Siemens KG 36VVL30 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens KG 36VVL30 (79 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Siemens KG 36VVL30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KG 36VVL30 |
Handleiding Siemens KG 36VVL30 – volledige tekst
60Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting. 61Apparaat aansluiten. 61Kennismaking met het apparaat. 62Inschakelen van het apparaat. 63Instellen van de temperatuur. 63Netto-inhoud. 64De koelruimte. 64Superkoelen. 64Diepvriesruimte. 65Maximale invriescapaciteit. 65Invriezen en opslaan. 65Verse levensmiddelen invriezen. 66Supervriezen. 67Ontdooien van diepvrieswaren. 67Uitvoering. 67Sticker „OK”. 68Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 69Ontdooien. 69Schoonmaken van het apparaat. 70Luchtjes. 71Verlichting (LED). 71Energie besparen. 71Bedrijfsgeluiden. 72Kleine storingen zelf verhelpen. 72Zelftest apparaat. 74Servicedienst. 74.
nl58nlIn houdnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc. ). Gevaar voor explosie. ■ Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken. De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok.
nl59■ Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie. ■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■ Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■ Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
■ Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen. ■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding. ■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding. Kinderen in het huishouden■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie.
Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
nl60Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. ã=WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.
Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
nl61Let op de omgevingstemperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 0.AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.BeluchtingAfb. 3De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding.
Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Uvindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0 Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN +16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT +16 °C tot 43 °C
nl62ã=WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb. 1* Niet bij alle modellen.BedieningselementenAfb.
21-4 Bedieningselementen5 Verlichting (LED)6 Glasplateau in de koelruimte7Groentelade8 Boter en kaasvak *9 Voorraadvak in de deur10 Vak voor grote flessen11 Diepvrieslade (klein)12 Glasplateau in de diepvriesruimte13 Diepvrieslade (groot)14 Dooiwaterafvoergootje15 SchroefvoetjesAKoelruimteB Diepvriesruimte1 Toets Aan/UitOm het hele apparaat in en uit te schakelen.2 Temperatuurindicatie KoelruimteDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.3 Indicatie „super”Deze brandt wanneer het superkoelen en supervriezen actief zijn.4 Temperatuurinsteltoets koelruimteMet de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
nl63Inschakelen van het apparaatAfb. 2Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen.De temperatuurindicatie 2 knippert, tot in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Wij raden een instelling van +4 °C aan.Aanwijzingen bij het gebruik■ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.■ Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje, afb.
., naar de koelmachine, waar het verdampt.■ De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.■ Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.■ Door het koelsysteem kan zich op de vriesroosters op sommige plaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat of op het stroomverbruik. Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm heeft gevormd.Instellen van de temperatuurAfb.
2KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.DiepvriesruimteDe temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.Lagere koelruimtetemperaturen veroorzaken ook lagere vriesruimtetemperaturen.
nl64Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 0Vriesvermogen volledig benuttenOm de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.Onderdelen eruit halenDiepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 5De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas en koudegevoelige groente en fruit.Attentie bij het inruimenDe levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden.
Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:■ De koudste zone is de schuiflade. Afb. 4AanwijzingBewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).■ De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.SuperkoelenBij het superkoelen wordt de koelruimte ca. 2½ dag lang zo koud mogelijk gekoeld.
Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.Het superkoelsysteem inschakelen bijv.■ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.■ om dranken snel te koelen.In- en uitschakelenAfb. 2De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.Het superkoelen schakelt na ca. 2½ dag automatisch uit.
nl65DiepvriesruimteDe diepvriesruimte gebruiken■ voor het opslaan van diepvriesproducten,■ om ijsblokjes te maken,■ om levensmiddelen in te vriezen.AanwijzingLet erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 0Voorwaarden voor max. invriesvermogen■ Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”).■ Onderdelen eruit halen Stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte.■ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak.
Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.■ Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■ De verpakking mag niet beschadigd zijn.■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.■ De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.Levensmiddelen invriezen■ Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.■ Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■ De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.Diepvrieswaren opslaanDe diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op de glasplateaus en op de bodem van de diepvriesruimte opstapelen.
nl66Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.
Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.■ Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1.
Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakkenengebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■ Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■ Groente, fruit:tot 12 maanden.
nl67SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.In- en uitschakelenAfb.
2De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■ bij omgevingstemperatuur■ in de koelkast■ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■ in de magnetronã=AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Uitvoering(niet bij alle modellen)GlasplateausAfb. 6 U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.Groentelade met vochtigheidsregelaarAfb.
nl68AanwijzingKoudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C.FlessenrekAfb. 8 In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.Voorraadvak in de deurAfb. 9 Het plateau optillen en verwijderen.FlessenhouderAfb. * De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.Diepvrieslade (groot)Afb. 1/13Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.AanwijzingScheidingsplaat (indien aanwezig) kan niet worden verwijderd.Koude-accuAfb. + De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.IJsbakjeAfb. ,1. Het ijsbakje voor ¾ met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.Sticker „OK”(niet bij alle modellen)Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.AanwijzingBij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.Correcte instelling
nl69Apparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatAfb. 2Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.OntdooienKoelruimteHet apparaat wordt automatisch ontdooid.Het dooiwater loopt via de dooiwatergootjes en het afvoergaatje naar het verdampingsgedeelte van het apparaat.DiepvriesruimteDe diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koude-afgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd.
Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.ã=AttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.U gaat als volgt te werk:AanwijzingCa. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.1. Het apparaat uitschakelen om te ontdooien.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Diepvriesladen met de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.4. Dooiwaterafvoer openen. Afb. -5. Het legplateau voor grote flessen kan worden gebruikt om het dooiwater op te vangen.
nl706. Om het ontdooiproces te versnellen twee pannen met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten. 7. Na het ontdooien het opgevangen dooiwater weggieten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diepvriesruimte met een spons afwissen. 8. Dooiwaterafvoer sluiten. 9. Plateau voor grote flessen weer in de deur plaatsen. 10. Na het ontdooien het apparaat weer aansluiten en inschakelen. Schoonmaken van het apparaatã=Attentie■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■ Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen. U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. 3.
De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen. 4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen. 5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven. 6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen. 7. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen. UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Glasplateaus eruit halenAfb. 6De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken. Dooiwater-afvoerklepVoor het reinigen van de dooiwater-afvoergoot moet het glasplateau boven de groentelade, afb. 1/7, worden losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep.
nl71Groentelade(niet bij alle modellen)De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd. De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en daarbij de afschermplaat van de groentelade nemen. Afb. /Legplateaus uit de deur nemenAfb. 9Legplateaus optillen en verwijderen. LuchtjesAls u onaangename luchtjes ruikt:1. Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop. Afb. 2/12. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen. 3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat). 4. Alle verpakkingen schoonmaken. 5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen. 6. Apparaat weer inschakelen. 7. Levensmiddelen inruimen. 8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan. Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. Energie besparen■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen. Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ■ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ■ Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig laten ontdooien. Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
■ Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden. ■ Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv.
over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
nl73 Storing Eventuele oorzaak OplossingGeen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.In de koelruimte is het te koud.De temperatuur is te koud ingesteld.Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk „Instellen van de temperatuur”).De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt.De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb. .De diepvriesruimte heeft een dikke laag rijp.Ontdooien van het diepvriesruimte. Zie hoofdstuk „Ontdooien“.
Zorg er altijd voor dat de deur van het diepvriesruimte goed dicht is.De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat”).Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
nl74Zelftest apparaatHet apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.Zelftest starten1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, gedurende 3–5 seconden ingedrukt houden, tot de koelruimte-temperatuurindicatie 2 °C gaat branden.Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperuur aangeeft, is het in orde.Als de indicatie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.
Neem contact op met de klantenservice.Zelftest apparaat beëindigenNa afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4020B 070 222 142
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens KG 36VVL30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Siemens
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast
