Siemens LC96BBM65 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens LC96BBM65 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Afzuigkap. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 105 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Siemens LC96BBM65 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Afzuigkap |
| Model: | LC96BBM65 |
Handleiding Siemens LC96BBM65 – volledige tekst
nl InhoudsopgaveInhoudsopgaveGEBRUIKERSHANDLEIDING1 Veiligheid. 22 Materiële schade voorkomen. 43 Milieubescherming en besparing. 44 Functies. 55 Uw apparaat leren kennen. 56 Voor het eerste gebruik. 57 De Bediening in essentie. 58 Reiniging en onderhoud. 69 Storingen verhelpen. 810 Afvoeren. 811 Servicedienst. 812 Accessoires. 913 MONTAGEHANDLEIDING. 913. 4 Veilige montage. 11 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voor vol-gende eigenaren. ¡Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatGebruik het apparaat uitsluitend:¡om kookdamp af te zuigen. ¡voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡tot een hoogte van 2000m boven zeeni-veau.
Gebruik het apparaat niet:¡met een externe kookwekker. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,sensorische of geestelijke beperkingen of metgebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetveilige gebruik van het apparaat en de daaruitresulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nietworden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. Vuurbronnen die de luchtin de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die opgas, olie, hout of kolen worden gestookt, gei-sers, warmwatertoestellen) betrekken de ver-brandingslucht uit de opstellingsruimte en voe-ren de gassen via een afvoer (bijv. schoor-steen) af naar buiten. In combinatie met eeningeschakelde afzuigkap wordt aan de keukenen aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrok-ken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaater een onderdruk. Giftige gassen uit deschoorsteen of het afvoerkanaal worden terug-2.
Veiligheid nlgezogen in de woonruimte. Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die ge-bruik maakt van de aanwezige lucht. U kunt het apparaat alleen dan zonder risicogebruiken wanneer de onderdruk in de ruim-te waarin de vuurbron zich bevindt niet gro-ter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan wordenbereikt wanneer de voor de verbranding be-nodigde lucht door niet afsluitbare openin-gen, bijv. in deuren, ramen, in combinatiemet een ventilatiekast in de muur of door an-dere technische voorzieningen, kan wordentoegevoerd. Een luchtaanvoer/afvoereenheidin de muur alleen is niet voldoende om aande minimale eisen te voldoen. Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kan eenvoorstel doen voor passende maatregelenop het gebied van de luchttoevoer. Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mo-gelijk. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. De vetfilters regelmatig reinigen. Nooit in de omgeving van het apparaat metopen vuur werken (bijv. flamberen). Het apparaat alleen in de buurt van eenvuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. houtof kolen) installeren wanneer de vuurbroneen afgesloten, niet verwijderbare afscher-ming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen. Hete olie en vet ontvlammen erg snel. Hete olie en vet permanent in het oog hou-den. Nooit brandende olie of vet met water blus-sen. Schakel de kookzone uit.
Vlammenvoorzichtig met een deksel, smoordeksel ofiets dergelijks verstikken. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnenscherpe randen hebben. Binnenkant van het apparaat voorzichtig rei-nigen. Voorwerpen die op het apparaat geplaatst zijnkunnen vallen. Plaats geen voorwerpen op het apparaat. Wijzigingen aan de elektrische of mechanischeopbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden totfunctiestoringen. Geen wijzigingen aan de elektrische of me-chanische opbouw aanbrengen. Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan deogen beschadigen (risicogroep 1). Niet langer dan 100 seconden direct in deingeschakelde LED-lampen kijken. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de servicedienst. Pagina8Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen. 3.
nl Materiële schade voorkomenBinnendringend vocht kan een schok veroor-zaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stop-contact halen of de zekering in de meterkastuitschakelen. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-bruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Explosiegevaar. Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-de reinigingsmiddelen in combinatie met alu-miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas-machine kunnen tot explosies leiden. Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuur-houdende reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen professionele of industriële rei-nigingsmiddelen gebruiken in combinatiemet aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters vanafzuigkappen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. De vetfilters regelmatig reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag repara-ties aan het apparaat uitvoeren. Bel de servicedienst als het apparaat defectis. "Servicedienst", Pagina8WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Binnendringend vocht kan een schok veroor-zaken. Geen natte vaatdoekjes gebruiken. 2 Materiële schade voorkomenLET OPCondenswater kan leiden tot corrosie. Om de condensvorming te vermijden, het apparaat bijhet koken inschakelen. Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan erschade ontstaan. Nooit bedieningselementen met een natte doek reini-gen. Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken. Reinigingsinstructies in acht nemen. Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-bruiken. Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in deslijprichting. Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelenvoor roestvrij staal reinigen. Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadi-gen.
Monteer om het teruglopen van condens te vermij-den, de afvoerbuis vanuit het apparaat met 1° verval. Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze af-breken.
Niet aan designelementen trekken. Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of er-aan ophangen. Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-folie niet verwijderd is. De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijderenvan alle apparaatonderdelen. Gelakte oppervlakken zijn gevoelig. Reinigingsinstructies in acht nemen. "Apparaat schoonmaken", Pagina6Gelakte oppervlakken tegen krassen beschermen. 3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan. Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-verbruik. Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ven-tilatiestand. De geuren verdelen zich minder in de ruimte. Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer no-dig is. Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt dezegeen energie. De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-vangen. De effectiviteit van het filter blijft behouden. Het kookdeksel erop plaatsen. De kookdampen en de condens verminderen. Gebruik de extra functies alleen indien nodig. 4.
Functies nlHet uitschakelen van de extra functies reduceert hetstroomverbruik. Productinformatie conform (EU) 65/2014 en (EU)66/2014 vindt u onder het energielabel en op het inter-net op de productpagina van uw apparaat. 4 FunctiesU kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodusof in de luchtcirculatiemodus. 4. 1 Gebruik met afvoerluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigden via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-voerd. De lucht mag niet worden afgevoerd ineen schoorsteen die wordt gebruikt voorafvoergassen van apparaten bestemdvoor het verbranden van gas of anderebrandstoffen (dit geldt niet voor ventilatie-apparatuur). Komt de afvoerlucht terecht in eenrook- of afvoergasschoorsteen die nietin gebruik is, dan dient hiervoor toe-stemming van een vakbekwameschoorsteenveger te worden verkre-gen.
Wordt de afvoerlucht door de buiten-muur geleid, dan raden wij u aan eentelescoop-muurkast te gebruiken. 4. 2 Gebruik met circulatieluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters en eengeurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte. Monteer een geurfilter om geurtjes tevoorkomen bij het gebruik van de circula-tiefunctie. De verschillende manieren omhet apparaat met circulatielucht te gebrui-ken, vindt u in onze catalogus of kunt unavragen bij uw speciaalzaak. Het daar-toe benodigde toebehoren is verkrijgbaarbij de speciaalzaak, de klantenservice ofin de online-shop. "Accessoires", Pagina95 Uw apparaat leren kennen5. 1 BedieningselementenVia de bedieningselementen kunt u alle functies van uwapparaat instellen en informatie krijgen over de ge-bruikstoestand.
Apparaat in- of uitschakelenVentilatorstand 1 inschakelenVentilatorstand 2 inschakelenVentilatorstand 3 inschakelenIntensiefstand inschakelen of uitschakelenVerlichting inschakelen of uitschakelen6 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 6.
1 Functie instellenUw apparaat is standaard op afvoerluchtfunctie inge-steld. Opmerking: Voor het gebruik in de circulatiefunctie hebtu bijkomend toebehoren nodig. 7 De Bediening in essentie7. 1 Apparaat inschakelen indrukken. Het apparaat start in ventilatorstand2. 7. 2 Apparaat uitschakelen indrukken. 7. 3 Ventilatorstand instellen , of indrukken. 7. 4 Intensiefstand inschakelenAls zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt,kunt u de intensiefstand gebruiken. 5.
nl Reiniging en onderhoudDruk op. Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatischin de ventilatorstand 3. 7. 5 Intensiefstand uitschakelenDruk op. 7. 6 Verlichting inschakelenDe verlichting kunt u onafhankelijk van de ventilatie in-schakelen en uitschakelen. Druk op. 8 Reiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 8. 1 Apparaat schoonmakenMaak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodatde verschillende onderdelen en oppervlakken niet dooreen verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmidde-len beschadigd raken. WAARSCHUWING‒Explosiegevaar. Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini-gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in despoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosiesleiden. Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudendereinigingsmiddelen gebruiken.
Vooral geen professio-nele of industriële reinigingsmiddelen gebruiken incombinatie met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfiltersvan afzuigkappen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontacthalen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruikenom het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scherperanden hebben. Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen. 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men. "Reinigingsmiddelen", Pagina62.
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonmaken:Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekjeen warm zeepsop in slijprichting reinigen. Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en warmzeepsop reinigen. Aluminium met een zachte doek en glasreiniger rei-nigen.
Kunststof met een zachte doek en glasreiniger rei-nigen. Glas met een zachte doek en glasreiniger reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen. 4. Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaakmid-del voor roestvrij staal heel dun opbrengen met eenzachte doek. Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijg-baar bij de klantenservice of in de onlineshop. 8. 2 ReinigingsmiddelenGeschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij deklantenservice of in de online-shop. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontacthalen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruikenom het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
LET OPOngeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-ken van het apparaat beschadigen. Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-bruiken. Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-bruiken. Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voorroestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in degebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeelworden aanbevolen. Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen. 8. 3 Bedieningselementen en lampenreinigenWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen natte vaatdoekjes gebruiken. 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men. "Reinigingsmiddelen", Pagina62. Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reini-gen. 3. Met een zachte doek nadrogen. 8. 4 Vetfilter verwijderen1.
Reiniging en onderhoud nlOpen de vergrendeling op het vetfilter en klap het vet-filter naar beneden. 2. De vetfilters uit de houders nemen. Om naar beneden druppelend vet te vermijden, devetfilters horizontaal houden. 8. 5 Vetfilter met de hand reinigenDe vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel-matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2maanden te reinigen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. De vetfilters regelmatig reinigen. Vereiste: De vetfilters zijn gedemonteerd. "Reinigingsmiddelen", Pagina61. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men. "Reinigingsmiddelen", Pagina62. De vetfilters in een warm zeepsop weken. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet-oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of inde webshop. 3.
De vetfilters met een borstel reinigen. 4. De vetfilters grondig uitspoelen. 5. De vetfilters laten afdruppelen. 8. 6 Vetfilters in de vaatwasmachine reinigenDe vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel-matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2maanden te reinigen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. De vetfilters regelmatig reinigen. LET OPDe vetfilters kunnen door inklemmen in de vaatwasserworden beschadigd. De vetfilters niet inklemmen. Opmerking: Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat-wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. Deverkleuringen hebben geen invloed op de werking vande vetfilters. Vereiste: De vetfilters zijn gedemonteerd. "Reinigingsmiddelen", Pagina61. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-men.
"Reinigingsmiddelen", Pagina62. De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen. Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met servies-goed reinigen. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel.
Vet-oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of inde webshop. 3. De vaatwasmachine starten. Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen. 4. De vetfilters laten afdruppelen. 8. 7 Vetfilter inbouwenLET OPEraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggendekookplaat beschadigen. Met een hand onder de vetfilter grijpen. 1. Plaats de vetfilters. 2. De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelin-gen vastklikken. 3. Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken. 4. Wanneer het vetfilter verkeerd werd geplaatst, de ver-grendeling voorzichtig naar voren drukken, het vetfil-ter verwijderen en correct plaatsen. 7.
nl Storingen verhelpen9 Storingen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Bel de servicedienst als het apparaat defect is. "Servicedienst", Pagina8WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen. 9.
1 FunctiestoringenStoring Oorzaak en probleemoplossingApparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen. Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-neren. LED-verlichting functioneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijnklantenservice of een erkend vakman (elektromonteur). Neem contact op met de. "Servicedienst", Pagina8De toetsverlichting functioneertniet. De regeleenheid is defect. Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met deservicedienst. 10 Afvoeren10.
1 Afvoeren van uw oude apparaatDoor een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevollegrondstoffen opnieuw worden gebruikt. 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-ken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoorkunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-thoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-stemming met de Europese richtlijn2012/19/EU betreffende afgedankteelektrische en elektronische apparatuur(waste electrical and electronic equip-ment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor dein de EU geldige terugneming en ver-werking van oude apparaten. 11 ServicedienstOriginele vervangende onderdelen die relevant zijn voorde werking in overeenstemming met de desbetreffendeEcodesign-verordening kunt u voor de duur van ten min-ste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengenvan het apparaat binnen de Europese EconomischeRuimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in hetkader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Accessoires nlAls u contact opneemt met de servicedienst, hebt u hetproductnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)van het apparaat nodig.De contactgegevens van de servicedienst vindt u in demeegeleverde servicedienstlijst of op onze website.11.1 Productnummer (E-nr.) enproductienummer (FD)Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor de vet-filter demonteren).op de bovenkant van het apparaat.Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-vens noteren.12 AccessoiresAccessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in devakhandel of op internet.
Gebruik alleen originele acces-soires, omdat deze precies op uw apparaat zijn afge-stemd.Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.Pagina9Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in onze catalogus, in de online-shop of kuntu navragen bij de klantenservice.siemens-home.bsh-group.com13 MontagehandleidingHoud rekening met deze informatie bij de montage vanhet apparaat.13.1 LeveringsomvangControleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-portschade en de volledigheid van de levering.9
Montagehandleiding nl13. 3 VeiligheidsafstandenNeem de veiligheidsafstanden van het apparaat in acht. 13. 4 Veilige montageNeem bij het monteren van het apparaat deveiligheidsaanwijzingen in acht. WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. Vuurbronnen die de luchtin de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die opgas, olie, hout of kolen worden gestookt, gei-sers, warmwatertoestellen) betrekken de ver-brandingslucht uit de opstellingsruimte en voe-ren de gassen via een afvoer (bijv. schoor-steen) af naar buiten. In combinatie met eeningeschakelde afzuigkap wordt aan de keukenen aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrok-ken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaater een onderdruk. Giftige gassen uit deschoorsteen of het afvoerkanaal worden terug-gezogen in de woonruimte.
Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die ge-bruik maakt van de aanwezige lucht. U kunt het apparaat alleen dan zonder risicogebruiken wanneer de onderdruk in de ruim-te waarin de vuurbron zich bevindt niet gro-ter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan wordenbereikt wanneer de voor de verbranding be-nodigde lucht door niet afsluitbare openin-gen, bijv. in deuren, ramen, in combinatiemet een ventilatiekast in de muur of door an-dere technische voorzieningen, kan wordentoegevoerd. Een luchtaanvoer/afvoereenheidin de muur alleen is niet voldoende om aande minimale eisen te voldoen. Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kan eenvoorstel doen voor passende maatregelenop het gebied van de luchttoevoer. Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mo-gelijk. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging.
Wanneer een afzuigkap wordt geïnstalleerdmet een haard die afhankelijk is van de ruim-telucht, dan moet de stroomtoevoer van deafzuigkap zijn voorzien van een geschikteveiligheidsschakeling. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. De luchtafvoer niet in een rookkanaal ofrookgasafvoer leiden dat in bedrijf is. Voer de luchtafvoer niet in een schacht diedient voor het ontluchten van opstelruimtesvoor haarden. Moet de luchtafvoer in een rook- of afvoer-gasschoorsteen worden geleid die niet in ge-bruik is, dan dient hiervoor toestemming vaneen vakbekwame schoorsteenveger te wor-den verkregen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen. WAARSCHUWING‒Brandgevaar.
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-branden. Werk in de buurt van het apparaat nooit metopen vuur (bijv. flamberen). Installeer het apparaat alleen in de buurt vaneen vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen), wanneer een gesloten, nietafneembare afdekking aanwezig is. Er mo-gen geen vonken wegspringen. Om warmteophoping te voorkomen dienende voorgeschreven veiligheidsafstanden teworden aangehouden. Houd de informatie van uw kookapparatenaan. Wanneer er in de installatie-instructies11.
nl Montagehandleidingvan de kookapparaten een afwijkende af-stand staat, altijd de grootste afstand in achtnemen. Wanneer gaskooktoestellen en elek-trische kooktoestellen samen worden ge-bruikt, dan geldt de grootste aangegeven af-stand. Het apparaat slechts aan één zijde directnaast een hoge kast, tegen een bovenkastof tegen een wand installeren. De afstand totde hoge kast, een bovenkast of de wandmoet minstens 50 mm bedragen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Bepaalde onderdelen in het toestel kunnenscherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen. Is het toestel niet naar behoren bevestigd, dankan het naar beneden vallen. Alle bevestigingsschroeven moeten vast wor-den gemonteerd. Het toestel is zwaar. Om het apparaat te bewegen, zijn 2 perso-nen vereist. Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken. Het toestel is zwaar.
Het apparaat mag niet direct in gipskarton-platen of gelijksoortig licht bouwmateriaalworden gemonteerd. Voor een juiste montage dient u materiaal tegebruiken dat voldoende stabiel en aange-past is aan de bouwkundige situatie en hetgewicht van het materiaal. Wijzigingen aan de elektrische of mechanischeopbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden totfunctiestoringen. Geen wijzigingen aan de elektrische of me-chanische opbouw aanbrengen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Scherpe componenten binnen het apparaatkunnen de aansluitkabel beschadigen. De aansluitkabel niet knikken of inklemmen. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de servicedienst. Pagina8Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen. Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge-bruiken volgens de gegevens op het type-plaatje. Het apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact metrandaarde op een stroomnet met wissel-stroom aansluiten. Het randaardesysteem van de elektrischehuisinstallatie moet conform de elektrotech-nische voorschriften zijn geïnstalleerd. Nooit het apparaat via een externe schakel-inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdscha-kelaar of besturing op afstand. Als het apparaat is ingebouwd, moet destekker van het netsnoer vrij toegankelijkzijn.
Als de vrije toegang niet mogelijk is,moet in de vast geplaatste elektrische instal-latie een alpolige scheidingsinrichting vol-gens de voorwaarden van de overspan-ningscategorie III en volgens de installatie-voorschriften worden ingebouwd. Bij het opstellen van het apparaat erop lettendat het netsnoer niet wordt afgeklemd of be-schadigd. 13. 5 Algemene aanwijzingenNeem deze algemene aanwijzingen bij de installatie inacht. Bij de installatie moeten de actuele geldige bouw-voorschriften en de voorschriften van de plaatselijkestroom- en gasleverancier in acht worden genomen. Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiëleen wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijkebouwverordeningen, in acht worden genomen. Om het apparaat in het geval van service ongehin-derd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke mon-tageplaats kiezen. De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig.
Montagehandleiding nlWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Het apparaat moet op elk gewenst moment van destroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen opeen geaarde contactdoos worden aangesloten die vol-gens de voorschriften is geïnstalleerd. De netstekker van de netaansluitkabel moet na de in-bouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn. Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatsteelektrische installatie een alpolige scheidingsinrich-ting volgens de voorwaarden van de overspannings-categorie III en volgens de opbouwvoorschriften wor-den ingebouwd. De vaste aansluiting mag alleen door een elektricienworden aangelegd. Wij adviseren een aardlekschake-laar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het appa-raat te installeren. Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen deaansluitkabel beschadigen. De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaatje. Pagina9De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang. Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriftenvan de EG. Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1. Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaan-sluiting gebruiken. Het apparaat tijdens de montage niet op de voe-dingsspanning aansluiten. Ervoor zorgen dat de bescherming tegen aanrakingdoor de inbouw is gegarandeerd. 13. 7 Aanwijzingen m. b. t. de inbouwsituatieDit apparaat aan de keukenwand monteren. Voor de montage van extra speciale accessoires dedaarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou-den. De breedte van de afzuigkap moet minstens overeen-komen met de breedte van het kooktoestel. Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa-raat in het midden boven de kookplaat monteren. 13. 8 Aanwijzingen m. b. t.
deluchtafvoerleidingDe fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bijklachten die te wijten zijn aan het buizentraject. Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot moge-lijke buisdiameter gebruiken.
Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of kleinebuisdiameters verminderen het afzuigvermogen enverhogen het ventilatorgeluid. Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui-ken. Om het teruglopen van condens te vermijden, de af-voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monteren. 13. 9 Aanwijzing voor de luchtafvoerfunctieVoor de luchtafvoerfunctie moet een terugslagklep wor-den ingebouwd. OpmerkingenWanneer bij het apparaat geen terugslagklep is mee-geleverd, dan kan men een terugslagklep in de vak-handel verkrijgen. Wanneer de afvoerlucht door de buitenwand wordtgeleid, dan moet een telescopische muurcassetteworden gebruikt. 13. 10 InstallatieWand controleren1. Controleren of de muur verticaal is en voldoendedraagvermogen heeft. Het maximale gewicht van het apparaat bedraagt 40kg. 2. De boorgatdiepte overeenkomstig de schroeflengteboren. 3.
Gebruik de meegeleverde schroeven en pluggen. De bijgevoegde schroeven en pluggen zijn geschiktvoor massieve muren. Gebruik voor andere construc-ties geschikte bevestigingsmaterialen, bijv. bij gips-plaat, gasbeton, Poroton stenen. Wand voorbereidenOpmerking: Afhankelijk van de constructie moeten deboorgaten verschillend worden gepositioneerd. Houdvoor de montage rekening met de constructie van de af-zuigkap. 1. Ervoor zorgen dat zich in het bereik van de boringengeen stroomleidingen, gasleidingen of waterleidingenbevinden. 2. Vanaf de boven- tot de onderkant van het apparaateen loodrechte middellijn op de muur tekenen. 3. Teken de posities voor de schroeven en de omtrekvan het bevestigingsgebied af. 4. Boor de gaten met Ø 8 mm en boordiepte 80 mm enduw de pluggen er vlak met de wand in. 5. Schroef de bevestigingshoek voor het afdekpaneelvast. 13.
BuizenOpmerking: Wanneer u een aluminiumbuis gebruikt,maak dan het aansluitgedeelte eerst glad.Wij adviseren het gebruik van buizen met een afvoer-buis van Ø150mm.Luchtafvoerverbinding maken (afvoerbuis Ø 150mm)1.De luchtafvoerbuis op het afvoeraansluitstuk bevesti-gen.2.De verbinding met de afvoerluchtopening maken.3.De verbindingspunten afdichten.Luchtafvoerverbinding maken (afvoerbuis Ø 120mm)1.Bevestig het verloopstuk op het aansluitstuk van deluchtafvoer.2.De luchtafvoerbuis bevestigen aan het verloopstuk.3.De verbindingspunten afdichten.Afdekpaneel monterenWAARSCHUWING‒Kans op letsel!Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe ran-den hebben.Draag veiligheidshandschoenen.1.Schroef de bevestigingshoek voor de schoorsteenaf-scherming op de wand.2.Om de schoorsteenafscherming los te maken, de ta-pe verwijderen of de schoorsteenafscherming uit debeschermende verpakking halen.3.Indien voorhanden de beschermfolie aan beideschoorsteenafschermingen verwijderen.4.Opmerking: De sleuven van de schoorsteenafscher-ming wijzen omlaag.5.Schuif de afdekpanelen in elkaar.6.Opmerking: Om krassen te vermijden zachte doekenals bescherming over de randen van de buitensteschoorsteenafscherming leggen.7.Plaats de afdekpanelen op het apparaat.8.Schuif het binnenste afdekpaneel naar boven enhang dit links en rechts aan de bevestigingshoek.
9.Duw het afdekpaneel naar onder tot deze vastklikt. 10.Schroef het afdekpaneel met twee schroeven aan dezijkant op de bevestigingshoek. 11.Bevestig het buitenste afdekpaneel met twee schroe-ven van onderen op het apparaat.12.De doeken voorzichtig verwijderen.15
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens LC96BBM65 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Afzuigkap Siemens
Handleiding Afzuigkap
Nieuwste handleidingen voor Afzuigkap