Siemens KD56NPI20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens KD56NPI20 (81 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 80 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Siemens KD56NPI20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KD56NPI20 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Kleur van het product: | Zilver |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | LCD |
| Breedte: | 700 mm |
| Diepte: | 760 mm |
| Hoogte: | 1850 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Jaarlijks energieverbruik: | 414 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+ |
| Brutocapaciteit vriezer: | - l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 98 l |
| Vriescapaciteit: | 9 kg/24u |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 371 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | - l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Aantal planken koelkast: | 5 |
| Vriezer positie: | Boven |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 15 uur |
| Snelvriesfunctie: | Ja |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | - l |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Ja |
| No Frost system: | Ja |
| Totale brutocapaciteit: | 507 l |
| Vers zone compartiment: | Ja |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Vormfactor: | Staand |
| Deur type: | Dubbel |
| Multi-luchtwegsysteem: | Ja |
Handleiding Siemens KD56NPI20 – volledige tekst
29nl InhoudVeiligheidsbepalingenen waarschuwingen. 30Aanwijzingen over de afvoer. 33Omvang van de levering. 34Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting. 34Apparaat aansluiten. 35Kennismaking met het apparaat. 35Inschakelen van het apparaat. 37Instellen van de temperatuur. 37Speciale functies. 38Alarm function. 39Netto-inhoud. 40De koelruimte. 40Superkoelen. 41De diepvriesruimte. 41Maximale invriescapaciteit. 41Invriezen en opslaan. 42Verse levensmiddelen invriezen. 42Supervriezen. 43Ontdooien van diepvrieswaren. 43IJs- en waterdispenser. 44Uitvoering. 45Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 45Ontdooien. 45Schoonmaken van het apparaat. 46Verlichting (LED). 47Energie besparen. 47Bedrijfsgeluiden. 47Kleine storingen zelf verhelpen. 48Klantenservice. 51.
nl30nlInhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.Technische veiligheidBrandgevaarDoor de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst.Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
nl31Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.BrandgevaarDraagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.Bij het gebruik■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar!■Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!■Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar!■Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
nl32■Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden.■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken.■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan.Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten!■Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op vrieswonden!■Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!■Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!■Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs,■om drinkwater te tappen.Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt.
Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.* Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
nl34m WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:■Vrijstaand apparaat■Uitrusting (modelafhankelijk)■Zakje met montagemateriaal■Gebruiksaanwijzing■Montagevoorschrift■Klantenserviceboekje■Garantiebijlage■Informatie over energieverbruik en geluidenLet op de omgevingstemperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. BeluchtingAfb.
#De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt.
nl35Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. m WaarschuwingGevaar voor een elektrische schok. Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I.
Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. m WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv.
op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb.
Zie hoofdstuk „Speciale functies”.5Indicatie Speciale functiesZie hoofdstuk „Speciale functies”.6„super” ToetsOm de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.Zie hoofdstuk „Superkoelen” of „Supervriezen”.7InsteltoetsenMet de toetsen „+” en „–” kunt u de temperatuur van de koel- en vriesruimte instellen. Bovendien kunnen de speciale functies worden in- en uitgeschakeld.8Toets „light”Door het indrukken van de toets wordt de achtergrondverlichting van de indicatie gedurende 10 seconden hel verlicht.9 AlarmtoetsOm het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).10 Toets „timer”Met deze functie kunt u een tijdverloop instellen en wordt u door een akoestisch signaal gewaarschuwd. Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
nl37Inschakelen van het apparaatHet apparaat met de insteltoets !/12 inschakelen. Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 2 knippert „AL”.Druk de alarmtoets "/9 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. De warmste temperatuur wordt korte tijd weergegeven.De fabriek adviseert de volgende temperaturen:■Koelruimte: +4 °C■Diepvriesruimte: –18 °CAanwijzingen bij het gebruik■Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.■Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij.
Ontdooien is overbodig.■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.■Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.Instellen van de temperatuurAfb. "KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 3 geactiveerd is.2. Toetsen „+/–” 7 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.DiepvriesruimteDe temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 2 geactiveerd is.2. Toetsen „+/-” net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven.
nl38Speciale functiesAfb. "„timer”Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden.In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld.m AttentieFlessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen.Functie inschakelen1. Toets „timer” 10 indrukken.2. Met de toetsen „+/-” de gewenste tijd instellen.Functie uitschakelenToets timer 10 binnen 3 seconden twee keer indrukken.„eco”Met de functie „eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:■Koelruimte: + 6 °C■Diepvriesruimte: –16 °CFunctie inschakelen1. Toets „setup” 4 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.2. Met de insteltoets „+” de keuze bevestigen.
Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.Functie uitschakelenOm uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „- indrukken. De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.„lock”Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen.Functie inschakelen1. Toets „setup” 4 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.2. Met de insteltoets „+” de keuze bevestigen. Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.Functie uitschakelenOm uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „- indrukken.
De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.„holiday”Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten.De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld.Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan.
nl39Functie inschakelen1. Toets „setup” 4 indrukken tot de gewenste speciale functie omlijnd is.2. Met de insteltoets „+” de keuze bevestigen. Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.Functie uitschakelenOm uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 4 weer kiezen en de insteltoets „- indrukken. De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.Alarm functionIn de volgende gevallen kan het alarm afgaan:DeuralarmWanneer het apparaat langer dan een minuut openstaat, wordt het deuralarm ingeschakeld.
Door de deur te sluiten of op de alarmtoets 9 te drukken, wordt het waarschuwingssignaal uitgeschakeld.Temperatuur-alarmHet temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.Op de indicatie 2 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.Na indrukken van de alarmtoets "/9, toont de vriesruimte-indicatie /2 "10 seconden lang de warmste temperatuur die daar heeft geheerst.Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie van de vriesruimte /2 toont de ingestelde "temperatuur.Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:■bij het in gebruik nemen van het apparaat,■bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,■als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.AanwijzingHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.Snelkoelen-alarmHet snelkoelen-alarm wordt geactiveerd wanneer de functie voor het snel koelen van dranken wordt ingeschakeld met de timer-toets "/10.De dranken zijn nu gekoeld.
nl40Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. .Vriesvermogen volledig benuttenOm de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de volgende uitrustingsonderdelen worden verwijderd.Onderdelen eruit halen■De vakken in de deur kan eruit gehaald worden. Afb. $■Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb. %De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas, evenals koudegevoelige groente en fruit.Attentie bij het inruimenDe levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken.
Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:■Koudste zone is in de binnenruimte tegen de achterwand en in het verskoelvak Afb. /20!AanwijzingIn de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.■De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.Groentelade met vochtigheidsregelaarAfb. )De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast.
nl41De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:■overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid■overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheidAanwijzingen■Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.■Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.SuperkoelenTijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca.
6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.Het superkoelsysteem inschakelen bijv.■vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.■om dranken snel te koelen.In- en uitschakelenAfb. "1. Keuzetoets 1 net zo lang indrukken tot de indicatie koelruimte 3 geactiveerd is.2. Toets „super” 6 indrukken.Als het superkoelsysteem is ingeschakeld, geeft indicatie koelruimte „SU” en „super” aan.De diepvriesruimteDe diepvriesruimte gebruiken■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■om levensmiddelen in te vriezen.AanwijzingLet erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs.
nl42Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimenGrote hoeveelheden levensmiddelen invriezen in het snelvriesvak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. ■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen. 2.
Lucht eruit drukken. 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien. 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
nl43Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.Als u het max.
vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.AanwijzingAls het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenAfb. "1. Keuzetoets 1 indrukken tot de indicatie diepvriesruimte 2 geactiveerd is.2. Toets „super” 6 indrukken.Als het supervriessysteem is ingeschakeld, geeft indicatie diepvriesruimte„SU” en „super” aan.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronm AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
nl44IJs- en waterdispenserVia de ijs- en waterafgifte kunnen er ijsblokjes en koud water worden afgenomen van het apparaat.Let op de kwaliteit van het drinkwaterAlle toegepaste materialen van de waterafgifte zijn geur- en smaakneutraal.Als het water een bijsmaak heeft, dan kan dat de volgende oorzaken hebben:■het mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater;■de versheid van het drinkwater. Wanneer er langere tijd geen water is afgenomen, kan het water „muf“ smaken. In dit geval het waterreservoir leegmaken en vullen met vers water.Reinig watertanks als ze 48 uur niet zijn gebruikt.IJs eruit halenAfb. '1. Waterreservoir eruit nemen en tot de markering vullen met water.2. Water via de vulopening voorzichtig in de ijsblokjesbak doen. Daarbij erop letten dat het water niet in of langs het voorraadbakje loopt of spat. Anders kunnen de ijsblokjes aan elkaar of aan het voorraadbakje vriezen.3.
Zodra de ijsblokjes bevroren zijn, de hendel omlaag duwen en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje.4. IJsblokjes uit het voorraadbakje halen. De ijsblokjes dienen regelmatig uit het voorraadbakje verwijderd te worden om aan elkaar vriezen te voorkomen.Water tappenAfb. &1. Vulvoorziening van het waterreservoir openen.2. Het waterreservoir tot de markeringslijn vullen met vers water (max. 2 liter).AanwijzingHet waterreservoir uitsluitend met water vullen.3. Glas tegen de dispenser-toets drukken.AanwijzingDe waterafgifte kan worden gesloten. Daartoe de hendel boven de afgiftepad naar links drukken.Koolstoffilters vervangen.Afb. ((Niet bij alle modellen)In de afscherming van het waterreservoir bevindt zich een actieve-koolfilter. Deze voorkomt dat het water de geur van de levensmiddelen krijgt.Wij adviseren het filter om de 2 jaar te vervangen.
nl45UitvoeringU kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen: ■Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken.■Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Afb. $Speciale uitvoering(niet bij alle modellen)Uittrekbaar glazen legplateau verwijderenAfb. /16 !De glasplaat kan eruit gehaald worden om schoon te maken. Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.FlessenrekAfb. /19 !In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.VerskoelvakAfb. /20 !In het verskoelvak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden.Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.Inzetbak voor de ladeAfb. /21 !De inzetstuk kan eruit gehaald worden.FlessenhouderAfb.
/31 !De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.Apparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatAfb. !Toets Aan/Uit 12 indrukken. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.OntdooienKoelruimteHet apparaat wordt automatisch ontdooid.Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat.DiepvriesruimteDoor het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
nl46Schoonmaken van het apparaatm Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.Ze kunnen vervormen!Het reinigingswater mag niet terechtkomen in■de openingssleuf aan de voorkant in de bodem van het vriesvak,■de bedieningselementen en■de verlichting.Ga als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.3. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel.
Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenDe glasplateaus naar voren trekken en verwijderen.Legplateaus uit de deur nemenAfb. $Legplateaus optillen en verwijderen. Glasplateau boven de groentelade verwijderenAfb. *Het glasplateau kunt u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.AanwijzingDe groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.Glazen legplateau van het koelvak eruit nemenAfb. +De houder omhoog drukken en het glazen legplateau eruit trekken.AanwijzingGlazen legplateau van het koelvak niet onder stromend water reinigen.
nl47Waterreservoir eruit nemen.Afb. ,AanwijzingHet actieve-koolfilter mag niet worden gereinigd. Actieve-koolfilter eerst verwijderen. Afb. (1. Waterreservoir verwijderen.2. Afscherming van het waterreservoir verwijderen en het waterreservoir leegmaken.3. De onderdelen van het waterreservoir reinigen met schoon water en afdrogen met een doek.AanwijzingOm te voorkomen dat er water wegloopt, moet bij het aanbrengen van het waterreservoir de waterafvoer nauwkeurig op de wateraanvoer worden geplaatst.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen!
Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.■Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.■Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
nl48Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv.
over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.Display geeft „E..” aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.
nl49Storing Eventuele oorzaak OplossingHet alarmsignaal is te horen. Op de temperatuurindicatie Afb. "/2 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.Storing – in de diepvriesruimte is het te warm!Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 9 indrukken. De temperatuurindicatie 2 stopt met knipperen.De temperatuurindicatie 2 geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.Gevaar voor de diepvrieswarenAanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren.Als smaak, geur en uiterlijk onveranderd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of braden opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.De deur is geopend.
Deur sluiten.De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.De deur stond te lang open.De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.Gedimde verlichting van de bedieningselementen.Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om.Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken.
nl50 Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb.
-Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.Op het oppervlak en de oplegplaten van het apparaat wordt condenswater gevormd.Warme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect.Wis het water met een zachte, droge doek weg.■Open het apparaat zo kort mogelijk■Let erop dat het apparaat altijd goed gesloten is.In het diepvriesvak is de vorming van ijs en rijp toegenomen.Door warme en vochtige omgevingstemperaturen wordt er meer ijs en rijp gevormd.■Open de deur van het diepvriesvak zo kort mogelijk■Let erop dat de deur van het diepvriesvak altijd goed dicht is.
nl51KlantenserviceAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. .Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4020B 070 222 142
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens KD56NPI20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Siemens
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast