Siemens WM16W4G2NL Handleiding

Siemens Wasmachine WM16W4G2NL

Bekijk gratis de handleiding van Siemens WM16W4G2NL (68 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 68 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Siemens WM16W4G2NL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiksaanwijzingvoorde
wasautomaat
W3375
Leesbeslistdegebruiksaanwijzing
voordatuuwwasautomaatplaatst,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfenuvoorkomt
onnodigeschadeaanuwapparaat.
M.-Nr.09656160
nl-NL

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Wasmachine
Model: WM16W4G2NL

Handleiding Siemens WM16W4G2NL – volledige tekst

Textielbehandelingssymbolen. 30Het wijzigen van het programmaverloop. 31Het afbreken van een programma / Het wisselen van programma. 31Het onderbreken van het programma. 31Het wijzigen van een gekozen programma. 31Het basisprogramma. 31Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoeduit de trommel. 32Wasmiddelen. 33Het juiste wasmiddel. 33Doseerhulp. 34Wateronthardingsmiddel. 34Wasmiddelen met verschillende componenten. 34Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 35Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 35Apart spoelen met wasverzachter of stijfsel. 35Het kleuren en ontkleuren. 35Reiniging en onderhoud. 36Het reinigen van de trommel (Hygiëne Info). 36Het reinigen van de ommanteling en het bedieningspaneel. 36Het reinigen van de wasmiddellade. 36Het reinigen van de watertoevoerzeefjes. 38Nuttige tips. 39Het oplossen van problemen.

39Het programma start niet. 39Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 40Het wasprogramma verloopt normaal, maar er gaat een controlelampjebranden. 41Algemene problemen met de wasautomaat. 42Een tegenvallend wasresultaat. 43De deur kan met de Deur - toets niet worden geopend. 44Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 45Inhoud4.

Deze wasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheids-bepalingen.Ondeskundig gebruik kan persoonlijk letsel en schade aan hetapparaat veroorzaken.Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voor-dat u uw apparaat voor het eerst gebruikt.

Hierin vindt u belang-rijke instructies betreffende de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uwapparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de even-tuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik~Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik.~Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis.~Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder-houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen.Gebruik voor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant isniet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door eenander gebruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.~Personen die op grond van hun fysieke of psychischegesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit appa-raat niet in staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen ge-bruiken als ze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd dooreen verantwoordelijk persoon.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

Wanneer er kinderen in huis zijn~Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van dewasautomaat komen als ze constant onder toezicht staan.~Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon-der toezicht gebruiken, als ze daar uitleg over hebben gehad. Zemoeten inzien wat voor gevaar zij lopen wanneer ze het apparaatniet goed bedienen.~Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden.~Wanneer er kinderen in de buurt van de wasautomaat zijn, houdze dan goed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaanspelen.~Wanneer u met hoge temperaturen wast, bedenk dan dat hetglas van de deur heet wordt en zorg ervoor dat kinderen het glas tij-dens zo'n wasprogramma niet aanraken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.Een beschadigde wasautomaat mag niet worden geplaatst en nietin gebruik genomen.~Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die vanhet elektriciteitsnet.

Deze moeten beslist overeenkomen.Raadpleeg bij twijfel een elektricien.~De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend gega-randeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspec-teren.De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade diewordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aard-draad.~Gebruik om veiligheidsredenen geen verlengsnoer.Dit in verband met gevaar voor bijvoorbeeld oververhitting.~Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderde-len worden vervangen.Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, dat zijvolledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij stellen aan onze ap-paraten en onderdelen daarvan.~Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: "Het plaatsen en aan-sluiten van het apparaat" en "Technische gegevens".~Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8

~Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd.Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen onvoorziene risico'svoor de gebruiker opleveren, waarvoor de fabrikant niet aansprake-lijk kan worden gesteld.~Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door er-kende vakmensen worden vervangen.~Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto-maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan.Dat is het geval, als aan één van de volgende voorwaarden is vol-daan:– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit de contactdoos is getrokken.~De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op dewaterleiding worden aangesloten.

Een oude slangenset mag nietopnieuw worden gebruikt.~Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt.~Breng geen wijzingen aan de wasautomaat aan die nietnadrukkelijk door Miele zijn toegestaan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Nog meer aanwijzingen over het gebruik~De maximale beladingscapaciteit bedraagt 7 kg (droog was-goed), maar sommige programma’s hebben een lagere beladings-capaciteit. Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht".~Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten.Bevroren slangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaar-heid van de elektronische besturing kan door temperaturen onderhet vriespunt afnemen.~Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaat", pa-ragraaf: "Het verwijderen van de transportbeveiliging".Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij hetcentrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aan demeubels / apparaten die ernaast staan.~Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.

tijdens va-kanties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen af-voer in de vloer zoals een putje bevindt.~Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt.Zorg er daarom ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden.Wanneer de slang niet goed vastzit kan hij door de kracht van hetwegstromende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt.~Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa-perclips niet meewast.Deze kunnen namelijk onderdelen van de wasautomaat bescha-digen (bijv. kuip, wastrommel).Beschadigde onderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan hetwasgoed veroorzaken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10

~Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt.Mocht uw apparaat toch zo sterk verkalkt zijn, dat het beslist moetworden ontkalkt, gebruik daar dan speciale ontkalkingsmiddelenvoor die een anti-corrosie-middel bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uw Miele-vakhandelaar of bij deafdeling Onderdelen van Miele Nederland.

Volg de adviezen voorhet gebruik van de ontkalkingsmiddelen strikt op.~Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen.~Gebruik in deze wasautomaat nooit een oplosmiddelhoudend rei-nigingsmiddel zoals wasbenzine.Dit om te voorkomen dat onderdelen van het apparaat beschadigdraken, dat er giftige dampen ontstaan, dat er brand uitbreekt of datzich of zich een explosie voordoet.~Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zo-als wasbenzine.Zo´n middel kan het kunststof oppervlak beschadigen.~Wanneer u textielverf in de wasautomaat wilt gebruiken, kies dantextielverf die daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan striktnodig is en neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant preciesin acht.~Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken.Deze middelen mogen daarom niet in de wasautomaat worden ge-bruikt.~Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon.Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt, bel dan direct de dokter op.Personen met een gevoelige of beschadigde huid kunnen het vloei-bare wasmiddel maar beter niet aanraken.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

Toebehoren~Alleen originele Miele-toebehoren kunnen worden aan- of inge-bouwd.Wanneer er andere toebehoren worden aan- of ingebouwd, kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro-ductaansprakelijkheid.~Miele-droogautomaten en Miele-wasautomaten kunnen wordengecombineerd tot een was-droogzuil. Daarvoor is een Miele-tussen-stuk nodig.Let erop dat het tussenstuk dat u nabestelt bij uw Miele-droogauto-maat en Miele-wasautomaat past.~Wilt u een Miele-sokkel nabestellen, let er dan op dat deze bij uwwasautomaat past.Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan defabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade diedaar eventueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12

Bedieningspaneela DisplayHet display kan verschillende dingenaangeven.Zie volgende bladzijde.b Start - toetsMet deze toets kunt u– het starttijdstip van het te kiezen pro-gramma van te voren instellen;– een wasprogramma starten.c Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties in- of uitschakelen.Met de bovenste toets kunt u óf Kortóf Voorwas óf Inweken kiezen.Met de onderste toets kunt u Extrawater kiezen.Wanneer u een extra functie in-,resp. uitschakelt gaat het daarbij be-horende controlelampje branden,resp.

gaat het uit.d Controlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, Spoelstop enZonder centrifugerene Toets voor het centrifugerenMet deze toets kunt u het gewenstecentrifugetoerental, de Spoelstop ofZonder centrifugeren instellen.f ProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur instellen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.g Controlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.h Andere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan.i K - toetsMet deze toets kunt u:de wasautomaat in- en uitschakelenen het programma onderbreken.Het apparaat gaat in het kader vande energiebesparing automatischuit, en wel 15 minuten nadat het is in-geschakeld en niet bediend en te-vens na afloop van een programma /de kreukbeveiliging.j Deur - toetsMet deze toets kunt u de deur ope-nen.Bediening van de wasautomaat13

DisplayHet display kan verschillende dingenaangeven:–de programmaduur (resttijd);–de voorgeprogrammeerde tijd;–de programmeerfuncties.Programmaduur (resttijd)Wanneer u een programma start zon-der gebruik te maken van de voorpro-grammering, dan geeft het display inuren en minuten aan hoelang het pro-gramma waarschijnlijk gaat duren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft het dis-play pas na afloop van de voorgepro-grammeerde tijd aan hoelang het pro-gramma gaat duren.Tijdens de eerste 10 minuten berekentde wasautomaat hoelang het duurtvoordat het wasgoed het water heeftopgenomen en berekent op grond hier-van de belading.Het is mogelijk dat het programmadaardoor langer of korter gaat duren.Voorgeprogrammeerde tijdWanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft het dis-play eerst de voorgeprogrammeerdetijd aan, d.w.z.

geeft aan hoelang hetnog duurt voordat het gekozen pro-gramma begint.Na de programmastart wordt de voor-geprogrammeerde tijd in het display af-geteld, en wel–tot 10 h per uur;–vanaf9h59minperminuut.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd start het programma auto-matisch en geeft het display aan hoe-lang het programma waarschijnlijk gaatduren.ProgrammeerfunctiesU kunt een aantal varianten instellen omhet wasprogramma nog beter af testemmen op het soort wasgoed en demanier waarop u dit wilt wassen.De varianten zijn daarbij in het displayte zien.Bediening van de wasautomaat14

Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat".Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren.Ter activering van het centrifugerenmoet u eerst een wasprogramma zon-der wasgoed en zonder wasmiddeldraaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dankan er overmatige schuimvorming op-treden.Met het draaien van een wasprogram-ma zonder wasgoed en zonder was-middel activeert u tegelijkertijd het ko-gelventiel.Het kogelventiel zorgt ervoor dat vanafde eerste wasbeurt steeds al het was-middel wordt gebruikt.^Draai de kraan open.^Schakel de wasautomaat met deK - toets in.^Draai de programmaschakelaar opKatoen 60°C.^Druk op de Start - toets.^Schakel de wasautomaat na afloopvan het programma uit.De wasautomaat is nu in gebruik geno-men.Ingebruikneming van het apparaat15

Energie- en waterverbruik–Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings-capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.–Bedenk dat het apparaat dankzij debeladingsautomaat bij een geringebelading minder water en energieverbruikt en de programmaduur ver-kort.Het is daardoor mogelijk dat de pro-grammaduur in de loop van het was-programma wordt gewijzigd.– Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden was-goed.– Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om met lagere temperaturente wassen, bijv.

met 20°C.Maak gebruik van deze mogelijkheid.– Voor een goede hygiëne in de was-automaat adviseren wij u om zo nuen dan een programma met een tem-peratuur van minstens 60°C testarten.Het controlelampje Hygiëne Info her-innert u daaraan.Wasmiddelen–Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingstaat aangegeven.–Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is.–Reduceer bij geringere beladings-hoeveelheden de hoeveelheid was-middel.Gebruik bij halve belading ca.1/3minder wasmiddel.Juiste keuze van de extra functies(Kort, Inweken, Voorwas)Kies voor:– licht vervuild wasgoedzonder zicht-bare vlekken een wasprogrammamet de extra functie Kort;– normaal tot sterk vervuild wasgoedmet zichtbare vlekken een waspro-gramma zonder extra functie;– zeer sterk vervuild wasgoedeenwasprogramma met de extra functieInweken;–wasgoed waar veel stof of zand in ziteen wasprogramma met de extrafunctie Voorwas.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.Tips om energie en water te besparen16

Korte handleidingWanneer u een kort overzicht wilt heb-ben over hoe u de wasautomaat moetbedienen, kunt u de met cijfers aange-duide stappen (A, B, C,...)aanhou-den.A Inspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^ Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken.

Maak ze vast of verwijderze.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel de vitrage ineen doek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.^Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen andere textiel interecht kan komen.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds-etiket, dat zich in de kraag of in dezijnaad bevindt.^Was geen textiel dat volgens het on-derhoudsetiket niet in de wasauto-maat kan worden gewassen. Hetsymbool daarvoor is: h.^ Was licht en donker textiel bij deeerste wasbeurten apart, want don-ker textiel geeft dan vaak iets af.Het voorbehandelen van vlekken^ Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn.

B Schakel de wasautomaat inC Belaad de wasautomaat^Open de deur met de Deur - toets.^Leg het wasgoed uit elkaar gevou-wen en losjes in de trommel.^Leg stukken wasgoed van verschil-lende grootte in de trommel.Daardoor wordt een beter wasresultaatbereikt en kan het wasgoed zich tijdenshet centrifugeren beter verdelen.^Gebruik de maximale belading.Bij een maximale belading is het ener-gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst.Bij overschrijding van de maximale be-ladingscapaciteit vallen de wasresulta-ten tegen en gaat het wasgoed snellerkreuken.Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt.^Sluit de deur met een lichte klap.D Programmeer indien gewenst hetstarttijdstip van het te kiezen pro-gramma vòòrDe programmaschakelaar moet daar-bij op stand , Einde staan.^Druk op de Start - toets.Kies hoofdstuk: "Voorprogramme-ring".E Kies een programma^ Draai de programmakeuzeschake-laar op het gewenste programma.Wanneer u het starttijdstip niet heeftvoorgeprogrammeerd, geeft het displayde vermoedelijke programmaduur aan.Zo wast u goed18

F Kies eventueel (een) extra func-tie(s)Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.Met de bovenste toets kunt u de extrafunctie Kort of Voorwas of Inweken kie-zen of u kiest geen extra functie.Met de onderste toets kunt u de extrafunctie Extra water kiezen.^Kies de gewenste extra functie.Wanneer u een extra functie in-, resp.uitschakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje branden, resp. gaat hetuit.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Kiest u een extra functie waarvan hetlampje niet gaat branden, betekentdat, dat deze functie binnen het was-programma dat u heeft gekozen nietmogelijk is.G Kies het centrifugetoerental^Druk zo vaak op de toets voor hetcentrifugeren totdat het controle-lampje oplicht van het door u ge-wenste toerental.Zo wast u goed19

H Doseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel wasmiddel te doseren.Te weinig wasmiddel heeft tot gevolgdat–het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;–er zich vetbolletjes in het wasgoedvormen;–er zich kalk op de kuip en de verwar-mingselementen afzet.Te veel wasmiddel heeft tot gevolg dat– er zich te veel schuim vormt, de was-werking daardoor gering is en dereinigings-, spoel- en centrifugeerre-sultaten niet optimaal zijn;– er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het middel in de vakjes.iVakje voor de voorwasWanneer u de extra functie Voorwashebt gekozen, doseer dan1/3in vak-je i en2/3in vakje j.jVakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneer u dezeextra functie hebt gekozen.§Vakje voor wasverzachter of stijfsel^Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.Nadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".Zo wast u goed20

I Start het programmaDe Start - toets is nu aan het knipperen.^Druk op deze toets.Wanneer u de start heeft voorgepro-grammeerd, dan geeft het display devoorgeprogrammeerde tijd aan, d.w.z.geeft aan hoe lang het nog duurt voor-dat het gekozen programma begint.Deze tijd wordt in het display afgeteld.Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd start het programma engeeft het display aan hoelang het pro-gramma waarschijnlijk gaat duren.Wanneer u de start niet heeft voorge-programmeerd, dan geeft het displaydirect aan hoelang het programmawaarschijnlijk gaat duren.Tijdens de eerste 10 minuten berekentde wasautomaat hoe lang het duurtvoordat het wasgoed het water heeftopgenomen en berekent op grond hier-van de belading.Het is mogelijk dat het programmadaardoor langer of korter gaat durendan eerst aangegeven.J Wat te doen na afloop van een pro-grammaNa afloop van het programma brandthet controlelampje Kreukbeveiliging /Einde.15 minuten na afloop van de kreuk-beveiliging wordt de automaat auto-matisch uitgeschakeld.U kunt de automaat met de K - toetsweer inschakelen.^Open de deur met de Deur - toets.^Haal het wasgoed uit de trommel.^ Controleer of de trommel leeg is.Blijven er stukken wasgoed in detrommel liggen, loopt u het risico datze bij de volgende wasbeurt krim-pen of afgeven.^ Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge-bleven.^Schakel de wasautomaat met deK - toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op , Einde.^Sluit de deur.Doet u dat niet, dan bestaat het gevaardat er voorwerpen per vergissing in detrommel terechtkomen, worden meege-wassen en het wasgoed beschadigen.Zo wast u goed21

Maximaal centrifugetoerentalHet maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver-schillen.U kunt een lager toerental instellen.N.B.:Bij de programma's met 1200 omw/mingaat het controlelampje van 1300 omw/min branden, maar er wordt met 1200omw/min gecentrifugeerd.Het centrifugeren tussen de spoel-gangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager centrifugetoerental in,dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.In het programma Katoen wordt bij eentoerental van lager dan 700 omw/mineen spoelgang ingelast.Het kiezen van de Spoelstop^Druk zo vaak op de toets voor hetcentrifugeren, totdat het controle-lampje Spoelstop brandt.Het wasgoed blijft na de laatste spoel-gang in het water liggen.

Dat heeft hetvoordeel dat het wasgoed minderkreukt wanneer u het niet direct uit detrommel haalt.–Wilt u alsnog eindcentrifugeren:^Kies een toerental.De automaat begint met centrifugeren.– Wilt u het programma beëindigen:^ Druk op de Deur - toets.Het water wordt afgepompt.^ Druk opnieuw op de Deur - toets.De deur gaat open.Het overslaan van het centrifugerentussen de spoelgangen en het eind-centrifugeren^Druk zo vaak op de toets voor hetcentrifugeren, totdat het controle-lampje Zonder centrifugeren brandt.Na de laatste spoelgang wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbevei-liging ingeschakeld.In enkele programma's wordt eenspoelgang ingelast.Centrifugeren22Programma Omw/minKatoen 1600Kreukherstellend 1200Automatic extra 900Donker wasg. / Jeans 1200Express 20 1600Overhemden 600Wol 1200Fijne was 600Pompen / Centrifug. 1600Extra spoelen/Stijven 1200

Met de voorprogrammering kunt u hettijdstip dat het door u gekozen pro-gramma start minimaal 30 minuten enmaximaal 24 uur van te voren instellen.Dit kunt u bijvoorbeeld doen om ge-bruik te maken van het nachttarief.Het voorprogrammerenDe programmakeuzeschakelaar moetop stand d Einde staan.Het controlelampje d Voorprogramme-ring in het display knippert.^Druk op de Start - toets.Iedere keer wanneer u daarop druktverschuift het starttijdstip en wel–tot 10 uur in stappen van 30 minuten;–vanaf 10 uur in stappen van 1 uur.^Druk zo vaak op de Start - toets, tot-dat in het display de tijd verschijntdie u wilt voorprogrammeren.Wanneer u op de toets blijft drukken,verspringt de tijd automatisch naar24 h.Het wijzigen van de voorgeprogram-meerde tijdNa de programmakeuze is een wijzi-ging niet meer mogelijk.Het wissen van de voorgeprogram-meerde tijd^Druk nog eens op de Start - toets,wanneer het display 24 ^ aangeeft.Het wissen van de voorgeprogram-meerde tijd, wanneer er al op deStart - toets is gedrukt.^ Breek het programma af.Voorprogrammering23

Programma-overzicht24Katoen 90°C tot 30°C Maximaal 7,0 kgWasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servettenAttentie De instellingen 60°/40°C onderscheiden zich van r/s daarin,dat:–de programma's korter duren;–de temperaturen langer worden aangehouden;–het energieverbruik hoger is.Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt.Katoen r/s Maximaal 7,0 kgWasgoed Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnenAttentie – Deze instellingen zijn vanuit energie- en wateroogpunt voor hetwassen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.– Bij r is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was-resultaat is gelijk aan dat van het programma Katoen 60°C.Instructies voor testbureaus:Testprogramma volgens EN 60456 en energie-etikettering volgens richtlijn 1061/2010Kreukherstellend 60°C tot 20°C Maximaal 3,5 kgWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel-lend gemaakt katoenTip Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager centrifugetoerental.Automatic extra 40°C Maximaal 5,0 kgWasgoed Wasgoed dat naar kleur is gesorteerd en een combinatie is vanwasgoed dat anders met het programma Katoen en met het pro-gramma Kreukherstellend wordt gewassen.Attentie Beide soorten wasgoed worden zo behoedzaam mogelijk behan-deld en zo goed mogelijk gereinigd.

Was lichte en donkere jeansstoffen daaromapart.Express 20 40°C Maximaal 3,0 kgWasgoed Wasgoed dat nauwelijks gedragen of dat wel gedragen, maar nau-welijks vuil is.Tip De extra functie Kort is automatisch geactiveerd.Overhemden 40°C Maximaal 2,0 kgTips – Behandel kragen en manchetten vòòr als dat nodig is.– Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programmaFijne was.Wol / 30°C tot koud Maximaal 2,0 kgWasgoed Wasgoed van wol en wolmengweefsels of wasgoed dat anders metde hand wordt gewassenTip Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.Fijne was 40°C tot koud Maximaal 2,0 kgWasgoed–Teer textiel van synthetische vezels, mengweefsels of kunstzijde–Vitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan wordengewassen.Tips–Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programmamet de extra functie Voorwas moeten worden gewassen.–Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet.

Programma-overzicht26Pompen/CentrifugerenTips–Alleen pompen: Kies Zonder centrifugeren.–Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in.Extra spoelen / Stijven Maximaal 7,0 kgWasgoed–Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld–Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-stevenTips–Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.–Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet metwasverzachter nabehandeld zijn.– Het spoelresultaat met twee spoelgangen kunt u nog verder ver-beteren door de extra functie Extra water te kiezen. Via de pro-grammeerfunctie Systeem extra water moet de variant P3 of P4zijn ingesteld.

Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.KortVoor licht vervuild wasgoed zonderzichtbare vlekken.Met deze functie kunt u de hoofdwasverkorten.VoorwasVoor wasgoed waar veel stof of zand inzit.Met deze functie kunt u een voorwas in-stellen.InwekenVoor wasgoed dat sterk is vervuild dooreiwithoudende vlekken, bijv.

bloed, veten cacao.Met deze functie kunt u het wasgoedvòòr het wassen inweken.U kunt tussen 4 inweektijden kiezen, teweten 2 uur, anderhalf uur, 1 uur en 30minuten.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd is de inweektijd op 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: "Programmeerfuncties", pa-ragraaf: "Inweektijd".Extra waterWanneer u deze functie heeft ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma'smeer water gebruikt.U kunt tussen 3 varianten kiezen.Wanneer het apparaat wordt geleverd,wordt de waterstand bij het wassen enbij het spoelen verhoogd.Voor het wijzigen van de variant ziehoofdstuk: "Programmeerfuncties", pa-ragraaf "Systeem extra water".Welke extra functies bij welkewasprogramma’s?Van de extra functies Kort, Voorwas enInweken kunt u er altijd maar èènkie-zen.KortVoorwasInwekenExtra waterKatoen XXXXKreukherstellend XXXXAutomatic extraDonker wasgoed /JeansXXXExpress 20 X1)XOverhemden X X XWol !Fijne was X X XPompen / Centri-fugerenExtra spoelen /StijvenX1)Deze extra functie is vast onderdeelvan het programma.Extra functies27

d = Lage waterstand( = Middelste waterstande = Hoge waterstanda = Intensief ritmeb = Normaal ritmec = Behoedzaam ritmed = Sensitief ritmee = Schommelritmef = HandwasritmeDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en het soort textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.

De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma's dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.Het display geeft tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro-gramma zich op dat moment bevindt.Nadere bijzonderheden over het pro-grammaverloop:Kreukbeveiliging:De trommel beweegt nog 30 minutenna afloop van het programma omkreukvorming te voorkomen.Dit geldt niet voor Wol.De wasautomaat kan altijd worden geo-pend.1)Wordt er een temperatuur gekozenvan 60°C tot 90°C, dan worden er 2spoelgangen uitgevoerd.Wordt er een temperatuur gekozenvan beneden de 60°C, dan wordener 3 spoelgangen uitgevoerd.2)Een 3e, resp.

WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan.9 Normaal programma4 Mild programmac Zeer mild programma/ Handwash Niet wassenVoorbeelden voor de programmakeu-zeProgramma Textielbehande-lingssymbolenKatoen 9ö8E76Kreukherstel-lend54321Fijne was acWol //Express 20 76Automatic extra 7621TrommeldrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan.q Op een normale temperatuurr Op een lagere temperatuurs Niet drogen in de automaatStrijkenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan.I ca. 200°CH ca. 150°CG ca. 110°CJ Niet strijkenChemisch reinigenf Reiniging met chemische op-losmiddelen.De letters verwijzen naar hetreinigingsmiddel.pw Nat reinigenD Niet chemisch reinigenBlekenx Elk bleekmiddel toegestaan{ Alleen zuurstofbleekmiddeltoegestaanz Niet blekenTextielbehandelingssymbolen30

Het afbreken van een program-ma / Het wisselen van pro-grammaU kunt een wasprogramma ieder mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start.^Draai de programmaschakelaar opstand , Einde.Wanneer in het programmaverloop hetcontrolelampje Kreukbeveiliging/Eindegaat branden, dan is het programmaafgelopen.Wilt u een ander programma kiezen,doe dan het volgende.^ Schakel de wasautomaat met deK - toets uit en weer in.^ Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit.Is dat niet het geval,^ doseer genoeg wasmiddel.^Kies en start een ander programma.Wilt u het wasgoed uit de automaat ha-len, doe dan het volgende.^Draai de programmakeuzeschake-laar op Pompen / Centrifugeren.Let op het centrifugetoerental.^Druk op de Start - toets.De wasautomaat pompt het water weg.^Druk op de Deur - toets.Het onderbreken van het pro-gramma^Schakel de wasautomaat met deK - toets uit.^Wilt u het programma weer voortzet-ten,^schakel de wasautomaat dan met deK - toets in.Het wijzigen van een gekozenprogrammaHet basisprogrammaWanneer een programma eenmaal isgestart, kunt u geen ander programmameer kiezen zonder het lopende pro-gramma af te breken.De temperatuurDe temperatuur kunt u tot 6 minuten nade programmastart wijzigen.Het centrifugetoerentalHet centrifugetoerental kunt u tot vlakvoor het eindcentrifugeren wijzigen.De extra functie Extra waterDeze extra functie kunt u tot 6 minutenna de programmastart in- of uitschake-len.Het wijzigen van het programmaverloop31

Het bijvullen van de trommel ofhet voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommel^Druk op de Deur - toets en klap dedeur open.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de deur.Het programma wordt automatischvoortgezet.Attentie:Nadat de wasautomaat een programmaeenmaal heeft gestart kan hij in de hoe-veelheid wasgoed geen wijzigingenmeer vaststellen.Daarom gaat de wasautomaat, ook na-dat u nog wasgoed in de trommel hebtgelegd of wasgoed uit de trommel heeftgehaald, altijd van de maximale bela-dingshoeveelheid uit.De resttijd kan langer zijn dan aange-geven.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan-neer–de temperatuur van het sop bovende 55°C komt;–de waterstand te hoog is;–de programmafase Centrifugeren isbereikt.Het wijzigen van het programmaverloop32

Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken die voor gebruik in de wasautomaat geschiktzijn. Tips voor gebruik en dosering van wasmiddelen voor volle belading staan opde wasmiddelverpakking.Wasmiddelen33Universeel Color- Fijn- Speci-aal*Impregneer-middel**Was-ver-zachterwasmiddelKatoen X X – – – XKreukherstellend X X – – – XAutomatic extra X X – – – XDonker wasg.

/Jeans1)–X–– – XExpress 201)XX–– – XOverhemden X X – – – XWol / –––X – XFijne was X X X – – XPompen / Centrifu-g.–––– – –Extra spoelen/Stijven–––X – X1)Vloeibaar wasmiddelWanneer u de extra functie "Voorwas" heeft gekozen, kunt u het beste een bak-je voor vloeibaar wasmiddel in vakje j plaatsen.Het bakje is verkrijgbaar bij de Miele vakhandel of bij de afdeling Onderdelenvan Miele Nederland B.V.2)Poederwasmiddel* Speciaal wasmiddel:Wasmiddel dat speciaal voor een bepaald soort wasgoed is ontwikkeld (bijv.Miele CareCollection. Zie hoofdstuk: "Na te bestellen was- en onderhoudsmid-delen".)** Alleen impregneermiddelen met de aanduiding: "Geschikt voormembraantextiel". Deze zijn gebaseerd op fluorchemische verbindingen.Gebruik geen parafinehoudende middelen.Doseer impregneermiddelen in vakje §.

Het doseren van wasmiddelDe dosering is van verschillende facto-ren afhankelijk.–De hoeveelheid wasgoedLet op het doseeradvies.–De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheidsgraad Duitse hardheid°dHZacht (I) 0 - 8,4Gemiddeld (II) 8,4 - 14Hard tot zeer hard (III) > 14DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de wasmid-delfabrikant als hulp bij het doseren zijngeleverd, bijv. doseerbolletjes.

Gebruikdie vooral bij vloeibare wasmiddelen.NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken inplaats van flessen.WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z. in doseringen voor zachtwater tot 10° dH.Wasmiddelen met verschil-lende componentenWanneer u met verscheidene compo-nenten wast, adviseren wij u deze mid-delen altijd bij elkaar in vakje j te do-seren, en wel in de onderstaande volg-orde:1. Wasmiddel2. Wateronthardingsmiddel3. VlekkenzoutDan worden de middelen beter inge-spoeld.Wasmiddelen34

Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachtersMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfselsMet synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.StijfselsMet gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.Automatisch spoelen met wasver-zachter of stijfsel^Doseer één van bovenstaande pro-ducten in vakje §.Doseer niet hoger dan de pijl.De middelen worden automatisch methet laatste spoelwater in de trommelgespoeld.Aan het eind van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakje§ staan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.Apart spoelen met wasverzachter ofstijfsel^Doseer de middelen en bereid zevoor zoals op de verpakking aange-geven.^Doseer vloeibare middelen in vakje§.^ Doseer poedervormige of stroperigemiddelen in vakje i.^ Draai de programmakeuzeschake-laar op stand Extra spoelen / Stijven.^ Kies een centrifugetoerental.^ Druk op de Start - toets.Het kleuren en ontkleuren^Let erop dat gebruik van textielverf inde wasautomaat alleen is toegestaanvoor huishoudelijke doeleinden.Neem niet meer verf dan strikt nodigis.Wordt er teveel geverfd dan kan hetin de verf aanwezige zout het roest-vrij staal aantasten.Neem de aanwijzingen van de textiel-verffabrikant precies in acht.^Gebruik geenontkleuringsmiddelenin de automaat.Wasmiddelen35

Het reinigen van de trommel(Hygiëne Info)Wanneer er met lage temperaturen en /of een vloeibaar wasmiddel wordt ge-wassen, bestaat het gevaar dat er in dewasautomaat ziektekiemen en geurtjesontstaan.Draai om dit te voorkomen een waspro-gramma op minstens 60°C met een uni-verseel, poedervormig wasmiddel.Doe dit eenmaal in de maand of iederekeer wanneer het controlelampje Hygië-ne Info gaat branden.Het reinigen van de ommante-ling en het bedieningspaneel,Haal vóórdat u de wasautomaateen reinigings- of onderhoudsbeurtgeeft de spanning van het apparaat.,Spuit de wasautomaat in geengeval met een waterspuit schoon.^Reinig ommanteling en bedienings-paneel met een vochtige doek eneen mild reinigingsmiddel of sopje.^Droog deze onderdelen daarna meteen zachte doek.,Gebruik geen oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen, schuur-middelen, glas- of allesreinigers.Deze kunnen namelijk kunststof op-pervlakken en andere onderdelenbeschadigen.Het reinigen van de wasmid-delladeDe wasmiddellade heeft verschillendevakjes.

Het reinigen van de zuighevel^Trek de zuighevel uit vakje § (1)^ en reinig de hevel onder de warmekraan.^ Reinig ook het buisje waar de zuighe-vel overheen wordt gestoken.^ Zet de zuighevel weer terug (2).Wanneer u verschillende kerenvloeibaar stijfsel hebt gebruikt, reinigde zuighevel dan extra goed.Vloeibare stijfsels klonteren snel.Het reinigen van de wasmiddellade-kast^ Reinig ook het gedeelte waar dewasmiddellade zit.Verwijder de wasmiddelresten enkalkaanslag en gebruik daarvoor eenflessenborstel.Reiniging en onderhoud37

Het reinigen van de watertoe-voerzeefjesDe automaat heeft twee zeefjes ter be-scherming van de watertoevoerklep.Deze moeten worden gecontroleerdwanneer het controlelampje voor dewatertoevoer brandt.Het reinigen van het zeefje in de wa-tertoevoerslang^Draai de waterkraan dicht.^Schroef de toevoerslang van de wa-terkraan.^Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef.^Pak het kunststof zeefje 2 met eencombinatie- of punttang aan de op-staande rand in het midden vast entrek het eruit.^Reinig het zeefje.^Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.Het reinigen van het zeefje in hetkoppelstuk van de watertoevoerklep^Schroef de geribbelde kunststofmoer voorzichtig met een tang vanhet koppelstuk af.^ Pak het kunststof zeefje met bijv.

Het oplossen van problemen...De meeste problemen waar u in het dagelijks gebruik mee te maken zou kunnenkrijgen kunt u zelf oplossen.In al die gevallen hoeft u de afdeling Klantcontacten niet in te schakelen en kunt utijd en kosten besparen.De volgende tabellen helpen u om de oorzaken van een probleem te vinden en uitde wereld te helpen. Bedenk echter:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmen-sen worden uitgevoerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens WM16W4G2NL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden