Sime Aqua INOX Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Sime Aqua INOX (96 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Sime Aqua INOX of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Sime |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | Aqua INOX |
Handleiding Sime Aqua INOX – volledige tekst
85Die komplette technische Dokumentation in deutscher Sprache des Geräts steht beim Importeur zur Verfügung.BELANGRIJKOp het moment dat de ketel voor de eerste keer in werking gesteld wordt verdient het aanbeveling om de volgende con-troles te verrichten:– Nagaan dat er zich geen ontvlambare vloeistoffen of materialen in de onmiddellijke nabijheid van de ketel bevinden.– Zich ervan verzekeren dat de elektrische aansluiting op de juiste wijze uitgevoerd is en dat de ketel op een deugdelijkgeaard stopcontact aangesloten is.– Controleren of de afvoerleiding van de verbrandingsprodukten vrij is.– Zich ervan verzekeren dat eventuele afsluiters open zijn.– Zich ervan verzekeren dat de installatie met water gevuld is en goed ontlucht is.– Nagaan dat de circulatiepomp niet geblokkeerd is.INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEURAQUA INOX - NEDERLANDS
De voorzieningvan sanitair warm water wordt gega-randeerd door een voorraadboiler vanroestvrij staal die uitstekende betrouw-baarheids- en duurzaamheidskenmer-ken heeft..Neem de aanwijzingen die in deze handlei-ding opgenomen zijn in acht om er zeker vante zijn dat het toestel op de juiste maniergeïnstalleerd wordt en perfect functioneert.781 BESCHRIJVING VAN DE KETEL1.2 AFMETINGENM Toevoerleiding installatie R 1” (UNI-ISO 7/1)R Retourleiding installatie Rp 1 1/4” (UNI-ISO 7/1)E Inlaat sanitair water G 3/4” (UNI-ISO 228/1)U Uitlaat sanitair water G 3/4” (UNI-ISO 228/1)C Recirculatie G 3/4” (UNI-ISO 228/1)Fig. 1
2. 1 VERWARMINGSRUIMTEKetels met een hoger vermogen dan35 kW moeten in een technische ruim-te worden geplaatst waarvan de afme-tingen en de overige eigenschappen inovereenstemming zijn met de normenen de reglementen die op dit momentvan kracht zijn. Tussen de wanden van het vertrek ende ketel dient een ruimte vrij te wordengelaten van ten minste 0,60 m. Tussen de bovenkant van de ketelman-tel en het plafond dient een afstand vanten minste 1 m te zitten. Bij ketels met een ingebouwde branderkan deze afstand worden verlaagd tot0,50 m (de minimum hoogte van deverwarmingsruimte mag hoe dan ookniet lager zijn dan 2,5 m). Ketels met een lager vermogen dan35 kW mogen alleen in permanentgeventileerde vertrekken geïnstalleerdworden en functioneren.
Voor het toe-stromen van lucht in de vertrekkenmoeten er dus in de buitenmuren ope-ningen gemaakt worden die aan de vol-gende eisen voldoen:– de openingen moeten een totaleminimum vrije doorsnede hebbenvan minimaal 6 cm2per elke geïn-stalleerde kW thermisch vermogenen in ieder geval nooit minder dan100 cm2;– de openingen moeten zo dicht moge-lijk bij de vloerhoogte geplaatst wor-den, op een zodanige wrijze dat zijniet verstopt kunnen raken enbeschermd worden met een roosterdat de nuttige doorsnede van deluchtdoorvoer niet vermindert. 2. 2 AANSLUITING VAN DE INSTALLATIEVoordat u overgaat tot het aansluitenvan de ketel doet u er goed aan omwater door de leidingen van de installa-tie te laten stromen om eventuelevreemde voorwerpen, waardoor degoede werking van het toestel aange-tast kan worden, te verwijderen.
Bij het tot stand brengen van dehydraulische aansluitingen moet u zichervan verzekeren dat de indicaties opfig. 1 aangehouden worden. Het is belangrijk dat de verbindingenmakkelijk losgekoppeld kunnen wordendoor middel van verbindingsstukkenmet draaibare fittingen. De afvoer van de veiligheidsklep moetop een adequaat verzamel- en afvoer-systeem aangesloten worden. 2. 2. 1 De installatie vullen (fig.
4)Om de ketel en de bijbehorende instal-latie te vullen moet u aan de kogelkraandraaien. Als de installatie koud is moetde vuldruk tussen de 1 - 1,2 bar varië-ren. Tijdens de vulfase van de installatieis het verstandig om de hoofdschake-laar uitgeschakeld te laten. Het vullenvan de ketel en de installatie moet lang-zaam gebeuren, zodat de lucht via despeciale ontluchters kan ontsnappen (5fig. 2). Om deze handeling te vergemak-kelijken moet u de inkeping in de ont-grendelschroef van de terugslagklep-pen horizontaal houden. Na het vullenmoet u de schroef weer in de oor-spronkelijke stand zetten. Na afloop vandeze handeling moet u controleren ofde vulkraan dicht is. 2. 2.
2 Sanitair warmwatervoor-zieningBij het model “AQUA INOX” moet u, omervoor te zorgen dat de ketel in staat isom in sanitair warm water te voorzien,bij de eerste ontsteking alle lucht die inverwarmingsspiraal van de boiler zitlaten ontsnappen. Om deze handelingte vergemakkelijken moet u de inkepingin de ontgrendelschroef van de terug-slagklep (5 fig. 2) horizontaal houden. Als alle lucht ontsnapt is, moet u deschroef weer in de oorspronkelijkestand zetten. 2. 2. 3 Kenmerken van het ketelvoedingswaterHET GEBRUIK VAN ONTHARD WATERIN DE VERWARMINGSINSTALLATIE ISABSOLUUT NOODZAKELIJK IN DE VOL-GENDE GEVALLEN:– grote installaties (met een grotewaterinhoud);– frequent bijvullen van de installatie;– indien de installatie volledig of gedeel-telijk afgetapt moet worden. 2. 3 AANSLUITING OP HET ROOKKANAALHet rookkanaal is van groot belangvoor de goede werking van de installa-tie.
Het rookkanaal moet beantwoordenaan de onderstaande vereisten; hijdient in het bijzonder:– van luchtdicht materiaal te zijngemaakt en bestand te zijn tegen detemperatuur van rook en condens;–voldoende mechanische weer-stand te kunnen bieden en eengering warmtegeleidingsvermo-gen te hebben;– volledig dicht te zijn om te voorko-men dat het rookkanaal afkoelt;– zo veel mogelijk een verticaal verloopte hebben en aan het uiteinde dienteen statische afzuiger te zijn voor-zien die voor een efficiënte en con-stante afvoer van de verbrandings-producten zorgt;–teneinde te voorkomen dat de windrond het rookgat drukzones ver-oorzaakt die groter zijn dan deopwaartse druk van de verbran-dingsgassen is het noodzakelijk datde opening van het afvoerkanaalten minste 0,4 m uitsteekt bovenenige andere installatie die minderdan 8 m van de schoorsteen is ver-wijderd (met inbegrip van de nok812 INSTALLATIEFig.
van het dak);– de diameter van het rookkanaaldient niet kleiner te zijn dan die vande ketelaansluiting; voor rookkanalenmet een vierkante of rechthoekigedoorsnede dient de inwendige door-snede met 10% te worden vergrootvergeleken bij de doorsnede van deketelaansluiting;– de nuttige doorsnede van het rook-kanaal moet voldoen aan de volgen-de formule:S resulterende doorsnede in cm2K verminderingscoëfficiënt: 0,024 P vermogen van de ketel in kcal/hH hoogte van de schoorsteen inmeter, gemeten vanaf de as vande vlam tot aan de uitgang vande schoorsteen in de atmosfeer.
Bij het bepalen van de afmetin-gen van het rookkanaal moetrekening gehouden worden metde werkelijke hoogte van deschoorsteen in meter, gemetenvanaf de as van de vlam tot aande bovenkant, verminderd met:– 0,50 m voor iedere bocht inde verbindingsleiding tussenketel en rookkanaal;– 1,00 m voor iedere meterhorizontale lengte vangenoemde verbinding. Onze ketels zijn van het type B23 envergen naast de aansluiting op hetrookkanaal zoals hierboven aangege-ven verder geen bijzondere aansluitin-gen. 2. 4 BRANDSTOFTOEVOERDe ketel kan via de zijkant brandstoftoegevoerd krijgen; de leidingen moe-ten door de speciaal daarvoor bestem-de opening in de rechter-/linkerkantvan de mantel geleid worden om op depomp aangesloten te kunnen worden(fig. 5 - 5/a). Belangrijke aanwijzingen– Verzeker u ervan alvorens de bran-der in werking te stellen dat deretourleiding geen verstoppingenvertoont.
Door een te grote tegen-druk kan het dichtingsorgaan van depomp kapot gaan. – Controleer de leidingen op dichtheid. – De maximum onderdruk van 0,4 bar(300 mmHg) mag niet overschre-den worden (zie tabel 1). Boven die waarde komen er gassenuit de brandstof vrij waardoor ercavitatie van de pomp kan ontstaan. – Bij onderdrukinstallaties wordt gead-viseerd de retourleiding op dezelfdehoogte van de aanzuigleiding teplaatsen. In dit geval is de bodemklepniet nodig.
Als de retourleiding daar-entegen boven het brandstofniveaukomt te zitten is de bodemkleponontbeerlijk. Aanzuiging van de pompOm de aanzuiging van de pomp op gangte brengen hoeft de brander slechts inwerking te worden gesteld en gecon-troleerd te worden of de vlam brandt. Als de brander blokkeert voordat debrandstof de brander bereikt, moet uminimaal 20 seconden wachten, daar-na moet u op de ontgrendelknop(“RESET”) van de brander drukken en82H max 4 mHH1234567810 99Fig. 5Fig.
daarna weer heel de startfase afwach-ten totdat de vlam gaat branden. 2. 5 AFSTELLINGEN VAN DE BRANDERElk toestel wordt geleverd met eenverbrandingseenheid compleet metinspuitstuk en wordt in de fabriekingeregeld; het geniet toch de voor-keur om de in punt 1. 3 vermeldeparameters te controloren diebetrekking hebben op de atmosferi-sche druk ter hoogte van de zee-spiegel. Wanneer de installatie afstel-lingen vereist die afwijken van die vande fabriek dan mag dit uitsluitend doorbevoegd personeel uitgevoerd wordendat daarbij de hieronder vermeldeaanwijzingen aan moet houden. Om bij de afstelorganen van de ver-brandingseenheid te kunnen komenmoet de deur van de mantel verwij-derd worden. 2. 5. 1 Afstelling van de luchtklepOm de luchtklep af te stellen moet u aande schroef (1 fig. 6) draaien en deschaalverdeling (2 fig. 6), die de standvan de klep aangeeft, laten verschuiven.
De afstelwaarden van elk afzonderlijktoestel staan vermeld in punt 1. 3. 2. 5. 2 Regeling van de pompdrukOm de druk van de stookolie te regelenmoet u aan de schroef (3 fig. 6/a)draaien en aan de hand van een mano-meter, die op de drukmeetaansluiting(2 fig. 6/a) aangesloten is, controlerenof de druk overeenstemt met de inpunt 1. 3 voorgeschreven waarden. 2. 6 VERWARMINGSBLOKBij de modellen “AQUA 30 INOX”treedt het verwarmingsblok in werkingop het moment dat er toestemmingaan de branderautomaat gegevenwordt, waarbij de start gedurende eentijd van maximaal 90 seconden ver-traagd wordt; dit is nodig om de brand-stof in de buurt van de inspuitstukhou-der op een temperatuur van 65°C tekrijgen. Is deze temperatuur bereiktdan zal de thermostaat, die boven hetvoorverwarmingsapparaat (1 fig. 13/b) geplaatst is, toestemminggeven voor het starten van de brander.
Het verwarmingsapparaat zal netzolang in werking blijven als de branderen stoppen zodra de brander stopt. Het verwarmingsblok is niet gemon-teerd op de modellen “AQUA 40 INOX”omdat dit niet nodig is. 2.
7 ELEKTRISCHE AANSLUITINGDe ketel wordt geleverd met een elek-trische voedingskabel. Voor de voedingis een éénfasige spanning van 230V -50 Hz nodig via een hoofdschakelaar,die beschermd is door zekeringen. Dekabel van de kamerthermostaat waar-van de installatie verplicht is om eenbetere regeling van de kamertempera-tuur te verkrijgen, moet aangeslotenworden zoals afgebeeld op fig. 7. OPMERKING: De ketel moet in elkgeval worden aangesloten op eenstopcontact met aarding; gebeurt ditniet, dan wijst SIME elke aansprake-lijkheid voor schade of lichamelijk let-sel van de hand. Alvorens welke werkzaamheden danook aan het elektrische schakelpa-neel uit te voeren moet eerst de elek-trische stroomtoevoer uitgeschakeldworden. 8312567RESETTWICEONLY12123barLEGENDE1 Stookoliepomp2 Manometeraansluiting3 DrukregelschroefFig. 6Fig. 6/a.
853.1 AFMETINGEN VAN DE VERBRANDINGSKAMERDe verbrandingskamer is van het typemet rechtstreekse doorlaat en is inovereenstemming met de norm pr EN303-3 bijlage E. De afmetingen staanaangegeven op fig. 8. 3.2 BESCHIKBARE OPVOERHOOGTET.B.V. DE INSTALLATIEDe restopvoerhoogte voor de verwar-mingsinstallatie is al naar gelang het debietweergegeven in de grafiek van fig. 9.4.1 PROGRAMMEERKLOK (optioneel)Het bedieningspaneel laat het gebruikvan een programmeerklok toe die alsset op aanvraag leverbaar is, met voor-schriften voor de montage (fig.
10).Breng de elektrische aansluiting totstand zoals aangegeven in punt 2.6 enverwijder de brug van de klemmen-strook van de ketel.4.2 ONDERHOUD VAN DE BOILERBij het model “AQUA INOX” wordt devoorziening van sanitair warm watergegarandeerd door een met stalen boi-ler, voorzien van een magnesiumanodeter bescherming van de boiler en eeninspectieflens voor de controle en dereiniging. De magnesiumanode moet van tijdtot tijd gecontroleerd worden en ver-vangen worden als deze weggere-ageerd blijkt te zijn, op straffe vanverval van de garantie van de boiler(fig. 11).3 TECHNISCHE KENMERKEN4 GEBRUIK EN ONDERHOUDL270280Fig. 802001600140012001000800600400PORTATA (l/h)PREVALENZA RESIDUA (mbar)500400100200300AQUA - AQUA INOX1800Fig. 9L Volumemm m3SOLO 20 277 0,013109SOLO 30 377 0,019028Fig. 10ENLEVERFig. 11
4.3 DEMONTAGE VAN DE MANTELOm de ketel makkelijk te kunnen onder-houden kan de mantel volledig gede-monteerd worden waarbij u de nume-rieke volgorde die op fig. 12.4.4 DEMONTAGE VAN HET EXPANSIEVATOm het expansievat van de verwar-ming te demonteren moet u als volgtte werk gaan:– Ga na of al het water uit de ketel is.– Draai de koppeling waar het expan-sievat op aangesloten is los en detwee borgpennen van de bevesti-gingsbeugel.Voordat u overgaat tot het vullen vande installatie moet u eerst controlerenof het expansievat inderdaad op eendruk van 0,8 - 1 bar voorgeladen is.4.5 ONDERHOUD VAN DE BRANDEROm de brander van het deurtje van deketel te demonteren moet de moerverwijderd worden (fig.
13).– Om aan de binnenzijde van de bran-der te kunnen komen moet u hetluchtklepblok, dat met twee schroe-ven aan de zijkant bevestigd is, ver-wijderen en de rechterhelft verwijde-ren, die door vier schroeven op zijnplaats gehouden wordt, waarbij u opmoet passen dat de dichtingsringen(O-ringen) niet beschadigd worden.– Om de inspuitstukhouder en het ver-warmingsblok te demonteren moetu als volgt te werk gaan:– doe de kap van het toestel diedoor een schroef op zijn plaatsgehouden wordt open, maak dekabels van het verwarmingsappa-raat (1 fig. 13/a) die door een hit-tebestendige mantel beschermdworden los en laat ze, nadat u debetreffende kabeldoorvoer verwij-derd heeft, door het gat lopen;– maak de beide kabels van de ont-stekingselektroden die met eenfastonverbinding bevestigd zijn los;– maak de fitting (2 fig. 13/a) los endraai de vier schroeven waarmeede ring (3 fig.
4.6 REINIGING EN ONDERHOUDHet preventieve onderhoud en de con-trole van de werking van de toestellenen van de beveiligingssystemen moetna afloop van elk seizoen uitgevoerdworden en mag uitsluitend door erken-de vakmensen verricht worden.4.6.1 Reiniging van de rookgasdoorvoerenOm de rookgasdoorvoeren te reinigenmoeten de schroeven waarmee dedeur aan het ketellichaam bevestigd iseruit gedraaid worden, moeten de tur-bulatoren verwijderd worden en moe-ten de inwendige oppervlakken en derookgasafvoerpijp met een specialeborstel grondig schoongemaakt wor-den waarbij alle restanten verwijderdmoeten worden.Na het onderhoud gepleegd te hebbenmoeten de turbulatoren weer in deoorspronkelijke positie teruggeplaatstworden (fig. 14).4.6.2 Reiniging van de verbrandingskopOm de verbrandingskop te reinigenmoet u als volgt te werk gaan (fig.
15):– Koppel de hoogspanningskabels vande elektroden los.– Draai de bevestigingsschroeven vande steun van de propeller los en ver-wijder de steun.– Borstel de propeller (turbulentie-schijf) voorzichtig af.– Maak de ontstekingselektrodengoed schoon.– Ontdoe de fotocel goed van eventu-ele vuilaanslag die zich op het opper-vlak ervan afgezet heeft.– Ontdoe de overige onderdelen vande verbrandingskop van eventueleaanslag.– Na afloop hiervan moet u alles weermonteren waarbij u in de omgekeer-de volgorde als hierboven beschre-ven te werk moet gaan en waarbij uer op moet letten dat u de aangege-ven maten aanhoudt.4.6.3 Vervanging van het inspuitstukHet verdient de aanbeveling om hetinspuitstuk aan het begin van elk ver-warmingsseizoen te vervangen om erzeker van te zijn dat het verbrandings-debiet juist is en dat de spuitefficiëntie87213LEGENDE1 Thermostaat verwarmingsapparaat2 Dop3 VerwarmingsapparaatFig.
88bevredigend is. Om het inspuitstuk te vervangen moetu als volgt te werk gaan:– Koppel de hoogspanningskabels vande elektroden los. – Draai de bevestigingsschroef (A fig. 15) van de steun van de elektrodenlos en trek de steun eruit. – Houd het spuitblok met een sleutelnr. 19 tegen en draai het inspuitstukmet een sleutel nr. 16 los (fig. 16). 4. 7 STORINGEN IN DE WERKINGHieronder worden enkele oorzaken ende mogelijke oplossingen opgesomdvan een aantal storingen die eventueelkunnen optreden en die aanleiding kun-nen geven tot het niet of niet goedfunctioneren van de ketel. Een storing in de werking zorgt er in demeeste gevallen voor dat het waar-schuwingslampje van de besturings- encontroleautomaat dat op een blokke-ring duidt, gaat branden.
Als dit waarschuwingslampje gaatbranden, kan de brander pas weerfunctioneren nadat de ontgrendelknopvolledig ingedrukt is; als u dit gedaanheeft en de normale ontsteking weerplaatsvindt, kan de blokkering van debrander aan een onschuldige storingvan voorbijgaande aard worden toege-schreven. Als de blokkering daarentegen voort-duurt dan moet de oorzaak van de sto-ring vastgesteld worden en de hieron-der vermelde oplossingen toegepastworden:De brander gaat niet branden. –Controleer de elektrische aanslui-tingen. – Controleer of de brandstof goedwordt toegevoerd, of de filters enhet inspuitstuk schoon zijn en of deleiding is contlucht. – Controleer of de ontstekingsvonkengoed gevormd worden en of de bran-derautomaat goed functioneert. De brander gaat goed branden maargaat meteen daarna uit. – Controleer de waarneming van devlam, de instelling van de lucht en dewerking van de branderautomaat.
– Controleer de afstelling van de bran-der (analyse van de rookgassen), dekwaliteit van de brandstof, de matevan verstopping van de schoorsteenen of de luchtdoorlaat van de bran-der schoon is (stof). De ketel komt niet op temperatuur. – Controleer of het ketellichaamschoon is, controleer de combinatie,de afstelling, de prestaties van debrander, de van te voren afgesteldetemperatuur, de goede werking ende plaats van de regelthermostaat. – Verzeker u ervan dat het vermogenvan de ketel voldoende is met hetoog op de installatie. Er is een geur van onverbrandegassen. – Controleer of het ketellichaam en derookgasafvoer schoon zijn en of deketel en de afvoerleidingen (deurtje,verbrandingskamer, rookgasleiding,rookkanaal, afdichtingen) herme-tisch afgesloten zijn. –Controleer of de verbrandinggoed is. De veiligheidsklep van de ketel scha-kelt vaak in.
Omervoor te zorgen dat de ketel altijdoptimaal functioneert adviseren wijom de minimum bedrijfstempera-tuur nooit lager dan 60°C in te stel-len (fig. 20).INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKERBELANGRIJKE AANWIJZINGEN– In geval van defecten en/of storingen in de werking van het toestel moet u het toestel uitschakelen en u onthouden vanelke poging om het toestel zelf te repareren of er zelf aan te sleutelen. Als u de lucht van brandstof of van verbrandingruikt moet u het vertrek luchten en de brandstofafsluiter dichtdoen. Wend u zo spoedig mogelijk tot de ErkendeTechnische Servicedienst.–De installatie van de ketel en alle andere service- en onderhoudswerkzaamheden moeten door vakmensen uitgevoerdworden.–Het is streng verboden om de luchtinlaatroosters in het vertrek waar het toestel is geïnstalleerd af te dekken en de ven-tilatieopeningen te verkleinen.
VEILIGHEIDSAQUASTAATZodra de temperatuur boven de100°C stijgt, schakelt de veiligheids-aquastaat, die een handmatige reset-functie heeft, in waardoor de branderonmiddellijk gedoofd wordt. Om deketel weer in werking te stellen moet uhet zwarte kapje eraf schroeven enmoet u op het knopje dat zich daaron-der bevindt, drukken (fig. 21). Als ditvaak gebeurt moet u een erkende vak-man inschakelen om dit na te kijken. DE BRANDER ONTGRENDELENAls er storingen in de ontsteking of inde werking optreden dan wordt de wer-king van de ketel geblokkeerd en danzal het rode waarschuwingslampje ophet bedieningspaneel gaan branden. Om de ketel opnieuw proberen aan tezetten moet u de ontgrendelknop vande brander (“RESET”) indrukken totdatde vlam weer gaat branden (fig. 22). Deze handeling kan maximaal 2 - 3keer herhaald worden en indien dezepogingen niet slagen moet u eenberoep doen op erkende vakmensen.
LET OP: Controleer of er brandstof in de tankzit en of de kranen open staan. Telkens als de tank wordt gevuld, ver-dient het de aanbeveling om de wer-king van de ketel circa een uur lang teonderbreken. DE KETEL UITSCHAKELENOm de ketel uit te schakelen hoeft uslechts op de knop van de hoofdscha-kelaar te drukken (fig. 17). Draai debrandstofkranen en de waterkraan vande verwarmingsinstallatie dicht als deketel geruime tijd niet gebruikt wordt. DE INSTALLATIE VULLENControleer van tijd tot tijd of de hydro-meter als de installatie koud is een druk-waarde tussen de 1 en de 1,2 bar uit-wijst. Als de druk onder de 1 bar daaltdan moet de druk weer op het juisteniveau gebracht worden door de vul-kraan tegen de wijzers van de klok in tedraaien (naar links). Na afloop van dezehandeling moet u controleren of dekraan goed dicht gedraaid is (fig. 23).
REINIGING EN ONDERHOUDNa afloop van het verwarmingsseizoenmoet de ketel absoluut gereinigd engecontroleerd worden. Het preventieve onderhoud en decontrole van de werking van de toe-stellen en van de beveiligingssyste-men moet na afloop van elk seizoenuitgevoerd worden en mag uitslui-tend door erkende vakmensen ver-richt worden. 90RESETTWICEONLYFig. 2204132bar0°C12020 10040 8060Fig. 21APRE04132barFig. 23OPENONTGRENDEL - KNOP.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Sime Aqua INOX stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Sime
Handleiding Ketel & boiler
Nieuwste handleidingen voor Ketel & boiler