Siemens KG39FPI23 Handleiding

Siemens Koelkast KG39FPI23

Bekijk gratis de handleiding van Siemens KG39FPI23 (119 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Siemens KG39FPI23 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/119
deGebrauchsanleitung
enInstruction for Use
frMode d’emploi
itIstruzioni per I´uso
nlGebruiksaanwijzing
KG..F..
hl- und Gefrierkombination
Fridge-freezer
frigérateur / Congélateur combiné
Combinazione frigorifero / congelatore
Koel-/diepvriescombinatie

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Koelkast
Model: KG39FPI23
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 87000 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 650 mm
Hoogte: 2010 mm
Netbelasting: 160 W
Ijsmaker: Nee
Snoerlengte: 2.4 m
Geluidsniveau: 38 dB
Jaarlijks energieverbruik: 156 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+++
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 68 l
Vriescapaciteit: 14 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 241 l
Brutocapaciteit koelkast: - l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Aantal planken koelkast: 5
Vriezer positie: Onder
Bewaartijd bij stroomuitval: 35 uur
Snelvriesfunctie: Ja
Aantal planken vriezer: 3
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 309 l
Temperatuur alarm: Ja
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
Totale brutocapaciteit: - l
Vers zone compartiment: Nee
Deur open alarm: Ja
Ingebouwde functie: Nee
Klimaatklasse: SN-T
Water dispenser: Nee
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Ijsblokjeshouder: Ja

Handleiding Siemens KG39FPI23 – volledige tekst

nl93nlIn houdnlGebrui ksaanwi jzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

nl94■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie. ■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.

■Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen. ■Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding. ■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding. Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie.

Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

nl95Aanwijzingen over de afvoer*Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. *Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. ã=WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.

Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

DeDeDeDeDe lever lever lever lever levering bestaating bestaating bestaating bestaating bestaat uit de uit de uit de uit de uit de volgende volgende volgende volgende volgende onderdelonderdelonderdelonderdelonderdelen:en:en:en:en:■Vrijstaand apparaat■Uitrusting (modelafhankelijk)■Gebruiksaanwijzing■Montagevoorschrift■Klantenserviceboekje■Garantiebijlage■Informatie over energieverbruik en geluiden■Zakje met montagemateriaal (zie overzicht montagevoorschrift)Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten. .

nl96Let op de omgevings-temperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 0.AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.BeluchtingAfb. 3De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.

De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN+16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT+16 °C tot 43 °C

nl97Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0 ã=WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt.

Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb. 1* Niet bij alle modellen.1 Bedieningselementen2 Toets Aan/Uit3 Lichtschakelaar4 Verlichting (LED)5 Legroosters/plateaus in de koelruimte6 Luchtopening7 Eierrekje8 Verskoellade9 Vochtfilter10 Vochtlade11 Diepvriesladen12 Voorraadvak voor tubes en blikjes13 Boter en kaasvak14 Vak voor grote flessen15 Koude-accu16 Diepvrieskalender

Zie hoofdstuk „Speciale functies”.6Indicatie Speciale functiesZie hoofdstuk „Speciale functies”.7„super” ToetsOm de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.Zie hoofdstuk „Superkoelen” of „Supervriezen”.8Insteltoetsen +/–De toetsen dienen voor■Het instellen van de temperaturen voor de verschillende koelzones.■In- en uitschakelen van de speciale functies.■Wijzigen van de tijdinstelling van de speciale functie „timer”.9Toets „light”Door het indrukken van de toets wordt de achtergrondverlichting van de indicatie gedurende 10 seconden hel verlicht.10 Alarmtoets Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).11 Toets „timer”Met deze functie kunnen dranken in de diepvriesruimte snel en veilig gekoeld worden.Na het indrukken van de toets is automatisch na 20 minuten een alarmsignaal te horen. De dranken zijn nu gekoeld.

Indicatie 4 geeft de resterende tijd aan. Na het indrukken van de toets „alarm” wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.Om de vooraf ingestelde tijd van 20 minuten te verkorten: toets „timer” indrukken en met de insteltoets 8 de gewenste tijd instellen.Om het snelkoelproces af te breken moet de toets „timer” binnen 3 seconden twee keer worden ingedrukt.

nl99Inschakelen van het apparaatHet apparaat met de insteltoets 1/2 inschakelen. Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 4 knippert „AL”.Druk de alarmtoets 2/10 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. De warmste temperatuur wordt korte tijd weergegeven.De vooraf ingestelde temperaturen worden na enkele uren bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.De fabriek adviseert de volgende temperaturen:■Koelruimte: +4 °C■Verskoelruimte: 0 °C■Diepvriesruimte: -18 °CAanwijzingen bij het gebruik■Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.■Door het volledig automatische No Frost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij.

Ontdooien is overbodig.■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.■Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.Instellen van de temperatuurAfb. 2KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 2 geactiveerd is.2. Toetsen „+/–” 8 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.VerskoelruimteDe temperatuur is instelbaar van 0 °C tot +4 °C.1. Keuzetoets 1 en toets „–” 8 tegelijkertijd 2 seconden indrukken. De indicatie verskoelruimte is geactiveerd.2.

nl100Speciale functiesAfb. 2„timer”Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden.In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld.ã=AttentieFlessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen.Functie inschakelen1. Toets „timer” 11 indrukken.2. Met de toetsen „+/–” 8 de gewenste tijd instellen.Functie uitschakelenToets timer 11 binnen 3 seconden twee keer indrukken.„eco”Met de functie „eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:■Koelruimte: + 6 °C■Verskoelruimte: rond de 0°C■Diepvriesruimte: –16 °CFunctie inschakelen1. Toets „setup” 5 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.2.

Met de insteltoets 8 „+” de keuze bevestigen. Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.Functie uitschakelenOm uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken. De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.„lock”Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen.Functie inschakelen1. Toets „setup” 5 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.2. Met de insteltoets 8 „+” de keuze bevestigen. Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.Functie uitschakelenOm uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken. De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

nl101„holiday”Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten. De koelruimte wordt automatisch naar +14 °C omgeschakeld. In de verskoelruimte en de diepvriesruimte blijven de ingestelde temperaturen behouden. Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan. Als de functie is ingeschakeld brandt op indicatie 2 „HO”. Functie inschakelen1. Toets „setup” 5 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is. 2. Met de insteltoets 8 „+” de keuze bevestigen. Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek. Functie uitschakelenOm uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken. De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

Alarm functionIn de volgende gevallen kan het alarm afgaan:DeuralarmHet deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld. Temperatuur-alarmHet temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. Op de indicatie 4 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven. Na indrukken van de alarmtoets 2/10, toont de vriesruimte-indicatie 2/4 10 seconden lang de warmste temperatuur die daar heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie van de vriesruimte 2/4 toont de ingestelde temperatuur.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:■bij het in gebruik nemen van het apparaat,■bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,■als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd. AanwijzingHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

nl102Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 0De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.Attentie bij het inruimen■De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.SuperkoelenTijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld.

Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.Het superkoelsysteem inschakelen bijv.■vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.■om dranken snel te koelen.In- en uitschakelenAfb. 21. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 2 geactiveerd is.2. Toets „super” 7 indrukken.Als het superkoelsysteem is ingeschakeld, geeft indicatie koelruimte „SU” en „super” aan.De verskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.

nl103VochtladeAfb. 1/10De vochtlade wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Daardoor heerst er in de vochtlade, afhankelijk van de vulling, een luchtvochtigheid tot 95%. Dit bewaarklimaat is ideaal voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons.Geschikt om vers te koelen:In de verskoellade:Afb. 1/8■Vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten, kant-en-klaarmaaltijdenIn de vochtlade:Afb. 1/10■Groente (bijv. worteltjes, asperges, selderie, look, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi)■Sla (bijv. veldsla, ijsbergsla, witlof, kropsla)■Kruiden (bijv. dille, peterselie, bieslook, basilicum)■Fruit (niet-koudegevoelige soorten, zoals appels, perziken, bessen, druiven)Niet geschikt voor „verskoelen”:Koudegevoelige fruit en groente (bijv.

zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika’s, komkommers, aardappels).De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte.Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”.In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen in de verskoelruimte worden ingeladen, des te langer blijven ze vers.Let dan ook bij het inkopen altijd op de versheid van de levensmiddelen.Neem bij kant-en-klaarproducten en voorverpakte levensmiddelen de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum in acht.Bewaartijden (bij 0 °C)Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoopVerse vis, zeevruchten max. 3 dagenGevogelte, vlees (gekookt/gebraden)max. 5 dagenRundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg)max.

nl104DiepvriesruimteDe diepvriesruimte gebruiken■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■om levensmiddelen in te vriezen.AanwijzingLet erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

0Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn.■Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.Diepvrieswaren opslaanBelangrijk voor een optimale luchtcirculatie in de diepvriesruimte: de diepvriesladen tot de aanslag erin schuiven.Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op diepvriesroosters en op de boden van de diepvriesruimte opstapelen. Hiertoe alle diepvriesladen eruit halen. De diepvriesladen tot de aanslag uittrekken, aan de voorkant iets optillen en eruit halen. Afb.

4Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

nl105■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.

Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDeze hangt af van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

nl106AanwijzingAls het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenAfb. 21. Keuzetoets 1 indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 4 geactiveerd is.2. Toets „super” 7 indrukken.Als het supervriessysteem is ingeschakeld, geeft indicatie diepvriesruimte„SU” en „super” aan.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronã=AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.

Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Uitvoering(niet bij alle modellen)U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen: ■Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Afb. 5 ■Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Afb. 6Boter en kaasvakAfb. 7FlessenrekAfb. 8 In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.FlessenhouderAfb. 9 De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.IjsbakjeAfb. * Het ijsbakje voor ¾ met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.

nl107DiepvrieskalenderAfb. +/AOm vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen, is het belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.Koude-accuAfb. +/B De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv.

in een koeltas) eruit genomen worden.Apparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatAfb. 1Toets Aan/Uit 2 indrukken. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.OntdooienDe koel- en verskoelruimteHet apparaat wordt automatisch ontdooid.Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. ,.

nl108AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Afb. ,DiepvriesruimteDoor het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.Schoonmaken van het apparaatã=Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren.4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel.

Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.6. Het sop mag niet via het afvoergaatje in het verdampingsgedeelte terechtkomen.7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.Aanwijzingen■Dooiwatergootje en afvoergaatje, afb. ,, regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks schoonmaken zodat het dooiwater kan weglopen.■Het stopje in het afvoergaatje van de koelruimte moet er om technische redenen na het schoonmaken weer ingedrukt worden.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenAfb. 5De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken. Reservoir verwijderenAfb.

nl109Vochtfilter eruit halenAfb. 1/9 Het vochtfilter boven de vochtlade kan worden verwijderd om hem te reinigen. Daartoe eerst de vochtlade verwijderen en het vochtfilter eruit trekken. De filterafdekking, afb. ., eraf halen en het filter eruit halen. Reinigen in lauw water, laten opdrogen en weer samenbouwen.Diepvrieslade verwijderenAfb. 4Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.Algemene aanwijzingen bij het onderhoud van oppervlakken van het apparaatDe oppervlakken van het apparaat met lauw water met een beetje afwasmiddel schoonmaken. Na het schoonmaken grondig droogwrijven.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen!

Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen!■De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelruimte leggen. Hierdoor benut u de koude van de diepvrieswaren voor het koelen van de levensmiddelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen!■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden. ■Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De energieopname kan dan wel iets veranderen. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.

nl110BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

nl111Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv.

over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.De lichtschakelaar klemt.Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit.Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is.

Controleer de zekeringen.De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergootjes of het afvoerpijpje zijn verstopt.Dooiwatergootjes en afvoergaatje schoonmaken (zie Schoonmaken van het apparaat). Afb. ,Stopje van het dooiwaterafvoergaatje ontbreekt.Stopje erin zetten.

nl112Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm.De vaste instelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte).De temperatuur in het verskoelvak kan gecorrigeerd worden.Afb. 2Toetsen 1 en „–” tegelijkertijd gedurende 2 seconden indrukken tot indicatie 3 geactiveerd is.Na 20 sec. wordt de ingestelde temperatuur opgeslagen.De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.Er is een alarmsignaal te horen; de indicatie „Alarm” brandt. Afb. 2/4In de diepvriesruimte is het te warm!

Gevaar voor de diepvrieswaren!Om het alarmsignaal en het knipperen van indicatie uit te schakelen de alarmtoets 10 indrukken.De deur is geopend. Deur sluiten.De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.

nl113 Storing Eventuele oorzaak OplossingDe deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb. /Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.Display geeft „E..” aan.

De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.Gedimde verlichting van de bedieningselementen.Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om.Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. 2/4.Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest.Na het indrukken van de alarmtoets 10 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie uitgeschakeld. Afb. 2/4 De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

nl114ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4020B 070 222 142

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens KG39FPI23 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden