Siemens HL9S5A341 Handleiding

Siemens Fornuis HL9S5A341

Bekijk gratis de handleiding van Siemens HL9S5A341 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Siemens HL9S5A341 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
Fornuis
HL9S5A341
nl Gebruikershandleiding
Register your product on My Siemens and discover exclusive servi-
ces and offers.
siemens-home.bsh-group.com/welcome
The future moving in.
Siemens Home Appliances

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Fornuis
Model: HL9S5A341
Soort bediening: Rotary, Touch
Kleur van het product: Zwart
Breedte: 600 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 850 mm
Grill: Ja
Kinderslot: Ja
Energie-efficiëntieklasse: A
Verlichting binnenin: Ja
Convectie koken: Ja
Vermogen brander/kookzone 2: 1800 W
Vermogen brander/kookzone 3: 1400 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1800 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Voedingsbron oven: Electrisch
Aantal ovens: 1
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Controle positie: Front / Top front
Aangesloten lading (elektrisch): 7900 W
Energieverbruik (conventioneel): 0.98 kWu
Energieverbruik (geforceerde convectie): 0.79 kWu
Koken: Ja
Netto capaciteit oven: 66 l
Boven- en onderverwarming: Ja
Thermostaatbereik oven: 50 - 275 °C
Bakplaat afmetingen: Ja
Zelfreinigend: Ja
Onderverwarming: Ja
Deur temperatuur ( max): 50 °C
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Ovenpositie: Bodem
Kijkglas: Ja
Panherkenning: Ja
Pizzafunctie: Ja
Vermogen brander/kookzone 4: 2200 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Reinigingstechnologie: ecoClean
Positie brander/kookzone 1: Links voor
Positie brander/kookzone 2: Links achter
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Deuropening oven: Deur naar beneden klappen
Materiaal van het handvat: Roestvrijstaal
Type oventimer: Mechanisch
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
Type product: Vrijstaand fornuis
Energie-efficiëntieschaal: A+++ tot D
3D-hetelucht: Ja
Telescopische planken: Ja
Verwijderbare planken: Ja

Handleiding Siemens HL9S5A341 – volledige tekst

1 Beoogd gebruikOm het apparaat veilig en op de juiste manierte gebruiken dient u de aanwijzingen over hetbeoogd gebruik in acht te nemen. De afbeeldingen in deze handleiding dienenter informatie. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt:¡om voedsel en dranken te bereiden. ¡onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog. ¡voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡op boten of in voertuigen. ¡als kamerverwarming. ¡met een externe schakelklok of een af-standsbediening. U kunt het apparaat niet met een timer of eenafstandsbediening gebruiken.

Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoetaan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raadvan de Europese Gemeenschappen van 20juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 isgeselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-daan en er bovendien non-ferro pannen metnon-ferro handgrepen worden gebruikt, kandeze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juistewijze gebeurt. Accessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. 1. 2 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indien.

Veiligheid nl3zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 3 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op brand. Het apparaat wordt heet. ▶Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-sen bewaren in laden direct onder de kook-plaat. ▶Nooit brandbare voorwerpen, bijv. spuitbus-sen of reinigingsmiddelen onder het appa-raat of in de onmiddellijke nabijheid op-slaan of gebruiken. Het kookvlak wordt erg heet. ▶Nooit brandbare voorwerpen op het kook-vlak of in de directe omgeving leggen. ▶Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-ren.

Zonder toezicht koken op kookplaten met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken. ▶Verlies hete oliën en vetten daarom nooituit het oog. ▶Nooit proberen om een vuur met water teblussen, maar het apparaat uitschakelenen dan de vlammen bijv. met een deksel ofeen blusdeken afdekken. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld dooroververhitting, in brand vliegen of ontploffendematerialen. ▶Dek de kookplaat niet af. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten. ▶Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-men en tijdens het bereiden los op het ac-cessoire. ▶Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-ren met een vorm. Brandbare voorwerpen die in de binnenruimteworden bewaard kunnen vlam vatten. ▶Bewaar nooit brandbare voorwerpen in debinnenruimte.

▶Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehou-den om eventueel optredende vlammen tedoven. Levensmiddelen kunnen vuur vatten. ▶Er moet toezicht worden gehouden op hetkookproces. Een korte procedure moetpermanent worden gecontroleerd. De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan nietmeer worden bediend. Hij kan later per onge-luk worden ingeschakeld. ▶Schakel de zekering in de meterkast uit. ▶Neem contact op met de klantenservice. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enzijn aanraakbare onderdelen heet, vooral eeneventueel aanwezig kookplaatframe. ▶Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Voorwerpen van metaal worden zeer snelheet op de kookplaat.

▶Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-vallen leiden. ▶Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-ken. Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶Neem hete accessoires en vormen altijdmet behulp van een pannenlap uit de bin-nenruimte. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. ▶Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶Open de apparaatdeur voorzichtig.

nl Veiligheid4Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet. ▶Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, moet het ter vermijding van risi-co's worden vervangen door de fabrikant,de servicedienst of een andere gekwalifi-ceerde persoon. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶Contact opnemen met de servicedienst.

→Pagina33Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-latie van elektrische apparaten smelten. ▶Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-trische apparaten nooit in contact komt methete onderdelen van het apparaat. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. ▶Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. ▶Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. ▶Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Wordt het apparaat van het net losgekoppeld,kunnen de verbindingen restspanningen ver-oorzaken. ▶Alleen een vakman mag het apparaat aan-sluiten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel.

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. ▶Kom niet met uw handen bij de scharnie-ren. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten.

▶Gebruik geen scherp of schurend reini-gingsmiddel of scherpe metalen schrapervoor het reinigen van het glas van de oven-deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-gen. Wordt er tegen de geopende apparaatdeurgestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk let-sel. ▶Houd de apparaatdeur tijdens gebruik enook daarna gesloten. Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting. ▶De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-rect contact komen met de bodem van depan die met water is gevuld. ▶Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. ▶Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶De hete onderdelen nooit aanraken.

Materiële schade vermijden nl5WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. WAARSCHUWING‒Kantelgevaar. Wanneer u het apparaat onbevestigd op eensokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glij-den. ▶Bevestig het apparaat stevig aan de sok-kel. ▶Waarschuwing: breng om het kantelen vanhet apparaat te verhinderen een compen-satie-inrichting aan. ▶Houd voor de montage de handleidingenaan. 1. 4 SchuifladeWAARSCHUWING‒Kans op brand. Het oppervlak van de schuiflade kan erg heetworden.

▶Bewaar uitsluitend ovenaccessoires in delade. ▶Bewaar geen ontvlambare en brandbarevoorwerpen in de lade in de plint. 1. 5 HalogeenlampWAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. De lampen in de binnenruimte worden heelheet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-staat er nog een risico van verbranding. ▶Glazen kapje niet aanraken. ▶Tijdens het schoonmaken contact met dehuid vermijden. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Bij vervanging van de lamp staan de contac-ten van de lampfitting onder stroom. ▶Zorg er vóór het vervangen van de lampvoor dat het apparaat is uitgeschakeld, omeen mogelijke elektrische schok te voorko-men. ▶Tevens de stekker uit het stopcontact halenof de zekering in de meterkast uitschake-len. 2 Materiële schade vermijden2. 1 OvenruimteHoud bij gebruik van de oven de overeenkomstigeaanwijzingen in acht. LET OP.

▶Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welkesoort dan ook op de bodem van de binnenruimteleggen. ▶Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-der dan 50°C ingesteld is. Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-te verkleuringen ontstaan. ▶Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-tact komen met de deurruit. Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat erwaterdamp. Door de temperatuurverandering kan erschade optreden. ▶Giet nooit water in de hete binnenruimte. ▶Zet nooit servies met water op de bodem van debinnenruimte. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. ▶Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. ▶Geen vochtige levensmiddelen gedurende langeretijd in de gesloten binnenruimte bewaren. ▶Geen eten in de binnenruimte bewaren.

nl Materiële schade vermijden6▶Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimtemet open deur laten drogen. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekkenachter die niet meer kunnen worden verwijderd. ▶De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet teovervloedig bedekken. ▶Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede. Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimteleidt tot beschadiging van het email. ▶Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-te. ▶Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-ren. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. ▶Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken. ▶Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-aan hangen. ▶Geen vormen of accessoires op de apparaatdeurplaatsen. Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdek-king draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken enschade aan de scharnieren veroorzaken. De greep vande afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van hetapparaat. ▶Draag of beweeg het apparaat niet aan de greepvan de afdekking. Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturende bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitne-men de emaillelaag beschadigen. ▶De bakplaat of braadslede bij het grillen niet bovenhoogte 3 inschuiven. ▶Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen. 2. 2 KookplaatHoud bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.

Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegenemet hoog suikergehalte. Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-ramische kookplaat verwijderen. Vlekken, defecten ofbreuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmoltenemaille of kookgerei met koperen- of alumini-umbodem. Gebruik geschikt kookgerei dat in een goedeconditie is. Vlekken, verkleurin-genOngeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-schikt zijn voor glaskeramiek en reinig dekookplaat alleen wanneer deze koud is. Defecten of breukenin het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoiresof andere harde of scherpe voorwerpen. Bij het koken niet tegen het glas stoten ofvoorwerpen op de kookplaat laten vallen. Krassen, verkleurin-genRuwe pannenbodems of het verplaatsen vande pan op de kookplaat. Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-plaatsen optillen.

Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om ietsop te zetten of als werkvlak. Schade aan het ap-paraatKoken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Schade aan de panof aan het apparaatKoken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hetekookzone plaatsen of verhitten. Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone ofhete deksels van pannen op het glas. Geen bakpapier of aluminiumfolie en geenkunststof containers of pandeksels op dekookplaat leggen. Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel ofop het kader. Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-den.

Milieubescherming en besparing nl72. 3 LadeHoud de betreffende instructies aan wanneer u de ladegebruikt. LET OP. Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De la-de in de plint kan beschadigd raken. ▶Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint diehoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan erschade aan het apparaat ontstaan. ▶Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint diehoger zijn dan de hoogte van de lade. 3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het receptof de insteladviezen dit aangeven.

¡Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-spaart u tot 20 % energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-vormen. ¡Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goedop. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinigmogelijk. ¡De temperatuur in de binnenruimte blijft constanten het apparaat hoeft niet na te verwarmen. Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallelbakken. ¡De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak datvervolgens wordt gebakken korter. Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minutenvoor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. ¡De restwarmte is voldoende om het gerecht verderte bereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-ruimte. ¡Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd teworden. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-dooien.

¡Hierdoor wordt bespaard op de energie om hetvoedsel te ontdooien. Opmerking:Het apparaat verbruikt:¡in gebruik met ingeschakeld display max. 1W¡in gebruik met uitgeschakeld display max.

0,5WEnergie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de panpast. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan debodemdiameter. ¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. ¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten. ¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veelenergie. Glazen deksel gebruiken. ¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. ¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-bruik hoger.

Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel. ¡Groot kookgerei met weinig product heeft meerenergie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. ¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. ¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. 4 Geschikt kookgereiEen voor inductiekoken geschikt kookgerei moet eenferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-neet worden aangetrokken, en verder moet de bodemeven groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-.

nl Plaatsen en aansluiten8rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaatsdan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-gende kleinere diameter. 4. 1 Grootte en kenmerken van hetkookgereiHoud om het kookgerei correct te kunnen herkennen,rekening met de grootte en het materiaal van het kook-gerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en gladzijn. Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgereigeschikt is. Meer informatie vindt u onder→. "Kookgerei-test", Pagina18Kookgerei Materialen EigenschappenAanbevolen kookge-reiEdelstalen kookgerei met sandwich-bodemwelke de warmte goed verdeelt. Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerdstaal, gietijzer, of speciale pannen voor in-ductie van edelstaal. Dit kookgerei warmt snel op en waarborgtzijn herkenning.

Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetischeoppervlak kleiner is dan de bodem van hetkookgerei, warmt alleen het ferromagneti-sche oppervlak op. Daardoor verdeelt dewarmte niet gelijkmatig. Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze verkleinen het ferromagnetische opper-vlak, waardoor er minder vermogen aan depan kan worden afgegeven. Het kan zijn datdeze pannen onvoldoende of helemaal nietworden herkend en daarom ook onvoldoen-de worden verwarmd. Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium. Opmerkingen¡Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principegeen adapterplaten. ¡Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgereimet dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhitkunnen raken. 5 Plaatsen en aansluitenWaar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt uhier te weten.

Bovendien komt u te weten hoe u het ap-paraat op het elektriciteitsnet aansluit. 5. 1 Elektrische aansluitingDe elektrische aansluiting dient uitgevoerd te wordendoor een daartoe bevoegd vakman. Houd de voor-schriften van het betreffende nutsbedrijf aan.

¡Uw apparaat dient een vaste aansluiting op hetstroomnet te hebben met de daarvoor bestemde ka-bel. In het geval van beschadiging de kabel nooitverwijderen van het apparaat of vervangen door eenkabel met/zonder stekker. ¡Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,moet het ter vermijding van risico's worden vervan-gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-re gekwalificeerde persoon. ¡Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bijschade de aanspraak op de garantie. Informatie over elektrische aansluiting door deinstallateur:¡Wanneer een stekker na de installatie niet toeganke-lijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar vooralle polen worden aangebracht met een contactope-ning van minstens 3 mm. Bij aansluiting met eenstekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekkervoor de gebruiker toegankelijk is.

¡Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaatvan veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatiemet een geaarde aansluiting worden gebruikt. ¡Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-waardig om het apparaat aan te sluiten. Belangrijke informatie over de elektrischeaansluitingHoud u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Bij contact met onder spanning staande onderdelenbestaat er elektrocutiegevaar. ▶De stekker alleen met droge handen vastnemen. ▶De stekker tijdens het gebruik nooit uit het stopcon-tact trekken. ▶Het netsnoer direct aan de stekker en nooit aan dekabel zelf uit het stopcontact trekken, omdat dezebeschadigd kan raken. ¡Stekker en stopcontact bij elkaar passen. ¡De stekker altijd bereikbaar is. ¡De doorsnede van de elektrische kabel groot ge-noeg is.

¡Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigdof doorgesneden. ¡De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleenplaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuwnetsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.

Plaatsen en aansluiten nl9¡U geen meervoudige stekkers of contactdozen enverlengkabels gebruikt. ¡Het aardingssysteem volgens de voorschriften is ge-ïnstalleerd. ¡er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen eentype met het symbool  wordt gebruikt. Alleenaardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan degeldende voorschriften. ¡De aansluitkabel niet in contact komt met warmte-bronnen. 5. 2 Toestel plaatsenPlaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeurplaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting. Hoogte tot de vloer van het apparaat instellenStel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functiesvan uw apparaat in. Stel de hoogte van het apparaat in met vaste ladenWanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, steldan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgtin. Opmerking:Het apparaat is voorzien van stelvoeten.

Daardoor kuntu uw apparaat ca. 15mm van de vloer stellen. ¡De voeten bevinden zich aan de voor- en achterzij-de aan de onderkant van het apparaat. ¡Stel de voeten hoger of lager, door de voeten meteen steeksleutel te draaien, totdat het apparaat hori-zontaal staat. Hoogte tot de vloer van het apparaat metuitneembare lade instellenWanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw la-de uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer vanuw apparaat als volgt in. 1. De plintlade uittrekken en er naar boven uittillen. Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor enachter stelvoeten. 2. De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel om-hoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpasstaat. 3. De plintlade weer inschuiven. Aangrenzende meubelsAangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar mate-riaal te bestaan.

de kleur ende vorm.12345Toelichting1Kookplaat2Bedieningsvelden3Koelventilator14Apparaatdeur5Ovenlade11Afhankelijk van de apparaatuitvoering6.2 BedieningsveldenVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-toestand.BedieningselementenVia de bedieningselementen kunt u alle functies van uwapparaat instellen en informatie krijgen over de ge-bruikstoestand.Bedieningselement ToelichtingKnoppen en display De knoppen zijn aanra-kingsgevoelige vlakken.Om een functie te kiezen,slechts licht op het betref-fende veld drukken.Op het display zijn sym-bolen van actieve functiesen de tijdfuncties te zien.→"Knoppen en display",Pagina11Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknopstelt u de verwarmings-methoden en meer func-ties in.De functiekeuzeknop kuntu vanuit de nulstand  naar rechts en links draai-en.Afhankelijk van het appa-raattype is de functiekeu-zeknop verzonken.

Uw apparaat leren kennen nl11Bedieningselement ToelichtingTemperatuurknop Met de temperatuurknopstelt u de temperatuurvoor de verwarmingsme-thode in en kiest u instel-lingen voor andere func-ties. De temperatuurknop kuntu vanuit de nulstand  naar rechts draaien totaan de aanslag, niet ver-der. Afhankelijk van het appa-raattype kan de tempera-tuurknop worden verzon-ken. Voor het vergrende-lingen of ontgrendelingenin de nulstand  op detemperatuurknop druk-ken. →"Temperatuur en instel-standen", Pagina12Bedieningselement ToelichtingKookzone-knoppen Met de 4 kookzoneknop-pen stelt u het vermogenvan de afzonderlijke kook-zones in. Aan het symbool bovende betreffende knop kuntu zien welke kookzone er-mee kan worden inge-steld. Knoppen en displayMet de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.

Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display.  brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt. Symbool Functie GebruikKinderslot Kinderslot activeren of deactiveren. Tijdfuncties Tijd  , wekker  , duur  en einde  selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op  drukken. Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, iste zien aan de pijlen  boven en onder het desbetreffende symbool. Gewicht Gewicht voor programma's kiezen.   MinPlusInstelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-schillen en toepassingen. Symbool Verwarmingsmetho-deGebruik en werkwijze3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.

De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan deachterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid metbehulp van restwarmte. Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik inde circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan deachterwand zijn ingeschakeld. Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.

nl Uw apparaat leren kennen12Symbool Verwarmingsmetho-deGebruik en werkwijzeGrill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilatorwervelt de hete lucht rond het gerecht. Boven- en onder-warmteTraditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bij-zonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-bruik in de conventionele modus. Overige functiesHier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. Symbool Functie GebruikSnel verwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.

→"Snel voorverwarmen", Pagina19Programma's Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken. →"Programma's", Pagina21Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten. →"Verlichting", Pagina13Temperatuur en instelstandenBij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen. Opmerking:Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten totca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuur-verlaging daar niet plaats. Symbool Functie Gebruik Nulstand Het apparaat warmt niet op. 50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. 1, 2, 3ofI, II, IIIGrillstanden De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het grootvlak en de grill of voor het klein vlak instellen.

Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display hetsymbool  verlicht. In de verwarmingspauzes dooft hetsymbool. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voorhet inschuiven van het gerecht bereikt zodra het sym-bool de eerste keer dooft. Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-kelijke temperatuur in de binnenruimte. Koken met inductieVergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-koken enkele veranderingen met zich mee en biedt heteen aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een beterewarmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-rei wordt opgewekt. Verdeling van de kookzonesHet aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-normeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijnbeschreven.

Uw apparaat leren kennen nl13Kook-zoneGrootte Maximale vermogen Ø 18 cm   Vermogensstand 9 1800 WpowerBoost 3100 W18 x 18cm  Vermogensstand 9 3600 W Ø14,5cmVermogensstand 9 1400 WpowerBoost 2200 W Ø 21cm Vermogensstand 9 2200 WpowerBoost 3700 WBedieningspaneelIndividuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-ken van de illustratie. TouchveldenSensor Functie Hoofdschakelaar Kookzone kiezen combiZone /  Instellingen kiezen powerBoost Tijdfuncties KinderslotIndicatiesIndicatie Functie Gebruikstoestand -  Kookstanden /  Restwarmte powerBoost TijdfunctiesTouchvelden en indicatiesBij het aanraken van een symbool wordt de betreffendefunctie geactiveerd. ¡Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vochtheeft een nadelige invloed op de werking. ¡Geen pannen in de buurt van de indicaties en sen-soren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.

KookzoneControleer voordat u met het koken begint, of het for-maat van de pan bij de kookzone past waarmee u wiltkoken:Gebied Type kookplaat Kookzone van één enkele kring Combi-kookplaat Meer informatie kunt uvinden onder→. "combiZone", Pagina16Restwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,mag u de kookzone niet aanraken. Indicatie Betekenis De kookzone is heet.  De kookzone is warm. 6. 3 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken hetgebruik van uw apparaat. RekjesU kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-jes in de binnenruimte plaatsen. De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuif-hoogtes worden van beneden naar boven geteld. U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen.

Wanneer het apparaat in ge-bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vets-petters van het bakken, braden of grillen op en brekenze af. Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-ruimte dan gericht op. →"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimteschoonmaken", Pagina26VerlichtingDe ovenlamp verlicht de binnenruimte. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is deverlichting aan als het programma loopt. Als u de wer-king met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakeltde verlichting uit. Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaarkunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.

nl Accessoires14KoelventilatorDe koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-snapt via de deur. LET OP. De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaatniet afdekken. Het apparaat raakt oververhit. ▶De ventilatiesleuven vrijhouden. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat hetapparaat na gebruik sneller afkoelt. ApparaatdeurWanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,wordt de werking voortgezet. CondenswaterBij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deurvan het apparaat condensvorming optreden. Condensis normaal en heeft geen invloed op de werking vanhet apparaat. Veeg na het bereiden het condens af. 7 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op hetapparaat afgestemd. Opmerking:De accessoires kunnen door hitte vervor-men. De vervorming heeft geen invloed op de werking.

De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoireszijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhan-kelijk van het type apparaat. Accessoires GebruikRooster Bakvormen¡¡Ovenschalen¡Vormen¡Vlees, bijv. braad- of grillstukken¡DiepvriesgerechtenBraadslede Vochtig gebak¡¡Koekjes¡Brood¡Grote braadstukken¡Diepvriesgerechten¡Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vetbij het grillen op het rooster. Bakplaat Plaatgebak¡¡Cake eenvoudig7. 1 Accessoires gebruikenDe accessoires op de juiste manier in de binnenruimteschuiven. Alleen zo kunnen de accessoires zonder kan-telen ongeveer voor de helft worden uitgetrokken. 1. De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-gen van een inschuifhoogte plaatsen. Rooster Het rooster met de open kant naarde apparaatdeur en de welving  naar beneden in de oven schuiven. Plaatbijv.

Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebtbij het gebruik uit de binnenruimte. 7. 2 Meer accessoiresMeer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, inspeciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-ze folders of op internet:www. siemens-home. bsh-group. com Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-tenservice.

Voor het eerste gebruik nl158 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 8. 1 Eerste gebruikU moet instellingen voor de eerste ingebruikname uit-voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken. Tijd instellenNa het aansluiten van het apparaat of na een stroom-onderbreking knippert de tijd op het display. De tijdstart bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen. Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand  te staan. 1. Stel de tijd in met  of . 2. Druk op . aHet display toont de ingestelde tijd. Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kuntu in de basisinstellingen → vastleggen. Pagina178. 2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1.

De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen. 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in debinnenruimte af met een zachte, vochtige doek afve-gen. 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren. 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-len. →"De Bediening in essentie", Pagina19Verwarmings-methode3D‑hetelucht  Temperatuur MaximumTijdsduur 1uur5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-len. 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld. 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en eenschoonmaakdoekje reinigen. 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-doekje of een zachte borstel reinigen. 9 Kookplaat bedienenHier wordt de bediening van uw kookplaat in essentiebeschreven. 9. 1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen▶De kookplaat met de hoofdschakelaar  inschake-len en uitschakelen.

reStart▶Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na hetuitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat inwerking met de vorige instellingen. 9. 2 Instellen van de kookzonesOm de gewenste selecteerbare vermogensstand te kie-zen,  of  aanraken. Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze isaangeduid met een punt. Vermogensstand Laagste vermogensstand Hoogste vermogensstandOpmerkingen¡Om de elektrische onderdelen van het apparaat tebeschermen tegen oververhitting of stroomstoten,kan het vermogensniveau van de kookplaat voorkorte tijd worden teruggebracht. ¡Om geluidshinder van het apparaat te voorkomenkan het vermogensniveau van de kookplaat voorkorte tijd worden teruggebracht. Kookzone en vermogensstand kiezen1. Om de kookzone te kiezen op   tippen. 2. Kies in de volgende 10seconden de vermogens-stand:‒Op  drukken om de vermogensstand  op teroepen.

‒Op  drukken om de vermogensstand  op teroepen. aDe vermogensstand is ingesteld. Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert degekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordtde kookzone uitgeschakeld. quickStart▶Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op dekookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelenherkend en wordt de betreffende kookzone automa-tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-den de vermogensstand kiezen, anders schakelt dekookplaat zelf uit.

beignets, Ber-liner bollen, fruit in bierdeeg4-5 -1Zonder deksel2Regelmatig keren10 combiZoneMet deze functie kunt u met beide aaneengeschakeldekookzones koken en voor beide dezelfde kookstandkiezen. De functie is vooral bestemd voor het kokenmet langwerpig kookgerei. De functie maakt het koken mogelijk met een kookge-rei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer com-fort van de ene naar de andere kookzone kunt schui-ven. In dit geval behouden de beide zones ook dezelf-de kookstand en dezelfde instellingen. Plaatsen van het kookgerei:Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones. 10. 1 combiZone activeren1. Kies één van de kookzones en stel de kookstand in. 2. Tik op . a brandt en de kookstand wordt op de displays vanbeide kookzones weergegeven. 10. 2 combiZone deactiveren▶Raak  aan. aDe beide kookzones functioneren nu als twee onaf-hankelijke kookzones.

Tijdfuncties nl1711 TijdfunctiesUw kookplaat beschikt over verschillende instellingenvoor de bereidingstijd:¡Uitschakeltimer¡Timer11. 1 UitschakeltimerMaakt de programmering mogelijk van een bereidings-tijd voor en kookzone en de automatische uitschake-ling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd. Bereidingstijd programmeren1. Tik op . aDe indicatie  van de kookplaat brandt. 2. Kies de bereidingstijd met  of . aDe tijd begint af te lopen. Opmerkingen¡U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfdebereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u on-der→. Meer informatie"Basisinstellingen", Pagina17vindt u onder. ¡Wanneer u bij de gecombineerde kookzone defunctie CombiZone kiest, is de ingestelde tijd voorbeide kookzones gelijk. Bereidingstijd wijzigen of wissen1. De kookplaat kiezen. 2. Op  tippen. 3.

Om de bereidingstijd te wijzigen, op  of  tippenof op   instellen. 11. 2 TimerMaakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-nes niet automatisch uit. Kookwekker instellen1. Kies de kookzone en tik tweemaal op . a naast  brandt. 2. Kies de gewenste tijd met  of . aDe tijd loopt af. Kookwekkertijd wijzigen of wissen1. Raak meerdere malen  aan, totdat de indicatie  naast  brandt. 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op  of  tippenof op   instellen. 12 powerBoostMaakt een snellere opwarming mogelijk van groterewaterhoeveelheden dan met kookstand . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als ergeen andere kookzone in gebruik is. Anders knipperen er op het kookstand-display  en . Druk voor het in- of uitschakelen op .

13 KinderslotDe kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermeewordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschake-len. Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnenschakelen. Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van in- of uitgeschakeld. Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaatwordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindtu meer informatie onder Basisinstellingen→. Pagina1714 BasisinstellingenU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen. 14. 1 Overzicht van de basisinstellingenIndicatie Instelling Waarde   Kinderslot  - Handmatig. 1 Automatisch.  – Uitgeschakeld1Fabrieksinstelling.

nl Kookgerei-test18Indicatie Instelling Waarde   Akoestische signalen  – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.  – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.  – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.  – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld 1.    Automatisch uitschakelen van de kookzones.   - uitgeschakeld. 1  -   - Tijd tot het automatisch uitschakelen.    Duur van het timer-einde-geluidssignaal  – 10seconden 1 – 30seconden - 1 minuut   VermogensbegrenzingMaakt indien nodig de begrenzing mogelijkvan het totale vermogen van de kookplaat,indien vereist, op basis van de omstandighe-den van uw elektrische installatie. De be-schikbare instellingen zijn afhankelijk van hetmaximale vermogen van de kookplaat. Pre-cieze gegevens vindt u op het typeplaatje.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens HL9S5A341 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden