Siemens KT16LPW42 Handleiding

Siemens Koelkast KT16LPW42

Bekijk gratis de handleiding van Siemens KT16LPW42 (76 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Siemens KT16LPW42 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
deMontage-und
Gebrauchsanleitung
frNotice de montage et
d’utilisation
itIstruzioni per il
montaggio e l’uso
nlMontage-en
gebruiksaanwijzing
KT..L..
Kühlgerät
frigérateur
Frigorifero
Koelapparaat

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Koelkast
Model: KT16LPW42
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Gewicht: 39000 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 612 mm
Hoogte: 850 mm
Netbelasting: 90 W
Snoerlengte: 1.5 m
Kinderslot: Nee
Geluidsniveau: 37 dB
Jaarlijks energieverbruik: 95 kWu
Gewicht verpakking: 42000 g
Breedte verpakking: 660 mm
Diepte verpakking: 680 mm
Hoogte verpakking: 905 mm
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+++
Brutocapaciteit vriezer: 16 l
Nettocapaciteit vriezer: 16 l
Vriescapaciteit: 2 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 116 l
Brutocapaciteit koelkast: 121 l
No Frost (koelkast): Nee
Aantal planken koelkast: 3
Vriezer positie: Boven
No Frost (vriezer): Nee
Bewaartijd bij stroomuitval: 12 uur
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 132 l
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
Totale brutocapaciteit: 137 l
Vers zone compartiment: Nee
Stroom: 10 A
Aantal compressoren: 1
Klimaatklasse: SN-ST
Koelkast temperatuurbereik: 4 - 8 °C
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz

Handleiding Siemens KT16LPW42 – volledige tekst

58Omvang van de levering. 58De juiste plaats. 59Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting. 59Verwisselen van de deurophanging 60Apparaat aansluiten. 60Apparaat horizontaal zetten. 61Kennismaking met het apparaat. 61Inschakelen van het apparaat. 62Instellen van de temperatuur. 62Netto-inhoud. 63De koelruimte. 63Superkoelen. 63Het vriesvak. 64Maximale invriescapaciteit. 64Invriezen en opslaan. 64Verse levensmiddelen invriezen. 64Supervriezen. 65Ontdooien van diepvrieswaren. 66Uitvoering. 66Sticker „OK”. 66Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 67Ontdooien. 67Schoonmaken van het apparaat. 68Verlichting (LED). 68Energie besparen. 69Bedrijfsgeluiden. 69Kleine storingen zelf verhelpen. 70Servicedienst. 71.

nl56nlIn houdnlMontage- en gebr uiksaanwij zingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

nl57■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie. ■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.

■Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de vriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen. ■Diepvrieswaren nadat u ze uit de vriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden. ■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden. Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie.

Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

nl58Aanwijzingen over de afvoer*Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. *Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. ã=WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.

Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

nl59De juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:■Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm.■Naast een CV-installatie 30 cm.De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen. AanwijzingBij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condenswater te vermijden.Let op de omgevingstemperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd.

Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ..BeluchtingAfb. 5De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN+16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT+16 °C tot 43 °C

nl60Verwisselen van de deurophanging (indien nodig)ã=WaarschuwingTijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen. Montage in de volgorde van de cijfers.Deur van het apparaatAfb. 1Deur van het vriesvakAfb. 2(niet bij alle modellen)Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt.

Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. .

ã=WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

nl61Apparaat horizontaal zettenHet apparaat op de daarvoor bestemde plaats zetten en stellen. Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Oneffenheden in de vloer d.m.v. de twee schroefvoetjes aan de voorkant opheffen. Om de schroefvoetjes te verstellen een steeksleutel gebruiken.AanwijzingHet apparaat moet loodrecht staan. Zet het apparaat in de juiste stand met behulp van een waterpas.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb.

nl62BedieningselementenAfb. 4Inschakelen van het apparaatHet apparaat inschakelen met de hoofdschakelaar Aan/Uit, afb 4/4.De temperatuurindicatie knippert, afb. 4/2, tot in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.Het apparaat begint te koelen, de verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.Aanwijzingen bij het gebruikDe temperatuur in de koelruimte wordt warmer:■als de deur van het apparaat te vaak geopend werd,■door het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen,■door een hoge omgevingstemperatuur.Instellen van de temperatuurAfb. 4KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.Temperatuur-insteltoets 1 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 2 aangegeven.Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.Het vriesvakDe temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.1TemperatuurinsteltoetsMet deze toets wordt de temperatuur ingesteld.2Temperatuurindicatie KoelruimteDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.3Toets „super”Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (vriesruimte) in te schakelen.Zie hoofdstuk superkoelen of supervriezen.4Hoofdschakelaar Aan/UitOm het hele apparaat in en uit te schakelen.

nl63Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.De koelruimteDe temperatuur in de koelruimte is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.Attentie bij het inruimen:De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken.

Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.Let op de koudezones in de koelruimte!Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillende koudezones:■De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Afb. 6AanwijzingIn de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.■De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingIn de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.SuperkoelenBij het superkoelen wordt de koelruimte ca. 1½ dag lang zo koud mogelijk gekoeld.

Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.Het superkoelsysteem inschakelen bijv.:■Vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.■Om dranken snel te koelen.In- en uitschakelenAfb. 4Toets „super” 3 indrukken.De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.

nl64Het vriesvakGebruik van het vriesvak■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■voor het invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen.AanwijzingLet erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs.

Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie hoofdstuk „Servicedienst”).Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn.■Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet –18 °C of kouder zijn.■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.

Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

nl65Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.

Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDeze hangt af van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van –18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.Als u het max.

vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 6 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Stel de temperatuur in op 2 °C.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen kunnen zonder Supervriezen worden ingevroren.AanwijzingTijdens het supervriezen wordt de koelruimte iets sterker gekoeld.In- en uitschakelenAfb. 4Toets „super” 3 indrukken.Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.Het supervriessysteem wordt na 1½ dagen automatisch uitgeschakeld.

nl66Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronã=AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Uitvoering(niet bij alle modellen)GlasplateausAfb. 7 U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Plateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.VarioplateauAfb. 8 De voorste helft van het vario-legplateau kan worden verwijderd. Hierdoor kunt u op het legplateau eronder (bijv. hoge flessen, kannen zetten).FlessenrekAfb.

9 In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.FlessenhouderAfb. * De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.IjsbakjeAfb. + Het ijsbakje voor ¾ met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.Sticker „OK”(niet bij alle modellen)Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.AanwijzingBij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.Correcte instelling

nl67Apparaat uitschakelen en buitenwerking stellenUitschakelen van het apparaatAfb. 4 Hoofdschakelaar Aan/Uit 4 indrukken (rode cirkel wordt zichtbaar). De temperatuurindicatie gaat uit. Koeling en verlichting zijn uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. 3. Schoonmaken van het apparaat. 4. Deur van het apparat open laten. OntdooienDe koelruimte wordt volautomatisch ontdooidAls de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. ,.

Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt. AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Het vriesvakHet vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien. ã=AttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. U gaat als volgt te werk:AanwijzingCa. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij binnentemperatuur bewaard kunnen worden. 1. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. 2.

Uitschakelen van het apparaat. 3. Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. 4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten. 5. Dooiwater met een spons of doekje afwissen. 6.

nl68Schoonmaken van het apparaatã=Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren.4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.6. Het sop mag niet via het afvoergaatje in het verdampingsgedeelte terechtkomen.7.

Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenAfb. 7De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts verwijderen. DooiwatergootAfb. ,De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.Legplateaus uit de deur nemenAfb. -Legplateaus optillen en verwijderen.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

nl69Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen!■De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelruimte leggen. Hierdoor benut u de koude van de diepvrieswaren voor het koelen van de levensmiddelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen!■Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien.Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

■Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.■De achterkant van het apparaat af en toe met met een stofzuiger of borstel reinigen om toename van het energieverbruik te voorkomen.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen.

Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

nl70Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv.

over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.De lichtschakelaar klemt.Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit.Diepvrieswaren zijn vastgevroren.De diepvrieswaren met een bot voorwerp losmaken.

Niet met een mes of een scherp voorwerp losmaken.Het vriesvak heeft een dikke laag rijp.Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is.De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb. ,

nl71ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. .Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. Storing Eventuele oorzaak OplossingIn de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend.Deur van het vriesvak sluiten.

De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.De temperatuur is te koud ingesteld.Temperatuur warmer instellen.De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.De temperatuurindicatie van de koelruimte knippert. Afb. 4/2De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.Er werden te veel levensmiddelen ingeladen.Voor het aanbrengen op de „super” toets drukken.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.NL 088 424 4020B 070 222 142

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens KT16LPW42 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden