvoltsysteem ende hoogvoltaccu uitvoeren. ▶De onderdelen van het hoogvoltsysteem niet ope-nen of repareren. ▶Oranje hoogvoltkabels niet vervangen, uitbouwenof losmaken. ▶De afdekking van de hoogvoltaccu niet openen,vervangen of uitbouwen.

▶Werkzaamheden aan het hoogvoltsysteem en sys-temen die erdoor worden beïnvloed, mogen alleenworden uitgevoerd door Mastergekwalificeerdetechnicians. ▶Bij werkzaamheden aan het hoogvoltsysteem enaan de hoogvoltaccu moeten de voorschriften enrichtlijnen van ŠKODA AUTO in acht worden geno-men. ▶Voordat werkzaamheden aan de wagen wordenuitgevoerd, waarbij het risico bestaat dat onderde-len van het hoogvoltsysteem worden beschadigd,moet de wagen spanningsvrij worden gemaakt. Het spanningsvrij maken mag alleen worden uitge-voerd door Master technicians. gekwalificeerde▶Schade aan de wagen of de hoogvoltaccu kan lei-den tot het ontsnappen van giftige en ontvlambaregassen. De ruiten openen, zodat de gassen uit dewagen kunnen ontsnappen. Geen gassen inade-men. ▶Contact met en gassen voorkomen dievloeistoenuit de hoogvoltaccu lekken.

▶In geval van brand de wagen verlaten en op eenveilige afstand blijven. De reddingsdiensten op dehoogte brengen dat het gaat om een wagen methoogvoltaccu. » Pagina 16, Na een ongevalWAARSCHUWING▶De luchttoevoer naar de elektroaandrijving magniet worden beperkt en de elektroaandrijving magniet worden bedekt met extra isolatiemateriaal (bv. met een deken).

WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen. Een wagen met elektroaandrijving maakt geen la-waai tijdens het rijden of bij het vertragen. Het kanmogelijk niet worden waargenomen door andereweggebruikers. Elektrische stopcontacten in de wagengebruikenEen ondeskundige omgang met de stopcontactenkan leiden tot een levensgevaarlijke elektrischeschok of tot brand. ▶De stopcontacten kunnen tijdens het gebruikwarm worden. Warm geworden stopcontactenniet aanraken. ▶Stopcontacten beschermen tegen vloeistoen. ▶Als vocht in het stopcontact komt, dan het stop-contact laten drogen voordat dit weer wordt ge-bruikt. ▶Geen voorwerpen in de contacten van het stop-contact steken. Voor de ritVolwassenen en kinderen, lading en voorwerpen - al-les heeft een plek in de wagen. Volg de volgendeaanwijzingen op, zodat ook bij een ongeval alle inzit-tenden optimaal zijn beschermd.

Alvorens weg te rijden▶Voor een goed zicht naar buiten zorgen. ▶De achteruitkijkspiegel afstellen. ▶Alle portieren, de motorkap en achterklep sluiten. ▶De juiste zithouding innemen, de stoel juist instel-len en de veiligheidsgordel correct omgespen. Depassagiers erop wijzen dit eveneens te doen. Deveiligheidsgordel tijdens het rijden altijd omge-gespt laten. ▶Een veiligheidsgordel kan slechts voor een persoonworden gebruikt. ▶Controleer of de veiligheidsgordels niet zijn inge-klemd, bv. in het portier of in de stoel. ▶Veiligheidsgordels, de sloten en de bevestigings-punten ervan op beschadiging controleren. Veilig zittenMet het oog op de veiligheid van de passagier en omhet gevaar voor verwondingen bij een ongeval teverminderen, moeten de volgende aanwijzingen inacht worden genomen. ▶De rugleuningen rechtop zetten.

▶De in hoogte verstelbare hoofdsteun zodanig in-stellen, dat de bovenzijde van de hoofdsteun zoveelmogelijk in lijn ligt met het bovenste gedeelte vanhet hoofd. ▶De voeten in de voetenruimte laten. ▶De volledige zitting gebruiken. ▶Niet naar voren leunen of opzij gaan zitten. ▶De ledematen niet door de ruitopeningen naar bui-ten steken. ›De bestuurdersstoel inlengterichting zo in-stellen dat u de peda-len met licht gebogenbenen volledig kunt in-trappen. ›Het stuurwiel zo instel-len dat de afstand Atussen stuurwiel enborstkas ten minste25 cm bedraagt. ›De hoek van de leuning zodanig instellen, dat u hetstuurwiel op het bovenste punt met licht gebogenarmen kunt vastpakken. ›De bijrijdersstoel zo ver mogelijk naar achterenschuiven. De bijrijder moet een minimumafstandvan 25 cm t. o. v. het dashboard in acht nemen.

Juist gordelverloopVoor de optimale be-schermende werking vande veiligheidsgordels ishet gordelverloop vangroot belang. ▶Het schoudergordelge-deelte moet over hetmidden van de schou-der lopen, mag nooitover de hals lopen enmoet strak tegen hetlichaam aanliggen (mag niet over losse kledingla-gen lopen). ▶Het heupgordelgedeelte moet voor het bekken lo-pen en strak aanliggen. ▶Bij zwangere vrouwen moet het heupgordeldeeltezo diep mogelijk tegen het bekken liggen, zodat ergeen druk op de onderbuik wordt uitgeoefend. ▶De gordel mag niet zijn vastgeklemd, zijn verdraaiden langs scherpe randen schuren. ▶De gordel nooit over vaste of breekbare voorwer-pen in de kleding leiden, bv. sleutels enz. ▶De slotgesp mag alleen in het gordelslot van de be-treende stoel worden gestoken. ▶De gordelband moet strak aanliggen.

stellen van de veiligheidsgordel aan de lichaams-grootte bevestigen. Juist vasthouden van het stuurwiel▶Het stuurwiel met bei-de handen vasthoudenaan de buitenzijde vanhet stuur op kwartover negen. Anderskunt u bij een airbagac-tivering zware verwon-dingen aan armen, han-den en hoofd oplopen. Rekening houden met de werking van het airbag-systeemAirbagsystemen kunnen hun beschermende werkingalleen ontwikkelen, indien alle inzittenden de gordelhebben omgegespt en de juiste zithouding hebbeningenomen. In het werkingsgebied van de airbag » Pagina 28mogen zich geen personen, dieren of voorwerpen,zoals bv. bekerhouders, kledinghaken enz. bevinden. ▶Het stuurwiel en het dashboard niet afplakken ofafdekken. De voorairbags zouden zich anders nietkunnen ontvouwen. In enkele situaties moet de bijrijdersvoorairbag bui-ten werking worden gesteld.

» Pagina 28Kinderen juist vastzetten▶Kinderen niet op schoot vervoeren en voor hetkind en uzelf een veiligheidsgordel gebruiken. ▶Kinderen uitsluitend in een geschikt kinderzitje ver-voeren. » Pagina 25Kinderen kleiner dan 150 cm zijn zonder kinderzitjeniet goed beschermd. Niet juist beschermde kinde-ren kunnen bij een ongeval of een plotselinge rijma-noeuvre door de wagen worden geslingerd. Ze kun-nen daarbij zichzelf en andere inzittenden levensge-vaarlijk verwonden. Als kinderen tijdens het rijden naar voren leunen ofeen verkeerde zithouding innemen, staan ze bij eenongeval bloot aan een groter risico op lichamelijk let-sel. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen die op debijrijdersstoel worden vervoerd - als het airbagsys-teem bij een ongeval wordt geactiveerd kunnen zezwaar gewond raken of zelfs worden gedood.

Een verkeerd vastgezet kind in een verkeerde zit-houding - bedreigd door de zij-airbagKinderen mogen zichnooit in het gebied be-vinden waarin de zij-air-bag naar buiten komt.

Een juist vastgezet kind in een kinderzitjeTussen het kind en hetgebied waarin de zij-air-bag naar buiten komt,moet voldoende ruimteaanwezig, zodat de zij-airbag de best mogelijkebescherming kan bieden. Voorwerpen veilig transporterenBij het transport van zware voorwerpen treedt eenverplaatsing op van het zwaartepunt. Hierdoor ver-andert ook het rijgedrag van de wagen. ▶De rijsnelheid en de rijstijl op het gewijzigde rijg-edrag afstemmen. Onbeveiligde of onjuist opgeborgen voorwerpenkunnen bij een ongeval of een plotselinge rijma-noeuvre worden rondgeslingerd. Gevaar voor zwareverwondingen en verlies van controle over de wagen. Bij een kop-staartbotsing met 50 km/h worden on-beveiligde voorwerpen naar voren geslingerd mettot 50 keer hun eigen gewicht. Een 1,5 liter waterfleswordt zo met tot 75 kg naar voren geslingerd. ▶Voorwerpen beveiligd transporteren.

▶Voorwerpen zodanig opbergen, dat ze de bestuur-der niet hinderen. De bestuurdersvoetenruimtevrijhouden. ▶Kleine voorwerpen in de opbergvakken opbergen. ▶Afsluitbare opbergvakken niet geopend laten. ▶Voorwerpen niet uit de opbergvakken laten steken. Deze aanwijzing geldt niet voor in flessen flessen-houders. ▶Geen voorwerpen op het dashboard of op de baga-geruimteafdekking leggen. ▶De maximaal toelaatbare belasting van bevesti-gingselementen en opbergvakken niet overschrij-den. ▶De lading in de bagageruimte gelijkmatig verdelenen zodanig bevestigen dat deze niet kan verschui-ven. 14 Veilig en op de juiste wijze › Voor de rit.

▶Zware voorwerpen in de bagageruimte zo ver mo-gelijk naar voren leggen. Veilig rijdenInleidende aanwijzingen▶Houd uw aandacht a. u. b. bij het autorijden. Als be-stuurder draagt u de volledige verantwoordelijk-heid voor een veilig verkeersgedrag. ▶Uw rijsnelheid steeds aan de toestand van de wegen de verkeers- en weersomstandigheden aanpas-sen. Op waarschuwingssignalen lettenHet bestuurdersinformatiesysteem waarschuwt u bijstoringen met controlelampjes en meldingen. Indien u de waarschuwingen negeert, kan de kans opongevallen en letsel toenemen. ▶Als de wagen een waarschuwingssignaal geeft, dande wagen veilig stilzetten en de informatie in hetinstrumentenpaneel en in dit instructieboekje op-volgen. Hulpsystemen slim gebruikenDe hulpsystemen dienen alleen als ondersteuning enontslaan u niet van de verantwoording voor het be-dienen van de wagen.

De hulpsystemen zijn onderhevig aan natuurkundigeen technische grenzen. Daarom kunnen de systeem-reacties in bepaalde situaties als ongewenst of ver-traagd worden waargenomen. ▶Blijf opmerkzaam en gereed om in te grijpen. ▶Maak uzelf vertrouwd met de hulpsystemen, hungrenzen en werkingsvoorwaarden. ▶De hulpsystemen zodanig activeren, deactiverenen instellen dat u de wagen in elke verkeerssituatievolledig onder controle hebt. Rijden met beladen dakdragersBij het transport van voorwerpen op de dakdragersverandert het rijgedrag van de wagen. ▶De snelheid en rijstijl daarom daarop afstemmen. Rijden door waterEr mag geen water in de wagensystemen komen. ▶Vóór het rijden door water de diepte van het watervaststellen. Het waterpeil mag maximaal tot de on-derkant van de dorpel reiken. ▶Niet harder dan stapvoets rijden. Anders kan zichvoor de wagen een golf vormen die het waterpeilverhoogt.

Gebruik van de wagen onder afwijkende weers-omstandighedenWanneer u de wagen wilt gebruiken in landen metsterk afwijkende weersomstandigheden, contact op-nemen met een ŠKODA Partner. Die geeft advies ofer bepaalde voorzorgsmaatregelen moeten wordengenomen, om de volledige functionaliteit van de wa-gen te waarborgen en beschadigingen te voorkomen(bv. koelvloeistof verversen, accu vervangen e. d. ). Is er iets mis. ▶Let op veranderingen in het rijgedrag van de wa-gen. ▶In geval van twijfel over de veiligheid de rit beëindi-gen en de hulp van een specialist inroepen. ▶Ongewone trillingen of “scheeftrekken” van de wa-gen kan duiden op bandenschade. ▶Bij zeer snel bandenspanningsverlies moet wordengeprobeerd om de wagen voorzichtig en zonderheftige stuurbewegingen en zonder sterk remmentot stilstand te brengen. ▶In het vastzittende vreemde voor-bandenprofielwerpen direct verwijderen.

▶Vreemde voorwerpen die in de band zijn binnenge-drongen, niet verwijderen. De bandenspanningcontroleren en de hulp van een specialist inroepen. ▶Onder de bodem ingeklemde voorwerpen directverwijderen. Deze kunnen schade toebrengen aande wagen of ontsteken en brand veroorzaken. Wagen veilig parkerenEen niet veilig geparkeerde wagen kan wegrollen enongevallen veroorzaken. ▶Om te parkeren een plek met een geschikte onder-grond zoeken. De wagen niet parkeren boven lichtontvlambare materialen, bv. boven droge bladeren,gemorste brandstof. Hete wagenonderdelen kun-nen een brand veroorzaken. De handelingen bij het parkeren in de aangegevenvolgorde uitvoeren. ›De wagen afremmen tot stilstand en het rempe-daal ingetrapt houden. ›De wagen met de parkeerrem beveiligen. ›Bij wagens met automatische versnellingsbak dekeuzehendel in stand plaatsen. ›De motor afzetten.

▶Bij bijzonder hoge of bijzonder lage temperaturenbestaat er levensgevaar!Na een ongevalWat te doen na een ongevalIndien mogelijk de volgende aanwijzingen opvolgen.›Het contact uitschakelen.›De alarmlichten inschakelen.›De gevarendriehoek opzetten om de andere weg-gebruikers te waarschuwen.›Een veilige afstand tot de wagen aanhouden.›Het ongeval melden bij de reddingsdiensten. Indienhet een wagen met hoogvoltaccu betreft de red-dingsdiensten hierover informeren.›Wachten tot de reddingsdiensten zijn gearriveerd.Indien bij een ongeval de airbags of de gordel-spanners worden geactiveerd, vindt tegelijkertijdook de automatische deactivering van het hoogvolt-systeem plaats.VeiligheidssystemenNa een ongeval zijn de veiligheidssystemen van dewagen, bv.

veiligheidsgordels en airbagsysteem mo-gelijk buiten werking.▶De veiligheidssystemen van de wagen, ook alsgeen belasting of activering heeft plaatsgevonden,door een specialist laten controleren.▶Beschadigde, belaste of geactiveerde onderdelenvan de veiligheidssystemen door een specialist la-ten vervangen.Wat doen in geval van brandIndien mogelijk de volgende aanwijzingen opvolgen.›Het contact uitschakelen.›De alarmlichten inschakelen.›De gevarendriehoek opzetten om de andere weg-gebruikers te waarschuwen.›Een veilige afstand tot de wagen aanhouden.›De brand melden bij de reddingsdiensten. Indienhet een wagen met hoogvoltaccu betreft de red-dingsdiensten hierover informeren.›Wachten tot de reddingsdiensten zijn gearriveerd.WAARSCHUWING▶Niet proberen om het vuur zelf te blussen.▶U niet begeven in de buurt van de brandende wa-gen.16 Veilig en op de juiste wijze › Na een ongeval

Sleutels, sloten en alarmsysteemSleutelSleuteloverzichtWagen vergrendelenAchterklep bedienenWagen ontgrendelenAControlelampje vooraccutoestandBKnop voor uitklap-pen en inklappen vande sleutelbaardLET OP▶De sleutel beschermen tegen vocht en sterke tril-lingen. ▶De groeven in de sleutelbaard schoon houden. Het bereik van de sleutel bedraagt ongeveer30 m. Het bereik van de sleutel kan verminderendoor bv. storing door andere zenders. ProbleemoplossingDe batterij in de sleutel is bijna ontladen▶Na het drukken op een toets op de sleutel knipperthet controlelampje niet. Of:▶Er wordt een melding weergegeven dat de batterijmoet worden vervangen. ›De batterij vervangen. » Pagina 17De wagen kan met de afstandsbediening niet wor-den ontgrendeld of vergrendeldHiervoor kunnen de volgende oorzaken zijn. ▶De batterij in de sleutel is ontladen. ›De batterij vervangen.

» Pagina 17▶De sleutel is niet gesynchroniseerd. De sleutel als volgt synchroniseren. ›Een van de toetsen op de sleutel indrukken. ›Het portier binnen 1 minuut met de sleutel via deslotcilinder ontgrendelen. » Pagina 18De sleutel moet worden gesynchroniseerd, indienherhaaldelijk op een van de toetsen op de sleutel isgedrukt buiten het werkingsgebied van de afstands-bediening. Batterij van sleutel vervangenDe nieuwe batterij moet dezelfde heb-specicatiesben als de oorspronkelijke batterij. ›De sleutelbaard volle-dig uitklappen. ›Het batterijdeksel metde duim of met eenplatte schroevendraai-er op de gemarkeerdeplaatsen losmaken. ›Het batterijdeksel ope-nen. ›De batterij verwijde-ren. ›Een willekeurige toetsop de sleutel met radi-ograsche afstandsbe-diening indrukken, desleutel voert een resetuit. ›De nieuwe batterij aan-brengen.

Ontgrendelingsindicatie: tweemaal knipperen vande knipperlichten. Vergrendelingsindicatie: eenmaal knipperen van deknipperlichten. Het controlelampje in het bestuurdersportier knip-pert na het vergrendelen van de wagen circa 2 s snelachter elkaar, daarna begint het gelijkmatig en metlangere tussenpozen te knipperen. Indien geen van de portieren of de achterklepbinnen 30 s na het ontgrendelen wordt geopend,vergrendelt de wagen automatisch opnieuw. BedieningMiddelen voor de bediening van de centrale ver-grendeling▶Sleutel. » Pagina 1717Sleutels, sloten en alarmsysteem › Sleutel.

▶Knop voor centrale vergrendeling. Met de knop voor centrale vergrendeling vergren-delen/ontgrendelen›De knop in het bestuurdersportier indrukken. Het symbool in de toets gaat branden bij het ver-grendelen. Met de knop worden alle portieren en de achterklepvergrendeld. Het ontgrendelen van de wagen vindt ook plaats bijhet openen van een portier van binnenuit of bij hetverwijderen van de sleutel uit het contactslot. WAARSCHUWINGEen met de knop voor de centrale vergrendeling ver-grendelde wagen maakt het hulpverleners in gevalvan nood moeilijk in de wagen te komen. Instelling van de ontgrendelings- envergrendelingsfunctieAutomatisch vergrendelen na het wegrijdenNa het wegrijden worden vanaf een snelheid van15km/h alle portieren en de achterklep vergrendeld.

Het ontgrendelen van de wagen vindt plaats bij hetopenen van een portier van binnenuit of bij het ver-wijderen van de sleutel uit het contactslot. WAARSCHUWINGEen automatisch vergrendelde wagen maakt hethulpverleners in geval van nood moeilijk in de wagente komen. ProbleemoplossingStoring centrale vergrendeling▶Het controlelampje in het bestuurdersportier knip-pert eerst gedurende 2 s snel achter elkaar. ▶Daarna brandt het continu. ▶Na 30 s gaat het langzaam knipperen. ›De hulp van een specialist inroepen. Portier mechanisch ontgrendelen envergrendelenOpenen en sluiten›De sleutel in de slotci-linder steken en ont-resp. vergrendelen. Portieren, ruiten en achterklepPortierenPortier openen/sluitenVan buitenaf openen›De wagen ontgrende-len en aan de portier-greep trekken. Van binnenuit openen›Aan de portiergreeptrekken en het portiervan u af drukken.

De ruitverwarming schakelt na 10 minuten automa-tisch uit.ProbleemoplossingHet controlelampje in de toets of onder de toetsknippertDe verwarming functioneert niet vanwege de te lageacculadingstoestand.Achterklep - handmatig bediendBedieningOpenen›De greep indrukken ende klep optillen.De openingsmogelijkheid door het indrukken van degreep, wordt vanaf een snelheid van 5 km/h gedeac-tiveerd.

Na het stoppen en openen van een portierwordt deze weer geactiveerd.Sluiten›De handgreep vast-Apakken en de klep naarbeneden trekken.VOORZICHTIGGevaar voor het openen van de klep tijdens het rij-den!▶Na het sluiten controleren of de klep goed is ver-grendeld.Vertraagde achterklepvergrendeling instellenAls de achterklep met de toets op de sleutelwordt ontgrendeld, dan wordt de klep na het sluitenautomatisch weer vergrendeld.De tijd waarna de achterklep na het sluiten automa-tisch wordt vergrendeld, kan door een specialistworden ingesteld.Achterklep ontgrendelenOntgrendelen›In de opening in de be-kleding de wagensleu-tel steken.›De klep door bewegingin pijlrichting ontgren-delen.20 Portieren, ruiten en achterklep › Achterklep - handmatig bediend

Stoelen, stuurwiel en spiegelsVoorstoel - handmatig bediendBedieningselementen van de stoelAIn langsrichting instellen - na het loslaten van debedieningshendel moet de vergrendeling hoor-baar vergrendelenBHoogte instellenCSchuine stand van de rugleuning instellen - bij deinstelling niet tegen de rugleuning leunenIn het verstelmechanisme voor schuine stand van derugleuning kan na enige tijd speling ontstaan.AchterbankRugleuningen neerklappenVoor het neerklappen›De hoofdsteunen achterin tot de aanslag inschui-ven of verwijderen.›De voorstoelen zodanig verstellen, dat deze doorde neergeklapte rugleuningen niet worden bescha-digd.›De buitenste veiligheidsgordel naar de zijbekledingtrekken.Neerklappen›De ontgrendelings-greep indrukken en derugleuning neerklap-pen.Terugklappen›De buitenste veilig-heidsgordel naar de zij-bekleding trekken.›De stoelleuning terug-klappen.De ontgrendelingsgreepmoet hoorbaar vergren-delen.›De vergrendeling vande rugleuning contro-leren.

De pen A mag niet zichtbaar zijn.HoofdsteunenHoogte van de hoofdsteunen instellenHoofdsteunen voorinDe hoofdsteunen voorin zijn in de stoelleuningen ge-integreerd en kunnen niet in hoogte worden inge-steld.Hoofdsteunen achterin›De hoofdsteun in degewenste richtingschuiven.Bij het naar benedenschuiven moet de ver-grendelingsknop inge-drukt worden gehou-den.Hoofdsteunen achterin verwijderen enaanbrengenVerwijderen›De rugleu-betreendening gedeeltelijk naarvoren klappen.›De hoofdsteun naarboven tot de aanslagverschuiven.›De vergrendelingsknopB ingedrukt houdenen gelijktijdig de ver-grendelingsknop in deopening met deAsleutel indrukken en de hoofdsteun verwijderen.Aanbrengen›De hoofdsteun in de rugleuning schuiven.De vergrendelingsknop moet hoorbaar vergrende-len.21Stoelen, stuurwiel en spiegels › Voorstoel - handmatig bediend

StoelverwarmingWaarop lettenWAARSCHUWINGVerbrandingsgevaar. ▶Bij personen met een beperkte pijn- of tempera-tuurwaarneming de stoelverwarming niet gebrui-ken. LET OPGevaar voor beschadiging van de stoel. ▶Niet op de stoelen knielen en deze ook niet aan an-dere puntbelastingen blootstellen. ▶De verwarming in de volgende situaties niet in-schakelen. ▶De stoel is niet bezet. ▶Op de stoelen bevinden zich voorwerpen, bv. een kinderzitje. ▶Op de stoelen zijn extra beschermhoezen aan-gebracht. Voorwaarden✓De motor draait. Bediening›De toets of indrukken om de stoelverwarmingin te schakelen. De stoelverwarming wordt met maximumverwar-mingsvermogen ingeschakeld. Door nogmaals op detoets te drukken, wordt het verwarmingsvermogenteruggeregeld tot de verwarming uitschakelt. De verwarmingsintensiteit wordt aangegeven aan dehand van het aantal brandende controlelampjes in detoets.

Indien de stoelverwarming met het maximumver-warmingsvermogen wordt ingeschakeld, wordt na10 minuten het verwarmingsvermogen automatischteruggeregeld. StuurwielStuurwiel instellenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen. ▶Het stuurwiel niet tijdens het rijden instellen. ›De borghendel naarbeneden zwenken. ›Het stuurwiel in de ge-wenste stand zetten. ›De borghendel tot deaanslag drukken. ProbleemoplossingStoring stuurbekrachtigingbrandt - Stuurbekrachtiging volledig uitgeval-len, voor het sturen is meer kracht nodig›Het contact uitschakelen, de motor starten en en-kele meters rijden. ›Indien het controlelampje niet uit gaat, niet ver-der rijden. De hulp van een specialist inroepen. brandt - Stuurbekrachtiging gedeeltelijk uitge-vallen, voor het sturen is mogelijk meer krachtnodig›Het contact uitschakelen, de motor starten en en-kele meters rijden.

Veiligheidssystemen en airbagsVeiligheidsgordelsWerkingCorrect omgegespte veiligheidsgordels bieden eenzeer goede bescherming bij ongelukken. Ze verklei-nen het risico op lichamelijk letsel aanzienlijk en ver-groten de kans een zwaar ongeval te overleven. WAARSCHUWING▶De veiligheidsgordels mogen niet worden uitge-bouwd en op geen enkele manier worden gewij-zigd. ▶Nooit proberen om de veiligheidsgordels zelf te re-pareren. Een beschadigde veiligheidsgordel directdoor een specialist laten vervangen. GordeloprolautomaatDe oprolautomaat blokkeert de gordel als hier meteen ruk aan wordt getrokken of bij het snel oprollenvan de gordel. WAARSCHUWINGIndien de veiligheidsgordel niet blokkeert als hiermet een ruk aan wordt getrokken, dient de oprolau-tomaat door een specialist te worden gecontroleerd.

GordelspannersDe veiligheid van bestuurder en bij-gordeldragenderijder wordt door de gordelspanners op de oprolau-tomaten van de voorste veiligheidsgordels vergroot. De veiligheidsgordel wordt bij een ongeval met eenbepaalde hevigheid door de gordelspanner gespan-nen, zodat een ongewenste lichaamsbewegingwordt voorkomen.

De gordelspanner kan ook bij niet gedragen veilig-heidsgordel worden geactiveerd. Bij botsingen, bij een koprol en bij ongevallenlichtewaarbij geen grote krachten werkzaam zijn, vindt ergeen activering van de gordelspanners plaats. Bij het activeren van de gordelspanners komtrook vrij. Dat is geen teken dat de wagen in brandstaat. Statusweergave op het display van het instrumen-tenpaneelbrandt - niet omgegespte veiligheidsgordelvoorinbrandt - niet omgegespte veiligheidsgordel opde zitplaats achterinbrandt - omgegespte veiligheidsgordel op dezitplaats achterin23Veiligheidssystemen en airbags › Veiligheidsgordels.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Skoda Citigo e iV (2019) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden