Siemens KG36NST30 Handleiding

Siemens Koelkast KG36NST30

Bekijk gratis de handleiding van Siemens KG36NST30 (102 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Siemens KG36NST30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/102
deGebrauchsanleitung
enInstruction for Use
frMode d’emploi
itIstruzioni per I´uso
nlGebruiksaanwijzing
KG..N..
hl- und Gefrierkombination
Fridge-freezer
frigérateur / Congélateur combiné
Combinazione frigorifero / congelatore
Koel-/diepvriescombinatie

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Koelkast
Model: KG36NST30
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Titanium
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: LED
Gewicht: 87000 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 640 mm
Hoogte: 1850 mm
Netbelasting: 160 W
Snoerlengte: 2.4 m
Geluidsniveau: 43 dB
Jaarlijks energieverbruik: 238 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A++
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 66 l
Vriescapaciteit: 8 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 219 l
Brutocapaciteit koelkast: - l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Aantal planken koelkast: 3
Aantal groente lades: 2
Vriezer positie: Onder
Bewaartijd bij stroomuitval: 17 uur
Aantal planken vriezer: 3
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 285 l
Flessenrek: Ja
No Frost system: Ja
Totale brutocapaciteit: - l
Vers zone compartiment: Ja
Aantal compressoren: 1
Klimaatklasse: SN-T
Deur type: Enkel
Multi-luchtwegsysteem: Ja
Luchtfilter: Ja
Antibacteriële functie: Ja
Ijsblokjeshouder: Ja

Handleiding Siemens KG36NST30 – volledige tekst

nl80nlIn houdnlGebrui ksaanwi jzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

nl81■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie. ■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.

■Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen. ■Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding. ■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding. Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie.

Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

nl82Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.* Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.ã=WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken.2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.3.

Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

nl83Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.De levering bestaat uit de volgende onderdelen:■Vrijstaand apparaat■Uitrusting (modelafhankelijk)■Gebruiksaanwijzing■Montagevoorschrift■Klantenserviceboekje■Garantiebijlage■Informatie over energieverbruik en geluiden■Zakje met montagemateriaalLet op de omgevings-temperatuur en debeluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ,.AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse.

Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.BeluchtingAfb. 3De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN+16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT+16 °C tot 43 °C

nl84Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding.

Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. , ã=WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

nl85Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb. 1* Niet bij alle modellen.BedieningselementenAfb.

21-8 Bedieningselementen9 Lichtschakelaar10 Verlichting (LED)11 Luchtopening12 Legroosters/plateaus in de koelruimte13 Flessenrek14 Groentelade15 Chillervak16 Diepvrieslade17 Vriesrooster18 Schroefvoetjes19 Eierrekje20 Boter en kaasvak *21 Koolstoffilters22 Flessenhouder *23 Vak voor grote flessen24 Koude-accu/Diepvrieskalender *A KoelruimteB Diepvriesruimte1Toets Aan/UitOm het hele apparaat in en uit te schakelen.2Alarmtoets Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).3Toets „super” (Diepvriesruimte)Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.4Insteltoets temperatuur in de diepvriesruimteMet de toets wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.5Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.6Toets „super” (Koelruimte) Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen.7Temperatuurinsteltoets koelruimteMet de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.8Temperatuurindicatie KoelruimteDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.

nl86Inschakelen van het apparaatHet apparaat met de insteltoets 2/1 inschakelen.Er is een alarmsignaal te horen. De alarmtoets 2/2 knippert.Druk op de alarmtoets 2/2. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.De alarmtoets 2/2 brandt tot de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte is bereikt.Bij geopende deur brandt de verlichting in de koelruimte.AanwijzingWanneer de lichtschakelaar, afb. 1/9, bij geopende deur wordt ingedrukt, gaan de verlichting en de indicaties van de bedieningselementen uit.De fabriek adviseert de volgende temperaturen:■Koelruimte: +4 °C■Diepvriesruimte: –18 °CAanwijzingen bij het gebruik■Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.■Door het volledig automatische No Frost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij.

Ontdooien is overbodig.■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.■Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.Instellen van de temperatuurAfb. 2KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.Temperatuur-insteltoets 7 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 8.Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.DiepvriesruimteDe temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 5.Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.

nl87Energiebesparings-modusWanneer het apparaat een tijdje niet wordt gebruikt, wordt de indicatie van de bedieningselementen op de energiespaarmodus gezet.Alleen de noodzakelijke lampjes branden nog met verminderde lichtsterkte.Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om.Alarm functionIn de volgende gevallen kan het alarm afgaan:DeuralarmHet deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.

Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.Temperatuur-alarmHet temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:■bij het in gebruik nemen van het apparaat,■bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,■als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.AanwijzingHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.Alarm uitschakelen Afb. 2 Door de alarmtoets 2 in te drukken wordt het alarm uitgeschakeld.Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

nl88De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.Attentie bij het inruimen■De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.Super-koelenTijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld.

Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.Het superkoelsysteem inschakelen bijv.:■Vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.■Om dranken snel te koelen.In- en uitschakelenAfb. 2Toets „super” 6 indrukken.De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.DiepvriesruimteDe diepvriesruimte gebruiken■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■om levensmiddelen in te vriezen.AanwijzingLet erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. ,

nl89Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Bij het inruimenGrote levensmiddelhoeveelheden bij voorkeur in het bovenste vak invriezen; daar worden ze bijzonder snel en daardoor ook behoedzaam ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen. Diepvrieswaren opslaanBelangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat: diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

Als er zeer veel levensmiddelen moeten worden ondergebracht, dan kan men alle diepvriesladen, behalve de onderste, uit het apparaat halen en de levensmiddelen direct op de vriesroosters stapelen. Om de diepvriesladen eruit te halen: de diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken, aan de voorkant iets optillen en eruit halen. Afb. 7Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

nl90Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.

Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDeze hangt af van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.AanwijzingAls het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenAfb. 2Toets „super” 3 indrukken.Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

nl91Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronã=AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Speciale uitvoering(niet bij alle modellen)Legplateaus en voorraadvakkenU kunt de legplateaus en de voorraadvakken in de deur naar wens verplaatsen. Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Voorraadvak iets optillen en eruit halen.FlessenrekAfb. 4 In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.Groentelade met vochtigheidsregelaarAfb.

5 Om een optimaal klimaat voor het bewaren van groente, salade en fruit te scheppen, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden geregeld afhankelijk van de te bewaren hoeveelheid.Door de vochtigheidscontrole kunnen verse levensmiddelen met behoud van hun versheid tot tweemaal langer bewaard worden dan in de normale koelzone.Kleine hoeveelheden levensmiddelen – Regelaar naar links schuiven.Grote hoeveelheden levensmiddelen – Regelaar naar rechts schuiven.ChillervakAfb. 1/15 In het chillervak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden.Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.

nl92DiepvrieskalenderAfb. 1/24Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen, is het belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.Koude-accuAfb. 6 De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv.

in een koeltas) eruit genomen worden.KoolstoffiltersAfb. 1/21Het actief koolstoffilter vervangt en zuivert de lucht in het apparaat.Sticker „OK”(niet bij alle modellen)Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.AanwijzingBij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.Correcte instellingUitschakelen van het apparaatAfb. 2Toets Aan/Uit 1 indrukken. Koelmachine wordt uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.

nl93Schoonmaken van het apparaatã=Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schuursponsjes gebruiken.Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.Ze kunnen vervormen!Het reinigingswater mag niet terechtkomen in■de openingssleuf aan de voorkant in de bodem van het vriesvak,■de bedieningselementen en■de verlichting.U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.5.

Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.7. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenDe glasplateaus naar voren trekken en verwijderen.Glasplateau en groentelade verwijderenAfb. 9Voordat het glasplateau kan worden verwijderd, de groentelade uittrekken.De glasplaat kan eruit gehaald worden om schoon te maken.

nl94Glazen legplateau koelvak(niet bij alle modellen)AanwijzingGlazen legplateau van het koelvak niet onder stromend water reinigen.De groentelade en het koelvak verwijderen voordat u het glazen legplateau verwijdert.Afb. * Houders gelijktijdig indrukken, glazen legplateau optillen en naar voren trekken.Lades in de koelruimteAfb. 8Lade helemaal uittrekken, iets optillen en eruit halen.Om erin te zetten: lade aan de voorkant op de uittrekbare rails zetten en in het apparaat schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.AanwijzingVoordat de groentelade kan worden verwijderd, moet het glasplateau erboven worden verwijderd.Diepvrieslade verwijderenAfb.

7Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen!■De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelruimte leggen. Hierdoor benut u de koude van de diepvrieswaren voor het koelen van de levensmiddelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen!■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden.

■Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De energieopname kan dan wel iets veranderen. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.

nl95BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Knakkende geluidenHet automatische ontdooisysteem treedt in werking. Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

nl96Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.De verlichting functioneert niet. Afb.

1/10De lichtschakelaar klemt.Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. Afb. 1/9De verlichting is defect.Zie hoofdstuk „Verlichting”.In de koelruimte is het te koud.Koudere temperaturen in de diepvriesruimte kunnen ook leiden tot koudere temperaturen in de koelruimte. Dit is normaal.De temperatuur in de koelruimte iets warmer instellen.Als dit niet voldoende is, bijv. omdat de binnentemperatuur te laag is, kunt u ook de temperatuur van de diepvriesruimte hoger instellen.Gedimde verlichting van de bedieningselementen.Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om.

nl97 Storing Eventuele oorzaak OplossingGeen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven.

Deur van het apparat open laten.Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb. +Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.

nl98ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. ,Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4020B 070 222 142

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens KG36NST30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden