Siemens KG39NVXCG Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens KG39NVXCG (28 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Siemens KG39NVXCG of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | KG39NVXCG |
Handleiding Siemens KG39NVXCG – volledige tekst
nl InhoudsopgaveInhoudsopgaveInhoudsopgave1 Veiligheid . 31. 1 Algemene aanwijzingen . 31. 2 Bestemming van het appa-raat . 31. 3 Inperking van de gebruikers . 31. 4 Veiliger transport . 41. 5 Veilige installatie . 41. 6 Veilig gebruik . 51. 7 Beschadigd apparaat . 72 Het voorkomen van materiëleschade . 83 Milieubescherming en bespa-ring . 83. 1 Afvoeren van de verpakking . 83. 2 Energie besparen . 84 Opstellen en aansluiten . 94. 1 Leveringsomvang . 94. 2 Criteria voor de opstelloca-tie . 94. 3 Apparaat monteren . 104. 4 Het apparaat voor het eerstegebruik voorbereiden . 104. 5 Apparaat elektrisch aanslui-ten . 105 Uw apparaat leren kennen . 115. 1 Apparaat . 115. 2 Bedieningspaneel . 126 Uitrusting . 126. 1 Legplateau . 126. 2 Flessenrek . 136. 3 Bewaarlade . 136.
4 Groente- en fruitlade . 136. 5 Deurrekken . 136. 6 Accessoires . 137 De Bediening in essentie . 147. 1 Apparaat inschakelen . 147. 2 Opmerkingen bij het gebruik . 147. 3 Machine uitschakelen . 147. 4 Temperatuur instellen . 148 Extra functies . 148. 1 Superkoelen . 148. 2 Automatisch Supervriezen . 158. 3 Handmatig Supervriezen . 158. 4 Sabbat-modus . 159 Alarm . 169. 1 Deuralarm . 169. 2 Temperatuuralarm . 1610 Koelvak . 1710. 1 Tips voor het bewaren van le-vensmiddelen in het koel-vak . 1710. 2 Koudezones in het koelvak . 1711 Vriesvak . 1711. 1 Invriescapaciteit . 1711.
2 Vriesvakvolume volledig ge-bruiken . 1811. 3 Tips voor het bewaren van le-vensmiddelen in het vries-vak . 1811. 4 Tips voor het bevriezen vanverse levensmiddelen . 1811. 5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij −18°C . 1811. 6 Ontdooimethodes voor diep-vrieswaren . 1912 Ontdooien . 1912. 1 Ontdooien in het vriesvak . 1913 Reiniging en onderhoud . 1913. 1 Apparaat voorbereiden voorreiniging . 1913. 2 Apparaat schoonmaken . 1913. 3 Onderdelen eruit halen . 2014 Storingen verhelpen . 2114. 1 Stroomuitval . 2514. 2 Apparaatzelftest uitvoeren . 2515 Opslaan en afvoeren . 2615. 1 Apparaat buiten gebruik stel-len . 2615. 2 Afvoeren van uw oude appa-raat . 262.
27Veiligheid 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.1.1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.1.2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is niet bestemd voor het gebruik als inbouwapparaat.Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-ding van ijsblokjes.¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-selijke omgeving.¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.1.3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar endoor personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerddoor kinderen indien deze niet onder toezicht staan.Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.3
nl Veiligheid1.4 Veiliger transportWAARSCHUWING‒Kans op letsel!Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-oorzaken.Het apparaat niet alleen optillen.1.5 Veilige installatieWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-gevens op het typeplaatje.Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-selstroom aansluiten.Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moetconform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van denetaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegangniet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatieeen scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijningebouwd.Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoerniet wordt afgeklemd of beschadigd.Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten,dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de in-bouwbehuizing niet afsluiten.4
Veiligheid nlWAARSCHUWING‒Brandgevaar!Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-ters is gevaarlijk.Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoerengebruiken.Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaakom de huisinstallatie aan te passen.Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbarenetvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-sen.1.6 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-paraat te reinigen.WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken enhierin verstrikt raken en stikken.Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaarkoudemiddel lekken en exploderen.Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene diedoor de fabrikant zijn aanbevolen.5
nl VeiligheidMaak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerplos, bijv. met een steel van een houten lepel.Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-nen exploderen, bijv. spuitbussen.Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-ve stoffen in het apparaat.WAARSCHUWING‒Brandgevaar!Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brandleiden, bijv.
verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.WAARSCHUWING‒Kans op letsel!Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in hetvriesvak bewaren.Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen.De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-schadigen.Het apparaat kan kantelen.Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdenshet gebruik heet.Raak de hete onderdelen nooit aan.WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan totbrandwonden door koude leiden.Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit hetvriesvak werden genomen.Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs enoppervlakken van het vriesvak.6
Veiligheid nlVOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-vensmiddelen te voorkomen.Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden toteen aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-raat.Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.Rauw vlees en vis in geschikte containers in het koelapparaatdusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere le-vensmiddelen of op deze drupt.Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,om schimmelvorming te voorkomen.Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-nen aluminium bevatten.
Wanneer zure levensmiddelen in contactkomen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-nen overdragen naar de levensmiddelen.Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.1.7 Beschadigd apparaatWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-lijk.Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoertrekken.Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan directde stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen.Neem contact op met de klantenservice.
nl Het voorkomen van materiële schadeAls het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet hetter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. Ventileer de ruimte. Het apparaat uitschakelen. Pagina14De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of dezekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de service. Pagina27Het voorkomen van materiële schade2 Het voorkomen vanmateriële schadeLET OPHet kantelen van de apparaatwieltjeskan bij het verschuiven van het appa-raat de vloer beschadigen. Het apparaat met een steekwagentransporteren.
Bij het verschuiven van het appa-raat een vloerbescherming gebrui-ken en niet zigzag bewegen. Door het gebruik van het apparaat,de plint, laden of deuren als zitvlak ofopstapje kan het apparaat bescha-digd raken. Niet op het apparaat, de plint, la-den of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vetkunnen kunststofdelen en deurafdich-tingen poreus worden. Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal ofmet een metalen uiterlijk kunnen alu-minium bevatten. Bij contact metzuurhoudende levensmiddelen corro-deert en verkleurt het aluminium. Levensmiddelen uitsluitend verpaktin het apparaat bewaren. Wanneer u uitrustingsdelen en acces-soires in de vaatwasser reinigt, kun-nen deze vervormen of verkleuren. Nooit uitrustingsdelen en accessoi-res in de vaatwasser reinigen. Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming enbesparing3.
Opstellen en aansluiten nlKeuze van de opstellingslocatieStel het apparaat niet bloot aan di-rect zonlicht. Plaats het apparaat zo ver moge-lijk van radiatoren, fornuis en ande-re warmtebronnen:– Houd 30mm afstand aan totelektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan totolie- en kolenfornuizen. Houd een kleine afstand tot de zij-wand aan. De externe ventilatieopeningennooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking: De plaatsing van de uit-rustingsonderdelen heeft geen in-vloed op het energieverbruik van hetapparaat. Open het apparaat slechts kort ensluit het zorgvuldig. De binnenste ventilatieopeningenof de externe ventilatieopeningennooit afdekken of blokkeren. Transporteer gekoelde levensmid-delen in een koeltas en leg ze snelin het apparaat. Warm voedsel en dranken eerst la-ten afkoelen, daarna in het appa-raat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten, dezeter ontdooiing in het koelvak. Laat altijd wat ruimte tussen de le-vensmiddelen en de achterwand. Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluiten4. 1 LeveringsomvangControleer na het uitpakken alle on-derdelen op transportschade en devolledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer ofonze servicedienst Pagina27contact op. De levering bestaat uit:Vrijstaand apparaatUitrusting en accessoires1MontagehandleidingGebruiksaanwijzingKlantenservice overzichtGarantiebijlage2EnergielabelInformatie over energieverbruik engeluiden4. 2 Criteria voor de opstelloca-tieWAARSCHUWING‒Explosiegevaar. Wanneer het apparaat in een te klei-ne ruimte staat, kan er bij een lek vanhet koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op ineen ruimte, welke tenminste eenvolume heeft van 1m3 per 8gkoudemiddel. De hoeveelheid vanhet koudemiddel staat op het type-plaatje. "Apparaat", Fig. 1/Pagina12Het gewicht van het apparaat kan af-hankelijk van het model tot 120 be-dragen.
nl Opstellen en aansluitenDe ondergrond moet stabiel genoegzijn om het gewicht van het apparaatte dragen.De ondergrond moet vlak zijn.Dit apparaat is bedoeld voor gebruikbij omgevingstemperaturen van 10°Ctot 43°C.Het apparaat is volledig functioneelbinnen de toegestane binnentempe-ratuur.Wanneer u het apparaat gebruikt bijlagere kamertemperaturen, dan kun-nen beschadigingen aan het appa-raat tot een kamertemperatuur van5°C worden uitgesloten.Over-and-Under- en Side-by-Side-opstellingAls u 2 koeltoestellen boven of naastelkaar wilt opstellen, moet u tussende toestellen minimaal een tussenaf-stand van 150 mm aanhouden.
Voorbepaalde toestellen is een opstellingzonder minimumafstand mogelijk.Neem hiervoor contact op met uwdealer of keukeninstallateur.4.3 Apparaat monterenHet apparaat conform meegelever-de montagehandleiding monteren.4.4 Het apparaat voor het eer-ste gebruik voorbereiden1.Haal het informatiemateriaal er uit.2.Verwijder de beschermfolie entransportborgingen, bijv. plakstripsen karton.3.Het apparaat voor de eerste keerreinigen. Pagina194.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten1.De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in eenstopcontact in de omgeving vanhet apparaat steken.De aansluitgegevens van het ap-paraat staan op het typeplaatje."Apparaat", Fig. 1/Pagina122.De netstekker op vastheid contro-leren.Het apparaat is nu gereed voorgebruik.10
nl UitrustingFlessenrek Pagina131Bewaarlade Pagina13Groente- en fruitladePagina13Typeplaatje Pagina27Diepvrieslade Pagina21StelvoetDeurrek voor grote flessenPagina135.2 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-matie krijgen over de gebruikstoestand.1 2 3 4 5 62alarm off schakelt het waarschu-wingssignaal uit.super freeze schakelt Supervrie-zen in of uit.super cool schakelt Superkoe-len in of uit.Toont de ingestelde tempera-tuur van het vriesvak in°C.Toont de ingestelde tempera-tuur van het koelvak in°C.3sec. schakelt het apparaatin of uit.Uitrusting6 UitrustingDe uitrusting van uw apparaat is mo-delafhankelijk.6.1 LegplateauOm de schappen naar wens te varië-ren, kunt u het schap uitnemen en opeen andere positie weer plaatsen."Plateau verwijderen", Pagina201Afhankelijk van de apparaatuitvoering12
Uitrusting nl6.2 FlessenrekBewaar flessen veilig op het flessen-rek.Om het flessenrek naar wens te vari-ëren, kunt u het flessenrek verwijde-ren en op een andere plaats weer te-rugzetten."Plateau verwijderen", Pagina206.3 BewaarladeIn de bewaarlade heersen lageretemperaturen dan in het koelvak.Temperaturen onder 0°C kunnen tij-delijk optreden.Om temperaturen in de buurt van0°C in de bewaarladen te bereiken,de koelvaktemperatuur op 2°C instel-len. Pagina14Gebruik de lagere temperaturen inde lade om snel bedervende levens-middelen te bewaren, bijv.
vis, vleesen worst.6.4 Groente- en fruitladeBewaar vers fruit en groente onver-pakt in de fruit- en groentelade.Bewaar gesneden fruit en groente af-gedekt of luchtdicht verpakt.Afhankelijk van de soort levensmid-delen en de hoeveelheid kan zich inde fruit- en groentelade condenswa-ter vormen.Verwijder het condenswater met eendroge doek.Om ervoor te zorgen dat de kwaliteiten het aroma behouden blijven, moetu koudegevoelig fruit en groente bui-ten het apparaat bewaren bij tempe-raturen van ca.
8 °C tot 12 °C, bijv.ananas, bananen, citrusvruchten, au-gurken, courgette, paprika, tomatenen aardappelen.6.5 DeurrekkenOm het deurrek naar behoefte te vari-ëren kunt u het deurrek er uit nemenen op een andere positie weer plaat-sen."Deurrek verwijderen", Pagina206.6 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires.Deze zijn op het apparaat afgestemd.De accessoires van het apparaat zijnafhankelijk van het model.EierplateauBewaar eieren veilig op het eierpla-teau.Variabel flessenrekBewaar flessen veilig op het variabe-le flessenrek.IJsblokjesschaalGebruik de ijsblokjesschaal om ijs-blokjes te maken.IJsblokjes makenGebruik voor het maken van ijsblok-jes uitsluitend drinkwater.1.Vul de schaal voor ijsblokjes voor¾ met drinkwater en plaats dezein het diepvriesvak.Maak vastgevroren levensmidde-len met een stomp voorwerp los,bijv. met een steel van een houtenlepel.13
nl De Bediening in essentie2. Om deijsblokjesschaal los tema-ken de ijsblokjesschaal iets torde-ren of kort onder stromend waterhouden. De Bediening in essentie7 De Bediening in essen-tie7. 1 Apparaat inschakelen1. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina10Opmerking: Wanneer het apparaateerder via het bedieningspaneelwerd uitgeschakeld, 3sec. 3se-conden ingedrukt houden. Het apparaat is nu gereed voorgebruik. Het apparaat begint te koelen. Er klinkt een waarschuwingssig-naal, het temperatuurdisplay (vries-vak) en "alarm off" knipperen om-dat het vriesvak nog te warm is. 2. Het waarschuwingssignaal metalarm off uitschakelen. "alarm off" gaat uit zodra de inge-stelde temperatuur is bereikt. 3. De gewenste temperatuur instellen. Pagina147.
2 Opmerkingen bij het ge-bruikWanneer u het apparaat heeft in-geschakeld, duurt het tot enkeleuren voordat de ingestelde tempe-ratuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in hetapparaat voordat de ingesteldetemperatuur is bereikt. De kopzijden van de behuizingworden tijdelijk licht verwarmd. Ditvoorkomt vorming van condenswa-ter in de zone van de deurafdich-ting. Let er bij het sluiten van de deurop dat de deur niet door productwordt geblokkeerd. Wanneer u de deur sluit, kan eenonderdruk ontstaan. De deur gaatdan alleen moeilijker open. Wachteen ogenblik tot de onderdrukwordt gecompenseerd. De temperatuur in het apparaat va-rieert door de volgende condities:– Het aantal keer dat het apparaatwordt geopend– Beladingshoeveelheid– Temperatuur van de vers opge-slagen levensmiddelen– Omgevingstemperatuur– Direct instralend zonlicht7. 3 Machine uitschakelen3sec.
Extra functies nlSchakel Superkoelen in voor het be-waren van grote hoeveelheden le-vensmiddelen in het koelvak. Opmerking: Als Superkoelen is inge-schakeld, kan er meer geluid ont-staan. Superkoelen inschakelenDruk op super cool. "super cool" brandt. Opmerking: Na ca. 6 uur schakelthet apparaat over op de normalewerking. Superkoelen uitschakelenDruk op super cool. 8. 2 Automatisch SupervriezenBij het automatisch Supervriezenkoelt het vriesvak duidelijk op een la-gere temperatuur dan bij de normalewerking. Hierdoor bevriezen de le-vensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen scha-kelt in als u verse levensmiddelenvan rechts beginnend in de onderstediepvrieslade legt. Het automatische Supervriezen is af-fabriek geactiveerd. U kunt het auto-matische Supervriezen deactiveren.
Als het automatische Supervriezen isingeschakeld, brandt "super freeze"en er kunnen meer geluiden ont-staan. Het apparaat schakelt na het verstrij-ken van het automatisch Supervrie-zen op normale werking. Automatisch Supervriezen active-rensuper freeze 5seconden inge-drukt houden. Als er 2 akoestische signalen tehoren zijn, is het automatische Su-pervriezen geactiveerd. Automatische Supervriezen deac-tiverensuper freeze 5seconden inge-drukt houden. Als er 3 akoestische signalen tehoren zijn, dan is het automatischeSupervriezen gedeactiveerd. Automatische Supervriezen annu-lerenDruk op super freeze. 8. 3 Handmatig SupervriezenBij het Supervriezen koelt het vries-vak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uurvoor het inladen van een hoeveelheidlevensmiddelen vanaf 2 kg in hetvriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten,gebruikt u Supervriezen.
nl AlarmTijdens de Sabbat-modus zijn de vol-gende functies uitgeschakeld:SuperkoelenAutomatische Supervriezen enhandmatige SupervriezenAlarmBinnenverlichtingAkoestische signalenMeldingen op het bedieningspa-neelOpmerking: Tijdens de Sabbat-mo-dus schakelt de verlichting van hetbedieningspaneel uit. "super freeze"brandt met gereduceerde helderheid. Sabbat-modus inschakelensuper freeze 15Seconden inge-drukt houden, tot een akoestischsignaal klinkt. "super freeze"brandt. Opmerking: Na ca. 80 uur schakelthet apparaat over op de normalewerking. Sabbat-modus uitschakelensuper freeze 15Seconden inge-drukt houden, tot een akoestischsignaal klinkt. Alarm9 Alarm9. 1 DeuralarmAls de deur van het apparaat langeretijd open staat wordt het deuralarmingeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal,"alarm off" knippert en de ingesteldetemperatuur van het betroffen vakknippert.
Deuralarm uitschakelenDe apparaatdeur sluiten of opalarm off drukken. Het waarschuwingssignaal is uitge-schakeld. 9. 2 TemperatuuralarmWanneer het te warm is in het vries-vak, wordt het temperatuuralarm ge-activeerd. Er klinkt een waarschuwingssignaal,de ingestelde temperatuur (vries-vak)en "alarm off" knipperen. VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezond-heid. Bij het ontdooien kunnen bacteriënzich vermeerderen en kunnen dediepvrieswaren bederven. Half of geheel ontdooide diepvries-waren niet opnieuw invriezen. Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meerten volle benutten. Het temperatuuralarm kan in de vol-gende gevallen inschakelen:Het apparaat wordt in gebruik ge-nomen. Levensmiddelen pas in het appa-raat inruimen wanneer de ingestel-de temperatuur is bereikt. Er worden grote hoeveelheden ver-se levensmiddelen ingeruimd.
Voor het in het apparaat inruimenvan grote hoeveelheden levens-middelen Supervriezen inschake-len. De deur van het vriesvak is te langgeopend. Controleer of het diepvriesproductdeels of geheel is ontdooid.
Koelvak nlKoelvak10 KoelvakIn het koelvak kunt u vlees, worst,vis, melkproducten, eieren, bereidegerechten en brood en banket bewa-ren. De temperatuur is van 2°C tot 8°Cinstelbaar. Door de koelopslag kunt uook lichtbederfelijke levensmiddelen opkorteofmiddellange termijn bewaren. Hoelager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelenvers. 10. 1 Tips voor het bewarenvan levensmiddelen in hetkoelvakAlleen verse en onbeschadigde le-vensmiddelen inruimen. Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt. Om de luchtcirculatie niet te hinde-ren en het bevriezen van levens-middelen te vermijden, de levens-middelen niet direct tegen de ach-terwand plaatsen. Laat warme etenswaren en dran-ken eerst afkoelen. Houd de door de fabrikant vermel-de houdbaarheidsdatum of ge-bruiksdatum in acht. 10.
2 Koudezones in het koel-vakDoor de luchtcirculatie in et koelvakontstaan verschillende koudezones. Koudste zoneDe koudste zone bevindt zich in debewaarlade. Tip: Bewaar snel bedervende levens-middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zoneDe warmste zone bevindt zich hele-maal bovenaan in de deur. Tip: Bewaar minder gevoelige le-vensmiddelen in de warmste zone,bijv. harde kaas en boter. Hierdoorkomt het aroma van de kaas betertot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar. Vriesvak11 VriesvakIn het vriesvak kunt u diepvrieswarenbewaren, levensmiddelen bevriezenen ijsblokjes maken. De temperatuur is van −16°C tot−24°C instelbaar. Langdurig bewaren van levensmidde-len moet opeen temperatuur van –18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijkelevensmiddelen gedurende lange tijdbewaren. De lage temperaturen ver-tragen of stoppen het bederven. 11.
1 InvriescapaciteitHet invriesvermogen geeft aan welkehoeveelheid levensmiddelen in hoe-veel uur tot in de kern kan worden in-gevroren. Informatie over het invriesvermogenvindt u op het typeplaatje. "Apparaat", Fig.
nl Vriesvak11. 2 Vriesvakvolume vollediggebruikenKom te weten hoe u de maximalehoeveelheid diepvriesproducten inhet vriesvak kunt doen. 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina202. De levensmiddelen rechtstreeksop de plateaus en de bodem vanhet vriesvak stapelen. 11. 3 Tips voor het bewarenvan levensmiddelen in hetvriesvakBewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt. Breng in te vriezen levensmiddelenniet in aanraking met ingevrorenlevensmiddelen. De levensmiddelen naast elkaar inde diepvriesladen leggen. Voor een goede luchtcirculatie inhet apparaat de diepvrieslade totaan de aanslag inschuiven. 11. 4 Tips voor het bevriezenvan verse levensmiddelenAlleen verse en onberispelijke le-vensmiddelen bevriezen. Levensmiddelen per portie invrie-zen. Bereide levensmiddelen zijn betergeschikt dan rauw eetbare levens-middelen. Groente vóór het invriezen wassen,kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen,ontpitten en eventueel schillen,eventueel suiker of ascorbinezuur-oplossing toevoegen. Voor het invriezen geschikte le-vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,vis en zeevruchten, vlees, wild engevogelte, eieren zonder schaal,kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-gerechten en etensresten. Voor het invriezen ongeschikte le-vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra-dijsjes, eieren met schaal, druiven,rode appels en peren, yoghurt, zu-re room, crème fraîche en mayo-naise. Diepvrieswaren verpakkenGeschikt verpakkingsmateriaal en dejuiste soort verpakking behouden inhoge mate de productkwaliteit envermijden vriesbrand. 1. De levensmiddelen in de verpak-king leggen. 2. De lucht eruit drukken. 3. De verpakking luchtdicht afsluitenom te voorkomen dat de levens-middelen hun smaak verliezen ofuitdrogen. 4. De verpakking met de inhoud vande invriesdatum voorzien. 11.
Ontdooien nl11. 6 Ontdooimethodes voordiepvrieswarenVOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezond-heid. Bij het ontdooien kunnen bacteriënzich vermeerderen en kunnen dediepvrieswaren bederven. Half of geheel ontdooide diepvries-waren niet opnieuw invriezen. Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meerten volle benutten. Dierlijke levensmiddelen in hetkoelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,kaas en kwark. Brood bij kamertemperatuur ont-dooien. Levensmiddelen voor directe con-sumptie in de magnetron, in deoven of op de kookplaat bereiden. Ontdooien12 Ontdooien12. 1 Ontdooien in het vriesvakDoor hetvolledig automatische “NoF-rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst-vrij. Ontdooien isniet nodig. Reiniging en onderhoud13 Reiniging en onder-houdDe reiniging van ontoegankelijkeplaatsen moet door de servicedienstworden uitgevoerd.
Aan de reinigingdoor de servicedienst kunnen kostenverbonden zijn. 13. 1 Apparaat voorbereidenvoor reiniging1. Het apparaat uitschakelen. Pagina142. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen eruit halen enop een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementenop de levensmiddelen leggen. 4. Verwijder alle uitrustingsdelen enaccessoires uit het apparaat. Pagina2013. 2 Apparaat schoonmakenWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken. Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het appa-raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting, in de be-dieningselementen of in de inwendi-ge ventilatieopeningen kan gevaarlijkzijn.
Het afwaswater mag niet in de ver-lichting, in de bedieningselemen-ten of in de inwendige ventilatie-openingen terechtkomen. LET OPOngeschikte reinigingsmiddelen kun-nen de oppervlakken van het appa-raat beschadigen. Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken.
nl Reiniging en onderhoud1.Apparaat voorbereiden voor reini-ging. Pagina192.Het apparaat, de uitrustingsdelen,de accessoires en de deurafdich-tingen met een vaatdoek, lauw wa-ter en een beetje pH-neutraal af-wasmiddel reinigen.3.Met een zachte, droge doek gron-dig nadrogen.4.De uitrustingsdelen plaatsen.5.Het apparaat elektrisch aansluiten.Pagina106.Doe de levensmiddelen in het ap-paraat.13.3 Onderdelen eruit halenNeem wanneer u de uitrustingsdelengrondig wilt reinigen deze uit het ap-paraat.Plateau verwijderenHet plateau aan de voorzijde optil-len , er uit trekken enverwijderen .Deurrek verwijderenHet deurrek omhoog tillen en ver-wijderen.Bewaarlade verwijderen1.De lade tot de aanslag eruit trek-ken.2.Til de bewaarlade aan de voorkantop en verwijder deze .20
Storingen verhelpen nlGroente- en fruitlade verwijderen1.De fruit- en groentelade tot de aan-slag uittrekken.2.Til de fruit- en groentelade aan devoorzijde op en verwijder deze.Diepvrieslade verwijderen1.De diepvrieslade tot aan de aan-slag uittrekken.2.De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .Ladefront verwijderenU kunt het ladefront van de fruit engroentelade en de vriesproductenla-de verwijderen voor het gemakkelij-ker schoonmaken.Druk de klikhaken aan de zijkantvan de lade in en verwijder hetladefront middels een draaibewe-ging van de lade .Storingen verhelpen14 Storingen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat ucontact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen vanstoringen.
nl Storingen verhelpenEr mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijdingvan risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-dere gekwalificeerde persoon.Storing Oorzaak en probleemoplossingApparaat koelt niet, in-dicaties en verlichtingbranden.Het presentatielicht is ingeschakeld.1.Schakel het apparaat uit. Pagina142.Wacht 2 minuten.3.Schakel het apparaat weer in.
Pagina144.Wacht 1minuut en houd aansluitend super cool in-gedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.5.Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.LED-verlichting functi-oneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijge-voegde overzicht van servicediensten.De koelmachine scha-kelt vaker en langerin.Het apparaat is te vaak geopend.Open de apparaatdeur niet onnodig.Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-ningen.Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vakerin en hebben verschillende vermogensstanden om effi-ciënter te koelen.Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-ningen.Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstandtot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-tebronnen op.
Vermijd langdurig direct zonlicht ophet apparaat.Open de deur van het apparaat slechts zo kort alsmogelijk is.Laat warme gerechten en dranken voordat deze inhet apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.Op de achterwandvan het koelvak vormtzich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor eengelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achter-22
Storingen verhelpen nlStoring Oorzaak en probleemoplossingOp de achterwandvan het koelvak vormtzich een vorstlaag.wand van het koelvak wordt regelmatig automatischontdooid.Open de deur van het apparaat slechts zo kort alsmogelijk is.Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de le-vensmiddelen af.Laat warme gerechten en dranken voordat deze inhet apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen ende binnenwanden.Zijpanelen van het ap-paraat zijn warm.Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tij-dens het koelproces warm worden.
Meubels die tegenhet apparaat staan, worden niet beschadigd door dewarmte.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.Alle temperatuurindi-caties en "alarm off"branden.Er is een sensor defect.Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijge-voegde overzicht van servicediensten.Er klinkt een waar-schuwingssignaal, deingestelde tempera-tuur (koelvak) en"alarm off" knipperen.Deur van het koelvak is open.Sluit de deur van het koelvak.Er klinkt een waar-schuwingssignaal, deingestelde tempera-tuur (vriesvak)en"alarm off" knipperen.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.Druk op alarm off.Schakel het alarm uit.Vriesvakdeur is open.Sluit de vriesvakdeur.Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-ningen.Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-geruimd.Overschrijd het vriesvermogen niet."Invriescapaciteit", Pagina1723
nl Storingen verhelpenStoring Oorzaak en probleemoplossingIngestelde tempera-tuur wordt niet bereikt.Volautomatische ont-dooien werkt nietmeer.De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zitheel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in hetNoFrost-systeem.Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd enworden op een koele plaats bewaard.1.Schakel het apparaat uit. Pagina142.Koppel het apparaat los van de voedingspanning.Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-ken of schakel de zekering in de meterkast uit.3.Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijge-voegde overzicht van servicediensten.Temperatuur wijkt ergaf van deinstelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1.Schakel het apparaat uit. Pagina142.Schakel het apparaat na ca.
5 minuten opnieuw in.Pagina14Als de temperatuur te hoog is, controleer dan detemperatuur na een paar uur opnieuw.Als de temperatuur te laag is, controleer de tempera-tuur dan de volgende dag opnieuw.Op het oppervlak vanhet apparaat en deplateaus in het appa-raat vormt zich con-denswater.De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseertop de koudere oppervlakken van het apparaat.1.Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek.2.Open het apparaat zo kort mogelijk.3.Let er op dat het apparaat altijd goed wordt geslo-ten.In de fruit- en groente-lade verzamelt zichvaak veel condenswa-ter.Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het productvormt er zich in de fruit- en groentelade condenswater.1.De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina212.De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaidinzetten .Het apparaat bromt,borrelt, zoemt, gorgelt,klikt, of maakt knakge-luiden.Geen storing.
Storingen verhelpen nlStoring Oorzaak en probleemoplossingHet apparaat bromt,borrelt, zoemt, gorgelt,klikt, of maakt knakge-luiden. tor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- ofuit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. Apparaat produceertgeluiden. Het apparaat staat niet waterpas. Stel het apparaat horizontaal met behulp van eenwaterpas en de stelvoeten. Apparaat is niet vrijstaand. Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet zeeventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. Haal flessen of containers van elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. 14.
1 StroomuitvalTijdens een stroomuitval stijgt detemperatuur in het apparaat, hierdoorverkort de bewaartijd en de kwaliteitvan de diepvriesproducten vermin-dert. Op onze website van uw apparaatvindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproductenin geval van een storing. OpmerkingenHet apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen engeen andere levensmiddelen inrui-men. De kwaliteit van de levensmiddelenonmiddellijk na de stroomuitvalcontroleren. – Diepvriesproducten die ontdooiden warmer dan 5°C zijn, weg-gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc-ten koken of bakken en ofwelverbruiken of opnieuw invriezen. 14. 2 Apparaatzelftest uitvoe-renUw apparaat beschikt over een appa-raatzelftest, welke storingen weer-geeft, die uw service kan verhelpen. 1. Het apparaat uitschakelen. Pagina142. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 3. Het apparaat na 5minuten op-nieuw elektrisch aansluiten. Pagina104. Het apparaat inschakelen. Pagina145.
nl Opslaan en afvoerenlen weerklinken en de tempera-tuurdisplay de ingestelde tempera-tuur weergeeft, dan zijn de tempe-ratuursensoren van uw apparaat inorde. Het apparaat gaat over opde normale werking. Wanneer na het einde van de zelf-test van het apparaat 5akoesti-sche signalen klinken en de ledsvan de temperatuuraanwijzing metverschillende helderheid branden,neem dan contact op met de servi-ce. De leds geven de service-dienst aanwijzingen omtrent de ac-tuele storing. 6. Druk op "super cool", zodat het ap-paraat overschakelt naar normaalbedrijf. Superkoelen is ingeschakeld en"super cool" brandt. 7. Superkoelen uitschakelen. Pagina158. Temperatuur instellen Pagina14Opslaan en afvoeren15 Opslaan en afvoeren15. 1 Apparaat buiten gebruikstellen1. Het apparaat uitschakelen. Pagina142. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen verwijderen. 4. Het apparaat reinigen. Pagina195. Om de ventilatie van het interieurte waarborgen het apparaat geo-pend laten. 15. 2 Afvoeren van uw oude ap-paraatDoor een milieuvriendelijke afvoerkunnen waardevolle grondstoffen op-nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezond-heid. Kinderen kunnen zich in het apparaatopsluiten en in levensgevaar gera-ken. Om te voorkomen dat kinderen inhet apparaat kruipen legplateausen lades niet uit het apparaat ne-men. Kinderen uit de buurt van een af-gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. Bij beschadiging van de leidingenkunnen brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken. De buizen van de koudemiddel-kringloop en de isolatie niet be-schadigen. 1.
Servicedienst nlcal and electronic equip-ment - WEEE). De richtlijn geeft het ka-der aan voor de in de EUgeldige terugneming enverwerking van oude ap-paraten. Servicedienst16 ServicedienstOriginele vervangende onderdelendie relevant zijn voor de werking inovereenstemming met de desbetref-fende Ecodesign-verordening kunt uvoor de duur van ten minste 10 jaarvanaf het moment van in de handelbrengen van het apparaat binnen deEuropese Economische Ruimte bijonze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van deservicedienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantie-voorwaarden gratis. De minimumduurvan de garantie (fabrieksgarantievoor particuliere gebruikers) in de Eu-ropese Economische Ruimte be-draagt 2 jaar in overeenstemmingmet de geldende plaatselijke garan-tievoorwaarden.
De garantievoor-waarden doen geen afbreuk aaneventuele andere rechten of claimsdie u op grond van het plaatselijkerecht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga-rantieduur en de garantievoorwaar-den in uw land ontvangt u via de QR-code op het meegeleverde documentover de servicecontacten en garantie-voorwaarden, bij onze klantenservice,uw dealer of op onze website. De contactgegevens van de klanten-service vindt u via de QR-code ophet meegeleverde document over deservicecontacten en garantievoor-waarden of op onze website. 16. 1 Productnummer (E-nr. ) enproductienummer (FD)Als u contact opneemt met de servi-cedienst, hebt u het productnummer(E-Nr. ) en het productienummer (FD)nodig. Deze nummers vindt u op hettypeplaatje van het apparaat. "Apparaat", Fig. 1/ Pagina12Om uw apparaatgegevens en de ser-vicedienst-telefoonnummers snel te-rug te kunnen vinden, kunt u de ge-gevens noteren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens KG39NVXCG stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Siemens
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer
