Siemens KG32U123GB Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens KG32U123GB (75 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Siemens KG32U123GB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KG32U123GB |
Handleiding Siemens KG32U123GB – volledige tekst
62nlAfvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriftenAfvoeren van de verpakkingen van uw oude apparaatOude apparaten zijn niet per definitiewaardeloos. Door een milieuvriendelijkeafvoer van uw oude apparaat kunnenwaardevolle grondstoffen opnieuw gebruiktworden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel door-knippen en samen met de stekker ver-wijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomtu dat kinderen zichzelf tijdens het spelen inhet apparaat opsluiten en in levensgevaargeraken. Koel- en diepvriesapparaten bevattenkoelmiddelen en isolatiegassen diezorgvuldig moeten worden afgevoerd. Leterop dat de leidingen tot het moment vantransport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens hettransport naar u door de verpakkingbeschermd.
Voor de verpakking wordtgebruik gemaakt van materialen die hetmilieu kan verdragen en die geschikt zijnvoor hergebruik. Help daarom mee en zorgervoor dat de verpakking milieuvriendelijkwordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en deonderdelen daarvan spelen. Kans op stikkendoor vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uwgemeente informeren hoe u uw oudeapparaat en het verpakkingsmateriaal vanhet nieuwe apparaat kunt (laten) afvoerenvoor een milieuvriendelijke verwerking. VeiligheidsvoorschriftenLees voordat u het nieuwe apparaat ingebruik neemt de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift nauwkeurig door. U vindtdaarin belangrijke informatie over installatie,gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift voor een eventuelelatere bezitter van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-heid als de volgende aanwijzingen niet inacht worden genomen:l Een (bijv. tijdens het transport)beschadigd apparaat niet in gebruiknemen. In twijfelgevallen eerst contactopnemen met uw leverancier. l Het apparaat uitsluitend volgens hetbijgesloten installatievoorschrift plaatsenen aansluiten.
De elektrische aansluit-voorwaarden moeten overeenkomen metde gegevens op het typeplaatje. lBij het schoonmaken nooit een stoom-apparaat gebruiken. De stoom kan in deonder spanning staande onderdelen vanhet apparaat terechtkomen en kortsluitingof een electrische schok veroorzaken. l De elektrische veiligheid van het apparaatwordt alleen dan gegarandeerd als hetaardingssysteem van de huisinstallatievolgens de geldende elektrotechnischevoorschriften is geïnstalleerd. l In geval van een storing, bij onderhouds-werkzaamheden en vóór het schoonmakende stekker uit het stopcontact trekkenresp. de zekering in de meterkastuitschakelen of losdraaien. Altijd aan destekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. l Reparaties aan elektrische apparatenmogen alleen door vakkundige monteursworden uitgevoerd. Door ondeskundigereparatie kan er gevaar voor de gebruikerontstaan.
64nl63nlPlaatsing van het apparaatDe juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte isgeschikt. Het apparaat liefst niet in de zon ofnaast een fornuis, verwarmingsradiator ofandere warmtebron plaatsen. Is plaatsingnaast een warmtebron niet te vermijden,maak dan gebruik van een isolerende plaatof neem de volgende minimumafstanden inacht:naast een elektrisch fornuis 3 cmnaast een CV-installatie 30 cmBij plaatsing naast een ander koel- ofvriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om hetontstaan van condensatiewater te vermijden. Het apparaat moet waterpas en stevig op devloer staan. Eventuele oneffenheden in devloer d. m. v. de schroefvoetjes aan devoorkant opheffen (afb. H). Twee rollen aan de achterkant maken hetgemakkelijker om het apparaat in een nis teschuiven. Verwisselen van dedeurophangingGa te werk in de volgorde van de cijfers(afb. F).
Elektrische aansluitingHet apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften aangebracht, randgeaardstopcontact, met een zekering van10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hzwisselstroom aansluiten. Bij apparaten voor niet Europese landen ophet typeplaatje controleren of de aansluit-spanning en de stroomsoort overeenkomenmet de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaanin het apparaat (afb. G). Een eventueel noodzakelijke vervanging vande stroomkabel mag alleen wordenuitgevoerd door de klantenservice van defabrikant. Waarschuwing. Het apparaat mag nooitworden aangesloten op elektronische„energiebesparende stekkers” (bijv. SavaPlug) of omvormers die gelijkstroom om-zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal-laties voor zonneënergie of netwerkenvoor schepen). VentilatieAfb.
3De aan de achterwand van het apparaatvrijkomende warme lucht moet ongehinderdafgevoerd kunnen worden. Anders moet dekoelmachine meer presteren waardoor hetenergieverbruik toeneemt. De be- enontluchtingsopeningen mogen dan ooknooit worden afgedekt. Na het transport. Het apparaat ca.
1/2 uur rechtop laten staanvoordat het voor het eerst wordtingeschakeld. l Flessen en blikjes met vloeistoffen –vooral koolzuurhoudende dranken – nietin de diepvriesruimte opslaan. De flessenen blikjes springen. l De be- en ontluchtingsopeningen mogennooit afgedekt worden. l Plint, uittrekbare manden of laden, deurenetc. niet als opstapje gebruiken of om opte leunen. lKinderen niet met het apparaat latenspelen. lAls u een apparaat met een slot hebt,bewaar de sleutel dan buiten het bereikvan kinderen. l IJslollies en ijsblokjes niet direct uit dediepvriesruimte in de mond nemen(gevaar voor verbranding door de zeerlage temperatuur). l Diepvrieswaren nooit met natte handenaanraken. Uw handen kunnen eraanvastvriezen. Het koelcircuit van dit apparaatbevat isobutaan (R 600a), eennatuurlijk gas dat in hoge matemilieuvriendelijk is maar welbrandbaar.
Let erop bij het vervoeren enverplaatsen van het apparaat dat er geenonderdelen van het koelcircuitbeschadigd worden. Bij eventuelebeschadigingen open vuur of andereontstekingsbronnen vermijden. De ruimtewaarin het apparaat is opgesteld, eenpaar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces teversnellen geen andere mechanischetoestellen of kunstmatige hulpmiddelengebruiken dan door de fabrikantaanbevolen. BepalingenHet apparaat is geschikt voor het koelen eninvriezen van levensmiddelen en omijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moetende daarvoor geldende bepalingen in achtworden genomen. Het apparaat voldoet aan de voorschriftenvoor koel- en vriesinstallaties ter voorkomingvan ongevallen (VBG 20). Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
G)Klimaat- Omgevingstemperatuurklasse van. totSN +10 °C tot 32 °CN +16 °C tot 32 °CST +18 °C tot 38 °CT +18 °C tot 43 °CAls de omgevingstemperatuur lager is, danwordt het in de koelruimte te koud; als deomgevingstemperatuur hoger is, dan wordthet in de diepvriesruimte te warm. Als de temperatuur in de ruimte waar hetapparaat staat opgesteld, lager is dan deingestelde temperatuur in de koelruimte, danwordt het in de koelruimte net zo koud alsde omgevingstemperatuur. Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °Ckan dit tot storingen bij het volautomatischeontdooien van de koelruimte leiden. Onze bijdrage aan het beschermen vanhet milieu: wij maken gebruik vankringlooppapier. Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriften.
66nl65nlKennismaking met het apparaatFunctie van de schakel- en controle-elementenAfb. 21 -toetsHoofdschakelaar, om het hele apparaat inen uit te schakelen. 2 -toets koelruimteOm de koelruimte in en uit te schakelen. (De koelruimte kan alleen in gebruikworden genomen als hoofdschakelaar 1eerst is ingeschakeld). 3 Toets "super" voor de koelruimteOm het superkoelsysteem in en uit teschakelen. Als indicatie 6 brandt, wordtaangegeven dat het superkoelsysteem isingeschakeld. Na het inschakelen wordtde koelruimte gedurende 6 uur zo koudmogelijk gekoeld. Daarna wordtautomatisch omgeschakeld naar deoorspronkelijk ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem gebruiken:- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen- om dranken snel te koelen4 Insteltoets voor de temperatuur in dekoelruimte(De temperatuur in de koelruimte isinstelbaar van +2 0C tot +11 0C). Toets " / 0C" indrukken.
De insteltemperatuur wordt gedurende 5seconden op indicatie aangegeven. 5 De insteltoets een aantal keren indrukkenof ingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van +11 0C tot+2 0C aangegeven. Na +2 0C verschijntweer +11 0C). 5 Indicatie voor de temperatuur in dekoelruimteWerkt alleen als hoofdschakelaar 2 voorde koelruimte is ingeschakeld en geefttwee functies aan:a) Actuele temperatuur in de koelruimteZonder een toets in te drukken wordt de momenteel heersende temperatuur in de koelruimte aangegeven. b) Insteltemperatuur voor de koelruimteNa het indrukken van insteltoets 4wordt de insteltemperatuur gedurende vijf seconden aangegeven. Daarna verschijnt weer de "actuele" temperatuur in de koelruimte.
8 Indicatie voor de temperatuur in dediepvriesruimte(geeft 3 verschillende temperaturen aan)a) Actuele temperatuur in de diepvriesruimteZonder een toets in te drukken wordt de momenteel heersende temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. b) Insteltemperatuur voor de diepvriesruimteNa het indrukken van insteltoets 10wordt de insteltemperatuur gedurende vijf seconden aangegeven. Daarna verschijnt weer de "actuele" temperatuur in de diepvriesruimte. c) "Warmste temperatuur" in de diepvriesruimteAls indicatie knippert, dan is het door8 het uitvallen van de stroom of door eenstoring te warm geweest in de diepvriesruimte. Na het indrukken van de toets wordt op indicatie 8 gedurende vijf seconden de "warmste temperatuur" aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst.
Daarna wordt deze waarde gewist - indicatie geeft dan 8 zonder te knipperen de "actuele temperatuur in de diepvriesruimte" aan. 9 Indicatie "alarm"brandt terwijl tegelijkertijd eenalarmsignaal te horen is, als het in dediepvriesruimte te warm is. De indicatie als in degaat uit diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur isbereikt. Kennismaking met het apparaatA. u. b. vóór het lezen de laatste bladzijdenmet afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer danéén type van toepassing. Afwijkingen inde afbeeldingen zijn hierdoor niet uit-gesloten. OverzichtAfb.
4 Insteltoets voor de temperatuur in dekoelruimtekouder, warmer5 Indicatie voora) de actuele temperatuur in de koelruimteb) de insteltemperatuur voor de koelruimte6 Indicatie "super" voor de koelruimte7 Indicatie "super voor dediepvriesruimte8 Indicatie voora) de actuele temperatuur in de diepvriesruimteb) de insteltemperatuur voor de diepvriesruimtec) de "warmste temperatuur" in de diepvriesruimte9 Indicatie "alarm"10 Insteltoets voor de temperatuur in dediepvriesruimtekouder, warmer11 Toets "super" voor de diepvriesruimtevoor maximale vriescapaciteit12 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)a) voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaalb) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeftgeheerst (alleen wanneer indicatie 9knippert).
68nl67nlInschakelen entemperatuurkeuzeAfb. 2lStekker in het stopcontact steken. lBij het indrukken van de toetsen klinkteen bevestigingssignaal. lHoofdschakelaar 1 indrukkenHet alarmsinaal is te horen, indicatie"alarm" 9 en indicatie "temperatuur in dekoelruimte" 5 branden. De indicatie"temperatuur in de diepvriesruimte" 8knippert. l-toets 12 indrukkenHet alarmsignaal gaat uit. Indicatie 8houdt op met knipperen. Hiermee is hetapparaat weer in werking. lInstellen van de temperatuur in dediepvriesruimteInsteltoets een aantal keren indrukken10 of ingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van -16 0C tot-26 0C aangegeven. Na -26 0C verschijntweer -16 0C). Wij adviseren een instelling op -18 0C.
lInstellen van de temperatuur in dekoelruimteInsteltoets een aantal keren indrukken4 of ingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van +11 0C tot +2 0C aangegeven. Na +2 0C verschijntweer +11 0C). Wij adviseren een instelling op +4 0C. Ook na een correctie van detemperatuurinstelling verandert detemperatuur in de koelruimte pas nageruime. Kennismaking met hetapparaat10 Insteltoets voor de temperatuur in dediepvriesruimte/°C -toets 10 indrukken. Deinsteltemperatuur wordt gedurende 5seconden op indicatie 8 aangegeven. Deinsteltoets een aantal keren indrukken ofingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van -16 0C tot -26 0C aangegeven.
De supervriesstand dient voor hetinvriezen van grote hoeveelheden verselevensmiddelen en kan maximaal 24 uurvoordat de verse levensmiddelenworden toegevoegd, wordeningeschakeld. De vriesmachine werkt na inschakelingcontinu, de vriesruimte bereikt een zeerlage temperatuur. 12 “alarm” -toetsDient voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaal. Het waarschuwingssignaal wordtgeactiveerd wanneer het te warm is in devriesruimte en de diepvriesproductengevaar lopen (tegelijkertijd knippertindicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geengevaar lopen, kan hetwaarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat- bij het toevoegen van verselevensmiddelen zonder inschakeling vande supervriesstand- en als de vriesruimtedeur te lang openstaat.
Na uitschakeling van hetwaarschuwingssignaal wordt de"akoestische waarschuwing" automatischweer operationeel zodra de vriesruimteAttentie:lDe temperatuur in de koelruimte kanschommelen– doordat de deur van het apparaat vaakgeopend werd,– door het inladen van grote hoeveelhedenverse levensmiddelen in de koelruimteen de diepvriesruimte,– door een verandering van deomgevingstemperatuur,– door een verandering van de instellingvan de temperatuurkiezer voor dediepvriesruimte of door inschakelen vanhet supervriessysteem. lAls er bij de ingebruikneming van hetapparaat geen temperatuur wordtweergegeven, is het nog te warm in dekoel- of vriesruimte. lDe voorzijde van het apparaat wordtgedeeltelijk licht verwarmd waardoorde vorming van condensatiewater inde buurt van de deurafdichting wordtvoorkomen.
lAls de deur van de diepvriesruimte na hetsluiten niet onmiddellijk weer geopend kanworden: twee tot drie minuten wachten totde ontstane onderdruk is opgeheven. lTerwijl de koelmachine loopt, vormen zichdooiwaterdruppels of een laagje rijp op deachterwand van de koelruimte. Dit isnormaal. U hoeft de rijp niet af teschrapen of de dooiwaterdruppels af tewissen. De achterwand wordtautomatisch ontdooid.
Het dooiwaterloopt via het afvoergootje (afb. A/B) naarde koelmachine, waar het verdampt. lDe temperatuurindicatie van het koel-resp. vriesvak verandert – afhankelijkvan de belading – relatief langzaam,ongeveer overeenkomstig detemperatuur van de koel- ofdiepvrieswaren. Detemperatuurindicatie verandert niet,ook niet als de deur van het koel- ofvriesvak een paar minuten open staat. Inschakelen entemperatuurkeuzeUitschakelen van hetapparaat Hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen vande koelruimteAls alleen de koelruimte wordtuitgeschakeld: EIN/AUT-schakelaar voor dekoelruimte (afb. 2/2) net zo lang indrukkentot de indicatie (afb. 2/5) uitgaat. Buiten werking stellen vanhet apparaatAls het apparaat langere tijd niet gebruiktwordt: hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken,apparaat schoonmaken en de deurenopenlaten.
70nl69nlLevensmiddelen inruimenVentilator in de koelruimteAfb 1/13De ventilator in de bovenwand van dekoelruimte verhoogt de snelheid waarmeede lucht circuleert. Het resultaat:lEen gelijkmatige verdeling van detemperatuur in de hele koelruimtelNadat de deur geopend werd, wordt deoorspronkelijke temperatuur snel weerbereiktlNa het veranderen van de instelling vande temperatuur wordt de nieuwetemperatuur snel bereiktlVerse levensmiddelen kunnen door delage luchtvochtigheid langer bewaardwordenAttentie bij het inruimenlWarme dranken en gerechten buiten hetapparaat laten afkoelen. lDe levensmiddelen liefst verpakt of goedafgedekt bewaren. Hierdoor blijven nietalleen geur, smaak, kleur en vochtigheidbehouden, maar wordt bovendienvoorkomen dat de opgeslagen levens-middelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moetenonverpakt in de groenteladen wordenopgeslagen.
lZorg dat de kunststof delen en dedeurafdichting niet met olie of vet inaanraking komen (ze kunnen poreusworden). lGeen explosieve stoffen in het apparaatopslaan. Dranken met een hoogalcoholpercentage rechtop en goedgesloten bewaren. – Gevaar voor explosie. lFlessen met vloeistoffen die kunnenbevriezen, niet in de diepvriesruimtebewaren. De flessen springen. * niet bij alle modellenEen voorbeeld van hetinruimenafb. 1Koelruimte (A)Op de schappen (15) van boven naarbeneden bakwaren, toebereide gerechten,zuivelproducten. In de lade (16) kaas, worst, yoghurt. In de groentebak (20) groente, fruit, salade. In het vakje (21) kleine flessen, blikken. In het vak (22) boter en kaas. In het flessenvak (25) grote flessen. Vriesruimte (B)In de bovenste diepvriesbakken (26)diepvriesgerechten bewaren. * Op het diepvriestableau (28) kleinediepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden.
Indeling van het interieurDe legroosters/plateaus in de koelruimtekunnen – ook als de deur 90° openstaat –worden verplaatst: legrooster/plateau naarvoren trekken, iets laten zakken, eruit nemenen op de gewenste plaats opnieuw erinzetten (afb. 4). * FlessenrekIn de holten kunnen de flessen veilig wordenneergelegd en opgestapeld (afb. 5, 6). Dekleine lade kan eruit genomen worden omlevensmiddelen in- en uit te laden. Dehouder van de lade voor joghurtbekers kanop het legplateau naar links of naar rechtsverschoven worden (afb. 9). De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnenomhoog geklapt worden waardoor er plaatsis voor tubes, blikjes etc. Met de flessehouder wordt voorkomen dat deflessen omvallen bij het openen en sluiten vande deur (afb. 0/A). Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deurkunnen eruit gehaald worden om schoon temaken: bakje of rekje ietsje optillen en eruithalen (afb. 8/A).
* Het voorraadbakje voor kleine spulletjes(afb. E) dient voor het bewaren van kleinevoorwerpen zoals flesjes, medicijnen enz. Het bevindt zich in het voorraadvak in dedeur en kan naar links of naar rechtsverschoven worden. Om het voorraadbakjevoor kleine spulletjes eruit te halen: hetbakje naar boven trekken. 1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijnsneller helemaal bevroren. Zo blijft dekwaliteit bij het ontdooien en bereidenhet beste behouden. De levensmiddelen luchtdicht verpakkenzodat ze niet uitdrogen of hun smaakverliezen. Voor verpakking geschikt:kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,diepvriesdozen. Deze produkten zijn in dehandel verkrijgbaar. Niet geschikt:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruitpersen en het geheel van een goede sluitingvoorzien.
Vermeld op de pakjes inhoud en datumvoordat u ze in de diepvriesruimte legt. InvriescapaciteitDe levensmiddelen moeten zo snel mogelijkdoor en door worden ingevroren. Alleen zoblijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat nietoverschreden worden. De volgende hoeveelheden levensmiddelenkunnen binnen 24 uur worden ingevroren inde bovenste diepvriesbakbij 60 cm brede aparaten max. 12 kg. Zorg dat de verse levensmiddelen nietin aanraking komen met al ingevrorenlevensmiddelen. Warme spijzen en dranken, voordat u zein de diepvriesruimte opslaat, op kamer-temperatuur laten afkoelen. Invriezen en opslaanAttentie bij het inkopen vandiepvriesproduktenlLet erop dat de verpakking nietbeschadigd is. lDe op de verpakking aangegevenhoudbaarheidsdatum mag niet verstrekenzijn.
lIn de winkel moet de temperatuur in dediepvrieskist –18 °C of kouder zijn. lKoop de diepvriesprodukten op hetallerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in eenkoeltas snel naar huis en leg ze in dediepvriesruimte. Levensmiddelen zelf invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen alsu zelf gaat invriezen. Geschikt om in te vriezen:vlees en worst, gevogelte en wild, vis,groente, kruiden, fruit, brood en gebak,pizza, kant en klare gerechten, kliekjes,eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen:eieren met schaal, zure room en mayonaise,sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien. Blancheren van groente en fruit:groente en fruit moeten vóór het invriezengeblancheerd worden om te voorkomen datkleur, smaak, aroma en vitamine „C”verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of hetfruit kort in kokend water wordt gedompeld.
72nl71nlInvriezen en opslaanSuper-CoolingVoordat u inkopen gaat doen moet u 3 – 4uur tevoren of op zijn laatst bij het inladenvan verse levensmiddelen het "super-cooling"-systeem inschakelen. Om het"super-cooling"-systeem in te schakelen:toets 0C (afb. 2/3) langere tijd of net zo vaakindrukken tot het lampje "super-cooling"(afb. 2/6) brandt. Bij super-cooling wordt dekoelruimte 6 uur lang ingesteld op eenlagere temperatuur. Daarna wordt erautomatisch omgeschakeld naar detemperatuur die voor de super-cooling wasingesteld. SupervriezenAls er al levensmiddelen in de diepvriesruimteliggen, dan moet een paar uur vóór hetinladen van verse levensmiddelen hetsupervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevorenvoldoende. Wilt u de max. invriescapaciteitbenutten, dan moet u het supervriessysteem24 uur van tevoren inschakelen.
Kleinerehoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg)kunnen zonder gebruik van hetsupervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem:de supervriestoets (afb. 2/11) indrukken. De indicatie geeft aan dat het"super" supervriessysteem is ingeschakeld. Nainschakeling bereikt de vriesruimte een zeerlage temperatuur. Ca. 53 uur na hetinschakelen wordt de supervriesstandautomatisch uitgeschakeld. Levensmiddelen opslaanLet er altijd op dat alle diepvriesladenhelemaal tot de aanslag in de diepvries-ruimte zijn geschoven. Dit is belangrijk voor een goede lucht-circulatie in het apparaat. DiepvrieskalenderAfb. C/27Om te voorkomen dat de kwaliteit van dediepvrieswaren afneemt, is het van belangdat de toelaatbare bewaartijd niet wordtoverschreden. De bewaartijd is afhankelijkvan het soort levensmiddelen.
7Op het vriestableau kunt u de ijsbakjesbewaren en bessen, klein gesneden fruit,kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen delevensmiddelen op het vriestableaugelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uurdoor en door laten bevriezen. Hierna overdoen in diepvrieszakjes ofdiepvriesdozen. Om te ontdooien de levensmiddelen weernaast elkaar neerleggen. * niet bij alle modellenSchoonmakenHet apparaat liefst twee keer per jaarschoonmaken. Vóór het schoonmaken altijd de stekkeruit het stopcontact trekken resp. dezekering uitschakelen of losdraaien. Geen stoom- of hogedrukapparatengebruiken. Door de hete stoom kunnen deoppervlakte en de electrische onderdelenbeschadigd worden – kans op eenelectrische schok. Zorg dat het sop niet in de controle-armatuurof de verlichting terechtkomt.
Behalve dedeurafdichting kan het hele apparaat metlauw water met een scheutje mild, lichtdesinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand-afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geenschoonmaakmiddelen gebruiken die zand,schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geenchemische oplosmiddelen gebruiken. De deurafdichting alleen met schoon waterafnemen en grondig droogwrijven. Indien mogelijk om de twee jaar ook dewarmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat met een kwastof met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoorblijft het apparaat optimaal presterenwaardoor u energie bespaart. Dooiwatergootje (afb. A/B) en afvoergaatje(afb. A/A) in de koelruimte regelmatigschoonmaken zodat het dooiwaterongehinderd kan weglopen.
74nllHet apparaat in een koele, goed teventileren ruimte plaatsen. Niet in de zonof in de buurt van een warmtebron(verwarmingsradiator enz. ) plaatsen. lDe be- en ontluchtingsopeningen nooitafdekken. lWarme gerechten pas nadat ze zijnafgekoeld in het apparaat zetten. lAls u diepvrieswaren wilt ontdooien, legdeze dan eerst in de koelruimte. U benuthierdoor de in de diepvrieswarenaanwezige koude voor het koelen vande levensmiddelen in de koelruimte. lBij het in- en uitladen de deuren van hetapparaat zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimtegeopend wordt, des te minder ijs zich kanafzetten op de vriesroosters. lWarmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat om de tweejaar schoonmaken.
Tips om energie tebesparen73nl*Belangrijke aanwijzingenbij het onderhoud vanroestvrijstalenoppervlakkenBij het apparaat is een proefverpakking vanhet onderhoudsmiddel „Chromol” gevoegd. OM HET HOOGWAARDIGE UITERLIJK VANUW APPARAAT DUURZAAM TEBEHOUDEN: DE ROESTVRIJSTALENOPPERVLAKKEN VAN HET APPARAATONMIDDELLIJK NA HET PLAATSEN METHET VLOEIBARE ONDERHOUDSMIDDEL"CHROMOL" BEHANDELEN. DEZEBEHANDELING REGELMATIG HERHALEN. Het middel is in de handel onder de naam„Chromol” verkrijgbaar of bij deServicedienst onder hetIdent-nr. 310359 als 500 ml sproeiflaconOm de oppervlakken niet te beschadigennooit schuursponsjes, metalen borstels,scherpe voorwerpen of schuurmiddelengebruiken. Ook chemische agressieveschoonmaakmiddelen zoals ontdooisprays,ovensprays, oplosmiddelen of vlekken-middel mogen niet gebruikt worden.
* niet bij alle modellenSchoonmakenGa, alvorens de Servicedienst in teschakelen, aan de hand van de volgendepunten eerst even na of u de storing zelfkunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijktdat hij alleen maar een advies (bijv. overde bediening of het onderhoud van hetapparaat) hoeft te geven om de storingte verhelpen, dan moet u, ook in degarantietijd, de volledige kosten vandat bezoek betalen. Als de indicatie (afb.
2/5-8) niet brandt:controleer of er stroom is, of de stekkergoed in het stopcontact zit en of hetapparaat is ingeschakeld. Indien tijdens de ingebruikneming deindicatie afb. 2/5 "E1" (knipperend)weergeeft:De temperatuur in de koelruimte is zeerhoog. Enkele minuten na deingebruikneming van het apparaat wordt deactuele koelruimtetemperatuurweergegeven. Indien tijdens de ingebruikneming deindicatie afb. 2/8 "E2" (knipperend)weergeeft:De temperatuur in de vriesruimte is zeerhoog. Enkele minuten na deingebruikneming van het apparaat wordt deactuele vriesruimtetemperatuurweergegeven. Als de verlichting in de koelruimte nietfunctioneert:– De gloeilamp is defect. Stekker uit hetstopcontact trekken, afscherming (afb. D/A) verwijderen en de gloeilampvervangen door een gloeilamp vanhetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fittingE14). – De lichtschakelaar zit klem (afb. D/B).
Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met deklantenservice. Kleine storingen zelfverhelpenAanwijzingen bijbedrijfsgeluidenBedrijfsgeluidenOm de gekozen temperatuur constant tehouden schakelt uw apparaat van tijd tottijd de compressor in. De geluiden die daarbij ontstaan zijnnormaal. Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuurheeft bereikt, worden de geluidenautomatisch minder. Het komt van de motorgebrom (compressor). Het kan korte tijd iets luiderworden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt vanhet koelmiddel dat door de leidingenstroomt. Het is alleen te horen als degeklik thermostaat de motor in- of uitschakelt. Kraakgeluiden kunnen optredenwanneer. - automatische ontdooiing plaatsvindt. - het apparaat afkoelt of opwarmt (materiaaluitzetting).
Het apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpasstellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjesof leg er iets onder. Het apparaat staat tegen een andermeubel of apparaatHet apparaat van het meubel of hetapparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateauswiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaaldkunnen worden en zet ze eventueel opnieuwin het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaarzetten.
75nlAls de indicatie (afb. 2/8) knippert maarhet akoestische waarschuwingssignaalniet afgaat,dan was het door het uitvallen van destroom of door een storing in de diepvries-ruimte te warm. Door op de “alarm” -toets te drukken,wordt op indicatie 8 (niet knipperend) dewarmste temperatuur weergegeven die in devriesruimte heeft geheerst. Daarna wordtdeze waarde gewist. Daarna geeft indicatie8 de actuele vriesruimtetemperatuur weerzonder te knipperen. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeftaangegeven, dan moeten de diepvrieswarengecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderdzijn de diepvrieswaren door koken of bradentot een kant en klaar gerecht verwerken enopnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Indien na lang gebruik de indicatie afb. 2/8 knippert en hetwaarschuwingssignaal klinkt:Storing, het is te warm in de vriesruimte.
Kleine storingen zelf verhelpenAls de deur van de diepvriesruimte te langopen stond en de ingestelde temperatuurin de diepvriesruimte niet meer bereiktwordt, dan heeft zich zoveel ijs op deverdamper afgezet dat het volautomatischeontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meerkan ontdooien. In dit geval de diepvrieswarenuit het apparaat halen en goed geïsoleerd opeen koele plaats leggen.
Het apparaat uitschakelen en de deur vande diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries-waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoorgenoemde punten niet verholpen kanworden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren nietonnodig openen. Voer zelf geen apparaties aan het apparaatuit, vooral niet aan de electrische onder-delen. ServicedienstTypeplaatjeAfb. GAls u de hulp van de Servicedienst inroept,geef dan het E-nummer en het FD-nummerop. U vindt deze nummers in het zwart omlijndegedeelte van het typeplaatje links onderaanin de koelruimte naast de groentelade. Adres en telefoonnummer van de Service-dienst kunt u vinden in het telefoonboek ofin de meegeleverde brochure met service-adressen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens KG32U123GB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Siemens
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast