Sime Estelle HE ErP Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Sime Estelle HE ErP (100 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Sime Estelle HE ErP of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Sime |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | Estelle HE ErP |
Handleiding Sime Estelle HE ErP – volledige tekst
813/2013 - 811/2013– Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/UE– Richtlijn Lage spanning 2014/35/UEDe gieterij SIME SpA, met zetel in Via Garbo 27, 37045 Legnago (VR), Italië, verklaart dat de reeks toestellen ESTELLE HE ErP en de branders gemeld paragraaf 1. 7. 1 van de handleiding, conform is aan het gehomologeerde type en voldoet aan de eisen van het Koninklijk Besluit van 8/01/2004, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 17/07/2009 tot regeling van de stikstofoxides (NOX) en koolmonoxide (CO)-emissieniveaus voor de olie-en gasgestookte centrale verwarmingsketels en branders, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of lager dan 400 kW.
561.6 VERBRANDINGSKAMER (Abb. 3)De verbrandingskamer is van het type met rechtstreekse doorlaat en voldoet aan de norm EN 303-3 bijlage E. De afmetingen staan aangegeven op Abb. 3. 1.7 VERENIGBARE BRANDERS ( EN 267)Over het algemeen wordt geadviseerd om ervoor te zorgen dat de stookoliebrander die met de ketel gecombineerd kan wor-den voorzien is van inspuitstukken met sproeiers van het halfvolle type.
In punt 1.7.1 modellen van de brander welke met de ketels getest zijn.LET OP:Ketels met Pn ›70kW: Het is mogelijk branders te gebruiken die niet op de lijst staan naar die dezelfde eigenschappen hebben, op voorwaarde dat ze voldoen aan de technische referentienormen en ge-schikt zijn voor het werk.Ketels met Pn ‹70kW: Het is mogelijk branders te gebruiken die niet op de lijst staan naar die dezelfde eigenschappen hebben, op voorwaarde dat ze voldoen aan de technische referentienormen.Bij de keuze van de brander moet erop gelet worden dat het geabsorbeerd elektrisch vermogen max. 30% bedraagt van de last en in stand-by gelijk is aan of minder is dan de waarden aangegeven in BIJLAGE AA.1.L270280Abb.
1.7.3 Montage van de brander (Abb. 3/a)De keteldeur is reeds voorzien voor de montage van de brander (Abb. 3/a). De branders moeten zodanig worden afge-steld dat de CO2 overeenstemt met de waarde die in punt 1.3 staat aangegeven met een tolerantie van ± 5%.1.8 AANSLUITING VAN DE CONDENSAATAFVOER (Abb. 4)Om het condensaat op te vangen moet de lekbak, die van een hevel voorzien is, op de afvoer in de woning aangesloten worden waarbij een pijp gebruikt (ø 25) moet worden met een minimum afschot van 5 mm per meter. Alleen plastic pijpen voor normale woningafvoeren zijn geschikt om het condensaat naar de afvoer in de woning te leiden.57R 75¿ 110M8Abb. 3/a12Abb. 4LEGENDE 1 Afvoerslang 2 Sifon
2. 1 STOOKPLAATSDe stookplaats dient te voldoen aan alle eisen en normen voor de verwarmings-installaties die op vloeibare brandstoffen werken. 2. 2 AFMETINGEN VAN DE STOOKPLAATSZet het verwarmingslichaam op een spe-ciaal sokkel met een hoogte van mini-maal 10 cm. De ondergronden waarop het lichaam steunt dienen een afvoer mogelijk maken; hiervoor dienen zo mogelijk ijze-ren platen te worden gebruikt. Tussen de wanden van de stookplaats en de ketel dient een ruimte vrij te worden gelaten van ten minste 0,60 m. Tussen de bovenkant van de ketel en het plafond dient ten minste 1 m te zitten. Voor ketels met een ingebouwde boiler kan deze afstand worden verlaagd tot 0,50 m (de hoogte van de stookplaats mag hoe dan ook niet lager zijn dan 2,5 m). 2. 3 AANSLUITING VAN DE INSTALLATIEVóór u de hydraulische leidingen aan-sluit, moet u controleren of de aanwij-zingen van fig.
1 strikt zijn opgevolgd. Aangezien deze aansluitingen gemak-kelijk moeten kunnen worden gedemon-teerd gebruikt u bij voorkeur driedelige roterende koppelingen. De installatie moet van het type zijn met een gesloten expansievat. OPGEPAST: Het is verplicht een by-pass of debietregelaar (niet meegeleverd) te monteren in geval van installaties met thermostaatkleppen of gemotoriseerd tweewegskleppen. Het minimale debiet van het systeem, dat gegarandeerd moet zijn, mag niet lager zijn dan hieronder aangegeven. Minimaal systeemdebiet (l/h) ΔT=35°C3 Erp 4 Erp 5 Erp 6 Erp 7 Erp650 850 1000 1200 17502. 3. 1 De installatie vullenAlvorens de ketel aan te sluiten moeten de leidingen van de installatie grondig gespoeld worden om eventuele spaan-resten en andere afvalresten, die de goede werking van de installatie kun-nen hinderen, te verwijderen.
Het vullen van de installatie moet lang-zaam gebeuren, zodat de lucht kan ontsnappen. Bij de installaties met een gesloten circuit mag de voordruk van het expansievat niet minder dan de statisch manometrische hoogte van de installatie bedragen (bijv.
voor 5 m waterhoogte mag de voordruk van het expansievat en de laaddruk van de koude installatie niet minder dan de minimumdruk van 0,5 bar/49 kPa bedragen). 2. 3. 2 Kenmerken van het ketelvoedingswater Het voedingswater dat gebruikt wordt voor de verwarmingsinstallatie moet in overeenstemming met de norm UNI-CTI 8065 onthard worden. Het gebruik van onthard water voor de verwarmingsinstallatie is absoluut no-odzakelijk in de volgende gevallen:– grote installaties (grote waterinhoud);– frequente watertoevoer, integratie van installaties;– als de installatie geheel of gedeeltelijk moet worden geleegd. 2. 3. 3 Sanitaire waterboilerDe ketels ESTELLE HE ErP kunnen aan-gesloten worden op een aparte boileru-nit. De met porselein geglazuurde stalen boiler is voorzien van een magnesiuma-node ter bescherming van de boiler en een inspectieflens voor de controle en de reiniging.
De magnesiumanode moet jaarlijks gecontroleerd worden en vervangen worden als hij grotendeels is wegge-corrodeerd. Installeer een veiligheidsklep die op 6 bar (588 kPa) ingesteld is op de koude watertoevoerleiding van de boiler. Indien de druk in het waterleidingnet te hoog blijkt te zijn moet u een speciale drukre-gelaar installeren. Wanneer de op 6 bar (588 kPa) ingestelde veiligheidsklep vaak in werking treedt moet u een expansievat met een capaci-teit van 8 liter en een maximum druk van 8 bar (784 kPa) monteren. Het expan-sievat moet van het type zijn met een membraan van natuurlijk “caoutchouc” rubber dat geschikt is voor gebruik voor levensmiddelen. 2. 4 AANSLUITING VAN DE SCHOUWHet rookkanaal is van groot belang voor de goede werking van de installatie.
Het rookkanaal moet beantwoor-den aan de onderstaande vereisten; hij dient in het bijzonder:– van luchtdicht materiaal te zijn gemaakt en bestand te zijn tegen de temperatuur van rook en condens;– voldoende mechanische weerstand te kunnen bieden en een gering warmtege-leidingsvermogen te hebben;– volledig dicht te zijn om te voorkomen dat het rookkanaal afkoelt;– zo veel mogelijk een verticaal verloop te hebben en aan het uiteinde dient een statische afzuiger te zijn voorzien die voor een efficiënte en constante afvoer van de verbrandingsproducten zorgt;– de diameter van het rookkanaal dient niet kleiner te zijn dan die van de ketelaanslui-ting;– moet de correcte afmetingen hebben om te voldoen aan de vereisten voor de trek/verwijdering van de rookgassen, wat nodig is voor de reguliere werking van het product (EN13384-1);- er dient in het lage deel van de schoor-steen gezorgd te worden voor een speci-fiek systeem voor de condensafvoer;- voor de aansluiting op de schoorste-en is het verplicht gebruik te maken van onbuigzame leidingen, die bestand zijn tegen de temperatuur, condens, mechanische krachten, die afgedicht en geïsoleerd zijn.
Gebruik materialen die geschikt zijn voor het doel, zoals bijvoor-beeld roestvrij staal. 2. 5 ELEKTRISCHE AANSLUITING (Abb. 6)De ketel is voorzien van een stroomsnoer en dient te worden gevoed met een een-fasige spanning van 230V - 50Hz met behulp van een door zekeringen bevei-ligde hoofdschakelaar. De kamerthermostaat (die niet wordt meegeleverd) die noodzakelijk is voor het verkrijgen van een betere tempe-ratuurregeling, dient te worden aange-sloten zoals aangeduid op de schema’s (Abb. 6) en nadat de oorspronkelijke brug is verwijderd. Sluit vervolgens de bijgeleverde voe-dingskabel van de brander en van de circulatiepomp van de installatie aan. OPMERKINGEN: Het toestel moet op een deugdelijk geaard stopcontact aangesloten wor-den.
De fabrikant wijst alle aanspra-kelijkheid af voor ongevallen die het gevolg zijn van het niet aarden van de ketel. Alvorens welke werkzaamheden dan ook aan het elektrische schakelpaneel uit te voeren moet eerst de elektrische stroomtoevoer uitgeschakeld worden. 582 INSTALLATIEOPGEPAST: Vooraleer interventies op de ketel uit te voeren, moet men controleren of de ketel en haar onderdelen afgekoeld zijn om gevaar van brandwonden te wijten aan de hoge temperaturen te voorkomen.
5959GRIGIO-GREYBLU-BLUEMARRONE-BROWNGRIGIO-GREYBLU-BLUEMARRONE-BROWNBLU-BLUEGRIGIO-GREYAbb. 6LEGENDEL LeidingN NeutraalIG HoofdschakelaarTS VeiligheidsaquastaatTC KetelaquastaatSA Groene led stroom ingeschakeldPI InstallatiepompB Brander met rechtstreekse toevoer (niet meegeleverd)B1 Brander met permanente toevoer (optie)B2 Brander met permanente toevoer tweetraps (optie)TA KamerthermostaatOP Programmaklok (optie)OPMERKING: - Indien u een kamerthermostaat (TA) plaatst moet u de overbrug-ging van klem 4-5 verwijderen.- Als de programmaklok (OP) aangesloten wordt moet de brug tussen de klemmen 5-8 verwijderd worden.LET OP: De bruine kabel (geïsoleerd) wordt uitsluitend gebruikt voor het aan-sluiten van branders met permanente toevoer (type B1).
7)Ga als volgt te werk om de ketel in wer-king te stellen:– verzeker u ervan dat het “Testcertificaat” zich niet in de ver-brandingskamer bevindt;– zet de ketel met de hoofdschakelaar (1) onder spanning; aan de hand van het feit dat het groene led-indicatie-lampje (3) gaat branden kunt u con-troleren of het toestel onder stroom staat. De brander gaat aan;– stel de ketelaquastaat (5) van de ver-warmingsketel in op een tempera-tuur van tenminste 60°C. De inge-stelde temperatuurwaarde kan aan de hand van de thermometer (4) worden gecontroleerd. 3. 2. 2 Veiligheidsaquastaat (Abb. 7)Zodra de temperatuur in de ketel boven de 100°C stijgt schakelt de veiligheids-aquastaat, die een handmatige reset-functie heeft (2), in waardoor de brander onmiddellijk dooft. Om de ketel weer in werking te stellen moet u het zwarte kapje eraf schroeven en moet u op het knopje dat zich daaronder bevindt druk-ken.
Als dit verschijnsel zich vaak voordoet dan moet u een erkende vakman inscha-kelen om de ketel na te laten kijken. 124 53Abb. 7LEGENDE 1 Hoofdschakelaar 2 Veiligheidsaquastaat 3 Groene led stroom ingeschakeld 4 Keteltermometer 5 Ketelaquastaat3 GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDBELANGRIJKE AANWIJZINGEN– Wanneer het toestel defect is en/of niet goed werkt, moet men het uitschake-len en niet proberen om te repareren of een rechtstreekse interventie uit te voeren.
Wendt u uitsluitend tot gekwalificeerd technisch personeel. – Om veiligheidsredenen kan de gebruiker geen toegang krijgen tot de interne on-derdelen van het apparaat. Alle handelingen die de verwijdering van beschermin-gen beogen, of hoe dan ook toegang tot gevaarlijke onderdelen van het apparaat, moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. – Het apparaat kan gebruikt worden door kinderen die ouder zijn dan 8 jaar en door mensen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, of zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat zij onder toezicht staan of instructies ontvangen hebben over het veilige gebruik van het apparaat en de daaraan inherente gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het appa-raat spelen. De reiniging en het onderhoud dat door de gebruiker uitgevoerd moet worden, mag niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden.
613. 2. 3 De installatie vullenControleer van tijd tot tijd of de hydro-meter bij een koude installatie druk-waarden uitwijst tussen de 1-1,2 bar (98-117,6 kPa). Als de druk lager is dan 1 bar (98 kPa) moet u dit herstellen. 3. 2. 4 De ketel uitschakelen (Abb. 7)Om de ketel tijdelijk uit te schakelen moet u de stroom uitschakelen door op de hoofdschakelaar (1) te drukken. Het lange tijd niet gebruiken van de ketel brengt de noodzaak om enkele handelin-gen te verrichten met zich mee:– zet de hoofdschakelaar van de instal-latie op uit;– draai de brandstof- en de waterkranen van de verwarmingsinstallatie dicht;– laat de verwarmingsinstallatie leeglo-pen als er vorstgevaar is. 3. 3 SEIZOENREINIGINGHet onderhoud aan de generator moet één keer per jaar uitgevoerd worden, waarbij een beroep gedaan moet wor-den op de erkende technische dienst.
Alvorens met de reinigings- of onderhoudswerkzaamheden te begin-nen moet het apparaat eerst losgekop-peld worden van het elektriciteitsnet. 3. 3. 1 Rookgaszijde van de ketel (Abb. 8)Om de rookgasdoorvoeren te reinigen moeten de schroeven waarmee de deur aan het ketellichaam bevestigd is ver-wijderd worden en moeten de binnen-oppervlakken en de rookgasafvoerpijp met een speciale borstel goed gereinigd worden en moeten alle resten verwijderd worden. Na het onderhoud moeten bij de model-len ESTELLE HE 3456 ErP de tur-bulatoren die voorheen verwijderd zijn weer op de oorspronkelijke plaats aangebracht worden. Worden de onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd zonder de brander te verwijderen. 3. 3. 3 Demontage van de mantel (Abb. 10)De demontage van de onderdelen van de mantel van de ketel dient als volgt te geschieden (Abb.
– verwijder de achterpanelen (6) en (7) die met tien zelftappende schroeven aan de zijpanelen bevestigd zijn;– demonteer het linker zijpaneel (3) door de schroeven waarmee hij aan de bo-venste beugel (5) bevestigd is los te draaien en verwijder de schroef waar-mee hij aan de onderste beugel (1) be-vestigd is;– demonteer het rechter zijpaneel (4) en ga daarbij op dezelfde manier te werk. 3. 3. 4 Storingen in de werkingHieronder worden enkele oorzaken en de mogelijke oplossingen opgesomd van een aantal storingen die eventueel kun-nen optreden en die aanleiding kunnen geven tot het niet of niet goed functione-ren van de ketel. Een storing in de werking zorgt er in de meeste gevallen voor dat het waar-schuwingslampje van de besturings- en controleautomaat dat op een blokkering duidt, gaat branden.
Als dit waarschuwingslampje gaat bran-den, kan de brander pas weer functio-neren nadat de ontgrendelknop volledig ingedrukt is; als u dit gedaan heeft en de normale ontsteking weer plaatsvindt, kan de blokkering van de brander aan een onschuldige storing van voorbijgaan-de aard worden toegeschreven. Als de blokkering daarentegen voortduurt dan moet de oorzaak van de storing vastge-steld worden en de hieronder vermelde oplossingen toegepast worden:De brander gaat niet branden. – Controleer de elektrische aansluitin-gen. – Controleer of de brandstof goed wordt toegevoerd, of de filters en het inspuit-stuk schoon zijn en of de leiding is ontlucht. – Controleer of de ontstekingsvonken goed gevormd worden en of de bran-derautomaat goed functioneert. De brander gaat goed branden maar gaat meteen daarna uit.
– Controleer of de brandstof goed wordt toegevoerd, of de ketel schoon is, of de rookgasafvoerleiding niet verstopt is, het werkelijke door de brander geleverde vermogen en of de brander schoon is (stof). De ketel wordt gauw vuil. – Controleer de afstelling van de bran-der (analyse van de rookgassen), de kwaliteit van de brandstof, de mate van verstopping van de schoorsteen en of de luchtdoorlaat van de brander schoon is (stof). De ketel komt niet op temperatuur. – Controleer of het ketellichaam schoon is, controleer de combinatie, de afstel-ling, de prestaties van de brander, de van te voren afgestelde temperatuur, de goede werking en de plaats van de regelthermostaat. – Verzeker u ervan dat het vermogen van de ketel voldoende is met het oog op de installatie. Er is een geur van onverbrande gassen.
– Controleer of het ketellichaam en de rookgasafvoer schoon zijn en of de ketel en de afvoerleidingen (deurtje, verbrandingskamer, rookgasleiding, rookkanaal, afdichtingen) hermetisch afgesloten zijn. – Controleer of de verbranding goed is. De veiligheidsklep van de ketel schakelt vaak in. – Controleer of er lucht in de installatie zit en controleer de werking van de circulatiepomp(en). – Controleer de voorlaaddruk van de installatie, de efficiëntie van het expansievat/de expansievaten en de inregeling van de klep zelf. 3. 4 VORSTBEVEILIGINGIn geval van vorst moet u zich ervan ver-gewissen dat de verwarmingsinstallatie in werking blijft en dat de vertrekken alsmede de plaats waar de ketel geïn-stalleerd is voldoende verwarmd zijn; als dit niet het geval is moeten zowel de ketel als de installatie volledig geleegd worden.
Om de ketel en de installatie volledig te legen moet ook de inhoud van de boiler en de verwarmingsspiraal van de boiler afgevoerd worden. 3. 5 NETSNOERHet is verplicht dat de speciale voe-dingskabel alleen wordt vervangen door een reservekabel die is besteld en aangesloten door professioneel gekwa-lificeerd personeel. 3.
6 VERNIETIGING VAN HET APPARAAT (2012/19/UE)Alshetapparaatheteinde-vanzijnlevensduur-heeft-bereikt, DIENT HET GE-SCHEIDEN TE WORDEN VERNIETIGD volgens de geldende wettelijke voor-schriften. ETMAGNIETWORDEN VERNIE-TIGD samenmethuishoudelijkafval. Hetkaningeleverdwordenbijeenpuntvo-orge-scheidenafvalverwerking of bij een hande-laar die dergelijke diensten levert. Gescheidenvernietigingvoorkomteven-tueleschadeaanhetmilieuofuwgezon-dheid. Boven-dienkunnenzomaterialenwor-dengerecy-cleerd, wat leidt tot een aan-zienlijke bespa-ring van grondstoffen en energie. 62.
kW2525,1kW7,5 kW0,120 /0,168kW0,036 /0,050kW0,002 kW --kWh92 %90,1 %97,0 %0,019 kW0kW107mg/kWh-- % -- kWhInformatie die meegedeeld moet worden voor ruimteverwarming en gemengde ketels:nelledoMKetel met rookgascondensor:Ketel met lage temperatuur:Ketel van het type B11:Warmtekrachtkoppelingstoestel voor ruimteverwarming:NoUitgerust met een bijkomend verwamingstoestel:NoGemengd verwarmingstoestel:tinUedraaWloobmyStnemelEtinUedraaWloobmyStnemelENominaal thermisch vermogen PnEnergie-efficiëntie ruimteverwarmingηsVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbaar thermisch vermogenVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbare efficiëntieBij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime aP4Bij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime (*)4Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime bP1Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime (*)1netnemele erednAkiurbrevstieticirtkele dnemokjiBle(brander 8099124 / 8118502)ngitsaleb ellov teMmax Warmteverlies tijdens stand-byMet gedeeltelijke belasting elminEnergieverbruik van de ontstekingsbrander PignxONtootstiu-xoNBSPyb-dnats nIVoor gemengde verwarmingstoestellen:Verklaard capaciteitsprofiel--Energie-efficiëntie waterverwarmingwhDagelijks energieverbruiksnevegegtcatnoCa.
Hoge-temperatuurregime: terugkeertemperatuur van 60°C aan de ingang en een gebruikstemperatuur van 80°C aan de uitgang van het toestel. b. Lage temperatuur: terugkeertemperatuur (aan de ingang van de ketel) voor ketels met rookgascondensor 30°C, voor lage-temperatuurketels37°C en voor de andere ketels 50°C. (*) De gegevens met betrekking tot het rendement wordt berekent met verbrandingswaarde Hs. NoYesNokW2525,1kW7,5 kW0,120 /0,168kW0,036 /0,050kW0,002 kW-- kWh92 %90,1 %97,0 %0,019 kW0kWPstby107mg/kWh--% --kWhQfuelDagelijks brandstofverbruikQelecESTELLE HE 3 ErPNo(brander 8099124 / 8118502)NLFonderie Sime S. p. A.
kW3333,0kW9,9 kW0,163/0,120/0,168kW0,049/0,036/0,0504kW0,002 kW --kWh93 %88,9 % 98,4 %0,038 kW0kW -- mg/kWh-- % -- kWhInformatie die meegedeeld moet worden voor ruimteverwarming en gemengde ketels:nelledoMKetel met rookgascondensor:Ketel met lage temperatuur:Ketel van het type B11:Warmtekrachtkoppelingstoestel voor ruimteverwarming:NoUitgerust met een bijkomend verwamingstoestel:NoGemengd verwarmingstoestel:tinUedraaWloobmyStnemelEtinUedraaWloobmyStnemelENominaal thermisch vermogen PnEnergie-efficiëntie ruimteverwarmingηsVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbaar thermisch vermogenVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbare efficiëntieBij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime aP4Bij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime (*)4Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime bP1Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime (*)1netnemele erednAkiurbrevstieticirtkele dnemokjiBle(brander 8099010/8099125/8118503)ngitsaleb ellov teMmax Warmteverlies tijdens stand-byMet gedeeltelijke belasting elminEnergieverbruik van de ontstekingsbrander PignxONtootstiu-xoNBSPyb-dnats nIVoor gemengde verwarmingstoestellen:Verklaard capaciteitsprofiel--Energie-efficiëntie waterverwarmingwhDagelijks energieverbruiksnevegegtcatnoCa.
Hoge-temperatuurregime: terugkeertemperatuur van 60°C aan de ingang en een gebruikstemperatuur van 80°C aan de uitgang van het toestel. b. Lage temperatuur: terugkeertemperatuur (aan de ingang van de ketel) voor ketels met rookgascondensor 30°C, voor lage-temperatuurketels37°C en voor de andere ketels 50°C. (*) De gegevens met betrekking tot het rendement wordt berekent met verbrandingswaarde Hs. NoYesNokW3333,0kW9,9 kW0,163/0,120/0,168kW0,049/0,036/0,0504kW0,002 kW-- kWh93 %88,9 % 98,4 %0,038 kW0kWPstby --mg/kWh--% --kWhQfuelDagelijks brandstofverbruikQelecESTELLE HE 4 ErPNoNLFonderie Sime S. p. A.
kW4040,0kW12,0kW0,163/0,220kW0,049 kW0,002 kW --kWh93 %91,6 %97,7 %0,049 kW0kW -- mg/kWh-- % -- kWhInformatie die meegedeeld moet worden voor ruimteverwarming en gemengde ketels:nelledoMKetel met rookgascondensor:Ketel met lage temperatuur:Ketel van het type B11:Warmtekrachtkoppelingstoestel voor ruimteverwarming:NoUitgerust met een bijkomend verwamingstoestel:NoGemengd verwarmingstoestel:tinUedraaWloobmyStnemelEtinUedraaWloobmyStnemelENominaal thermisch vermogen PnEnergie-efciëntie ruimteverwarmingηsVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbaar thermisch vermogenVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbare efciëntieBij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime aP4Bij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime (*)4Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime bP1Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime (*)1netnemele erednAkiurbrevstieticirtkele dnemokjiBle(brander 8099030/8099126)ngitsaleb ellov teMmax Warmteverlies tijdens stand-byMet gedeeltelijke belasting elminEnergieverbruik van de ontstekingsbrander PignxONtootstiu-xoNBSPyb-dnats nIVoor gemengde verwarmingstoestellen:Verklaard capaciteitsproel--Energie-efciëntie waterverwarmingwhDagelijks energieverbruiksnevegegtcatnoCa.
Hoge-temperatuurregime: terugkeertemperatuur van 60°C aan de ingang en een gebruikstemperatuur van 80°C aan de uitgang van het toestel. b. Lage temperatuur: terugkeertemperatuur (aan de ingang van de ketel) voor ketels met rookgascondensor 30°C, voor lage-temperatuurketels37°C en voor de andere ketels 50°C. (*) De gegevens met betrekking tot het rendement wordt berekent met verbrandingswaarde Hs. NoYesNokW4040,0kW12,0kW0,163/0,220kW0,049kW0,002 kW-- kWh93 %91,6 %97,7 %0,049 kW0kWPstby --mg/kWh--% --kWhQfuelDagelijks brandstofverbruikQelecESTELLE HE 5 ErPNoNLFonderie Sime S. p. A.
kW4848,0 kW14,4 kW0,151/0,220kW0,045 kW0,002 kW --kWh93 %91,9 %97,7 %0,065kW0kW -- mg/kWh-- % -- kWhInformatie die meegedeeld moet worden voor ruimteverwarming en gemengde ketels:nelledoMKetel met rookgascondensor:Ketel met lage temperatuur:Ketel van het type B11:Warmtekrachtkoppelingstoestel voor ruimteverwarming:NoUitgerust met een bijkomend verwamingstoestel:NoGemengd verwarmingstoestel:tinUedraaWloobmyStnemelEtinUedraaWloobmyStnemelENominaal thermisch vermogen PnEnergie-efciëntie ruimteverwarmingηsVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbaar thermisch vermogenVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbare efciëntieBij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime aP4Bij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime (*)4Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime bP1Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime (*)1netnemele erednAkiurbrevstieticirtkele dnemokjiBle(brander 8099050/8099126)ngitsaleb ellov teMmax Warmteverlies tijdens stand-byMet gedeeltelijke belasting elminEnergieverbruik van de ontstekingsbrander PignxONtootstiu-xoNBSPyb-dnats nIVoor gemengde verwarmingstoestellen:Verklaard capaciteitsproel--Energie-efciëntie waterverwarmingwhDagelijks energieverbruiksnevegegtcatnoCa.
Hoge-temperatuurregime: terugkeertemperatuur van 60°C aan de ingang en een gebruikstemperatuur van 80°C aan de uitgang van het toestel. b. Lage temperatuur: terugkeertemperatuur (aan de ingang van de ketel) voor ketels met rookgascondensor 30°C, voor lage-temperatuurketels37°C en voor de andere ketels 50°C. (*) De gegevens met betrekking tot het rendement wordt berekent met verbrandingswaarde Hs. NoYesNokW4848,0 kW14,4 kW0,151/0,220kW0,045kW0,002 kW-- kWh93 %91,9 %97,7 %0,065kW0kWPstby --mg/kWh--% --kWhQfuelDagelijks brandstofverbruikQelecESTELLE HE 6 ErPNoNLFonderie Sime S. p. A.
kW6059,7kW17,9kW0,140kW0,042 kW0,002 kW --kWh93 %91,9 %97,9 %0,090 kW0kW 0 mg/kWh-- % -- kWhInformatie die meegedeeld moet worden voor ruimteverwarming en gemengde ketels:nelledoMKetel met rookgascondensor:Ketel met lage temperatuur:Ketel van het type B11:Warmtekrachtkoppelingstoestel voor ruimteverwarming:NoUitgerust met een bijkomend verwamingstoestel:NoGemengd verwarmingstoestel:tinUedraaWloobmyStnemelEtinUedraaWloobmyStnemelENominaal thermisch vermogen PnEnergie-efficiëntie ruimteverwarmingηsVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbaar thermisch vermogenVoor ketels voor ruimteverwarming en gemengde ketels:bruikbare efficiëntieBij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime aP4Bij nominaal thermisch vermogen en bij een hoge-temperatuurregime (*)4Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime bP1Bij 30% van het nominaal thermisch vermogen en bij een lage temperatuur regime (*)1netnemele erednAkiurbrevstieticirtkele dnemokjiBle(brander 8099127)ngitsaleb ellov teMmax Warmteverlies tijdens stand-byMet gedeeltelijke belasting elminEnergieverbruik van de ontstekingsbrander PignxONtootstiu-xoNBSPyb-dnats nIVoor gemengde verwarmingstoestellen:Verklaard capaciteitsprofiel--Energie-efficiëntie waterverwarmingwhDagelijks energieverbruiksnevegegtcatnoCa.
Hoge-temperatuurregime: terugkeertemperatuur van 60°C aan de ingang en een gebruikstemperatuur van 80°C aan de uitgang van het toestel. b. Lage temperatuur: terugkeertemperatuur (aan de ingang van de ketel) voor ketels met rookgascondensor 30°C, voor lage-temperatuurketels37°C en voor de andere ketels 50°C. (*) De gegevens met betrekking tot het rendement wordt berekent met verbrandingswaarde Hs. NoYesNokW 60 59,7 kW17,9kW0,140 kW0,042kW0,002 kW-- kWh93 %91,9 %97,9 %0,090 kW0kWPstby 0mg/kWh--% --kWhQfuelDagelijks brandstofverbruikQelecESTELLE HE 7 ErPNoNLFonderie Sime S. p. A. Via Garbo 27, 37045 Legnago (VR) ITALIAFonderie Sime S. p. A.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Sime Estelle HE ErP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Sime
Handleiding Ketel & boiler
Nieuwste handleidingen voor Ketel & boiler