Siemens LI99SA684 Handleiding

Siemens Afzuigkap LI99SA684

Bekijk gratis de handleiding van Siemens LI99SA684 (20 pagina’s), behorend tot de categorie Afzuigkap. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Siemens LI99SA684 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/20
LI67SA681S, LI67SA271, LI67SA671, LI99SA684, LI69SA684
Afzuigkap
NLGebruikershandleiding en installatie-instructies
Siemens Home Appliances
Register your appliance on My Siemens
and discover exclusive services and offers.

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Afzuigkap
Model: LI99SA684
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Breedte: 898 mm
Diepte: 290 mm
Netbelasting: 266 W
Snoerlengte: 1.75 m
Geluidsniveau: 57 dB
Jaarlijks energieverbruik: 40.9 kWu
Soort: Inbouw
Motor vermogen: 260 W
Uitlaat aansluiting diameter: 150 mm
Illuminance: 355 Lux
Maximale afzuigcapaciteit: 959 m³/uur
Afzuigmethode: Recirculerend
Fluid dynamic efficiency class: A
Verlichtingefficiëntieklasse: A
Vetfilterefficiëntieklasse: B
Geluidsniveau (lage snelheid): 42 dB
Aantal lampen: 3 gloeilamp(en)
Type lamp: LED
Soort vetfilter: Roestvrijstaal
Hoogte (max): 378 mm
Vermogen lamp: 1.5 W
Verwijderbare filter: Ja
Installatie compartiment breedte: 524 mm
Installatie compartiment diepte: 290 mm
Installatie compartiment hoogte: 337 mm
Aantal snelheden: 3
Intensieve stand: Ja
Vaatwasserbestendig filter: Ja
AC-ingangsspanning: 220-240 V
Energie-efficiëntieschaal: A+++ tot D
Indicator filterreiniging: Ja

Handleiding Siemens LI99SA684 – volledige tekst

nl InhoudsopgaveU kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan deQR-code op de titelpagina. InhoudsopgaveInhoudsopgaveGEBRUIKERSHANDLEIDING1 Veiligheid⁠ ⁠. ⁠ ⁠22 Materiële schade voorkomen⁠ ⁠. ⁠ ⁠43 Milieubescherming en besparing⁠ ⁠. ⁠ ⁠54 Functies⁠ ⁠. ⁠ ⁠55 Uw apparaat leren kennen⁠ ⁠. ⁠ ⁠56 Voor het eerste gebruik⁠ ⁠. ⁠ ⁠67 De Bediening in essentie⁠ ⁠. ⁠ ⁠68 Reiniging en onderhoud⁠ ⁠. ⁠ ⁠89 Storingen verhelpen⁠ ⁠. ⁠ ⁠910 Afvoeren⁠ ⁠. ⁠ ⁠1011 Servicedienst⁠ ⁠. ⁠ ⁠1012 Accessoires⁠ ⁠. ⁠ ⁠1013 MONTAGEHANDLEIDING⁠ ⁠. ⁠ ⁠1113. 3 Veilige montage⁠ ⁠. ⁠ ⁠11Veiligheid 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voor vol-gende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1.

2 Bestemming van het apparaatGebruik het apparaat uitsluitend:¡ om kookdamp af te zuigen. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡ met een externe kookwekker. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,sensorische of geestelijke beperkingen of metgebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetveilige gebruik van het apparaat en de daaruitresulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nietworden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen.

De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. De vetfilters regelmatig reinigen. Nooit in de omgeving van het apparaat metopen vuur werken (bijv. flamberen). Het apparaat alleen in de buurt van eenvuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. houtof kolen) installeren wanneer de vuurbroneen afgesloten, niet verwijderbare afscher-ming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen. Hete olie en heet vet ontvlammen erg snel. Hete olie en vet permanent in het oog hou-den. Nooit brandende olie of vet met water blus-sen. Kookplaat uitschakelen. Vlammen voor-zichtig met deksel, blusdeken of iets derge-lijks doven en laten afkoelen. Gaskookplaten waar geen pan op staat, ont-wikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een2.

Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. Kleine onderdelen uit de buurt van kinderenhouden. Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. Vuurbronnen die de luchtin de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die opgas, olie, hout of kolen worden gestookt, gei-sers, warmwatertoestellen) betrekken de ver-brandingslucht uit de opstellingsruimte en voe-ren de gassen via een afvoer (bijv. schoor-steen) af naar buiten. In combinatie met eeningeschakelde afzuigkap wordt aan de keukenen aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrok-ken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaater een onderdruk.

Giftige gassen uit deschoorsteen of het afvoerkanaal worden terug-gezogen in de woonruimte. Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die ge-bruik maakt van de aanwezige lucht.

U kunt het apparaat alleen dan zonder risicogebruiken wanneer de onderdruk in de ruim-te waarin de vuurbron zich bevindt niet gro-ter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan wordenbereikt wanneer de voor de verbranding be-nodigde lucht door niet afsluitbare openin-gen, bijv. in deuren, ramen, in combinatiemet een ventilatiekast in de muur of door an-dere technische voorzieningen, kan wordentoegevoerd. Een luchtaanvoer/afvoereenheidin de muur alleen is niet voldoende om aande minimale eisen te voldoen. Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kan eenvoorstel doen voor passende maatregelenop het gebied van de luchttoevoer. Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mo-gelijk.

Door het gebruik van een gaskooktoestel ont-staan er warmte, vocht en verbrandingspro-ducten in de opstellingsruimte. Bij gebruik van een gaskooktoestel de af-zuigkap inschakelen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnenscherpe randen hebben. Binnenkant van het apparaat voorzichtig rei-nigen. 3.

nl Materiële schade voorkomenWijzigingen aan de elektrische of mechanischeopbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden totfunctiestoringen. Geen wijzigingen aan de elektrische of me-chanische opbouw aanbrengen. Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan deogen beschadigen (risicogroep 1). Niet langer dan 100 seconden direct in deingeschakelde LED-lampen kijken. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen geschoold vakpersoneel mag repara-ties aan het apparaat uitvoeren. Bel de servicedienst als het apparaat defectis. "Servicedienst", Pagina10WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken.

Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de klantenservice. Pagina10Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat. Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, moet het ter vermijding van risi-co's worden vervangen door de fabrikant, deservicedienst of een andere gekwalificeerdepersoon. Binnendringend vocht kan een schok veroor-zaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stop-contact halen of de zekering in de meterkastuitschakelen. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-bruiken om het apparaat te reinigen. Binnendringend vocht kan een schok veroor-zaken.

Het afvoerluchtknaal moet vanaf het apparaat metminstens 1° helling zijn geïnstalleerd. Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze af-breken. Niet aan designelementen trekken. Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of er-aan ophangen. Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-folie niet verwijderd is. De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijderenvan alle apparaatonderdelen. Gelakte oppervlakken zijn gevoelig. Reinigingsinstructies in acht nemen. "Apparaat schoonmaken", Pagina8Gelakte oppervlakken tegen krassen beschermen. 4.

Milieubescherming en besparing nlMilieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan. Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-verbruik. Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig is. Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ven-tilatiestand. De geuren verdelen zich minder in de ruimte. Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer no-dig is. Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt dezegeen energie. De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-vangen. De effectiviteit van het filter blijft behouden.

Het kookdeksel erop plaatsen. De kookdampen en de condens verminderen. Gebruik de extra functies alleen indien nodig. Het uitschakelen van de extra functies reduceert hetstroomverbruik. Productinformatie conform (EU) 65/2014 en (EU)66/2014 vindt u onder het energielabel en op het inter-net op de productpagina van uw apparaat. Functies4 FunctiesU kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodusof in de luchtcirculatiemodus. 4. 1 Gebruik met afvoerluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigden via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-voerd. De lucht mag niet worden afgevoerd ineen schoorsteen die wordt gebruikt voorafvoergassen van apparaten bestemdvoor het verbranden van gas of anderebrandstoffen (dit geldt niet voor ventilatie-apparatuur).

Komt de afvoerlucht terecht in eenrook- of afvoergasschoorsteen die nietin gebruik is, dan dient hiervoor toe-stemming van een vakbekwameschoorsteenveger te worden verkre-gen. Wordt de afvoerlucht door de buiten-muur geleid, dan raden wij u aan eentelescoop-muurkast te gebruiken. 4.

2 Gebruik met circulatieluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters en eengeurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte. Monteer een geurfilter om geurtjes tevoorkomen bij het gebruik van de circula-tiefunctie. De verschillende manieren omhet apparaat met circulatielucht te gebrui-ken, vindt u in onze catalogus of kunt unavragen bij uw speciaalzaak. Het daar-toe benodigde toebehoren is verkrijgbaarbij de speciaalzaak, de klantenservice ofin de online-shop. "Accessoires", Pagina10Uw apparaat leren kennen5 Uw apparaat leren kennen5. 1 Bedieningspaneel variant 1Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. Apparaat in- of uitschakelen Verlichting inschakelen of uitschakelen /5.

nl Voor het eerste gebruikHelderheid instellenVentilatorstand verlagenVentilatorstand verhogen /Intensiefstand 1, 2Boostfunctie inschakelenVentilatornaloop inschakelen5. 2 Bedieningspaneel variant 2Apparaat in- of uitschakelenVerlichting inschakelen of uitschakelen /Helderheid instellenBoostfunctie inschakelenAutomatische modus inschakelen of uitschake-lenInstelgebied ventilatorstanden /IntensiefstandenVoor het eerste gebruik6 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 6. 1 Functie instellenUw apparaat is standaard op afvoerluchtfunctie inge-steld. Opmerking: Voor het gebruik in de circulatiefunctie hebtu bijkomend toebehoren nodig. Voor het gebruik in de circulatiefunctie de functie in-stellen. "Accessoires", Pagina7De Bediening in essentie7 De Bediening in essentie7. 1 Apparaat inschakelen1.

Het uitschuifbare filterdeel uittrekken. 2. indrukken. Het apparaat start in ventilatorstand2. 7. 2 Apparaat uitschakelen1. indrukken. 2. Het uitschuifbare filterdeel inschuiven. 7. 3 Ventilatorstand instellen variant1of indrukken. Opmerking: Wanneer het uitschuifbare filterdeel is inge-schoven kunnen alleen de ventilatorstanden 1, 2, en 3worden gekozen. 7. 4 Ventilatorstand instellen variant2De vinger over het instelbereik bewegen. Opmerking: Wanneer het uitschuifbare filterdeel is inge-schoven kunnen alleen de ventilatorstanden 1, 2, en 3worden gekozen. 7. 5 Intensiefstand inschakelen variant1Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt,kunt u de intensiefstand gebruiken. 1. zo vaak indrukken tot op het display verschijnt. 2. indrukken tot op het display verschijnt. Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatischin een lagere ventilatorstand. 7.

De vinger over het instelbereik naar rechts bewe-gen tot op het display verschijnt. 2. De vinger over het instelbereik naar rechts bewe-gen tot op het display verschijnt. Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatischin een lagere ventilatorstand. 7. 7 Intensiefstand uitschakelen variant1 indrukken tot de gewenste ventilatiestand is bereikt. De intensiefstand wordt vroegtijdig beëindigd. 7. 8 Intensiefstand uitschakelen variant2De vinger over het instelbereik naar links bewe-gen tot de gewenste ventilatorstand is bereikt. De intensiefstand wordt vroegtijdig beëindigd. 6.

De Bediening in essentie nl7. 9 Boostfunctie inschakelenDe boostfunctie is een kortstondig maximaal vermogendat in elke ventilatorinstelling kan worden geactiveerd. indrukken. Na ca. 20 seconden schakelt de ventilatie automa-tisch op de voordien ingestelde ventilatorstand terug. 7. 10 Ventilatornaloop inschakelen variant1In de ventilatornaloop loopt het apparaat nog een tijdjelang verder en het schakelt dan automatisch uit. indrukken of het uitschuifbaar filterdeel inschuiven. Het apparaat wordt na ca. 10 minuten automatischuitgeschakeld. 7. 11 Ventilatornaloop inschakelen variant2In de ventilatornaloop loopt het apparaat nog een tijdjelang verder en het schakelt dan automatisch uit. Het uitschuifbare filterdeel inschuiven. Het apparaat wordt na ca. 10 minuten automatischuitgeschakeld. 7.

12 Automatische modus1 inschakelenDe optimale ventilatorstand wordt met behulp van eensensor automatisch ingesteld. indrukken. 7. 13 Automatische modus1 uitschakelen of indrukken. De ventilatie wordt automatisch beëindigd als de sen-sor geen verandering van de luchtkwaliteit in de ruim-te vaststelt. De automatische stand loopt maximaal 4 uur. 7. 14 Sensorgevoeligheid1In de automatische stand herkent een sensor in het ap-paraat de intensiteit van de kook- en bakluchtjes. Afhan-kelijk van de sensorgevoeligheid wordt de optimale ven-tilatorstand automatisch ingeschakeld. Reageert de sen-sorbesturing te zwak of te sterk, kunt u de instelling vande sensorgevoeligheid wijzigen. Fabrieksinstelling:3Laagste instelling:1Hoogste instelling:57. 15 Sensorgevoeligheid1 instellenVereiste: Het apparaat is uitgeschakeld. 1. ca. 4 seconden ingedrukt houden tot de instellingwordt weergegeven. 2.

7. 17 Helderheid instellen zolang indrukken tot de gewenste helderheid be-reikt is. 7. 18 Geluidssignaal inschakelen en tegelijk ca. 3seconden indrukken tot er eengeluidssignaal klinkt. 7. 19 Geluidssignaal uitschakelen en tegelijk ca. 3seconden indrukken tot er eengeluidssignaal klinkt. 7. 20 VerzadigingsindicatieWanneer de vetfilters of geurfilters verzadigd zijn, knip-peren na het uitschakelen van het apparaat de desbe-treffende symbolen. Reinig de verzadigde vetfilters en houd daarbij de reini-gingsinstructies in deze handleiding aan. Vervang het verzadigde geurfilter en houd daarbij de in-structies in de meegeleverde handleiding aan. Houd bij regenereerbare geurfilters de instructies in debijgevoegde handleiding aan. 7. 21 Verzadigingsindicatie terugzettenNa het reinigen van de vetfilters of na het vervangen vande geurfilters kan de verzadigingsindicatie worden te-ruggezet.

VereistenNa het uitschakelen van het apparaat verschijnt ophet display voor vetfilter. Na het uitschakelen van het apparaat verschijnt ophet display voor geurfilter. Er klinkt meermaals een signaal. indrukken. De verzadigingsindicatie wordt teruggezet. 7. 22 Verzadigingsindicatie instellenDe verzadigingsindicatie moet afhankelijk van de ge-bruikte filter worden ingesteld. Verzadigingsindicatie instellen variant1Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld. 1. Om de circulatiefunctie bij de standaard geurfilter inte stellen en ingedrukt houden tot op het display verschijnt. 2. Om de circulatiefunctie bij de Clean Air standaardgeurfilter of Clean Air Plus geurfilter in te stellen en meermaals indrukken en ingedrukt houden tot ophet display verschijnt. 1Afhankelijk van de apparaatuitvoering7.

nl Reiniging en onderhoud3. Om de luchtafvoerfunctie in te stellen en meer-maals indrukken en ingedrukt houden tot op het dis-play verschijnt. Verzadigingsindicatie instellen variant2Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld. 1. Om de circulatiefunctie bij de standaard geurfilter inte stellen en ingedrukt houden tot op het dis-play verschijnt. 2. Om de circulatiefunctie bij de Clean Air standaardgeurfilter of Clean Air Plus geurfilter in te stellen en meermaals indrukken en ingedrukt houden tot ophet display verschijnt. 3. Om de luchtafvoerfunctie in te stellen en meer-maals indrukken en ingedrukt houden tot op het dis-play verschijnt. Reiniging en onderhoud8 Reiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 8. 1 ReinigingsmiddelenGeschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij deklantenservice of in de online-shop.

WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontacthalen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruikenom het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. LET OPOngeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-ken van het apparaat beschadigen. Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-bruiken. Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-bruiken. Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voorroestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in degebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeelworden aanbevolen. Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen. 8.

WAARSCHUWING‒Explosiegevaar. Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini-gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in despoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosiesleiden. Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudendereinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen professio-nele of industriële reinigingsmiddelen gebruiken incombinatie met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfiltersvan afzuigkappen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontacthalen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruikenom het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel.

Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scherperanden hebben. Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen. 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men. "Reinigingsmiddelen", Pagina82. Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonmaken:Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekjeen warm zeepsop in slijprichting reinigen. Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en warmzeepsop reinigen. Aluminium met een zachte doek en glasreiniger rei-nigen. Kunststof met een zachte doek en glasreiniger rei-nigen. Glas met een zachte doek en glasreiniger reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen. 4. Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaakmid-del voor roestvrij staal heel dun opbrengen met eenzachte doek. Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijg-baar bij de klantenservice of in de onlineshop. 8.

Storingen verhelpen nl8. 4 Vetfilter verwijderen1. Het uitschuifbaar filterdeel volledig uitschuiven. 2. LET OP‒Eraf vallende vetfilters kunnen de eronderliggende kookplaat beschadigen. Met een hand onder de vetfilter grijpen. 3. Opmerking: Eerst de vetfilter in het uitschuifbare fil-terdeel demonteren, dan de vetfilter in het apparaatdemonteren. Open de vergrendelingen op de vetfilters. 4. De vetfilters uit de houders nemen. Om naar beneden druppelend vet te vermijden, devetfilters horizontaal houden. 8. 5 Vetfilter met de hand reinigenDe vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel-matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2maanden te reinigen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. De vetfilters regelmatig reinigen. Vereiste: De vetfilters zijn gedemonteerd.

"Reinigingsmiddelen", Pagina91. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men. "Reinigingsmiddelen", Pagina82. De vetfilters in een warm zeepsop weken. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet-oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of inde webshop. 3. De vetfilters met een borstel reinigen. 4. De vetfilters grondig uitspoelen. 5. De vetfilters laten afdruppelen. 8. 6 Vetfilters in de vaatwasmachine reinigenDe vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel-matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2maanden te reinigen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. De vetfilters regelmatig reinigen. LET OPDe vetfilters kunnen door inklemmen in de vaatwasserworden beschadigd. De vetfilters niet inklemmen.

"Reinigingsmiddelen", Pagina91. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men. "Reinigingsmiddelen", Pagina82. De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen. Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met servies-goed reinigen. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet-oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of inde webshop. 3. De vaatwasmachine starten. Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen. 4. De vetfilters laten afdruppelen. 8. 7 Vetfilters inbouwenLET OPEraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggendekookplaat beschadigen. Met een hand onder de vetfilter grijpen. 1. De vetfilters inbrengen. 2. De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelin-gen vastklikken. 3. Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken. Storingen verhelpen9 Storingen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen.

Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Bel de servicedienst als het apparaat defect is. "Servicedienst", Pagina10WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. 9.

nl AfvoerenAls het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen doorde fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. 9. 1 FunctiestoringenStoring Oorzaak en probleemoplossingApparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen. Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-neren. LED-verlichting functioneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijnklantenservice of een erkend vakman (elektromonteur). Neem contact op met de. "Servicedienst", Pagina10Afvoeren10 Afvoeren10.

1 Afvoeren van uw oude apparaatDoor een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevollegrondstoffen opnieuw worden gebruikt. 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-ken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoorkunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-thoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-stemming met de Europese richtlijn2012/19/EU betreffende afgedankteelektrische en elektronische apparatuur(waste electrical and electronic equip-ment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor dein de EU geldige terugneming en ver-werking van oude apparaten.

Servicedienst11 ServicedienstOriginele vervangende onderdelen die relevant zijn voorde werking in overeenstemming met de desbetreffendeEcodesign-verordening kunt u voor de duur van ten min-ste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengenvan het apparaat binnen de Europese EconomischeRuimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in hetkader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode engarantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij on-ze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u hetproductnummer (E-Nr. ) en het productienummer (FD)van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in demeegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 11. 1 Productnummer (E-nr. ) enproductienummer (FD)Het productnummer (E-Nr. ) en het productienummer(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor de vet-filter demonteren). op de bovenkant van het apparaat. Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-vens noteren.

Accessoires12 AccessoiresAccessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in devakhandel of op internet. Gebruik alleen originele acces-soires, omdat deze precies op uw apparaat zijn afge-stemd. Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Pagina1010.

Montagehandleiding nlWelke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in onze catalogus, in de online-shop of kuntu navragen bij de klantenservice.siemens-home.bsh-group.comMontagehandleiding13 MontagehandleidingHoud rekening met deze informatie bij de montage vanhet apparaat.13.1 Inhoud van de verpakkingControleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-portschade en de volledigheid van de levering.Afhankelijk van de apparaatuitvoering13.2 VeiligheidsafstandenNeem de veiligheidsafstanden van het apparaat in acht. 13.3 Veilige montageNeem bij het monteren van het apparaat deveiligheidsaanwijzingen in acht.WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. Vuurbronnen die de luchtin de ruimte verbruiken (bijv.

apparaten die opgas, olie, hout of kolen worden gestookt, gei-sers, warmwatertoestellen) betrekken de ver-brandingslucht uit de opstellingsruimte en voe-ren de gassen via een afvoer (bijv. schoor-steen) af naar buiten. In combinatie met eeningeschakelde afzuigkap wordt aan de keukenen aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrok-ken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaater een onderdruk. Giftige gassen uit deschoorsteen of het afvoerkanaal worden terug-gezogen in de woonruimte. Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die ge-bruik maakt van de aanwezige lucht.U kunt het apparaat alleen dan zonder risicogebruiken wanneer de onderdruk in de ruim-te waarin de vuurbron zich bevindt niet gro-ter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden11

nl Montagehandleidingbereikt wanneer de voor de verbranding be-nodigde lucht door niet afsluitbare openin-gen, bijv. in deuren, ramen, in combinatiemet een ventilatiekast in de muur of door an-dere technische voorzieningen, kan wordentoegevoerd. Een luchtaanvoer/afvoereenheidin de muur alleen is niet voldoende om aande minimale eisen te voldoen. Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kan eenvoorstel doen voor passende maatregelenop het gebied van de luchttoevoer. Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mo-gelijk. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging.

Wanneer een afzuigkap wordt geïnstalleerdmet een haard die afhankelijk is van de ruim-telucht, dan moet de stroomtoevoer van deafzuigkap zijn voorzien van een geschikteveiligheidsschakeling. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. De luchtafvoer niet in een rookkanaal ofrookgasafvoer leiden dat in bedrijf is. Voer de luchtafvoer niet in een schacht diedient voor het ontluchten van opstelruimtesvoor haarden. Moet de luchtafvoer in een rook- of afvoer-gasschoorsteen worden geleid die niet in ge-bruik is, dan dient hiervoor toestemming vaneen vakbekwame schoorsteenveger te wor-den verkregen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar.

De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-branden. Werk in de buurt van het apparaat nooit metopen vuur (bijv. flamberen). Installeer het apparaat alleen in de buurt vaneen vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen), wanneer een gesloten, nietafneembare afdekking aanwezig is. Er mo-gen geen vonken wegspringen.

Om warmteophoping te voorkomen dienende voorgeschreven veiligheidsafstanden teworden aangehouden. Houd de informatie van uw kookapparatenaan. Wanneer er in de installatie-instructiesvan de kookapparaten een afwijkende af-stand staat, altijd de grootste afstand in achtnemen. Wanneer gaskooktoestellen en elek-trische kooktoestellen samen worden ge-bruikt, dan geldt de grootste aangegeven af-stand. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Bepaalde onderdelen in het toestel kunnenscherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen. Is het toestel niet naar behoren bevestigd, dankan het naar beneden vallen. Alle bevestigingsschroeven moeten vast wor-den gemonteerd. Wijzigingen aan de elektrische of mechanischeopbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden totfunctiestoringen. Geen wijzigingen aan de elektrische of me-chanische opbouw aanbrengen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok.

Scherpe componenten binnen het apparaatkunnen de aansluitkabel beschadigen. De aansluitkabel niet knikken of inklemmen. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de servicedienst. Pagina10Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat.

Montagehandleiding nlservicedienst of een andere gekwalificeerdepersoon. Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge-bruiken volgens de gegevens op het type-plaatje. Het apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact metrandaarde op een stroomnet met wissel-stroom aansluiten. Het randaardesysteem van de elektrischehuisinstallatie moet conform de elektrotech-nische voorschriften zijn geïnstalleerd. Nooit het apparaat via een externe schakel-inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdscha-kelaar of besturing op afstand. Als het apparaat is ingebouwd, moet destekker van het netsnoer vrij toegankelijkzijn.

Als de vrije toegang niet mogelijk is,moet in de vast geplaatste elektrische instal-latie een alpolige scheidingsinrichting vol-gens de voorwaarden van de overspan-ningscategorie III en volgens de installatie-voorschriften worden ingebouwd. Bij het opstellen van het apparaat erop lettendat het netsnoer niet wordt afgeklemd of be-schadigd. 13. 4 Algemene aanwijzingenNeem deze algemene aanwijzingen bij de installatie inacht. Bij de installatie moeten de actuele geldige bouw-voorschriften en de voorschriften van de plaatselijkestroom- en gasleverancier in acht worden genomen. Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiëleen wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijkebouwverordeningen, in acht worden genomen. Om het apparaat in het geval van service ongehin-derd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke mon-tageplaats kiezen. De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig.

Bijde montage beschadigingen vermijden. 13. 5 Aanwijzingen voor de elektrischeaansluitingOm het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,dient u deze aanwijzingen in acht te nemen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Het apparaat moet op elk gewenst moment van destroom kunnen worden afgesloten.

Het mag alleen opeen geaarde contactdoos worden aangesloten die vol-gens de voorschriften is geïnstalleerd. De netstekker van de netaansluitkabel moet na de in-bouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn. Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatsteelektrische installatie een alpolige scheidingsinrich-ting volgens de voorwaarden van de overspannings-categorie III en volgens de opbouwvoorschriften wor-den ingebouwd. De vaste aansluiting mag alleen door een elektricienworden aangelegd. Wij adviseren een aardlekschake-laar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het appa-raat te installeren. Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen deaansluitkabel beschadigen. De aansluitkabel niet knikken of inklemmen. De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaatje. Pagina10De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang. Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriftenvan de EG.

Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1. Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaan-sluiting gebruiken. Het apparaat tijdens de montage niet op de voe-dingsspanning aansluiten. Ervoor zorgen dat de bescherming tegen aanrakingdoor de inbouw is gegarandeerd. 13. 6 Aanwijzingen m. b. t. de inbouwsituatieDit apparaat in een keukenkast monteren. Voor de montage van extra speciale accessoires dedaarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou-den. De breedte van de afzuigkap moet minstens overeen-komen met de breedte van het kooktoestel. Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa-raat in het midden boven de kookplaat monteren. 13. 7 Aanwijzingen m. b. t. deluchtafvoerleidingDe fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bijklachten die te wijten zijn aan het buizentraject. Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot moge-lijke buisdiameter gebruiken.

Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of kleinebuisdiameters verminderen het afzuigvermogen enverhogen het ventilatorgeluid. Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui-ken.

Om het teruglopen van condens te vermijden, de af-voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monteren. 13. 8 InstallatieMeubel controleren1. Controleren of het inbouwmeubel horizontaal staat envoldoende draagvermogen heeft. Het maximale gewicht van het apparaat bedraagt 18kg. Opmerking: De aanwijzingen van de meubelfabrikan-ten m. b. t. het draagvermogen van het inbouwmeubelin acht nemen. 2. Controleren of het inbouwmeubel tot 90°C hittebe-stendig is. 3. Controleren of het inbouwmeubel ook na de uitsnij-werkzaamheden nog stabiel is. 4. Ervoor zorgen dat het inbouwmeubel aan de volgen-de afmetingen voldoet:13.

390mmmet Clean Air circulatie-luchtset min.600mmWanddikte 16mm of 19mmMeubel voorbereidenVereiste: Het meubel is geschikt voor de inbouw."Meubel controleren", Pagina131.Om schade te vermijden, de kookplaat afdekken.2.Zorg ervoor dat na de uitsnijwerkzaamheden de stabi-liteit van het inbouwmeubel is gegarandeerd.3.Verwijder bij een kastdiepte van minder dan 320mmeen deel van de achterwand.4.De uitsparing voor de buisverbinding tot stand bren-gen.5.Een eventueel aanwezige kastbodem dient te wordenverwijderd.6.De spanen verwijderen.7.Aan de binnenkant van de kast met meegeleverdebevestigingsdeel de bevestigingspunten aftekenen enmet een priem gaatjes in maken.≥1708.Wanddikte 19mm: aan beide bevestigingsdelen deafstandshouders openklappen.9.De bevestigingsdelen links en rechts op het corpusvastschroeven.10.Aan de bevestigingsdelen de aanslagen onderaanverwijderen.Apparaat voorbereiden1.De houders voor de wandafsluitlijst aan de achterzij-de van het apparaat van buiten in de uitsparingenplaatsen en naar het midden van het apparaat toe in-klappen.14

Montagehandleiding nl2.Aan het apparaat de meegeleverde voedingskabelaansluiten en met de snoerontlasting borgen.Apparaat monteren1.Het apparaat in de kast hangen , de bevestigings-bouten vergrendelen en de beschermkappen aan-brengen .2.Apparaatbreedte 90cm: het uitschuifbare filterdeelvolledig naar voren trekken. Het apparaat extra mettelkens 2 schroeven links en rechts van onderen aande zijkant van de bovenkasten vastschroeven.3.De wandafsluitlijst op de afstand tussen apparaat enwand aanpassen.4.De wandafsluitlijst in de houders vastklikken.5.De vetfilters inbouwen.6.De buisverbinding maken.7.De elektrische aansluiting tot stand brengen.OpmerkingU kunt de behuizing van de afzuigkap in de bovenkastafdekken.

Hierbij op het volgende letten:Het tussenschot mag niet tegen de behuizing aanlig-gen.De voorste afdekking mag niet aan de behuizing zijnvastgemaakt.De toegang tot de behuizing voor de filterwissel ende service moet mogelijk blijven.Aanslag van het uitschuifbare filterdeelwijzigenBij enkele apparaatuitvoeringen kan de aanslag van hetuitschuifbare filterdeel worden gewijzigd. Bij deze appa-raten zijn afstandhouders bijgevoegd om de greeplijstvan het apparaat vlak op het inbouwmeubel aan te slui-ten.1.Het uitschuifbare filterdeel naar voren trekken.15

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens LI99SA684 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden