Siemens KG39NMI40 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens KG39NMI40 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Siemens KG39NMI40 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KG39NMI40 |
Handleiding Siemens KG39NMI40 – volledige tekst
65Aanwijzingen over de afvoer. 68Omvang van de levering. 68Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting. 69De juiste plaats. 69Apparaat aansluiten. 69Kennismaking met het apparaat. 70Inschakelen van het apparaat. 71Instellen van de temperatuur. 72Energiebesparingsmodus. 72Alarm function. 73Netto-inhoud. 73De koelruimte. 74Superkoelen. 75Diepvriesruimte. 75Maximale invriescapaciteit. 76Invriezen en opslaan. 76Verse levensmiddelen invriezen. 76Supervriezen. 77Ontdooien van diepvrieswaren. 78Speciale uitvoering. 78Sticker „OK”. 79Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 79Schoonmaken van het apparaat. 80Verlichting (LED). 80Energie besparen. 81Bedrijfsgeluiden. 81Kleine storingen zelf verhelpen. 82Servicedienst. 83.
nl65nlInhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst.Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
nl66Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.Bij het gebruik■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!■Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
nl67■Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten!■Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op vrieswonden!■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!■Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!■Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs.Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
nl68Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.
Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
nl69Let op de omgevingstemperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ,. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. BeluchtingAfb. #De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt.
De juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:■Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. ■Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen. Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
nl70Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. ,m WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv.
op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb. !* Niet bij alle modellen.1-9 Bedieningselementen10 Hoofdschakelaar Aan/Uit11 Verlichting (LED) 12 Legroosters/plateaus in de koelruimte13 * Flessenrek14 Luchtopening15 Verskoelvak16 Groente- en fruitlade17 Diepvrieslade18 Diepvrieskalender19 Glasplateau in de diepvriesruimte20 Schroefvoetjes21 * Boter en kaasvak22 Deurvak23 Eierrekje24 * Flessenhouder25 Vak voor grote flessen
nl71BedieningselementenAfb. "AanwijzingWanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.Inschakelen van het apparaatAfb. "Het apparaat met de toets Aan/Uit !/10 inschakelen.Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 5 knippert en de alarm-indicatie 7 brandt.Druk de alarmtoets 7 in.
Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld en de temperatuurindicatie 5 stopt met knipperen.De indicatie alarm gaat uit als in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.De fabriek adviseert de volgende temperaturen:■Koelruimte: +4 °C■Diepvriesruimte: –18 °CA KoelruimteB Diepvriesruimte1Keuzetoets KoelruimteMaakt de instelling van de temperatuur in de koelruimte mogelijk.2Temperatuurindicatie KoelruimteDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.3Toets „super” (Koelruimte) Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen.4Keuzetoets DiepvriesruimteMaakt de temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte mogelijk.5Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.6Toets „super” (Diepvriesruimte)Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.7 AlarmtoetsOm het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).8Insteltoetsen +/-De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de koel- en diepvriesruimte.9Indicatie Energiebesparingsmodus Deze brandt wanneer het apparaat niet in gebruik is.
nl72Aanwijzingen bij het gebruik■Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.■Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.■Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.Instellen van de temperatuurAfb. "KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van 2 °C tot 8 °C.1. Met de koelruimte-keuzetoets 1 de koelruimte kiezen.2. Met de insteltoets voor de temperatuur 8 de gewenste koelruimtetemperatuur instellen.De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.
De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.DiepvriesruimteDe temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.1. Met de vriesruimte-keuzetoets 4 de vriesruimte kiezen.2. Met de insteltoets voor de temperatuur 8 de gewenste vriesruimtetemperatuur instellen.De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 5 aangegeven.EnergiebesparingsmodusDe indicatie van de bedieningselementen wordt op de energiebesparingsmodus gezet wanneer u het apparaat niet bedient.■Indicatie Energiebesparingsmodus, afb. /9, brandt. "■De lichtsterkte van de temperatuurindicaties is verminderd.■Wanneer de Super-functie is ingeschakeld, brandt de desbetreffende indicatie super (indicatie Superkoelen, afb. /3 of "indicatie Supervriezen, afb. /6)."Zodra u het apparaat bedient, bijv.
nl73Alarm functionIn de volgende gevallen kan het alarm afgaan.DeuralarmHet deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld en de indicatie „alarm” "/7 brandt, als de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.
Door de deur te sluiten wordt het deuralarm weer uitgeschakeld.TemperatuuralarmHet temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.De temperatuurindicatie 5 knippert en de alarmtoets 7 brandt.Na indrukken van de toets alarm 7, geeft de temperatuurindicatie 5 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.Daarna wordt deze waarde gewist en toont de temperatuurindicatie 5 de ingestelde temperatuur.Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen■bij het in gebruik nemen van het apparaat,■bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,■als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.AanwijzingHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.Alarm uitschakelen Afb. "De alarm-toets 7 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. ,Vriesvermogen volledig benuttenOm de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.Onderdelen eruit halenDiepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. $
nl74De koelruimteDe koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”. In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen zijn die u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven. Let daarom bij de aankoop altijd op de mate van versheid van de levensmiddelen. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen. In acht nemen bij het bewaren■Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. ■Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
■De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. ■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:■Koudste zone is in de binnenruimte tegen de achterwand en in het verskoelvak Afb. /15. AanwijzingIn de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees. ■De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter.
nl75Aanwijzingen■Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.■Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.VerskoelvakAfb. (In het verskoelvak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden.Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst.
Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.Desgewenst kan de temperatuur in het verskoelvak worden aangepast.■Lagere temperatuur: regelaar naar rechts■Hogere temperatuur: regelaar naar linksWij adviseren een gemiddelde instelling.SuperkoelenTijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.Het superkoelsysteem inschakelen bijv.■vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.■om dranken snel te koelen.In- en uitschakelenAfb. "Super-toets koelruimte 3 indrukken.De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.DiepvriesruimteDe diepvriesruimte gebruiken■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■om levensmiddelen in te vriezen.AanwijzingLet erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is!
Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn.■Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.Attentie bij het inruimen■Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.■De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.AanwijzingDe vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen.
Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen.Diepvrieswaren opslaanDe diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
nl77AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. ■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. Lucht eruit drukken. 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien. 4.
Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e. d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden. ■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden. ■Groente, fruit:tot 12 maanden. SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
nl78Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.AanwijzingAls het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenAfb. "Super-toets diepvriesruimte 6 indrukken.Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronm AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Speciale uitvoering(niet bij alle modellen)FlessenrekAfb. %In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.Variabel legplateauAfb. &Het legplateau kan desgewenst omlaag worden geklapt. Het legplateau naar voren trekken, laten zakken en naar achteren drukken.Deze is geschikt voor het bewaren van levensmiddelen en flessen.IJsbakjeAfb. )1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
nl79DiepvrieskalenderAfb. /18!Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.Sticker „OK”(niet bij alle modellen)Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.AanwijzingBij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.Correcte instellingApparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatAfb. !Toets Aan/Uit 10 indrukken.
Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.
nl80Schoonmaken van het apparaatm Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.Ze kunnen vervormen!Het reinigingswater mag niet terechtkomen in■de openingssleuf aan de voorkant in de bodem van het vriesvak,■de bedieningselementen en■de verlichting.Ga als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.3. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel.
Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenAfb. *Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Reservoir verwijderenAfb. $Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
nl81Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.■Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. ■Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
Het energieverbruik kan dan iets hoger worden.■De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Knakkende geluidenHet automatische ontdooisysteem treedt in werking. Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen.
Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
nl82Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.
Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.De deur stond te lang open.De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.Het is te koud in de koelruimte of in het koelvak.Stel een hogere temperatuur voor de koelruimte in.Regelaar van het koelvak naar links schuiven. Afb. (De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
nl83ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. ,Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Storing Eventuele oorzaak OplossingDe deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb. +Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken.
Het apparaat weer in werking stellen.Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Alarmtoets, afb /7, gedurende "10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.NL 088 424 4020B 070 222 142
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens KG39NMI40 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Siemens
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast