Singer S0600 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Singer S0600 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Singer S0600 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
HANDLEIDING
S0600/S0605

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Singer
Categorie: Naaimachine
Model: S0600

Handleiding Singer S0600 – volledige tekst

HuishoudnaaimachineBELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLees alle instructies door voordat u deze naaimachine in gebruik neemt. Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in achtnemen, inclusief het volgende:Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij denaaimachine als deze van eigenaar verwisselt. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Het apparaat mag onder toezicht van een volwasseneworden gebruikt door (i) kinderen van 8 tot 12 jaar en (ii) door personen met verminderde fysieke, zintuiglijkeof mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze toezicht of instructies hebbengekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraanverbonden zijn.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen wordenuitgevoerd. Het is niemand toegestaan om met de machine te spelen. Kinderen tot 8 jaar mogen de machineniet gebruiken. GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EENELEKTRISCHE SCHOK:• Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Het stopcontactwaar de machine mee is verbonden, moet makkelijk toegangbaar zijn. Haal de stekker van dezenaaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen,afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andereonderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VANBRANDWONDEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHE SCHOK OFLICHAMELIJK LETSEL:• Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.

Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt doorof in de buurt van kinderen. • Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoals beschreven indeze handleiding.

Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen, zoals in dezehandleiding wordt beschreven. • Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine nietgoed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng denaaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum vooronderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd deventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangendelappen stof. • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van denaaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken.

• Gebruik geen kromme naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor dezekan breken. • Draag een veiligheidsbril.

• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals eendraad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen endergelijke.• Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de naaimachine.• Gebruik de naaimachine niet buiten.• Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordttoegediend.• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”).• Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer.• Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen.

Plaats nooit andere voorwerpen op hetvoetpedaal.• Gebruik de machine niet als hij nat is.• Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties, om gevaar te voorkomen.• Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of diensservice-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties om gevaar te voorkomen.• Gebruik alleen de externe voeding (indien van toepassing), het voetpedaal en de snoeren die bij uwmachine zijn geleverd. Er mag geen andere worden gebruikt. Zorg ervoor dat ze door identieke onderdelenworden vervangen als ze beschadigd of kwijt zijn.

Vervanging moet worden uitgevoerd door de fabrikant,diens serviceagent of een vergelijkbaar gekwalificeerd persoon, om de veiligheid te garanderen en gevaarte voorkomen.Alleen voor overlockmachines:• Werk nooit als er geen mesbedekking of goed bevestigde deksteektafel zijn geïnstalleerd.• WAARSCHUWING - Uw machine heeft bewegende onderdelen. Schakel de machine uit voordat uservice of onderhoud uitvoert om het risico op letsel te beperken. Sluit de kap voordat u de machine gaatgebruiken.BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

VOORBEREIDINGENDe machine uitpakkenNadat u de machine uit de doos heeft gehaald en al het verpakkingsmateriaal heeft verwijderd, moet u de machine eerstschoonvegen, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventuele olie te verwijderen voordat u gaat naaien. Let op: Uw S0600/S0605 naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreemwarme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden. Sluit het voetpedaal aan12Bij de accessoires zitten ook het voetpedaal en het snoer vanhet voetpedaal. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u demachine gaat gebruiken aan het voetpedaal te bevestigen. 1. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgangin de ruimte in het voetpedaal. Duw goed aan zodat hetsnoer goed verbinding maakt. 2. Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van hetvoetpedaal.

Het voetpedaal en de voedingaansluitenAB123Bij de accessoires zit ook het netsnoer. Let op: Raadpleeg een erkende elektricien als u niet zeker weethoe u de naaimachine op de stroomvoorziening moetaansluiten. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer demachine niet wordt gebruikt. Let op: Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het vanhet type "FR2" is (zie de onderkant van het voetpedaal). Controleer voordat u de stekker van de machine in hetstopcontact steekt of de spanning gelijk is aan de spanning dieop het plaatje op de onderkant van de machine staataangegeven. De specificaties kunnen van land tot landverschillen. • Bevestig het snoer van het voetpedaal in het voetpedaalzoals hierboven beschreven. Sluit het snoer van hetvoetpedaal (A) aan op de aansluiting (1) rechtsonder op demachine.

• Sluit het snoer (B) aan op de aansluiting voor het netsnoer(2), rechtsonder op de machine. Steek het netsnoer in hetstopcontact. • Zet de AAN/UIT-schakelaar (3) op "I" om devoedingsspanning en het licht in te schakelen. Duw het voetpedaal in om te beginnen met naaien.

Gebruik het voetpedaal om de naaisnelheid aan te passen. Hoe harder u hetindrukt, hoe sneller de machine naait. Om te stoppen met naaien, haalt u uw voet van het pedaal. Zet de schakelaar op "O" om de machine uit te zetten. Let op: Wanneer de voorkant van de machine openstaat, is de veiligheidsschakelaar ingeschakeld zodat de machine niet kannaaien, zelfs niet als het voetpedaal wordt ingedrukt. 4 – VoorbereidingenNederlands.

Uitschuifbare garenstandaardTrek de uitschuifbare garenstandaard uit tot de volledigehoogte en draai er dan iets aan totdat de standaard vastklikt.Schuif de (taps toelopende) garenklosjes op degarenkloshouders op de garenpen.Als de machine al is ingeregen, trek de draden dan recht zodatze niet in de war raken.AfvalbakjeIn het afvalbakje worden afgesneden stof en dradenopgevangen. Controleer of het afval in het bakje valt tijdenshet naaien. Leeg het bakje na het naaien.Plaats het bakje naast de rand van de voorklep. Duw hetafvalbakje naar de voorklep en breng de lipjes op het bakje aanin de spleten in de voorklep.

Duw totdat het vastklikt.Trek het afvalbakje naar u toe om het te verwijderen.De voorkant van de overlockmachineopenen en sluitenDe voorklep openenDuw de klep eerst zo ver mogelijk naar rechts en trek hem danomlaag naar u toe.De voorklep sluitenTrek de voorklep eerst omhoog en schuif hem dan naar linkstotdat hij vastklikt.Let op: De voorkant heeft een veiligheidsschakelaar; demachine naait niet als de voorkant open staat.Voorbereidingen – 5Nederlands

De uitbreiding van het werkoppervlakopenen en sluitenDe uitbreiding van het werkoppervlak openenOm de uitbreiding van het werkoppervlakte openen, houdt ude afdekking naast de snijbreedteknop. Duw de afdekking naarlinks om deze te openen.De uitbreiding van het werkoppervlak sluitenDraai de afdekking terug naar rechts totdat hij vastklikt omhem weer te sluiten.ZoomgeleiderDe zoomgeleider wordt gebruikt om een gelijkmatige snijafstand te krijgen vanaf de kniprand van de stof.BADe zoomgeleider bevestigenOm de zoomgeleider te bevestigen, opent u de uitbreiding vanhet werkoppervlak. Plaats de haakjes (A) op derechteronderkant van de zoomgeleider rondom de inkepingen(B) op de steekplaat en duw de zoomgeleider omlaag.Sluit de uitbreiding van het werkoppervlak. Schuif de geleidernaar links/rechts om de afstand aan te passen.

Plaats de nieuwe naaivoet met de pen (B) recht onder degroef van de houder (C) en breng de naaivoet omlaag.Druk op de knop op de achterkant van de naaivoetstang(A); de naaivoet klikt vast.Let op: Optionele naaivoeten worden niet bij deoverlockmachine geleverd.Informatie over de naaldDeze overlockmachine gebruikt een industriële naald met platte schacht die voorkomt dat de naald achterstevoren kan wordenaangebracht.Probeer niet om een standaard huishoudnaald van welke dikte of welk type dan ook te gebruiken in deze overlockmachine.Gebruik SINGER® naalden EL x 705 maten 14/90 en 12/80, die bij deze machine worden geleverd.U kunt naaien met een of twee naalden, afhankelijk van welke steek u gebruikt.Let op: Als u twee naalden gebruikt, wordt de linkernaald iets hoger geplaatst dan de rechternaald (ze moeten niet op gelijkehoogte zitten, zoals een tweelingnaald).De naalden controlerenOm te controleren of de naald niet is verbogen, legt u de platte zijde van de naald op iets plats (steekplaat, glas enz.).

De afstandtussen de naald en het vlakke oppervlak moet overal gelijk zijn. Gebruik nooit een verbogen of stompe naald.De naalden vervangenZet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.Voorbereidingen – 7Nederlands

12Vervang de naald regelmatig. Als algemene regelmoeten naalden nadat er 6-8 uur mee is genaaid,worden vervangen.1. Draai het handwiel naar u toe totdat de naalden in dehoogste positie staan.Draai de naaldklemschroef(-schroeven) los met deinbussleutel terwijl u de naalden vasthoudt. Verwijder deschroef/schroeven niet.Verwijder de geselecteerde naald.2. Houd de nieuwe naald met het platte gedeelte naar deachterkant.Breng de naald zo ver mogelijk aan in de naaldklem.Let op: We raden aan het gaatje in de draadinsteker tegebruiken om de naald vast te houden.Draai de naaldklemschroef stevig vast met de inbussleutel.Let op: Draai de schroef niet te strak aan, omdat hierdoor denaaldklem beschadigd kan raken.Let op: Bij gebruik van slechts één naald, draait u de anderenaaldklemschroeven licht aan.

Dit is om te voorkomen dat denaaldklemschroef valt.Let op: Als u beide naalden gebruikt, wordt de linkernaald ietshoger geplaatst dan de rechternaald (ze moeten niet op gelijkehoogte zitten, zoals een tweelingnaald).8 – VoorbereidingenNederlands

Positie bovenmesZet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact. 21Let op: Laat het bovenmes altijd in de snijpositie staan tijdenshet naaien; deze machine moet alle overtollige stof afsnijdenom de steek over de stofrand te kunnen vormen. Eenuitzondering hierop is het naaien van decoratieveflatlocknaden. In dat geval moet het bovenmes wordenuitgeschakeld. Open de voorklep en de uitbreiding van het werkoppervlak. Deactiveer het bovenmes door de knop naar rechts te duwen ennaar u toe te draaien. De bovenmes draait dan naar eeninactieve positie. Om het bovenmes te activeren, duwt u de knop naar rechts endraait u de knop van u af, totdat het mes in de snijpositie klikt. BovengrijperconverterDABCBij het naaien van 2-draads steken of de 3-draadssuperelastische steek, wordt alleen de onderste grijperingeregen.

Als de bovengrijperconverter is bevestigd, vangtdeze de onderste grijperdraad op en geleidt deze naar de juistepositie ten opzichte van de naald(en). De bovengrijperconverter bevestigenOpen de voorklep. Zet de machine in de inrijgstand (zie pagina9). Breng de converter (A) aan in de sleuf van de bovengrijper (B). Duw de converter zo ver mogelijk naar rechts. De inkeping opde converter moet zichtbaar zijn buiten de gleuf op debovengrijper. Duw de punt van de converter voorzichtig naar achteren ensteek de scherpe rand (C) van de converter van achteraf in hetoog (D) van de bovengrijper. De bovengrijperconverter verwijderenDuw de punt van de 2-draadsconverter voorzichtig naarachteren en verwijder de scherpe rand uit het oog van debovengrijper. Verwijder de converter door hem naar links enomhoog te trekken.

Handwiel en inrijgstandHet handwiel wordt naar u toe gedraaid en wordt gebruikt omde naalden en grijpers op en neer te bewegen. Om uw machine in te rijgen, moeten de naalden en grijpers inde inrijgstand worden gezet. Open de voorklep om de indicatorvoor de inrijgstand te vinden. Draai aan het handwiel om uwmachine in de inrijgstand te zetten.

Fijnafstemmingsknoppendraadspanning456456456456Voor elke steek worden aanbevelingen voor de draadspanninggegeven, maar het kan nodig zijn om deze fijn af te stemmen,afhankelijk van:• Soort en dikte van de stof• Naalddikte• Dikte, soort en vezelgehalte van de draadDe spanning kan voor iedere draad apart worden aangepast.Voor het beste resultaat moet u de spanning aanpassen inkleine stapjes. Breng de spanningshendel naar de "+" om despanning te verhogen en naar de "-" om de spanning teverlagen. Maak altijd eerst een proeflapje van uw stof voordatu op uw project gaat naaien. Meer informatie over hetaanpassen van de draadspanning vindt u op pagina 33.InstelhaakjeA12Het instelhaakje (A) wordt gebruikt om de stofrand testabiliseren tijdens het vormen van de steken. Het instelhaakjemoet actief zijn voor al het standaard overlockwerk (1).

Omeen rolzoom te naaien, moet u het instelhaakje intrekken.Breng hiervoor de hendel van het instelhaakje naar u toe (2).Duw de hendel van het instelhaakje zo ver mogelijk naar allerichtingen als u het instelhaakje verplaatst.Nauwkeurige draadregelingABAfhankelijk van de steek, stof en het garen die wordt gebruikt,kunnen er draadlussen uitsteken tot over de stofrand of te strakrondom de stofrand worden gevormd. Als de draadspanning(pagina 10 of pagina 33) en de snijbreedte-afstelling (pagina30) niet voldoende zijn, geeft de Nauwkeurige draadregeling(Precise Thread Control - PTC) u de mogelijkheid om verdereafstellingen te maken. De nauwkeurige draadregeling maaktzeer kleine bewegingen van het instelhaakje mogelijk tercompensatie, zodat de draadlussen netjes rondom de stofrandworden gevormd.Breng de nauwkeurige draadregelingshendel naar de "-" toe(A) om de lussen minder breed te maken.

VeiligheidsindicatieledAAls de veiligheidsindicator (A) brandt, naait de machine niet.Mogelijke oorzaak• De voorklep staat open• De uitbreiding van het werkoppervlak staat open• De naaivoet staat omhoog• De motor is overbelast• De machine staat in de stand-bymodusVoordat u begint met naaien, moet u ervoor zorgen dat devoorklep en de afdekking van de aanschuiftafel gesloten zijnen dat de naaivoet omlaag staat. Als u vermoedt dat de motoroverbelast is, schakel uw machine dan 10-15 minuten uit.Stand-bymodusDe machine gaat naar de stand-bymodus nadat deze ongeveer20 minuten inactief is geweest. Wanneer de machine in destand-bymodus gaat, gaat het ledlampje uit en knippert hetveiligheidsindicatielampje. Om de machine opnieuw te starten,drukt u op het voetpedaal, beweegt u de naaivoetlichter ofopent u een van de afdekkingen.Voorbereidingen – 11Nederlands

DRAAD INRIJGENAlgemene informatie over inrijgen43214 3 21Er staat een kleurcodeschema in de voorklep ter referentie (ziede afbeelding rechts). Begin altijd met het inrijgen van degrijpers en daarna de naalden van links naar rechts (volg dehieronder aangegeven volgorde).1. Bovengrijper – Rood2. Ondergrijper - Groen3. Rechternaald - Blauw4. Linkernaald - OranjeLet op: Breng de naaivoet altijd omhoog en zet de machine inde inrijgstand voordat u gaat inrijgen.Belangrijk:Als de draden breken tijdens het naaien, rijg dan alledraadroutes opnieuw in in de hieronder aangegevenvolgorde.1. Verwijder de draad uit de naald(en)2. Verwijder de draad uit de boven- en ondergrijper3. Rijg de bovengrijper in4. Rijg de ondergrijper in5.

De garenklosjes op de garenpennenplaatsenABSchuif de garenklosjes op de garenkloshouders op de garenpen.A. Als u met kleine garenklosjes werkt, verwijdert u degarenkloshouders. Plaats de spoel met de gespleten kantomhoog en leg het garenschijfje erop.B. Als de draad tijdens het inrijgen en/of naaien van hetgarenklosje af glijdt, plaats dan een netje over het klosjeom te voorkomen dat de draad in de war raakt.Draad verwisselenDit is een eenvoudige manier om draden te verwisselen:1. Knip de draad dicht bij het klosje af, achter de geleiders opde uitschuifbare garenstandaard.2. Verwijder het garenklosje en plaats het nieuwe klosje op degarenpen.3. Knoop het begin van de nieuwe draad aan het einde van deoude draad. Knip de uiteinden van de draden af opongeveer 2-3 cm en trek stevig aan beide draden om tecontroleren of de knoop goed vastzit.4.

Gebruik het pincetom het inrijgen te vergemakkelijken.• Trek de draad van rechts naar links onder devoorspanningsdraadgeleider (2).• Houd de draad met beide handen vast en leid de draadtussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om erzeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijvenzit (3).• Rijg het grijpergedeelte van de machine in door dedraadgeleiders met rode kleurcodering te volgen (4-6).Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.• Plaats met beide handen de draad van achteren in debovengrijperdraadgeleider (7) en vervolgens van voren naarachteren in het gat in de bovengrijper (8).• Trek ongeveer 10 cm draad door de grijper en breng dedraad naar de achterkant van de steekplaat.14 – Draad inrijgenNederlands

De ondergrijper inrijgen(Groen)123456879Volg bij het inrijgen van de ondergrijper de draadroute die isgemarkeerd met een groene stip.• Zorg ervoor dat de machine in de inrijgstand staat (ziepagina 9). Breng de naaivoet omhoog.• Breng de draad van achteren naar voren door dedraadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincetom het inrijgen te vergemakkelijken.• Trek de draad van rechts naar links onder devoorspanningsdraadgeleider (2).• Houd de draad met beide handen vast en leid de draadtussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om erzeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijvenzit (3).• Rijg het grijpergedeelte van de machine in door dedraadgeleiders met groene kleurcodering te volgen (4-7).Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.• Duw de ondergrijperinrijger omlaag, zodat de laatstedraadgeleider zichtbaar wordt.

Gebruik het pincetom het inrijgen te vergemakkelijken.• Trek de draad van rechts naar links onder devoorspanningsdraadgeleider (2).• Houd de draad met beide handen vast en leid de draadtussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om erzeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijvenzit (3).• Breng de draad omlaag en onder de draadgeleiders (4–5),ga verder omhoog en rondom de onderste inrijgroute (6).Plaats de draad vervolgens in de rechterdraadgeleider onderde inrijgroutes (7).• Plaats de draad in de rechterbovendraadgeleider (8).• Rijg de draad door het oog van de rechternaald (9). Gebruikde draadinsteker/pincet om de draad makkelijker door hetoog van de naald te krijgen.• Trek ongeveer 10 cm draad door het oog van de naald enlaat dat vrij hangen.• Breng de draad naar de achterkant, onder de naaivoet.16 – Draad inrijgenNederlands

Gebruik het pincetom het inrijgen te vergemakkelijken.• Trek de draad van rechts naar links onder devoorspanningsdraadgeleider (2).• Houd de draad met beide handen vast en leid de draadtussen de spanningsschijven en trek de draad omlaag om erzeker van te zijn dat hij goed tussen de spanningsschijvenzit (3).• Breng de draad omlaag en onder de draadgeleiders (4–5),ga verder omhoog en rondom de bovenste inrijgroute (6).Plaats de draad vervolgens in de linkerdraadgeleider onderde inrijgroutes (7).• Plaats de draad in de linkerbovendraadgeleider (8).• Rijg de draad door het oog van de linkernaald (9). Gebruikde draadinsteker/pincet om de draad makkelijker door hetoog van de naald te krijgen.• Trek ongeveer 10 cm draad door het oog van de naald enlaat dat vrij hangen.• Breng de draad naar de achterkant, onder de naaivoet.Draad inrijgen – 17Nederlands

DraadinstekerABCDOm het inrijgen van de naalden gemakkelijker te maken,gebruikt u de draadinsteker die bij de accessoires ismeegeleverd.Draai het handwiel zodat de naalden zich in hun hoogstepositie bevinden en breng de naaivoet omlaag. Zorg ervoor datde driehoekige markering op de draadinsteker naar boven wijst(A). Breng de draad van rechts naar links in de inkeping op hetpuntje van de draadinsteker (B).Houd de draadinsteker tegen de naald. Breng de draadinstekeromlaag naar het oog van de naald en druk zacht tegen de naald,waardoor een kleine metalen pin de draad door het oog van denaald duwt en een draadlus (C) vormt.Gebruik de draadinsteker om de draadlus achter de naald (D)naar buiten te trekken.18 – Draad inrijgenNederlands

STEKEN EN NAAITECHNIEKENStekenoverzichtOp uw overlockmachine worden verschillende steken verkregen door verschillende naaldposities, inrijgmethoden,spanningsinstellingen en het gebruik van de bovengrijperconverter te combineren.Zie Draad inrijgen, pagina 12, voor referenties voor het instellen van uw machine.De instellingen in de onderstaande tabel zijn onze aanbevelingen, gebaseerd op normale omstandigheden. Het kan nodig zijn dedraadspanning aan te passen afhankelijk van de steek, het type stof en het garen dat u gebruikt. Maak voor het beste resultaatspanningsaanpassingen in kleine stappen van niet meer dan een half nummer tegelijk.

Maak altijd eerst een proeflapje van uw stofvoordat u op uw project gaat naaien.Uitleg van de pictogrammenNaaldpositieSteeklengte Draadspanning rechternaaldLinkernaaldSnijbreedte Draadspanning linkernaaldRechternaaldInstelhaakje geactiveerd Draadspanning bovengrijperDifferentieel transportConverter bovengrijper Draadspanning ondergrijper4-draads overlockVoor alle naden die elastisch moeten zijn of mee moeten rekken, zoals halslijnen, zijnaden, mouwen, enz.Draadspanning1–1.5 2.5 5–6— 4 4 4 43-draads elastische overlockVoor het naaien van extra elastische stoffen. Voeg extra elasticiteit toe met behulp van een rekbare draad in de ondergrijper.Verander de draadspanning zoals nodig is.Let op: Niet aanbevolen voor geweven stoffen.Draadspanning1–1.5 2.5 6 4.5 4 — 3Steken en naaitechnieken – 19Nederlands

3-draads overlock, breed (en smal)Voor het naaien van twee lagen elastische stof of het afwerken van een enkele laag dunne tot normale stof. Gebruik dikkere dradenin de grijpers om decoratieve randen te maken.Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellingen staan tussen haakjes in hetoverzicht.Draadspanning1–1.5 2.5 5–6— 4(—)—(3.5)4(4)3.5–5(4–5)3-draads smalle randVoor het afwerken van dunne stoffen. Deze steek geeft een mooie afwerking aan zijdeachtige sjaals, ruches en servetten. Rijg debovengrijper in met een decoratieve draad, zoals rayon dikte 40, voor een mooie cordonrand.Let op: Niet aanbevolen voor dikke stoffen.Draadspanning0.7–1 2 7 — — — 4 4–5 43-draads flatlock, breed (en smal)Om stoffen aan elkaar te naaien met een decoratief effect, met de flatlockzijde of de laddersteekzijde.

3-draads rolzoomVoor het afwerken van dunne stoffen. Deze steek geeft een mooie afwerking aan zijdeachtige sjaals, ruches en servetten. Voor eenmooie rolzoom rijgt u de grijpers in met dun decoratief garen, zoals rayon dikte 40, voor een mooie cordonrand en de naald enondergrijper met dun normaal garen.Let op: Niet aanbevolen voor dikke stoffen.Draadspanning1 1 5–6 — — — 3.5 4–5 6–7.53-draads picotrandDe grotere steeklengte vormt een picotrand op uw stof.

Deze rand is een leuke manier om bruidsjurken of bruidsmeisjesjurken eendecoratieve afwerking te geven.Geschikt voor dunne en normale geweven stoffen en dunne en normale elastische stoffen.Let op: Niet aanbevolen voor dikke geweven stoffen of dikke elastische stoffen.Draadspanning0.7–1 2.5 6 — — — 3.5 3.5 6.52-draads overlock, breed (en smal)Voor het afwerken van een enkele laag dunne tot normale stof (bovengrijperconverter nodig).Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellingen staan tussen haakjes in hetoverzicht.Draadspanning1–1.5 2.5 5–6 1.5–2(—)—(2)—(—)4–4.5(4)Steken en naaitechnieken – 21Nederlands

2-draads gerolde overlock, breed (en smal)Om twee lagen elastische stoffen aan elkaar te naaien. Voeg extra elasticiteit toe met behulp van een rekbare draad in deondergrijper. Verander de draadspanning zoals nodig is.Let op: Niet aanbevolen voor dunne, normale, dikke geweven stoffen of dunne elastische stoffen.Let op: Gebruik de rechternaald voor een smalle steek. De aanbevolen snijbreedte- en draadspanningsinstellingen staan tussenhaakjes in het overzicht.Draadspanning1–1.25 2.5 65(—)—(6.5)—(—)3(3.5)2-draads rolzoomVoor het afwerken van dunne stoffen. Geeft een mooie afwerking op zijdeachtige sjaals.

Rijg de grijper in met een decoratievedunne draad, zoals rayon dikte 40, voor een mooie cordonrand (bovengrijperconverter nodig).Let op: Niet aanbevolen voor normale tot dikke stoffen.Draadspanning1 1 5 —— 4 — 42-draads flatlock breed (en smal)Om elastische stoffen aan elkaar te naaien met een decoratief effect, met de flatlockzijde of de laddersteekzijde. Maakverschillende effecten door de ondergrijper in te rijgen met decoratief garen (bovengrijperconverter nodig).Geschikt voor alle stoffen.Draadspanning1 2.5 6–6.5 2(—)—(2)—(—)4(4)22 – Steken en naaitechniekenNederlands

Begin te naaienA BCDE1. Wanneer de machine helemaal is ingeregen, sluit u devoorklep en brengt u alle draden over de steekplaat en ietsaan de linkerkant onder de naaivoet. Controleer of het bovenmes goed tegen het vaste ondermeskomt door het handwiel langzaam naar u toe te draaien. Als het bovenmes niet goed beweegt, controleer dan of ergeen stof of draden vastzitten tussen de messen. Houd de draden vast en iets gespannen. Draai het handwiel 2 of 3 hele draaien naar u toe om hetbegin van een draadketting te maken. Controleer of alledraden om het instelhaakje van de steekplaat wordengewonden. Als de draden niet om het instelhaakje wordengewonden, controleert u of de draden goed zijn ingeregen. 2. Blijf de draadketting vasthouden terwijl u het voetpedaalindrukt. Blijf naaien totdat de ketting 5-8 cm lang is. 3. Leg stof onder de voorkant van de naaivoet en naai eenproeflapje.

Begeleid de stof licht tijdens het naaien. Trekniet aan de stof, daardoor kan de naald verbuigen enbreken. Let op: Breng rechte spelden aan de linkerkant van denaaivoet aan. De spelden zijn dan gemakkelijk teverwijderen en zijn uit de buurt van de messen. Waarschuwing: als u over spelden heen naait, wordt derand van de messen beschadigd. 4. Wanneer u aan het einde van de stof bent, blijft udoornaaien terwijl u de afgewerkte stof voorzichtigachteruit en naar links trekt. Dit wordt het afhechten vande ketting genoemd. Zo wordt voorkomen dat de dradenlosraken en wordt de machine voorbereid om verder tenaaien. Knip de draadketting 2-5 cm achter de naaivoet af. Let op: Wanneer u stopt met naaien, stopt de naald (denaalden) altijd in de hoogste positie. Pas de positie van denaald(en) omhoog/omlaag aan door op het voetpedaal tetikken.

De draadketting vastmakenMaak een knoopScheid de draaduiteinden en knoop ze aan elkaar, om ervoor tezorgen dat de draadketting niet uitrafelt. Gebruik een handwerknaaldRijg de draadketting in een handwerknaald met een groot oog.

1 23 4De machine gebruiken aan het begin van een naad1. Naai een draadketting van ongeveer 5-8 cm lang voordat ude stof in de machine legt.Leg uw stof voor de naaivoet. Naai enkele steken en stop.2. Breng de naaivoet omhoog en breng de draadketting naarlinks rondom en onder de naaivoet.Leg de draadketting tussen de naaivoet en het bovenmes enhoud de ketting op zijn plaats terwijl u de naaivoet omlaagbrengt om te naaien.3. Naai ongeveer 2,5 cm en breng de draadketting dan naarrechts en onder het bovenmes, zodat u de draadkettingafsnijdt terwijl u naait.24 – Steken en naaitechniekenNederlands

1 23De machine gebruiken aan het einde van een naad1. Naai één steek van het einde van de naad af.Breng de naald en de naaivoet omhoog en trek de dradenvoorzichtig van het instelhaakje af.2. Draai de stof om zodat de onderzijde omhoog ligt.3. Naai ongeveer 2,5 cm over de stiksels heen en naai dan ineen hoek van de stof af.De naden opensnijdenSnijd de bovengrijperdraad af met een tornmesje (nietinbegrepen bij de machine) om de naden open te snijden.Naden met koordABCNaden met koord kunnen worden gebruikt om steken teverstevigen bij het aan elkaar naaien van elastische stoffenzoals breisels. Het meenaaien van een koord zorgt ervoor datbreisels niet rekken en stabiliseert de naden.De naaivoet is uitgerust met een geleider (A) die kan wordengebruikt voor koorden en tot 4 mm brede linten.

Gebruik deinbussleutel om de geleider voorzichtig naar links of rechts teschuiven, zodat hij op uw koord/lint past. De smallere opening(B) wordt gebruikt voor koorden en de bredere opening (C)voor verschillende linten.Steek het koord/lint in een passende opening. Pas indien nodigde opening aan het lint aan.Leg het koord/lint onder de naaivoet en naar achteren. Hetkoord/lint wordt in de steek bevestigd terwijl de naad wordtgenaaid.Steken en naaitechnieken – 25Nederlands

Rimpelen met het differentieeltransportHet differentieel transport kan worden gebruikt om dunnestoffen te rimpelen. Gebruik het voor mouwen, het maken vanruches en meer.Stel het differentieel transport in tussen 1–2 om het besterimpeleffect voor uw project te verkrijgen. Probeer het altijdeerst uit op een proeflapje van uw stof. Zie Differentieeltransport, pagina 32, om te leren hoe u het differentieeltransport kunt aanpassen.Tip: Voor nog meer rimpeleffect kunt u ook de steeklengtevergroten en/of de bovendraadspanning verhogen.Hoeken naaien1¼” (3cm)1¼” (3cm)1¼” (3cm)BABuitenste hoekenSnijd drie van de hoeken ongeveer 3 cm af zoals afgebeeld (A).Begin te naaien op de hoek die niet is afgesneden.Stop de naaimachine wanneer u bij een hoek komt. Breng denaald en de naaivoet omhoog. Verwijder de draden van hetinstelhaakje.

1¼” (3cm)ABBinnenste hoekenSnijd de binnenste hoek af zoals afgebeeld (A). Naai en stopongeveer 3 cm voor de binnenste hoek.Draai de stof zo dat de snijlijnen recht zijn (B).Naai verder.Dikke stof naaien12ABij het naaien in extra dikke stof of in meerdere lagen stofmoet het bovenmes op zijn plaats worden vastgezet. Als datniet gebeurt, kan het bovenmes door de dikke stof iets uitpositie bewegen en kunnen de snijranden van de stof ongelijkzijn. Als het bovenmes eenmaal is bevestigd, kan desnijbreedte niet meer worden aangepast. Stel de snijbreedtenaar wens in voordat u het bovenmes vastzet.1. Het bovenmes bevestigen:open de uitbreiding van het werkoppervlak. Gebruik deinbussleutel en draai de stelschroef van het bovenmes (A)rechtsom om het vast te draaien en het bovenmes tebevestigen.2.

Om de snijbreedte te kunnen aanpassen, moet destelschroef van het bovenmes weer worden losgedraaid.Draai de stelschroef ongeveer een kwartslag linksom.Naaien met decoratief garen in degrijpersDikke decoratieve garens kunnen een mooi accent zijn vooruw naaiproject. Rijg de grijpers in zoals staat geschreven in hetgedeelte over inrijgen (zie pagina 14).Verwijder bij gebruik van decoratieve garens degarenkloshouder en breng de garenschijven aan zoals isafgebeeld om te voorkomen dat de draad vastloopt op de randvan de spoel.Steken en naaitechnieken – 27Nederlands

Rolzomen naaienADe rolzoomsteek is geschikt voor dunne stoffen zoals batist,voile, organdie, crêpe, enz. De rolzoom wordt gemaakt door dedraadspanning aan te passen zodat de stofrand onder de stofrolt tijdens het overlocken. U kunt de mate waarmee de stofoprolt veranderen door de draadspanning aan te passen. Omeen rolzoom te naaien, moet u het instelhaakje deactiveren (ziepagina 10).Tip: Voor een mooie rolzoom rijgt u de bovengrijper in metdecoratief garen en de naald en ondergrijper met lichtgewichtgewoon garen.2-draads rolzoom (A)1. Bevestig de bovengrijperconverter (zie pagina 9).2. Gebruik de rechternaald en de ondergrijper.3. Deactiveer het instelhaakje.4. Zet de steeklengteknop op "1" voor een smalle zoom.5. Stel de draadspanning af volgens de stekentabel op pagina22.6. Maak een draadketting en naai een proeflapje van uw stofvoordat u echt op het project gaat naaien.

Houd de kettingvast wanneer u begint met naaien zodat hij niet in de zoomkrult.3-draads rolzoom (B) / smalle rand (C)Een variant van de rolzoomsteek (B) is de smalle rand (C). Diekan worden verkregen door de draadspanning af te stellenvolgens "3-draads rolzoom” (pagina 21) en/of ”3-draadssmalle rand” (pagina 20).1. Gebruik de rechternaald en de boven- en ondergrijper.2. Deactiveer het instelhaakje.3. Zet de steeklengteknop op "1–2" voor een smalle zoom.4. Stel de draadspanning in volgens "3-draads rolzoom”(pagina 21) of ”3-draads smalle rand” (pagina 20).5. Maak een draadketting en naai een proeflapje van uw stofvoordat u echt op het project gaat naaien. Houd de kettingvast wanneer u begint met naaien zodat hij niet in de zoomkrult.28 – Steken en naaitechniekenNederlands

FlatlocksteekEen flatlocksteek (A) wordt gemaakt door de spanning van de2-draads overlocksteek of 3-draads overlocksteek aan tepassen, de zoom te naaien en de stoffen uit elkaar te trekkenom de zoom plat te maken. De spanningen moeten juistworden afgesteld, zodat de stof goed plat wordt getrokken. Een flatlocksteek kan als decoratieve constructiesteek wordengebruikt, om twee delen aan elkaar te naaien (standaard-flatlocksteek) of om één stuk stof te versieren (decoratieveflatlocksteek). Er zijn twee manieren om een flatlocksteek te naaien. Met deverkeerde kanten van de stof op elkaar voor een decoratiefeffect of met de goede kanten op elkaar om een laddersteek temaken. Standaard flatlock, breed (B)1. Gebruik de linkernaald. 2. Rijg de onder- en bovengrijper en de linkernaald in. 3. Stel de draadspanning in volgens "3-draads flatlock, breed(en smal)” op pagina 20. 4.

Leg de verkeerde kanten van de twee stukken stof opelkaar om een decoratieve steek te naaien op de goede kantvan het project. 5. Naai de zoom en knip de overtollige stof af. Debovendraad vormt een V op de onderkant van de stof. Deondergrijperdraad wordt in een rechte lijn getrokken op derand van de stof. 6. Vouw de stof open en trek aan beide kanten van de zoomom de steken plat te trekken. Decoratieve flatlock, breed (C)1. Schakel het bovenmes uit (pagina 9). De stof moet bij dezestof niet worden afgesneden. 2. Volg de stappen 1-3 hierboven. 3. Vouw de stof met de verkeerde kanten op elkaar om eendecoratieve steek te naaien op de goede kant van hetproject. 4. Leg de stof zo dat de naad wordt genaaid met een gedeeltevan de steek buiten de stof. 5. Vouw de stof open en trek aan beide kanten van de zoomom de steken plat te trekken.

AANPASSINGEN AAN STEKENPersvoetdruk3De naaivoetdruk voor naaien in normale omstandigheden moetworden ingesteld op "3". Bij het naaien op stoffen met eenandere dikte, moet de druk mogelijk worden aangepast. Overhet algemeen moet de naaivoetdruk worden verlaagd als udunne stof naait en verhoogd als u dikke stof naait. Maak altijdeerst een proeflapje van uw stof voordat u op uw project gaatnaaien.Verlaag of verhoog de druk in kleine stappen door aan deafstelknop voor de naaivoetdruk te draaien.Minder druk: verlaag de druk door de instelknop van u af tedraaien. Hoe lager het getal, hoe minder druk.Meer druk: verhoog de druk door de instelknop naar u toe tedraaien.

Hoe hoger het getal, hoe hoger de druk.Terug naar standaardinstelling: stel de naaivoetdruk in op"3".SteekbreedteDe steekbreedte kan worden vergroot of verkleind door de naaldpositie te veranderen, door fijnafstemming van de nauwkeurigedraadregeling of met de snijbreedteknop.Aanpassen met naaldpositieWanneer alleen de linkernaald of beide naalden wordengebruikt, is de steekbreedte 6 mm (A).Wanneer alleen de rechternaald wordt gebruikt, is desteekbreedte 4 mm (B).Aanpassing met de steekbreedteknop5 7 9ABDe snijbreedte kan nauwkeurig worden afgesteld door aan desnijbreedteknop (A) te draaien.

De ingestelde waarde wordtaangegeven door de snijbreedte-indicator op de klep (B).Hierdoor kunnen de positie van het bovenmes en desnijbreedte binnen het onderstaande bereik worden aangepast.Wanneer alleen de linkernaald wordt gebruikt: 5 - 9 mmWanneer alleen de rechternaald wordt gebruikt: 3 - 7 mmVoor de standaardinstelling moet de draaiknop op 6 staan (ditwordt aangegeven door een "punt" op de snijbreedte-indicator(B).Tip: Gebruik het nauwkeurige draadregelingssysteem om devorming van steken te verfijnen, zodat de lussen zich netjesrondom de stofrand vormen (zie pagina 31).Tip: Gebruik bredere naden bij los geweven stoffen en smalleresteken bij dichte stof.30 – Aanpassingen aan stekenNederlands

Aanpassing met behulp van de nauwkeurigedraadregelingA112 2BAls de lussen niet netjes rondom de stofrand worden gevormden u heeft geprobeerd om de spanning en/of de snijbreedte aante passen, maakt de nauwkeurige draadregeling zeer kleinebewegingen van het instelhaakje mogelijk ter compensatie.A. Als de lussen over de stofrand heen komen, brengt u dePTC-hendel naar de "-" toe (1). Het instelhaakje wordt dandichter bij de steekplaat gebracht en de lussen wordendichter bij de stofrand gevormd (2).B. Als de lussen te strak rondom de stofrand zitten, waardoorde stof langs de rand wordt omgevouwen of bobbeligwordt, brengt u de PTC-hendel in de richting van de "+"(1).

Het instelhaakje wordt dan verder van de steekplaatverwijderd en sluit beter aan op de stofrand (2).SteeklengteDe steeklengte kan worden aangepast tussen 0,8 mm en 4 mm.De steeklengte moet voor de meeste naaiomstandigheden op"2.5" worden ingesteld, maar het kan nodig zijn om deze aante passen afhankelijk van het stoftype. Pas de steeklengte aantot 3 mm wanneer u dikke stoffen naait. Pas de steeklengte aantot 2 mm wanneer u dunne stoffen naait.Draai de steeklengteknop op de gewenste waarde om desteeklengte aan te passen.Aanpassingen aan steken – 31Nederlands

Differentieel transportA B CHet differentieeltransportsysteem bestaat uit twee reeksentandjes achter elkaar. De reeksen transporttanden werkenonafhankelijk van elkaar en geven perfecte resultaten bij hetnaaien op speciale stoffen. Wanneer de hoeveelheid transportvan de voorste transporttanden wordt veranderd ten opzichtevan het transport van de achterste transporttanden, wordt destof "uitgerekt" of "gerimpeld".Gebruik het differentieeltransport om te voorkomen datgebreide stoffen rekken en dat dunne stoffen gaan rimpelen.Het differentieel transport moet op 1.0 worden gezet vooroverlocken op normale stoffen. Draai aan de knop om hetdifferentieel transport aan te passen.Normaal gesproken moeten de naad en stof plat liggen (A).Als de genaaide stof uitrekt (B), past u de waarde aan naar 2.0.Als de genaaide stof rimpelt (C), past u de waarde aan naar 0,7.32 – Aanpassingen aan stekenNederlands

Draadspanningsinstellingen1234561. Verkeerde kant van de stof2. Goede kant van de stof3. Rechterbovendraad4. Linkerbovendraad5. Bovengrijperdraad6. OndergrijperdraadVoor elke steek wordt de draadspanning aanbevolen (Stekenoverzicht, pagina 19 ), maar het kan nodig zijn om dezefijn af te stemmen, afhankelijk van:• Soort en dikte van de stof• Naalddikte• Dikte, soort en vezelgehalte van de draadRaadpleeg pagina 10 voor het aanpassen van dedraadspanningsinstellingen.Hieronder wordt beschreven hoe de spanningsinstellingenkunnen worden aangepast voor de 4-draads overlocksteek.De juiste spanningDe onder- en bovengrijperdraad moeten goed uitgebalanceerdzijn met dezelfde spanning (de grijperdraden moeten elkaarkruisen op de rand van de stof).

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Singer S0600 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden